2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ucbsa:IssuedCapitalAndSharePremium 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:TreasurySharesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:RetainedEarningsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:OtherReservesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesOnFinancialAssetsMeasuredAtFairValueThroughOtherComprehensiveIncomeMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2021-01-01 2021-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2020-01-01 2020-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember 2138008J191VLSGY5A09 2019-12-31 iso4217:EUR iso4217:EUR xbrli:shares
ucbsa-2021-12-31p1i0
ucbsa-2021-12-31p2i0
 
 
Welkom bij ons Geïntegreerd jaarverslag 2021
Ons Geïntegreerd
 
jaarverslag 2021 –
 
Samen innoveren voor
 
een betere
 
gezondheid –
 
heeft tot doel
om
 
zowel
 
nu
 
en
 
in
 
de
 
toekomst,
 
alle
 
geïnteresseerde
 
belanghebbenden
 
te
 
voorzien
 
van
 
de
 
best
mogelijke
 
informatie
 
over
 
hoe
 
UCB
 
meerwaarde
 
voor
 
patiënten
 
met
 
ernstige
 
ziekten,
 
onze
medewerkers, gemeenschappen en de planeet creëert.
Over dit verslag
Dit Geïntegreerde jaarverslag 2021 bevat het
 
managementverslag in overeenstemming met artikel 12
van het
 
Koninklijk besluit
 
van 14
 
november 2007
 
betreffende
 
de verplichtingen
 
van emittenten
 
van
financiële
 
instrumenten
 
die
 
zijn
 
toegelaten
 
tot
 
de
 
handel
 
in
 
een
 
gereglementeerde
 
markt.
 
Alle
informatie
 
die
 
moet
 
worden
 
opgenomen
 
in
 
een
 
dergelijk
 
managementverslag
 
overeenkomstig
 
de
artikelen
 
3:6
 
en
 
3:32
 
van
 
het
 
Belgische
 
Wetboek
 
van
 
vennootschappen
 
en
 
verenigingen
 
(d.w.z.
Verklaring
 
Inzake
 
Deugdelijk
 
Bestuur
 
 
inclusief
 
het
 
Remuneratieverslag
 
 
Overzicht
 
van
 
de
Bedrijfsprestaties en de Verklaring
 
van UCB over extra-financiële
 
informatie) wordt gerapporteerd
 
in
alle
 
verschillende
 
secties
 
van
 
dit
 
Geïntegreerd
 
jaarverslag.
 
Dit
 
Geïntegreerd
 
jaarverslag
 
en
 
de
materialiteitsbeoordeling zijn opgesteld overeenkomstig
 
de kernoptie Global Reporting Standards en
extra-financiële informatie wordt gecontroleerd door
 
een derde partij.
 
SASBnormen verstrekt door de
Value
 
Reporting
 
Foundation
 
werden
 
ook
 
als
 
referentie
 
gebruikt.
 
Bovendien
 
ondersteunen
 
we
 
de
aanbeveling
 
van
 
de
Task
 
Force
 
Climate-Related
 
Financial
 
Disclosure
 
(TCFD)
 
en
 
de
 
eerste
 
TCFD
disclosure van UCB treft u aan in het hoofdstuk Data en rapportering van dit rapport.
 
UCB
 
valt
 
onder
 
de
 
EU-taxonomieverordening
 
als
 
een
 
beursgenoteerd
 
bedrijf
 
met
 
meer
 
dan
 
500
werknemers.
 
We
 
hebben
 
de
 
voor
 
taxonomie
 
in
 
aanmerkingen
 
komende
 
economische
 
activiteiten
vermeld
 
in
 
de
 
Climate
 
Delegated
 
Act
 
geanalyseerd
 
en
 
na
 
controle
 
beschouwen
 
we
 
dat
 
onze
economische
 
kernactiviteiten
 
momenteel
 
niet
 
onder
 
de
 
technische
 
bijlagen
 
inzake
klimaatveranderingsmitigatie
 
en -adaptatie
 
van
 
de EU-taxonomieverordening
 
vallen.
 
We
 
zullen alle
toekomstige rapporteringsverplichtingen en de impact ervan blijven volgen.
Dit document bevat informatie over onderzoeksgeneesmiddelen die niet zijn goedgekeurd voor gebruik door een autoriteit
 
in de
wereld of nieuwe indicaties voor goedgekeurde producten. De veiligheid en werkzaamheid van deze
 
onderzoeksgeneesmiddelen
of nieuwe indicaties zijn nog niet vastgesteld.
 
Inhoud
 
ucbsa-2021-12-31p6i0
Belangrijke cijfers
ucbsa-2021-12-31p7i0
 
 
 
UCB in het kort
We willen mensen met ernstige ziekten de vrijheid geven om het best mogelijke leven te leiden -
zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van hun aandoening. We streven ernaar te
werken op een manier die duurzaam is voor onze onderneming, onze werknemers, de
gemeenschappen rondom ons en de planeet.
Brief aan de belanghebbenden
 
Geachte patiënten, collega’s,
 
aandeelhouders
en vertegenwoordigers van de
gemeenschappen waar we werken en leven,
Als er een les is die we hebben geleerd in
2021 – een jaar waarin de wereld
geconfronteerd werd met de COVID-19
pandemie –
is het dat gebeurtenissen die
onze gezondheid en welzijn in gevaar
brengen elke sector en elk segment van de
maatschappij beïnvloeden
. Investeren in
gezondheid om vooruitgang te boeken voor
een gezondere en meer rechtvaardige
maatschappij en een gezondere planeet voor
toekomstige generaties is daarom een
investering in een betere toekomst voor
iedereen
.
 
Bij UCB maakt een positieve impact op de
maatschappij deel uit van onze kernmissie. Dit
is de reden waarom we duurzame groei
stimuleren met oplossingen die de levens van
mensen ook echt verbeteren. Het thema van
het Geïntegreerde jaarverslag van dit jaar –
Samen innoveren voor een betere
gezondheid
 
– weerspiegelt onze inzet om met
partners in de zorgketen samen te werken om
deze innovatieve oplossingen te leveren aan
mensen met ernstige ziekten. Dit alles
gekenmerkt met met een sterke
doelgerichtheid.
 
Het weerspiegelt ook onze overtuiging dat
we, net zoals het creëren van waarde voor
patiënten, waarde moeten creëren voor onze
werknemers, onze aandeelhouders en onze
gemeenschappen, met respect voor de
planeet.
 
Dit is hoe we werken om mensen met ernstige
ziekten in staat te stellen het best mogelijke
leven te leiden, een leven dat zo vrij mogelijk
is van de uitdagingen en onzekerheid van hun
aandoening
.
Onze cijfers
 
In 2021 hebben we het leven van meer dan
3,7 miljoen patiënten over de hele wereld
beïnvloed door de continuïteit van leverings-
en distributieketen te garanderen, ondanks de
huidige COVID-19 pandemie. We zijn de
toegang tot onze oplossingen blijven
uitbreiden en volgen de vooruitgang via onze
Access Performance Index. Ons nieuwste
product, BIMZELX®
 
(
bimekizumab
) werd
goedgekeurd in de EU
1
 
en Groot-Brittannië
(GB)
2
 
voor de behandeling van matige tot
ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die
in aanmerking komen voor systemische
therapie. Hierdoor werden de onvervulde
behoeften van patiënten verbonden met
innovatief biologisch onderzoek en
geavanceerde wetenschap vervuld. In Japan
werd BIMZELX® goedgekeurd voor de
behandeling van plaque psoriasis,
gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en
erythrodermische psoriasis bij patiënten die
1
https://www.ema.europa.eu/en
 
2
https://products.mhra.gov.uk/
 
 
niet voldoende reageren op bestaande
behandelingen.
Dit resulteerde opnieuw in een jaar van sterke
financiële groei voor UCB, met opbrengsten
die stegen tot € 5,78 miljard (+8%; +10%
CW3
3
) en een netto-omzet die steeg met 8%
tot € 5,47 miljard (+11% CW), gedreven door
blijvende groei van onze productportfolio.
De onderliggende winstgevendheid
(aangepaste EBITDA) bedroeg € 1,64 miljard
(+14%; +21% CW), gedreven door de
voortgezette omzetgroei
 
en matige groeiende
werkingskosten, die de investeringen in de
toekomst van UCB weerspiegelen,
voornamelijk in productlanceringen en
klinische ontwikkeling. In lijn met deze
prestaties stelt de Raad van bestuur van UCB
een dividend voor van € 1,30 per aandeel
(bruto), +2%.
Bovendien bleven we duurzaamheid
integreren voor zakelijke
 
en maatschappelijke
impact, wat resulteerde in een verbetering
van onze ESG-ratings (milieu, maatschappelijk
belang en bestuur) bij ISS ESG, WDI en CDP.
Sustainalytics verhoogde de ESG-
risicobeoordelingscore van UCB van een
gemiddeld risico tot een laag risico (16,8), een
duidelijke externe validatie van onze
vooruitgang bij het creëren van meer
duurzame waarde voor belanghebbenden.
 
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende controle.
Hierdoor kan nieuwe veiligheidsinformatie snel worden
geïdentificeerd. Professionele zorgverleners worden gevraagd
om ieder vermoeden van ongewenste bijwerking te melden
 
Onze pijplijn, producten en partners
 
Verscheidene uitmuntende prestaties werden
over de voorbije maanden behaald op het
gebied van onze oplossingen voor patiënten.
Heel belangrijk was dat volwassen patiënten
met
matige tot ernstige plaque psoriasis
(PsO) in Europa nu verdere
behandelingsopties tot hun beschikking
hebben, met de goedkeuring in de EU
1
 
en
Groot-Brittannië
2
 
van onze nieuwe oplossing
BIMZELX
® (
bimekizumab
) voor mensen die in
aanmerkingen komen voor systemische
therapie. Bovendien worden momenteel fase
3-studies
4,5,6,7
 
verricht die
bimekizumab
evalueren voor de behandeling van
psoriatische artritis en over het spectrum van
axiale spondyloartritis (nr-axSpA; r-axSpA)
waarbij positieve toplineresultaten werden
gemeld.*
 
Inspanningen om nieuwe behandelingsopties
te bieden aan
patiënten met
gegeneraliseerde myasthenia gravis
 
(gMG)
gaan ook verder met positieve
toplineresultaten van onze MycarinG studie
8
waarbij de werkzaamheid en veiligheid van
rozanolixizumab
 
wordt onderzocht**. Onze
3
Constante wisselkoersen
4
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te testen bij de behandeling van
proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE OPTIMAL).
Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203. geraadpleegd
op 11 februari 2022.
5
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij de behandeling van
proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE COMPLETE).
Beschikbaar op:
https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03896581.
geraadpleegd op 11 februari 2022
6
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij proefpersonen met
actieve ziekte van Bechterew (BE MOBILE 2). Beschikbaar op:
https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928743.
Geraadpleegd op 11 februari 2022.
7
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij proefpersonen met
niet-radiografische axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1).
Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704. geraadpleegd
op 11 februari 2022
8
 
Clinical Trials.gov ‘Een studie om de werkzaamheid en
veiligheid van
rozanolixizumab
 
te testen bij volwassen
patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis’:
Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03971422. geraadpleegd
op 11 februari 2022.
 
ucbsa-2021-12-31p10i1 ucbsa-2021-12-31p10i0
 
fase 3 RAISE-studie
9
, waarbij de
werkzaamheid en veiligheid van zilucoplan**
wordt onderzocht bij patiënten met gMG,
leverde eveneens positieve toplineresultaten
op. Deze twee behandelingsopties hebben het
potentieel om flexibiliteit te bieden aan
patiënten en professionele zorgverleners en
leveren nieuwe en innovatieve oplossingen
die voldoen aan de behoeften in de gMG-
gemeenschap.
 
