
meer dan voldoende moeten zijn om de continuïteit van het
bedrijf te verzekeren. Daarnaast verwijzen we naar toelichting
8, waar we uitleggen hoe we de goodwill en alle overige vaste
activa hebben getest op bijzondere waardeverminderingen en
tot de conclusie zijn gekomen dat er geen bijzondere waarde-
verminderingen moesten worden opgenomen.
Belangrijkste bronnen van onzekerheid bij schattingen
Gezien de onzekerheid rond de wereldwijde covid-19-pandemie
en de omvang en duur van de mogelijke impact die ze had en
nog steeds heeft, in het bijzonder op de wereldwijde bioscoop-
en evenementenactiviteiten en de Enterprise-divisie, alsook op
de klanten, leveranciers en werknemers van de onderneming,
is er een potentieel voor toekomstige kredietverliezen op vor-
deringen, waardeverminderingen van voorraden, bijzondere
waardevermindering van goodwill en opnames van uitgestelde
belastingvorderingen die gebaseerd zijn op de toekomstige
prestaties van de activiteiten van de onderneming.
• Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor
fiscaal overgedragen verliezen en niet gebruikte belasting-
voordelen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige
belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee de fiscaal
overgedragen verliezen en niet gebruikte belastingvoordelen
kunnen worden verrekend. Voor deze schatting houdt het
management rekening met zaken als de bedrijfsstrategie op
lange termijn, met inbegrip van de impact van covid op de
winstprojecties op lange termijn en de mogelijkheden op het
gebied van belastingplanning (zie toelichting 10 ‘Uitgestelde
belastingvorderingen en -verplichtingen’).
• Onzekere belastingposities: De groep herziet zijn belastingpo-
sities in de financiële overzichten en in de belastingaangiften
en hoe deze worden ondersteund. Daarnaast onderzoekt de
groep hoe de belastingautoriteiten hun onderzoek zouden
kunnen uitvoeren en hoe de problemen die uit het onder-
zoek zouden kunnen voortvloeien, kunnen worden opgelost.
Op basis van dat onderzoek is een uitgestelde belastingver-
plichting bepaald overeenkomstig IFRIC 23. (zie toelichting
10 ‘Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen’).
• Bijzondere waardevermindering van goodwill: de groep test
goodwill jaarlijks of frequenter op bijzondere waardeverminde-
ringen indien er indicaties zijn dat de goodwill een bijzondere
waardevermindering heeft ondergaan. Als gevolg van de
hierboven beschreven gebeurtenissen en factoren heeft de
onderneming in juni 2021 een kwantitatieve test op bijzondere
waardevermindering van goodwill en in het laatste kwartaal
van 2021 de jaarlijkse test op bijzondere waardevermindering
uitgevoerd (zie toelichting 8.‘Goodwill’). Het resultaat van de
test op bijzondere waardevermindering van goodwill in de
eerste helft van 2021 en het laatste kwartaal van 2021 heeft
niet geleid tot een bijzondere waardevermindering.
• Waardevermindering voorraden: voorraden worden op-
genomen tegen de laagste waarde van hetzij de kostprijs,
hetzij de opbrengstwaarde. De berekening van de voorziening
voor traag roterende voorraden is gebaseerd op consequent
toegepaste regels voor waardevermindering die afhankelijk
zijn van zowel de vraag in het verleden als de vraag in de
toekomst, waarbij die laatste onderhevig is aan onzekerheid
vanwege snelle technologische veranderingen. Bovenop
de minimumregels worden strengere regels toegepast in
geval van bijvoorbeeld de beslissing om een bedrijfseen
-
heid of productlijn stop te zetten. De resterende voorraden
worden in dat geval geanalyseerd en zo nodig gereserveerd.
Waardeverminderingen op voorraden worden alleen terugge-
nomen als de bovenstaande regels niet langer van toepassing
zijn of als de afgeschreven voorraad wordt verkocht of ver-
nietigd (Zie toelichting 12. ‘Voorraden’).
• Huidige verwachte kredietverliezen: de groep beoordeelt
op een toekomstgerichte basis de verwachte kredietverlie-
zen verbonden aan de financiële vaste activa geboekt tegen
geamortiseerde kostprijs. Voor handelsvorderingen past de
groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan
door IFRS 9 Financiële instrumenten, waarbij de verwachte
verliezen over de volledige levensduur moeten worden opge-
nomen vanaf de eerste opname van de vorderingen.
Het vermogen van de onderneming om haar saldo aan
handelsvorderingen te innen, is afhankelijk van de financiële
levensvatbaarheid en solvabiliteit van haar zakelijke partners,
distributeurs en wederverkopers. Die worden op hun beurt
beïnvloed door het zakelijke gedrag, dat dan weer wordt beïn-
vloed door het gedrag van de consument en het algemene
economische klimaat. Klanten kunnen financiële problemen
ondervinden waardoor ze niet in staat zijn om hun betalings-
verplichtingen tegenover de onderneming na te komen.
De onderneming ontwikkelt haar schatting van kredietver-
liezen per type bedrijf en type klant, het aantal achterstallige
dagen en de historische verliespercentages. Die worden ver-
volgens aangepast voor specifieke vorderingen die geacht
worden een hoger dan normaal risicoprofiel te hebben,
rekening houdend met de interne kredietbeoordeling van
het management, alsmede met macro-economische en
industriële risicofactoren.
Barco
Geïntegreerd jaarverslag 2021
23
FIN
Financieel rapport
01 BARCO
GECONSOLIDEERD
02 INFORMATIE
OVER HET AANDEEL