549300D80RYON74MEJ032021-12-31iso4217:USD549300D80RYON74MEJ032020-12-31549300D80RYON74MEJ032021-01-012021-12-31549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31iso4217:USDxbrli:sharesxbrli:shares549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032018-12-31549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032019-01-012019-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032019-12-31549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032020-01-012020-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032021-01-012021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300D80RYON74MEJ032021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032021-01-012021-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300D80RYON74MEJ032021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember

Financieel Rapport

2021

Euronav

Inhoud

Geconsolideerde balans 4

Geconsolideerde resultatenrekening 6

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 7

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen 8

Geconsolideerd kasstroomoverzicht 10

Toelichtingen bij de geconsolideerde rekeningen voor het jaar afgesloten op 31 december 2021 13

Toelichting 1 - Belangrijkste waarderingsgrondslagen 14

Toelichting 2 - Segment rapportering 42

Toelichting 4 - Omzet en andere bedrijfsopbrengsten 48

Toelichting 5 - Kosten voor scheepvaartactiviteiten en overige kosten van operationele activiteiten 49

Toelichting 6 - Netto financieringskosten 51

Toelichting 7 - Winstbelastingen 53

Toelichting 8 - Materiële vaste activa 54

Toelichting 9 - Uitgestelde belastingvorderingen en-verplichtingen 58

Toelichting 10 - Langlopende vorderingen 61

Toelichting 11 - Voorraad bunkers 62

Toelichting 12 - Handels- en overige vorderingen - kortlopend 63

Toelichting 13 - Geldmiddelen en kasequivalenten 64

Toelichting 14 - Eigen vermogen 64

Toelichting 15 - Resultaat per aandeel 68

Toelichting 16 - Interestdragende leningen en financieringen 71

Toelichting 17 - Personeelsbeloningen 82

Toelichting 18 - Handels- en overige schulden 83

Toelichting 19 - Financiële instrumenten - Reële waardes en risicomanagement 84

Toelichting 20 - Leasing       99

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen 102

Toelichting 22 - Verbonden partijen 103

Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten 107

Toelichting 24 - Groepsvennootschappen 111

Toelichting 25 - Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode 115

Toelichting 26 - Belangrijkste wisselkoersen 124

Toelichting 27 - Honoraria audit 124

Toelichting 28: Gebeurtenissen na balansdatum 31 december 2021 124

Toelichting 29 - Verklaring over het getrouw beeld van de geconsolideerde jaarrekening 
en het getrouwe overzicht in het jaarverslag 125

3

Financial report 2021

Euronav

Geconsolideerde balans

(in duizenden USD)

Toelichting

31 december 2021

31 december 2020

ACTIVA

Vaste activa

Schepen

8

2.967.787

2.865.308

Activa in aanbouw

8

181.293

207.069

Gebruiksrecht op activa

8

29.001

52.955

Overige materiële vaste activa

8

1.218

1.759

Immateriële vaste activa

-

186

161

Vorderingen

10

55.639

55.054

Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

25

72.446

51.703

Uitgestelde belastingvorderingen

9

1.546

1.357

Totaal vaste activa

3.309.116

3.235.366

Vlottende activa

Voorraad bunkers

11

69.035

75.780

Handels- en overige vorderingen

12

237.745

214.479

Belastingvorderingen

-

99

136

Geldmiddelen en kasequivalenten

13

152.528

161.478

Totaal vlottende activa

459.407

451.873

TOTAAL ACTIVA

3.768.523

3.687.239

4

Financial report 2021

5

Toelichting

31 december 2021

31 december 2020

Eigen vermogen en schulden

Eigen vermogen

Kapitaal

14

239.148

239.148

Uitgiftepremies

14

1.702.549

1.702.549

Omrekeningsverschillen

-

453

935

Afdekkingsreserve

14

2.396

(7.456)

Eigen aandelen

14

(164.104)

(164.104)

Overgedragen resultaten

-

180.140

540.714

Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de Vennootschap

1.960.582

2.311.786

Langlopende schulden

Bankleningen

16

1.175.835

836.318

Overige uitgiftes

16

196.895

198.279

Overige leningen

16

86.198

100.056

Lease schulden

16

16.759

21.172

Overige schulden

18

3.490

6.893

Personeelsbeloningen

17

6.839

7.987

Provisies

21

892

1.154

Totaal langlopende schulden

1.486.908

1.171.859

Kortlopende schulden

Handels- en overige schulden

18

83.912

85.150

Belastingverplichtingen

-

366

629

Bankleningen

16

29.313

20.542

Overige uitgiftes

16

67.025

Overige leningen

16

117.863

51.297

Lease schulden

16

22.292

45.749

Provisies

21

262

227

Totaal kortlopende schulden

321.033

203.594

TOTAAL PASSIVA

3.768.523

3.687.239

De toelichtingen op blz. 9 t/m 103 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

6

Euronav

Geconsolideerde resultatenrekening

(in duizend USD behalve cijfers per aandeel)

Toelichting

2021

2020 (herzien)*

2019 (herzien)*

1 jan. -
31 dec., 2021

1 jan. -
31 dec., 2020

1 jan. -
31 dec., 2019

Inkomsten uit scheepvaartactiviteiten

Omzet

4

419.770

1.210.341

914.711

Meerwaarden op verkoop van schepen/overige materiële vaste activa

8

15.068

22.728

14.879

Andere bedrijfsopbrengsten

4

10.255

10.112

10.094

Totale inkomsten uit scheepvaartactiviteiten

445.093

1.243.181

939.684

Operationele kosten

Reiskosten en commissies

5

(118.808)

(125.430)

(144.681)

Operationele kosten schepen

5

(220.706)

(218.390)

(218.504)

Kosten vrachthuur

5

(9.750)

(7.954)

(604)

Minderwaarden op de verkoop van schepen/overige materiële vaste activa

8

(1)

(75)

Afschrijvingen materiële vaste activa

8

(344.904)

(319.652)

(337.646)

Afschrijvingen immateriële vaste activa

-

(90)

(99)

(56)

Algemene en administratieve kosten

5

(32.408)

(37.333)

(42.515)

Totale operationele uitgaven

(726.666)

(708.859)

(744.081)

Bedrijfsresultaat

(281.573)

534.322

195.603

Financieringsopbrengsten

6

14.934

21.496

20.572

Financieringskosten

6

(95.541)

(91.553)

(119.803)

Netto financieringskosten

(80.607)

(70.057)

(99.231)

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

25

22.976

10.917

16.460

Winst (verlies) vóór belastingen

(339.204)

475.182

112.832

Winstbelastingen

7

427

(1.944)

(602)

Winst (verlies) van de periode

(338.777)

473.238

112.230

Toerekenbaar aan:

Eigenaars van de Vennootschap

-

(338.777)

473.238

112.230

Winst/(verlies) per aandeel (gewoon)

15

(1,68)

2,25

0,52

Winst/(verlies) per aandeel (verwaterd)

15

(1,68)

2,25

0,52

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (gewoon)

15

201.677.981

210.193.707

216.029.171

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (verwaterd)

15

201.773.240

210.206.403

216.029.171


* Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Deze wijzigingen werden toegepast in 2021 om de vergelijkbaarheid in de sector te verbeteren. Het werd retrospectief toegepast en vergelijkbare informatie werd aangepast. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.

  De toelichtingen op blz. 9 t/m 103 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening. 



Financial report 2021

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020

2019

1 jan. -
31 dec., 2021

1 jan. -
31 dec., 2020

1 jan. -
31 dec., 2019

Winst (verlies) van de periode

(338.777)

473.238

112.230

Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening:

Herwaarderingen van verplichtingen (activa) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten

17

1.453

(97)

(1.223)

Posten die zijn of kunnen worden overgeboekt naar de winst-en verliesrekening:

Omrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten

6

(482)

636

(112)

Kasstroomafdekkingen - effectief deel van veranderingen in reële waarde

14

9.852

(2.873)

(1.885)

Aandeel van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatie in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

25

951

(2)

(720)

Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten,
na belastingen

11.774

(2.336)

(3.940)

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

(327.003)

470.902

108.290

Toerekenbaar aan:

Eigenaars van de Vennootschap

(327.003)

470.902

108.290

 De toelichtingen op blz. 9 t/m 103 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.



7

8

Euronav

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

(in duizenden USD)

Toelichting

Kapitaal

Uitgifte-
premies

Omrekenings-
verschillen

Per 1 januari 2019 *

239.148

1.702.549

411

Winst (verlies) van de periode

-

Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belastingen

-

(112)

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

(112)

Transacties met eigenaars van de Vennootschap

Dividenden

-

Aankoop eigen aandelen

14

Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap

Per 31 december 2019

239.148

1.702.549

299

Per 1 januari 2020

239.148

1.702.549

299

Winst (verlies) van de periode

-

Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belastingen

-

636

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

636

Transacties met eigenaars van de Vennootschap

Dividenden

14

Aankoop eigen aandelen

14

Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap

Per 31 december 2020

239.148

1.702.549

935

Toelichting

Kapitaal

Uitgifte-

premies

Omrekenings-

verschillen

Per 1 januari 2021

239.148

1.702.549

935

Winst (verlies) van de periode

-

Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belastingen

-

(482)

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

(482)

Transacties met eigenaars van de Vennootschap

Dividenden

14

Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap

Per 31 december 2021

239.148

1.702.549

453

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering. Onder deze benadering, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast.


De toelichtingen op blz. 9 t/m 103 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

Financial report 2021

9

Afdekkings-
reserve

Eigen aandelen

Overgedragen resultaten

Totaal eigen vermogen

(2.698)

(14.651)

335.764

2.260.523

112.230

112.230

(1.885)

(1.943)

(3.940)

(1.885)

110.287

108.290

(25.993)

(25.993)

(30.965)

(30.965)

(30.965)

(25.993)

(56.958)

(4.583)

(45.616)

420.058

2.311.855

(4.583)

(45.616)

420.058

2.311.855

473.238

473.238

(2.873)

(99)

(2.336)

(2.873)

473.139

470.902

(352.483)

(352.483)

(118.488)

(118.488)

(118.488)

(352.483)

(470.971)

(7.456)

(164.104)

540.714

2.311.786

Afdekkings-

reserve

Eigen
aandelen

Overgedragen resultaten

Totaal eigen vermogen

(7.456)

(164.104)

540.714

2.311.786

(338.777)

(338.777)

9.852

2.404

11.774

9.852

(336.373)

(327.003)

(24.201)

(24.201)

(24.201)

(24.201)

2.396

(164.104)

180.140

1.960.582

10

Euronav

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020

2019

1 jan. - 31 dec., 2021

1 jan. - 31 dec., 2020

1 jan. -
31 dec., 2019

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten

Winst over het boekjaar

-

(338.777)

473.238

112.230

Aanpassingen voor:

386.903

357.720

405.823

Afschrijvingen materiële vaste activa

8

344.904

319.652

337.646

Afschrijvingen immateriële vaste activa

-

90

99

56

Provisies

-

(227)

(388)

(448)

Winstbelastingen

7

(427)

1.944

602

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

25

(22.976)

(10.917)

(16.460)

Netto financieringskosten

6

80.607

70.057

99.231

(Meer-)/minderwaarden op verkoop van materiële vaste activa

8

(15.068)

(22.727)

(14.804)

Mutaties in

(20.504)

180.576

(165.419)

Kaswaarborgen

10

8

(12.339)

(34)

Voorraden

11

6.745

107.602

(161.121)

Handelsvorderingen

12

(25.485)

85.830

(41.001)

Toe te rekenen opbrengsten

12

(331)

12.667

(3.051)

Over te dragen kosten

12

(1.285)

(263)

(2.078)

Overige vorderingen

10-12

4.070

(3.826)

22.393

Handelsschulden

18

(1.215)

4.490

6.471

Bezoldigingen en personeelsvoordelen

18

(3.689)

2.536

(2.282)

Toe te rekenen kosten

18

2.698

(10.675)

3.473

Over te dragen opbrengsten

18

(5.594)

(4.645)

10.028

Overige schulden

18

2.953

(148)

(806)

Provisie personeelsbeloningen

17

621

(653)

2.589

Betaalde winstbelastingen

-

12

78

(993)

Betaalde rente

6-19

(60.999)

(56.084)

(98.852)

Ontvangen rente

6-12

3.425

6.723

6.602

Ontvangen dividenden van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

25

4.635

7.534

12.600

Nettokasstroom uit (gebruikt in) bedrijfsactiviteiten

(25.305)

969.785

271.991

Financial report 2021

11

Toelichting

2021

2020

2019

1 jan. - 31 dec., 2021

1 jan. - 31 dec., 2020

1 jan. -
31 dec., 2019

Aankoop van schepen en schepen in aanbouw

8

(413.062)

(224.904)

(7.024)

Verkoop van schepen

8

55.844

78.075

86.235

Aankoop van overige materiële vaste activa en vooruitbetalingen

8

(142)

(285)

(1.015)

Aankoop van immateriële vaste activa

-

(115)

(221)

(14)

Verkoop van overige (im)materiële vaste activa

8

30

Leningen van (aan) verbonden partijen

25

2.242

26.443

(31.713)

Verkoop van (verworven) aandelen in ondernemingen volgens vermogensmutatiemethode

25

2.000

(4.000)

Opbrengsten uit financiële leasing

1.987

1.786

1.251

Nettokasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten

(353.246)

(117.106)

43.750

(Aankoop van) opbrengsten uit de verkoop van eigen aandelen

14

(118.488)

(30.965)

Opbrengsten uit nieuwe leningen

16

1.509.580

893.827

1.099.701

Aflossingen van opgenomen leningen

16

(726.032)

(994.989)

(1.318.398)

Aflossingen van commercial paper

16

(303.426)

(359.295)

Aflossingen van verkoop en leaseback

16

(22.667)

(22.853)

124.425

Aflossingen van financiële lease verplichtingen

16

(54.928)

(37.779)

(30.214)

Transactiekosten verbonden aan nieuwe leningen

16

(4.422)

(8.083)

(9.721)

Betaalde dividenden

14

(24.212)

(352.041)

(26.015)

Nettokasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten

373.893

(999.701)

(191.187)

Netto-opname (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten

(4.658)

(147.022)

124.554

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar

13

161.478

296.954

173.133

Valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen

-

(4.292)

11.546

(733)

Geldmiddelen en kasequivalenten per einde van de periode

13

152.528

161.478

296.954

De toelichtingen op blz. 9 t/m 103 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.





12

Euronav

Toelichtingen bij de geconsolideerde rekeningen voor het jaar afgesloten op 31 december 2021


Toelichting 1 - Belangrijkste waarderingsgrondslagen

Toelichting 2 - Gesegmenteerde informatie

Toelichting 3 - Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Toelichting 4 - Omzet en andere bedrijfsopbrengsten

Toelichting 5 - Kosten voor scheepvaartactiviteiten en overige kosten
van operationele activiteiten

Toelichting 6 - Netto financieringskosten

Toelichting 7 - Winstbelastingen

Toelichting 8 - Materiële vaste activa

Toelichting 9 - Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

Toelichting 10 - Langlopende vorderingen

Toelichting 11 - Voorraad bunkers

Toelichting 12 - Handels- en overige vorderingen - kortlopend

Toelichting 13 - Geldmiddelen en kasequivalenten

Toelichting 14 - Eigen vermogen

Toelichting 15 - Resultaat per aandeel

Toelichting 16 - Interestdragende leningen en financieringen

Toelichting 17 - Personeelsbeloningen

Toelichting 18 - Handels- en overige schulden

Toelichting 19 - Financiële instrumenten - Markt- en andere risico's

Toelichting 20 - Leasing

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen

Toelichting 22 - Verbonden partijen

Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

Toelichting 24 - Groepsvennootschappen

Toelichting 25 - Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Toelichting 26 - Belangrijkste wisselkoersen

Toelichting 27 - Honoraria audit

Toelichting 28 - Gebeurtenissen na balansdatum

Toelichting 29 - Verklaring over het getrouw beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe overzicht in het jaarverslag


13

Financial report 2021

14

Euronav

Toelichting 1 - Belangrijkste waarderingsgrondslagen

1.Rapporterende entiteit

Euronav N.V. (de “Vennootschap”) is een vennootschap gevestigd in België. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap bevindt zich op de Gerlachekaai 20, 2000 Antwerpen, België. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap omvat de rekeningen van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (gezamenlijk naar verwezen als de “Groep”) en de belangen van de Groep in geassocieerde ondernemingen en in joint venture vennootschappen. 

Euronav NV is een volledig geïntegreerde leverancier van internationale maritieme scheepvaart en offshore diensten met betrekking tot het transport en de opslag van ruwe aardolie. De Vennootschap werd opgericht naar Belgisch recht op 26 juni 2003 en ontstond uit drie bedrijven die een sterke aanwezigheid hadden in de scheepvaart; Compagnie Maritime Belge NV, ofwel CMB, opgericht in 1895, Compagnie Nationale de Navigation SA, ofwel CNN, opgericht in 1938, en Ceres Hellenic opgericht in 1950. De Vennootschap ging van start met zaken doen onder de naam “Euronav” in 1989 wanneer het initieel opgericht werd als de internationale tankerrederij van CNN. Euronav NV fuseerde in 2018 met Gener8 Maritime Inc, die een 100% dochteronderneming werd van Euronav NV. Door de fusie heeft Euronav NV een operationele vloot van meer dan 70 tankers en is het 's werelds grootste onafhankelijke ruwe olietankerrederij eigenaar en operator in de wereld.

Euronav NV verhuurt zijn schepen aan toonaangevende internationale energiebedrijven. De Vennootschap streeft een gebalanceerde chartering strategie na door het inzetten van zijn schepen in een combinatie van spotmarkt reizen, mede via Tankers International (TI) Pool en ook onder vaste rente contracten en lange-termijn charters, die vaak een winstdelingscomponent bevatten.

Een spotmarkt reischarter is een contract om een specifieke lading te vervoeren van een laadhaven naar een loshaven aan een overeengekomen vrachtprijs per ton of een specifiek totaal bedrag. Onder spotmarkt reischarters, betaalt de Vennootschap zelf de reiskosten zoals haven-, kanaal- en bunkerkosten. Spotcharter tarieven zijn historisch gezien volatiel geweest en fluctueren te wijten aan seizoenschommelingen, evenals de algemene dynamiek in vraag en aanbod in de sector van zeevervoer van ruwe olie. Hoewel de inkomsten van de Vennootschap opgeleverd in de spotmarkt minder voorspelbaar zijn, gelooft de Vennootschap dat de blootstelling aan deze markt hun de mogelijkheid biedt om betere winstmarges vast te leggen gedurende periodes wanneer de vraag naar vervoer het aanbod overtreft, resulterend in verbeteringen in tanker vrachttarieven. De

Vennootschap gebruikt en beheert commercieel voornamelijk hun VLCCs via de TI Pool, een toonaangevende spotmarkt-georiënteerde VLCC pool waarin andere scheepseigenaars met schepen van vergelijkbare grootte en kwaliteit deelnemen samen met de Vennootschap. De Vennootschap nam deel in de oprichting van de TI Pool in 2000 om hunzelf en andere TI Pool deelnemers, bestaande uit externe eigenaars en reders van schepen van vergelijkbare grootte, toe te laten om te profiteren van schaalvoordelen, een hogere informatie-uitwisseling, logistieke efficiëntie en maximaler scheepsgebruik.

Tijdsbevrachtingscontracten voorzien de Vennootschap van een vaste en stabiele kasstroom voor een vastgestelde termijn. Tijdsbevrachtingscontracten kunnen de Vennootschap helpen in het deels verminderen van hun blootstelling aan de spotmarkt die vaak volatiel van aard blijkt te zijn, seizoengevoelig en algemeen zwakker in het tweede en derde kwartaal van het jaar te wijten aan sluitingen van raffinaderijen en gerelateerd aan onderhoud tijdens de warmere zomermaanden. Wanneer de cyclus afloopt of om opportunistische redenen, kan de Vennootschap meer van haar schepen onder tijdsbevrachtingscontracten inzetten indien de beschikbare tarieven voor tijdsbevrachting toenemen. De Vennootschap kan ook tijdsbevrachtingscontracten afsluiten met winstdelingsregelingen, waarvan de Vennootschap gelooft dat zij hen voordeel zullen opleveren indien de spotmarkt een basis chartertarief overschrijdt, berekend door ofwel het delen van de subcharter winsten van de bevrachter of door referentie naar een marktindex en in overeenstemming met een formule voorzien in het van toepassing zijnde chartercontract.

De Vennootschap zet momenteel haar twee FSOs in als drijvende opslageenheden in het kader van een dienstverleningscontract met North Oil Company, in de offshore dienstensector.


2. Gehanteerde boekhoudkundige grondslagen

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) welke door de International Accounting Standards Board (IASB) werden gepubliceerd en op 31 december 2021 door de Europese Unie werden aanvaard.

Wijzigingen in belangrijke waarderingsgrondslagen worden beschreven in waarderingsregel 7. Alle andere waarderingsgrondslagen werden consistent toegepast voor alle gepresenteerde perioden in de geconsolideerde jaarrekening, tenzij anders vermeld.

Financial report 2021

15

De financiële rekeningen werden op 14 april 2022 door de Raad van Bestuur voor publicatie goedgekeurd.

3. Gehanteerde waarderingsgrondslagen

De geconsolideerde rekeningen worden opgesteld op basis van de historische kostprijs met uitzondering van de volgende materiële activa en passiva:

Afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd tegen de reële waarde

Activa aangehouden voor verkoop erkend aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, indien deze lager is dan de boekwaarde


4. Functionele en rapporteringsvaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in USD, de functionele en rapporteringsvaluta van de Groep. Alle financiële informatie getoond in USD is afgerond naar het eerstvolgende duizendtal tenzij anders aangegeven.

5. Gebruik van ramingen en veronderstellingen

Bij de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS moet het management beoordelingen, ramingen en veronderstellingen maken die de toepassing van de waarderingsregels beïnvloeden, evenals de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, inkomsten en uitgaven.

De ramingen en de daarmee verband houdende veronderstellingen zijn gebaseerd op historische ervaring en verschillende andere factoren die verondersteld worden redelijk te zijn in de omstandigheden. Zij vormen de basis om de boekwaarden van activa en passiva te beoordelen die niet rechtstreeks uit andere bronnen waarneembaar zijn. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze ramingen.

De ramingen en onderliggende veronderstellingen worden constant herzien. Herzieningen van de boekhoudkundige ramingen worden geboekt in de periode waarin de raming wordt herzien op voorwaarde dat de herziening enkel die periode treft, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes als de herziening zowel de huidige als toekomstige periodes treft.

A. Ramingen

Informatie met betrekking tot de kritische ramingen van de waarderingsregels die de meest significante impact hebben

op de gewaardeerde cijfers in de geconsolideerde rekeningen kunnen teruggevonden worden in de volgende toelichting:

Toelichting 8 – Waardevermindering; en

Toelichting 20 - Leasetermijn: Of de Groep redelijkerwijze zeker is om opties uit te oefenen ter hernieuwing, beëindiging of aankoop.


B. Veronderstellingen en inschatting onzekerheden

Informatie met betrekking tot veronderstellingen en inschattingen van onzekerheden die een significant risico inhouden voor materiële aanpassingen in het komende financiële jaar kunnen teruggevonden worden in de volgende toelichtingen:

Toelichting 8 - Wijzigingen in de afschrijvingspolitiek: herwaardering van de restwaarde van schepen onder IFRS. Historisch was het afschrijvingsbeleid van de Groep van oudsher een lineaire afschrijving over twintig jaar tot nulwaarde. Periodiek beoordeelt de Groep de gegrondheid van dit beleid, rekeninghoudend met feiten en omstandigheden.
Als onderdeel van haar 2021 herziening, heeft de Groep haar methode ter bepaling van de restwaarde van haar schepen, een boekhoudkundige inschatting, opnieuw beoordeeld in overeenstemming met haar grondslag voor financiële verslaggeving. De Groep heeft rekening gehouden met haar voortdurende focus op duurzaamheid, recente trends in de staalindustrie en de richting waarin de sector zich zal ontwikkelen. Meer bepaald heeft de Groep de verbintenis van de staalindustrie om koolstof neutraal te zijn in 2050 en de gevolgen daarvan voor staalschroot overwogen. Staalschroot is gemakkelijk herbruikbaar en oneindig recycleerbaar, en alle scenario's die leiden tot koolstofneutraliteit in 2050 zullen waarschijnlijk leiden tot een groter verbruik van staalschroot, aangezien het gebruik van staalschroot voor de productie van eindproducten in plaats van metaalerts leidt tot een lagere uitstoot van broeikasgassen.
Het recycleren van staalschroot afkomstig van afgedankte schepen helpt ook de lucht- en waterverontreiniging te verminderen. Dit wijst erop dat er waarschijnlijk een voortdurende behoefte aan staalschroot zal zijn. De kosten van recycling van een schip, met inachtneming van het milieu en de veiligheid van de werknemers op gespecialiseerde werven, zijn moeilijk te voorspellen, aangezien de voorschriften en goede industriële praktijken in de loop van de tijd drastisch kunnen veranderen.

16

Euronav

Om een indicatieve restwaarde bepaling  van haar schepen te bekomen, houdt de Groep rekening  met de recente tendensen in de staalindustrie en de impact daarvan op de vooruitzichten voor de toekomstige vraag naar staalschroot alsook met kosten die veroorzaakt worden om een schip uit de vloot te nemen, de zogenoemde verwijderingskosten, waaronder de herpositionering van het schip, provisies en voorbereidingskosten,
Vorig jaar heeft de marktprijs van staalschroot een ongekend hoge waarde bereikt, en dit meer dan 600 USD per ton leeggewicht (LDT). In haar vorige beoordelingen was de Groep van mening dat tegen de tijd dat de schepen aan het einde van hun nuttige levensduur zijn, hun restwaarde waarschijnlijk gelijk zou zijn aan hun verwijderingskosten. Dit blijkt echter niet langer het geval te zijn en dit heeft geleid tot een nieuwe beoordeling door het management. Dit resulteerde in een inschatting van de restwaarde van de schepen van nihil, netto, naar een restwaarde gelijk aan de leeggewicht tonnage van elk schip vermenigvuldigd met een verwachte schrootwaarde per ton verminderd met verwijderingskosten.
De schrootwaarde per ton wordt geraamd aan de hand van het historische gemiddelde van de marktprijzen van staalschroot over een tijdshorizon van vier jaar, rekening houdend met eventuele significante gevolgen van (veranderingen in) wereldwijde recyclingvoorschriften (EU-voorschriften versus andere) en ontwikkelingen, die jaarlijks aan het einde van het jaar wordt geactualiseerd. Deze herbeoordeling zal prospectief van toepassing zijn vanaf 31 december 2021 en heeft geen significante impact in de jaarrekening van 2021. De impact op de geconsolideerde staat van winst of verlies voor het jaar eindigend op 31 december 2022 zal ongeveer 100 miljoen USD lagere afschrijvingen zijn op basis van de samenstelling van de vloot per 31 december 2021.

Toelichting 8 – Test op bijzondere waardeverminderingen: Belangrijkste veronderstellingen onderliggend aan de realiseerbare waarde, en in het bijzonder de geraamde TCE, discontovoeten en restwaarde;

Toelichting 9 - Waardering van uitgestelde belastingvorderingen: Beschikbaarheid van belastbare winst waartegen verrekenbare tijdelijke verschillen en overdraagbare fiscale verliezen gebruikt kunnen worden en

Toelichting 20 - Leases: Belangrijke aannames onderliggend aan de lease schuld en het gebruiksrecht op de activa, bijvoorbeeld de leasetermijn, de lease betalingen en inschatting van de restwaardegarantie.

De belangrijkste assumpties en boekhoudkundige inschattingen die gebruikt werden om de gerapporteerde bedragen te ondersteunen van activa en passiva, inkomsten en uitgaven, werden op regelmatige basis herzien en indien nodig aangepast tijdens 2021. De voornaamste veronderstellingen,

inschattingen en assumpties die door COVID-19 zouden beïnvloed kunnen worden, zijn:

Toelichting 8 - Test op bijzondere waardeverminderingen: De boekwaarde van de schepen wordt geëvalueerd om te bepalen of een indicatie voor waardevermindering bestaat. Geen waardevermindering is vereist indien de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid hoger is dan de boekwaardes.

De bunkers op de Oceania en de schepen worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van kostprijs of netto-opbrengstwaarde. In 2021 werd voor onze vloot een positieve EBITDA gerealiseerd en de Groep verwacht voor 2022 hetzelfde op basis van de voorspelde TCE-tarieven, die eveneens gebruikt werden in de analyse van de bijzondere waardevermindering. 

Voorzieningen voor te verwachte kredietverliezen: In overeenstemming met IFRS 9, de Groep erkent te verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen volgens de volgende vereenvoudigde aanpak. Levensduur te verwachte kredietverliezen worden erkend voor handelsvorderingen, exclusief terugvorderbare BTW bedragen. Op basis van het betalingsgedrag van de klant, werden er geen significante additionele voorzieningen voor te verwachte kredietverliezen erkend per 31 december 2021.


Afhankelijk van hoe de COVID-19 pandemie verder evolueert, kunnen mogelijke wijzigingen in deze opvattingen gebeuren in 2022.

Waardering tegen reële waarde

Een aantal van de boekhoudprincipes en toelichtingen van de Groep vereisen de bepaling van de reële waarde voor zowel financiële als niet-financiële activa en schulden.

De Groep heeft een geïntegreerd intern controlekader opgericht met betrekking tot de bepaling van de reële waardes. Dit omvat een waarderingsteam dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op alle significante reële waarde bepalingen, inclusief niveau 3 bepalingen, en dat rechtstreeks aan de CFO rapporteert.

Het waarderingsteam beoordeelt op regelmatige tijdstippen de significante niet-waarneembare inputs en aanpassingen aan de waardebepalingen. Wanneer informatie van derden, zoals bijvoorbeeld noteringen van handelaren of prijzen die op een actieve markt genoteerd zijn, gebruikt wordt, zal het waarderingsteam de verkregen bewijsmiddelen van derden beoordelen ter controle dat deze waarderingen voldoen aan de IFRS vereisten, inclusief de reële waarde hiërarchie. Belangrijke waarderingsproblemen worden gerapporteerd aan het Auditcomité van de Groep.

17

Financial report 2021

Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of schuld, gebruikt de Groep waarneembare marktgegevens in de mate van het mogelijke. De reële waarden worden ingedeeld in verschillende niveaus volgens een reële waarde hiërarchie, gebaseerd op de belangrijkste inputs die gebruikt werden bij de toepassing van de waardebepalingstechniek.

Niveau 1: op basis van de genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa en passiva in actieve markten.

Niveau 2: inputs andere dan genoteerde prijzen inbegrepen in Niveau 1 die waarneembaar zijn voor de activa of passiva, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen) of onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen).

Niveau 3: de inputs die gebruikt worden bij de toepassing van de waardebepalingstechniek zijn niet gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare inputs).


Wanneer inputs gebruikt bij de toepassing van de waardebepalingstechniek van een activa of passiva ondergebracht kunnen worden in verschillende niveaus van de reële waarde hiërarchie, wordt de volledige reële waarde ondergebracht in hetzelfde niveau van de laagst ingeschaalde input die significant is bij de waardebepalingstechniek.

De Groep verwerkt eventuele herrubriceringen tussen verschillende niveaus in de reële waarde hiërarchie, op het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan.

Deze wijzigingen zijn met terugwerkende kracht toegepast voor de laatste drie jaar en de vergelijkende informatie is herzien:

Per 31 december 2020

In duizenden USD

Zoals voorheen gerapporteerd

Wijzigingen

Zoals herzien

Omzet

1.230.750

(20.409)

1.210.341

Operationele kosten schepen

(210.634)

(7.756)

(218.390)

Algemene en administratieve kosten

(65.498)

28.165

(37.333)

Winst (verlies) van de periode

473.238

473.238

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

470.902

470.902

Per 31 december  2019

In duizenden USD

Zoals voorheen gerapporteerd

Wijzigingen

Zoals herzien

Omzet

932.377

(17.666)

914.711

Operationele kosten schepen

(211.795)

(6.709)

(218.504)

Algemene en administratieve kosten

(66.890)

24.375

(42.515)

Winst (verlies) van de periode

112.230

112.230

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de periode

108.290

108.290

Verdere informatie omtrent de gebruikte waarderingsregels bij het waarderen van de reële waarden is opgenomen in de volgende toelichtingen:

Toelichting 3 - Activa en passiva aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten;

Toelichting 19 - Financiële instrumenten

Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten


6. Wijzigingen in de rapportering

Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de geconsolideerde winst- en verliesrekening te verbeteren, heeft de Groep besloten bepaalde kostenelementen te herclassificeren. Deze vrijwillige wijziging is doorgevoerd in 2021 om de vergelijkbaarheid binnen de sector te verbeteren. Rekening houdend met IAS 1 en IAS 8 hebben de volgende herclassificaties plaatsgevonden:

De betaalde beheervergoeding aan Tankers International Ltd (TI) is overgeboekt van de algemene en administratieve kosten naar omzet

De ontvangen bijdrage van de Franse vlag is overgeboekt van omzet naar operationele kosten schepen

Scheepsmanagement is uit de algemene en administratieve kosten overgebracht naar operationele kosten schepen


18

Euronav

Deze aanpassingen hadden geen invloed op het nettoresultaat en bijgevolg ook niet op de gewone en verwaterde winst per aandeel.


7. Wijzigingen in de waarderingsregels

Met uitzondering van de onderstaande wijziging, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving die zijn toegepast bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2021 consistent met de grondslagen die zijn toegepast bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2020. Een aantal nieuwe standaarden zijn van kracht vanaf 1 januari 2021, maar heeft geen materieel effect op de jaarrekening van de Groep.

Hervorming van de referentierentevoet (Wijzigingen aan IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7):

De wijzigingen verduidelijken dat entiteiten bepaalde vereisten inzake hedge accounting zouden blijven toepassen in de veronderstelling dat de rente-benchmark waarop de afgedekte kasstromen en de kasstromen uit het afdekkingsinstrument zijn gebaseerd, niet zal worden gewijzigd als gevolg van de hervorming van de rente-benchmark. In dat verband heeft de Groep onderzocht wat de gevolgen zouden kunnen zijn onder IFRS 9, IAS 39, IFRS 7 en 16. De Groep zal de vereisten inzake hedge accounting blijven toepassen, aangezien wij ervan uitgaan dat de rente-benchmark waarop de afgedekte kasstromen en de kasstromen uit het afdekkingsinstrument gebaseerd zijn, zal

worden gewijzigd (op basis van de hervorming) maar effectief zal blijven. Voor wat betreft Euronav's leningen op basis van een vlottende rente, maken wij gebruik van renteswaps en caps met dezelfde looptijd, zodat er geen timing mismatch zou mogen bestaan. Dezelfde risicobeheersingsstrategie zal worden toegepast, zodat de timing overeenkomt. Voor de berekening van de leaseverplichtingen wordt de marginale rentevoet gebruikt als disconteringsvoet - in de toekomst zal dezelfde aanpak worden gehanteerd. Voor de desbetreffende grondslag voor financiële verslaglegging, zie 10.3. Meer in het bijzonder merken wij op dat de nieuwe termijnleningen die in 2021 werden afgesloten, in overeenstemming zijn met de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) terugval-methode, waarbij de variabele LIBOR-referentie wordt vervangen door een dagelijks samengestelde SOFR. Zowel de swaps als de leningen zullen op deze manier overgaan, waarbij de LIBOR in de lening of het variabele gedeelte in de swap op de eerstvolgende vaststellingsdatum na juni 2023 wordt gewijzigd.

8. Consolidatiegrondslagen

8.1. Bedrijfscombinaties

De Groep verwerkt bedrijfscombinaties gebruik makend van de overnamemethode wanneer de verworven set van activiteiten en activa voldoet aan de definitie van een business en de Groep controle verkrijgt. De Groep heeft zeggenschap over een deelneming wanneer ze is blootgesteld aan, of rechten heeft op, veranderlijke opbrengsten uit hoofde van

Financial report 2021

19

haar betrokkenheid, en over de mogelijkheid beschikt om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de deelneming. Bij het bepalen of een specifieke set van activiteiten en activa een business is, beoordeelt de Groep of de set van activa en activiteiten op zijn minst een input en substantiële processen omvat en of de verworven set de mogelijkheid heeft om resultaten op te leveren. De Groep heeft een optie om een 'concentratietest' toe te passen die een vereenvoudigde beoordeling toelaat of een verworven set van activiteiten en activa een business is of niet. Er wordt aan de optionele concentratietest voldaan indien de reële waarde van nagenoeg alle verworven bruto-activa zich concentreert in een individuele identificeerbare activa of groep van vergelijkbare identificeerbare activa.

Voor overnames bepaalt de Groep goodwill op de overnamedatum als volgt:

De reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus

Het bedrag van enig minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus in een bedrijfscombinatie die in verschillende fasen wordt gerealiseerd, de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang van de overnemende partij in de overgenomen partij; verminderd met

Het netto saldo (doorgaans de reële waarde) van de vastgestelde bedragen van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen.

Indien het verschil negatief is, wordt de winst op voordelige koop direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.

In de overgedragen vergoeding is geen bedrag opgenomen voor de afwikkeling van bestaande relaties. Een dergelijk bedrag wordt in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen. Transactiekosten, andere dan deze verbonden met de uitgifte van schulden of aandelen, worden door de Groep in kost genomen wanneer zij worden gemaakt. De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt er geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In andere gevallen worden wijzigingen na eerste opname in de winst- en verliesrekening opgenomen.

8.2. Acquisities van minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen worden opgenomen ten bedrage van het overeenkomstig deel van de netto-activa van de dochteronderneming op de datum van verwerving. Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in een dochtermaatschappij die niet tot een verlies van zeggenschap van de Groep over de dochtervennootschap leiden, worden verwerkt als eigen-vermogenstransacties.

8.3. Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn deze welke door de Vennootschap gecontroleerd worden. De Groep heeft controle over een onderneming wanneer ze blootgesteld is aan, of rechten heeft op, veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid en over de mogelijkheid beschikt om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de onderneming. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen zijn in de consolidatie opgenomen vanaf de datum waarop de controle begint tot de datum waarop de controle eindigt.

8.4. Verlies van beleidsbepalende zeggenschap

Bij verlies van zeggenschap over de dochteronderneming worden de activa en verplichtingen van die dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochteronderneming samenhangende vermogenscomponenten niet langer in de balans verantwoord. Het eventuele overschot of tekort wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Indien de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord op de datum dat er niet langer sprake

Euronav

20

was van zeggenschap. Vervolgens wordt dit belang verwerkt als een investering verwerkt volgens de vermogensmutatie, of als een financieel actief gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in winst- en verliesrekening, afhankelijk van de invloed die de Groep behoudt.

8.5. Investeringen verwerkt volgens de equity methode

Het aandeel van de Groep in investeringen verwerkt volgens equity methode bestaat uit investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin de Groep een invloed van betekenis uitoefent op de financiële en operationele beleidslijnen, doch geen controle of gezamenlijke controle. Joint venture vennootschappen zijn vennootschappen wiens activiteiten evenredig door de Groep gecontroleerd worden, waarbij de Groep recht heeft op nettovermogen van de overeenkomst.

Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden verwerkt volgens de equity methode. De eerste opname gebeurt aan kostprijs, inclusief transactiekosten. Na de eerste opname, omvatten de geconsolideerde rekeningen het aandeel van de Groep in het totaal van de gerealiseerde

en niet-gerealiseerde resultaten van de investeringen verwerkt volgens equity-methode, tot de datum waarop de invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap eindigt.

De belangen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, met inbegrip van langetermijninteresten, die in wezen deel uitmaken van de investering van de Groep in deze geassocieerde ondernemingen of joint ventures, omvatten ongedekte aandeelhoudersleningen waarvan de afwikkeling noch gepland, noch waarschijnlijk is in de voorzienbare toekomst, waardoor deze een uitbreiding op de investering van de Groep in deze geassocieerde ondernemingen en joint ventures zijn. Wanneer het aandeel van de Groep in het verlies de deelneming in een geassocieerde onderneming overschrijdt, wordt de boekwaarde tot nul herleid en worden toekomstige verliezen niet meer in rekening gebracht, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.

8.6. Bij consolidatie geëlimineerde transacties

Saldi en transacties tussen groepsondernemingen, evenals alle niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen groepsondernemingen worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekeningen geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde ondernemingen en joint venture vennootschappen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in deze entiteit. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde manier geëlimineerd als de niet-gerealiseerde winsten, maar enkel voor zover er geen indicatie is dat er een bijzondere waardevermindering bestaat.