En we blijven natuurlijk voortbouwen op onze
sterke traditie voor het ondersteunen van
mensen met epilepsie
, en breiden onze
expertise uit in de pediatrische populatie om
te voldoen aan de onvervulde behoeften van
de jongste patiënten. Zowel BRIVIACT®
(
brivaracetam
) als VIMPAT®
 
(
lacosamide
)
werden goedgekeurd door de Amerikaanse
Food and Drug Administration
10
 
voor de
behandeling van partiële aanvallen bij
patiënten van één maand en ouder
.
Ondertussen kunnen volwassenen,
adolescenten en kinderen vanaf de leeftijd
van 4 jaar met
idiopathische
gegeneraliseerde epilepsie
 
in Japan en
Australië genieten nu van de lancering van
VIMPAT®
 
als een aanvullende therapie voor
de behandelng van primaire gegeneraliseerde
tonisch-clonische aanvallen. We
hebbenstarten tevens een nieuwe sociale
bedrijfsaanpak voor betere epilepsiezorg voor
te weinig geholpen patiënten met een
eerstenieuw proefproject in Mumbai, India
voor patienten in Mumbai, India die te weinig
geholpen worden. In het komende jaar zijn we
van plan om de geplande overname van
Zogenix, Inc. af te ronden om nieuwe en
innovatieve behandelingsopties te blijven
bieden aan mensen met epilepsie.
Tijdens het jaar hebben we meerdere
partnerovereenkomsten en initiatieven
ontwikkeld om de waarde die we creëren
voor patiënten nu en in de toekomst te
versterken, voornamelijk op het gebied van
digitale zorgtransformatie
. We hebben een
uitgebreide, meerjarige samenwerking
aangekondigd met
Microsoft
, waarbij de
computerdiensten, cloud en artificiële
intelligentie (AI) van Microsoft worden
gecombineerd met de capaciteiten van UCB
voor het ontdekken en ontwikkelen van
geneesmiddelen op een meer efficiënte en
innovatieve manier.
 
We hebben
Nile AI, Inc
.
gelanceerd, een nieuw onafhankelijk bedrijf
dat een zorgplatform voor epilepsie
ontwikkelt om de toekomst van elke
epilepsiepatiënt beter te kunnen voorspellen,
voortbouwend op onze lange traditie van
leiderschap in epilepsie om de uitdagingen
van de toekomst aan te gaan. En we hebben
aangekondigd dat we onze interne AI-
gebaseerde oplossing,
BoneBot
, met
screening voor wervelfracturen, zullen
9
Clinical Trials.gov ‘Veiligheid, verdraagbaarheid en
werkzaamheid van zilucoplan bij proefpersonen met
gegeneraliseerde myasthenia gravis (RAISE)’: Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT04115293. geraadpleegd
op 11 februari 2022.
 
10 https://www.accessdata.fda.gov/scripts/cder/daf/
10
 
licentiëren aan
ImageBiopsy Lab
 
voor verdere
ontwikkeling en lancering. Dit zal een
vroegere diagnose en behandeling van spinale
fracturen mogelijk maken en mogelijk de co-
morbiditeiten geassocieerd met osteoporose
verminderen.
Door onze samenwerking met andere spelers
in de gezondheidszorg kunnen we op nieuwe
manieren meerwaarde leveren aan patiënten.
We hebben een overeenkomst met
Novartis
ondertekend om samen twee
ziektemodificerende behandelingen te
ontwikkelen en op de markt te brengen voor
mensen met
de ziekte van Parkinson
 
(PD).
We hebben de integratie van
Handl
Therapeutics BV
, een snelgroeiend en
transformatief
gentherapiebedrijf
 
in Leuven
afgerond. Samen met onze vorige overname
van
Lacerta Therapeutics
 
laat dit ons toe om
onze ambities op het gebied van gentherapie
te bevorderen als een manier om uiteindelijk
van symptomatische behandeling naar
ziektemodificatie en remedies voor ernstige
chronische ziekten over te gaan
.
* Is een onderzoeksgeneesmiddel dat niet is goedgekeurd voor
gebruik door een autoriteit in de wereld voor PsA en axSpA.
 
** Is een onderzoeksgeneesmiddel waarvan de veiligheid en
werkzaamheid nog niet is vastgesteld en niet is goedgekeurd
voor gebruik door een autoriteit in de wereld.
Samen werken voor en met onze
 
mensen, onze
gemeenschappen en de planet
Nu we het derde jaar van de COVID-19
pandemie hebben aangevat, komt het woord
weerstand
 
op wanneer we denken aan onze
collega’s. Medewerkers
 
van UCB hebben zich
uitermate ingezet voor mensen met ernstige
ziekten en blijven waarde creëren voor de
maatschappij, zelfs in uitdagende
omstandigheden.
 
We hebben een aantal fundamentele
initiatieven uitgerold in 2021 om onze mensen
te ondersteunen en een diverse, inclusieve en
boeiende werkomgeving te blijven
bevorderen. Duizenden collega’s
 
zullen
voordeel halen uit ons nieuwe
hybride
werkmodel
, dat mensen die van thuis werken
de flexibiliteit biedt die ze nodig hebben
terwijl onze bedrijfscultuur van samenwerking
en leergierigheid nog steeds wordt gevoed.
Met een hogere Health, Safety and Wellbeing
Indexscore van 81,9% (78,4% in 2020)
illustreren we onze focus op gezondheid,
veiligheid en welzijn voor iedereen bij UCB en
zullen we deze resultaten gebruiken om
mondiale en lokale programma’s te blijven
ontwikkelen zodat onze mensen professioneel
kunnen groeien.
 
Daarnaast gingen we verder met onze
inspanningen om de principes
diversiteit,
gelijkheid en inclusie
(DE&I) op te nemen in
ons dagelijks werk, gebaseerd op nieuwe in
ontwikkeling zijnde DE&I-indexen om de
vooruitgang te volgen. We streven ernaar om
een bedrijfscultuur van inclusie te inspireren,
zowel onder onze mensen als in alles wat we
doen. Hiervoor zijn we actief
aan het werk
om onze klinische studies meer inclusief en
toegankelijk te maken
 
voor patiënten in
ondervertegenwoordigde gemeenschappen,
via gedecentraliseerde klinische studies
(DCT’s) die bijna 20% van onze actieve
klinische studies vormen.
Het uitbreiden van onze impact in de
gemeenschappen waar we leven en werken
vormt deel van ons engagement om mondiale
uitdagingen aan te pakken op het kruispunt
van onze zakelijke
 
strategie en bredere
maatschappelijke belangen. In 2021 hebben
we onze samenwerking met onze leveranciers
verstrekt om onze gezamenlijke
 
prestaties
inzake milieubescherming, arbeid,
mensenrechten en ethische bedrijfspraktijken
te verbeteren. e blijven doorgaan met onze
filantropie om de geestelijke gezondheid van
kwetsbare, jonge mensen te verbeteren via
het
UCB Community Health Fund dat 99
ucbsa-2021-12-31p12i0 ucbsa-2021-12-31p12i1
projecten wereldwijd heeft ondersteund
sinds haar oprichting in 2020;
 
en we hebben
onze inzet gehandhaafd om zorgsystemen
 
te
versterken in omgevingen met lage en
gemiddelde inkomens onder
het UCB
Innovation for Health Equity Fund.
Het is duidelijk dat het beschermen van de
menselijke gezondheid ook het beschermen
van de gezondheid van onze planeet inhoudt.
Onze portfolio en pijplijn blijft groeien
, we zijn
op schema om onze groei los te koppelen
van onze ecologische voetafdruk
. In 2021
hebben we CO2-
 
emissies die we rechtstreeks
controleren verminderd met 7% vergeleken
met 2020, waardoor onze vermindering 62%
bereikte vergeleken met 2015. Dit
engagement breidt zich uit naar onze
leveranciers van goederen en diensten, met
23% van onze leveranciers (per emissie) die
instemmen om hun eigen doelen vast te
leggen om over te gaan naar een
koolstofarme economie in overeenstemming
met het Science Based Targets initiatief (SBTi).
 
Vooruitblikken om
 
onze ambities te
verwezenlijken
We hebben vertrouwen in onze capaciteiten
om onze toekomstige ambitie om te leiden in
vijf specifieke populaties (patiënten met
partieel beginnende/focale epileptische
aanvallen, psoriatische artritis, myasthenia
gravis; patiënten die lijden aan breuken
gerelateerd aan osteoporose en vrouwen in
de vruchtbare leeftijd met immuno-
inflammatie en/of epilepsie).
We beginnen een overgangsfase, gevolgd
door versnelde bedrijfsgroei. Onze financiële
vooruitzichten voor 2022: we streven naar
opbrengsten in het bereik van € 5,15 – 5,4
miljard en een onderliggende
winstgevendheid (aangepast EBITDA) in het
bereik van 26 - 27% van de totale
opbrengsten. We willen voor 2025 minstens €
6 miljard in jaarlijkse omzet bereiken, een
aangepaste lage tot middelmatige EBITDA-
marge in de dertigvan ongeveer 30$ en onze
ESG-rating nog verder verbeteren.
 
Dankzij onze investering in de volgende
generatie van wetenschap en technologieën
en ons engagement met maatschappelijke
partners om een duurzame impact te creëren,
verkennen we nieuwe therapeutische
oplossingen zoals gentherapie om aan de
onvervulde behoeften van mensen met
ernstige ziekten te voldoen terwijl we
voortbouwen aan onze kerntraditie en
expertisegebieden.
 
Terwijl de maatschappij met aanzienlijke
uitdagingen wordt geconfronteerd, van de
groei van sociale ongelijkheid tot
klimaatverandering, is het duidelijk voor ons
dat een betere samenwerking de enige weg
voorwaarts is. Elk bedrijf, land en burger is
verbonden - wat één van ons doet beïnvloedt
ook de anderen.
 
Dat is de reden waarom we u willen bedanken
om deel uit te maken van deze gedeelde
ervaring in 2021 en voor uw blijvend
vertrouwen in, en blijvende ondersteuning
van UCB. Terwijl we proberen het welzijn van
onze gemeenschappen te verbeteren, is het
essentieel dat we dit samen doen en
voortbouwen op onze gedeelde ervaringen en
expertise om een betere gezondheid voor
iedereen te bevorderen.
 
Dit is hoe we echt trouw aan ons doel blijven
om zowel nu als in de toekomst, meerwaarde
voor patiënten te creëren.
Stefan Oschmann, voorzitter van de raad van
bestuur
Jean-Christophe Tellier,
 
Chief Executive
Officer
ucbsa-2021-12-31p14i2 ucbsa-2021-12-31p14i1 ucbsa-2021-12-31p14i0
Ons doel
We creëren meerwaarde
 
voor patiënten nu en in
de toekomst
.
C
 
Bij UCB willen we mensen met ernstige
ziekten de vrijheid geven om het best
mogelijke leven te leiden - zo vrij mogelijk van
de uitdagingen en onzekerheid van hun
aandoening. We werken op een manier die
duurzaam is terwijl ze zorgen voor de
patiënten die onze oplossingen nodig hebben,
voor onze medewerkers, voor de
gemeenschappen waar we leven en werken,
onze aandeelhouders en de planet.
Waar zijn we actief?
UCB heeft haar hoofdzetel in België. Onze 8
561 collega’s1 in 36 markten plaatsen
patiënten centraal in alles wat ze doen.
 
 
ucbsa-2021-12-31p15i1 ucbsa-2021-12-31p15i0
Onze ambitie
 
We innoveren om
unieke resultaten
 
te leveren die specifieke patiënten helpen om hun
levensdoelen te bereiken, om de
beste individuele ervaring voor hen te creëren
, en om
te zorgen
voor toegang
voor alle patiënten die onze oplossingen nodig hebben op een manier die haalbaar is
voor de patiënten, de maatschappij en UCB.
Sinds de oprichting van UCB 90 jaar geleden maakt
een positieve invloed op de maatschappij deel uit
van onze kernmissie. De maatschappij
 
wordt
momenteel geconfronteerd
 
met aanzienlijke
uitdagingen die geografische
 
en organisatorische
grenzen overschrijden, van
 
de verdiepte
ongelijkheid verder versterkt
 
door de COVID-19
pandemie tot de wijdverspreide impact van
klimaatverandering. Elke maatschappelijke
 
actor
heeft een verantwoordelijkheid
 
om dringend actie
te nemen en een rol te spelen bij het creëren
 
van
een rechtvaardigere, veiligere
 
en gezondere
maatschappij voor iedereen. Duurzaamheid
 
is de
aanpak van UCB. We streven
 
ernaar om waarde te
creëren, niet alleen voor patiënten
 
maar ook voor
onze werknemers die oplossingen
 
voor patiënten
ontdekken, ontwikkelen
 
en leveren, voor We
innoveren om unieke resultaten
 
te leveren die
specifieke patiënten helpen om
 
hun levensdoelen
te bereiken, om de beste
 
individuele ervaring voor
hen te creëren, en om te zorgen
 
voor toegang voor
alle patiënten die onze oplossingen
 
nodig hebben
op een manier die haalbaar is voor de patiënten,
de maatschappij en UCB. de aandeelhouders die
investeren om ons werk te
 
financieren en voor de
gemeenschappen waar we leven en werken.
 
We
streven er ook naar om te zorgen
 
voor de planeet.
We ontwikkelen daarom
 
onze maatstaf voor
waardecreatie en integreren
 
zowel financiële als
extra-financiële elementen. We
 
zijn ervan
overtuigd dat, door het maximaliseren
 
van de
positieve impact die we hebben op de
maatschappij, met patiënten centraal,
 
we het
succes van UCB nu en in de toekomst kunnen
garanderen en kunnen bijdragen
 
aan een betere
wereld voor toekomstige
 
generaties.
ucbsa-2021-12-31p16i0 ucbsa-2021-12-31p16i1
Ons waardecreatiemodel
Bij UCB stelt ons operationeel model patiënten en hun individuele ervaringen centraal in alles wat
we doen – van de ontdekking tot de ontwikkeling en levering van onze medicijnen. We benutten hun
inzichten om onze wetenschap te informeren en nieuwe en gedifferentieerde oplossingen te
ontwikkelen voor specifieke patiëntenpopulaties
.
We streven ernaar het
 
gebruik van onze middelen
(menselijk, financieel, natuurlijk of andere) te
optimaliseren. Hiervoor wenden we onze
vaardigheden en expertise aan om de waarde
 
die
we creëren voor mensen met ernstige
 
ziekten,
onze medewerkers,
 
onze aandeelhouders en de
gemeenschappen waar we leven en werken
 
te
maximaliseren terwijl we ook onze
 
impact op de
planeet minimaliseren.
 
ucbsa-2021-12-31p17i1 ucbsa-2021-12-31p17i0
Als een verantwoordelijke
 
actorspeler in de
maatschappij creëren we waarde
 
terwijl we een
actieve rol spelen in het behalen van de VN
Duurzame Ontwikkelingsdoelen
 
(SDG’s) in
samenwerking met alle relevante
 
partners. Als
ondertekenaar van het UN Global
 
Compact zetten
we ons in voor haar 10 principes en onderschrijven
we de prestaties van de VN SDG’s.
 
We richten ons
op Goede gezondheid en welzijn (SDG nr.
 
3) en
Partnerschap voor de doelen (SDG nr.
 
17) omdat
we van mening zijn dat we hier de grootste
 
impact
hebben terwijl we nog steeds kunnen
 
bijdragen
aan andere doelen.
Om onze algemene bijdrage aan
 
de 2030
Verenigde Natiesagenda
 
voor Duurzame
Ontwikkeling beter te begrijpen,
 
kan u onze GRI-
tabellen bekijken met SDG’s
 
per onderwerp. Dit
verslag wordt ook gebruikt als onze
 
Mededeling
over de voortgang voor het UN Global Compact.
 
Bijwerken van onze materialiteitsbeoordeling
Om een rol te spelen in het creëren van een
duurzamere toekomst voor de maatschappij
willen we ons richten op de gebieden waar we
het meeste potentieel hebben om een impact
te leveren, rekening houdend met onze
specifieke vaardigheden, expertise en
geschiedenis.
 
Om deze te identificeren voeren we
regelmatige materialiteitsanalyses uit. Een
materialiteitsbeoordeling is een formeel
proces om onderwerpen met betrekking tot
milieu, maatschappij en bestuur die het meest
van belang zijn voor interne en externe
belanghebbenden van een bedrijf en die een
impact hebben op de bedrijfsprestaties, te
identificeren, verfijnen en beoordelen. De
inzichten van deze beoordeling worden
vervolgens gebruikt om de bedrijfsstrategie,
risicobeoordeling en rapportage te
informeren.
Onze materialiteitsbeoordeling van 2019
informeerde onze aanpak voor het integreren
van duurzaamheid in onze bedrijfsstrategie en
om onze prestatiemetingen bij te werken. In
2021 hebben snelle maatschappelijke
veranderingen gedreven door de COVID-19
pandemie ons ertoe aangezet om onze
materialiteitsbeoordeling bij te werken,
voornamelijk voortbouwend op uitgebreid
literatuuronderzoek en de betrokkenheid van
een groep opkomende leiders, onze Externe
adviesraad inzake duurzaamheid en het
interne UCB Sustainability Governance
Committee. Deze update voldoet aan de
vereisten van het Global Reporting Initiative
(GRI). Meer informatie over het proces dat
werd gevolgd voor onze materialiteitsupdate
van 2021 vindt u op UCB’s corporate page.
Onze top 10 van materiële
duurzaamheidsonderwerpen
 
Onze methodologie voor onze
 
materialiteitsupdate
van 2021 verschilde van 2019 aangezien
 
we ons
richtten op hoe de onderwerpen met prioriteit in
2019 zich hebben ontwikkeld. Er werden
 
tien
onderwerpen geïdentificeerd, gerangschikt
 
en
geprioriteerd, gebaseerd op hun
 
bedrijfsimpact en
relevantie voor onze belanghebbenden.
 
Hoewel
negen ervan werden overgenomen
 
van onze
ucbsa-2021-12-31p18i0
materialiteitsbeoordeling van
 
2019, werd
Productveiligheid en -kwaliteit toegevoegd
 
aan de
lijst van primaire onderwerpen voor 2021. Dit is
een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt,
gezien de kritiek met betrekking tot
 
de veiligheid
van het COVID-19 vaccin. Vervalsing
 
en onjuiste
informatie benadrukken ook
 
het belang om te
communiceren over productveiligheid
 
en -
kwaliteit. In dit verslag tonen we aan
 
hoe we onze
zakelijke aanpak
 
aanpassen om elk van onze
materiële onderwerpen te behandelen. Voor
 
elk
gedefinieerd materieel onderwerp lichten
 
we de
verbonden risico’s en onze
 
prestaties toe en
beschrijven we hoe het onderwerp wordt beheerd.
 
 
ucbsa-2021-12-31p19i0
Hoogtepunten
ucbsa-2021-12-31p20i0
Onze prestaties
 
ucbsa-2021-12-31p21i0 ucbsa-2021-12-31p21i1
Werken voor de toekomst
We willen voor 2025 leiden in vijf specifieke patiëntenpopulaties.
In overeenstemming met dit doel willen we
voor 2025 opbrengsten van minstens €6
miljard, een aangepaste, lage tot
middelmatige EBITDA-marge van ongeveer
30% en een voortdurende verbetering in onze
ESG-ratings behalen. In de toekomst streven
we ernaar om van symptomatische
behandelingen naar ziektemodificatie te
evolueren en uiteindelijk naar genezing voor
ernstige chronische ziekten. We willen dit
doen door een blijvend engagement binnen
UCB en de maatschappij, een duurzame
impact te creëren en de volgende generatie
van talent aan te trekken dat de volgende
generatie van wetenschap en technologieën
zal leiden.
Samen voor patiënten
We innoveren om gediff erentieerde
oplossingen met unieke resultaten te
ontwikkelen die specifi eke patiënten helpen
hun levensdoelen te bereiken. Hierdoor
creëren we waarde nu en in de toekomst.
Innoveren voor patiënten met een ernstige
ziekte
 
Onze aanpak
 
We zijn gedreven door onze
 
inzet voor mensen
met ernstige ziekten die ons werk inspireren
 
met
betrekking tot neurologie, immunologie en andere
gebieden waar onze expertise,
 
innovatie en
ambitie overeenstemmen met
 
onvervulde
behoeften waardoor we onze
 
ambitie voor
patiënten kunnen verwezenlijken.
 