9. Vreemde valuta

9.1 Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden in USD omgerekend aan de geldende wisselkoers op datum van de transactie. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta op balansdatum worden omgezet in USD aan de op die datum geldende wisselkoers. Niet-monetaire activa en passiva uitgedrukt aan historische kostprijs in een vreemde munt worden omgerekend aan de wisselkoers van de dag van de transactie.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de resultatenrekening opgenomen. Echter, wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de volgende items worden verwerkt in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten:

Een financiële schuld aangewezen als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit in de mate dat de afdekking effectief is; en

Financial report 2021

21

Kwalificerende kasstroomafdekkingen in de mate dat de afdekkingen effectief zijn.


9.2 Buitenlandse activiteiten

De activa en passiva van de buitenlandse activiteiten, inclusief de goodwill en aanpassingen naar de reële waarde in consolidatie, worden omgerekend naar USD aan de op de balansdatum geldende wisselkoers. Opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden omgerekend naar USD aan koersen die de wisselkoersen, geldig op de data van de transacties, benaderen.

Omrekeningsverschillen worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Bij verkoop van een buitenlandse activiteit - gedeeltelijk of volledig - worden de overeenstemmende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de nettowinst of het nettoverlies voor de periode.

10. Financiële instrumenten

Opname en eerste waardering

Vorderingen, uitgegeven schuldbewijzen en achtergestelde leningen worden bij eerste opname verwerkt op de datum waarop deze zijn ontstaan. Bij alle overige financiële activa en financiële verplichtingen (inclusief verplichtingen die zijn aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten) vindt de eerste opname plaats op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.

Een financieel actief (tenzij het een handelsvordering is zonder een significante financieringscomponent die initieel gewaardeerd werd aan transactieprijs) wordt initieel gewaardeerd aan reële waarde plus, voor een item dat niet gewaardeerd wordt aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening, transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan haar acquisitie of uitgave.

Financiële verplichtingen worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde minus eventuele direct toerekenbare transactiekosten.

De reële waardes van beursgenoteerde beleggingen zijn gebaseerd op de huidige genoteerde prijzen. Indien de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Dit zijn onder meer recente transacties met derden, andere instrumenten met gelijksoortige kenmerken, verdisconteerde kasstroomanalyse en optiewaarderingsmodellen om recht te doen aan de specifieke omstandigheden van de emittent.

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het resulterende nettobedrag wordt uitsluitend in de balans gepresenteerd indien de Groep een wettelijk afdwingbaar recht heeft op deze saldering en indien zij voornemens is om te salderen op nettobasis dan wel het actief en de verplichting gelijktijdig te realiseren.

10.1. Financiële activa

Classificatie en waardering

Op het moment van eerste opname wordt een financieel actief geclassificeerd als gewaardeerd aan: geamortiseerde kostprijs, reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten - schuldinstrument, reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten - vermogensinstrument; of reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening. De classificatie van financiële activa onder IFRS 9 is algemeen gebaseerd op het business model waarin een financieel actief wordt beheerd en haar contractuele kasstroomkarakteristieken.

Financiële activa worden niet geherclassificeerd na hun eerste opname tenzij de Groep haar businessmodel wijzigt om financiële activa te managen, in welk geval alle getroffen financiële activa geherclassificeerd worden op de eerste dag van de eerste rapporteringsperiode volgende op de wijziging in het businessmodel.

Een financieel actief wordt gewaardeerd aan geamortiseerde kost indien aan beide van de volgende condities voldaan is en niet aangewezen is als reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening:

Het wordt aangehouden in een businessmodel waarvan het objectief is om activa aan te houden om contractuele kasstromen te innen; en

Haar contractuele bepalingen op gespecificeerde data leiden tot kasstromen die uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest op het uitstaande kapitaal.


Een schuldinstrument wordt gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten indien aan beide van de volgende condities voldaan is en niet aangewezen is als reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening:

22

Euronav

Het wordt aangehouden in een businessmodel waarvan het objectief is om zowel contractuele kasstromen te innen en financiële activa te verkopen; en

Haar contractuele bepalingen op gespecificeerde data leiden tot kasstromen die uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest op het uitstaande kapitaal.


Op het moment van eerste opname van een vermogensinstrument dat niet aangehouden wordt voor handelsdoeleinden, mag de Groep onherroepelijk besluiten om alle andere wijzigingen aan de reële waarden van de investering te presenteren in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Dit besluit kan gemaakt worden op basis van investering per investering.

Alle financiële activa niet geclassificeerd als gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs of reële waarde waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten zoals bovenaan beschreven worden gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening. Dit omvat alle afgeleide financiële activa. Bij de eerste opname, kan de Groep een financieel actief onherroepelijk aanduiden dat anders aan de vereisten voldoet om gewaardeerd te worden aan geamortiseerde kostprijs of aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening als dat het geval is, elimineert

of verlaagt aanzienlijk de kans dat er een boekhoudkundige mismatch optreedt die anders zou ontstaan.

Beoordeling of contractuele kasstromen uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest

Voor de doeleinden van deze beoordeling wordt het 'kapitaal' gedefinieerd als de reële waarde van het financieel actief bij de eerste opname. 'Interest' wordt gedefinieerd als de vergoeding voor de tijdswaarde van geld en voor het kredietrisico geassocieerd met het uitstaande kapitaal tijdens een specifieke periode en voor de overige basis kredietverleningsrisico's en kosten (nl. liquiditeitsrisico en administratieve kosten), alsook een winstmarge.

Bij het beoordelen of de contractuele kasstromen uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest, neemt de Groep de contractuele bepalingen van het instrument inacht. Dit omvat het beoordelen of de financiële activa een contractuele bepaling bevat die de timing of bedrag van de contractuele kasstromen kan wijzigen zodat het niet meer aan deze voorwaarde kan voldoen. Bij het maken van deze beoordeling, neemt de Groep inacht:

Onzekere gebeurtenissen die het bedrag of timing van de kasstromen zou wijzigen;

Bepalingen die de contractuele couponrente kunnen wijzigen, inclusief kenmerken van variabele rentevoeten;

Voorafbetaling en uitbreidingskenmerken; en

Bepalingen die de aanspraak van de Groep op kasstromen van specifieke activa kan beperken.


Het kenmerk van voorafbetalingen is consistent met de exclusieve betalingen van kapitaal en interest criteria indien het voorafbetalingsbedrag substantieel de niet betaalde bedragen van kapitaal en interesten op het uitstaande bedrag van kapitaal vertegenwoordigt, die een aanvaardbare additionele compensatie kan bevatten voor vroegtijdige beëindiging van het contract. Bijkomstig, voor een financieel actief verworven met een korting of premie op haar contractueel nominaal bedrag, een kenmerk dat voorafbetaling toelaat of vereist met een bedrag dat substantieel het contractueel nominaal bedrag vertegenwoordigt plus opgebouwde (maar niet betaalde) contractuele interesten (die ook een aanvaardbare additionele compensatie omvat voor vroegtijdige beëindiging) wordt consistent met dit criteria behandeld indien de reële waarde van het voorafbetalingskenmerk niet significant is op moment van eerste opname. 

Financial report 2021

23

Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening

Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde. Netto winsten en verliezen, inclusief interest of dividendinkomsten, worden opgenomen in winst of verlies.

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs gebruik makend van de effectieve interestmethode. De geamortiseerde kost wordt verlaagd door waarderingsverliezen (zie waarderingsregel 13). Interestinkomsten, wisselkoerswinsten en -verliezen en waardeverminderingen worden opgenomen in winst of verlies.

Schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde. Interestinkomsten berekend gebruik makend van de effectieve interestmethode, wisselkoerswinsten en -verliezen en waardeverminderingen worden opgenomen in winst of verlies. Overige netto winsten en verliezen worden opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Bij het niet langer opnemen in de balans, worden geaccumuleerde winsten en verliezen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geherclassificeerd naar winst of verlies.

Vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde. Dividenden worden opgenomen als inkomsten in winst of verlies tenzij het dividend duidelijk een recuperatie vertegenwoordigt als deel van de kosten van de investering. Overige netto winsten en verliezen worden opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en worden nooit geherclassificeerd naar winst of verlies.

Niet langer opnemen in de balans

De Groep neemt een financieel actief niet langer op als de contractuele rechten op de kasstromen van het actief verlopen, of indien het de rechten om de contractuele kasstromen te ontvangen transfereert in een transactie waarin nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief getransfereerd worden of waarin de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van een overgedragen actief noch overdraagt, noch behoudt, en het geen controle behoudt op het financieel actief.

De Groep gaat transacties aan waarbij het activa die opgenomen zijn in de balans transfereert maar waarbij het ofwel alle of nagenoeg alle risico's en voordelen van de getransfereerde activa behoudt. In deze gevallen worden de getransfereerde activa niet van de balans verwijderd. Elk belang in zulke getransfereerde financiële activa dat gecreëerd of behouden werd door de Groep, wordt afzonderlijk als actief of verplichting opgenomen.


10.2. Financiële verplichtingen

Classificatie en waardering

Financiële verplichtingen zijn geclassificeerd als gewaardeerd tegen geamortiseerde kost of reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten.

Een financiële verplichting wordt geclassificeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten indien het geclassificeerd wordt als aangehouden voor handelsdoeleinden, indien het een afgeleide is of als het bij eerste opname als dusdanig is aangemerkt. Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd aan reële waarde en netto winsten en verliezen, inclusief interestkosten, opgenomen worden in de verlies- en winstrekening.

Overige financiële verplichtingen worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kost volgens de effectieve-

24

Euronav

rentemethode. Interestkosten en wisselkoerswinsten en -verliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Eventuele winsten of verliezen bij het niet langer opnemen wordt eveneens opgenomen in de winst- en verliesrekening.

De financiële verplichting gerelateerd aan de drie VLCCs onder de sale en leaseback-transactie aangegaan op 30 december 2019 (zie toelichting 16) wordt gewaardeerd aan geamortiseerde kost gebruik makend van de effectieve interestmethode. Het wordt geherwaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen voortvloeiend uit een wijziging in een index of tarief, indien er een wijziging is in de inschatting van de Groep omtrent de reële waarde van de getransfereerde activa aan het einde van de leaseperiode of indien de Groep haar beoordeling wijzigt of het de aankoopoptie zal uitoefenen.

Niet langer opnemen in de balans

De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op als de contractuele verplichtingen worden kwijtgescholden, geannuleerd, of verlopen. De Groep neemt een financiële verplichting ook niet langer op wanneer de voorwaarden gewijzigd zijn en de kasstromen van de gewijzigde verplichting substantieel anders zijn, in welk geval een nieuwe financiële verplichting gebaseerd op de gewijzigde voorwaarden erkend wordt aan reële waarde.

Bij het niet langer opnemen van een financiële verplichting, wordt het verschil tussen de boekwaarde die is gedelgd en de betaalde vergoeding (met inbegrip van overgedragen activa niet zijnde geldmiddelen of aangegane verplichtingen) opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-afgeleide financiële verplichtingen bestaan uit leningen en overige financieringsverplichtingen, rekening courant banken, handelsschulden en overige schulden.

Kortlopende bankschulden, die direct opeisbaar zijn en een integraal onderdeel vormen van het kasbeheer van de Groep, zijn opgenomen als onderdeel van liquide middelen en kredietinstellingen in het kasstroomoverzicht.

10.3. Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

De Groep maakt af en toe gebruik van afgeleide financiële instrumenten om zich in te dekken tegen marktschommelingen, wisselkoers- en renterisico’s voortvloeiend uit de operationele, financiële en investeringsactiviteiten.

Afgeleide financiële instrumenten worden initieel aan reële waarde gewaardeerd; transactiekosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn, worden onmiddellijk ten laste genomen als kost. Na de initiële waardering, worden alle financiële instrumenten geherwaardeerd aan reële waarde en wijzigingen hierin worden opgenomen in de verlies- en winstrekening.

De Groep heeft bepaalde derivaten aangeduid als afdekkingsinstrument om de variabiliteit in kasstromen af te dekken. De Groep heeft renteswaps en CAP-termijncontracten afgesloten om dit risico af te dekken (zie toelichting 14).

De Groep staat er voor in dat reële waardeafdekkingsinstrumenten afgestemd zijn op de doelstellingen en strategie van haar risicomanagement en een meer kwalitatieve en toekomstgerichte aanpak toepassen in het beoordelen van de afdekkingseffectiviteit. Bij het initieel afsluiten van het derivaat als afdekkingsinstrument, documenteert de Groep formeel de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument(en) en de afgedekte item(s), inclusief de objectieven en strategie van het risicomanagement bij het aangaan van de afdekkingstransactie, tesamen met de methodes die gebruikt zullen worden bij het beoordelen van de effectiviteit van de afdekkingsrelatie. De Groep maakt bij het begin van de afdekkingsrelatie een beoordeling of de te verwachte toekomstige transactie die het voorwerp van de afdekkingstransactie is, zeer waarschijnlijk is en een risicopositie oplevert wat betreft veranderingen in kasstromen die uiteindelijk van invloed kunnen zijn op de winst of het verlies.

De afdekking wordt voortdurend beoordeeld, waarbij wordt vastgesteld dat de afdekking gedurende de verslagperioden waarvoor de afdekking was bedoeld, feitelijk zeer effectief is geweest gebruik makend van retrospectieve en prospectieve kwantitatieve en kwalitatieve analyses.

25

Financial report 2021

De Groep sloot verscheidene commodity-swaps en futures af in verband met haar project voor laagzwavelige stookolie. Deze instrumenten kwalificeerden als afdekkingsinstrumenten. Deze instrumenten werden gewaardeerd tegen hun reële waarde; effectieve veranderingen in reële waarde werden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve deel werd opgenomen in de winst-en-verliesrekening in 2020. Vanaf 2021 werden alle wijzigingen in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie toelichting 14).

Afdekkingstransacties die rechtstreeks worden beïnvloed door de hervorming van de rentevoet-benchmarks

De Groep heeft de wijzigingen van fase 2 aangenomen en met terugwerkende kracht toegepast vanaf 1 januari 2021.

Wanneer de basis voor het bepalen van de contractuele kasstromen van de afgedekte positie of het afdekkingsinstrument verandert als gevolg van de IBOR-hervorming en er dus niet langer onzekerheid bestaat over de kasstromen van de afgedekte positie of het afdekkingsinstrument, wijzigt de Groep de afdekkingsdocumentatie van die afdekkingsrelaties om de door de IBOR-hervorming vereiste wijziging(en) weer te geven. Daartoe wordt de afdekkingsaanduiding alleen gewijzigd om één of meer van de volgende wijzigingen aan te brengen

Het aanwijzen van een alternatieve benchmark-rente als het afgedekte risico;

Het bijwerken van de beschrijving van de afgedekte positie, inclusief de beschrijving van het aangewezen deel van de kasstromen of reële waarde die worden afgedekt; of

Het bijwerken van de beschrijving van het afdekkingsinstrument.

De Groep past de beschrijving van het afdekkingsinstrument alleen aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

zij brengt een door de IBOR-hervorming vereiste wijziging aan door een andere benadering te gebruiken dan het wijzigen van de basis voor het bepalen van de contractuele kasstromen van het afdekkingsinstrument of door een andere benadering te gebruiken die economisch equivalent is aan het wijzigen van de basis voor het bepalen van de contractuele kasstromen van het oorspronkelijke afdekkingsinstrument; en

het oorspronkelijke afdekkingsinstrument wordt niet van de balans verwijderd.


De Groep past de formele afdekkingsdocumentatie aan tegen het einde van de verslagperiode waarin een door de IBOR-hervorming vereiste wijziging wordt aangebracht aan het afgedekte risico, de afgedekte positie of het afdekkingsinstrument. Deze wijzigingen in de formele afdekkingsdocumentatie vormen niet de stopzetting van de afdekkingsrelatie of de aanwijzing van een nieuwe afdekkingsrelatie.

Indien wijzigingen worden aangebracht bovenop deze wijzigingen die vereist zijn door de hierboven beschreven IBOR-hervorming, dan gaat de Groep eerst na of die bijkomende wijzigingen resulteren in de stopzetting van de afdekkingsrelatie. Indien de bijkomende wijzigingen niet resulteren in de stopzetting van de boekhoudkundige afdekkingsrelatie, dan past de Groep de formele afdekkingsdocumentatie aan zoals hierboven vermeld.

Wanneer de rente-voetbenchmark waarop de afgedekte toekomstige kasstromen waren gebaseerd, wordt gewijzigd

26

Euronav

zoals vereist door de IBOR-hervorming, beschouwt de Groep, om te bepalen of de afgedekte toekomstige kasstromen naar verwachting zullen plaatsvinden, de in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen afdekkingsreserve voor die afdekkingsrelatie als gebaseerd op de alternatieve benchmarkrente waarop de afgedekte toekomstige kasstromen zullen worden gebaseerd.

Zie toelichting 19 voor gerelateerde informatie.

Kasstroomafdekkingen

Wanneer afgeleide financiële instrumenten de variabiliteit in kasstromen van een actief, verplichting, vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie afdekken, wordt het effectieve deel van de winsten of verliezen op de afgeleide financiële instrumenten direct geboekt in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (afdekkingsreserves). Het bedrag dat in het eigen vermogen werd opgenomen, wordt in de resultatenrekening erkend op het moment dat de afgedekte kasstromen de resultatenrekening beïnvloeden. Het niet-effectieve deel van de wijziging in de reële waarde wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De Groep duidt enkel de wijziging in reële waarde van het spot element van valutatermijncontracten aan als het afdekkingsinstrument in kasstroomafdekkingsrelaties. De wijziging in reële waarde van het toekomstige element van valutatermijncontracten (toekomstige punten) wordt afzonderlijk opgenomen als een kost van afdekking en erkend als een kost in de afdekkingsreserve in eigen vermogen.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekking prospectief beëindigd. Wanneer hedge accounting voor kasstroomafdekkingen beëindigd wordt, het geaccumuleerde bedrag in de afdekkingsreserve blijft in eigen vermogen tot dat, voor een afdekking van een transactie resulterend in de erkenning van een niet-financieel item, wordt het opgenomen in de kost van het niet-financieel item bij de initiële opname, of voor andere kasstroomafdekkingen, wordt het geherclassificeerd naar winst of verlies in dezelfde periode of periodes als de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen winst of verlies impacteren. 

Als de verwachte transactie niet langer waarschijnlijk is, wordt het saldo in het eigen vermogen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

10.4. Kapitaal

Gewoon aandelenkapitaal

Gewoon aandelenkapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen. Kosten die direct toe te schrijven zijn aan de uitgifte van gewone aandelen worden opgenomen in mindering van eigen vermogen, na aftrek van eventuele belastingen.

Inkoop van kapitaal

Wanneer kapitaal geclassificeerd onder “eigen vermogen” wordt ingekocht, wordt de betaalde vergoeding, inclusief direct toerekenbare kosten en na aftrek van enig belastingeffect, geboekt als een wijziging in deze rubriek. Ingekochte aandelen worden beschouwd als ingekochte eigen aandelen en worden opgenomen als een vermindering van het totale eigen vermogen. Wanneer ingekochte eigen aandelen vervolgens worden verkocht of opnieuw worden uitgegeven, wordt het ontvangen bedrag opgenomen ten gunste van het eigen vermogen en wordt het eventuele overschot of tekort op de transactie overgeheveld naar/van de uitgiftepremies.

10.5. Samengestelde financiële instrumenten

Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties in USD die naar keuze van de houder in aandelenkapitaal kunnen worden omgezet indien het aantal uitgegeven aandelen is vastgelegd en niet verandert op basis van wijzigingen in reële waarde.

De vreemd-vermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument wordt bij eerste opname verwerkt tegen de reële waarde van een vergelijkbare verplichting zonder conversieoptie. De eigen-vermogenscomponent van de converteerbare obligaties wordt bij eerste opname berekend als het verschil tussen de reële waarde van het samengestelde financiële instrument en de reële waarde van de vreemd-vermogenscomponent. Eventuele direct toerekenbare transactiekosten worden toegerekend aan de vreemd- en de eigen-vermogenscomponent naar rato van de aanvankelijke boekwaarde.

Na de eerste opname wordt de vreemd-vermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. Op de eigenvermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument wordt geen herwaardering toegepast.

Rente die verband houdt met een financiële verplichting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Bij conversie wordt de financiële verplichting overgeboekt naar het eigen vermogen en wordt er geen winst of verlies opgenomen.

Financial report 2021

27

11. Goodwill en immateriële activa

11.1. Goodwill

Goodwill die ontstaat bij de acquisitie van dochterondernemingen wordt verantwoord als immateriële activa. Voor de waardering van goodwill bij eerste opname, zie waarderingsregel 8.1.

Na de initiële waardering wordt de goodwill opgenomen aan de kostprijs verminderd met eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 13). Met betrekking tot deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, wordt de boekwaarde van goodwill opgenomen in de boekwaarde van de joint venture of geassocieerde deelneming en een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt toegerekend aan de boekwaarde van de joint venture of geassocieerde deelneming als geheel. 

11.2. Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa verworven door de Groep met een eindige gebruiksduur worden aan kostprijs gewaardeerd, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 12).

De kostprijs van een immaterieel actief, verworven in een afzonderlijke aankoop, is het geldbedrag of equivalent daarvan of de reële waarde van een andere tegenprestatie voor de verkrijging van het immaterieel actief. De kostprijs van een intern gegenereerd immaterieel actief omvat alle kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan het geschikt maken van het actief voor het beoogde gebruik.

11.3. Latere uitgaven

Latere uitgaven op geactiveerde immateriële activa worden enkel in de balans opgenomen als ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten en als de kost op een betrouwbare wijze kan vastgesteld worden. Alle andere uitgaven worden beschouwd als kosten.

11.4. Afschrijving

Afschrijvingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de lineaire methode gespreid over de verwachte economische levensduur van de immateriële activa vanaf de datum van ingebruikname. De geschatte verwachte gebruiksduur is de volgende:

Software: 3 - 5 jaar


Afschrijvingsmethoden, gebruiksduur en restwaardes worden op het einde van iedere verslagdatum geëvalueerd en, indien noodzakelijk, aangepast.   

12. Schepen en materiële vaste activa

12.1. Activa in eigendom

Schepen en materiële vaste activa worden opgenomen aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie hierna) en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 13). De kostprijs omvat de uitgaven die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan de verwerving van het actief. De kostprijs van vaste activa omvat het volgende:

Materiaalkosten en directe arbeidskosten;

Alle overige kosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de activa;

Wanneer de Groep een verplichting heeft om het actief te verwijderen of om het terrein te herstellen, een inschatting van de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief en de herstelkosten van de locatie waar het actief zich bevindt; en

Financieringskosten die worden geactiveerd.


Wanneer materiële vaste activa belangrijke elementen omvatten met een verschillende gebruiksduur, dan worden deze in de rekeningen opgenomen als afzonderlijke materiële vaste activa (zie waarderingsregel 12.6).

Winst en verlies bij de verkoop van een schip of een ander element van vastgoed, installaties en uitrusting wordt bepaald door het verschil tussen de opbrengsten van de verkoop en de boekwaarde van het betrokken schip of element van vastgoed, installaties en uitrusting en wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Bij de verkoop van schepen vindt de overdracht van risico’s en voordelen van eigendom, meestal plaats bij levering aan de nieuwe eigenaar.

12.2. Activa in aanbouw

Activa in aanbouw, voornamelijk nieuwbouwschepen, worden opgenomen op basis van de mijlpalen zoals voorzien in het nieuwbouwcontract. De typische mijlpalen zijn: ondertekening van het contract of ontvangst van de terugbetalingsgarantie, staal snijden, het leggen van de kiel, de tewaterlating en oplevering. Alle mijlpalen worden gegarandeerd door een terugbetalingsgarantie verstrekt door de werf.

12.3. Latere uitgaven

Later gedane uitgaven worden enkel opgenomen als ze de

28

Euronav

toekomstige economische voordelen die een materieel actief in zich bergt, verhoogt en als de kost op een betrouwbare wijze kan vastgesteld worden. De boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt afgeboekt. Alle andere uitgaven worden in de resultatenrekening opgenomen als een kost op het moment waarop ze gemaakt worden.

12.4. Financieringskosten

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief vormen een onderdeel van de kostprijs van dat actief.

12.5 Afschrijving

Afschrijvingen worden volgens de lineaire methode in de resultatenrekening opgenomen gespreid over de geschatte gebruiksduur van schepen en materiële vaste activa. Het gebruiksrecht op activa wordt afgeschreven gebruik makend van de lineaire methode van de begindatum tot het einde van de leaseperiode, tenzij de huurovereenkomst de eigendom van het onderliggend actief overdraagt naar de Groep op het einde van de leaseperiode of de kost van het onderliggend actief weerspiegelt dat de Groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dit geval zal het gebruiksrecht op activa afgeschreven worden over de gebruiksduur van het onderliggend actief dat bepaald werd op basis van deze materiële vaste activa (zie waarderingsregel 18). Terreinen worden niet afgeschreven.

Schepen en andere materiële vaste activa worden afgeschreven vanaf de datum waarop ze klaar zijn voor gebruik. Intern ontwikkelde vaste activa worden afgeschreven vanaf de datum wanneer het actief klaar is voor gebruik.

De geschatte gebruiksduur van de voornaamste materiële vaste activa is de volgende:

Tankers        20 jaar

FSO/FpSO/FPSO        30 jaar

Installaties en uitrusting        5 - 20 jaar

Inrichting en meubilair        5 - 10 jaar

Andere materiële vaste activa        3 - 20 jaar

Droogdok        2,5 - 5 jaar


De gebruiksduur van de FSO's werd herbeoordeeld van 25 jaar naar 30 jaar als gevolg van de verlenging voor 10 jaar van het tijdbevrachtingscontract in directe navolging van hun huidige contractuele diensten, of respectievelijk tot 21 juli 2032 en 21 september 2032. Het einde van de economische gebruiksduur van de FSO schepen werd gelijkgesteld aan de einddatum van het contract of ongeveer 30 jaar sinds de bouwdatum. De netto boekwaarde en afschrijvingen werden herbeoordeeld en prospectief toegepast vanaf het moment dat de verlenging getekend was. De impact op de geconsolideerde resultatenrekening was immaterieel.

Zoals uiteengezet in waarderingsregel 5.B., maakt het management jaarlijks een nieuwe raming van de restwaarde van haar vloot. Vanaf 31 december 2021 is de restwaarde van elk schip gelijk aan het product van zijn leeggewicht tonnage en een geschatte netto schrootwaarde van 390 USD/LDT. Dit tarief wordt niet toegepast voor de drie VLCC's in het kader van de "sale and leaseback"-overeenkomst die op 30 december 2019 werd afgesloten (zie Toelichting 16). In overeenstemming met IFRS werd deze transactie niet verwerkt als een verkoop maar zal Euronav als verkoper-huurder de overgedragen activa blijven erkennen. De drie schepen worden vervolgens afgeschreven over hun gebruiksduur (d.i. vanaf de aanvangsdatum tot het einde van de leaseperiode) aangezien het niet redelijk zeker is dat de Groep de aankoopoptie zal uitoefenen. De afschrijving wordt berekend op de nettoboekwaarde van de drie schepen per 30 december 2019 verminderd met hun geschatte restwaarde volgens de lineaire methode. De restwaarde, geschat op 21 miljoen USD, is het bedrag dat de Groep zou kunnen ontvangen bij verkoop van de schepen op de verslagdatum indien de schepen reeds de ouderdom zouden hebben en in de staat zouden verkeren waarin zij zich aan het einde van de leaseperiode zullen bevinden.

Afschrijvingsmethoden, de gebruiksduur en de restwaarden worden op iedere verslagdatum herzien en aangepast indien nodig.

12.6. Droogdok – componentbenadering

Daar waar een materieel vast actief uit belangrijke componenten met een verschillende economische levensduur bestaat, worden zij geboekt als afzonderlijke items van materiële vaste activa. Kosten van normale herstel-

Financial report 2021

29

en onderhoudswerkzaamheden worden in kost genomen wanneer zij worden gemaakt, inclusief routineonderhoud wanneer het schip in droogdok is. Geïnstalleerde componenten tijdens het droogdok met een gebruiksduur van meer dan 1 jaar, worden afgeschreven over hun geschatte levensduur.

13. Bijzondere waardeverminderingen

13.1. Niet-afgeleide financiële activa

Financiële instrumenten en contractuele activa

Het waardeverminderingsmodel is van toepassing op financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, contractuele activa en schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen erkend worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, maar niet op eigenvermogensinstrumenten.

De financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs bestaat uit handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten en vorderingen.

Onder IFRS 9, voorzieningen voor waardeverminderingen worden berekend op elk van de volgende basissen:

12-maanden te verwachte kredietverliezen: dit zijn te verwachte kredietverliezen die resulteren uit mogelijke standaardgebeurtenissen binnen de 12 maanden na rapporteringsdatum; en

Levensduur te verwachte kredietverliezen: dit zijn te verwachte kredietverliezen die resulteren uit alle mogelijke standaardgebeurtenissen over de verwachte levensduur van een financieel instrument.


De Groep bepaalt voorzieningen voor waardeverminderingen op een bedrag gelijk met de levensduur kredietverliezen, behalve voor de volgende, die gemeten worden volgens 12-maanden te verwachte kredietverliezen:

Schuldbewijzen die bepaald worden om een laag kredietrisico te hebben op de rapporteringsdatum; en

Overige schuldbewijzen en bankbalansen waarvan het kredietrisico (dit is het risico dat standaard gebeurt over de te verwachte levensduur van het financieel instrument) niet significant toegenomen is sinds de initiële erkenning.


Voorzieningen voor waardeverminderingen voor handelsvorderingen worden gewaardeerd op een bedrag gelijk met de te verwachte levensduur van kredietverliezen.

Tijdens het bepalen of het kredietrisico van een financieel actief significant gestegen is sinds initiële erkenning en tijdens het inschatten van de te verwachte kredietverliezen, neemt de

Groep aanvaardbare en gefundeerde informatie in overweging dat relevant en beschikbaar is zonder onnodige kost of moeite. Dit omvat kwantitatieve en kwalitatieve informatie en analyses, gebaseerd op de historische ervaring van de Groep en geïnformeerde kredietbeoordeling en omvat vooruitziende informatie.

De Groep veronderstelt dat het kredietrisico op een financieel actief significant gestegen is indien het meer dan 180 dagen achterstallig is. De financiële activa die meer dan 180 dagen achterstallig zijn, die voornamelijk gerelateerd zijn aan liggeld en openstaande vorderingen met de TI pool, worden van dichtbij opgevolgd en zolang als de inning er van zeer waarschijnlijk is, worden zij niet in gebreke beschouwd.

De Groep beschouwt een financieel risico in verzuim wanneer het onwaarschijnlijk is dat de lener zijn kredietverplichtingen volledig kan betalen aan de Groep, zonder beroep te doen op de Groep voor acties zoals het realiseren van de zekerheid (indien er aangehouden werden).

De geldmiddelen en kasequivalenten worden gehouden bij banken en financiële institutionele instellingen die beoordeeld worden als A- tot AA+, gebaseerd op ratingbureau S&P. Derivaten worden aangegaan met banken en financiële institutionele instellingen, die beoordeeld worden als A- tot AA+, gebaseerd op ratingbureau S&P.

De maximale beschouwde periode voor het inschatten van de te verwachte kredietverliezen is het maximum van de contractuele periode waarin de Groep blootgesteld is aan kredietrisico.

Berekenen van te verwachte kredietverliezen

Te verwachte kredietverliezen zijn een kansgewogen gemiddelde van kredietverliezen. Kredietverliezen worden gemeten als de huidige waarde van alle kastekorten (dit is het verschil tussen kasstromen te wijten aan de entiteit in overeenstemming met het contract en kasstromen dat de Groep verwacht te ontvangen). Te verwachte kredietverliezen worden verdisconteerd aan de effectieve rentevoet van het financieel actief.

In waarde verminderde financiële activa

Op elke rapporteringsdatum, beoordeelt de Groep of financiële activa, gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs en schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in waarde zijn verminderd. Een financieel acief is in waarde verminderd wanneer één of meerdere gebeurtenissen, die een nadelige impact op de te verwachte toekomstige kasstromen, zich hebben voorgedaan.

30

Euronav

Presentatie van de voorziening voor te verwachte kredietverliezen

Voorzieningen voor waardeverminderingen voor financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs worden in mindering gebracht van de bruto boekwaarde van de activa. Het waardeverminderingsverlies op handelsvorderingen wordt gepresenteerd in algemene en administratieve kosten.

Bij schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, worden de waardeverminderingen opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in plaats van geboekt te worden in de resultatenrekening.

Waardeverminderingsverliezen op overige financiële activa worden niet afzonderlijk gepresenteerd in de resultatenrekening en overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omdat het bedrag niet materieel is. Het werd gepresenteerd als deel van de lijn 'financieringskosten'.

Afwaardering

De brutoboekwaarde van een financieel actief van de Groep wordt afgeschreven wanneer de Groep geen redelijke verwachtingen heeft om het financieel actief in zijn geheel of een gedeelte er van te recupereren. De Groep berekent het te verwachte kredietverlies op handels- en overige vorderingen gebaseerd op actuele ervaringen van kredietverliezen over de voorbije 10 jaren rekening houdende met redelijke en gefundeerde prognose van toekomstige  economische verwachtingen.

13.2 Niet-financiële activa

De boekwaarden van de niet-financiële activa van de Groep, met uitzondering van de uitgestelde belastingvorderingen (zie waarderingsregel 21), voorraad en contractuele activa worden

op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien deze er is, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. Goodwill wordt jaarlijks getest voor bijzondere waardevermindering.

Ten behoeve van de toetsing op bijzondere waardevermindering worden activa gegroepeerd in de kleinste groep activa welke een instroom van kasmiddelen uit voortgezet gebruik genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of kasstroomgenerende eenheden (KGE's). De in een bedrijfscombinatie verworven goodwill wordt toegerekend aan groepen van KGE's die naar verwachting zullen profiteren van de synergievoordelen van de combinatie.

Voor een actief of een KGE is de realiseerbare waarde de hoogste van de gebruikswaarde of de reële waarde minus verkoopkosten. Bij het bepalen van de gebruikswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van de specifieke risico's met betrekking tot het actief of de KGE. Toekomstige kasstromen zijn gebaseerd op de huidige marktomstandigheden, historische trends en toekomstige verwachtingen.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden erkend indien de boekwaarde van een actief of KGE groter is dan haar realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Met betrekking tot goodwill worden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen teruggenomen. Voor andere activa wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies uitsluitend teruggenomen voor zover de boekwaarde van

Financial report 2021

31

het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of amortisatie, die zou zijn vastgesteld als geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.

Tankers

De Groep analyseert de volgende interne en externe indicatoren en worden geëvalueerd om te beoordelen of tankers een mogelijke bijzondere waardevermindering moeten ondergaan:

De veroudering van of fysieke schade aan een actief;

Belangrijke wijzigingen in de mate waarin of de manier waarop schepen worden gebruikt of naar verwachting zullen worden gebruikt die een nadelig effect hebben (of zullen hebben) op de entiteit;

Plannen om activa af te stoten op een eerdere datum dan de verwachte datum van afstoting;

Indicaties dat de prestatie van een KGE is of zal slechter zijn dan verwacht;

Significante stijgingen in kasstromen voor het verwerven, gebruiken of onderhouden van schepen die significant hoger zijn dan origineel gebudgeteerd;

Netto kasstromen of operationele winsten die lager zijn dan origineel gebudgeteerd;

Netto uitgaande kasstromen of operationele verliezen

Marktcapitalisatie onder de nettowaarde van de activa

Een significante en onverwachte daling in de marktwaarde van de schepen

Significante nadelige effecten in de technologische, markt, economische, legale en regelgevingsomgeving;

Toenames in de marktrentevoeten.


Euronav identificeert haar KGE voor tankers als een enkel schip, tenzij dit schip opererend is in een pool, waarbij dit schip samen met de andere schepen in de pool gezamenlijk behandeld worden als een KGE.

Wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden aanduiden dat de boekwaarde van het actief of KGE niet kan worden terugverdiend, voert de Groep een test op bijzondere waardeverminderingen uit voor tankers waarbij de boekwaarde van een activa of kasstroomgenererende eenheid vergeleken wordt met zijn realiseerbare waarde, wat het maximum is van de gebruikswaarde en de reële waarde minus de verkoopkosten. Bij het evalueren van de gebruikswaarde, worden assumpties gemaakt met betrekking tot toekomstige chartertarieven, gebruik van het gewogen gemiddelde van historische en huidige scheepvaartcycli inclusief de verwachting van het management omtrent de voltooiing van de huidige cyclus en de toegepaste wegingsfactoren, de gewogen gemiddelde kapitaalkost ('WACC'), de levensduur van de schepen (20 jaar voor tankers) en de restwaarde.

Na zorgvuldige bestudering van de trends in de scheepvaartindustrie is het management van mening dat het passend is om als restwaarde van de schepen een bedrag te hanteren dat gelijk is aan het leeggewicht tonnage van het schip, vermenigvuldigd met de marktprijs van staalschroot per ton, verminderd met verwijderingskosten zoals herpositionering van het schip, commissies en voorbereidingskosten, en na overweging van de invloed van (veranderingen in) wereldwijde recyclingvoorschriften (EU-regelgeving versus andere) en ontwikkelingen.

De marktwaarde van schroot per ton wordt geraamd op basis van het historische gemiddelde van de marktprijzen van staalschroot over vier jaar, rekening houdend met eventuele significante effecten van (veranderingen in) wereldwijde recyclingvoorschriften (EU-voorschriften versus andere) en ontwikkelingen, die jaarlijks aan het einde van het jaar worden geactualiseerd.

Hoewel management van oordeel is dat de gebruikte assumpties om eventuele waardeverminderingen te beoordelen redelijk en passend zijn, zijn zulke assumpties gebaseerd op inschattingen. In het verleden gebruikte de Groep een vaste periode van tien jaar om een scheepvaartcyclus te definiëren. Daar management continue de bestendigheid beoordeelt van hun projecties op de bedrijfscycli die geobserveerd kunnen worden in de tankermarkt, concludeerde men dat een bedrijfscyclusaanpak een betere langetermijnvisie opleverde van de dynamiek in de industrie. Door het definiëren van een scheepvaartcyclus van piek naar piek over de voorbije 20 jaar en inclusief de verwachting van het management omtrent de voltooiing van de huidige cyclus, is management beter in staat om de volledige duur van een bedrijfscyclus vast te leggen waarbij ook meer aandacht gegeven wordt aan recente en actuele ervaring in de markt. De huidige cyclus wordt voorspeld gebaseerd op inschattingen van het management, analistenrapporten en voorbije ervaringen. Bij de berekening zijn, indien beschikbaar, chartertarieven op lange termijn gebruikt.

Euronav

32

Bij de beoordeling door het management is ook rekening gehouden met de langetermijnperspectieven voor de sector, met inbegrip van de oliepiek en de vraag naar olie in de energiemix voor de komende 20 jaar, waarbij gebruik is gemaakt van de rapporten en prognoses van het IEA.

FSO's

In het kader van de waardering van de investeringen van de Groep in hun respectievelijke joint ventures, evalueert de Groep ook interne en externe indicatoren, gelijkaardig met die gebruikt voor tankers, om te beoordelen of de FSO's een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan. Wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden aanduiden dat de boekwaarde van de activa niet kunnen worden terugverdiend, voert de Groep een test op bijzondere waardeverminderingen uit op de FSO schepen in eigendom van TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd., gebaseerd op een berekening van de gebruikswaarde om het realiseerbare bedrag van het schip in te schatten. Deze methode is gekozen omdat er geen efficiënte markt is voor transacties van FSO schepen omdat elk schip vaak speciaal gebouwd is voor specifieke omstandigheden. Bij het evalueren van de gebruikswaarde, worden assumpties gemaakt met betrekking tot toekomstige chartertarieven, de gewogen gemiddelde kapitaalkost ('WACC'), de levensduur van de FSO's (30 jaar) en de restwaarde. Na zorgvuldige bestudering van de trends in de scheepvaartindustrie heeft de Groep ervoor gekozen om als restwaarde voor haar schepen een bedrag te hanteren dat gelijk is aan het leeggewicht van het

schip, vermenigvuldigd met de marktprijs van schroot per ton, verminderd met verwijderingskosten zoals herpositionering van het schip, commissies en voorbereidingskosten, en na bestudering van de impact van (wijzigingen in) wereldwijde recyclingvoorschriften (EU-regelgeving versus andere) en ontwikkelingen.