Onderzoek en
ontwikkeling (O&O) vormen de basis van
 
onze
innovatie. Gebaseerd op een diepgaand
 
inzicht van
ziektebiologie en realiteit van de
 
patiënt
combineren we de transformatieve
 
wetenschap
van vandaag met onze leiderschapscapaciteiten
om snel zeer gedifferentieerde
 
geneesmiddelen te
ontdekken, ontwikkelen
 
en leveren. Bij UCB
proberen we de patiënt bij alles wat
 
we doen, te
connecteren en deze aanpak
 
is van cruciaal belang
om ons toe te laten te innoveren
 
en differentiëren
zodat we aanvullende waarde
 
kunnen bieden aan
de mensen die we bedienen. We blijven ons
inzicht in menselijke en ziektebiologie
 
uitbreiden
terwijl we constant leren van
 
de patiënten en de
informatie die ze verstrekken.
 
Dit geeft ons een
diepere waardering van de ziektelast
 
van de
patiënten zodat we constant
 
deze overwegingen
voorop plaatsen en ernaar streven
 
om onze
wetenschap te vertalen in geneesmiddelen
 
die een
verschil maken in hun dagelijks
 
leven. We zullen
onze inspanningen handhaven
 
om constant de lat
steeds hoger te leggen, om meer verbonden te
 
zijn
met de externe wereld en meer betrokken
 
te zijn
met patiënten. UCB heeft een sterke
 
cultuur van
innovatie; het vormt de basis voor
 
onze toekomst.
Hiervoor volgen we voortdurend
 
baanbrekende
technologieën, houden we gelijke
 
tred met
ontwikkelende wetenschap,
 
verbeteren we onze
therapeutische modaliteitplatformen
 
en staan we
open voor adaptieve klinische studies. Samen
garandeert dit dat onze
 
O&O teams toegang
hebben tot de allernieuwste wetenschappelijke
 
en
digitale technologieën om hen te helpen in hun
streven naar voortdurende
 
innovatie, onze
ontwikkelingstijdlijnen te versnellen
 
en de
ervaringen van patiënten te verbeteren.
 
We
investeren consistent
 
meer dan een vierde van
onze opbrengsten jaarlijks terug
 
in onderzoek en
ontwikkeling, ver boven het sectorgemiddelde
 
van
ongeveer 13% (TK2020 cijfer). We
 
smeden sterke
banden en werken samen met patiënten,
zorgverleners en professionele
 
zorgverleners die
elke dag met deze aandoeningen
 
worden
geconfronteerd en met
 
collega’s en
 
partners die
onze passie delen om te voldoen aan de
uitdagingen van ernstige ziekten.
 
Dit is hoe we
voortdurend kunnen garanderen
 
dat ons werk de
hoogste impact heeft en we doelgerichte,
 
bewuste
innovatie-
 
en gedifferentieerde
 
oplossingen
leveren voor alle patiënten die
 
ze nodig hebben en
waarde creëren die niet alleen in cijfers
 
kan
worden uitgedrukt. Terwijl
 
we proberen
gedifferentieerde
 
oplossingen met unieke
resultaten te ontwikkelen,
 
zijn we ervan bewust
dat het transformeren
 
van hoe we onderzoek
doen een investering op lange
 
termijn is, waarvan
de voordelen niet onmiddellijk zichtbaar zijn
 
op
korte termijn (aangezien de
 
gemiddelde
onderzoekscyclus 3 tot 5 jaar duurt
 
en de
gemiddelde ontwikkelingscyclus
 
7 tot 11 jaar
duurt). We zijn ons ook bewust van
 
risico’s met
betrekking tot de markt en lancering, met name de
introductie van biologisch gelijkwaardige
geneesmiddelen en generieke geneesmiddelen
 
op
de markt, de lancering van nieuwe biologisch
gebaseerde geneesmiddelen van concurrenten
 
en
de noodzaak voor UCB om duidelijke waarde
 
aan
te tonen terwijl we de volgende golf van
 
nieuwe
oplossingen naderen die snel elkaar kunnen
opvolgen. Terwijl
 
we onze productportfolio
 
in
verschillende platformen, zoals
 
gentherapie,
ontwikkelen, zijn we bewust
 
van de noodzaak om
onze kennis en expertise op
 
deze gebieden uit te
breiden. Meer informatie over
 
risico’s met
betrekking tot producten en innovatie
 
vindt u in de
sectie Risicobeheer van dit verslag.
ucbsa-2021-12-31p23i0
Innovatie is de realiteit van de patiënt
begrijpen
 
Alle farmaceutische bedrijven zijn “datagestuurd”
aangezien ze grote groepen
 
gegevens nemen om
te zien wat men hieruit kan leren. Bij UCB zijn
 
we
ook datagestuurd, maar we worden
 
ook gestuurd
door vragen. Dit helpt ons de patiënt
 
verbinden
met onze wetenschap en we geloven
 
dat deze
aanpak beter uitkomt voor
 
onze patiënten en ons
laat concentreren op het beantwoorden
 
van de
belangrijkste vragen. Vragen
 
zoals, “Hoe kunnen
we symptomen verbeteren
 
en hoe snel?”, “Wat
 
is
de juiste dosis van een geneesmiddel?”.
 
Of,
“Kunnen we de toekomstige
 
reactie of terugval
van een patiënt op een behandeling voorspellen?”.
De samenwerking van UCB met Stanford
 
is een
geweldig voorbeeld van onze
 
door vragen
gestuurde aanpak. De samenwerking
 
wendt onze
expertise aan in ontdekking, klinische, praktische,
omics en andere gegevensbronnen
 
om verder te
leren in bepaalde belangrijke gebieden. Ons
 
eerste
project met Stanford is gericht
 
op Hidradenitis
Suppurative (HS), ook bekend
 
als acne inversa. HS
is een immunologische huidziekte met als gevolg
een invaliderende levenskwaliteit
 
voor mensen
met de ziekte. De behandeling is vaak lang en
complex met vertragingen,
 
verkeerde diagnoses
en ineffectieve behandeling.
 
Met onze
samenwerking met Stanford
 
zijn we van plan
verder fenotypering, computationele
 
ontdekking
van pathogene mechanismen, alsook de ziektelast
en maatschappelijke ervaring te
 
onderzoeken voor
mensen die leven met ernstige ziekten zoals
 
HS.
Uiteindelijk wordt de focus op wat
 
het belangrijkst
is gedreven door een beter begrip van
 
de realiteit
van de patiënt en een door vragen
 
gestuurde
aanpak, met gebruik van onze vaardigheden
 
om
gedifferentieerde
 
oplossingen voor onze patiënten
te leveren.
Innoveren in onderzoek
 
Onze onderzoeksstrategie is verankerd
 
in het
concept van differentiatie dat verder gaat
 
dan
stapsgewijze verbetering van bestaande
resultaten. We zijn van mening dat ons
operationeel model gebaseerd op een
robuuste patiënt-wetenschap-oplossing kan
leiden tot unieke patiëntresultaten. We gaan
over van een symptoombestrijdingsaanpak
naar etiologiegebaseerde behandelingen, wat
betekent dat we ons richten op het verkennen
van de hoofdoorzaken van een ziekte om
oplossingen te ontwikkelen die de
onderliggende pathologie aanpakken. We
hebben een visie om van symptomatische
behandelingen naar ziektemodificatie te
evolueren en uiteindelijk naar remedies voor
ernstige chronische ziekten.
Onze technologieplatforms
 
We ontwikkelen voortdurend onze
therapeutische
modaliteitsplatformcapaciteiten om beter de
juiste oplossingen te ontwerpen voor
patiënten van kleine moleculen (NCE, nieuwe
chemische entiteiten) tot biologische
middelen (NBE, nieuwe biologische entiteiten)
en gentherapie.
 
Als voorbeeld hebben UCB en onderzoekers in
de University of Bath, VK, in 2021 een nieuwe
manier ontdekt om miniatuurantilichamen te
produceren zodat er potentiële nieuwe
behandelingen voor ziekten kunnen worden
gevonden. De potentiële medische implicaties
van de kleine omvang van de nieuwe
antilichamen zijn significant, aangezien ze zich
binden aan plekken op pathogenen die te
groot zijn voor normale antilichaammoleculen
en de vernieling van invasieve microben
teweegbrengen of toegang kunnen krijgen tot
gebieden in het lichaam die grotere
antilichamen niet kunnen bereiken.
Ondertussen werd tijdens een lopende
samenwerking tussen UCB en onderzoekers in
de University of Southampton, VK, een
nieuwe technologie ontwikkeld die het
natuurlijke vermogen van therapeutische
antilichamen om bloedkankercellen aan te
vallen, verbetert. Het gebruikt een deel van
het menselijke immuunsysteem, bekend als
de complementcascade, en opent de weg
voor een potentiële nieuwe klasse van
behandelingen.
 
Gentherapie bij UCB
 
We bouwen ook voort op onze bestaande
expertise op het gebied van ziektebiologie en
chemie door onze capaciteiten in
gentherapie
te versterken. Gentherapie gebruikt
gewijzigde virussen of andere technologieën
om therapeutische genen aan cellen of
weefsels te leveren en genetische ziekten aan
de bron te behandelen. Ze kunnen via
verscheidene mechanismen werken: ze
kunnen een gen vervangen die een medisch
probleem veroorzaakt door een gezonde
kopie van de gen, genen kunnen toegevoegd
worden om de ziekte te bestrijden of
behandelen of ze kunnen de
ziekteveroorzakende gen(en) uitschakelen.
 
Sinds het eerste gentherapieonderzoek in
1990 hebben we een aanzienlijke evolutie op
dit gebied meegemaakt en 30 jaar later wordt
gentherapie beschouwd als een opwindend
platform voor behandelingen voor patiënten
met ernstige ziekten die ooit als ongeneeslijk
werden gezien.
Het uitbreiden en versterken van onze
activiteiten met betrekking tot gentherapie
stemt overeen met onze overkoepelende
ambitie om over te gaan van symptomatische
behandeling naar ziektemodificatie en
uiteindelijk naar remedies voor ernstige
chronische ziekten. In 2020 heeft onze
ambitie op dit gebied ons aangezet tot de
overname van Handl Therapeutics BV, een
snel groeiend en transformatief
gentherapiebedrijf in Leuven – een bedrijf dat
in juni 2021 volledig werd geïntegreerd in
UCB. In september 2021 ging UCB een
partnerschap met CEVEC aan, om de toegang
tot hun ELEVECTA® technologie te evalueren
en te benutten, waardoor UCB mogelijk een
schaalbare, robuuste en efficiënte productie
van gentherapievectoren kan ontwikkelen.
 
Het potentieel van gentherapie vereist ook
betere samenwerking en gedeelde
verantwoordelijkheid tussen alle actoren en
beleidsmakers in de gezondheidszorg. Bij UCB
herbekijken we ons ontwikkelingsmodel voor
therapieën om verder te gaan dan een
traditionele aanpak en om beter nieuwe
uitdagingen het hoofd te kunnen bieden,
voornamelijk op het gebied van klinische
studies, kwaliteit en veiligheid voor
gentherapie.
 
Onze onderzoekscentra
 
We hebben internationaal geïntegreerde
onderzoekscentra in Braine-l’Alleud
 
(België),
Slough Verenigd Koninkrijk) en Boston,
Massachusetts (Verenigde Staten) met
aanvullende onderzoekshubs in Durham,
North Carolina en Seattle, Washington
(Verenigde Staten), Leuven (België) en Kings
College London (Verenigd Koninkrijk). Onze
klinische ontwikkelingsteams zijn
internationaal geïntegreerd met 7 locaties
over 6 landen (België, China, Duitsland, Japan,
Verenigd Koninkrijk en de Verenigde
 
Staten).
ucbsa-2021-12-31p25i0
Innoveren in klinische ontwikkeling
 
We blijven onze interacties met patiënten,
onderzoekers en zorgverleners
 
ontwikkelen.
We bevorderen diepere partnerschappen met
patiënten en ontwerpen protocollen om de
operationele last te verminderen en streven
ernaar om een positieve ervaring voor
patiënten te creëren.
 
Onze aanpak richt zich op het begrijpen van
patiënten als mensen en hun behoeften te
behandelen naast therapeutische
behandelingen. We zijn daarom van mening
dat patiënten in klinische studies van UCB een
weerspiegeling moet zijn van de populatie die
uiteindelijk voordeel zal halen uit onze nieuwe
geneesmiddelen en we blijven de
diversiteitsbasis van onze eigen klinische
studies voor fase 3 programma’s voltooid
 
in
2021 of die worden voltooid in 2022 meten en
verbeteren, vergeleken met het gemiddelde
van de verslagen van geneesmiddelstudies
van de FDA. We streven naar inclusieve
klinische studies door actie te nemen om
gegevens met betrekking tot leeftijd, geslacht,
ras en etniciteit, genetica, geografische
locatie, sociaaleconomische gegevens en
meer in acht te nemen. We streven er ook
naar om de ervaring van de patiënt te
verbeteren door de collectieve rijkheid van
hun unieke achtergrond, leven en culturele
ervaringen en de diversiteit van ideeën die dit
meebrengt te herkennen.
Via onze technologische en datagestuurde
aanpak hebben we gedecentraliseerde
klinische studies (DCT) geïmplementeerd,
waaronder virtuele studies en
centrumbezoeken en externe beoordelingen,
die meer toegankelijk en gemakkelijker deel
te nemen zijn voor patiënten, voornamelijk
deze die traditioneel ondervertegenwoordigd
zijn. Met DCT’s wordt het totaal aantal fysieke
patiëntbezoeken verminderd en nemen
afstandsvriendelijke of virtuele bezoeken
 
toe.
Door deze innovatieve aanpak kunnen we
telegeneeskunde en mobiele apps aanwenden
naast traditionele klinische diensten.
In onze portfolio heeft UCB bijna 20% actieve
studies in het DCT-model, met meer dan de
helft van de studiebezoeken op afstand of
virtueel vastgelegd. Technologie laat ons toe
om geschikte patiënten te vinden die kunnen
deelnemen aan klinische studies en om
hoofdonderzoekers te vinden om klinische
centra te openen en verwijzende artsen te
identificeren in de gebieden waar patiënten
worden gevonden. Hierdoor kunnen we
ondervertegenwoordigde geografische
gebieden identificeren en studies beginnen
voor nieuwe locaties en nieuwe patiënten.
Ten slotte
 
creëert technologie uitstekende
mogelijkheden om patiëntgemeenschappen
voor te lichten over het belang van klinische
studies en hen aan te moedigen om deel te
nemen.
ucbsa-2021-12-31p26i0
Onze pijplijn
 
Onze wetenschappers, gesteund door
faciliteiten van wereldklasse en baanbrekende
platforms en technologieën, evolueren
voortdurend en verbeteren hun kennis en
capaciteiten om waarde te leveren voor al
onze belanghebbenden. Dit heeft een sterke
pijplijn aangewakkerd over verscheidene
therapiegebieden en we zijn ervan overtuigd
dat ze zeer lang zeer gedifferentieerde
oplossingen zullen leveren.
Onze pijplijn wordt aangedreven door een
veelzijdige preklinische onderzoekseenheid
die knooppunten over de hele wereld heeft.
UCB is trots dat zij een betrouwbare en
productieve partner in onderzoek is en in de
voorhoede van de wetenschap werkt om
oplossingen voor patiënten te vinden. In dit
verslag richten we ons op Fase 2 studies. Een
opmerkelijk voorbeeld van het
patiëntgestuurde onderzoek van UCB is
gegeven in het volgende hoofdstuk waarin de
geschiedenis van de ontwikkeling van
BIMZELX® wordt gepresenteerd.
 
ucbsa-2021-12-31p27i0
 
 
BIMZELX
®
 
- onze ambitie voor patiënten in
actie
2021 was een belangrijke mijlpaal voor
 
de
dermatologiegemeenschap en UCB met de
goedkeuring van een nieuwe oplossing in
 
de
Europese Unie (EU)
11
 
en Groot-Brittannië (GB)
12
 
:
BIMZELX® (
bimekizumab
), voor de behandeling
van matige tot ernstige plaque psoriasis
 
bij
volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie.
Bimekizumab
 
is een
uitstekend voorbeeld van
 
de
patiëntwaardestrategie
 
van UCB aangezien het
aantoont wat er gebeurt wanneer we
 
de
onvervulde behoeften van patiënten
 
verbinden
met innovatief biologisch onderzoek
 
en
baanbrekende wetenschap.
 
Het verhaal begon
meer dan een decennium geleden, geïnspireerd
door de behoeften van patiënten
 
met chronische
immuungemedieerde inflammatoire
 
ziekten, toen
wetenschappers bij UCB een originele
wetenschappelijke hypothese
 
ontwikkelden dat
dubbele neutralisatie van interleukine
 
L-17A en IL-
17F – beide belangrijke oorzaken
 
van inflammatie
– kan leiden tot betere klinische resultaten
 
voor
patiënten vergeleken
 
met remming van alleen IL-
17A.
 
In psoriasis ondersteunen positieve resultaten
 
van
klinische studies de originele hypothese. In Fase
 
3
klinische studies
11,12,13
toonde BIMZELX®
superieure niveaus van huidklaring vergeleken
 
met
placebo en de twee vaak voorgeschreven
biologische middelen
adalimumab
en ustekinumab
(vergelijking t.o.v.
 
ustekinumab was een
gerangschikt secundair eindpunt) en
 
werd over het
algemeen goed verdragen. Bovendien
ondersteunden gegevens
 
van een Fase 3b studie
waarbij
bimekizumab
 
werd vergeleken met
 
een IL-
17A remmer,
secukinumab
14
, de waarde van
remming van IL-17F naast IL-17A in de behandeling
van patiënten met matige tot
 
ernstige plaque
psoriasis.
 
Bimekizumab
 
is een bewijs van de inzet van UCB
om de onvervulde behoeften van patiënten
 
te
vervullen, de wetenschap te bevorderen
 
en
oplossingen te leveren met het potentieel
 
om de
zorgstandaard voor
 
patiënten te verbeteren.
11
 
ClinicalTrials.gov. Een studie met
 
een initiële
behandelingsperiode gevolgd door een periode van
gerandomiseerde terugtrekking om de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij volwassen
proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque
psoriasis (BE READY).. Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03410992. geraadpleegd
op 11 februari 2022.
 
12
 
Clinicaltrials.gov. Een studie om de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij volwassen
proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque
psoriasis (BE SURE). Beschikbaar op:
https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/ NCT03412747.
geraadpleegd op 11 februari 2022.
13
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
vergeleken met placebo en een
actief vergelijkingsmiddel te evalueren bij volwassen
proefpersonen met matige tot ernstige chronische plaque
psoriasis (BE VIVID). Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03370133. geraadpleegd
op 11 februari 2022.
 
14
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
vergeleken met een actief
vergelijkingsmiddel te evalueren bij volwassen proefpersonen
met matige tot ernstige chronische plaque psoriasis (BE
RADIANT). Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03536884.
Geraadpleegd op 11 februari 2022.
 
 
Bovendien meldde UCB in januari 2022
15
 
positieve
tussentijdse toplineresultaten
 
van de Fase 3 BE
MOBILE 1-studie die
bimekizumab
 
evalueert in de
behandeling van volwassenen met niet-
radiografische axSpA en positieve
toplineresultaten van
 
de Fase 3 BE
COMPLETEstudie, die
bimekizumab
 
evalueerde in
de behandeling van actieve psoriatische artritis bij
volwassenen die niet voldoende reageren
 
op anti-
TNF (tumornecrosefactor) behandeling
 
of niet
verdragen.
 
UCB zet zich in om
bimekizumab
 
aan patiënten
over de hele wereld te brengen.
 