De berekening van de gebruikswaarde voor de FSO's, wanneer nodig, is gebaseerd op de resterende levensduur van de schepen op balansdatum, en de geraamde chartertarieven zijn bepaald gebruik makend van vaste dagelijkse tarieven. De FSO Asia en FSO Africa zijn op een tijdbevrachtingscontract voor 5 jaar met North Oil Company, de uitbater van het Al-Shaheen olieveld, wiens aandeelhouders Qatar Petroleum Oil & Gas Limited en Total E&P Golfe Limited zijn, tot respectievelijk 22 juli 2022 en 22 september 2022. In november 2020 hebben de twee joint ventures (TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd.) een verlenging getekend voor 10 jaar in directe navolging van hun huidige contractuele diensten, of respectievelijk tot 21 juli 2032 en 21 september 2032. Volgend op deze verlenging van het contract met North Oil Qatar tot 2032, werd het einde van de economische levensduur gelijkgesteld met het einde van de contractdatum of ongeveer 30 jaar sinds bouwdatum.

14. Activa aangehouden voor verkoop

Een vast actief of een groep van activa die worden afgestoten worden aanzien als aangehouden voor verkoop indien de boekwaarde hoofdzakelijk door een verkooptransactie zal

Financial report 2021

33

worden gerealiseerd en niet door het voortgezette gebruik ervan. Net voor de classificatie als vaste activa aangehouden voor verkoop waardeert de onderneming de boekwaarde van het actief (of alle activa en passiva in de groep van activa die worden afgestoten) volgens de van toepassing zijnde waarderingsregels van de Groep. Daarna, bij de aanvankelijke classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten gewaardeerd tegen de laagste waarde van de boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op het moment van classificatie als aangehouden voor verkoop worden opgenomen in de resultatenrekening. Hetzelfde geldt voor verliezen die worden vastgesteld tijdens een daaropvolgende waardering. Winsten worden niet verwerkt voor zover deze de cumulatieve bijzondere waardevermindering te boven gaan.

Immateriële en materiële vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven en elke deelneming verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode wordt niet langer verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.

15. Voorraad bunkers

De Groep heeft conforme bunkerbrandstof aangekocht voor toekomstig gebruik bestemd voor haar schepen. Bunkers worden voorgesteld als voorraad en worden geboekt op een gewogen gemiddelde basis. De kost van de voorraad bestaat uit de aankoopprijs, inspectie en transportkosten van de bunkers en verwerkingskosten. Het effectieve gedeelte van de wijziging in reële waarde van derivaten aangemerkt als kasstroomhedges van de onderliggende prijsindex tussen de datum van aankoop en de datum van levering wordt ook opgenomen als een voorraadkost. Het ineffectieve gedeelte van de wijziging in reële waarde van deze derivaten worden rechtstreeks verwerkt in de winst- en verliesrekening.

De voorraad wordt geboekt tegen de laagste van de kostprijs of de netto realiseerbare waarde waarbij de kostprijs bepaald wordt op een gewogen gemiddelde basis. Een bijzondere waardevermindering is niet nodig zolang als de vrachtmarkt robuust blijft, gecompenseerd door potentiële hogere gewogen gemiddelde consumptiekosten van de bunkerbrandstof geconsumeerd van die voorraad.

16. Personeelsbeloningen

16.1. Toegezegde bijdrageregelingen

Toegezegde bijdrageregelingen zijn regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding waarbij een entiteit vaste bijdragen afdraagt aan een aparte entiteit (een fonds), en geen in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om extra bijdragen te betalen. Verplichtingen in verband met

bijdragen aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen worden opgenomen gedurende de periode waarin de gerelateerde prestaties worden verricht. Vooruitbetaalde bijdragen worden opgenomen als actief voor zover een terugbetaling in contanten of een verlaging van toekomstige betalingen beschikbaar is. Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen die na meer dan 12 maanden verschuldigd zijn na het einde van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten worden opgenomen tegen contante waarde. De berekening van toegezegde bijdrageregelingen wordt jaarlijks uitgevoerd door een erkende actuaris volgens de ‘projected unit credit’-methode. 

16.2. Toegezegde pensioenregelingen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen wordt voor elke regeling apart berekend door het bedrag van het toekomstig voordeel in te schatten dat het personeel heeft verdiend in ruil voor diensten in de huidige en verstreken periodes; deze verplichting wordt verdisconteerd, en de reële waarde van alle fondsbeleggingen wordt in mindering gebracht.

De berekening van de netto verplichting uit hoofde van de toegezegde pensioensregeling gebeurt jaarlijks door een erkende actuaris volgens de ‘projected unit credit’-methode. Wanneer de berekening resulteert in een mogelijk actief voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot de contante waarde van economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlaging van toekomstige bijdragen aan de regeling. Bij de berekening van de contante waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsbehoeften.

Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van vaste toezeggingen, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op de fondsbeleggingen (met uitzondering van rente) en het effect van het vermogensplafond (indien aanwezig, met uitzondering van rente), worden direct opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de nettorentelasten (-baten) op de nettoverplichting (het nettoactief) uit hoofde van vaste toezeggingen over de verslagperiode door de verdisconteringsvoet die wordt gebruikt voor het bepalen van de verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten aan het begin van de jaarlijkse periode, toe te passen op de nettoverplichting (het nettoactief), rekening houdende met eventuele wijzigingen in de nettoverplichting (het nettoactief) gedurende de periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Nettorentelasten en overige kosten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

34

Euronav

Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van een regeling worden gewijzigd of wanneer een regeling wordt ingeperkt, wordt de daaruit voortvloeiende wijziging in aanspraken met betrekking tot verstreken diensttijd of de winsten of verliezen op die inperking direct opgenomen in de winst- en verliesrekening. De Groep verantwoordt winsten of verliezen op de afwikkeling van een toegezegd-pensioenregeling op het moment dat de afwikkeling plaatsvindt.

16.3 Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot langetermijnpersoneelsbeloningen, naast pensioenregelingen, is het bedrag van het toekomstig voordeel dat het personeel heeft verdiend in ruil voor diensten in de huidige en verstreken periodes. De verplichting wordt berekend volgens de “projected unit credit” methode en wordt gedisconteerd tot zijn huidige waarde en verminderd met de reële waarde van alle activa die ermee verband houden. De disconteringsvoet is het rendement op de balansdatum van AA obligaties waarvan de vervaldata de voorwaarden van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in dezelfde valuta waarin de uitkeringen plaatsvinden. Herwaarderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze zich voordoen.

16.4. Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een kost wanneer de Groep zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel het beëindigen van de tewerkstelling van een werknemer of een groep van werknemers voor de normale pensioendatum, of de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillig ontslag. Vergoedingen voor vrijwillig ontslag worden opgenomen als een kost van zodra de Groep een aanbod heeft gedaan om vrijwillig ontslag te stimuleren, het waarschijnlijk is dat het aanbod zal worden aanvaard, en het aantal aanvaardingen betrouwbaar kan worden ingeschat. Indien vergoedingen te betalen zijn meer dan twaalf maanden na de verslagdatum, worden zij verdisconteerd naar hun huidige waarde.

16.5. Kortetermijn personeelsbeloningen

Verplichtingen uit hoofde van korte termijn personeelsbeloningen worden op niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en worden in de winst- en verliesrekening verwerkt van zodra de gerelateerde prestaties worden verricht. Voor het in het kader van korte termijn personeelsbeloningen naar verwachting uit te keren bedrag wordt een kortlopende verplichting opgenomen indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dit bedrag uit te keren uit hoofde van verstreken diensttijd van de werknemer en de verplichting betrouwbaar kan worden ingeschat.

16.6. Op aandelen gebaseerde betalingen

De reële waarde op de toekenningsdatum van op aandelen gebaseerde betalingen aan personeelsleden wordt in het algemeen opgenomen als een kost, met een overeenkomstige opboeking van het eigen vermogen, verdeeld over de periode waarin de begunstigden onvoorwaardelijk recht verwerven op de betalingen. Het als kost opgenomen bedrag wordt gecorrigeerd voor het aantal betalingen waarbij naar verwachting zal voldaan worden aan de betreffende dienstverleningsvoorwaarden en niet-marktgerelateerde voorwaarden, zodat het uiteindelijke als kost opgenomen bedrag gebaseerd is op het aantal toekenningen waarbij op de toekenningsdatum daadwerkelijk voldaan is aan de desbetreffende voorwaarden.

De reële waarde van het te betalen bedrag aan de begunstigden met betrekking op fictief toegekende aandelen, die in geldmiddelen wordt afgewikkeld, wordt opgenomen als een kost met een overeenkomstige opboeking van schulden over de periode waarin de begunstigden onvoorwaardelijk recht verwerven op de betalingen.

De reële waarde van het op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma wordt bepaald door gebruik te maken van een binominaal model waarbij de kosten gespreid worden over de verwachte verwervingsperiode van de verschillende tranches.

Financial report 2021

35

De reële waarde van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma wordt op elke rapporteringsdatum en op de vereffeningsdatum geherwaardeerd gebaseerd op de reële waarde van de fictieve aandelen. Alle wijzigingen in de verplichting worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.

17. Provisies

Een voorziening wordt aangelegd wanneer de Groep een verplichting is aangegaan (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, en wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van de verplichting een uitstroom van economische middelen noodzakelijk is. Voorzieningen worden aangelegd door de toekomstige verwachte kasstromen te verdisconteren aan een rentevoet vóór belastingen die zowel de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld weerspiegelt als, waar nodig, de voor het passief specifieke risico’s. De oprenting van de voorziening wordt verwerkt als een financieringskost.

Herstructurering

Een voorziening voor herstructurering wordt aangelegd wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd, en wanneer de herstructurering ofwel reeds aangevat ofwel publiekelijk bekend gemaakt werd. Voor toekomstige exploitatiekosten worden geen voorzieningen aangelegd.

Verlieslatende contracten

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer het voordeel dat de Groep uit een contract verwacht te halen lager is dan de onvermijdelijke kosten die verbonden zijn aan de naleving van het contract. De provisie wordt gewaardeerd aan de huidige waarde van het laagste van de verwachte kost om het contract te verbreken en van de verwachte kost om het contract verder te zetten. Alvorens een voorziening wordt opgenomen, erkent de Groep eventuele bijzondere waardeverminderingen op de activa die verband houden met het desbetreffende contract.

18. Opbrengsten

18.1. Pooling inkomsten

Geaggregeerde inkomsten opgenomen op een dagelijkse basis van schepen opererend op reischarters in de spotmarkt en op bevrachtingscontracten in de pool, worden netto getoond door de geaggregeerde reiskosten (zoals haven- en brandstofkosten) af te houden van de ontvangen bruto reisinkomsten. Deze geaggregeerde reisinkomsten worden gecombineerd met geaggregeerde variabele inkomsten van tijdsbevrachtingscontracten om de geaggregeerde pool inkomst per dag te bepalen (TCE). De geaggregeerde pool TCE inkomsten worden gealloceerd naar de pool partners a rato van het aantal verdiende poolpunten voor elk schip dat de rendabiliteit van elk schip weerspiegelt gebaseerd op

36

Euronav

haar cargo, ladingcapaciteit, snelheid, brandstofverbruik en werkelijke inkomstendagen. De TCE inkomsten gegenereerd door onze schepen opererend in de pool is gelijk aan het poolpuntentarief van de individuele schepen vermenigvuldigd met werkelijke inkomstendagen zoals gerapporteerd door de pool manager.

Inkomsten van variabele tijdbevrachtings charterovereenkomsten waarbij schepen ingezet worden door de TI Pool, worden opgenomen volgens IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten.

Na de herclassificaties (zie toelichting 1.6) worden de TI- administratiekosten afgetrokken van de netto-inkomsten van de TI Pool.

18.2 Langetermijn scheepbevrachtingscontracten

Als leasinggever verhuurt de Groep sommige van haar schepen onder tijd- en naaktrompbevrachtingscontracten, zie waarderingsregel 20. Leasinggevers moeten elke lease classificeren als operationele lease of als een financiële lease.  Een lease wordt geclassificeerd als een financiële lease indien de lease alle aan eigendom verbonden risico’s en voordelen hebben overgedragen van het onderliggend actief. Anders wordt de lease geclassificeerd als een operationele lease.

Inkomsten van tijd- en naaktrompbevrachtingscharters worden erkend als operationele leases en worden tijdsevenredig opgenomen over de leaseperiode waarin de desbetreffende dienstverlening plaatsvindt (zie waarderingsregel 20.2). IFRS

16 vereist dat de Groep de lease en non-lease componenten splitst met de lease component beschouwd als operationele lease volgens IFRS 16 en de service component opgenomen volgens IFRS 15.

18.3. Spot inkomsten

Vanaf 1 januari 2018 heeft de Groep IFRS 15 toegepast. Reisinkomsten worden verwerkt over de looptijd voor spot reizen op een laadhaven tot loshaven basis. Voortgang wordt bepaald gebaseerd op verstreken tijd. Reiskosten worden in resultaat genomen wanneer zij worden gemaakt tenzij deze gemaakt worden tussen de datum waarop het contract afgesloten wordt en de volgende laadhaven. Dan worden deze gekapitaliseerd indien deze voldoen als afhandelingskosten en indien deze naar verwachting terug kunnen worden gerecupereerd.

Wanneer onze schepen hun verplichting niet kunnen starten of niet kunnen verder zetten te wijten aan andere factoren zoals vertragingen in de haven, wordt overliggeld betaald. Het van toepassing zijnde tarief is bepaald in het contract. Overliggeld, dat plaats vindt in de loshaven, wordt opgenomen wanneer ze zich voordoet. Omdat overliggeld vaak een commerciële discussie is tussen Euronav en de bevrachter, is de uitkomst en de totale ontvangen compensatie voor de vertraging niet altijd zeker. Zodoende erkent Euronav enkel de inkomsten die hoogst waarschijnlijk te ontvangen zijn. Geen inkomsten worden erkend indien de inning van de vergoeding niet waarschijnlijk is. Het bedrag van erkende inkomsten wordt geschat gebaseerd op historische data. De Groep werkt haar inschattingen elke rapporteringsdatum bij.

37

Financial report 2021

Betaling wordt doorgaans gedaan op het einde van de reis. Er is geen specifieke financieringscomponent.

19. Meer- en minderwaarden op de verkoop van vaste activa

Gezien het belang van de meer- en minderwaarden op de verkoop van schepen voor de Groep worden deze als een afzonderlijke lijn weergegeven in de geconsolideerde resultatenrekening. Bij verkoop van schepen vindt de overdracht van risico’s en voordelen van eigendom plaats bij de levering van aan de nieuwe eigenaar.

20. Leasecontracten

De Groep heeft IFRS 16 toegepast met ingang van 1 januari 2019.

Bij het afsluiten van een contract, beoordeelt de Groep of een contract een lease is of een lease bevat. Een contract is of bevat een lease indien het contract een "recht op gebruik" overdraagt voor een geïdentificeerd activa voor een bepaalde tijdsperiode in ruil voor een vergoeding. Om te beoordelen of een contract een "recht op gebruik" overdraagt voor een geïdentificeerd activa, gebruikt de Groep de definitie van een lease in IFRS 16.

1. Als leasingnemer

De Groep erkent een gebruiksrecht op activa en een leaseverplichting bij de aanvangsdatum van de lease. Het gebruiksrecht op activa wordt bij de eerste opname gewaardeerd aan een bedrag gelijk met de leaseverplichting

aangepast met de initiële directe kosten gemaakt door de leasingnemer. Aanpassingen kunnen ook nodig zijn voor betalingen gemaakt op of voor de aanvangsdatum en een inschatting van kosten om het onderliggend actief of de plaats waar het gelegen is te ontmantelen of te verwijderen, verminderd met ontvangen leasevoordelen.

Na aanvang van de lease, waardeert de Groep het gebruiksrecht op activa gebruik makend van een kostenmodel, namelijk tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Het gebruiksrecht op activa wordt vervolgens afgeschreven volgens de lineaire methode, zie waarderingsregel 12.5. Bovendien wordt het gebruiksrecht op activa regelmatig gereduceerd met bijzondere waardeverminderingsverliezen, als dit het geval is, en aangepast met bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting.

De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd aan de huidige waarde van de leasebetalingen die niet betaald zijn bij de aanvangsdatum, verdisconteerd gebruik makend van de rentevoet impliciet in de lease of, indien deze rentevoet niet gemakkelijk bepaald kan worden, de marginale rentevoet van de Groep. In het algemeen gebruikt de Groep haar marginale rentevoet als verdisconteringsvoet.

De marginale rentevoet van de leasingnemer is de rentevoet dat een leasingnemer zou moeten betalen over een gelijkaardige periode en met een gelijkaardige zekerheid om de nodige fondsen te lenen om een actief te bekomen met een gelijkaardige waarde van het gebruiksrecht op activa in

Euronav

38

een gelijkaardige economische omgeving. De Groep bepaalt haar marginale rentevoet door het verkrijgen van rentevoeten van verschillende externe financieringsbronnen (bv. de World office yield rate) en maakt bepaalde aanpassingen om de voorwaarden van de lease te weerspiegelen en type van het gehuurde actief of door het gewogen gemiddelde te berekenen van de kostprijs van gewaarborgde en niet-gewaarborgde schuld.

Leasebetalingen opgenomen in de waardering van de leaseverplichting bestaan uit het volgende:

Vaste betalingen;

Variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of een tarief;

Bedragen waarvan verwacht wordt dat deze betaalbaar zijn onder een restwaardegarantie en

De uitoefenprijs onder een aankoopoptie waarvan de Groep redelijk zeker is om uit te oefenen, leasebetalingen in een optionele vernieuwingsperiode indien de Groep redelijk zeker is om een verlengingsoptie uit te oefenen en sancties voor het vroegtijdig beëindigen van een lease tenzij de Groep redelijk zeker is deze niet vroegtijdig te beëindigen.


De leaseverplichting wordt vervolgens verhoogd met de interestkosten op de leaseverplichting en verminderd met gedane leasebetalingen. Het wordt opnieuw gewaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen ontstaan uit een wijziging in een index of tarief, indien er een wijziging is in de inschatting van de Groep omtrent het verwachte te betalen bedrag onder een restwaardegarantie, of indien de Groep haar inschatting wijzigt of de aankoop of verlengingsoptie redelijk zeker uit te oefenen of een beëindigingsoptie redelijk zeker niet uit te oefenen.

De Groep heeft een inschatting toegepast om de leasetermijn te bepalen voor sommige leasecontracten, waarbij het leasingnemer is, die vernieuwingsopties bevatten. De inschatting of de Groep redelijk zeker is om zulke opties uit te oefenen, heeft een impact op de leasetermijn die significant het bedrag beïnvloedt van leaseverplichtingen en erkende gebruiksrechten op activa.

Wanneer de leaseverplichting geherwaardeerd wordt op deze manier, wordt een bijhorende aanpassing gemaakt in de boekwaarde van het gebruiksrecht op activa, of wordt geboekt in de verlies- en winstrekening indien de boekwaarde van het gebruiksrecht op activa gereduceerd werd tot nul.

Lease en non-lease componenten in het contract worden gesplitst.

Korte-termijn leases en leases van activa met geringe waarde

De Groep heeft ervoor gekozen om geen gebruiksrecht op activa en leaseverplichtingen te erkennen voor leases van activa met geringe waarde en korte-termijn leases, inclusief IT-apparatuur. De Groep erkent de leasebetalingen geassocieerd met deze leases als een kost op lineaire basis over de leasetermijn.

2. Als leasinggever

Wanneer de Groep optreedt als leasinggever, bepaalt het bij de aanvang van de lease of de lease een financiële of operationele lease is. Om elke lease te classificeren, maakt de Groep een algemene beoordeling of de lease vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico’s en voordelen overdraagt. Indien dit het geval is, dan is de lease een financiële lease; indien niet, dan is het een operationele lease. Als onderdeel van deze beoordeling, neemt de Groep bepaalde indicatoren in beschouwing zoals of de lease voor het grootste gedeelte is van de economische levensduur van het actief.

Indien de lease kwalificeert als een operationele lease, bv. verhuur tijdcharters, blijft het geleasde actief op de balans van de leasingggever en wordt het verder afgeschreven. De toepassing van IFRS 16 vereist de Groep om de lease en non-lease component in het contract te scheiden, waarbij de lease component kwalificeert als operationele lease en de non-lease component geboekt volgens IFRS 15. De Groep erkent lease betalingen ontvangen uit operationele leases als inkomsten en worden opgenomen op lineaire basis over de leaseperiode als onderdeel van opbrengst (zie waarderingsregel 18.2.). Betalingen gerelateerd aan de service component gemaakt onder operationele leases worden eveneens opgenomen in de winst- en verliesrekening over de termijn van de lease.

De Groep onderverhuurt sommige van haar eigendommen. De onderverhuurovereenkomsten worden geclassificeerd als financiële leases volgens IFRS 16. Voor de sublease wordt het gebruiksrecht op het actief gerelateerd aan de hoofdlease niet langer opgenomen en een lease vordering wordt opgenomen aan een bedrag gelijk met de netto-investering gerelateerd aan de onderverhuur. Vervolgens erkent de Groep financiële inkomsten over de leasetermijn van de financiële lease en worden zodanig opgenomen dat er elke periode sprake is van een constant rendement op de netto-investering en, indien van toepassing, bijzondere waardeverminderingen op de leasevordering.

Financial report 2021

39

21. Financiële resultaten

Netto-financieringskosten omvatten de rente verschuldigd op leningen, berekend met behulp van de effectieve rentemethode, te ontvangen rente op beleggingen, inkomsten uit dividenden, winsten en verliezen uit valutakoersverschillen en winsten en verliezen op afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening (zie waarderingsregel 8).

De effectieve rentevoet is de rente die exact de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte looptijd van het financieel instrument verdisconteert tot:

De bruto boekwaarde van het financieel actief; of

De geamortiseerde kost van de financiële schuld.


Bij het berekenen van renteinkomsten en kosten, wordt de effectieve rentevoet toegepast op de brute boekwaarde van het actief (wanneer het actief geen waardevermindering ondergaan heeft) of tot de geamortiseerde kost van de schuld.

Inkomsten uit rente worden op actuariële basis in de resultatenrekening opgenomen, rekening houdend met het effectief rendement van een actief.  Inkomsten uit dividenden

worden in de resultatenrekening opgenomen op de dag waarop het dividend wordt toegekend. Inkomsten uit rente gerelateerd aan de financiële lease-overeenkomsten voor onderverhuring worden in de resultatenrekening opgenomen als een financiële opbrengst.

De rentelastcomponent van de betalingen met betrekking tot financiële lease-overeenkomsten worden in de resultatenrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.

22. Winstbelastingen

Winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde winstbelastingen en uitgestelde belastingen. De belastingen worden geboekt in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op een bedrijfscombinatie, of items die direct in het eigen vermogen of in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen.

De over het boekjaar verschuldigde winstbelastingen omvatten de verwachte belastingschuld betaalbaar op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van belastingpercentages die van kracht zijn op de balansdatum, en eventuele aanpassingen aan de belastingschuld van de vorige jaren.

40

Euronav

Uitgestelde belastingen worden opgenomen op basis van de “balansmethode”, en komen voort uit tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva voor financiële rapporteringsdoeleinden en de bedragen gebruikt voor belastingdoeleinden. De volgende tijdelijke verschillen worden niet voorzien: de eerste opname van goodwill, de eerste opname van activa of passiva die geen invloed hebben op de winst vóór belasting of op de fiscale winst, en verschillen die betrekking hebben op investeringen in dochterondernemingen die waarschijnlijk in de nabije toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en passiva, op basis van de op balansdatum van kracht zijnde belastingpercentages. Uitgestelde belastingschulden en -vorderingen worden gecompenseerd in zoverre de belastingwetgeving dit toelaat en voor zover zij betrekking hebben op dezelfde statutaire entiteit.

Een uitgestelde belastingvordering (actieve belastingslatentie) wordt enkel opgenomen wanneer verwacht wordt dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om met het actief verrekend te worden. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerd belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Als gevolg van de toepassing van een IFRIC-agendabesluit over IAS 12 Winstbelastingen, wordt tonnage tax niet beschouwd als een winstbelasting zoals voorzien in IAS 12 en wordt bijgevolg niet voorgesteld als belastingen in de resultatenrekening maar als een administratieve kost onder de hoofding Algemene en administratieve kosten. In overeenstemming met IFRIC 23 schat de Groep in of er enige onzekerheid is omtrent de behandeling van inkomstenbelasting.

23. Gesegmenteerde informatie

Een operationeel segment is een onderdeel van een Groep dat bedrijfsactiviteiten uitoefent waaruit opbrengsten kunnen worden verdiend en waarbij kosten kunnen worden gemaakt (met inbegrip van opbrengsten en kosten die verband houden met transacties met andere onderdelen van dezelfde Groep). De Groep onderscheidt twee segmenten: de eigendom en uitbating van ruwe-olietankers op de internationale markt (tankers) en FSO/FpSO (floating storage and offloading). De interne organisatie- en managementstructuur van de Groep onderscheidt geen geografische segmenten.

24. Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Groep die een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of een geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt dat afgestoten

werd of aangehouden wordt met het oog op verkoop; of is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. Wanneer een activiteit geklasseerd wordt als een beëindigde bedrijfsactiviteit dan zullen de vergelijkende cijfers in de resultatenrekening voorgesteld worden alsof de beëindigde bedrijfsactiviteit al in de vorige vergelijkende periode als dusdanig geklasseerd werd.

25. Nieuwe standaarden en interpretaties die nog niet toegepast werden

Een aantal nieuwe standaarden, wijzigingen van standaarden en interpretaties zijn nog niet van kracht voor boekjaren eindigend op 31 december 2021 en werden niet toegepast bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening:


Aanpassingen aan  IAS 1 Presentatie van de jaarrekening: classificatie van schulden als kortlopend of langlopend, uitgegeven op 23 januari 2020, verduidelijkt een criteria in IAS 1 voor de classificatie van een schuld als langlopend: het vereist dat een entiteit het recht heeft de afwikkeling van de verplichting uit te stellen tot tenminste 12 maanden na de verslagperiode. De wijzigingen:

1.specificeren dat het recht van een entiteit om afwikkeling uit te stellen aan het einde van de verslagperiode moet bestaan;

2.verduidelijken dat de classificatie niet wordt beïnvloed door de intenties of verwachtingen van het management over de vraag of de entiteit haar recht om de afwikkeling uit te stellen zal uitoefenen;

3.verduidelijken hoe leningsvoorwaarden de classificatie beïnvloeden; en

4.omvatten een verduidelijking van de vereisten voor de classificatie van schulden die een entiteit zal of kan afwikkelen door haar eigen eigenvermogensinstrumenten uit te geven.


Op 15 juli 2020 publiceerde de IASB Classificatie van schulden als kortlopend of langlopend - uitstel van ingangsdatum (aanpassingen in IAS 1), waarbij de ingangsdatum van bovenstaande aanpassingen met één jaar werden uitgesteld tot boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2023 en waarbij vervroegde toepassing toegestaan is. De aanpassingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU. De IASB heeft op 19 november 2021 een nieuw ontwerp met betrekking tot deze aanpassingen gepubliceerd.

Aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties; IAS 16 Materiële vaste activa; IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa, evenals jaarlijkse wijzigingen aan IFRS 2018-

Financial report 2021

41

2020, uitgegeven op 14 mei 2020, bevatten verschillende nauwgezette aanpassingen die bepaalde formuleringen verduidelijken of kleine fouten of conflicten tussen vereisten in de normen corrigeren:

1.Aanpassingen aan IFRS 3 Bedrijfscombinaties passen een verwijzing in IFRS 3 aan naar het conceptueel kader voor financiële verslaggeving, zonder de boekhoudkundige vereisten voor bedrijfscombinaties te wijzigen.

2.Aanpassingen aan IAS 16 Materiële vaste activa verbieden een entiteit om de aanschafwaarde voor materiële vaste activa te verlagen met verkoopopbrengsten die worden ontvangen uit de verkoop van artikelen die worden geproduceerd terwijl de entiteit het actief voorbereidt op het beoogde gebruik. In plaats daarvan zal een entiteit dergelijke verkoopopbrengsten en gerelateerde kosten in winst of verlies opnemen. De wijzigingen verduidelijken eveneens dat het testen of een materieel vast actief klaar is voor het beoogde gebruik, inhoudt dat de technische en fysieke prestaties worden beoordeeld zonder de financiële prestaties ervan te beoordelen.

3.Aanpassingen aan IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa specificeren welke kosten een onderneming meeneemt bij de beoordeling of een contract al dan niet verlieslatend zal zijn. De aanpassingen verduidelijken dat de kosten die nodig zijn om een contract uit te voeren, bestaan uit: de marginale kosten voor de uitvoering van het contract; en een toewijzing van de andere kosten die direct verband houden met het contract.

4.Jaarlijkse verbeteringen 2018-2020 brengen kleine aanpassingen aan in IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 9 Financiële instrumenten, IAS 41 Landbouw en de illustratieve voorbeelden opgenomen in IFRS 16 Leases.


De aanpassingen zijn van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022 en waarbij vervroegde toepassing toegestaan is. De wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.

Aanpassingen aan IAS 1 Presentatie van de jaarrekening en IFRS-Practice Statement 2: informatieverschaffing over grondslagen voor financiële verslaggeving, uitgegeven op 12 februari 2021, omvatten kleine aanpassingen om de toelichting met betrekking tot de grondslagen voor financiële verslaggeving te verbeteren, zodat ze nuttigere informatie verschaffen aan beleggers en andere primaire gebruikers van de jaarrekening. De aanpassingen aan IAS 1 verplichten ondernemingen om hun materiële grondslagen voor financiële verslaggeving openbaar te maken in plaats van hun belangrijke grondslagen. De aanpassingen in IFRS-

practice statement 2 voorzien in richtlijnen voor de toepassing van het materialiteitsconcept op de toelichtingen bij de jaarrekening.

De aanpassingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze aanpassingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Aanpassingen aan IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, wijzigingen in schattingen en fouten: definitie van schattingen, uitgegeven op 12 februari 2021, verduidelijken hoe ondernemingen wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving moeten onderscheiden van wijzigingen in schattingen. Het onderscheid is belangrijk omdat wijzigingen in schattingen alleen prospectief worden toegepast op toekomstige transacties en andere toekomstige gebeurtenissen, terwijl wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving doorgaans ook retroactief toegepast worden op transacties in het verleden en andere gebeurtenissen in het verleden.

De aanpassingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze aanpassingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen: uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en passiva die voortvloeien uit één enkele transactie, uitgegeven op 6 mei 2021, verduidelijken hoe ondernemingen uitgestelde belastingen op transacties zoals leaseovereenkomsten en ontmantelingsverplichtingen moeten verwerken. IAS 12 Inkomstenbelastingen specificeert hoe een onderneming winstbelastingen, inclusief uitgestelde belastingen, verwerkt. Onder bepaalde voorwaarden zijn ondernemingen vrijgesteld van het opnemen van uitgestelde belastingen wanneer zij voor het eerst activa of passiva opnemen. Voorheen was er enige onzekerheid over de vraag of deze vrijstelling van toepassing was op transacties zoals leaseovereenkomsten en ontmantelingsverplichtingen, transacties waarbij ondernemingen zowel een actief als een passiva opnemen. De aanpassingen verduidelijken dat de vrijstelling niet van toepassing is en dat ondernemingen uitgestelde belastingen op dergelijke transacties moeten opnemen. Het doel van de aanpassingen is om de diversiteit in rapportering over uitgestelde belastingen op lease- en ontmantelingsverplichtingen te verminderen.

De aanpassingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze aanpassingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Euronav

Toelichting 2 - Segment rapportering

De Groep onderscheidt twee bedrijfssegmenten: de uitbating van ruwe-olietankers op de internationale markt (Tankers) enerzijds en de drijvende productie-, opslag- en verladingsactiviteiten (FSO/FpSO) anderzijds. Deze twee divisies zijn operationeel in twee totaal verschillende markten, waarbij voor de laatste de activa op maat gemaakt of geconverteerd worden voor specifieke lange termijn projecten. De tankermarkt vereist een verschillende marketingstrategie, aangezien deze als een zeer volatiele markt wordt beschouwd, waarbij de contractlooptijd meestal minder dan 2 jaar bedraagt en de activa in grote mate gestandaardiseerd zijn. De segmentopbrengsten en -kosten en de belangrijkste activa worden, zoals hieronder uiteengezet, minstens op kwartaalbasis voorgelegd aan de Directieraad, om de belangrijkste besluitvormers te helpen met de beoordeling van de respectieve segmenten. De Chief Operating Decision Maker (CODM) ontvangt de informatie per segment op basis van de proportionele consolidatie voor de joint ventures en niet op basis van de vermogensmutatiemethode. De reconciliatie tussen de gecombineerde segmentcijfers aan de ene kant, en de geconsolideerde balans of resultatenrekening aan de andere kant, wordt weergegeven in een aparte kolom 'eliminaties'.

De Groep heeft twee klanten in het Tankers segment die respectievelijk 11% (tijdsbevrachtingscontract) en 10% van de totale omzet van het Tankers segment vertegenwoordigden in 2021 (2020: één klant die 6% vertegenwoordigde (tijdsbevrachtingscontract) en in 2019 één klant die 7% vertegenwoordigde ((tijdsbevrachtingscontract)). Alle overige klanten vertegenwoordigen minder dan 10% van de totale omzet van het Tankers segment

De Groep heeft één unieke klant in het FSO segment.

De interne organisatie- en managementstructuur van de Vennootschap onderscheidt geen relevante geografische segmenten.

Geconsolideerde balans

(in duizenden USD)

ACTIVA

Schepen

Activa in aanbouw

Gebruiksrecht op activa

Overige materiële vaste activa

Immateriële vaste activa

Vorderingen

Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Uitgestelde belastingvorderingen

Totaal vaste activa

Totaal vlottende activa

TOTAAL ACTIVA

42

EIGEN VERMOGEN en SCHULDEN

Totaal eigen vermogen

Bankleningen

Overige uitgiftes

Overige leningen

Lease schulden

Overige schulden

Uitgestelde belastingverplichtingen

Personeelsbeloningen

Provisies

Totaal langlopende schulden

Totaal kortlopende schulden

TOTAAL EIGEN VERMOGEN en SCHULDEN

Financial report 2021

43

31 december 2021

31 december 2020

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

2.975.392

105.350

(112.955)

2.967.787

2.875.348

115.248

(125.288)

2.865.308

181.293

181.293

207.069

207.069

29.001

29.001

52.955

52.955

1.218

1.218

1.759

1.759

186

186

161

161

46.251

9.388

55.639

46.419

8.635

55.054

4.653

67.793

72.446

2.822

48.881

51.703

1.546

1.546

1.357

1.357

3.239.540

105.350

(35.774)

3.309.116

3.187.890

115.248

(67.772)

3.235.366

459.864

10.478

(10.935)

459.407

453.009

10.182

(11.318)

451.873

3.699.404

115.828

(46.709)

3.768.523

3.640.899

125.430

(79.090)

3.687.239

1.891.483

69.099

1.960.582

2.264.271

47.515

2.311.786

1.175.835

11.465

(11.465)

1.175.835

836.318

36.237

(36.237)

836.318

196.895

196.895

198.279

198.279

86.198

86.198

100.056

100.056

16.759

16.759

21.172

21.172

3.490

3.490

6.893

242

(242)

6.893

10.535

(10.535)

11.525

(11.525)

6.839

6.839

7.987

7.987

892

892

1.154

1.154

1.486.908

22.000

(22.000)

1.486.908

1.171.859

48.004

(48.004)

1.171.859

321.013

24.729

(24.709)

321.033

204.769

29.911

(31.086)

203.594

3.699.404

115.828

(46.709)

3.768.523

3.640.899

125.430

(79.090)

3.687.239

44

Euronav

Geconsolideerde resultatenrekening

(in duizenden USD)

2021

2020 (herzien)*

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

Tankers *

FSO

Min eliminaties

Totaal *

Inkomsten uit scheepvaartactiviteiten

Omzet

422.649

50.132

(53.011)

419.770

1.220.843

49.949

(60.451)

1.210.341

Meerwaarden op de verkoop van schepen/overige materiële vaste activa

15.068

15.068

23.107

(379)

22.728

Andere bedrijfsopbrengsten

10.111

2.356

(2.212)

10.255

9.907

2.577

(2.372)

10.112

Totale inkomsten uit scheepvaartactiviteiten

447.828

52.488

(55.223)

445.093

1.253.857

52.526

(63.202)

1.243.181

Operationele kosten

Reiskosten en commissies

(122.374)

3.566

(118.808)

(129.833)

4.403

(125.430)

Operationele kosten schepen

(222.087)

(12.381)

13.762

(220.706)

(221.245)

(12.014)

14.869

(218.390)

Kosten vrachthuur

(6.775)

(2.975)

(9.750)

(5.410)

(2.544)

(7.954)

Minderwaarden op de verkoop van schepen/overige materiële vaste activa

(1)

(1)

Afschrijvingen materiële vaste activa

(347.338)

(9.899)

12.333

(344.904)

(323.216)

(16.710)

20.274

(319.652)

Afschrijvingen immateriële vaste activa

(90)

(90)

(99)

(99)

Algemene en administratieve kosten

(32.441)

(330)

363

(32.408)

(37.441)

(560)

668

(37.333)

Totale operationele uitgaven

(731.105)

(22.610)

27.049

(726.666)

(717.245)

(29.284)

37.670

(708.859)

BEDRIJFSRESULTAAT

(283.277)

29.878

(28.174)

(281.573)

536.612

23.242

(25.532)

534.322

Financieringsopbrengsten

14.050

884

14.934

20.045

21

1.430

21.496

Financieringskosten

(95.626)

(1.971)

2.056

(95.541)

(91.645)

(3.295)

3.387

(91.553)

Netto financieringskosten

(81.576)

(1.971)

2.940

(80.607)

(71.600)

(3.274)

4.817

(70.057)

Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)

380

22.596

22.976

467

10.450

10.917

Winst (verlies) vóór belastingen

(364.473)

27.907

(2.638)

(339.204)

465.479

19.968

(10.265)

475.182

Winstbelastingen

427

(2.638)

2.638

427

(1.944)

(10.265)

10.265

(1.944)

Winst (verlies) van de periode

(364.046)

25.269

(338.777)

463.535

9.703

473.238

Toerekenbaar aan:

Eigenaars van de Vennootschap

(364.046)

25.269

(338.777)

463.535

9.703

473.238

45

Financial report 2021

2019 (herzien)*

Tankers *°

FSO °

Min elimina-ties °

Totaal *

916.157

49.461

(50.907)

914.711

14.879

14.879

10.075

3.351

(3.332)

10.094

941.111

52.812

(54.239)

939.684

(145.047)

2

364

(144.681)

(218.719)

(12.657)

12.872

(218.504)

(604)

(604)

(75)

(75)

(338.036)

(18.071)

18.461

(337.646)

(56)

(56)

(42.583)

(283)

351

(42.515)

(745.120)

(31.009)

32.048

(744.081)

195.991

21.803

(22.191)

195.603

20.399

147

26

20.572

(119.809)

(4.558)

4.564

(119.803)

(99.410)

(4.411)

4.590

(99.231)

440

16.020

16.460

97.021

17.392

(1.581)

112.832

(602)

(1.581)

1.581

(602)

96.418

15.812

112.230

96.418

15.812

112.230

Toelichting 3 - Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Activa aangehouden voor verkoop

De activa aangehouden voor verkoop kunnen als volgt gedetailleerd worden:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

Schepen

12.705

Waarvan in het Tanker segment

12.705

Waarvan in FSO segment

(in duizenden USD)

(Geschatte) Verkoopprijs

Boekwaarde

Activa aangehouden
voor verkoop

Waardever-minderings-verlies

(Verwacht) Verlies

Per 1 januari 2020

12.705

Activa verkocht vanuit activa aangehouden voor verkoop

Finesse

21.003

12.705

(12.705)

8.298

Per 31 december 2020

8.298

Per 1 januari 2021

Per 31 december 2021

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in duizenden USD)

2021

2020

Tankers

wFSO

Min eliminaties

Totaal

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten

(32.132)

35.532

(28.705)

(25.305)

958.798

36.328

(25.341)

969.785

Nettokasstroom uit (gebruikt in) investeringsactiviteiten

(351.767)

(1.479)

(353.246)

(110.314)

(6.792)

(117.106)

Nettokasstroom uit (gebruikt in) financieringsactiviteiten

(378.528)

(35.259)

787.680

373.893

(995.151)

(36.503)

31.953

(999.701)

Investeringen

(413.319)

(413.319)

(226.663)

1.253

(225.410)

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, die de erkenning vereist van gebruiksrechten op activa en lease verplichtingen voor lease contracten die voorheen als operationele leases geclassificeerd werden. Als resultaat heeft de Groep 87,6 miljoen USD gebruiksrechten op activa erkend en 105,3 miljoen USD verplichtingen van deze lease contracten. De activa en verplichtingen zijn opgenomen in het Tankers en FSO segment vanaf 31 december 2019. De Groep heeft IFRS 16 toegepast gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering, waaronder vergelijkbare informatie niet aangepast werd (zie toelichting 1.19).


° Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.

46

Euronav

47

Financial report 2021

2019

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

259.109

41.278

(28.396)

271.991

44.211

(461)

43.750

(178.587)

(41.491)

28.891

(191.187)

(30.173)

22.120

(8.053)

Per 31 december 2021 en 31 december 2020 had de Vennootschap geen activa aangehouden voor verkoop.

Beëindigde bedrijfsactiviteiten


Per 31 december 2021 en 31 december 2020 heeft de Groep geen activiteiten die beantwoorden aan de definitie van een beëindigde bedrijfsactiviteit.

Euronav

Toelichting 4 - Omzet en andere bedrijfsopbrengsten

In de volgende tabel is de omzet uitgesplitst per type contract.

(in duizenden USD)

2021

2020 (herzien)*

Toelich-ting

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

Tankers

FSO

Min eliminaties

Totaal

Pool inkomsten

-

136.160

11

136.171

697.485

594

698.079

Spot reizen

-

215.158

(2.890)

212.268

409.328

(9.799)

399.529

Opbrengsten uit contracten met klanten

351.318

(2.879)

348.439

1.106.813

(9.205)

1.097.608

Tijdbevrachting

-

71.331

50.132

(50.132)

71.331

114.030

49.949

(51.246)

112.733

Lease opbrengsten

71.331

50.132

(50.132)

71.331

114.030

49.949

(51.246)

112.733

Totaal omzet

422.649

50.132

(53.011)

419.770

1.220.843

49.949

(60.451)

1.210.341

Andere bedrijfs-opbrengsten

-

10.255

10.112

* Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.


Voor het opnemen van de inkomsten in de resultatenrekening verwijzen we naar de waarderingsgrondslagen (zie toelichting 1.18) - Opbrengsten. 

De omzetdaling is voornamelijk gerelateerd aan de daling van de pool- en spotreisinkomsten die het gevolg is van gedaalde vrachttarieven in vergelijking met 2020. Euronav profiteerde van de zwakke marktomgeving om droogdokken uit te voeren (18 VLCC's en zeven Suezmaxen), wat resulteerde in minder

48

huurdagen gedurende het jaar in vergelijking met 2020. De daling van de inkomsten uit tijdsbevrachting is ook te wijten aan deze ongunstige marktomstandigheden en een lager aantal schepen op tijdsbevrachting.

Overige bedrijfsopbrengsten omvatten opbrengsten die verband houden met de dagelijkse standaard bedrijfsactiviteiten van de vloot en die niet direct toe te schrijven zijn aan een individuele reis.

Financial report 2021

49

Toelichting 5 - Kosten voor scheepvaartactiviteiten en overige kosten van operationele activiteiten

Reiskosten en commissies

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020

2019

Betaalde commissies

-

(8.014)

(12.748)

(10.130)

Bunkers

-

(84.614)

(98.761)

(101.947)

Overige reisgerelateerde kosten

-

(26.180)

(13.921)

(32.604)

Totaal reiskosten en commissies

(118.808)

(125.430)

(144.681)

De reiskosten en commissies, die alleen betrekking hebben op de Suezmax-vloot, daalden in 2021 ten opzichte van 2020, voornamelijk als gevolg van een daling van bunkergerelateerde kosten en betaalde commissies, terwijl een stijging werd opgemerkt voor andere reisgerelateerde kosten. Voor schepen die op de spotmarkt worden geëxploiteerd, worden de reiskosten betaald door de reder, terwijl de reiskosten voor schepen in het kader van een tijdsbevrachtingscontract door de bevrachter worden betaald. Reiskosten voor schepen die in een pool worden geëxploiteerd, worden betaald door de pool.

De meeste andere reiskosten zijn havenkosten, bemiddelingskosten en agentuurkosten die worden betaald om de schepen

op de spotmarkt te exploiteren. Havenkosten variëren afhankelijk van het aantal uitgevoerde spotreizen, het aantal en het type havens. De stijging van de overige reisgerelateerde kosten in 2021 ten opzichte van 2020 is het gevolg van veranderde handelspatronen.

De bunkerkosten daalden ten opzichte van vorig jaar ondanks een hogere gemiddelde bunkerprijs als gevolg van minder verbruikte bunkers in 2021 in vergelijking met het jaar eindigend op 31 december 2020 in combinatie met een hedgingprogramma dat in 2021 werd uitgevoerd om de volatiliteit te beheersen.

Operationele kosten schepen

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020 (revised)*

2019 (revised)*

Operationele kosten

-

(204.702)

(204.433)

(203.448)

Verzekering

-

(16.004)

(13.957)

(15.056)

Totaal operationele kosten schepen

(220.706)

(218.390)

(218.504)

* Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.

De operationele kosten hebben voornamelijk betrekking op de bemanning (inclusief de bonussen voor de bemanning), technische en andere kosten (inclusief personeel aan wal dat volledig aan het scheepsbeheer werkt) om tankers

te exploiteren. In 2021 waren deze uitgaven in lijn met 2020. Ondanks het hogere aantal schepen heeft het kostenbesparingsprogramma positief bijgedragen aan deze P&L-lijn.

Kosten vrachthuur

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020

2019

Tijdsbevrachting

-

(8.473)

(7.954)

(604)

Naaktrompbevrachting

-

(1.277)

Totaal vrachthuurkosten

(9.750)

(7.954)

(604)

50

Euronav

De tijdsbevrachtingskosten in 2021 zijn volledig toe te schrijven aan de interne korte termijn tijdbevrachtingsovereenkomst met onze joint-venture Bari Shipholding Ltd. en de huurkosten voor de schepen (Dragon Satu/Cougar Satu) in relatie tot onze bunkerstrategie. De Groep koos ervoor om de kortlopende leasevrijstelling toe te passen en bijgevolg werden de leasebetalingen opgenomen als een kost en werden gebruiksrecht op activa en lease schulden niet opgenomen.

Door de invoering van IFRS 16 op 1 januari 2019, waarbij de kosten met betrekking tot de naaktrompbevrachtingscontracten nu worden opgenomen in afschrijvings- en amortisatiekosten voor de afschrijving van het gebruiksrecht op activa over de resterende leasetermijn en financieringskosten, waren de de

huurkosten betreffende de naaktrompbevrachtingen nul in 2020.

Op 15 december 2021 liep het contract voor de vier naaktrompbevrachtingen af (zie toelichting 20), waarbij één schip (VLCC Nautilus) voor het einde van het jaar opnieuw aan de eigenaren werd geleverd. De overige drie schepen (VLCC's Navarin, Neptun en Nucleus) zullen in het eerste kwartaal van 2022 opnieuw worden geleverd (zie toelichting 27).Daarom heeft 1,3 miljoen USD rompbevrachtingsverhuur betrekking op de 16 dagen naaktrompbevrachting in 2021 na het einde van het contract. Vanwege immaterialiteit werden deze kosten geregistreerd als rompbevrachtingsverhuur in plaats van rekening te houden met een leasewijziging.

Algemene en administratieve kosten

(in duizenden USD)

Toelichting

2021

2020 (herzien)*

2019 (herzien)*

Bezoldigingen

-

(7.566)

(10.641)

(16.706)

Sociale zekerheid

-

(1.295)

(1.360)

(1.546)

Voorziening voor personeelsvoordelen

17

687

(545)

(134)

Op aandelen gebaseerde betalingen die in geldmiddelen worden afgewikkeld

23

(548)

1.338

(2.455)

Op aandelen gebaseerde betalingen die in eigen vermogensinstrumenten worden afgewikkeld

23

(761)

(140)

Overige bezoldigingen

-

(1.000)

(1.272)

(1.615)

Personeelsbeloningen

(10.482)

(12.620)

(22.456)

Administratieve kosten

-

(18.355)

(21.652)

(19.177)

Tonnagebelasting

-

(3.346)

(3.459)

(1.313)

Claims

-

(452)

10

(17)

Voorzieningen

-

227

388

448

Totaal algemene en administratieve kosten

(32.408)

(37.333)

(42.515)

Gemiddeld aantal voltijdse equivalenten (personeel aan wal)

189,05

185,66

184,90

* Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.

De algemene en administratieve kosten, waaronder de lonen van het personeel aan wal, uitgezonderd het personeel aan wal dat volledig aan scheepsbeheer werkt, bestuurdersvergoedingen, huurkosten, advies- en auditkosten en tonnagebelasting, zijn in 2021 gedaald ten opzichte van 2020. Deze daling is vooral het gevolg van lagere lonen en salarissen in 2021, wat toe te schrijven is aan een lagere opbouw van de bonussen (voor het personeel aan wal) ten opzichte van 2020.

Algemene en administratieve kosten daalden ook als gevolg van een daling van de vergoedingen van de raad van bestuur en er werden geen bedragen afgeschreven op handelsdebiteuren in 2021 in vergelijking met 1 miljoen USD in 2020.

De voorziening voor personeelsbezoldigingen is in 2021 lager dan in 2020 als gevolg van een wijziging in de boekhoudkundige verwerking van de Griekse toegezegd-pensioenregeling overeenkomstig de beslissing van de Griekse rekenkamer. Wat op aandelen gebaseerde betalingen betreft, zijn de eerste tranche van het TBIP 2019 en een derde van het LTIP 2016, LTIP 2017 en LTIP 2018 in 2020 onvoorwaardelijk geworden, wat tot een bate heeft geleid, terwijl in 2021 slechts een derde van het LTIP 2017 en LTIP 2018 onvoorwaardelijk is geworden. De in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde op aandelen gebaseerde betalingen zijn in 2021 toegenomen omdat het LTIP 2020 in 2021 is opgenomen naast het LTIP 2019. In 2020 werd alleen het LTIP 2019 opgenomen in de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen (zie toelichting 14).

Financial report 2021

51

Toelichting 6 - Netto financieringskosten

Opgenomen in de resultatenrekening

(in duizenden USD)

2021

2020

2019

Interesten op bankdeposito's

1.896

3.687

6.529

Wisselkoerswinsten

11.370

15.009

14.043

Financieringsopbrengsten

14.934

21.496

20.572

Interesten op financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

(57.961)

(60.627)

(84.327)

Interesten op leasing

(2.378)

(3.287)

(4.811)

Reële waarde aanpassing van renteswaps

(78)

(108)

(8.533)

Andere financiële kosten

(14.265)

(9.936)

(7.474)

Wisselkoersverliezen

(11.893)

(15.872)

(14.607)

Financieringskosten

(95.541)

(91.553)

(119.803)

Netto financieringskosten opgenomen in de resultatenrekening

(80.607)

(70.057)

(99.231)

De financieringsopbrengsten zijn lager tijdens het jaar eindigend op 31 december 2021, in vergelijking met 31 december 2020 voornamelijk door een daling van de wisselkoerswinsten versterkt door een daling van de interesten op bankdeposito's vanwege minder vrij beschikbare geldmiddelen gedurende de periode en een lagere positieve reële waarde van de derivaten opgenomen in de resultatenrekening.

De stijging in financieringskosten is voornamelijk toewijsbaar aan de meer negatieve resultaten op de brandstof derivaten gerelateerd aan het indekkingsprogramma van de bunker

brandstof aan boord van de Oceania en hogere andere financiële kosten, deels gecompenseerd door een lager bedrag van de wisselkoersverliezen.

Interesten op leasing omvat de te betalen interesten op lease verplichtingen.

Bovengenoemde financiële opbrengsten en kosten omvatten het volgende met betrekking tot financiële activa of financiële verplichtingen die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de

Euronav

52

resultatenrekening:

(in duizenden USD)

2021

2020

2019

Totale interestopbrengsten op financiële activa

3.564

6.487

6.529

Totale interestkosten op financiële verplichtingen

(66.927)

(62.350)

(84.378)

Totale interest op leasing

(2.378)

(3.287)

(4.811)

Totale andere financiële kosten

(14.265)

(9.936)

(7.474)


Opgenomen in eigen vermogen

(in duizenden USD)

2021

2020

2019

Omrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten

(482)

636

(112)

Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van wijzigingen in reële waarde

9.852

(2.873)

(1.885)

Netto financiële kosten opgenomen in eigen vermogen

9.370

(2.237)

(1.997)

Toewijsbaar aan:

Eigenaars van de Vennootschap

9.370

(2.237)

(1.997)

Netto financiële kosten opgenomen in eigen vermogen

9.370

(2.237)

(1.997)

Opgenomen in:

Omrekeningsverschillen

(482)

636

(112)

Hedging reserve

9.852

(2.873)

(1.885)

Financial report 2021

53

Toelichting 7 - Winstbelastingen

(in duizenden USD)

2021

2020

2019

Actuele belastinglast

Met betrekking tot het huidige boekjaar

(206)

(575)

(1.066)

Totaal actuele belastinglast

230

(575)

(1.066)

Uitgestelde belasting

Erkenning (gebruik) van fiscale verliezen

201

(1.369)

474

Overige

(4)

(10)

Totaal uitgestelde belastingen

197

(1.369)

464

Totaal winstbelastingen in resultatenrekening

427

(1.944)

(602)


Reconciliatie van het effectief belastingpercentage

2021

2020

2019

Winst (verlies) voor belastingen

(339.204)

475.182

112.832

Belasting aan nationaal tarief

(25,00)%

84.801

(25,00)%

(118.796)

(29,58)%

(33.376)

Impact op belastingen van:

Niet aan belasting onderworpen winst (verlies)

4.541

241

317

Belastingaanpassingen van voorgaande jaren

436

34

Verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen erkend werden

27

(61)

(26)

Verworpen uitgaven

(188)

(482)

(538)

Gebruik van eerdere niet-opgenomen belastingverliezen en -kredieten

4.101

267

4.066

Tonnage Tax regime

(84.881)

115.174

24.534

Impact aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode

5.649

2.613

2.482

Impact van belastingtarieven in andere landen

(14.059)

(900)

1.905

Totaal belastingen

(0,13)%

427

(0,41)%

(1.944)

(0,53)%

(602)

Ingevolge de toepassing van een IFRIC agenda beslissing over IAS 12 Income taxes wordt /tonnagebelasting niet beschouwd als een winstbelasting zoals voorzien in IAS 12 en wordt bijgevolg niet voorgesteld als belastingen in de resultatenrekening maar als een administratieve kost onder de hoofding Algemene en administratieve kosten. Het betaalde

bedrag voor tonnagebelasting in het jaar eindigend op 31 december 2021 was 3,3 miljoen USD (2020: 3,5 miljoen USD) (zie toelichting 5).

* DTA = Deferred Tax Asset

54

Euronav

Toelichting 8 - Materiële vaste activa

(in duizenden USD)

Toelichting

Schepen

Schepen in aanbouw

Gebruiksrecht op activa

Overige materiële vaste activa

Totaal

Per 1 januari 2019

Aanschaffingsprijs

-

4.927.324

4.274

4.931.598

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen

-

(1.407.257)

(2.331)

(1.409.588)

Netto-boekwaarde

3.520.067

1.943

3.522.010

Aankopen

-

7.024

549

1.012

8.585

Toepassing IFRS 16

-

87.598

87.598

Overdrachten en buitengebruikstellingen

-

(29.386)

(52)

(29.438)

Afschrijvingen

-

(307.738)

(29.265)

(643)

(337.646)

Overboekingen naar activa aangehouden voor verkoop

3

(12.705)

(12.705)

Omrekeningsverschillen

-

26

5

31

Per 31 december 2019

3.177.262

58.908

2.265

3.238.435

Per 1 januari 2020

Aanschaffingsprijs

-

4.815.910

88.182

5.042

4.909.134

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen

-

(1.638.648)

(29.274)

(2.777)

(1.670.699)

Netto-boekwaarde

3.177.262

58.908

2.265

3.238.435

Aankopen

-

17.835

207.069

25.701

285

250.890

Overdrachten en buitengebruikstellingen

-

(42.641)

(2)

(42.643)

Afschrijvingen

-

(287.148)

(31.702)

(802)

(319.652)

Omrekeningsverschillen

-

48

13

61

Per 31 december 2020

2.865.308

207.069

52.955

1.759

3.127.091

Per 1 januari 2021

Aanschaffingsprijs

-

4.608.326

207.069

113.859

5.189

4.934.443

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen

-

(1.743.018)

(60.904)

(3.430)

(1.807.352)

Netto-boekwaarde

2.865.308

207.069

52.955

1.759

3.127.091

Aankopen

-

56.111

356.951

23.476

142

436.680

Overdrachten en buitengebruikstellingen

-

(39.522)

(39.522)

Afschrijvingen

-

(296.837)

(47.387)

(680)

(344.904)

Overboekingen

-

382.727

(382.727)

Omrekeningsverschillen

-

(43)

(3)

(46)

Per 31 december 2021

2.967.787

181.293

29.001

1.218

3.179.299

Financial report 2021

55

(in duizenden USD)

Toelichting

Schepen

Schepen in aanbouw

Gebruiksrecht op activa

Overige materiële vaste activa

Totaal

Per 31 december 2021

Aanschaffingsprijs

-

4.875.811

181.293

53.226

5.244

5.115.574

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen

-

(1.908.024)

(24.225)

(4.026)

(1.936.275)

Netto-boekwaarde

2.967.787

181.293

29.001

1.218

3.179.299

De toepassing van IFRS 16 vanaf 1 januari 2019 (zie toelichting 1.20) resulteerde in de erkenning van een gebruiksrecht op activa ten bedrage van 87,6 miljoen USD opgenomen in de balans onder de hoofding Toepassing IFRS 16.

Op 27 oktober 2020 en 6 november 2020, is de Vennootschap een tijdbevrachtingsovereenkomst aangegaan voor twee Suezmax-schepen, Marlin Sardinia en Marlin Somerset (zie toelichting 20). In overeenstemming met IFRS, heeft de Groep een gebruiksrecht op activa van 24.9 miljoen USD opgenomen.

In 2021 heeft De Group een intensief droogdok programma voltooid om zo gebruik te maken van de huidige uitdagende vrachttarieven. De Aegean, Alboran, Alex, Alice, Andaman, Anne, Antigone, Aquitaine, Arafura, Aral, Ardeche, Cap Charles, Cap Guillaume, Cap Leon, Cap Philippe, Cap Victor, Desirade, Donoussa, Drenec, Heron, Hirado, Sandra, Sara, Selena en Stella zijn in droogdok gegaan in 2021 (18 VLCC-schepen en 7 Suezmax-schepen). De kost van de geplande herstellingen

worden gekapitaliseerd en opgenomen onder de hoofding 'Aankopen'.

Tijdens 2021 werden vier nieuwbouwschepen geleverd van de DSME-scheepswerf voor een totaalbedrag van 382,7 miljoen USD. In januari 2021 heeft Euronav de eerste twee nieuwbouwschepen in ontvangst genomen, Delos (2021 - 300,200 dwt) en Diodorus (2021 - 300,200 dwt). In maart 2021 heeft Euronav ook het derde en vierde nieuwbouwschip in ontvangst genomen, Doris (2021 - 300,200 dwt) en Dickens (2021 - 300,200 dwt). Deze vier schepen werden voordien gerapporteerd als activa in aanbouw op 31 December 2020.

De Groep had op 31 december 2021 acht schepen in aanbouw voor een totaalbedrag van 181,3 miljoen (2020: vier schepen in aanbouw). De bedragen vermeld onder 'schepen in aanbouw' hebben betrekking op drie Eco-type VLCC-schepen en vijf Eco-Type Suezmax-schepen.

Overdrachten en buitengebruikstellingen - Meerwaarde/(Minderwaarde)


(in duizenden USD)

Toelichting

Verkoopprijs

Boekwaarde

Winst

Verlies

Felicity - Verkoop

-

42.000

42.000

Compatriot - Verkoop

-

6.615

6.173

442

VK Eddie - Verkoop

-

37.620

23.212

14.408

Overige

-

29

29

(75)

Per 31 december 2019

86.264

71.385

14.879

(75)

Verkoopprijs

Boekwaarde

Winst

Verlies

Finesse - Verkoop

-

21.003

12.705

8.298

Cap Diamant - Verkoop

-

20.072

7.242

12.830

TI Hellas - Verkoop

-

37.000

35.400

1.600

Per 31 december 2020

78.075

55.347

22.728

Verkoopprijs

Boekwaarde

Winst

Verlies

Newton - Verkoop

-

35.370

32.953

1.163

Filikon - Verkoop

-

15.974

6.570

9.404

Overige

-

4.500

Per 31 december 2021

51.344

39.523

15.068

Op 8 februari, 2021, heeft Euronav een sale & leaseback-overeenkomst afgesloten met betrekking op de VLCC Newton (2009 -

Euronav

307,284 dwt) met Taiping & Sinopec Financial Leasing Ltd Co. Het schip werd verkocht voor een netto verkoopprijs van 35,4 miljoen USD. De Groep boekte een meerwaarde van 1,2 miljoen USD in het eerste kwartaal van 2021 bij levering van het schip aan haar nieuwe eigenaars op 22 februari 2021, wat het gedeelte van de winst is gerelateerd aan de rechten overgedragen aan de koper-verhuurder. Euronav heeft het schip na verkoop terug opgenomen in haar vloot onder een naaktrompbevrachtingscontract van 36 maanden aan een gemiddelde tarief van 22.500 USD per dag. Aan het einde van het naaktrompbevrachtingscontract zal het schip aan de eigenaars worden terug geleverd. In overeenkomst met IFRS heeft de Groep een gebruiksrecht op activa erkend van 22,1 miljoen USD, opgenomen in de sectie Aankopen en een leasing verplichting van 23,4 miljoen USD. 

Op 7 mei 2021, heeft Euronav de Suezmax Filikon (2002 - 149,989 dwt) verkocht voor een netto verkoopprijs van 16,0 miljoen USD. De Vennootschap heeft een meerwaarde gerealiseerd van 9,4 miljoen USD in het tweede kwartaal van 2021, bij de levering aan de nieuwe eigenaar op 4 juni 2021.

De overige meerwaarde van 4,5 miljoen USD heeft betrekking op de herlevering van de VLCC Nautilus (2006 - 307,284 dwt) als onderdeel van een sale en leaseback transactie in december 2016 (zie toelichting 20). De resterende drie schepen, Navarin (2007 - 307,284 dwt), Neptun (2007 - 307,284 dwt) en Nucleus (2007 - 307,284 dwt) worden verwacht terug geleverd te worden in het eerste kwartaal van 2022, wanneer ook de resterende 13,5 miljoen USD meerwaarde zal worden geboekt.

Waardevermindering

Euronav heeft in de afgelopen jaren via een gedetailleerde aanpak zorgvuldig geëvalueerd of de boekwaarden van de schepen een waardevermindering zouden vereisen. Geen waardevermindering werd tot nu toe geboekt. In 2020 heeft de Groep een waardeverminderingstest uitgevoerd omdat er twee indicatoren voor een waardevermindering aanwezig waren, zijnde de significante daling van de vrachttarieven en de lage aandelenkoers van de Groep, zowel voor de KGE's onder het tankersegment als het FSO segment (zoals gedefinieerd in toelichting 2). De interne alsook de externe indicatoren werden voor een waardevermindering geëvalueerd om vast te stellen of verder onderzoek vereist is. De tijdens 2021 verder gedaalde markttarieven en de gerealiseerde netto operationele verliezen hebben aanleiding gegeven om een diepgaande waardeverminderingstest uit te voeren.

Voor het FSO segment concludeerde de Groep dat de indicator 'markttarieven' niet van toepassing was na het afsluiten van de winstgevende verlengingsovereenkomsten tot het einde van de gebruiksduur van de FSO's. Bijgevolg werd de jaarlijkse waardeverminderingsanalyse uitgevoerd voor de gedefinieerde KGE's onder het tanker segment. De realiseerbare waarden van deze KGE's is bepaald op basis van de waarde-in-gebruik berekening aan de hand van gegenereerde kasstroomprognoses. Dit is een complexe oefening en vereist dat verschillende inschattingen worden gemaakt, met betrekking tot onder andere waardes van de schepen, toekomstige vrachttarieven, opbrengsten van de schepen, verdisconteringsvoeten, de economische levensduur van de schepen en de resterende waarden. Deze veronderstellingen en in het bijzonder de inschattingen van de toekomstige vrachttarieven, gebaseerd op historische tendensen, huidige marktomstandigheden, alsook de toekomstige verwachtingen, waarbij het laatste met integratie van de aanhoudende impact van COVID-19 op de TCE tarieven en op de vraag en aanbod naar olie. Dezelfde methodologie die gebruikt werd in de vorige jaren werd toegepast, die rekening houdt met het volatiele karakter van de tankerbusiness door een volledige scheepvaartcyclus in acht te nemen, bepaald van piek tot het volgende piekniveau, terwijl een weging wordt toegepast op de vorige cycli. De gewogen gemiddelde kapitaalkost, die werd gebruikt voor de berekening van de waarde-in-gebruik, bedroeg 5,19%.

De meest belangrijke factoren die een impact kunnen hebben op de veronderstellingen van het management inzake toekomstige tijdbevrachtingstarieven zijn (i) onverwachte wijzigingen in de vraag naar het transport van ladingen van ruwe olie, (ii) wijzigingen in de productie of het aanbod van of vraag naar olie in het algemeen of in specifieke geografische regio’s inclusief als gevolg van sanctieregelingen, (iii) wijzigingen in de niveaus van de bestellingen van nieuwbouwschepen of het

56

Financial report 2021

niveau van de sloop van tankers, (iv) wijzigingen in de regels en voorschriften die van toepassing zijn op de tankerindustrie, inclusief de wetgeving die wordt toegepast door internationale organisaties zoals het IMO of door individuele landen en vlaggenstaten van de schepen.

Uit de beoordeling is niet naar voren gekomen dat de boekwaarde van de KGE's, inclusief de activa die het gebruiksrecht vertegenwoordigen, hoger kan zijn dan de realiseerbare waarde. Hoewel er geen waardevermindering vereist is dit jaar, kunnen we niet verzekeren dat dit in de toekomst ook het geval zal zijn. Elke waardevermindering kan een negatieve impact hebben op onze financiële situatie, onze bedrijfsresultaten, de waarde van onze aandelen en het bedrag aan dividenden.

Bij een stijging van het WACC met 200bps tot 7,19%, zou de analyse ook uitwijzen dat de boekwaarde van de schepen per 31 december 2021 geen bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De weging en prognose op basis van de huidige cyclus zijn gebaseerd op de beoordeling van het management, analistenrapporten en ervaringen uit het verleden voor de voor de komende twee jaar (2022 - 2023). Gebruik makende van de peak-to-peak exclusief toekomstige voorspellingen of het gebruik van de laatste volledige cyclus zou niet leiden tot een bijzondere waardevermindering. Het gebruik van de lopende cyclus, zou leiden tot een bijzondere waardevermindering van 1,4 miljoen USD. 

Bij gebruik van de historische bevrachtingstarieven van de afgelopen tien jaar in deze waardeverminderingsanalyse, wijst de analyse uit dat een waardevermindering van 0,9 miljoen USD vereist is voor de tankervloot (2020: 0,7 miljoen USD).  Bij het gebruik van de historische bevrachtingstarieven van de afgelopen vijf jaar in deze waardeverminderingsanalyse, blijkt uit de analyse dat een waardevermindering van 7,1 miljoen USD vereist is voor de tankervloot (2020: 2,4 miljoen USD). Bij het gebruik van de bevrachtingstarieven van drie jaar in deze waardeverminderingsanalyse, geeft deze aan dat er voor de tankervloot een waardevermindering vereist is van 28,8 miljoen USD (2020: geen waardevermindering).

Zakelijke zekerheden

Alle gefinancierde tankers worden onderworpen aan een hypotheek ter dekking van de bankleningen (zie toelichting 16).

Kapitaalverbintenissen

Op 31 december 2021 bedroegen de totale kapitaalverbintenissen van de Groep 414,3 miljoen USD (per 31 december 2020: 172,1 miljoen USD). Deze kapitaalverbintenissen hebben betrekking tot vijf Suezmax- en drie VLCC-nieuwbouwcontracten. De kapitaalverbintenissen kunnen als volgt gedetailleerd worden:

TOTAAL

2022

2023

2024

Verplichtingen ten aanzien van VLCCs

223.840

55.960

167.880

Verplichtingen ten aanzien van Suezmaxes

190.425

57.639

99.589

33.196

Verplichtingen ten aanzien van FSOs

Totaal

414.265

113.599

267.469

33.196

57

58

Euronav

Toelichting 9 - Uitgestelde belastingvorderingen en-verplichtingen

Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn als volgt toewijsbaar:

(in duizenden USD)

ACTIEF

PASSIEF

NETTO

Personeelsbeloningen

29

29

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en belastingvoordelen

27.650

27.650

Niet-uitgekeerde winsten

(26.322)

(26.322)

27.679

(26.322)

1.357

Verrekening

(26.322)

26.322

Per 31 december 2020

1.357

Personeelsbeloningen

23

23

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en belastingvoordelen

66.304

66.304

Niet-uitgekeerde winsten

(64.781)

(64.781)

66.327

(64.781)

1.546

Verrekening

(64.781)

64.781

Per 31 december 2021

1.546

De niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen en belastingvoordelen zijn volledig gerelateerd aan niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen, investeringsaftrek toelagen en overtollige DBI-aftrek. Fiscale verliezen en belastingvoordelen hebben geen vervaldatum.

De daling in niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen is voornamelijk te wijten aan het gebruik van de toegestane investeringsaftrek in 2021.

Een uitgestelde belastingvordering wordt opgenomen voor niet gebruikte fiscale verliezen en overgedragen belastingvoordelen, in die mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn. De Groep beschouwt toekomstige belastbare winsten als waarschijnlijk wanneer het meer waarschijnlijk is dan niet dat belastbare winsten gegenereerd zullen worden in de nabije toekomst. Bij het bepalen of waarschijnlijke toekomstige belastbare winsten beschikbaar zijn, wordt de kansdrempel toegepast op gedeeltes van het totale bedrag van niet gebruikte fiscale verliezen of belastingvoordelen in plaats van op het volledige bedrag.

Niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

De niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

ACTIEF

PASSIEF

ACTIEF

PASSIEF

Aftrekbare tijdelijke verschillen

291

38

Belastbare tijdelijke verschillen

(12.162)

(12.162)

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en investeringsaftrek

29.753

64.923

30.044

(12.162)

64.961

(12.162)

Verrekening

(12.162)

12.162

(12.162)

12.162

Totaal

17.882

52.799

Financial report 2021

Gezien de aard van het tonnagebelastingregime, bezit de Groep een aanzienlijk bedrag aan niet gebruikte fiscale verliezen en belastingvoordelen, waarvoor geen toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn, en bijgevolg werden er geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen.

Er werden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor tijdelijke verschillen met betrekking tot schepen waarvan de Groep verwacht dat het terugdraaien van deze verschillen geen belastingimpact zullen hebben.

Wijziging van de opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen tijdens het jaar


(in duizenden USD)

Balans per 1 jan, 2019

In resultaat genomen

Opgenomen in eigen vermogen

Omrekenings-verschillen

Balans per 31 dec, 2019

Personeelsbeloningen

37

(10)

(1)

26

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en investeringsaftrek

2.218

474

(3)

2.689

Totaal

2.255

464

(4)

2.715

Balans per 1 jan, 2020

In resultaat genomen

Opgenomen in eigen vermogen

Omrekenings-verschillen

Balans per 31 dec, 2020

Personeelsbeloningen

26

3

29

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en investeringsaftrek

2.689

(1.369)

8

1.328

Totaal

2.715

(1.369)

11

1.357

Balans per 1 jan, 2021

In resultaat genomen

Opgenomen in eigen vermogen

Omrekenings-verschillen

Balans per 31 dec, 2021

Personeelsbeloningen

29

(4)

(2)

23

Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en investeringsaftrek

1.328

201

(6)

1.523

Totaal

1.357

197

(8)

1.546

59

In december 2017 werden wijzigingen aan de Belgische vennootschapsbelasting bekrachtigd, met name een verlaging van het tarief tot 29,58% vanaf 2018 en tot 25% vanaf 2020. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de berekening van het bedrag van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot Belgische groepsentiteiten per 31 december 2021 en 31 december 2020.


Euronav

60

Financial report 2021

Toelichting 10 - Langlopende vorderingen

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Aandeelhoudersleningen met joint ventures

30.242

33.936

Derivaten

6.392

2

Overige langlopende vorderingen

14.426

14.434

Leasevorderingen

4.578

6.681

Beleggingen

1

1

Totaal

55.639

55.054

De daling in aandeelhoudersleningen aan joint-ventures is voornamelijk gerelateerd aan geplande terugbetalingen van de aandeelhouderslening aan TI Africa Ltd (zie toelichting 25).

De derivaten per 31 december 2021 hebben betrekking op de reële marktwaarde van de renteswaps in verband met de financiering van de langetermijnbevrachting met Valero van twee Suezmaxes (Cap Corpus Christi en Cap Port Arthur) en de Interest Rate Swaps in verband met de aan duurzaamheid gekoppelde lening van USD 713,0 miljoen (zie toelichting 14).

De overige langlopende vorderingen hebben voornamelijk betrekking op de uitgifte van een bankgarantie voor een bedrag van 12,3 miljoen USD door middel van een kasdeposito in het kader van de handhavingsprocedures ingediend door Unicredit op 15 januari 2021 (zie toelichting 21). 

De leasevorderingen hebben betrekking op de onderhuur van kantoorruimte aan derden met betrekking tot de gehuurde kantoren van Euronav UK en Euronav MI II Inc. (voordien Gener8 Maritime Inc.).

De vervaldag van de langlopende vorderingen is als volgt:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Te ontvangen:

Minder dan twee jaar

2.294

2.100

Tussen twee en drie jaren

20.368

2.305

Tussen drie en vier jaren

9.157

18.862

Tussen vier en vijf jaren

2.764

Meer dan vijf jaar

23.820

29.023

Totaal

55.639

55.054

Aangezien de aandeelhoudersleningen eeuwigdurende niet-aflossende leningen zijn, worden deze langlopende vorderingen voorgesteld met vervaldag meer dan vijf jaar, met uitzondering van de aandeelhouderslening aan Bari Shipholding Ltd. die zal vervallen in 2024.

61

Toelichting 11 - Voorraad bunkers

Naast de bunkers opgeslagen aan boord van de Euronav schepen, koopt en bewaart de Groep ook conforme brandstof aan boord van een Euronav schip, de ULCC Oceania, zodat er een veilige voorraad van hoge kwaliteit beschikbaar is voor gebruik door de eigen vloot. De groep heeft een Bunker Fuel Management Group opgericht om deze blootstelling aan brandstofolie te beheren in het kader van de IMO 2020 vereisten, die vereisen dat  schepen werken met laagzwavelige brandstof (LSFO), tenzij uitgerust met scrubbers.

De voorraad bunkers wordt gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is waarbij de kostprijs bepaald wordt op basis van het gewogen gemiddelde. De kostprijs omvat: de aankoopprijs, de initiële inspectiekosten, transport- en handelingskosten voor het laden van de bunkers op ons schip en het effectieve deel van de verandering in reële waarde van de derivaten (zie toelichting 14) aangewezen als een kasstroomafdekking voor de onderliggende index in de periode tussen verbintenis en prijszetting. Dit laatste is van toepassing op 2020, in 2021 werden alle brandstofderivaten tegen reële waarde gewaardeerd, waarbij veranderingen in de reële waarde in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening worden opgenomen.

In de loop van 2021, heeft de Vennootschap een bijkomende 269.677 metrische tonnen (2020 : 179.927 metrische tonnen) aan goedgekeurde brandstof aangekocht voor een bedrag van 140,1 miljoen USD (2020: 49,7 miljoen USD) (inclusief alle kosten). Per 31 december 2021 bedroeg de boekwaarde van de totale voorraad bunkers 69,0 miljoen USD (2020: 75,8 miljoen USD) waarvan 45,0 miljoen USD (2020: 57,7 miljoen USD) de boekwaarde was van de voorraad bunkers met betrekking tot de aankoop en opslag van de voorraad conforme olie aan boord van de Oceania.

De conforme brandstof is al gedeeltelijk overgebracht naar onze vloot en zal gedurende 2022 verder worden overgebracht en verbruikt. 17,4 miljoen USD (2020: 22,7 miljoen USD) is verwerkt als bunkerkost in de geconsolideerde winst- en verliesrekening gedurende 2021, onder de rubriek ‘reiskosten en commissies' (zoals besproken in toelichting 5). Per 31 december 2021 bedraagt de boekwaarde van de bunkervoorraad aan boord van onze schepen 24,0 miljoen USD (2020: 18,1 miljoen USD). Bunkers die geleverd worden aan schepen in de TI Pool, zijn verkocht aan de TI Pool aan marktwaarde en worden niet langer weergegeven als voorraad bunkers maar als handels- en overige vorderingen. 

Overeenkomstig met de waarderingsregel diende er op 31 december 2021 geen waardevermindering te worden overwogen, aangezien de netto realiseerbare waarde positief bleef, omdat de bunkerbrandstof in het eindproduct wordt gebruikt omdat de toekomstige TCE hoog genoeg werd ingeschat om de hogere kosten terug te verdienen. Per 31 december 2021, lag de marktprijs voor conforme brandstof hoger dan onze gewogen gemiddelde kostprijs.

62

Euronav

Financial report 2021

Toelichting 12 - Handels- en overige vorderingen - kortlopend

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Handelsvorderingen uit contracten met klanten

55.704

70.658

Handelsvorderingen uit contracten met TI Pool

139.672

99.236

Toe te rekenen opbrengsten

8.480

8.149

Toe te rekenen interesten

580

441

Over te dragen kosten

22.083

21.239

Over te dragen afhandelingskosten

1.156

714

Overige vorderingen

7.977

12.046

Lease vorderingen

2.091

1.981

Derivaten

2

15

Totaal handels- en overige vorderingen

237.745

214.479

De daling van de vorderingen uit contracten met klanten heeft voornamelijk te maken met een lager uitstaand bedrag aan bunkertransporten van het schip Oceania naar Tankers International en CMB.

De toename van de vorderingen uit contracten met klanten - TI Pool heeft betrekking op inkomsten die de Groep zal ontvangen van de Tankers International Pool. Deze bedragen zijn in 2021 voornamelijk gestegen als gevolg van een hoger aantal schepen in de TI Pool in vergelijking met 31 december 2020 en een toename van het werkkapitaal per schip.

Afhandelingskosten vertegenwoordigen voornamelijk de bunkerkosten die worden opgelopen tussen de datum waarop het contract van een spot-reisbevrachting werd gesloten en de volgende laadhaven. Deze kosten worden uitgesteld in overeenstemming met IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten en worden systematisch afgeschreven volgens het patroon van de overdracht van de dienst. De stijging is voornamelijk te wijten aan een hogere bunkerprijs in vergelijking met 2020.

De daling van de overige vorderingen is voornamelijk het gevolg van de terugbetaling van Griekse tonnagebelasting betaald voor schepen onder Belgische en Franse vlag met betrekking tot de jaren 2016-2019 en twee romp en machine gerelateerde claims die in 2021 zijn afgewikkeld.

De lease vorderingen hebben betrekking op de onderverhuur van kantoorruimte aan derde partijen met betrekking tot de gehuurde kantoren van Euronav UK en Euronav MI II Inc. (het vroegere Gener8 Maritime Inc.).

Voor krediet - en valutarisico verwijzen we naar toelichting 19.

63

64

Euronav

Toelichting 13 - Geldmiddelen en kasequivalenten

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Bankdeposito's

Liquide middelen

152.528

161.478

Totaal

152.528

161.478

Op 31 december 2021 en 31 december 2020 werden geen bankdeposito’s aangehouden wegens zeer lage rentevoeten. Alle kasmiddelen worden beheerd bij verschillende banken die allemaal een hoge kredietwaardigheid hebben.