In januari 2022
heeft het Japanse Ministerie van gezondheid,
arbeid en welzijn marktautorisatie verleend
 
voor
BIMZELX® voor de behandeling van plaque
psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze
 
psoriasis en
erythrodermische psoriasis bij patiënten die niet
voldoende reageren op bestaande
 
behandelingen.
Bimekizumab
 
wordt momenteel geëvalueerd
 
door
de Amerikaanse Food and Drug Administration
(U.S. FDA) voor de behandeling van matige
 
tot
ernstige plaque psoriasis bij volwassenen.
2021 was een jaar van aanzienlijke vooruitgang
voor
bimekizumab
Februari: De Lancet publiceerde twee
manuscripten met details van de
werkzaamheid-
 
en veiligheidsresultaten
 
van
de Fase 3 BE VIVID
16
 
-studie waarin
bimekizumab
 
wordt vergeleken
 
met placebo
als het primaire eindpunt en met ustekinumab
als een gerangschikt secundair eindpunt
 
in de
behandeling van matige tot ernstige
 
plaque
psoriasis. De BE READY
17
-studie vergeleek
bimekizumab
 
met placebo, in de behandeling
van matige tot ernstige plaque psoriasis.
April : Het New England Journal of Medicine
publiceerde twee manuscripten met details
over de werkzaamheid-
 
en
veiligheidsresultaten van de
 
Fase 3 BE SURE
18
en de Fase 3b BE RADIANT
19
 
studies, waarbij
bimekizumab
 
werd vergeleken met
respectievelijk
adalimumab
en
secukinumab
,
in de behandeling van matige tot ernstige
plaque psoriasis.
Juni : Het comité van het Europees
Geneesmiddelenbureau (EMA) voor
geneesmiddelen voor menselijk gebruik
bracht een gunstig advies uit met aanbeveling
voor het toekennen van een
 
marktautorisatie
voor
bimekizumab
 
voor de behandeling van
matige tot ernstige plaque psoriasis bij
volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie.
Augustus : De Europese Commissie verleende
marktautorisatie en
bimekizumab
 
werd de
eerste goedgekeurde
 
behandeling in de EU
voor matige tot ernstige plaque psoriasis,
 
dat
is ontworpen om selectief en direct zowel
 
IL-
17A als IL-17F te remmen. De goedkeuring
 
in
de EU was de eerste marktautorisatie
 
voor de
nieuwe behandeling voor psoriasis van UCB
wereldwijd.
Augustus: Het Medicines and Healthcare
products Regulatory Agency in
 
het VK
verleende marktautorisatie voor
bimekizumab
15
 
Clinicaltrial.gov. Een studie om de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij proefpersonen met
actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1
Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704.
Geraadpleegd op 11 februari 2022
16
 
Reich K., Papp K.A., Blauvelt A., Langley R.G., Armstrong A. et
al.
Bimekizumab
 
versus ustekinumab voor de behandeling van
matige tot ernstige plaque psoriasis (BE VIVID): Werkzaamheid
en veiligheid van een 52 weken durende, multicentrische,
dubbelblinde, actief vergelijkingsmiddel en
placebogecontroleerde fase 3 studie Lancet 2021;
397(10273):487–98
17
 
Gordon K.B., Foley P.,
 
Krueger J.G., Pinter A., Reich K. et al.
Bimekizumab
 
werkzaamheid en veiligheid bij matige tot
ernstige plaque psoriasis (BE READY): Een multicentrische,
dubbelblinde, placebogecontroleerde, fase 3 studie met
gerandomiseerde terugtrekking Lancet 2021; 397(10273):475–
86
 
18
 
Richard B. Warren, M.D., Ph.D., Andrew Blauvelt, M.D., Jerry
Bagel, M.D., Kim A. Papp, M.D., Ph.D., Paul Yamauchi, M.D.,
Ph.D., April Armstrong, M.D., M.P.H., Richard G. Langley,
 
M.D.,
Veerle Vanvoorden, M.Sc., Dirk De Cuyper,
 
M.D., Christopher
Cioffi, Ph.D., Luke Peterson, M.S., Nancy Cross, M.D., et al.
Bimekizumab
 
versus
Adalimumab
in Plaque Psoriasis N Engl J
Med 2021; 385:130-141
19
 
Kristian Reich, M.D., Ph.D., Richard B. Warren, M.D., Ph.D.,
Mark Lebwohl, M.D., Melinda Gooderham, M.D., Bruce Strober,
M.D., Ph.D., Richard G. Langley, M.D., Carle Paul, M.D.,
 
Ph.D.,
Dirk De Cuyper, M.D., Veerle Vanvoorden,
 
M.Sc., Cynthia
Madden, M.D., Christopher Cioffi, Ph.D., Luke Peterson, M.S., et
al.
Bimekizumab
 
versus
Secukinumab
 
in Plaque Psoriasis N Engl
J Med 2021; 385:142-152
 
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p30i1 ucbsa-2021-12-31p30i0
 
in GrootBrittannië voor de behandeling
 
van
matige tot ernstige plaque psoriasis bij
volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie.
September: Het National Institute for
 
Health
and Care Excellence in het VK publiceerde
haar laatste Technology
 
Appraisal Guidance
waarbij
bimekizumab
 
werd aanbevolen als
een behandelingsoptie voor volwassenen
 
met
ernstige plaque psoriasis. Dit was de eerste
positieve beoordeling van
gezondheidstechnologie voor
bimekizumab
wereldwijd met nadruk op de waarde die
bimekizumab
 
kan brengen voor patiënten,
zorgsystemen
 
en de maatschappij
20
.
November: UCB meldde positieve tussentijdse
toplineresutaten van
 
de Fase 3 BE OPTIMAL
21
-
studie waarin
bimekizumab
 
werd geëvalueerd
in de behandeling van volwassenen met
actieve psoriatische artritis.
December: UCB kondigde positieve
tussentijdse toplineresultaten
 
aan van de Fase
3 BE MOBILE
22
 
2-studie, waarin
bimekizumab
werd geëvalueerd bij volwassenen
 
met
actieve ziekte van Bechterew,
 
ook bekend als
radiografische
 
axiale spondyloartritis (r-
axSpA).
 
20
https://www.nice.org.uk/guidance/ta723/chapter/1-
Recommendations
21
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te testen bij de behandeling van
proefpersonen met actieve psoriatische artritis (BE OPTIMAL).
Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203.
Geraadpleegd op 11 februari 2022.
22
 
ClinicalTrials.gov. Een studie om
 
de werkzaamheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
te evalueren bij proefpersonen met
actieve ziekte van Bechterew (BE MOBILE 2). Beschikbaar op:
https://www.clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928743.
Geraadpleegd op 11 februari 2022. Clinicaltrial.gov. Een studie
om de werkzaamheid en veiligheid van
bimekizumab
 
te
evalueren bij proefpersonen met actieve niet-radiografische
axiale spondyloartritis (BE MOBILE 1 Beschikbaar op:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03928704.
Geraadpleegd op 11 februari 2022.
 
ucbsa-2021-12-31p31i0
 
Ziektedomeinen en oplossingen voor mensen met ernstige ziekten
 
In 2021 bleven we zoeken naar oplossingen die de levens van mensen met ernstige ziekten
transformeren.
 
We worden gedreven door wetenschap om de
inzichten van patiënten te vertalen in
gedifferentieerde oplossingen die unieke
resultaten en de beste individuele
patiëntervaring opleveren. Tijdens dit jaar
werd aanzienlijke vooruitgang geboekt in het
behalen van deze ambitie voor verscheidene
specifieke patiëntpopulaties in de volgende
ziektedomeinen. Meer informatie over deze
en andere ziektedomeinen die we
ondersteunen treft u aan op onze website.
Psoriasis
 
UCB zet zich reeds lang in om mensen met
psoriasis te ondersteunen. UCB’s CIMZIA®
(
certolizumab pegol
), een tumornecrosefactor
(TNF) remmer was in 2021 beschikbaar voor
patiënten met psoriasis in meer dan 50
markten rond de wereld. In de VS1 en EU is
CIMZIA®2 is geïndiceerd voor de behandeling
van matige tot ernstige plaque psoriasis bij
volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie of fototherapie (alleen
fototherapie in de VS). In 2021 breidden we
met trots onze portfolio uit met de
goedkeuring en lancering van BIMZELX®
(
bimekizumab
) in de EU en Groot-Brittannië
voor de behandeling van matige tot ernstige
plaque psoriasis bij volwassenen die in
aanmerking komen voor systemische
therapie.
Bimekizumab
 
is de eerste
goedgekeurde behandeling voor psoriasis in
de EU, GB en Japan die is ontworpen om
selectief en direct zowel IL-17A als IL-17F te
remmen, twee cytokinen die inflammatoire
processen aansturen
.
Spondyloartritides
Spondyloartritides
 
(SpA) is de naam voor een
familie van inflammatoire reumatische
ziekten. Twee van de meest voorkomende en
ernstige vormen van SpA zijn psoriatische
artritis (PsA) en axiale spondyloartritis
(axSpA
)
23
.
 
Psoriatische artritis treft gewoonlijk mensen
die reeds psoriasis hebben; tot 30% van
patiënten met psoriasis ontwikkelen
PsA
24
.
 
Hoewel patiënten gewoonlijk eerst de
diagnose van psoriasis krijgen, kunnen
gewrichtsproblemen ook verschijnen voor
huidproblemen.
In de UE
24
 
is CIMZIA ®,
in combinatie met
methotrexaat (MTX), geïndiceerd voor de
behandeling van actieve PsA bij volwassenen
wanneer de respons op vorige
ziektemodificerende
antireumageneesmiddelen ontoereikend was.
CIMZIA® kan toegediend worden als
23
Sieper J, Braun J. Clinician’s Manual on Axial
Spondyloarthritis. Springer Healthcare 2014
24
 
Mease PJ, Armstrong AW.
 