Toelichting 14 - Eigen vermogen

Aantal uitgegeven aandelen

(in aandelen)

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

Uitgegeven aandelen op 1 januari

220.024.713

220.024.713

220.024.713

Uitgegeven aandelen op 31 december - volledig volstort

220.024.713

220.024.713

220.024.713

Op 31 december 2021 wordt het kapitaal van de Vennootschap vertegenwoordigd door 220.024.713 aandelen zonder nominale waarde.

Op 31 december 2021 bedraagt het toegestaan niet-geplaatst kapitaal 83.898.616 USD (2020 en 2019: 83.898.616 USD) of het equivalent van 77.189.888 aandelen (2020 en 2019: 77.189.888 aandelen).

Afdekkingsreserve

2021

(in duizenden USD)

Notionele Waarde

Reële Waarde  - Activa

Reële waarde - Verplichtingen

Wijziging erkend in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Renteswaps

220,0 miljoen USD faciliteit

39.513

(462)

1.902

173,6 miljoen USD faciliteit - Cap Quebec en Cap Pembroke

63.490

(2.987)

2.968

173,6 miljoen USD faciliteit - Cap Corpus Christi en Cap Port Arthur

66.817

1.353

1.614

713,0 miljoen USD faciliteit

237.222

5.039

4.665

Termijncontracten met bovengrens

Contracten met bovengrens

200.000

2

605

De houders van gewone aandelen hebben recht op een dividend op het ogenblik van uitkering en hebben recht op één stem per aandeel in de algemene vergadering van de Vennootschap.

Omrekeningsverschillen

De omrekeningsverschillen omvatten alle wisselkoersverschillen die ontstaan uit de omzetting van de financiële rekeningen van buitenlandse activiteiten.

Financial report 2021

65

De Groep heeft door middel van twee van haar joint ventures, in verband met de 220,0 miljoen USD faciliteit verworven in maart 2018 (zie toelichting 16), meerdere renteswaps aangegaan op 29 juni 2018 voor een gecombineerd notioneel bedrag van 208,8 miljoen USD (belang Euronav bedraagt 50%). Deze renteswaps worden gebruikt om het risico te hedgen gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor interestvoet en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd tegen hun reële waarde; effectieve wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in het overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben een resterende looptijd tussen zes en negen maanden overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de faciliteit en vervallen op 21 juli 2022 en 22 september 2022 voor respectievelijk FSO Asia en FSO Africa. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2021 39,5 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2021 bedroeg (0,5) miljoen USD (100%), waarvan 1.9 miljoen opgenomen werd in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten op het niveau van de joint venture ondernemingen in 2021 (toelichting 25).

De Groep heeft, door middel van de langetermijnbevrachtingsovereenkomsten met Valero voor twee Suezmaxes (Cap Quebec en Cap Pembroke), twee renteswaps afgesloten op 28 maart 2018 en 20 april 2018 voor een gecombineerde nominale waarde van 86,8 miljoen USD. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor rentevoet af te dekken en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben dezelfde looptijd als de langetermijncharters overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de onderliggende 173,6 miljoen USD faciliteit en vervallen op 28 september 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2021 63,5 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2021 bedroeg (3,0) miljoen USD (zie toelichting 18) en 3,0 miljoen USD werd opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2021.

De Groep is op 7 december 2018 twee termijncontracten met bovengrens aangegaan met een uitoefenprijs van 3,25%, startend op 1 oktober 2020, ter afdekking van toekomstige stijging van rentevoeten, met een notionele waarde van 200,0 miljoen USD en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie

onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen in reële waarde worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze termijncontracten hebben een vervaldatum op 3 oktober 2022. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2021, 200,0 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2021 bedroeg 2 duizend USD (zie toelichting 12) en 0,6 miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2021.

In de loop van 2021 en 2020 heeft de Groep meerdere swap- en future contracten in grondstoffen aangegaan in verband met haar project voor brandstof met een laag zwavelgehalte, voor een gecombineerde totale nominale waarde van respectievelijk 140,1 miljoen USD en 25,8 miljoen USD. Deze swaps werden aangegaan om een potentiële stijging van de index onderliggend aan de prijs van brandstof met een laag zwavelgehalte af te dekken tussen de datum van aankoop en het ogenblik van levering, dit wil zeggen wanneer de eigendom van de brandstof effectief wordt overgedragen. Deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrument in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS9. Deze instrumenten werden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen werden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en de ineffectieve wijzigingen werden opgenomen in de resultatenrekening in de loop van 2020. Sinds 2021, werden alle wijzigingen opgenomen in de resultatenrekening. Alle swaps werden afgewikkeld in 2021 en 2020 bij levering van de brandstof. 

De Groep heeft, door middel van de langetermijnbevrachtingsovereenkomsten met Valero voor twee Suezmaxes (Cap Corpus Christi en Cap Port Arthur), twee renteswaps afgesloten op 26 oktober 2020 voor een gecombineerde notionele waarde van 70,1 miljoen USD met ingangsdatum in 2021. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico met betrekking tot de fluctuatie van de LIBOR rentevoet af te dekken en deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben dezelfde looptijd als de langetermijncharters overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de onderliggende 173,6 miljoen USD faciliteit en vervallen op 28 september 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2021 66,8 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2021 bedroeg 1,4 miljoen USD (zie toelichting

66

10) en 1,6 miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2021.

De Groep is in de tweede helft van 2020 zes renteswaps aangegaan voor een gecombineerde notionele waarde van 237,2 miljoen USD, met ingangsdatum in 2021. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico met betrekking tot de fluctuatie van de LIBOR rentevoet met betrekking op de nieuwe aan duurzaamheid gekoppelde lening van 713,0 miljoen USD af te dekken en deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrument in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze swaps vervallen op 11 maart 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg 237,2 miljoen USD op 31 december 2021. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2021 bedroeg 5,0 miljoen USD (zie toelichting 10) en 4,7 miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2021.

Eigen aandelen

Per 31 december 2021 heeft de Vennootschap 18.346.732 eigen aandelen, vergeleken met 18.346.732 eigen aandelen op 31 december 2020. In de periode van twaalf maanden eindigend op 31 december 2021, kocht Euronav geen aandelen.

Uitkering

Tijdens haar vergadering van 4 mei 2021 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het eerste kwartaal van 2021 van 0,03 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,03 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 3 juni 2021. Het interim dividend voor de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Op 20 mei 2021 heeft de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders een volledig jaardividend over 2020 goedgekeurd van 1,40 USD per aandeel. Rekening houdende met de uitgekeerde interimdividenden op basis van het dividendbeleid van de Groep om 80% van het netto resultaat uit te keren aan de aandeelhouders, zal geen slotdividend worden uitgekeerd.

Tijdens haar vergadering van 10 augustus 2021 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het tweede kwartaal van 2021 van 0.03 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,03 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 8 september 2021. Het interim dividend aan de houders

van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Op 4 november 2021 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het derde kwartaal van 2021 van 0,03 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,03 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 30 november 2021. Het interimdividend aan de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Op  10 november 2021 heeft een Algemene Vergadering van Aandeelhouders besloten de uitgiftepremie reserve voor uitkering beschikbaar te stellen, De Raad van Toezicht van Euronav heeft een vaste uitkering van 0,03 USD per aandeel voorgesteld voor het vierde kwartaal van 2021, die zal worden betaald via een terugbetaling uit de uitgiftepremie reserve. Deze uitkeringsaanpak zal optimaal zijn voor de aandeelhouders, aangezien Euronav verwacht dat er geen bronbelasting zal zijn verbonden aan een dergelijke betaling. Het mechanisme voor deze uitkering zal de goedkeuring van de aandeelhouders vereisen op de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders die op 19 mei 2022  zal worden gehouden.

Op 25 maart 2022 heeft de Raad van Toezicht aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die gehouden wordt op 19 mei 2022, voorgesteld om een volledig jaardividend voor 2021 van 0,09 USD per aandeel en een distributie van 0,03 USD pr aandeel via de uitgiftepremie reserve goed te keuren. Rekening houdende met de uitgekeerde interimdividenden op basis van het dividendbeleid van de Groep om 80% van het netto resultaat uit te keren aan de aandeelhouders, zal geen slotdividend worden uitgekeerd.

Het totale bedrag aan betaalde dividenden in 2021 was 24,2 miljoen USD (352,0 miljoen USD in 2020).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2015

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2015 een langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden 40% van hun respectievelijk LTIP in de vorm van Euronav aandelenopties verkrijgen, met uitoefening over 3 jaren en 60% in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSUs"), in één keer uitoefenbaar op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. In totaal werden 236.590 opties en 65.433 RSUs toegekend op 12 februari 2015.

Euronav

Financial report 2021

67

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2016

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2016 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te ontvangen dat gelijk is aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 2 februari 2016 54.616 fictieve aandelen.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2017 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningssdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 9 februari 2017 66.449 fictieve aandelen toegekend.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2018 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 16 februari 2018 154.432 fictieve aandelen toegekend.

Op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma ("TBIP") geïmplementeerd voor

hoger management. Volgens de voorwaarden van dit TBIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de Fair market value (“FMV”) van één aandeel van de Vennootschap vermenigvuldigd met het aantal fictieve aandelen dat onvoorwaardelijk is geworden voor de uitoefeningsdatum. Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan die datum.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSUs"). De RSUs worden gelijkmatig jaarlijks uitoefenbaar over een periode van 3 jaar vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 152.346 RSUs toegekend op 1 april 2019.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2020 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende Euronav aandelen ("RSUs"). De RSUs worden gelijkmatig jaarlijks uitoefenbaar over een periode van 3 jaar vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 144.392 RSUs toegekend op 1 april 2020. Er waren geen RSUs uitstaande per 31 december 2020. In de geconsolideerde resultatenrekening werd in 2020 geen personeelskost opgenomen.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2021

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2021 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSUs"). De RSUs worden gelijkmatig jaarlijks uitoefenbaar over een periode van 3 jaar vanaf de referentiedatum (1 april 2021) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 193.387 RSUs toegekend op 1 april 2021.

68

Euronav

Toelichting 15 - Resultaat per aandeel

Resultaat toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen


(in duizenden USD behalve aandeel en per aandeel informatie)

2021

2020

2019

Winst (verlies) van het boekjaar

(338.777.184)

473.237.286

112.230.267

Gewogen gemiddeld aantal aandelen

201.677.981

210.193.707

216.029.171

Gewone winst per aandeel (in USD)

(1,68)

2,25

0,52

Gewogen gemiddeld aantal aandelen


(in aandelen)

Uitgegeven aandelen

Eigen
aandelen

Aandelen in omloop

Gewogen gemiddelde aantal aandelen

Uitgegeven aandelen op 1 januari 2019

220.024.713

1.237.901

218.786.812

218.786.812

Uitgifte van aandelen

Aankoop eigen aandelen

3.708.315

(3.708.315)

(2.757.641)

Vernietiging eigen aandelen

Verkoop eigen aandelen

Uitgegeven aandelen op 31 december 2019

220.024.713

4.946.216

215.078.497

216.029.171

Uitgegeven aandelen op 1 januari 2020

220.024.713

4.946.216

215.078.497

215.078.497

Uitgifte van aandelen

Aankoop eigen aandelen

13.400.516

(13.400.516)

(4.884.790)

Vernietiging eigen aandelen

Verkoop eigen aandelen

Uitgegeven aandelen op 31 december 2020

220.024.713

18.346.732

201.677.981

210.193.707

Uitgegeven aandelen op 1 januari 2021

220.024.713

18.346.732

201.677.981

201.677.981

Uitgifte van aandelen

Aankoop eigen aandelen

Vernietiging eigen aandelen

Verkoop eigen aandelen

Uitgegeven aandelen op 31 december 2021

220.024.713

18.346.732

201.677.981

201.677.981


Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op een resultaat van het boekjaar en een gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen voor de periode die eindigde op 31 december van elk jaar, berekend als volgt:

Financial report 2021

Verwaterde winst per aandeel

Voor de twaalf maanden eindigend op 31 december 2021, bedroeg de verwaterde winst per aandeel (in USD) (1,68) (2020: 2,25 en 2019: 0,52). Per 31 december 2021, 31 december 2020 en 31 december 2019, werden 236.590 opties, uitgegeven onder het LTIP 2015, niet opgenomen in de berekening van het verwaterde gewogen gemiddelde aantal aandelen omdat deze 236.590 opties "out-of-the-money" waren en als niet-verwaterend worden beschouwd. Op 31 december 2021, werden de 59.161 onvoorwaardelijk geworden RSUs onder het LTIP 2019 en de 36.098 onvoorwaardelijk geworden RSUs onder het LTIP 2020 als verwaterend beschouwd, omdat deze alleen afhankelijk zijn van het verstrijken van de tijd en bijgevolg niet langer voorwaardelijk zijn.

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (verwaterd)

Onderstaande tabel toont de mogelijke impact van het aantal nieuw uit te geven aandelen indien alle aandelenopties en voorwaardelijk toegekende aandelen zouden omgezet worden in gewone aandelen.

69

(in aandelen)

2021

2020

2019

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (gewoon)

201.677.981

210.193.707

216.029.171

Impact van op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

95.259

12.696

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (verwaterd)

201.773.240

210.206.403

216.029.171

Er zijn geen uitstaande instrumenten op 31 december 2021, 31 december 2020 en 31 december 2019, die aanleiding kunnen geven tot verwatering, met uitzondering van de op aandelen gebaseerde betalingen van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2015 en de RSUs van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019 en van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020.

70

Euronav

Financial report 2021

71

Toelichting 16 - Interestdragende leningen en financieringen

(in duizenden USD)

Toelichting

Bankleningen

Overige uitgiftes

Lease schulden

Overige leningen

Totaal

Meer dan 5 jaar

-

628.711

1.652

630.363

Tussen 1 en 5 jaar

-

545.233

198.571

41.509

107.978

893.291

Meer dan één jaar

1.173.944

198.571

43.161

107.978

1.523.654

Minder dan één jaar

-

49.507

32.463

139.235

221.205

Per 1 januari 2020

1.223.451

198.571

75.624

247.213

1.744.859

Nieuwe leningen

-

630.000

25.703

263.827

919.530

Geplande terugbetalingen

-

(88.989)

(34.492)

(371.021)

(494.502)

Vervroegde terugbetalingen

-

(905.000)

(1.000)

(906.000)

Overige bewegingen

-

(2.602)

708

(1.894)

Omrekeningsverschillen

-

86

11.334

11.420

Per 31 december 2020

856.860

198.279

66.921

151.353

1.273.413

Meer dan 5 jaar

-

631.044

631.044

Tussen 1 en 5 jaar

-

205.274

198.279

21.172

100.056

524.781

Meer dan één jaar

836.318

198.279

21.172

100.056

1.155.825

Minder dan één jaar

-

20.542

45.749

51.297

117.588

Per 31 december 2020

856.860

198.279

66.921

151.353

1.273.413

Toelichting

Bankleningen

Overige uitgiftes

Lease schulden

Overige leningen

Totaal

Meer dan 5 jaar

-

631.044

631.044

Tussen 1 en 5 jaar

-

205.274

198.279

21.172

100.056

524.781

Meer dan één jaar

836.318

198.279

21.172

100.056

1.155.825

Minder dan één jaar

-

20.542

45.749

51.297

117.588

Per 1 januari 2021

856.860

198.279

66.921

151.353

1.273.413

Nieuwe leningen

-

937.825

200.000

24.729

371.755

1.534.309

Geplande terugbetalingen

-

(27.232)

(52.550)

(316.069)

(395.851)

Vervroegde terugbetalingen

-

(567.000)

(131.800)

(698.800)

Overige bewegingen

-

4.695

(2.559)

2.136

Omrekeningsverschillen

-

(49)

(2.978)

(3.027)

Per 31 december 2021

1.205.148

263.920

39.051

204.061

1.712.180

Meer dan 5 jaar

-

102.419

74

102.493

Tussen 1 en 5 jaar

-

1.073.416

196.895

16.685

86.198

1.373.194

Meer dan één jaar

1.175.835

196.895

16.759

86.198

1.475.687

Minder dan één jaar

-

29.313

67.025

22.292

117.863

236.493

Per 31 december 2021

1.205.148

263.920

39.051

204.061

1.712.180

Euronav

De vermelde bedragen onder "Nieuwe leningen" en "Vervroegde terugbetalingen" omvatten opnames en terugbetalingen onder doorlopende kredietfaciliteiten gedurende het jaar.

De vermelde bedragen onder "Nieuwe leningen" met betrekking tot lease schulden is voornamelijk toe te schrijven aan de verkoop en leaseback overeenkomst voor de VLCC Newton. In overeenstemming met IFRS, heeft de Groep een lease schuld opgenomen voor 23,4 miljoen USD. Voor meer details zie toelichting 8.

Bankleningen

Op 19 augustus 2015 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 750,0 miljoen USD met een syndicaat van banken. De faciliteit is beschikbaar voor (i) de herfinanciering van 21 schepen; (ii) de financiering van vier nieuwbouw-VLCC schepen alsook (iii) de algemene bedrijfs- en werkkapitaaldoeleinden van Euronav. De kredietovereenkomst vervalt op 1 juli 2022 en draagt een interestvoet LIBOR plus een marge van 195 basispunten. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedroeg het uitstaande saldo onder deze faciliteit respectievelijk 0,0 miljoen USD en 0,0 miljoen USD. Deze faciliteit wordt momenteel gedekt door 8 van onze in volledig eigendom zijnde schepen.

Op 16 december 2016 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 409,5 miljoen USD met het oog op de herfinanciering van 11 schepen alsook de algemene bedrijfsdoeleinden van Euronav. De kredietfaciliteit werd gebruikt voor de herfinanciering van de 500 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit, afgesloten op 25 maart 2014, en vervalt op 31 januari 2023 en draagt een interestvoet LIBOR plus een marge van 2,25%. Volgend op de verkoop en leaseback van VLCC-schepen Nautica, Nectar en Noble in december 2019 is het totaal van de doorlopende kredietfaciliteit verminderd met 56,9 miljoen USD. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedragen de uitstaande saldi van deze kredietfaciliteit respectievelijk 65,0 miljoen USD en 65,0 miljoen USD. De kredietfaciliteit wordt momenteel gewaarborgd door 7 schepen.

Op 30 januari 2017 heeft de Groep een kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 110 miljoen USD voor de financiering van de Ardeche en de Aquitaine. Op 25 april 2017, volgend op een succesvolle syndicatie, werd het krediet vervangen door een nieuwe Koreaanse Export Credit Agency (ECA) financiering voor een nominaal bedrag van 108,5 miljoen USD met Korea Trade Insurance Corporation (K-sure) als verzekeraar. De nieuwe faciliteit bestaat uit (i) een commerciële tranche van 27,1 miljoen USD, die een rentevoet van LIBOR draagt plus een marge van 1,95 % per jaar en (ii) een tranche van 81,4

miljoen USD verzekerd door K-sure, die een rentevoet draagt van LIBOR plus een marge van 1,50% per jaar. De faciliteit is terugbetaalbaar over een periode van 12 jaar, in 24 aflossingen van opeenvolgende intervallen van zes maanden, elk voor een bedrag van 3,6 miljoen USD, tezamen met een balloon aflossing van 21,7 miljoen USD te betalen met de 24e aflossing op 12 januari 2029. De K-sure verzekeringspremie en andere gerelateerde transactiekosten voor een totaalbedrag van 3,2 miljoen USD worden afgeschreven over de levensduur van het instrument gebruikmakend van de effectieve interestmethode. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedragen de uitstaande saldi van deze faciliteit respectievelijk 76,0 miljoen USD en 83,2 miljoen USD in totaal. Deze faciliteit wordt gewaarborgd door de VLCC-schepen, de Ardeche en de Aquitaine. De kredietovereenkomst bevat een bepaling die de kredietverstrekkers toelaat om ons er toe te verplichten om op 12 januari 2024, met een kennisgeving van minimaal 180 dagen van tevoren, hun respectievelijk deel van de uitgekeerde voorschotten toegekend aan ons onder de faciliteit, vervroegd terug te betalen aan de kredietverstrekkers. De kredietovereenkomst bevat ook bepalingen die de overblijvende kredietverstrekkers toelaten om de respectievelijke gedeeltes van de reeds gedane voorschotten aan ons over te nemen van een uittredende kredietverstrekker of ons toelaten om een vervangende kredietverstrekker voor te stellen die de respectievelijke gedeeltes van zulke voorschotten op zich neemt.

Op 22 maart 2018 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 173,6 miljoen USD met Kexim, BNP en Credit Agricole Corporate and Investment bank die ook optreedt als Agent en Security Trustee. Deze lening werd aangegaan voor de financiering van maximaal 70 percent van de totale aankoopprijs voor de vier Ice Class Suezmax-schepen die in de loop van 2018 werden geleverd. De nieuwe faciliteit bestond uit (i) een commerciële tranche van 69.4 miljoen USD commerciële tranche, die een interestvoet van LIBOR draagt plus een marge van 2,0% per jaar en (ii) een USD ECA tranche van 104,2 miljoen USD, die een interestvoet draagt van LIBOR plus een marge van 200 basispunten per jaar. De commerciële tranche is terugbetaalbaar in 24 gelijke opeenvolgende halfjaarlijkse aflossingen, elk ten belope van 0,6 miljoen USD per schip, samen met een balloon aflossing van 3,5 miljoen USD, te betalen met de 24e en laatste aflossing op 24 augustus 2030. De ECA tranche is terugbetaalbaar in 24 gelijke opeenvolgende halfjaarlijkse aflossingen, elk ten belope van 1,1 miljoen USD per schip, met de laatste aflossing op 24 augustus 2030. De transactiekosten voor een totaalbedrag van 1,6 miljoen USD worden afgeschreven over de looptijd van het instrument volgens de effectieve interestmethode. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedroegen de uitstaande saldi op deze faciliteit respectievelijk 143,6 miljoen USD en 156,9 miljoen USD. De kredietverleners van de faciliteit

72

Financial report 2021

73

hebben een verkoopoptie op de 7de verjaardag van de faciliteit waarvoor een kennisgeving 13 maanden op voorhand moet worden ingediend met het verzoek om een voorafbetaling van hun overgebleven bijdrage. Na ontvangst van de kennisgeving, zal de Groep ofwel de relevante bijdrage op de 7de verjaardag terugbetalen ofwel deze bijdrage transfereren naar een andere aanvaardbare kredietverstrekker. De verkoopoptie kan enkel uitgeoefend worden indien de tewerkstelling van het schip op dat moment niet bevredigend is voor de kredietverstrekkers.

Op 7 september 2018 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 200.0 miljoen USD. De Groep heeft de opbrengsten van deze faciliteit gebruikt voor de herfinanciering van alle resterende schulden onder de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit van 581,0 miljoen USD, de gewaarborgde kredietovereenkomst (Larvotto) 67,5 miljoen USD en de gewaarborgde kredietovereenkomst (Fiorano) 76,0 miljoen USD. Deze faciliteit wordt gewaarborgd door negen van onze in volle eigendom zijnde schepen. Deze doorlopende kredietfaciliteit wordt afgelost in 12 termijnen van opeenvolgende 6-maandelijkse intervallen en een laatste terugbetaling van 55,0 miljoen USD is verschuldigd op vervaldag in 2025. Deze faciliteit draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,0% per jaar plus toepasselijke verplichte kosten. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedroegen de uitstaande saldi op deze faciliteit respectievelijk 55,0 miljoen USD en 55,0 miljoen USD.

Op 27 juni 2019 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 100,0 miljoen USD met een syndicaat van banken waarbij ABN Amro ook optreedt als coördinator, agent en relatiebeheerder. De kredietfaciliteit, die gewaarborgd wordt door de ULCC Oceania en de voorraad bunkers aangekocht ter anticipatie van de nieuwe wetgeving startend op 1 januari 2020, vervalt op 31 december 2021 en draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,10%. Op 30 juni 2021 heeft de Groep de faciliteit beëindigd. Per 31 december 2020 bedroeg het uitstaande saldo 0,0 miljoen USD en werd niet meer gebruikt gedurende het eerste semester van 2021.

Op 28 augustus 2019 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 700,0 miljoen USD met een syndicaat van banken waarbij Nordea bank Norge SA optreedt als agent en relatiebeheerder. Deze lening werd aangegaan voor de herfinanciering van alle resterende schulden onder de 633,5 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst. De kredietfaciliteit vervalt op 31 januari 2026 en draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 1,95%. De faciliteit wordt gewaarborgd door 13 van onze in volle eigendom zijnde schepen. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 bedroegen de uitstaande saldi van deze faciliteit respectievelijk 370,0 miljoen USD en 345,0 miljoen USD.

Op 11 september 2020, heeft de Groep een ongedekte duurzaamheidsgelinkte kredietfaciliteit met specifieke doelstellingen voor de emissiereductie afgesloten ten belope van 713,0 miljoen USD. Deze faciliteit is gewaarborgd door 16 van onze in volle eigendom zijnde schepen: 13 VLCC-schepen en 3 Suezmax-schepen. De kredietfaciliteit vervalt op 31 maart 2026 en heeft een rentevoet van LIBOR plus een marge van 2,35%. De faciliteit bestaat uit (i) een revolver van 469,0 miljoen USD ter herfinanciering van de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van 340,0 miljoen USD en een deel van de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van 750,0 miljoen USD, en (ii) een termijnlening van 244,0 miljoen USD ter financiering van de acquisitie van de vier nieuwbouw VLCC-schepen die geleverd werden in het eerste kwartaal van 2021. De revolververplichting  bevat voorwaarden met specifieke doelstellingen om onze broeikasgasemissies te verlagen, waarbij de naleving wordt beloond met een verlaging van de rentecoupon met vijf basispunten. Per 31 december 2021  en 31 december 2020 bedroeg respectievelijk het uitstaande saldo van deze faciliteit 524,1 miljoen USD en 185,0 miljoen USD.

Op 7 april 2021 is de Groep een doorlopende kredietfaciliteit aangegaan van 80 miljoen euro (100 miljoen USD) zonder zekerheden. Deze nieuwe faciliteit is afgesloten met een reeks commerciële banken en de steun van Gigarant, met duurzaamheid en emissiereducties als een component van de margebepaling. Een reeks meetbare duurzaamheidskenmerken zoals jaar-op-jaar vermindering van koolstofemissies vanaf 2021 zal worden ondersteund door naleving van de Poseidon-principes. De faciliteit heeft een looptijd van minimaal drie jaar, met twee verlengingsopties van een jaar. Per 31 december 2021 bedroeg het uitstaande saldo van deze faciliteit 0,0 miljoen USD.

Op 31 december 2021 sloot de Groep een gewaarborgde duurzaamheidslening van USD 73,45 miljoen tegen LIBOR af ter financiering van twee nieuwbouw-Suezmaxes die in het eerste kwartaal van 2022 opgeleverd werden. De lening is afgesloten met DNB en omvat duurzaamheids- en emissiereducties als onderdeel van de margebepaling. Het afsluiten van deze financiering brengt faciliteiten met een geïntegreerde duurzaamheidscomponent op 41% van Euronav's commerciële bankfinanciering. De faciliteit heeft een looptijd van zes jaar. Per 31 december,2021 bedroeg het uitstaand saldo van deze faciliteit  0,0 miljoen USD.

Niet opgenomen kredietlijnen

Op 31 december 2021 beschikken Euronav en haar 100%-dochterondernemingen over niet opgenomen kortetermijnkredietlijnen ten belope van 595,3 miljoen USD (2020: 940,4 miljoen USD), waarvan 169,8 miljoen USD zal vervallen binnen de 12 maanden.


74

Euronav

Voorwaarden en looptijden

De voorwaarden van de uitstaande bankleningen zijn als volgt:

(in duizenden USD)

31 december 2021

Munt

Nominale interestvoet

Einde looptijd

Omvang faciliteit

Opgenomen bedrag

Boek-waarde

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 750M*

USD

libor +1,95%

2022

8.474

(231)

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 409,5M*

USD

libor +2,25%

2023

125.880

65.000

64.544

Gewaarborgde scheepslening 27,1M

USD

libor +1,95%

2029

25.102

25.102

25.102

Gewaarborgde scheepslening 81,4M

USD

libor +1,50%

2029

50.883

50.883

49.454

Gewaarborgde scheepslening 69,4M

USD

libor +2,00%

2030

54.379

54.379

54.379

Gewaarborgde scheepslening 104,2M

USD

libor +2,00%

2030

75.928

75.928

75.071

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 200M*

USD

libor +2,00%

2025

123.032

55.000

54.245

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 100M*

USD

libor +2,10%

2021

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 700M*

USD

libor +1,95%

2026

602.320

370.000

364.987

Gewaarborgde doorlopende scheepslening 713M*

USD

libor +2,35%

2026

649.695

524.135

518.568

Gewaarborgde scheepslening 73,45M

USD

libor +1,80%

2028

(508)

Niet-gewaarborgde banklening 80M

EUR

libor +1,50%

2026

100.000

(463)

Totaal interestdragende leningen

1.815.693

1.220.428

1.205.148

*Het totaal beschikbaar bedrag onder de  doorlopende kredietfaciliteiten is afhankelijk van de totale waarde van de vloot tankers die de faciliteit dekt.

De omvang van de scheepsleningen kan worden verlaagd, indien de marktwaarde van de gewaarborgde schepen onder een bepaald percentage van het opgenomen bedrag van de desbetreffende leningen valt. Voor meer informatie wordt verwezen naar toelichting 19.

Overige uitgiftes

(in duizenden USD)

31 december 2021

Munt

Nominale interestvoet

Einde looptijd

Omvang faciliteit

Opgenomen bedrag

Boek-waarde

Niet-gewaarborgde uitgiftes

USD

7,50%

2022

67.200

67.200

67.025

Niet-gewaarborgde uitgiftes

USD

6,25%

2026

200.000

200.000

196.895

Totaal overige uitgiftes

267.200

267.200

263.920

Financial report 2021

75

31 december 2020

Omvang faciliteit

Opgenomen bedrag

Boek-waarde

45.958

(871)

175.605

65.000

63.997

25.554

25.554

25.554

57.667

57.667

55.918

59.007

59.007

59.007

84.606

84.606

83.562

148.688

55.000

53.876

100.000

(479)

651.160

345.000

338.765

469.000

185.000

177.529

1.817.246

876.834

856.860

31 december 2020

Omvang faciliteit

Opgenomen bedrag

Boek-waarde

200.000

199.000

198.279

200.000

199.000

198.279

76

Euronav

Op 14 juni 2019 heeft de Groep succesvol een doorlopende uitgave ter waarde van 50,0 miljoen USD geplaatst onder haar bestaande niet-gewaarborgde obligatielening. De obligatieleningen hebben dezelfde looptijd en dezelfde coupon van 7,50%. De doorlopende uitgave werd geplaatst aan 101% van de nominale waarde. Arctic Securities AS, DNB Markets en Nordea traden op als gezamelijke lead managers voor de plaatsing van de doorlopende uitgave. De gerelateerde transactiekosten voor een totaal van 675.000 USD worden afgeschreven over de levensduur van het instrument gebruikmakend van zowel de effectieve interestmethode als van de uitgifte boven pari van 500.000 duizend USD. In de loop van het eerste kwartaal van 2020, heeft de onderneming 10 uitgiftes van haar 200,0 miljoen USD senior niet-gewaarborgde uitgiftes teruggekocht,  die vervallen in 2022. De nominale waarde van elke obligatie is 100.000 USD en de onderneming betaalde gemiddeld 85.000 USD.

Op 2 september 2021 kondigde de Groep een succesvolle plaatsing aan van nieuwe senior onbeveiligde obligatieuitgifte ter waarde van USD 200 miljoen. De obligaties vervallen in september 2026 en dragen een coupon van 6,25%. Er is een aanvraag ingediend voor de notering van de obligaties op de beurs van Oslo. De transactiekosten van USD 3,3 miljoen

worden afgeschreven over de looptijd van het instrument volgens de effectieve-rentemethode. De netto-opbrengst van de obligatie-uitgifte zal worden gebruikt voor algemene bedrijfsdoeleinden en/of herfinanciering van de bestaande obligatielening van USD 200 miljoen obligatielening (ISIN: NO0010793888) die vervalt in mei 2022. Als onderdeel van deze transactie heeft Euronav USD 132 miljoen teruggekocht van de USD 200 miljoen senior obligaties uitgegeven in 2017 en die vervallen in mei 2022. DNB Markets, Nordea, SEB en Arctic Securities AS traden op als joint bookrunners in verband met de plaatsing van de obligatie-uitgifte.

Op 18 maart 2022 keurde de Noorse financiële toezichtsautoriteit de notering op de beurs van Oslo goed van de 200 miljoen USD senior unsecured obligaties van Euronav Luxembourg S.A.obligaties van 200 miljoen USD met vervaldag september 2026.

Overige leningen

Op 6 juni 2017 heeft de Groep een overeenkomst getekend met BNP om als handelaar op te treden voor een thesaurieprogramma (Commercial Paper) met een maximum uitstaand bedrag van 50 miljoen EUR. Op 1 oktober 2018 werd KBC aangesteld als additionele dealer in de overeenkomst en werd het maximum bedrag verhoogd van 50 miljoen EUR tot 150 miljoen EUR. Per 31 december 2021 bedraagt het uitstaande bedrag 104,0 miljoen USD of 91,8 miljoen EUR (31 december 2020: 38,7 miljoen USD of 31,5 miljoen EUR). De thesauriebewijzen zijn uitgegeven op een 'indien nodig' basis met verschillende looptijden van maximaal 1 jaar en de initiële prijsbepaling is vastgesteld op 60 basispunten boven Euribor. De Vennootschap is FX forward contracten aangegaan om de wisselkoersrisico’s te beheren die gerelateerd zijn aan deze instrumenten uitgegeven in EUR in vergelijking met de USD rapporteringsvaluta van de Groep. De FX contracten hebben dezelfde nominale waarde en looptijd als de uitgegeven thesauriebewijzen en worden berekend aan reële waarde waarbij wijzigingen in die reële waarde opgenomen worden in de geconsolideerde resultatenrekening. Per 31 december 2021 bedroeg de reële waarde van deze forward contracten 2,9 miljoen USD (31 december 2020: 1,2 miljoen USD).

Op 30 december 2019 heeft de Groep een sale and leaseback-overeenkomst afgesloten met betrekking tot drie VLCCs. De drie VLCCs zijn de Nautica (2008 - 307.284), de Nectar (2008 - 307.284) en de Noble (2008 - 307.284). De schepen werden verkocht en weer terug gecharterd onder een naaktrompbevrachtingscontract van 54 maanden aan een gemiddeld tarief van 20.681 USD per dag per schip. Conform IFRS werd deze transactie niet verwerkt als een verkoop, maar zal de Groep als verkoper-huurder de overgedragen activa blijven erkennen en werd een financiële verplichting opgenomen ter waarde van de netto overdrachtopbrengsten

Financial report 2021

van 124,4 miljoen USD. Per 31 december 2021 bedroeg het uitstaande bedrag 100,1 miljoen USD. Aan het einde van het naaktrompbevrachtingscontract zullen de schepen terug aan hun nieuwe eigenaars worden geleverd. Euronav kan, ten allen tijde op en na de eerste verjaardag van de transactie, de eigenaars  via een onherroepelijke schriftelijke kennisgeving, minstens drie maanden voor de voorgestelde aankoopoptiedatum, inlichten over de charterer's intentie om het charter te beëindigen op de aankoopoptiedatum en het schip te kopen van de eigenaars aan de van toepassing zijnde aankoopoptieprijs.

De toekomstige lease betalingen voor deze leaseback overeenkomsten zijn als volgt:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Minder dan één jaar

22.667

22.667

Tussen één en vijf jaar

33.878

56.545

Totale toekomstige lease schulden

56.545

79.211


Transactie- en andere financiële kosten

De rubriek ‘overige bewegingen‘ in de eerste tabel van deze toelichting, weerspiegelt de verwerking van de direct toerekenbare transactiekosten als een vermindering in de reële waarde van de corresponderende schuld en de

daaropvolgende afschrijving van dergelijke kosten. In 2021, boekte de Groep 6,6 miljoen USD aan afschrijving van transactiekosten. De Groep boekte 0,6 miljoen USD aan direct toerekenbare transactiekosten als een vermindering van de reële waarde van de 80,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit die werd afgesloten op 7 april 2021 en 0,5 miljoen USD direct toerekenbare transactiekosten als een vermindering van de reële waarde van de 73,45 ( miljoen USD gedekte duurzaamheidslening die werd afgesloten op 2 december 2021.

Interesten op financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs zijn gedaald gedurende het jaar eindigend op 31 december 2021 in vergelijking met 2020 (2021: -58  miljoen USD, 2020: -60,6 miljoen USD). De overige financiële kosten zijn in 2021 toegenomen in vergelijking met 2020 (2021: -14,3 miljoen USD, 2020: -9,9 miljoen USD), die voornamelijk het gevolg was van de terugbetaling van de Nordic Bond boven pari in 2021.

Rente op leaseverplichtingen (2021: -2,4 miljoen USD, 2020: -3,3 miljoen USD) werden opgenomen als gevolg van de invoering van IFRS 16 op 1 januari 2019 (zie toelichting 1.20).

77

Reconciliatie van mutaties in schulden met kasstromen uit financieringsactviteiten

Schulden

(in duizenden USD)

Toelichting

Leningen

Overige uitgiftes

Overige leningen

Lease schulden

Per 1 januari 2020

1.223.451

198.571

247.213

75.624

Wijzigingen uit financieringskasstromen

Opbrengsten uit leningen

16

630.000

Opbrengsten uit uitgifte van overige leningen

16

263.826,5

Aankoop eigen aandelen

14

Opbrengsten uit verkoop en leaseback-overeenkomst

16

(22.853)

Transactiekosten gerelateerd aan leningen

16

(8.083)

Terugbetaling van leningen

16

(993.989)

(1.000)

Terugbetaling commercial paper

16

(359.295)

Terugbetaling van lease schulden

16

(37.779)

Betaalde dividenden

-

Totaal wijzigingen uit financieringskasstromen

(372.072)

(1.000)

(118.321,38)

(37.779)

Overige wijzigingen

Schuldgerelateerd

Afschrijving transactiekosten

16

5.481

787

Afschrijving uitgave boven pari

16

(175)

Afschrijving uitgave onder pari

16

96

Nieuwe leases

16

Omrekeningsverschillen

16

11.334

86

Interest expense

6

11.127

3.287

Totaal schuld-gerelateerd overige wijzigingen

5.481

708

22.461

29.076

Totaal eigen vermogen-gerelateerd overige wijzigingen

14

Per 31 december 2020

856.860

198.279

151.353

66.921

Euronav

78

79

Financial report 2021

Eigen vermogen

Kapitaal / uitgiftepremies

Reserves

Eigen aandelen

Overgedragen resultaten

Totaal

1.941.697

(4.284)

(45.616)

420.058

4.056.714

630.000

263.826,5

(118.488)

(118.488)

(22.853)

(8.083)

(994.989)

(359.295)

(37.779)

(352.041)

(352.041)

(118.488)

(352.041)

(999.701,38)

6.268

(175)

96

25.703

11.420

14.414

57.726

(2.237)

472.697

470.460

1.941.697

(6.521)

(164.104)

540.714

3.585.199

Euronav

80

Schulden

(in duizenden USD)

Toelichting

Leningen

Overige uitgiftes

Overige leningen

Lease schulden

Per 1 januari 2021

856.860

198.279

151.352,62

66.921

Wijzigingen uit financieringskasstromen

Opbrengsten uit leningen

16

937.825

200.000

Opbrengsten uit overige leningen

16

371.755

Terugbetaling verkoop- en leaseback verplichting

16

(22.667)

Transactiekosten gerelateerd aan leningen

16

(1.122)

(3.300)

Terugbetaling van leningen

16

(594.232)

(131.800)

Terugbetaling commercial paper

16

(303.426)

Terugbetaling lease schulden

16

(54.928)

Betaalde dividenden

Totaal wijzigingen uit financieringskasstromen

342.471

64.900

45.662

(54.928)

Overige wijzigingen

Schuldgerelateerd

Afschrijving transactiekosten

16

5.817

887

Afschrijving uitgave boven pari

16

(174)

Afschrijving uitgave onder pari

16

28

Nieuwe leases

16

24.729

Interest expense

6

10.024

2.378

Omrekeningsverschillen

16

(2.978)

(49)

Totaal schuld-gerelateerd overige wijzigingen

5.817

741

7.046

27.058

Totaal eigen vermogen-gerelateerd overige wijzigingen

14

Per 31 december 2021

1.205.148

263.920

204.061

39.051

81

Financial report 2021

Eigen vermogen

Kapitaal / uitgiftepremies

Reserves

Eigen aandelen

Overgedragen resultaten

Totaal

1.941.697

(6.521)

(164.104)

540.714

3.585.199

1.137.825

371.755

(22.667)

(4.422)

(726.032)

(303.426)

(54.928)

(24.212)

(24.212)

(24.212)

373.893

6.704

(174)

28

24.729

12.402

(3.027)

40.662

9.370

(336.362)

(326.992)

1.941.697

2.849

(164.104)

180.140

3.672.762

82

Toelichting 17 - Personeelsbeloningen

De bedragen opgenomen in de balans zijn als volgt:


(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

NETTO VERPLICHTING PER BEGIN VAN DE PERIODE

(7.987)

(8.094)

(4.336)

Opgenomen in de winst- en verliesrekening

(621)

653

(2.589)

Opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

1.453

(97)

(1.223)

Effect wisselkoerswijzigingen

316

(449)

54

NETTO VERPLICHTING PER EINDE VAN DE PERIODE

(6.839)

(7.987)

(8.094)

Contante waarde van de totale verplichting

(4.865)

(5.074)

(4.298)

Reële waarde van de (plan) assets

4.224

3.940

3.241

(641)

(1.134)

(1.057)

Contante waarde van de niet-gefinancierde verplichting

(6.198)

(6.853)

(7.037)

NETTO VERPLICHTING

(6.839)

(7.987)

(8.094)

Bedragen opgenomen in de balans:

Passief

(6.839)

(7.987)

(8.094)

Actief

NETTO VERPLICHTING

(6.839)

(7.987)

(8.094)

Verplichting in verband met toegezegd-pensioenregelingen

De Groep draagt bij aan drie plannen voor toegezegd-pensioenregelingen ten gunste aan medewerkers op hun pensioengerechtigde leeftijd.