Managing patients with psoriatic
disease: the diagnosis and pharmacologic treatment of psoriatic
arthritis in patients with psoriasis. Drugs. 2014;74:423-
41.
 
 
monotherapie in geval van intolerantie voor
MTX of wanneer voortgezette behandeling
met MTX ongepast is. We verkennen ook het
potentieel voor
bimekizumab
 
om
volwassenen met psoriatische artritis te
behandelen we hebben reeds positieve Fase 3
toplineresultaten ontvangen
.
25
Axiale spondyloartritis (axSpA) is een
chronische, inflammatoire reumatische ziekte
die het axiale skelet beïnvloedt en ernstige
pijn, stijfheid en vermoeidheid
26
veroorzaakt
die vaak begint in de jonge volwassenheid en
effectieve behandeling vereist.
Sommige patiënten met axSpA hebben
definitieve structurele schade van sacro-
iliacaal gewrichten zichtbaar op röntgenfoto’s
en dit axSpA subtype wordt radiografische
axSpA (r-axSpA) genoemd, ook historisch
bekend als de ziekte van Bechterew,
 
terwijl
sommige patiënten geen duidelijke
radiografische schade hebben van sacro-
iliacaal gewrichten en dit subtype wordt niet-
radiografische axSpA (nr-axSpA) genoemd.
Ongeacht of axSpA patiënten de
radiografische of niet-radiografische vorm van
de ziekte hebben, een vergelijkbare hoge
ziektelast7 en onherstelbare schade aan de
wervelkolom treedt vaak op bij veel patiënten
met AS en nr-axSpA en beïnvloedt na verloop
van tijd normaal functioneren en de
levenskwaliteit. Patiënten met nr-axSpA en AS
hebben een vergelijkbare symptomologie
(chronische pijn, vermoeidheid, stijfheid en
andere veelvoorkomende ziektemanifestaties
zoals enthesitis, dactylitis, perifere artritis,
uveïtis anterior,
 
psoriasis en inflammatoire
darmziekte) en ziektelast. Nr-axSpA komt
meer voor bij vrouwen en heeft meer perifere
enthesitis
.
27
Het verschil tussen deze twee aandoeningen
werd erkend door gezondheidsautoriteiten;
dit jaar in de VS heeft het ICD-10 Coordination
and Maintenance Committee de creatie van
een nieuwe subcategorie (M45.A) voor
nraxSpA goedgekeurd en wordt nr-axSpA
herkend als een vastgestelde en legitieme
aandoening en een meer accurate diagnose
28
gevorderd.
In de EU is CIMZIA® (
certolizumab pegol
)
geïndiceerd voor de behandeling van
volwassen patiënten met ernstige actieve
axSpA
23
.
Volgens het Amerikaanse label is
CIMZIA® een tumornecrosefactor (TNF)
remmer geïndiceerd voor: behandeling van
volwassenen met de ziekte van Bechterew en
volwassenen met actieve niet-radiografische
axiale spondyloartritis met objectieve tekenen
van inflammatie
23
.
We zijn ook het potentieel
aan het verkennen voor
bimekizumab
 
om
volwassenen met axSpA te behandelen en we
hebben reeds positieve Fase 3
toplineresultaten
29
voor het gebruik van
bimekizumab
 
bij volwassenen met nr-axSpA,
alsook voor radiografische axSpA. Meer
informatie vindt u in ons verhaal over
bimekizumab
.
 
25
 
ClinicalTrials.gov. A Study to Test
 
the Efficacy and Safety of
Bimekizumab
 
in the Treatment of Subjects With Active Psoriatic
Arthritis (BE OPTIMAL).
Available at: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03895203.
Accessed 11 February 2022.
26
Laure Gossec, Maxime Dougados, Maria-Antonietta
D’Agostino,
 
Bruno Fautrelab; Fatigue in early axial
spondyloarthritis. Results from the French DESIR cohort; Joint
Bone Spine Volume 83, Issue 4, July 2016, Pages 427-431
27
ClinicalTrials.gov. A Study With a Initial Treatment
 
Period
Followed by a Randomized-withdrawal Period to Evaluate the
Efficacy and Safety of
Bimekizumab
in Adult Subjects With
Moderate to Severe Chronic Plaque Psoriasis (BE READY).
28
https://www.the-rheumatologist.org/article/non-
radiographic-axial-spondyloarthritis-recognized-with-icd-10-
code/
29
ClinicalTrials.gov. A Study With a Initial Treatment
 
Period
Followed by a Randomized-withdrawal Period to Evaluate the
Efficacy and Safety of
Bimekizumab
 
in Adult Subjects With
Moderate to Severe Chronic Plaque Psoriasis (BE READY).
Available at: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03410992.
Accessed 11 February 2022.
 
ucbsa-2021-12-31p33i0
 
Naast CIMZIA® is ons onderzoek gericht op de
ontwikkeling van nieuwe oplossingen die
resterende onvervulde behoeften proberen
aan te pakken en een grondigere
ziektebestrijding te bieden. Hoewel de tijd tot
diagnose van axSpA over de jaren is
verbeterd, blijft het onaanvaardbaar lang.
Vrouwen ervaren nog steeds veel langere tijd
tot diagnose dan mannen: het duurt
gemiddeld negen jaar voor een patiënt om te
worden gediagnosticeerd met axSpA
,
 
30
en
vrouwen wachten gemiddeld 2 jaar langer dan
mannen op hun diagnose
.
Epilepsie
 
UCB heeft een sterke traditie in epilepsie en
vond en ontwikkelde in het verleden de juiste
moleculen om de symptomen van de ziekte te
behandelen. Gedurende meer dan 30 jaar
hebben we oplossingen geleverd die de
behandeling hebben helpen transformeren en
het leven van miljoenen mensen met
epilepsie verbeterd. Het bestaande
productportfolio van UCB voor
epilepsiesymptomen omvat KEPPRA®
(
levetiracetam
), VIMPAT®
 
(
lacosamide
),
BRIVIACT® (
brivaracetam
) en NAYZILAM®
(midazolam neusspray - alleen in VS)
.
31,
32
Na onze overname van Engage Therapeutics,
een farmaceutisch bedrijf in klinisch stadium
dat STACCATO®
 
alprazolam ontwikkelt,
hebben we nu een volledig
ontwikkelingsprogramma voor het snel
beëindigen van aanhoudende, langdurige
aanvallen bij patiënten van 12 jaar en ouder
met epilepsie. De centrale Fase 3-studie om
STACCATO®
 
alprazolam naar patiënten in de
VS, EU, Japan en China te brengen werd zoals
gepland begonnen in het vierde kwartaal van
2021.
In januari 2022 is UCB een overeenkomst
aangegaan voor de overname van Zogenix,
Inc., een mondiaal biofarmaceutisch bedrijf
dat therapieën voor zeldzame ziekten
commercialiseert en ontwikkelt. Na afronding
(verwacht in het tweede kwartaal van 2022)
zal de overname van Zogenix voortbouwen op
en onze rol verbreden als leider in het
aanpakken van de onvervulde behoeften van
mensen met epilepsie, door FINTEPLA®
(
fenfluramine
) toe te voegen aan de
bestaande productlijn van UCB. FINTEPLA® is
goedgekeurd door de Amerikaanse FDA
33
en
de EMA
34
,
en wordt momenteel in Japan5
geëvalueerd voor de behandeling van
aanvallen die gepaard gaan met het syndroom
van Dravet bij patiënten die twee jaar en
ouder zijn. Zogenix streeft ook indicaties na
voor het gebruik van FINTEPLA® in de
30
 
Jovani V et al. PLoS One. 2018;13(10):e0205751
31
CIMZIA® U.S. PI.
https://www.accessdata.fda.gov/scripts/cder/daf/
32
 
CIMZIA EU SmPC : https://www.ema.europa.eu/en
33
 
U.S. FDA News Release. FDA keurt nieuwe therapie voor
syndroom van Dravet goed. 25 juni 2020.
34
 
Hoogtepunten van vergadering van de Commissie voor
geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) 12-15 oktober
2020. https:// www.ema.europa.eu/en/news/meeting-
highlights-committee-medicinal-products-human-use-chmp-12-
15-october-2020.
 
 
behandeling van aanvallen die gepaard gaan
met het syndroom van Lennox-Gastaut en
aanvullende zeldzame vormen van epilepsie.
Afronding van de overname is afhankelijk van
bepaalde voorwaarden, waaronder de
aanbieding van aandelen die minstens een
meerderheid van het totaal aantal uitstaande
aandelen van Zogenix vertegenwoordigen,
antitrustgoedkeuringen en andere
gebruikelijke voorwaarden en zal naar
verwachting worden afgerond voor het einde
van het tweede kwartaal van 2022.
 
UCB heeft een aantal aanvullende mijlpalen
verwezenlijkt in 2021: uitbreiding van onze
expertise in de pediatrische populatie en
vordering naar onze ambitie om beter
mensen met de onzekerheid van epilepsie te
ondersteunen:
Begin 2021 werd VIMPAT®
 
gelanceerd in
Japan als aanvullende therapie in de
behandeling van primaire
gegeneraliseerde tonisch-clonische
aanvallen bij volwassenen, adolescenten
en kinderen van 4 jaar met idiopathische
gegeneraliseerde epilepsie.
In maart werd VIMPAT®
 
goedgekeurd in
Australië voor de uitbreiding van de
indicatie als toegevoegde therapie in de
behandeling van primaire
gegeneraliseerde tonischclonische
aanvallen bij patiënten met idiopathische
gegeneraliseerde epilepsie van 4 jaar en
ouder.
In maart hebben we ook VIMPAT®
monotherapie en orale oplossing in China
gelanceerd.
 
In augustus werd BRIVIACT® goedgekeurd
door de Amerikaanse FDA zowel als
monotherapie en aanvullende therapie
voor de behandeling van partiële
aanvallen bij patiënten van één maand en
ouder.
 
In oktober werd VIMPAT®
 
goedgekeurd
door de Amerikaanse FDA, zowel als
monotherapie en aanvullende therapie,
voor de behandeling van partiële
aanvallen bij patiënten van één maand en
ouder.
 
Of een persoon nu focale aanvallen,
aanvalclusters of een zeldzaam syndroom
ervaart, hun ervaring en respons op de
medicatie varieert. Inzichten van onze
onderzoeks-
 
en ontwikkelingsinspanningen
hebben de noodzaak benadrukt voor
potentiële nieuwe behandelingen in een
aantal subtypes van epilepsie, zoals
tumorgeassocieerde epilepsie, tubereuze
sclerose complex en auto-immuun epilepsie.
Naarmate we ons begrip van elk van deze
epilepsietypes vergroten, komen we dichter
bij de kritieke onderliggende pathologieën en
creëren we het potentieel voor
ziektemodificatie of correctie op het genoom
niveau.
 
We bevorderen ook oplossingen voor
technologische ondersteuning die specifieke
onvervulde behoeften van patiënten
aanpakken, van diagnostiek en behandeling
tot coördinatie van zorg.
 