Eén van de plannen - het Belgische - is volledig verzekerd bij een verzekeringsmaatschappij. Het tweede en derde plan - Frans en Grieks - zijn niet verzekerd en niet gefinancierd. De niet-gefinancierde verplichtingen bevatten provisies met betrekking tot het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017, het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018, het op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019, het langetermijn-

aanmoedigingsprogramma 2019 en het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020 (zie toelichting 23).

De Groep verwacht 48.043 USD bij te dragen aan haar toegezegde pensioenregelingen in 2022.

De gebruikte waardering voor de toegezegde bijdrageregelingen is de "Projected Unit Credit Cost" zoals IAS 19 R dit voorschrijft. 

De Groep verwacht 332.649 USD bij te dragen aan de toegezegde bijdrageregelingen in 2022.

Euronav

83

Financial report 2021

Toelichting 18 - Handels- en overige schulden

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Voorschotten op contracten, tussen 1 en 5 jaar

503

508

Derivaten

2.987

6.385

Totaal langlopende overige schulden

3.490

6.893

Handelsschulden

26.012

27.226

Toe te rekenen kosten

38.020

35.321

Bezoldigingen en personeelsvoordelen

2.160

5.849

Te betalen dividenden

555

565

Toe te rekenen interesten

6.570

2.959

Over te dragen opbrengsten

7.545

13.138

Overige schulden

3.050

92

Derivaten

Totaal kortlopende handels- en overige schulden

83.912

85.150

De langlopende derivaten hebben betrekking op de rentederivaten die worden gebruikt om het risico in verband met de fluctuatie van de LIBOR rentevoet af te dekken (zie toelichting 14). De daling is te wijten aan een positieve mark-to-market op deze rentederivaten per 31 december 2021.

De toename in toe te rekenen kosten is voornamelijk het gevolg van een hoger bedrag voor facturen met betrekking tot bunkers in vergelijking met 31 december 2020 die zijn geherclassificeerd van toe te rekenen loonkosten naar toe te rekenen kosten om in overeenstemming te zijn met de presentatie van de huidige periode. 

De stijging van de toe te rekenen interesten is gerelateerd aan een accrual van 3,7 miljoen USD met betrekking tot de nieuwe Nordic Bond afgesloten in september 2021.

De daling van de over te dragen opbrengsten is te wijten aan minder uitgestelde vracht spotreizen en een lager aantal schepen op tijdbevrachting op 31 december 2021 in vergelijking met 31 december 2020.


De stijging in overige schulden is te wijten aan een negatieve mark-to-market op de valutaswaps op 31 december 2021 (zie toelichting 14).


84

Euronav

Toelichting 19 - Financiële instrumenten - Reële waardes en risicomanagement

Boekwaarde

Reële waarde

(in duizenden USD)

Toe-lich-ting

Reële waarde - Hedging instru-menten

Financiële activa gewaar-deerd tegen geamor-tiseerde kostprijs

Overige financiële schulden

Totaal

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

31 december 2020

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde

Valutatermijncontracten

16

1.246

1.246

1.246

1.246

Renteswaps

10

2

2

2

2

Termijncontracten met bovengrens

12

15

15

15

15

1.262

1.262

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Langlopende overige vorderingen

10

48.371

48.371

44.512

44.512

Lease vorderingen

10

6.681

6.681

5.841

5.841

Handels- en overige vorderingen *

12

191.633

191.633

Geldmiddelen en kasequivalenten

13

161.478

161.478

408.163

408.163

Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde

Renteswaps

18

6.385

6.385

6.385

6.385

6.385

6.385

Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde

Gewaarborgde bankleningen

16

856.860

856.860

864.848

864.848

Niet-gewaarborgde overige uitgiftes

16

198.279

198.279

207.099

207.099

Overige leningen

16

151.353

151.353

151.353

151.353

Lease schulden

16

66.921

66.921

62.387

62.387

Handels- en overige schulden *

18

71.958

71.958

Ontvangen voorschotten op contracten

18

508

508

1.345.879

1.345.879

Accounting classificaties en reële waarden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de boekwaarden en de reële waarden van financiële activa en verplichtingen, met inbegrip van hun niveaus binnen de reële-waardehiërarchie. De tabel bevat geen informatie over de reële waarde van

financiële activa en financiële verplichtingen die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde indien de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde, zoals handels- en overige vorderingen en schulden/te betalen posten.

Financial report 2021

85

Boekwaarde

Reële waarde

(in duizenden USD)

Toe-lich-ting

Reële waarde - Hedging instru-menten

Financiële activa gewaar-deerd tegen geamor-tiseerde kostprijs

Overige financiële schulden

Totaal

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

31 december 2021

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde

Renteswaps

10

6.392

6.392

6.392

6.392

Contracten met bovengrens

12

2

2

2

2

6.394

6.394

Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde

Langlopende overige vorderingen

10

44.669

44.669

42.150

42.150

Lease vorderingen

10

4.578

4.578

3.816

3.816

Handels- en overige vorderingen *

12

213.641

213.641

Geldmiddelen en kasequivalenten

13

152.528

152.528

415.416

415.416

Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde

Valutatermijncontracten

16

2.927

2.927

2.927

2.927

Renteswaps

18

2.987

2.987

2.987

2.987

5.914

5.914

Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde

Gewaarborgde bankleningen

16

1.205.148

1.205.148

1.234.739

1.234.739

Niet-gewaarborgde overige uitgiftes

16

263.920

263.920

68.722

194.586

263.308

Overige leningen

16

204.061

204.061

204.061

204.061

Lease schulden

16

39.051

39.051

36.913

36.913

Handels- en overige schulden *

18

76.319

76.319

Ontvangen voorschotten op contracten

18

503

503

1.789.002

1.789.002

* Over te dragen kosten, over te dragen afhandelingskosten en BTW vorderingen (opgenomen in overige vorderingen) (zie toelichting 12), over te dragen opbrengsten en BTW verplichtingen (opgenomen in overige schulden) (zie toelichting 18), dewelke geen financiële activa verplichtingen) zijn, zijn niet inbegrepen.


Euronav

Bepaling van de reële waardes

Waarderingstechnieken en significante niet-waarneembare inputs

De reële waarde van niveau 1 werd bepaald op basis van de actuele verhandeling van niet-gewaarborgde uitgiftes, met vervaldatum in 2022 en de handelsprijs op 31 december 2021. In onderstaande tabellen worden de waarderingstechnieken uiteengezet, die worden gebruikt voor het bepalen van reële waarden van niveau 1, niveau 2 en niveau 3, evenals de significante niet-waarneembare input die daarvoor is gebruikt.

Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde


Type

Waarderingstechnieken

Belangrijke niet-
waarneembare inputs

Valutatermijncontracten

Forward pricing: de reële waarde wordt bepaald op basis van genoteerde termijnwisselkoersen op rapporteringsdatum en berekeningen van de netto contante waarde gebaseerd op hoge kredietkwaliteit rentecurves in de verschillende munten.

Niet van toepassing

Renteswaps

Swap modellen: de reële waarde wordt berekend als de huidige waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. Inschattingen van toekomstige kasstromen met variabele rentevoet zijn gebaseerd op gequoteerde swaprentes, prijzen van futures en interbancaire rentetarieven.

Niet van toepassing

Termijncontracten

Reële waardes voor beide het derivaat en het hypothetische derivaat zullen bepaald worden gebaseerd op een software gebruikt om de netto actuele waarde te berekenen van de te verwachte kasstromen gebruik makend van de LIBOR rentecurven, futures en spreads.

Niet van toepassing

Financiële instrumenten niet gewaardeerd tegen reële waarde



Type

Waarderingstechnieken

Belangrijke niet-
waarneembare inputs

Langlopende vorderingen (bestaande uit aandeelhoudersleningen)

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringsvoet en kasstroomprognoses

Lease vorderingen

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringsvoet

Overige financiële schulden (bestaande uit gewaarborgde en niet-gewaarborgde bankleningen en overige uitgiftes en lease schulden)

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringsvoet

Overige financiële uitgiftes (bestaande uit niet-gewaarborgde uitgiftes)

Uitgifteprijs

Niet van toepassing

86

Financial report 2021

87

Herrubricering tussen niveau 1, 2 and 3

In 2020 en 2021 waren er geen herrubriceringen tussen deze niveaus.

Financieel risicobeheer

In het kader van haar dagdagelijkse activiteiten is de Groep onderhevig aan de volgende risico's:

Kredietrisico

Liquiditeitsrisico

Marktrisico (Tankermarkt risico, renterisico, valutarisico en grondstoffenmarkt risico)


De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft een algemene verantwoordelijkheid voor de vaststelling en toezicht op het kader voor risicobeheer van de Groep. De Raad van Toezicht heeft het Audit- en Risicocomité opgericht, die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en bewaken van het risicobeheersingsbeleid van de Groep. Het Comité rapporteert op regelmatige basis aan de Raad van Toezicht over haar activiteiten. 

Het risicobeheersingsbeleid van de Groep is opgericht om de risico’s waarmee de Groep geconfronteerd wordt te identificeren en te analyseren, om adequate risicolimieten en controles te definiëren en om de risico’s en de handhaving van limieten te bewaken. Het beleid en de systemen voor risicobeheer worden regelmatig herbekeken om rekening te houden met wijzigingen in marktomstandigheden en activiteiten van de Groep. De Groep, middels training en managementstandaarden en procedures, streeft naar het ontwikkelen van een gedisciplineerde en constructieve controle-omgeving waarin alle werknemers hun rol en verantwoordelijkheden begrijpen.

Het Audit- en Risicocomité van de Groep ziet toe hoe het management de naleving van het risicobeheersingsbeleid en procedures van de Groep controleert, en herbekijkt de geschiktheid van het kader voor risicobeheer in relatie tot de risico’s waar de Groep mee wordt geconfronteerd. Het Audit- en Risicocomité van de Groep wordt in zijn rol ondersteund door de interne audit. Interne audit voert op regelmatige en op ad-hoc basis evaluaties uit van controles en procedures van het risicobeheer, waarvan de bevindingen gerapporteerd worden aan het Audit- en Risicocomité.

Kredietrisico

Handels- en overige vorderingen

De Groep heeft een formeel kredietbeleid. Kredietevaluaties worden - indien nodig - op een continue basis opgevolgd. Op balansdatum waren er geen belangrijke concentraties van kredietrisico's. Alle handels- en overige vorderingen waren met oliemultinationals in dezelfde sector, maar met een geografische spreiding en een verschillende focus anderzijds. Gebaseerd op ervaringen uit het verleden, en rekening houdend met toekomstgerichte factoren, blijkt dat er slechts weinig impact was op dubieuze bedragen op het einde van het jaar. Op basis van individuele analyses zijn de voorzieningen voor dubieuze debiteuren  in lijn met 2020. In het bijzonder, twee klanten die 10% en 11% vertegenwoordigen van de totale inkomsten van het Tankers segment in 2021 (zie toelichting 2), hadden slechts een aandeel van 1,21% en 0,02% in de totale openstaande handels- en overige vorderingen op 31 december 2021 (2020: één klant die 0,03% vertegenwoordigde). Het maximale kredietrisico wordt vertegenwoordigd door de boekwaarde van elk financieel actief.

De ouderdom van de kortlopende handels- en overige vorderingen is als volgt:

(in duizenden USD)

2021

2020

Niet vervallen

205.737

183.138

Vervallen minder dan 30 dagen

12.980

9.961

Vervallen tussen 31 en 365 dagen

16.518

16.253

Vervallen meer dan één jaar

2.510

5.127

Totaal

237.745

214.479

Euronav

88

Er wordt geen waardevermindering opgenomen voor vervallen bedragen indien de inning ervan nog steeds waarschijnlijk wordt geacht, bijvoorbeeld indien het management zeker is dat de uitstaande bedragen kunnen teruggevorderd worden. Per 31 december 2021, heeft 58,75% (2020: 46,27%%) van het totaal kortlopende handels- en overige vorderingen hebben betrekking op de TI Pool waar betalingen gedaan worden na het beëindigen van de reizen. De TI Pool doet bijna uitsluitend zaken met oliemultinationals, nationale oliemaatschappijen en andere voorname spelers in de olie-industrie waarvan de kredietwaardigheid historisch gezien hoog is. Niet vervallen bedragen hebben ook betrekking op klanten met een hoge kredietwaardigheid en zijn bijgevolg niet afgeschreven.

Langlopende vorderingen

Langlopende vorderingen omvatten voornamelijk aandeelhoudersleningen aan joint ventures (zie toelichting 10). Per 31 december 2021 en 31 december 2020 hadden deze vorderingen geen vervaldatum, met uitzondering van de aandeelhouderslening aan Bari Shipholding Ltd. die een vervaldatum heeft in 2024, en waren niet afgewaardeerd aangezien er geen kredietrisico is voor de Groep.

Geldmiddelen en kasequivalenten

De Groep bezat op 31 december 2021 geldmiddelen en kasequivalenten ter waarde van 152,5 miljoen USD (2020: 161,5 miljoen USD). De geldmiddelen en kasequivalenten worden aangehouden bij tegenpartijen van banken en andere financiële instellingen dewelke een rating hebben tussen A- en AA+, gebaseerd op het ratingbureau S&P (zie toelichting 13).

Derivaten

Derivaten worden afgesloten met banken en financiële instellingen dewelke een rating hebben tussen A- en AA+, gebaseerd op het ratingbureau S&P.

Waarborgen

Het beleid van de Groep is om enkel financiële waarborgen te verstrekken voor dochterondernemingen en joint ventures. Per 30 december 2019 heeft de Groep een waarborg afgegeven aan de koper van de drie VLCC-schepen met betrekking tot de sale en leasebackovereenkomst (zie toelichting 16) waarbij de VLCC-schepen terug werden geleased door een dochteronderneming onder een naaktrompbevrachtingscontract van 54 maanden. Per 31 december 2021 waren deze waarborgen ten aanzien van joint ventures nog steeds uitstaande, maar werd er ook nog geen beroep op gedaan.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep mogelijk haar financiële verplichtingen op vervaldag niet kan nakomen. De aanpak van de Groep inzake liquiditeitsbeheer is om ervoor te zorgen dat, in de mate van het mogelijke, zowel onder normale als onder uitzonderlijke omstandigheden, er steeds voldoende middelen beschikbaar zijn om haar verplichtingen na te komen zonder dat er onnodige verliezen of schade aan de reputatie van de Groep wordt opgelopen. De financieringsbronnen werden verder gediversifieerd en het overgrote deel van de leningen is onherroepelijk en langlopend. Bovendien zijn de vervaldagen gespreid over meerdere jaren.     

De resterende contractuele looptijden van de financiële verplichtingen zijn als volgt:

Contractuele kasstromen per 31 december 2020

(in duizenden USD)

Toe-lichting

Boekwaarde

Totaal

Minder
dan 1 jaar

Tussen
1 en 5 jaar

Meer
dan 5 jaar

Niet-afgeleide financiële verplichtingen

Bankleningen en overige uitgiftes

16

1.055.139

1.191.925

55.079

474.687

662.159

Overige leningen

16

151.353

180.865

61.320

119.545

Lease schulden

16

66.921

70.245

47.976

22.150

119

Handels- en overige schulden *

18

71.958

71.958

71.958

1.345.371

1.514.993

236.333

616.382

662.278

Afgeleide financiële verplichtingen

Renteswaps

18

6.385

8.601

2.194

6.406

Valutatermijncontracten

18

6.385

8.601

2.194

6.406

Financial report 2021

89

Contractuele kasstromen per 31 december 2021

Boekwaarde

Totaal

Minder
dan 1 jaar

Tussen
1 en 5 jaar

Meer
dan 5 jaar

Niet-afgeleide financiële verplichtingen

Bankleningen en overige uitgiftes

16

1.469.068

1.667.567

145.175

1.413.221

109.172

Overige leningen

16

204.061

223.550

126.672

96.878

Lease schulden

16

39.051

41.125

23.464

17.585

77

Handels- en overige schulden *

18

76.319

76.319

76.319

1.788.499

2.008.562

371.629

1.527.684

109.249

Afgeleide financiële verplichtingen

Renteswaps

18

2.987

6.505

2.397

4.108

Valutatermijncontracten

18

2.987

6.505

2.397

4.108

* Over te dragen opbrengsten en BTW verplichtingen (opgenomen in overige schulden) (zie toelichting 18), dewelke geen financiële verplichtingen zijn, zijn niet inbegrepen.


De Groep heeft door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen uitstaan waarop schuldconvenanten van toepassing zijn. Indien de Groep één van deze convenanten in de toekomst overtreedt, zou dat kunnen betekenen dat de Groep de lening eerder zal moeten aflossen dan in bovenstaande tabel is aangegeven. Voor meer details omtrent deze convenanten, zie 'Kapitaalbeheer' onderaan.

De interestbetalingen op leningen met variabele rentevoet in bovenstaande tabel weerspiegelen de interestvoeten van termijncontracten op rapporteringsdatum en deze bedragen kunnen wijzigen naarmate de marktinterestvoeten wijzigen. Er wordt niet verwacht dat de kasstromen opgenomen in de tabel bovenaan (de looptijdanalyse) significant eerder of tegen significant andere bedragen zouden kunnen optreden dan hierboven vermeld.

Marktrisico

Beheer hervorming van de referentierentevoet en de daarmee gerelateerde risico's

Overzicht

Een fundamentele hervorming van de belangrijkste referentierentevoeten wordt wereldwijd doorgevoerd, inclusief de vervanging van sommige interbancaire aangeboden rentevoeten (IBORs) door alternatieve, bijna risicovrije, rentevoeten (RFR) (waarnaar verwezen wordt als "IBOR hervorming"). De Groep heeft posities in IBORs in haar financiële instrumenten die vervangen of hervormd zullen worden als onderdeel van deze marktbrede initiatieven. Er is onzekerheid over het tijdstip en de wijze van overgang in

sommige rechtsgebieden waarin de Groep opereert. De Groep anticipeert dat de IBOR hervorming een invloed zal hebben op haar risicobeheer en de hedge accounting. Het Audit- en Risicocomité volgt de overgang op van de Groep naar alternatieve tarieven.

Derivaten

De Groep heeft renteswaps voor doeleinden inzake risicobeheer, die zijn aangewezen als kasstroomafdekkingsrelaties. De renteswaps hebben vlottende luiken die geïndexeerd zijn aan LIBOR USD. De afgeleide instrumenten van de Groep worden geregeld door contracten op basis van de Internationale Swaps en Derivaten Vereniging's master overeenkomsten.

Hedge accounting

Vanaf 2022 zullen de nieuwe transacties gebaseerd zijn op de PFR aanpak. De Groep heeft geëvalueerd in welke mate haar kasstroomafdekkingsrelaties onderhevig zijn aan onzekerheden als gevolg van de IBOR hervorming per 31 december 2021. De door de Groep afgedekte items en afdekkingsinstrumenten blijven geïndexeerd aan LIBOR USD. Deze referentietarieven worden elke dag genoteerd en de IBOR kasstromen worden zoals  gebruikelijk uitgewisseld met de tegenpartijen.

Er is echter onzekerheid over wanneer en op welke manier de vervanging kan plaatsvinden met betrekking tot de relevante afgedekte items en afdekkingsinstrumenten. Deze onzekerheid kan een invloed hebben op de afdekkingsrelatie. De Groep past de wijzigingen in IFRS 9 toe, die in september 2019 werden

90

Euronav

gepubliceerd, op de afdekkingsrelaties die rechtstreeks door de IBOR hervorming worden beïnvloed. Afdekkingsrelaties die worden beïnvloed door de IBOR hervorming kunnen ineffectiviteit ondervinden die toe te schrijven is aan de verwachtingen van de marktdeelnemers over wanneer de overgang van de bestaande IBOR referentierentevoet naar de alternatieve referentierentevoet zal plaatsvinden. Deze overgang kan zich op verschillende tijdstippen voordoen voor het afgedekte item en het afdekkingsinstrument, wat kan leiden tot ineffectiviteit van de afdekking. De Groep heeft haar aan LIBOR USD geïndexeerde afdekkingsinstrumenten gewaardeerd, gebruik makend van beschikbare genoteerde markttarieven voor op LIBOR-gebaseerde instrumenten met dezelfde looptijd en dezelfde vervaldatum en heeft de cumulatieve wijziging berekend in de huidige waarde van de afgedekte kasstromen die toe te schrijven zijn aan de wijzigingen in de LIBOR USD op een vergelijkbare basis.

Naarmate de tijd verstrijkt, is de Vennootschap echter van mening dat voor haar LIBOR-portefeuille het principe van economische gelijkwaardigheid tussen RFR en LIBOR posten, een Credit Adjustment Spread (CAS) nodig zal zijn om het economische verschil tussen RFR en LIBOR te compenseren. Bovendien volgt de selectie van de CAS de ISDA-richtlijnen.

De blootstelling van de Groep aan LIBOR USD toegewezen in afdekkingsrelaties, bedraagt nominaal 567,5 miljoen USD per 31 december 2021 (zie toelichting 14), wat overeenkomt met het nominale bedrag van de termijncontracten en de renteswaps die respectievelijk in 2022 en 2025 vervallen.

Totale bedragen van niet-hervormde contracten, met inbegrip van die met een passende terugvalclausule

De Groep ziet toe op de voortgang van de overgang van IBOR's naar nieuwe referentietarieven door de totale bedragen van de contracten te onderzoeken die een geschikte terugvalclausule bevatten. De groep is van oordeel dat een contract nog niet is overgegaan naar een alternatieve referentietarief wanneer de rente uit hoofde van het contract wordt geïndexeerd aan een referentietarief dat nog steeds onderworpen is aan de IBOR-hervorming, Zelfs indien het een terugvalclausule bevat die betrekking heeft op de stopzetting van de bestaande IBOR.

Per 1 januari 2021 en 31 december 2021, waren alle uitstaande financiële instrumenten nog steeds geïndexeerd aan USD LIBOR.

Tankermarkt risico

De spot tankermarkt is een zeer volatiele globale markt en de Groep kan niet voorspellen hoe de markt in de toekomst zal zijn, wat gepaard gaat met een aanzienlijke onzekerheid. De Groep heeft een gebalanceerde strategie aangenomen om het grootste gedeelte van haar vloot op de spotmarkt te opereren, maar probeert een bepaald gedeelte van de vloot te houden onder vaste tijdsbevrachtingscontracten. De verhouding van de schepen aangeboden op de spotmarkt varieert op basis van verschillende factoren die een invloed hebben op zowel de markt van de spotreizen als de vaste tijdsbevrachtingscontracten.

Elke stijging (daling) van de spot tankermarkt (VLCC en Suezmax) met 1.000 USD per dag, zou de winst of verlies doen toenemen (afnemen) met de hieronder vermelde bedragen: 

(impact in duizenden USD)

2021

2020

2019

Winst of verlies

Winst of verlies

Winst of verlies

1.000 USD

1.000 USD

1.000 USD

1.000 USD

1.000 USD

1.000 USD

Toename

Daling

Toename

Daling

Toename

Daling

21.270

(21.270)

19.638

(19.638)

22.601

(22.581)

Financial report 2021

91

Renterisico

Het algemeen rentebeleid van Euronav is erop gericht te lenen aan variabele interestvoeten gebaseerd op LIBOR plus een marge. De afdeling Corporate Treasury van Euronav bekijkt het renterisico van de Groep op regelmatige basis. Van tijd tot tijd en onder de verantwoordelijkheid van de financieel directeur, kunnen verschillende strategieën om het risico verbonden aan renteschommelingen te verminderen, ter goedkeuring voorgesteld worden aan de Raad van Toezicht. De Groep heeft haar interestrisico op leningen gedeeltelijk ingedekt. Alle leningen die zijn aangegaan voor de financiering van schepen zijn op basis van een variabele rentevoet verhoogd met een marge. De Groep kan op regelmatige basis verschillende rentegerelateerde derivaten (renteswaps en termijncontracten) gebruiken om een aanvaardbare mix van vaste en vlottende rentevoeten te bekomen. Per 31 december 2021 en 31 december 2020 beschikte de Groep over dergelijke instrumenten en werd ongeveer 43% van de vlottende rentevoeten afgedekt.

De Groep bepaalt het bestaan van een economische relatie tussen een afdekkingsinstrument en afdekkingsitem op basis van de referentierentevoeten, looptijden, herzieningsdata, vervaldata en de nominale bedragen. Indien de afdekkingsrelatie rechtstreeks wordt beïnvloed door de onzekerheid die voortvloeit uit de hervorming van de IBOR, dan neemt de Groep aan dat de referentierentevoet niet aangepast wordt als gevolg van de hervorming van de referentierentevoet.

Afdekkingsrelaties die worden beïnvloed door de IBOR hervorming kunnen ineffectiviteit ervaren door een tijdsverschil tussen het afdekkingsitem en het afdekkingsinstrument met betrekking tot de IBOR overgang. Voor verdere details zie "Beheer hervorming van de referentierentevoet en de daarmee gerelateerde risico's" hierboven.

Op de rapporteringsdatum was het renteprofiel van de rentedragende financiële instrumenten in de Groep als volgt:

(in duizenden USD)

2021

2020

Instrumenten met een vaste rentevoet

Financiële vorderingen

20.228

17.271

Financiële verplichtingen

403.026

377.899

423.255

395.170

Instrumenten met een variabele rentevoet

Financiële verplichtingen

1.309.154

895.514

1.309.154

895.514

Gevoeligheidsanalyse van de reële waarde van vast rentende instrumenten

De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen met vaste rentevoet met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en de Groep merkt derivaten (renteswaps) niet aan als afdekkingsinstrumenten. Bijgevolg zou een wijziging van rentevoeten op rapporteringsdatum geen invloed hebben op het resultaat noch op het eigen vermogen op die datum.

Gevoeligheidsanalyse van de kasstromen van variabel rentende instrumenten

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten zou op rapporteringsdatum het eigen vermogen en de winst of het verlies hebben doen toenemen (afnemen) met de hieronder vermelde bedragen. Deze analyse veronderstelt dat alle andere variabelen, met name de wisselkoersen,  onveranderd blijven.

92

Euronav

Winst of verlies

Eigen vermogen

50 BP

50 BP

50 BP

50 BP

(impact in duizenden USD)

Toename

Daling

Toename

Daling

Per 31 december 2019

Instrumenten met een variabele rentevoet

(6.195)

6.195

Renteswaps

1.553

(1.433)

Netto impact op kasstromen

(6.195)

6.195

1.553

(1.433)

Per 31 december 2020

Instrumenten met een variabele rentevoet

(3.819)

2.484

Renteswaps

5.542

(5.343)

Netto impact op kasstromen

(3.819)

2.484

5.542

(5.343)

Per 31 december 2021

Instrumenten met een variabele rentevoet

(6.606)

2.133

Renteswaps

4.594

(4.222)

Netto impact op kasstromen

(6.606)

2.133

4.594

(4.222)

Valutarisico

Het beleid van de Groep is erop gericht haar relevant niet-functioneel valutarisico te bewaken om zo natuurlijke dekking (opbrengsten in dezelfde munteenheid als de kosten) toe te laten indien mogelijk. Wanneer natuurlijke dekking redelijkerwijs niet mogelijk wordt geacht (bijvoorbeeld voor langetermijn verplichtingen), beheert de Vennootschap haar relevant niet-functioneel valutarisico geval per geval, ofwel door het aangaan van contante deviezentransacties, valutatermijncontracten, swap of optiecontracten of door het

aantrekken van een financieel adviseur als derde partij met de bedoeling om het valutarisico voor ons te beheren.

De blootstelling van de Groep aan valutarisico's is hoofdzakelijk gerelateerd aan de operationele kosten en het commercial paper uitgedrukt in EUR. In 2021 is ongeveer 13,9% (2020: 14,4% en 2019: 12,5%) van de totale operationele kosten van de Groep gemaakt in EUR. Inkomsten en de financiële instrumenten worden steeds uitgedrukt in USD, behalve

instrumenten uitgegeven onder het thesaurie programma (toelichting 16).

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020 (herzien)*

31 december 2019 (herzien)*

EUR

USD

EUR

USD

EUR

USD

Handelsschulden

(5.680)

(20.332)

(5.662)

(21.564)

(4.002)

(18.735)

Operationele kosten

(101.039)

(625.627)

(97.082)

(611.777)

(87.003)

(657.078)

Commercial paper

(104.006)

(38.654)

(122.788)

* Om de relevantie van de boekhoudkundige informatie van de resultatenrekening te verbeteren, heeft de Groep bepaalde kostenelementen geherclassificeerd zonder enige impact op de winst (verlies) van de periode. Zie toelichting 1.6 voor verdere details.


Voor de gemiddelde en slotkoersen toegepast tijdens het jaar, zie toelichting 26.

Financial report 2021

93

Gevoeligheidsanalyse

Een toename met 10% van de wisselkoers van de EUR t.o.v. de USD op 31 december, zou een impact hebben op de resultatenrekening en op het eigen vermogen zoals hieronder aangegeven. Deze analyse veronderstelt dat alle andere variabelen, in het bijzonder de rentevoeten, ongewijzigd blijven.   

(in duizenden USD)

2021

2020

2019

Eigen vermogen

683

735

437

Winst of verlies

(9.573)

(10.412)

(9.952)

Een verzwakking met 10% van de wisselkoers van de EUR t.o.v. de USD zou op 31 december zou een even groot maar omgekeerde invloed hebben gehad op de resultatenrekening en op het eigen vermogen zoals hierboven aangegeven, er van uitgaande dat alle andere variabelen ongewijzigd blijven.

Kasstroomafdekkingen

Per 31 december 2021 had de Groep de volgende instrumenten om zich in te dekken tegen blootstellingen aan wijzigingen in interestvoeten.

Looptijd

(in duizenden USD)

1-6 maanden

6-12 maanden

Meer dan 1 jaar

Renterisico

Renteswaps

Netto risico

(15.704)

(15.982)

(93.737)

Gemiddelde vaste rentevoet

0,80%

0,80%

0,78%

Per 31 december 2020 had de Groep de volgende instrumenten om zich in te dekken tegen blootstellingen aan wijzigingen in interestvoeten.

Looptijd

(in duizenden USD)

1-6 maanden

6-12 maanden

Meer dan 1 jaar

Renterisico

Renteswaps

Netto risico

(10.855)

(10.942)

(81.803)

Gemiddelde vaste rentevoet

2,96%

2,96%

2,96%

Per 31 december 2021 en 31 december 2020 had de Groep 2 termijncontracten met een nominaal bedrag van 200,0 miljoen USD startend op 1 oktober 2020.

De bedragen op de rapporteringsdatum gerelateerd aan items bestemd als afgedekte posities waren als volgt.

31 december 2021

31 december 2020

(in duizenden USD)

Wijziging in waarde gebruikt om niet-effectieve afdekking te berekenen

Reserve kasstroom-afdekkingen

Wijziging in waarde gebruikt om niet-effectieve afdekking te berekenen

Reserve kasstroom-afdekkingen

Renterisico

Instrumenten met een variabele rentevoet

(9.247)

2.862

2.989

(6.385)

CAP-optie

(605)

(466)

(116)

(1.071)

94

De bedragen gerelateerd aan items bestemd als afdekkingsinstrumenten en niet-effectieve afdekking waren als volgt.

2021

(in duizenden USD)

Nominaal bedrag

Boek- waarde - Activa

Boek- waarde - Passiva

Post in de balans waar het afdekkingsin-strument mee vervat is

Renterisico

Renteswaps

367.530

6.392

2.987

Handels- en overige vorderingen, langlopende en kortlopende overige schulden

Termijncontracten

200.000

2

Handels- en overige vorderingen

2020

(in duizenden USD)

Nominaal bedrag

Boek- waarde - Activa

Boek- waarde - Passiva

Post in de balans waar het afdekkingsin-strument mee vervat is

Renterisico

Renteswaps

70.143

2

6.385

Handels- en overige vorderingen, langlopende en kortlopende overige schulden

Termijncontracten

200.000

15

Handels- en overige vorderingen

In de loop van 2021 en 2020 werden geen bedragen geherclassificeerd van afdekkingsreserve naar resultatenrekening.

Euronav

Financial report 2021

95

De volgende tabel voorziet een reconciliatie per risicocategorie van componenten van eigen vermogen en analyse van overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde items, na aftrek van winstbelastingen, resulterend uit het toepassen van kasstroomafdekking.

(in duizenden USD)

Reserve kasstroomafdekkingen

Balans per 1 januari 2021

(7.456)

Kasstroomafdekkingen

Wijziging in reële waarde renterisico

9.852

Balans per 31 december 2021

2.396

Balans per 1 januari 2020

(4.583)

Kasstroomafdekkingen

Wijziging in reële waarde renterisico

(2.873)

Balans per 31 december 2020

(7.456)


Raamverrekenings- of vergelijkbare overeenkomsten

De Groep sluit derivatentransacties af in het kader van raamverrekeningsovereenkomsten van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA). Over het algemeen geldt dat de bedragen die elk van de partijen op grond van een dergelijke overeenkomst op een enkele dag houden met betrekking tot alle transacties die uitstaan in dezelfde valuta, worden samengevoegd tot één enkel nettobedrag dat één van de partijen aan de ander verschuldigd is.

Kapitaalbeheer

Euronav is voortdurend op zoek naar optimalisatie van haar kapitaalsstructuur (mix van schuldfinanciering en eigen vermogen). De voornaamste doelstelling is om de aandeelhouderswaarde te optimaliseren en tegelijkertijd de gewenste financiële flexibiliteit te behouden om de strategische projecten uit te voeren. Sommige van de overige drijfveren van de Groep tijdens het maken van beslissingen omtrent de kapitaalsstructuur zijn uitbetalingsbeperkingen en het behoud van de sterke financiële gezondheid van de Groep. Naast de wettelijke minimumvereisten inzake eigen vermogen die van toepassing zijn op de dochterondernemingen van de Vennootschap in de verschillende landen, is de Groep ook onderworpen aan convenanten gerelateerd aan sommige van zijn niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteiten:

Een bedrag aan vlottende activa dat, op een geconsolideerde basis, vlottende passiva overschrijdt. Vlottende activa kunnen de niet-opgenomen bedragen

Gedurende de periode 2021

Wijzigingen in de waarde van het afdekkingsin-strument erkend in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Niet-effectieve afdekking erkend in resultatenre-kening

Post in de resultatenreke-ning die hedge effectiviteit bevat

9.247

(78)

Financierings-kosten

605

Financierings-kosten

Gedurende de periode 2020

Wijzigingen in de waarde van het afdekkingsin-strument erkend in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Niet-effectieve afdekking erkend in resultatenre-kening

Post in de resultatenreke-ning die hedge effectiviteit bevat

(2.989)

(108)

Financierings-kosten

116

Financierings-kosten

96

Euronav

omvatten van alle gecommitteerde doorlopende kredietfaciliteiten en kredietlijnen die een maturiteit hebben van meer dan een jaar;

Een totaal bedrag aan geldmiddelen, kasequivalenten en het totaal aan beschikbare niet-opgenomen bedragen van alle gecommitteerde leningen van minstens 50,0 miljoen USD of 5% van de totale schuldenlast van de Groep (exclusief garanties), afhankelijk van de van toepassing zijnde kredietfaciliteit, afhankelijk van hetgene dat groter is;

Een bedrag aan geldmiddelen van minstens 30,0 miljoen USD; en

Een verhouding tussen het eigen vermogen en de totale activa van minstens 30%.


Bijkomend, omvatten de kredietfaciliteiten van de Groep meestal een activa-beschermingsclausule waarbij de marktwaarde van de schepen in zekerheidsstelling minstens 125% moet bedragen van het totaal uitstaande bedrag per respectievelijke kredietfaciliteit.

De kredietfaciliteiten zoals hierboven besproken omvatten ook restricties en verbintenissen die een beperking kunnen inhouden voor het vermogen van de Groep en zijn dochterondernemingen om, onder andere:

Wijzigingen in het management van de schepen van de Groep te bewerkstelligen;

Alle of een substantieel deel van de activa van de Groep over te dragen of te verkopen of anderszins te vervreemden;

Dividenden toe te kennen en uit te keren (met betrekking tot elk van de joint ventures van de Groep, met uitzondering van Seven Seas Shipping Limited, mag geen dividend uitgekeerd worden alvorens de kredietfaciliteit, indien van toepassing, volledig terugbetaald is); en

Bijkomende schulden aan te gaan.


Een inbreuk op één van deze financiële convenanten of operationele beperkingen opgenomen in de kredietfaciliteiten kan een wanbetaling uit hoofde van deze kredietfaciliteiten vormen, die, tenzij er voldaan is binnen de periode zoals weergegeven onder de van toepassing zijnde kredietfaciliteit, indien van toepassing, ofwel kwijtgescholden of gewijzigd worden door de uitleners van de Groep, hun het recht geven om, onder andere, de Groep te verzoeken aanvullende zekerheden te verstrekken, eigen vermogen en vreemd vermogen te verhogen, interestbetalingen te verhogen, schuldniveau terug te brengen tot een niveau waarmee de Groep in overeenstemming is met de leningsconvenanten, schepen in de vloot te verkopen, schulden te herclassificeren

als kortlopende schulden en de schuldenlast te versnellen en het afschermen van zekerheidsrechten/pandrechten te vestigen op de schepen en de overige activa om de kredietfaciliteiten te beveiligen die de capaciteit van de Groep zou belemmeren om zijn activiteiten verder te zetten.

Daarnaast bevatten sommige van onze kredietfaciliteiten een ‘cross-default’-beding die in werking kan treden door een tekortkoming bij één van onze andere kredietfaciliteiten. Een ‘cross-default’-beding betekent dat een tekortkoming in een lening kan resulteren in een tekortkoming bij andere leningen. Omwille van de aanwezigheid van ‘cross-default’-bedingen in sommige van onze kredietfaciliteiten, kan de weigering van een kredietverstrekker in onze kredietfaciliteiten om een verlening toe te kennen of te verlengen leiden tot een hogere schuldenlast, zelfs indien onze andere kredietverstrekkers in onze kredietfaciliteiten tekortkomingen in convenanten hebben opgeheven onder de respectievelijke kredietfaciliteiten. Indien onze gewaarborgde schuldenlast volledig of deels verhoogd werd, zou het voor ons heel moeilijk zijn, gezien de huidige financiële markten, om onze schuld te herfinancieren of additionele financiering te verkrijgen en zouden wij onze schepen of andere activa die onze kredietfaciliteiten waarborgen, kunnen verliezen indien onze kredietverstrekkers hun zekerheidsrechten uitsluiten, wat een ongunstige invloed zou hebben op ons vermogen om onze activiteiten uit te voeren. 

Per 31 december 2021, 31 december 2020 en 31 december 2019, voldeed de Groep aan alle in de schuldovereenkomsten opgenomen alle convenanten. Met betrekking tot de kwantitatieve convenanten per 31 december 2021, zoals hierboven beschreven:

1.Vlottende activa op een geconsolideerde basis (inclusief beschikbare kredietlijnen van 586,8 miljoen USD) overschreden kortlopende schulden met 725,1 miljoen USD

2.De totale liquide middelen bedroegen 739,3 miljoen USD

3.De geldmiddelen bedroegen 152,5 miljoen USD

4.Verhouding tussen eigen vermogen en totale activa bedroeg 51,8%


De Vennootschap heeft de richtlijnen van haar dividendbeleid aangepast en beoogt 80% van haar netto inkomsten per kwartaal uit te keren aan haar aandeelhouders (inclusief een vast bedrag van 3 dollarcent per aandeel), met ingang van het eerste kwartaal van 2020. De uitkering aan haar aandeelhouders zal voornamelijk gebeuren in de vorm van een dividend in contanten, maar de Vennootschap zal altijd rekening houden met de inkoop van eigen aandelen als

Financial report 2021

alternatief, indien ze van mening is dat dit meer waarde kan creëren voor de aandeelhouders.

De berekening omvat geen kapitaalwinsten (gereserveerd voor de vernieuwing van de vloot), maar neemt wel kapitaalverliezen op en het beleid is ten allen tijde onderhevig aan de vooruitzichten op de vrachtmarkt, het cyclische karakter en de balans van de Vennootschap, samen met andere factoren en wettelijke bepalingen.

Als onderdeel van haar kapitaalallocatie strategie, heeft Euronav de mogelijkheid om haar eigen aandelen in te kopen indien de Raad van Toezicht en de Directieraad van mening zijn dat er een substantieel waardeverschil bestaat tussen de aandelenkoers en de werkelijke waarde van de Vennootschap. Deze terugbetaling van kapitaal komt bovenop het vaste dividend van 0,12 USD per aandeel dat jaarlijks wordt uitgekeerd. In 2021 heeft de Vennootschap geen eigen aandelen ingekocht op Euronext Brussels. Ingevolge deze transacties houdt de Vennootschap 18.346.732 eigen aandelen aan (8,34% van het totale aantal uitstaande aandelen) op het einde van het jaar.

Grondstoffenrisico

De Groep heeft marktconforme brandstof aangekocht voor toekomstige consumptie van haar schepen. De Vennootschap heeft, om de prijs van de aangekochte brandstof vast te leggen, swaps en futures aangekocht om het risico tussen het ogenblik van aankoop en het ogenblik van levering en betaling in te dekken. Deze swaps en futures werden aangewezen als kasstroomafdekkingen voor de fluctuerende brandstofprijs tussen datum van order en datum van prijszetting. Op het einde van het jaar was alle brandstof ontvangen. De Groep blijft blootgesteld aan het risico van een daling van de brandstof op de spotmarkt onder de gewogen gemiddelde aankoopprijs.

Gevolgen en impact van de COVID-19 pandemie

In 2021 en 2020 heeft de COVID-19 pandemie wereldwijd economische gevolgen voor het bedrijfsleven - inclusief Euronav. De Vennootschap heeft de risico's met betrekking op de uitbraak enorm ernstig genomen, en de veiligheid en het welzijn van haar werknemers is van het allergrootste belang.

97

Het uitwisselen van bemanningsleden is gedurende de hele pandemie een uitdagende operatie gebleven hoewel er sinds het hoogtepunt van de bemanningencrisis in het derde kwartaal van 2020 vooruitgang is geboekt, is blijvende aandacht op dit gebied vereist. Onze bemanningsleden hebben in deze periode blijk gegeven van veerkracht om door te gaan, ondanks talrijke moeilijkheden in verband met het uitwisselen van de bemanningsleden en de repatriëring. Hoewel het aantal gevallen aan boord van onze schepen uiterst beperkt was, staan wij voor grote uitdagingen om onze wisselingen door te voeren, omdat veel zeelieden die de mensen aan boord zouden moeten vervangen, positief testen op de Omicron variant en hun reis moeten annuleren.  Om deze moeilijke situatie op te lossen, besliste het management van Euronav om de schepen van hun route te laten afwijken om bemanningswissels mogelijk te maken, wat resulteerde in extra kosten (1,2 miljoen USD) en minder inkomsten wegens offhire (0,9 miljoen USD).

Het blijft moeilijk om de toekomstige impact van de pandemie op economieën waar wij actief zijn in te schatten, en dus ook de invloed die deze factoren kunnen hebben op de financiële resultaten.

De tankermarkt is in 2022 zeer zwak van start gegaan, omdat de wereldwijde handel nog steeds lijdt onder de aanslepende gevolgen van de COVID-19 pandemie waarbij  de kortetermijnvooruitzichten  over het algemeen zwak blijven wegens de aanhoudenden olieproblemen waaronder een haperende Libische productie en het niet halen van de OPEC+ productiedoelstellingen. Het effect van de escalerende situatie in Oekraïne zal complex zijn maar het IEA voorspelt dat de totale vraag naar tankers volgend jaar zal stijgen tot boven het niveau van voor de pandemie. In het algemeen wordt verwacht dat verbeteringen op de tankermarkt zich in de tweede helft van 2022 zullen manifesteren naarmate de wereldwijde vraag- en aanbod naar olie zich geleidelijk blijft herstellen. De behoefte aan tonnage, uitgedrukt in laadvermogen, zal naar verwachting toenemen.

Gezien de verschillende dynamieken waar de Vennootschap geen controle over heeft, blijft het moeilijk om de wereldwijde macro-economische impact op de resultaten van de Vennootschap met betrekking tot de uitbraak van COVID-19 nauwkeurig te kwantificeren. Alle toekomstige verklaringen moeten dan ook met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, gezien de inherente onzekerheden in economische tendensen en bedrijfsrisico’s gerelateerd aan de huidige COVID-19 uitbraak.


Euronav

98

Financial report 2021

99

Toelichting 20 - Leasing

Contracten als leasingnemer

Voor de vier rompbevrachtingscharters voor de schepen Nautilus, Nucleus, Neptun en Navarin, erkende de Groep een recht op gebruik en leaseverplichting ten bedrage van de huidige waarde op 1 januari 2019 van de toekomstige leasebetalingen. Het recht op gebruik op 1 januari 2019 werd berekend gebaseerd op de transitie-optie om het recht op gebruik gelijk te stellen aan de leaseverplichting. Het recht op gebruik werd gecorrigeerd met de impact van de vroegere uitgestelde winst op de verkoop en leaseback van deze schepen en werd afgeschreven over de resterende leasetermijn tot 15 december 2021.

De leaseback overeenkomsten bevatten een verkoopskrediet van 4,5 miljoen USD op de verkoopprijs dewelke verschuldigd en betaalbaar werd door de eigenaars bij verkoop van het schip tijdens de charterperiode en betaald werd uit de verkoopopbrengst. Het werd ook opeisbaar ten belope van 50% van het (positieve) verschil tussen de reële waarde van de schepen op het einde van de leasebackovereenkomst en 17,5 miljoen USD (voor de oudste VLCC) of 19,5 miljoen USD (voor de overige schepen).Aangezien het eerste schip (Nautilus) op 15 december 2021 werd teruggeleverd, werd 4,5 miljoen USD in het vierde kwartaal van 2021 in de winst-en-verliesrekening opgenomen, terwijl de resterende 13,5 miljoen USD voor de andere drie schepen in het eerste kwartaal van 2022 zal worden opgenomen op het moment van teruglevering.

Bovendien, heeft de Groep een restwaardegarantie gegeven aan de eigenaars voor een totaalbedrag van maximaal 20,0 miljoen USD op het moment van teruglevering van de vier schepen. Beide partijen kwamen ook een winstdeling overeen: indien het schip verkocht wordt op het einde van de charterperiode zal de netto verkoopopbrengst verdeeld worden à rato van 75% voor de eigenaar en 25% voor de bevrachters, tussen 26,5 miljoen USD en 32,5 miljoen USD (voor de oudste VLCC) of tussen 28,5 miljoen USD en 34,5 miljoen USD (voor de overige schepen). Deze restwaardegarantie en winstdeling waren niet van toepassing op het moment van de teruglevering van het eerste schip Nautilus.

Op 27 oktober 2020 en 6 november 2020 heeft de Vennootschap een tijdbevrachtingsovereenkomst afgesloten voor twee Suezmax-schepen. De twee schepen zijn de Marlin Sardinia (2019 - 156.607) en de Marlin Somerset (2019 - 156.620). De tijdsbevrachtingscontracten hebben een looptijd van 24 maanden met een optie voor nog eens 12 maanden, die uiterlijk 20 maanden na de levering moet worden aangegeven, aan een tarief van 25.000 USD per dag per schip voor de volle 24 maanden en 26.500 USD per dag per schip voor de optionele periode van 12 maanden. De eigenaars hebben het recht

om het schip te verkopen gedurende de vaste en optionele charterperiode en om de resterende charterperiode over te dragen naar aan de nieuwe eigenaars door middel van een schuldvernieuwingsovereenkomst. In overeenkomst met IFRS, heeft de Groep een recht op gebruik en een leaseverplichting erkend. Per 31 december 2021 is de Vennootschap er niet redelijk zeker van dat de optionele periode uitgeoefend zal worden en werd hier geen rekening mee gehouden bij de berekening van de toekomstige minimale leasebetalingen.

Op 23 februari 2021 sloot de Vennootschap een "sale and leaseback"-overeenkomst af voor de VLCC Newton (2009 - 307.284) met Taiping & Sinopec Financial Leasing Ltd Co. Het schip werd verkocht voor een nettoverkoopprijs van 35,4 miljoen USD. De Vennootschap heeft het schip terug geleased onder een rompbevrachtingscharter voor 36 maanden tegen een gemiddelde prijs van 22,500 USD per dag. Aan het einde van de rompbevrachtingscharter zal het schip worden teruggeleverd aan de eigenaars. In overeenstemming met IFRS, heeft de Groep een gebruiksrecht op activa en een leaseverplichting opgenomen (zie Toelichting 8 en Toelichting 16).

De toekomstige niet-verdisconteerde leasebetalingen onder de leaseback overeenkomsten zijn als volgt:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Minder dan 1 jaar

24.828

49.218

Tussen 1 en 5 jaar

8.708

14.714

Totaal

33.535

63.932

Voor de huurovereenkomsten van de kantoren in België, Frankrijk, Griekenland, Hong Kong, Singapore, UK en de VSA, die een gemiddelde leasetermijn hebben tot november 2024, heeft de Groep een recht op gebruik en leaseverplichting opgenomen. Het recht op gebruik werd gecorrigeerd door de praktische vrijstelling beoordeling van waardevermindering gebaseerd op de verlieslatende contractanalyse-optie. Het recht op gebruik met betrekking tot de huur van het kantoor werd verminderd met de leasevordering gerelateerd aan de onderverhuringen die als financiële lease kwalificeert onder IFRS 16.

De Groep gebruikt de kortetermijn leasevrijstelling voor alle leaseovereenkomsten met een resterende leasetermijn van minder dan één jaar. Bijgevolg werden deze leasebetalingen erkend als een kost en er was geen impact op het moment van de transitie.

Informatie met betrekking tot overeenkomsten waarbij de Groep optreedt als leasingnemer is hieronder voorgesteld.

Euronav

Gebruiksrecht op activa

(in duizenden USD)

Schepen zonder bemanning

Tijdbevrachting

Kantoorhuur

Bedrijfswagens

Totaal

Balans per 1 januari 2020

55.411

2.733

764

58.908

Toevoegingen aan recht op gebruik activa

24.873

762

66

25.701

Afschrijvingskost van het jaar

(28.364)

(2.078)

(1.092)

(167)

(31.702)

Niet langer opnemen van recht op gebruik activa op balans

Balans per 31 december 2020

27.047

22.795

2.438

675

52.955

(in duizenden USD)

Schepen zonder bemanning

Tijdbevrachting

Kantoorhuur

Bedrijfswagens

Totaal

Balans per 1 januari 2021

27.047

22.795

2.438

675

52.955

Toevoegingen aan recht op gebruik activa

22.379

986

111

23.476

Afschrijvingskost van het jaar

(33.634)

(12.437)

(1.086)

(230)

(47.387)

Omrekeningsverschillen

(32)

(11)

(43)

Balans per 31 december 2021

15.792

10.358

2.306

545

29.001


Bedragen opgenomen in winst en verlies

(in duizenden USD)

2021

2020

Interesten op lease verplichtingen

(2.378)

(3.287)

Afschrijving van recht op gebruik activa

(47.387)

(31.702)

Kosten gerelateerd aan kortetermijn leases

Lage waarde leases

(171)

(228)


Bedragen opgenomen in het kasstroomoverzicht

(in duizenden USD)

2021

2020

Totale kasuitstroom voor leases

(54.928)

(37.779)

Totale kasinstroom voor leases

1.987

1.786

100

Financial report 2021

101

Verlengopties

Sommige eigendomleases bevatten verlengopties die door de Groep kunnen worden uitgeoefend. De Groep analyseert op de aanvangsdatum van de huurovereenkomst of het redelijkerwijs zeker is dat de verlengopties zullen worden uitgeoefend, en heranalyseert of er een significante gebeurtenis of verandering van omstandigheden heeft plaatsgevonden waarop de Groep invloed kan uitoefenen. 

De Groep heeft vastgesteld dat de potentiële toekomstige leasebetalingen, indien zij de optie zou uitoefenen, zou resulteren in een impact op de leaseverplichtingen van ongeveer 12,8 miljoen USD. 

Contracten als leasinggever

Als leasinggever verhuurt de Groep een aantal van haar schepen op basis van langetermijn tijdsbevrachtingscontracten. Voor bepaalde schepen die operationeel zijn onder de langetermijn bevrachtingsovereenkomsten, vereist de toepassing van IFRS 16 dat de Groep de lease- en non-lease component in het contract scheidt, waarbij de lease component als operationele lease gekwalificeerd wordt en de non-lease component volgens IFRS-15 verwerkt wordt. Dit had geen materiële impact op de Groep.

De toekomstige niet-verdisconteerde te ontvangen leasebetalingen voor deze lease-overeenkomsten zijn als volgt:


(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Minder dan 1 jaar

100.524

123.319

Tussen 1 en 5 jaar

240.463

303.561

Meer dan 5 jaar

185.441

217.354

526428300

644234000

Totaal

526.428

644.234

De bedragen getoond in bovenstaande tabel bevatten het aandeel van de Groep in leases van joint ventures.

Voor bepaalde van hogervermelde schepen heeft de Groep opties toegestaan om het tijdbevrachtingscontract te verlengen. Bij de berekening van de minimale toekomstige leaseontvangsten werd geen rekening gehouden met deze opties.

Schepen die door TI Pool tewerkgesteld worden, voldoen niet aan de definitie van een leaseovereenkomst onder IFRS 16 en bijgevolg worden de in de Pool gegenereerde opbrengsten geboekt volgens IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten.

Bijkomend onderverhuurt de Groep kantoren aan derden in bepaalde gehuurde kantoorgebouwen van Euronav UK en Euronav MI II (het vroegere Gener8 Maritime Inc.). De Groep heeft per 1 januari 2019 11,4 miljoen USD aan leasevorderingen erkend gerelateerd aan onderverhuurovereenkomsten die als financiële lease kwalificeren.

De volgende tabel toont een looptijdanalyse van de lease vorderingen met betrekking tot onderverhuurde kantoren, waarbij de niet-verdisconteerde betalingen uit onderverhuur die na balansdatum moeten worden ontvangen worden getoond.

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Minder dan één jaar

2.350

2.328

Één tot twee jaar

1.895

2.359

Twee tot drie jaar

1.689

1.898

Drie tot vier jaar

1.285

1.689

Vier tot vijf jaar

1.285

Totale niet-verdisconteerde lease vorderingen

7.219

9.559

102

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen

(in duizenden USD)

Toelichting

Verlieslatend contract

Totaal

Balans per 1 januari 2020

1.769

1.769

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(388)

(388)

Balans per 31 december 2020

1.381

1.381

Langlopend

-

1.154

1.154

Kortlopend

-

227

227

Totaal

1.381

1.381

Balans per 1 januari 2021

1.381

1.381

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(227)

(227)

Balans per 31 december 2021

1.154

1.154

Langlopend

-

892

892

Kortlopend

-

262

262

Totaal

1.154

1.154

In 2004 is Gener8 Maritime Subsidiary II Inc. een niet-opzegbare huurovereenkomst voor kantoorruimte aangegaan. Deze huur is op 1 december 2004 ingegaan en zou op 30 september 2020 aflopen. Op 14 juli 2015 werd deze huurovereenkomst verlengd voor een bijkomende periode van 5 jaar tot 30 september 2025. Deze faciliteiten werden vanaf 1 december 2018 onderverhuurd voor de resterende huurtermijn, maar vanwege wijzigingen in de marktomstandigheden is de huuropbrengst lager dan de huurkost. Deze verplichting voor toekomstige betalingen, na aftrek van de verwachte huuropbrengsten, werd geprovisioneerd.

De Groep is momenteel verwikkeld in een rechtsgeding. Voorzieningen met betrekking tot wettelijke/gerechtelijke en arbitrageprocedures worden opgenomen in overeenstemming met de waarderingsregels zoals beschreven in toelichting 1.17. De vordering is op 15 januari 2021 door de Unicredit Bank in Londen ingediend bij de High Court of Justice van Engeland en Wales. De vordering heeft betrekking op een vermeende verkeerde levering van 101.809 metrische ton aan brandstof met een laag zwavelgehalte dat door het Suezmaxschip Sienna werd vervoerd. De bevrachter, Gulf Petrochem FZC, een bedrijf van GP Global, gaf het schip de instructie om de lading te lossen in Sohar zonder de de voorlegging van de vrachtbrief, maar met een vrijwaringsbrief, afgegeven door de bevrachter, zoals gebruikelijk is in de scheepvaartindustrie van ruwe olie. Unicredit bank, die de lading had gefinancierd voor een bedrag van 26.367.200 USD en naar verluidt houder van de vrachtbrief was geworden, werd niet terugbetaald in overeenstemming met de financiële overeenkomsten die gemaakt werden met Gulf Petrochem FZC. Als vermoedelijke houder van de vrachtbrief, vordert Unicredit Bank nu het bedrag van 26.367.200 vermeerderd met interesten van Euronav NV. De GP Global groep bevindt zich momenteel in een herstructurering en elk beroep in de vrijwaringsbrief uitgegeven door Gulf Petrochem FZC is bijgevolg twijfelachtig. Management is van mening dat het de gevestigde standaard arbeidspraktijken heeft gevolgd en dat zij geldige verdedigingsargumenten heeft. Op basis van extern juridisch advies is het management van mening dat het over sterke argumenten beschikt en dat het risico op een uitstroom niet waarschijnlijk is en er daardoor geen voorziening is aangelegd. De gerechtelijke procedure bevindt zich in een vroeg stadium.

Verder is de Groep in het kader van haar dagdagelijkse activiteiten, verwikkeld in een aantal geschillen, zowel als eiser als beklaagde. Zulke geschillen evenals de hieraan verbonden kosten voor juridische vertegenwoordiging zijn gedekt door verzekeringen. Bovendien, zijn zij niet van een grootorde die buiten de normale gang van zaken valt of zijn niet van omvang dat ze de financiële positie van de Groep in het gedrang zouden brengen.

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen

(in duizenden USD)

Toelichting

Verlieslatend contract

Totaal

Balans per 1 januari 2020

1.769

1.769

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(388)

(388)

Balans per 31 december 2020

1.381

1.381

Langlopend

-

1.154

1.154

Kortlopend

-

227

227

Totaal

1.381

1.381

Balans per 1 januari 2021

1.381

1.381

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(227)

(227)

Balans per 31 december 2021

1.154

1.154

Langlopend

-

892

892

Kortlopend

-

262

262

Totaal

1.154

1.154

In 2004 is Gener8 Maritime Subsidiary II Inc. een niet-opzegbare huurovereenkomst voor kantoorruimte aangegaan. Deze huur is op 1 december 2004 ingegaan en zou op 30 september 2020 aflopen. Op 14 juli 2015 werd deze huurovereenkomst verlengd voor een bijkomende periode van 5 jaar tot 30 september 2025. Deze faciliteiten werden vanaf 1 december 2018 onderverhuurd voor de resterende huurtermijn, maar vanwege wijzigingen in de marktomstandigheden is de huuropbrengst lager dan de huurkost. Deze verplichting voor toekomstige betalingen, na aftrek van de verwachte huuropbrengsten, werd geprovisioneerd.

De Groep is momenteel verwikkeld in een rechtsgeding. Voorzieningen met betrekking tot wettelijke/gerechtelijke en arbitrageprocedures worden opgenomen in overeenstemming met de waarderingsregels zoals beschreven in toelichting 1.17. De vordering is op 15 januari 2021 door de Unicredit Bank in Londen ingediend bij de High Court of Justice van Engeland en Wales. De vordering heeft betrekking op een vermeende verkeerde levering van 101.809 metrische ton aan brandstof met een laag zwavelgehalte dat door het Suezmaxschip Sienna werd vervoerd. De bevrachter, Gulf Petrochem FZC, een bedrijf van GP Global, gaf het schip de instructie om de lading te lossen in Sohar zonder de de voorlegging van de vrachtbrief, maar met een vrijwaringsbrief, afgegeven door de bevrachter, zoals gebruikelijk is in de scheepvaartindustrie van ruwe olie. Unicredit bank, die de lading had gefinancierd voor een bedrag van 26.367.200 USD en naar verluidt houder van de vrachtbrief was geworden, werd niet terugbetaald in overeenstemming met de financiële overeenkomsten die gemaakt werden met Gulf Petrochem FZC. Als vermoedelijke houder van de vrachtbrief, vordert Unicredit Bank nu het bedrag van 26.367.200 vermeerderd met interesten van Euronav NV. De GP Global groep bevindt zich momenteel in een herstructurering en elk beroep in de vrijwaringsbrief uitgegeven door Gulf Petrochem FZC is bijgevolg twijfelachtig. Management is van mening dat het de gevestigde standaard arbeidspraktijken heeft gevolgd en dat zij geldige verdedigingsargumenten heeft. Op basis van extern juridisch advies is het management van mening dat het over sterke argumenten beschikt en dat het risico op een uitstroom niet waarschijnlijk is en er daardoor geen voorziening is aangelegd. De gerechtelijke procedure bevindt zich in een vroeg stadium.

Verder is de Groep in het kader van haar dagdagelijkse activiteiten, verwikkeld in een aantal geschillen, zowel als eiser als beklaagde. Zulke geschillen evenals de hieraan verbonden kosten voor juridische vertegenwoordiging zijn gedekt door verzekeringen. Bovendien, zijn zij niet van een grootorde die buiten de normale gang van zaken valt of zijn niet van omvang dat ze de financiële positie van de Groep in het gedrang zouden brengen.

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen

(in duizenden USD)

Toelichting

Verlieslatend contract

Totaal

Balans per 1 januari 2020

1.769

1.769

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(388)

(388)

Balans per 31 december 2020

1.381

1.381

Langlopend

-

1.154

1.154

Kortlopend

-

227

227

Totaal

1.381

1.381

Balans per 1 januari 2021

1.381

1.381

Gebruikte provisies tijdens het jaar

-

(227)

(227)

Balans per 31 december 2021

1.154

1.154

Langlopend

-

892

892

Kortlopend

-

262

262

Totaal

1.154

1.154

In 2004 is Gener8 Maritime Subsidiary II Inc. een niet-opzegbare huurovereenkomst voor kantoorruimte aangegaan. Deze huur is op 1 december 2004 ingegaan en zou op 30 september 2020 aflopen. Op 14 juli 2015 werd deze huurovereenkomst verlengd voor een bijkomende periode van 5 jaar tot 30 september 2025. Deze faciliteiten werden vanaf 1 december 2018 onderverhuurd voor de resterende huurtermijn, maar vanwege wijzigingen in de marktomstandigheden is de huuropbrengst lager dan de huurkost. Deze verplichting voor toekomstige betalingen, na aftrek van de verwachte huuropbrengsten, werd geprovisioneerd.

De Groep is momenteel verwikkeld in een rechtsgeding. Voorzieningen met betrekking tot wettelijke/gerechtelijke en arbitrageprocedures worden opgenomen in overeenstemming met de waarderingsregels zoals beschreven in toelichting 1.17. De vordering is op 15 januari 2021 door de Unicredit Bank in Londen ingediend bij de High Court of Justice van Engeland en Wales. De vordering heeft betrekking op een vermeende verkeerde levering van 101.809 metrische ton aan brandstof met een laag zwavelgehalte dat door het Suezmaxschip Sienna werd vervoerd. De bevrachter, Gulf Petrochem FZC, een bedrijf van GP Global, gaf het schip de instructie om de lading te lossen in Sohar zonder de de voorlegging van de vrachtbrief, maar met een vrijwaringsbrief, afgegeven door de bevrachter, zoals gebruikelijk is in de scheepvaartindustrie van ruwe olie. Unicredit bank, die de lading had gefinancierd voor een bedrag van 26.367.200 USD en naar verluidt houder van de vrachtbrief was geworden, werd niet terugbetaald in overeenstemming met de financiële overeenkomsten die gemaakt werden met Gulf Petrochem FZC. Als vermoedelijke houder van de vrachtbrief, vordert Unicredit Bank nu het bedrag van 26.367.200 vermeerderd met interesten van Euronav NV. De GP Global groep bevindt zich momenteel in een herstructurering en elk beroep in de vrijwaringsbrief uitgegeven door Gulf Petrochem FZC is bijgevolg twijfelachtig. Management is van mening dat het de gevestigde standaard arbeidspraktijken heeft gevolgd en dat zij geldige verdedigingsargumenten heeft. Op basis van extern juridisch advies is het management van mening dat het over sterke argumenten beschikt en dat het risico op een uitstroom niet waarschijnlijk is en er daardoor geen voorziening is aangelegd. De gerechtelijke procedure bevindt zich in een vroeg stadium.

Verder is de Groep in het kader van haar dagdagelijkse activiteiten, verwikkeld in een aantal geschillen, zowel als eiser als beklaagde. Zulke geschillen evenals de hieraan verbonden kosten voor juridische vertegenwoordiging zijn gedekt door verzekeringen. Bovendien, zijn zij niet van een grootorde die buiten de normale gang van zaken valt of zijn niet van omvang dat ze de financiële positie van de Groep in het gedrang zouden brengen.

Euronav

103

Toelichting 22 - Verbonden partijen


Identiteit van de verbonden partijen

De Groep heeft relaties met haar dochterondernemingen (zie toelichting 24), investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie toelichting 25) en met haar bestuurders en managers op sleutelposities (zie toelichting 23).

Transacties met Bestuurders en managers op sleutelposities

Het totaal bedrag van de vergoedingen, uitbetaald aan alle niet-uitvoerende bestuurders, voor hun prestaties in de Raad van Bestuur en Comités (waar toepasselijk) is als volgt:

(in duizenden EUR)

2021

2020

2019

Totale remuneratie

977

1.048

1.101

De remuneratie van de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks vastgelegd door het Remuneratiecomité. De remuneratie (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder) bestaat uit een vast en variabel gedeelte en kan als volgt samengevat worden:

(in duizenden EUR)

2021

2020

2019

Totale vaste remuneratie

2.068

2.165

1.579

waarvan

Pensioenbijdragen

28

18

80

Andere voordelen

143

81

Totale variabele remuneratie

1.606

1.029

2.424

waarvan

Op aandelen gebaseerde betalingen

911

69

1.403

Alle vermelde cijfergegevens betreffen de huidige leden van het Directiecomité gedurende 2021.

De remuneratie van de gedelegeerd bestuurder kan als volgt samengevat worden:

(in duizenden EUR)

2021

2020

2019

Totale vaste remuneratie

624

624

5.754

waarvan

Pensioenbijdragen

7

Andere voordelen

26

Totale variabele remuneratie

903

424

786

waarvan

Op aandelen gebaseerde betalingen

568

54

786

Financial report 2021

Euronav

104

Op 12 februari 2015 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 236.590 opties en 65.433 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Verworven aandelenopties mogen tot 13 jaar na de toekenningsdatum uitgeoefend worden. Per 31 december 2021 bleven alle aandelenopties uitstaande maar alle voorwaardelijk toegekende aandelen werden in de loop van 2018 uitgeoefend (zie toelichting 14 en 23). Op 2 februari 2016 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 54.616 fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag, één derde werd uitgeoefend op de derde verjaardag en één derde werd uitgeoefend op de vierde verjaardag (zie toelichting 14 en 23). Op 9 februari 2017 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 66.449

fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag, één derde werd uitgeoefend op de derde verjaardag en één derde werd uitgeoefend op de vierde verjaardag (zie toelichting 14 en 23). Op 16 februari 2018 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 154.432 fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag en één derde werd uitgeoefend op de derde verjaardag (zie toelichting 14 en 23).

Financial report 2021

105

Op 8 januari 2019 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 1.200.000 fictieve aandelen toegekend in het kader van een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma (TBIP). Na het vertrek van de voormalige CEO werden 400.000 fictieve aandelen opgeheven. De eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. De contractuele looptijd van het TBIP aanbod is 5 jaar. Een eerste tranche van 12% van het totaal aantal fictieve aandelen wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). Een tweede tranche van 16% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), een derde tranche van 25% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en een vierde tranche van 44% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) (zie toelichting 14 en 23). De TBIP definieert de aandelenprijs als de naar volume gewogen gemiddelde prijs van de aandelen verhandeld op de New York Stock Exchange over de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan zulke datum.

Op 1 april 2019 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 152.346 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. De fictieve aandelen worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen afgewikkeld worden in aandelen. Op 31 december 2021 waren 59.161 RSU's verworven, echter verworven RSU's zullen niet uitgekeerd worden in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2022. Op 1 april 2020 heeft de Raad van Toezicht 144.392 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. De fictieve aandelen worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen afgewikkeld worden in aandelen. Op 31 december 2021 waren 36.098 RSU's verworven, echter verworven RSU's zullen niet uitgekeerd worden in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2023. Op 1 april 2021 heeft de Raad van Toezicht 193.387 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. De fictieve aandelen worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2021) en zullen afgewikkeld worden in aandelen. Op 31 December 2021 waren er geen RSU's verworven.

Transacties met CMB

Euronav splitste in 2004 van Compagnie Maritime Belge (CMB). CMB levert bepaalde administratieve en algemene diensten aan marktconforme voorwaarden aan Euronav. In 2021 heeft CMB niet gefactureerd (2020: 1.578 USD en  2019: 1.336 USD).

In 2019 heeft Euronav samen met CMB Technology een project opgestart om een software te ontwikkelen om het brandstofverbruik van de Euronav vloot te monitoren. In 2019 heeft CMB een totaal bedrag van 167 duizend USD gefactureerd (150 duizend EUR) met betrekking tot het software ontwikkelingsproject (2021 en 2020: 0 USD).

Een ruling werd toegekend om de aangekochte brandstof opgeslagen door de Vennootschap (toelichting 11) onder te brengen onder het tonnage tax regime. Deze ruling staat ook toe om fysieke swaps uit te oefenen. In 2019 werden besprekingen opgestart om dergelijke brandstof swaps uit te oefenen met de CMB Groep. De swap overeenkomst werd uitgebreid naar CMB NV, Bocimar International NV en Bocimar Hong Kong Ltd. In de loop van 2021 werd een totaal van 44.451 metrische ton (2020: 51.000) aan conforme brandstof uitgewisseld tussen deze partijen.

Onroerend goed

De Groep huurt kantoorruimten in België van Reslea N.V., een vennootschap onder gezamelijke zeggenschap van CMB. Onder deze overeenkomst betaalde de Groep een jaarlijkse huur van 356.729 USD in 2021 (2020: 335.033 USD en 2019: 290.858 USD). Deze huurovereenkomst loopt op 31 augustus 2024 ten einde.

De Groep onderverhuurt ook een kantoorruimte in haar kantoor te Londen, Verenigd Koninkrijk, via haar dochteronderneming Euronav (UK) Agencies Limited, in het kader van een onderverhuurovereenkomst daterende van 25 september 2014, met Tankers (UK) Agencies Limited, een 50-50 joint venture met International Seaways. Onder deze onderhuur heeft de Groep in 2021 een huur ontvangen van 235.205 USD (2020: 218.074 USD en 2019: 216.750 USD). Deze onderhuur loopt op 27 april 2023 ten einde.

Transacties met dochterondernemingen en joint ventures

De Groep heeft gelden ter beschikking gesteld aan sommige van haar joint ventures onder de vorm van aandeelhoudersvoorschotten volgens vooraf overeengekomen voorwaarden (zie onderaan en toelichting 25).

Op 19 november 2019 is de Groep een joint venture aangegaan met vennootschappen verbonden aan Ridgebury Tankers en

Euronav

klanten van Tufton Oceanic. Elke 50-50 joint venture kocht één Suezmax-schip aan. De joint ventures, Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd. zijn verschillende overeenkomsten aangegaan waaronder een gewaarborgde termijnlening van 36,7 miljoen USD en een doorlopend krediet van 3,0 miljoen USD met Euronav Hong Kong als ontlener, een overeenkomst voor de commerciële uitbating met Euronav NV en een overeenkomst voor de technische uitbating met Ridgebury.

Op 15 september 2020 werd de Suezmax Bastia verkocht voor 20,5 miljoen USD. Een meerwaarde op de verkoop van 0,4 miljoen USD (Euronav's aandeel) werd geboekt in de joint venture onderneming. Het schip werd geleverd aan

106

haar nieuwe eigenaars. Volgend op deze verkoop, werd de aandeelhouderslening aan Bastia Shipholding Ltd. volledig terugbetaald.

Balansposities en transacties tussen de Groep en haar dochterondernemingen werden geëlimineerd op consolidatieniveau en werden niet opgenomen in deze toelichting. Details van de uitstaande balansposities en transacties tussen de Groep en haar joint ventures zijn opgenomen als volgt:

Per 31 december 2020

(in duizenden USD)

Handels-vorderingen

Handels-schulden

Aandeel-houderslening

Omzet

Dividend-inkomsten

TI Africa Ltd

440

16.665

398

TI Asia Ltd

472

398

5.550

Kingswood Co. ltd

394

Bari Shipholding ltd.

283

52

19.271

342

Bastia Shipholding ltd.

17

1

326

1.590

Tankers Agencies (UK) Ltd

19

135

Totaal

1.231

188

35.936

1.464

7.534

Per 31 december 2021

(in duizenden USD)

Handels-vorderingen

Handels-schulden

Aandeel-
houderslening

Omzet

Dividend-inkomsten

TI Africa Ltd

567

61

11.465

397

TI Asia Ltd

482

397

4.635

Bari Shipholding ltd.

2.114

1.804

22.229

Bastia Shipholding ltd.

7

1

Tankers Agencies (UK) Ltd

134

Totaal

3.170

2.000

33.694

794

4.635

Garanties

De Groep heeft garanties gegeven aan banken die leningen hebben toegestaan aan de joint ventures van de Groep. Het totaal bedrag uitstaande onder deze kredietovereenkomsten

op 31 december 2021 bedroeg 39,5 miljoen USD (2020: 90,4 miljoen USD), waarvan de Groep 19,8 miljoen USD gewaarborgd heeft (2020: 45,2 miljoen USD) (zie toelichting 25).

Financial report 2021

107

Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2021 waren er geen uitstaande fictieve aandelen meer. De LTIP 2016 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2016, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2021 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0 duizend USD (2020: opbrengst van 0,3 miljoen USD en 2019: opbrengst van 0,1 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2017 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijk LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 9 februari 2017 66.449 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag. Eén-derde op de derde verjaardag en één derde op de vierde verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2021 waren geen fictieve aandelen uitstaande. De LTIP 2017 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2017, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2021 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,2 miljoen USD (2020: opbrengst van 0.3 miljoen USD en 2019: kost van 22 duizend USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2018 een additioneel langetermijn-

Omschrijving van de op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

Op 31 december 2021 had de Groep de volgende op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten:

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2015 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2015 een langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden 40% van hun respectievelijk LTIP in de vorm van Euronav aandelenopties verkrijgen, met uitoefening over 3 jaren op vervaldag en 60% in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"), die uitbetaald zullen worden in cash en in één keer uitoefenbaar op de derde vervaldag. In totaal werden 236.590 opties en 65.433 RSU's toegekend op 12 februari 2015. Aandelenopties die onvoorwaardelijk zijn geworden kunnen uitgeoefend worden tot 13 jaar na de toekenningsdatum. De aandelenopties hebben een uitoefenprijs van 10,0475 EUR en zijn afgewikkeld in eigenvermogeninstrumenten. Per 31 december 2021, bleven alle aandelenopties uitstaande, maar alle RSU's werden uitgevoerd in 2018. De totale kosten aan personeelsbeloningen met betrekking tot het LTIP 2015, die gedurende 2021 werden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening, bedroegen 0 duizend USD (2020: 0 duizend USD en 2019: 0 duizend USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2016 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2016 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijke LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 2 februari 2016 54.616 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag, één-derde op de derde verjaardag en één-derde op de vierde verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden

108

Euronav

aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijk LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 16 februari 2018 154.432 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag en één-derde op de derde verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2021 waren 35.927 fictieve aandelen uitstaande. De LTIP 2018 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2018, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2021 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,2 miljoen USD (2020: opbrengst van 0,4 miljoen USD en 2019: kost van 0,7 miljoen USD).

Op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma ("TBIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit TBIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de Fair market value (“FMV”) van één aandeel van de Vennootschap vermenigvuldigd met het aantal fictieve aandelen die verworven zijn voor de uitoefeningsdatum. Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan die datum. De verwerving en uitoefening van de TBIP is gespreid over een periode van vijf jaar. De toegekende fictieve aandelen worden verworven in vier tranches: de eerste tranche van 12% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de tweede tranche van 19% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de derde tranche van 25% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een

aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en de vierde tranche van 44% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). In totaal werden 1.200.000 fictieve aandelen toegekend op 8 januari 2019 en de eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2021 waren 704.000 fictieve aandelen uitstaande. De TBIP 2019 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie, aangezien de Vennootschap diensten ontvangt van de deelnemers en een verplichting aangaat om de transactie in geldmiddelen af te wikkelen. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het TBIP 2019. De reële waarde van het plan wordt bepaald aan de hand van het binominaal model, waarbij de kosten worden verdeeld over de verwachte wachtperiode in de verschillende tranches. De totale vergoeding die gedurende 2021 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 1,0 miljoen USD (2020: opbrengst 0,4 miljoen USD en 2019: kost van 1,8 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"). De RSU’s worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 152.346 RSU’s toegekend op 1 april 2019. Per 31 december 2021 waren 59.161 RSU's verworven, echter verworven RSU's zullen niet worden uitgekeerd in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2022. De totale vergoeding in de  geconsolideerde resultatenrekening in 2021 bedroeg 0,4 miljoen USD (2020: kost van 0,1 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2020 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende Euronav aandelen ("RSU's"). De

Financial report 2021

109

RSU’s worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 144.392 RSU's toegekend op 1 april 2020. Per 31 december 2021 waren 36.098 RSU's verworven, echter, verworven RSU's zullen niet uitgekeerd worden in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2023.De totale vergoeding in de  geconsolideerde resultatenrekening in 2021 bedroeg 0,3 miljoen USD.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2021 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2021 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management

100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende Euronav aandelen ("RSU's"). De RSU’s worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2021) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 193.387 RSU's toegekend op 1 april 2021.

Bepaling van de reële waarde

De reële waarde van de aandelenopties voor hoger management verkregen onder het 2015 LTIP is bepaald door gebruik te maken van de Black-Scholes formule. Prestatie- en niet-marktgerelateerde voorwaarden werden niet meegenomen bij de bepaling van de reële waarde.     

De inputs die gebruikt zijn bij de bepaling van de reële waarden op toekenningsdatum voor het in eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieprogramma waren als volgt:

Verwachte volatiliteit is gebaseerd op een evaluatie van de historische volatiliteit van de aandelenkoers van de Vennootschap, in het bijzonder over historische periodes die samenvallen met de verwachte looptijd. De verwachte looptijd van de instrumenten is gebaseerd op de historische ervaring en het algemene gedrag van de optiehouder gebruikmakende van de Monte Carlo simulatie.

De verplichting met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2017 en LTIP 2018 wordt berekend op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op de rapporteringsdatum, rekening houdende met de tot dan toe verleende diensten. Eén-derde van de toegekende fictieve aandelen van 9 februari 2017 was verworven op de tweede verjaardag, één-derde op de derde verjaardag en één-derde op de vierde verjaardag. Per 31 december 2021 waren er geen fictieve aandelen meer uitstaande. Eén-derde van de toegekende fictieve aandelen van 16 februari 2018 was verworven op de tweede verjaardag en één-derde op de derde verjaardag. 35.927 fictieve aandelen bleven nog uitstaande op

LTIP 2015

(in EUR)

Tranche 1

Tranche 2

Tranche 3

Reële waarde bij toekenningsdatum

1,853

1,853

1,853

Aandelenkoers bij toekenningsdatum

10,050

10,050

10,050

Uitoefenprijs

10,0475

10,0475

10,0475

Verwachte volatiliteit (gewogen gemiddelde)

39,63%

39,63%

39,63%

Verwachte looptijd (dagen) (gewogen gemiddelde)

365

730

1.095

Verwachte dividenden

8%

8%

8%

Risicovrije interestvoet

0,66%

0,66%

0,66%

31 december 2021. De aandelenkoers van de Vennootschap was 7.268 EUR op de toekenningsdatum van het LTIP 2017 en 7.237 EUR op de toekenningsdatum van het LTIP 2018, en 7,80 EUR op 31 december 2021.

De Vennootschap erkent een verplichting aan reële waarde met betrekking tot haar verbintenissen onder het TBIP 2019. De reële waarde van het plan wordt bepaald aan de hand van het binominaal model, waarbij de kosten worden verdeeld over de verwachte verwervingsperiode over de verschillende tranches. De verwerving en uitoefening van de TBIP is gespreid over een tijdspanne van vijf jaar. De toegekende fictieve aandelen worden verworven in vier tranches: de eerste tranche van 12% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de tweede tranche van 19% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de derde tranche van

Euronav

110

25% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en de vierde tranche van 44% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig

(30) werkdagen voorafgaand aan die datum. In totaal werden 1.200.000 fictieve aandelen toegekend op 8 januari 2019 en de eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2021 waren 704.000 fictieve aandelen uitstaande.

De inputs die gebruikt zijn bij de bepaling van de reële waarde op toekenningsdatum voor het TBIP waren als volgt:

TBIP

Tranche 1

Tranche 2

Tranche 3

Tranche 4

Risicovrije interestvoet

1,69%

1,69%

1,69%

1,69%

Jaarlijkse volatiliteit

33,43%

33,43%

33,43%

33,43%

Verwachte verwervingsperiode (jaren)

3,05

3,38

3,69

3,98

De verplichting met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2019 en LTIP 2020 is voor 75% onderworpen aan de relatieve TSR (Total Shareholder Return) ten opzichte van een vergelijkbare groep over een periode van drie jaar. Elke jaarlijkse meting is een derde van de 75% van de toekenning waard. En voor 25% onderworpen aan een absolute TSR van de aandelen van de Vennootschap die elk jaar wordt gemeten voor een derde of 25% van de toekenning. In totaal werden op 1 april 2019 152.346 RSU’s toegekend met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2019 en op 1 april 2020 144.392 RSU's met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2020. Per 31 december 2021 waren 59.161 RSU's verworven met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2019 en 36.098 RSU's met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2020. Echter de verworven RSU's zullen niet worden uitgekeerd in aandelen tot de eerste werkdag na respectievelijk 1 april 2022 en 1 april 2023.

Personeelskosten erkend in winst- en verliesrekening

Voor details over de opgenomen personeelskosten, zie toelichting 5 en toelichting 17. De kosten gerelateerd aan het LTIP 2017, LTIP 2018, TBIP 2019, LTIP 2019 en LTIP 2020 (2021: kost van 1,3 miljoen USD, 2020: opbrengst van 1,2 miljoen USD en 2019: kost van 2,5 miljoen USD) zijn inbegrepen in de voorziening voor personeelsvoordelen.

Overzicht uitstaande aandelenopties

Het aantal opties en het gewogen gemiddelde van de uitoefenprijs van de opties onder het LTIP 2015 zijn als volgt:

(in EUR)

Aantal opties
2021

Gewogen gemiddelde uitoefenprijs 2021

Aantal opties
2020

Gewogen gemiddelde uitoefenprijs 2020

Uitstaande per 1 januari

236.590

7,732

236.590

7,732

Opgegeven gedurende het jaar

Uitgeoefend gedurende het jaar

Toegekend gedurende het jaar

Uitstaand per 31 december

236.590

7,732

236.590

7,732

Uitoefenbaar per 31 december

236.590

236.590

Financial report 2021

111

Toelichting 24 - Groepsvennootschappen

Land van oprichting

Consolidatie-methode

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

Moedermaatschappij

Euronav NV

België

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav NV, Antwerp, Geneva (bijkantoor)

Euronav NV, London (bijkantoor)

Dochterondernemingen

Euronav Tankers NV

België

volledige consolidatie

NA

100,00%

100,00%

Euronav Shipping NV

België

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav (UK) Agencies Limited

Verenigd Koninkrijk

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav Luxembourg SA

Luxemburg

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav sas

Frankrijk

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav Ship Management sas

Frankrijk

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav Ship Management Antwerp (bijkantoor)

Euronav Ship Management Ltd

Liberië

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav Ship Management Hellas (bijkantoor)

Euronav Hong Kong

Hong Kong

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euro-Ocean Ship Management (Cyprus) Ltd

Cyprus

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav Singapore

Singapore

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Euronav MI Inc

Marshall eilanden

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Gener8 Maritime Subsidiary II Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Gener8 Maritime Subsidiary New IV Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Gener8 Maritime Management LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

100,00%

100,00%

100,00%

Gener8 Maritime Subsidiary V Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Maritime Subsidiary VIII Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Maritime Subsidiary Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Zeus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Atlas LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Hercules LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Ulysses LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Posseidon LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Victory Ltd.

Bermuda

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Vision Ltd.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

GMR Spartiate LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Maniate LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR St Nikolas LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR George T LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

112

Euronav

Land van oprichting

Consolidatie-methode

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

GMR Kara G LLC

Liberië

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Harriet G LLC

Liberië

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Orion LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Argus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Spyridon LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

GMR Horn LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Phoenix LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Strength LLC

Liberië

volledige consolidatie

NA

NA

NA

GMR Daphne LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

GMR Defiance LLC

Liberië

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

GMR Elektra LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Companion Ltd.

Bermuda

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Compatriot Ltd.

Bermuda

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Consul Ltd.

Bermuda

volledige consolidatie

NA

NA

NA

GMR Agamemnon LLC

Liberië

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Neptune LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Athena LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Apollo LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Ares LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Hera LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Constantine LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Oceanus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Nestor LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Nautilus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Macedon LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Noble LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Ethos LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Perseus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Theseus LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Hector LLC

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

100,00%

Gener8 Strength Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Supreme Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Andriotis Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Militiades Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Success Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Chiotis Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 1 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 2 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 3 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 4 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 5 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Financial report 2021

113

Land van oprichting

Consolidatie-methode

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

Gener8 Tankers 6 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 7 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Gener8 Tankers 8 Inc.

Marshall eilanden

volledige consolidatie

NA

NA

NA

Joint ventures

Kingswood Co. Ltd

Marshall eilanden

vermogensmutatie

NA

NA

50,00%

TI Africa Ltd

Hong Kong

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%

TI Asia Ltd

Hong Kong

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%

Tankers Agencies (UK) Ltd

Verenigd Koninkrijk

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%

Tankers International LLC

Marshall eilanden

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%

Bari Shipholding Ltd

Hong Kong

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%

Bastia Shipholding Ltd

Hong Kong

vermogensmutatie

50,00%

50,00%

50,00%


Op 31 december 2021 bezit de Groep 50% van de stemrechten in TUKA maar bezit 61% van de uitstaande aandelen die participeren in het resultaat van de onderneming.

114

Op 31 december 2021 bezit de Groep 50% van de stemrechten in TI LLC maar bezit 59% van de uitstaande aandelen die participeren in het resultaat van de onderneming.

Tengevolge van de fusie met Gener8 Maritime Inc. op 12 juni 2018, heeft de Groep nieuwe dochterondernemingen verworven. Deze dochterondernemingen werden door Gener8 voornamelijk als SPV gebruikt om individuele schepen in eigendom te hebben. Alle schepen werden naar Euronav NV getransfereerd in 2018. The Groep had de intentie om het merendeel van deze dochterondernemingen zo spoedig als mogelijk te liquideren. In 2020 waren de volgende dochterondernemingen geliquideerd:

Gener8 Maritime Subsidiary VIII Inc.

Companion Ltd.

Gener8 Maritime Subsidiary Inc.

Compatriot Ltd.

GMR Zeus LLC

Gener8 Neptune LLC

GMR Atlas LLC

Gener8 Athena LLC

GMR Hercules LLC

Gener8 Apollo LLC

GMR Ulysses LLC

Gener8 Ares LLC

GMR Poseidon LLC

Gener8 Hera LLC

GMR Spartiate LLC

Gener8 Constantine LLC

GMR Maniate LLC

Gener8 Oceanus LLC

GMR St Nikolas LLC

Gener8 Nestor LLC

GMR George T LLC

Gener8 Nautilus LLC

GMR Kara G LLC

Gener8 Macedon LLC

GMR Harriet G LLC

Gener8 Noble LLC

GMR Orion LLC

Gener8 Ethos LLC

GMR Argus LLC

Gener8 Perseus LLC

GMR Horn LLC

Gener8 Theseus LLC

GMR Phoenix LLC

Gener8 Hector LLC


In 2019 werd Euronav NV, Antwerp, Geneva (bijkantoor) opgericht en geïncorporeerd in het derde kwartaal van 2019.

In het vierde kwartaal van 2019 werden de twee nieuwe joint ventures Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd. geïncorporeerd (zie toelichting 25).

In 2020 werd één joint venture, Kingswood Co. Ltd, ontbonden.

In 2020 werd Euronav NV, London (bijkantoor) opgericht en geïncorporeerd in het derde kwartaal van 2020.

Op 1 juli 2021 fuseerde Euronav Shipping NV met Euronav Tankers NV wat leidde tot de uitschrijving van Euronav Tankers NV als een dochtervennootschap.

De Groep heeft 100% van de stemrechten in al haar dochterondernemingen.

Euronav

Financial report 2021

115

Toelichting 25 - Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode


(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Activa

Aandeel in joint ventures

72.446

51.703

Aandeel in geassocieerde ondernemingen

TOTAAL

72.446

51.703

Passiva

Aandeel in joint ventures

Aandeel in geassocieerde ondernemingen

TOTAAL



Joint Ventures

De volgende tabel toont de balansbewegingen met betrekking tot de joint ventures van de Groep:

ACTIEF

(in duizenden USD)

Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Aandeelhouders-
leningen

Brutosaldo

43.182

28.666

Verrekening investering met aandeelhouderslening

Balans per 1 januari 2019

43.182

28.666

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

16.460

Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(720)

Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures

31.713

Ontvangen dividenden van joint ventures

(12.600)

Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures

31.713

Startkapitaal verstrekt aan joint ventures

4.000

Brutosaldo

50.322

60.379

Verrekening investering met aandeelhouderslening

Balans per 31 december 2019

50.322

60.379

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

10.917

Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(2)

Ontvangen dividenden van joint ventures

(7.534)

Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures

(26.443)

Terugbetaling kapitaal verstrekt aan joint ventures

(2.000)

Brutosaldo

51.703

33.936

Verrekening investering met aandeelhouderslening

Balans per 31 december 2020

51.703

33.936

Euronav

ACTIEF

(in duizenden USD)

Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Aandeelhouders-
leningen

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

22.976

Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

951

Ontvangen dividenden van joint ventures

(4.635)

Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures

(2.242)

Brutosaldo

70.995

31.694

Verrekening investering met aandeelhouderslening

1.451

(1.451)

Balans per 31 december 2021

72.446

30.242

116

De stijging in de langetermijn aandeelhoudersleningen aan joint ventures in 2019  is toe te wijzen aan de aandeelhoudersleningen verstrekt aan nieuw opgerichte joint ventures Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd.

De daling in de langetermijn aandeelhoudersleningen aan joint ventures in 2020 is toe te wijzen aan de terugbetaling van aandeelhoudersleningen verstrekt aan TI Africa, Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd., de laatste volgend op de verkoop van het schip in september 2020.

De stijging van de investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode per 31 december 2021 is voornamelijk het gevolg van een daling van de afschrijvings-en amortisatiekosten voor TI Asia en TI Africa en een daling van de winstbelastingen voor de twee joint ventures in vergelijking met de periode eindigend op 31 december 2020.

Joint venture

Segment

Omschrijving

Kingswood Co. Ltd

Tankers

Holding; moedermaatschappij van Seven Seas Shipping Ltd. en geliquideerd in 2020

Seven Seas Shipping Ltd

Tankers

Vroegere eigenaar van 1 VLCC gekocht in 2016 door Euronav. 100% dochteronderneming van Kingswood Co. Ltd. en geliquideerd in 2020

Tankers Agencies (UK) Ltd

Tankers

Moedermaatschappij van Tankers International Ltd

Tankers International LLC

Tankers

De manager van de Tankers International Pool die commercieel de meerderheid van de VLCCs van de Groep uitbaat

Bari Shipholding Ltd.

Tankers

Individuele scheepvaartonderneming, eigenaar van 1 Suezmax

Bastia Shipholding Ltd.

Tankers

Vroegere eigenaar van 1 Suezmax, slapende vennootschap

TI Africa Ltd

FSO

Exploitant en eigenaar van een individuele drijvende opslag- en verladingsfaciliteit (FSO Africa) *

TI Asia Ltd

FSO

Exploitant en eigenaar van een individuele drijvende opslag- en verladingsfaciliteit (FSO Asia) *

* Beide FSO Asia en FSO Africa zijn onder tijdsbevrachtingscontract met North Oil Company (NOC), de nieuwe uitbater van de Al Shaheen  olievelden, tot midden 2032.

Financial report 2021

117

Leningen en financieringen

Op 29 maart 2018 hebben TI Asia Ltd en TI Africa Ltd een 220,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten. De kredietfaciliteit bestaat uit een termijnlening van 110,0 miljoen USD en een doorlopende lening van 110,0 miljoen USD met het doel om de twee FSO's te herfinancieren alsook voor algemene bedrijfsdoeleinden. De Vennootschap heeft een garantie verstrekt voor het gedeelte van het doorlopende krediet. De reële waarde van deze garantie is niet significant gegeven de langetermijn contracten die beide FSO's hebben met North Oil Company tot midden

De volgende tabel geeft een samenvatting weer van de voorwaarden en aflossingsschema van de bankleningen gehouden door de joint ventures:

(in duizenden USD)

31 december 2021

31 december 2020

Munt

Nominale interestvoet

Einde looptijd

Omvang faciliteit

Opgeno-men bedrag

Boek-waarde

Omvang faciliteit

Opgeno-men bedrag

Boek-waarde

TI Asia Ltd revolving loan 54M*

USD

libor +2.0%

2022

9.699

9.699

9.681

22.179

22.179

22.088

TI Asia Ltd loan 54M*

USD

libor +2.0%

2022

9.699

9.699

9.681

22.179

22.179

22.088

TI Africa Ltd revolving loan 56M*

USD

libor +2.0%

2022

10.058

10.058

10.038

23.001

23.001

22.908

TI Africa Ltd loan 56M*

USD

libor +2.0%

2022

10.058

10.058

10.038

23.001

23.001

22.908

Totaal interestdragende bankleningen

39.513

39.513

39.437

90.360

90.360

89.991

* De vermelde gewaarborgde bankleningen zijn onderworpen aan bankconvenanten.


Bankconvenanten

Per 31 december 2021 waren alle joint ventures in overeenstemming met de convenanten voor zover van toepassing van hun respectievelijke leningen.

Renteswaps

In verband met de 220,0 miljoen USD faciliteit, hebben TI Asia en TI Africa in 2018 meerdere renteswaps aangegaan voor een gecombineerde notionele waarde van 208,8 miljoen USD (belang Euronav bedraagt 50%). Deze renteswaps worden gebruikt om het risico af te dekken gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor interestvoet en komen in aanmerking als afdekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben een resterende looptijd van minder dan één jaar overeenkomstig

2032, wat resulteert in voldoende terugbetalingscapaciteit onder deze faciliteiten. Transactiekosten voor een totaal bedrag van 2,2 miljoen USD worden afgeschreven over de looptijd van het instrument gebruik makend van de effectieve rentevoetmethode. Per 31 december 2021 was het uitstaande bedrag op deze faciliteit 39,5 miljoen USD in totaal.

Alle bankleningen in de joint ventures zijn gewaarborgd door de onderliggende FSO en onderhevig aan specifieke convenanten.

het aflossingsschema van de faciliteit en vervalt respectievelijk op 21 juli 2022 en 22 september 2022 voor FSO Asia en FSO Africa (zie toelichting 14).

Schepen

Op 19 november 2019 is de Groep een joint venture aangegaan met vennootschappen verbonden aan Ridgebury Tankers en klanten van Tufton Oceanic. Elke 50%-50% joint venture vennootschap heeft één Suezmax-schip aangeschaft. De joint ventures hebben twee Suezmax-schepen aangekocht (Bari & Bastia) voor een totaalbedrag van 40,6 miljoen USD. Het schip Bastia werd verkocht op 15 september 2020 voor een netto verkoopprijs van 20,1 miljoen USD. De Vennootschap heeft een meerwaarde van 0,8 miljoen USD geboekt in het derde kwartaal van 2020 bij levering aan haar nieuwe eigenaar op 30 september 2020.

Er waren geen kapitaalverbintenissen per 31 december 2021, 31 december 2020 en 31 december 2019.

Euronav

118

Geldmiddelen en kasequivalenten

(in duizenden USD)

2021

2020

Geldmiddelen en kasequivalenten
van de joint ventures

7.179

7.137

Aandeel Groep in geldmiddelen
en kasequivalenten

4.036

3.912

Diensten

De Groep is een overeenkomst aangegaan met haar joint ventures, voor de commerciële uitbating van beide schepen (Bari en Bastia) door de chartering desk van Euronav. De Groep is ook een overeenkomst aangegaan om boekhoud- en administratieve diensten aan te bieden aan deze joint ventures. In 2021 factureerde de Groep in totaal 285.476 USD (2020: 667.500 USD).

De joint venture is tevens een overeenkomst aangegaan met de Groep om ons een managementvergoeding aan te rekenen voor de supervisie van het extern scheepsbeheer. In 2021 heeft de joint venture Bari Shipholding Ltd. de Groep in totaal 163.000 USD (2020: 453.600 USD) gefactureerd.

De volgende tabel geeft een samenvatting weer van financiële informatie voor alle joint ventures van de Groep:

(in duizenden USD)

Kingswood Co. Ltd

Per 31 december 2019

Belangen-percentage

50%

Vaste activa

530

waarvan schepen

Vlottende activa

waarvan geldmiddelen en kasequivalenten

Langlopende schulden

waarvan bankleningen

Kortlopende schulden

10

waarvan bankleningen

Netto-activa (100%)

520

Aandeel Groep in Netto-activa

260

Aandeelhoudersleningen aan joint venture

Netto boekwaarde van belang in joint venture

260

Resterende aandeelhouderslening aan joint venture

Omzet

Afschrijvingen en amortisaties

Interestkosten

Winstbelastingen

Winst (verlies) voor de periode (100%)

(3)

Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

(1)

Aandeel Groep in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten


Financial report 2021

119

Activa

Seven Seas Shipping Ltd

TI Africa Ltd

TI Asia Ltd

Tankers Agencies (UK) Ltd (zie toelichting 24)

TI LLC (zie toelichting 24)

Bari
Shipholding
Ltd

Bastia
Shipholding
Ltd

Totaal

50%

50%

50%

50%

50%

50%

50%

137.426

128.722

944

21.833

21.628

311.083

135.195

128.722

21.833

21.628

307.377

800

10.809

10.001

418.505

267

1.573

5.577

447.531

800

1.701

917

3.246

250

6.913

525

97.514

49.026

490

18.390

18.773

184.718

45.567

43.927

89.495

1

26.370

27.318

415.301

51

705

4.328

474.085

24.856

23.968

135.000

183.824

274

24.351

62.379

3.658

216

4.310

4.104

99.811

137

12.175

31.189

2.227

127

2.155

2.052

50.322

23.215

18.390

18.773

60.379

137

12.175

31.189

2.227

127

2.155

2.052

50.322

23.215

18.390

18.773

60.379

8

49.434

49.487

1.307.523

938

1.970

1.409.360

(18.209)

(17.933)

(67)

(273)

(507)

(36.988)

(4.633)

(4.482)

(3.292)

(155)

(202)

(12.764)

(1.588)

(1.573)

(243)

(3.405)

6

15.881

15.743

746

(24)

310

104

32.763

(735)

(706)

(1.441)

3

7.941

7.871

454

(14)

155

52

16.460

(367)

(353)

(720)

120

Euronav



(in duizenden USD)

Kingswood Co. Ltd

Seven Seas Shipping Ltd

TI Africa Ltd

TI Asia Ltd

Tankers Agencies (UK) Ltd (zie toelichting 24)

Per 31 december 2020

Belangen-percentage

50%

50%

50%

50%

50%

Vaste activa

118.337

112.160

720

waarvan schepen

118.337

112.160

Vlottende activa

10.187

10.176

232.865

waarvan geldmiddelen en kasequivalenten

1.138

1.109

3.124

Langlopende schulden

65.355

30.652

276

waarvan bankleningen

19.929

19.215

Kortlopende schulden

29.277

30.547

228.851

waarvan bankleningen

25.886

24.961

37.500

Netto-activa (100%)

33.893

61.136

4.458

Aandeel Groep in Netto-activa

16.946

30.568

2.715

Aandeelhoudersleningen aan joint venture

16.665

Netto boekwaarde van belang in joint venture

16.946

30.568

2.715

Resterende aandeelhouderslening aan joint venture

16.665

Omzet

49.922

49.976

1.478.909

Afschrijvingen en amortisaties

(16.858)

(16.562)

(56)

Interestkosten

(3.358)

(3.233)

(1.651)

Winstbelastingen

(10.397)

(10.135)

(232)

Winst (verlies) voor de periode (100%)

(1)

(1)

9.549

9.855

800

Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)

(1)

(3)

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

4.775

4.927

487

Aandeel Groep in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(1)




121

Financial report 2021

Activa

TI LLC (zie toelichting 24)

Bari Shipholding Ltd.

Bastia Shipholding Ltd.

Totaal

50%

50%

50%

20.079

251.296

20.079

250.576

243

2.609

514

256.595

1.573

193

7.137

17.271

113.554

39.144

61

2.856

345

291.937

88.347

182

2.562

170

102.401

107

1.281

85

51.703

17.271

33.936

107

1.281

85

51.703

17.271

33.936

12.288

14.131

1.605.227

(4.257)

(2.871)

(40.604)

(1.834)

(1.251)

(11.327)

(20.764)

(34)

(1.748)

3.246

21.666

(4)

(20)

(874)

1.623

10.917

(2)


(in duizenden USD)

TI Africa Ltd

TI Asia Ltd

Tankers Agencies (UK) Ltd (zie toelichting 24)

TI LLC (zie toelichting 24)

Per 31 december 2021

Belangenpercentage

50%

50%

50%

50%

Vaste activa

108.245

102.454

503

waarvan schepen

108.245

102.454

Vlottende activa

10.883

10.073

295.289

231

waarvan geldmiddelen en kasequivalenten

1.799

984

4.059

Langlopende schulden

33.755

10.245

66

waarvan bankleningen

Kortlopende schulden

25.153

24.305

290.626

68

waarvan bankleningen

20.075

19.361

51.500

Netto-activa (100%)

60.221

77.977

5.100

163

Aandeel Groep in Netto-activa

30.110

38.988

3.106

96

Aandeelhoudersleningen aan joint venture

11.465

Nettoboekwaarde van belang in joint venture

30.110

38.988

3.106

96

Resterende aandeelhouderslening
aan joint venture

11.465

Omzet

50.105

50.160

649.665

Afschrijvingen en amortisaties

(10.092)

(9.706)

(39)

Interestkosten

(2.005)

(1.943)

(1.054)

Winstbelastingen

(2.646)

(2.626)

(141)

Winst (verlies) voor de periode (100%)

25.357

25.180

642

(19)

Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)

971

930

Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode

12.678

12.590

391

(11)

Aandeel Groep in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

486

465

122

Euronav

123

Financial report 2021

Activa

Bari Shipholding Ltd

Bastia Shipholding Ltd

Totaal

50%

50%

15.210

226.413

15.210

225.910

6.582

403

323.461

17

320

7.179

20.228

64.295

4.466

112

344.731

90.937

(2.903)

290

140.848

(1.451)

145

70.995

20.228

31.694

145

72.446

18.777

30.242

11.872

761.801

(4.869)

(24.706)

(1.932)

(1)

(6.934)

(5.413)

(5.464)

121

45.816

1.902

(2.732)

60

22.976

951

Euronav

124

Toelichting 26 - Belangrijkste wisselkoersen

Bij het opmaken van de geconsolideerde rekeningen werden de volgende belangrijkste wisselkoersen gehanteerd:

slotkoersen

gemiddelde koersen

1 XXX = x,xxxx USD

31 december 2021

31 december 2020

31 december 2019

2021

2020

2019

EUR

1,1326

1,2271

1,1234

1,1894

1,1384

1,1213

GBP

1,3479

1,3649

1,3204

1,3778

1,2860

1,2755

Toelichting 27 - Honoraria audit

De auditkosten voor de Groep bedroegen 1,0 miljoen USD (2020: 0,9 miljoen USD en 2019: 0,9 miljoen USD). Tijdens het jaar hebben de commissaris en zijn netwerk additionele auditgerelateerde diensten verleend voor een bedrag van 0,1 miljoen USD (2020: 0,1 miljoen USD en 2019: 0,1 miljoen USD) en fiscale diensten voor een vergoeding van 0,0 miljoen USD (2020: 0,0 miljoen USD en 2019: 0,0 miljoen USD).


Toelichting 28: Gebeurtenissen na balansdatum 31 december 2021

In januari 2022 voegden twee Suezmax-nieuwbouwschepen, Cedar en Cypress, zich bij onze vloot. De Cedar werd geleverd op 7 januari en de Cypress op 20 januari. Beiden werden gebouwd op Daehan Shipbuilding (DHSC) in Zuid-Korea.

De vier VLCC’s Nautilus, ,Neptun en Navarin zijn in het eerste kwartaal van 2022 teruggeleverd. Krachtens de leaseback-overeenkomst werd er een verkoperskrediet van 4,5 miljoen USD per schip geboekt (zie toelichting 20). In het eerste kwartaal van 2022 wordt een meerwaarde van 13,5 miljoen USD voorzien om opgenomen te worden  in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

Op 18 maart 2022 kondigde de Vennootschap aan dat de Financiële Toezichthoudende Autoriteit van Noorwegen de basisprospectus met bijlagen heeft goedgekeurd, opgesteld door Euronav Luxembourg SA (“Euronav Luxembourg”) in verband met de notering op de Oslo Stock Exchange van Euronav Luxembourg' 200 miljoen USD senior ongedekte obligaties, met vervaldatum september 2026. De 200 miljoen USD senior ongedekte obligaties, uitgegeven door Euronav Luxembourg en gegarandeerd door de Vennootschap, zijn genoteerd op de beurs van Oslo vanaf 22 maart 2022.

De recente ontwikkelingen in Oekraïne en de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten hebben bijgedragen tot een verdere economische instabiliteit op de wereldwijde

financiële markten en internationale handel. Bij het schrijven van dit persbericht was de uitkomst nog niet duidelijk en de Vennootschap erkent dat eventuele escalaties tussen de landen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisaties en Rusland kunnen leiden tot vergeldingsmaatregelen van Rusland die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de scheepvaartsector.

In februari 2022 kondigden president Biden en enkele Europese leiders verschillende economische sancties aan tegen Rusland in verband met de voornoemde conflicten in de regio Oekraïne. Deze sancties kunnen een nadelige invloed hebben op onze activiteiten, gezien de rol van Rusland als een belangrijke wereldwijde exporteur van ruwe olie en aardgas. Onze activiteiten kunnen ook negatief worden beïnvloed door handelstarieven, handelsembargo’s of andere economische sancties die handelsactiviteiten door de Verenigde Staten of andere landen tegen landen in het Midden-Oosten, Azië of elders beperken als gevolg van terroristische aanslagen, vijandelijkheden of diplomatieke of politieke druk.

Op 8 maart 2022 vaardigde president Biden een uitvoerend bevel uit dat de invoer van bepaalde Russische energieproducten in de Verenigde Staten verbiedt, waaronder ruwe olie, aardolie, petroleumbrandstoffen, oliën, vloeibaar aardgas en steenkool. Bovendien verbiedt het uitvoerend bevel alle investeringen in de Russische energiesector door onder meer Amerikaanse personen.

De invasie en daaropvolgende oorlog tussen Rusland en Oekraïne zal een invloed hebben op onze activiteiten op de volgende gebieden:

Vrachttarieven: als gevolg van de zelfregulering door oliehandelaren, raffinaderijen en verschepers van Russische petroleumproducten, is de markt op korte termijn geëvolueerd naar een groter tonnage en andere vrachtspecificaties. De prognose op langere termijn is dat het aantal ton mijlen kan toenemen door de aanpassing van handelsstromen om de raffinaderijen en de markten te compenseren voor het gebrek aan Russische oliestromen.

image

125

Financial report 2021

Toelichting 29 - Verklaring over het getrouw beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe overzicht in het jaarverslag

De heer Carl Steen, voorzitter van de raad van Toezicht, de heer Hugo De Stoop, de CEO, en mevrouw Lieve Logghe, de CFO, bevestigen hierbij dat, voorzover hun bekend, (a) de geconsolideerde jaarrekening afgesloten over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021, die is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie, een getrouw beeld geeft van de activa, passiva, financiële positie en de resultaten van Euronav NV en de in de consolidatie opgenomen entiteiten, en (b) het jaarverslag een waar en getrouw beeld geeft van de evolutie van de activiteiten, resultaten en situatie van Euronav NV en de in de consolidatie opgenomen entiteiten en bevat een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

De Vennootschap heeft haar activiteiten met Russische klanten opgeschort, wat een niet-significant deel van de omzet van de Vennootschap vertegenwoordigt (minder dan 5%).

Bunker brandstofkosten:  de prijs van scheepsbrandstoffen is als gevolg van het conflict gestegen en zal naar verwachting hoog blijven in de nabije toekomst. Dit komt doordat  Rusland de bunker markten voorziet van 20% van de wereldwijde vraag naar brandstof in de HSFO-, VLSFO- en MGO-markten. Deze prijsstijgingen zullen een negatieve invloed hebben op de kostenstructuur van de schepen, waardoor het duurder wordt om vracht te verschepen op langeafstandsreizen. De spreiding tussen HSFO en VLSFO was vóór de invasie op een hoog niveau, maar begint zich te herstellen nu de HSFO van Russische oorsprong van de markt is gehaald en de leveringen in Europa en het Middellands-Zee gebied worden aangescherpt.

Cyberrisico's zijn toegenomen en de Vennootschap heeft bijkomende maatregelen genomen.

Bijkomende uitdagingen met betrekking tot de bemanning: het huidige conflict maakt het moeilijk om regelmatige wissels van de bemanning uit te voeren, aangezien reizen misschien niet mogelijk is en een bemanningslid niet naar zijn of haar huis gerepatrieerd kan worden. Dit kan gevolgen hebben op de activiteiten van de schepen, aangezien er nieuwe officieren en bemanningen bijkomen die misschien niet vertrouwd zijn met het schip. Dit kan leiden tot extra bemanningskosten van maximaal 500.000 USD per jaar.


Naar de toekomst toe blijft het moeilijk om de toekomstige impact van deze oorlogssituatie op economieën waarin wij actief zijn in te schatten, en bijgevolg moeilijk om de impact te kwantificeren die deze factoren kunnen hebben op onze financiële resultaten.

Op 7 april 2022 kondigde de Vennootschap aan dat Euronav en Frontline een term sheet hebben ondertekend dat  unaniem is goedgekeurd door respectievelijk hun Raad van Toezicht en Raad van Bestuur, over een mogelijke aandeel-voor-aandeel-combinatie tussen de twee bedrijven, gebaseerd op een ruilverhouding van 1,45 FRO-aandelen voor elk EURN-aandeel, waardoor de aandeelhouders van Euronav en Frontline respectievelijk ongeveer 59% en 41% van de gecombineerde groep bezitten. Een combinatie blijft onderworpen aan een akkoord omtrent de transactiestructuur, een bevestigend zorvuldigheidsonderzoek, overeenstemming over de voorwaarden van de mogelijke combinatieovereenkomst, de vereiste goedkeuringen van de raden van bestuur, aandeelhouders, klanten, kredietverleners en/of regelgevende instanties, overleg met werknemers en andere gebruikelijke voorwaarden. 

126

Euronav

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Euronav NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Euronav NV (de “Vennootschap”) en zijn dochterondernemingen (samen de “Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021, alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 20 mei 2020, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het audit en risk comité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2022. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 18 opeenvolgende boekjaren.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2021, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting

bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt USD’000 3,768,523 en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een verlies van het boekjaar van USD’000 338,777.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2021, alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor het oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag.

Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunt van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de

Financial report 2021

127

geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.

Beoordeling van de indicatoren van bijzondere waardevermindering en van de boekwaarde voor schepen in het Tankers segment

We verwijzen naar toelichting 2 van de geconsolideerde jaarrekening die weergeeft dat de netto boekwaarde van schepen in het Tankers segment (schepen, schepen in activa in aanbouw en in activa onder gebruiksrecht) per 31 december 2021 USD 3,2 miljard bedroeg, hetgeen 84% vertegenwoordigt van de totale activa van de Groep. We verwijzen naar toelichtingen 1 en 8, die weergeven dat de Groep, op elke rapportagedatum, de boekwaarde van schepen op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) beoordeelt op een bijzondere waardevermindering, door gebeurtenissen of veranderingen in omstandigheden te identificeren die erop wijzen dat de boekwaarde van deze KGE’s mogelijk niet realiseerbaar is.

De Groep identificeerde twee indicatoren voor bijzondere waardevermindering voor de KGE’s opgenomen in het Tankers segment: (1) een verdere daling van de vrachttarieven en (2) een netto operationeel verlies voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021. De Groep voerde vervolgens haar jaarlijkse test op een bijzondere waardevermindering uit voor elke KGE in het Tankers segment, waarbij het management beoordelingen en veronderstellingen maakte, in het bijzonder met betrekking tot het ramen van de waarde van schepen, verwachte toekomstige vrachttarieven, inkomsten van de schepen, verwachte exploitatiekosten van schepen, de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) en de economische levensduur van schepen.

De Groep concludeerde dat, op 31 december 2021, de gebruikswaarde voor de Groep van elke KGE in het Tankers segment hoger was dan de boekwaarde van de KGE en bijgevolg, dat er geen bijzondere waardevermindering diende erkend te worden op 31 december 2021.

We hebben de beoordeling van indicatoren voor bijzondere waardevermindering en van de boekwaarde van schepen in het Tankers segment als een kernpunt van onze controle geïdentificeerd. De evaluatie door de Groep van het bestaan

van indicatoren voor bijzondere waardevermindering houdt rekening met zowel interne als externe gegevens, zoals trends in vraag en aanbod van schepen en ruwe olie, en veranderingen in de mate en wijze waarop schepen naar verwachting zullen worden gebruikt. De beoordeling van de impact van deze indicatoren op elke KGE in het Tankers segment vereist een hoge mate van beoordelingsvermogen. Dit komt door het bestaan van niet-waarneembare informatie en de onvoorspelbaarheid van globale macro-economische en geopolitieke omstandigheden die de vrachttarieven beïnvloeden gedurende de levensduur van de KGE. Er is ook een hoge mate van beoordelingsvermogen vereist bij het evalueren van bepaalde belangrijke veronderstellingen, zoals de WACC, verwachte toekomstige vrachttarieven en voorspelde exploitatiekosten van schepen, die worden toegepast bij het bepalen van de gebruikswaarde van de schepen.

De volgende procedures zijn de voornaamste die we hebben uitgevoerd om dit kernpunt van onze controle te behandelen:

We hebben het ontwerp en de doeltreffendheid beoordeeld van bepaalde interne controles met betrekking tot het proces van bijzondere waardevermindering van schepen. Dit omvat controles met betrekking tot de beoordeling van de impact van interne en externe indicatoren voor bijzondere waardevermindering, zoals trends in vraag en aanbod van schepen en ruwe olie, en veranderingen in de mate en wijze waarop schepen naar verwachting zullen worden gebruikt. Dit omvatte ook controles met betrekking tot bepaalde belangrijke veronderstellingen die door het management zijn toegepast bij het bepalen van de gebruikswaarde van de schepen, zoals de WACC, verwachte toekomstige vrachttarieven en voorspelde exploitatiekosten van schepen;

We hebben de informatie en veronderstellingen geëvalueerd die de Groep gebruikt bij haar beoordeling van het bestaan van indicatoren voor een bijzondere waardevermindering. Dit werd gedaan door het vergelijken van informatie, zoals trends in vraag en aanbod van schepen en ruwe olie, en veranderingen in de mate en wijze waarop schepen naar verwachting zullen worden gebruikt, met historische informatie, externe informatie van derden, zoals rapporten van makelaars en andere industriegegevens, evenals met interne gegevens;

128

Euronav

We hebben de berekeningen door de Groep van de gebruikswaarde van de schepen voor elke KGE in het Tankers segment beoordeeld, door de veronderstellingen die de Groep hiervoor maakte, te vergelijken met onze kennis van de activiteiten van de Groep en de sector waarin ze werkzaam is, met de toekomstige, huidige en historische vrachttarieven van de Groep en exploitatiekosten van schepen, met industriegegevens van derden voor vergelijkbare conventionele tankers en met beschikbare waarneembare marktinformatie;

We hebben de boekwaarde van elke KGE in het Tankers segment geëvalueerd door deze te vergelijken met de gemiddelde waarde van twee onafhankelijke makelaars;

We hebben een retrospectieve vergelijking uitgevoerd van de historisch ingeschatte vrachttarieven en exploitatiekosten van schepen, gebruikt door de Groep in de berekening van de gebruikswaarde, ten opzichte van de feitelijke vrachttarieven en exploitatiekosten gerealiseerd door de Groep in voorgaande jaren;

We hebben waarderingsspecialisten met gespecialiseerde vaardigheden en kennis ingeschakeld die de redelijkheid van de WACC hebben beoordeeld door een reeks van verdisconteringsvoeten te ontwikkelen en deze te vergelijken met de WACC zoals die door de Groep werd toegepast; en

We hebben sensitiviteitsanalyses uitgevoerd op de WACC en op de toekomstige vrachttarieven die door de Groep werden gehanteerd om de impact van wijzigingen in deze inschattingen te beoordelen, en om te beoordelen of er aanwijzingen waren van mogelijke vooringenomenheid vanwege de leiding van de Groep bij het maken van deze inschattingen.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na. Een wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden

Financial report 2021

129

die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;

het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;

het concluderen of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;

het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;

 het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de

Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het audit en risk comité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het audit en risk comité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die met het audit en risk comité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Overige door wet- en regelgeving
gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

Verantwoordelijkheden van de commissaris

In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

130

Euronav

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:

Brief aan de aandeelhouders, Hoogtepunten, Hoogtepunten 2021 en Speciaal verslag; en

Activiteitenverslag;

een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening verricht en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.

De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)

Wij hebben ook, overeenkomstig het ontwerp van norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.

Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten, in alle van materieel belang zijnde opzichten, voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de officiële Nederlandstalige versie van de digitale geconsolideerde financiële overzichten, opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van Euronav NV per 31 december 2021, in alle van materieel belang zijnde opzichten, werden opgesteld in overeenstemming met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.

Andere vermelding

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het audit en risk comité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Antwerpen, 14 april 2022

KPMG Bedrijfsrevisoren
Commissaris
vertegenwoordigd door

Herwig Carmans
Bedrijfsrevisor

Financial report 2021

131

image

Geregistreerd binnen de jurisdictie van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen


BTW BE 0860 402 767


U kunt dit verslag downloaden op onze website: www.euronav.com

Hoofdzetel

De Gerlachekaai 20
B-2000 Antwerpen - België
tel. + 32 3 247 44 11
fax + 32 3 247 44 09
e-mail admin@euronav.com
website www.euronav.com

Verantwoordelijke uitgever

Lieve Logghe
De Gerlachekaai 20
B-2000 Antwerp - Belgium