In 2021 werd
Nile.AI
, Inc. gelanceerd, een
nieuw onafhankelijk bedrijf dat werd
opgericht voor het verbeteren van zorg voor
mensen met epilepsie, hun verzorgers en
zorgverleners (HCP’s).
Nile.AI
werd opgericht
met een duidelijke missie: om de toekomst
van elke epilepsiepatiënt voorspelbaar te
maken. Hiervoor is Nile.Al bezig met het
ontwikkelen van een platform voor het
managen van epilepsie dat dient als een
digitale verlenging van de HCP,
 
met het
ultieme doel om de weg naar optimale
behandeling te verkorten. In iets meer dan
 
 
een jaar heeft Nile.AI zich ontwikkeld van een
idee tot een bedrijf met 35 medewerkers en
twee kantoren in twee landen. De technologie
is geregistreerd door de Amerikaanse FDA en
is ISO gecertificeerd en zal spoedig voorzien
zijn van de CEmarkering
.
35
 
Ondertussen leidt onze huidige samenwerking
met Med Tech company
Byteflies
 
tot een
mogelijkheid om patiënten en zorgverleners
te ondersteunen bij het volgen en vassalage
van aanvallen, voornamelijk focale aanvallen,
dankzij een discreet draagbaar elektro-
encefalogramapparaat dat is ontworpen voor
het detecteren van focale aanvallen. We
dragen ook startkapitaal bij tot
Neurava
, een
startend bedrijf voor medische hulpmiddelen
in de VS, dat bezig is met het aanpassen van
een potentieel werkingsmechanisme achter
Sudden Unexpected Death in Epilepsy
(SUDEP) in een slim draagbaar apparaat, de
eerste in zijn soort. Dit draagbaar apparaat
kan mogelijk aanvallen en dreigende SUDEP-
risico identificeren en hiervoor
waarschuwingen geven, wat een impact kan
hebben voor de 50 miljoen mensen
wereldwijd met epilepsie.
 
Tijdens de volgende vijf jaar streven we
ernaar om nog meer patiënten te bedienen
met UCB’s epilespiebehandelingen. Hiervoor
heeft UCB in de VS onderzoek afgerond om
beter de ervaringen van Latijns-Amerikaanse
mensen met epilepsie te begrijpen om onze
inspanningen om obstakels voor billijke
gezondheidsresultaten te verwijderen te
verbeteren. Het Population Health Team
 
van
UCB voerde onderzoek uit via
patiëntfocusgroepen om meer te leren over
de ervaringen van mensen van Mexicaanse
afkomst met epilepsie en de bronnen die ze
nuttig zouden vinden. In deze focusgroepen
kwamen twee obstakels naar voren: culture
misverstanden en een gebrek aan
ziekteinformatie in de moedertaal. Als gevolg
van dit onderzoek zoekt UCB naar manieren
om deze obstakels aan te pakken en verder
rechtvaardigheid in deze gemeenschappen te
verbeteren. UCB is ook bezig met een soziaal
zakenmodel in India om toegang mogelijk te
maken voor mensen met epilepsie in landen
en omgevingen met beperkte toegang tot
kwaliteitszorg en geneesmiddelen. Hierover
leest u meer in de sectie Toegang van dit
hoofdstuk.
 
Osteoporose
 
Osteoporose is een aandoening gekenmerkt
door lage botmassa en verslechtering van de
micro-architectuur van de beenderen met als
gevolg fracturen met lage impact of
fragiliteitsfracturen. De primaire therapie van
UCB voor osteoporose is EVENITY®
(romosozuma
 
b
),
36
een botvormend
monoklonaal antilichaam, dat samen is
ontwikkeld en gecommercialiseerd door UCB,
Amgen en Astellas. In Europa is EVENITY®
geïndiceerd voor de behandeling van ernstige
osteoporose voor postmenopauzale vrouwen
met een hoog risico op fracturen. Na de
eerste Europese lancering in 2020 bleef UCB
EVENITY® vorige jaar op de markten in Europa
brengen en onze impact blijft groeien met een
bereik van meer dan 200 000 vrouwen met
ernstige postmenopauzale osteoporose.
 
UCB zet zich ook in om de zorg na een
fractuur te bevorderen. We doen dit door
samen te werken met ziekenhuizen en
zorgsystemen rond de wereld om
samenwerkingsdiensten voor fracturen op te
zetten die de beste praktijken in
gecoördineerde zorg garanderen. We
 
werken
om problemen met beleidslijnen en
terugbetaling aan te pakken door
35
https://www.nile.ai/pr2/
36
https://www.ema.europa.eu/en
 
ucbsa-2021-12-31p36i0
 
beleidsmakers rond de wereld te helpen bij
het implementeren van beleidslijnen die de
economische last van fragiliteitsfracturen
verminderen, voornamelijk voor de
verouderende bevolking, en te tonen hoe
coördinatie van zorg de maatschappij
algemeen kan helpen.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende controle. Hierdoor kan nieuwe veiligheidsinformatie snel
 
worden geïdentificeerd.
Professionele zorgverleners worden gevraagd om alle vermoede ongewenste bijwerkingen te melden
Er wordt geschat dat slechts een derde van
wervelfracturen klinische aandacht krijgt
.
37
UCB heeft met het oog hierop BoneBot
ontwikkeld, een AI-gebaseerde oplossing dat
controleert op wervelfracturen op CT-scans
die worden uitgevoerd voor andere
doeleinden en de aanwezigheid van “stille” of
asymptomatische spinale fracturen detecteert
die vaak onopgemerkt gaan. Het hulpmiddel
beoordeelt patiëntscans en signaleert
wervelfracturen aan relevante professionele
zorgverleners. In oktober kondigde UCB aan
dat zij BoneBot in licentie zal geven aan
ImageBiopsy Lab, een toonaangevend AI
diagnostisch beeldvormingsbedrijf, voor
verdere ontwikkeling en lancering.
ImageBiopsy Lab zal de technologie verder
ontwikkelen om goedkeuring als een medisch
hulpmiddel te verkrijgen en het lanceren met
haar bestaande IB Lab Zoo platform voor
levering aan ziekenhuizen en groepspraktijken
om de identificatie en rapportering van
spinale fracturen te helpen verbeteren om
vroegere diagnose en behandeling mogelijk te
maken en mogelijk de negatieve resultaten
die gepaard gaan met osteoporose te
verminderen.
Gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG)
Er zijn ongeveer 7 000 zeldzame ziekten
38, 39,
40
 
n de wereld die elk een relatief klein aantal
patiënten beïnvloeden. Hoewel vooruitgang
wordt geboekt voor mensen met zeldzame
ziekten, zijn er nog steeds relatief weinig
behandelingsopties voor deze patiënten.
Mensen met zeldzame ziekten kunnen zich
 
vaak vergeten, ongehoord of onbegrepen
voelen. De uitdagingen waarmee ze worden
geconfronteerd kunnen worden vergroot
 
door
isolatie en ze kunnen zich afvragen of iemand
zich bekommert over wat ze nodig hebben. Ze
maken zich zorgen dat hun ziekte te weinig
mensen treft om zich hierover te
bekommeren. Bij UCB zijn we van mening dat
37
Adams J, et al; National Osteoporosis Society. Clinical
Guidance for the Effective Identification of Vertebral Fractures
[Internet]. 2017 Nov;1-11.
 
38
 
Global Genes. RARE facts. Beschikbaar op:
https://globalgenes.org/rare-facts/ (Accessed in February 2020)
39
von der Lippe C, et al. Mol Genet Genomic Med 2017;5:758–
73
40
National Institute of Health. FAQs about rare diseases.
Beschikbaar op:
https://rarediseases.info.nih.gov/files/rare_diseases_faqs.pdf
(Accessed February 2020); European Commission. Zeldzame
aandoeningen.
 
Beschikbaar op:
https://ec.europa.eu/health/non_communicable_diseases/rare
_diseases_en (Accessed February 2020).
 
 
 
 
de hoogste behoeften niet altijd in cijfers
kunnen worden uitgedrukt. We zien niet
alleen patiënten of de omvang van populaties,
we zien mensen in nood. Door ons te richten
op ons doel van het creëren van
patiëntwaarde voor mensen met ernstige
ziekten nu en in de toekomst breiden we onze
inspanningen uit om behandelingen te
ontwikkelen voor zeldzame neurologische en
immunologische ziekten. We gebruiken onze
ervaring om behandelingen te ontwikkelen
voor zeldzame neurologische ziekten, zoals
gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG),
een zeldzame, chronische auto-immuun
neuromusculaire ziekte die gepaard gaat met
spierzwakte
41
.
 
In december 2021 hebben we positieve
toplineresultaten aangekondigd van de Fase 3
MycarinG4
42
-studie waarin
rozanolixizumab
,
een subcutaan via een infuus toegediend
monoklonaal antilichaam gericht op de
neonatale Fcreceptor (FcRn), versus placebo
werd geëvalueerd bij volwassenen met gMG.
De studie behaalde zijn primaire en
secundaire eindpunten en toonde een
statistisch significante en klinisch relevante
wijziging ten opzichte van de uitgangswaarde.
Samen met
rozanolixizumab
 
onderzoekt UCB
ook of haar geneesmiddel in ontwikkeling
zilucoplan
,
43
6, een peptideremmer van
complement component 5 (C5-remmer),
patiëntwaarde kan leveren voor mensen met
gMG.
 
In februari 2022 werd in de Fase 3 RAISE-
studie, waarin de werkzaamheid en veiligheid
van zilucoplan bij patiënten met gMG werd
onderzocht, het primaire eindpunt behaald
dat een statistisch significante, klinisch
relevante, placebogecontroleerde
vermindering in de totale score voor
Myasthenia Gravis-Activities of Daily Living
Profile (MG-ADL) toonde ten opzichte van de
uitgangswaarde aan week 12
.
44
In november organiseerde UCB haar eerste
virtuele evenement, Rare Disease Connect in
Neurology (RDCN), gericht op zeldzame
ziekten, voornamelijk gMG, waarin artsen,
wetenschappers en onderzoekers, patiënten
en patiëntenorganisaties samenkwamen om
de problemen op dit gebied onder de
aandacht te brengen en samen oplossingen te
bevorderen. In 2021 ondersteunden we ook
de ontwikkeling van een
unieke
patiëntenstudie
 
om de werkelijke impact van
gMG en huidige lacunes in de zorg te
verkennen en beoordelen. Het kwalitatieve
onderzoek verkende de significante fysieke,
psychologische, sociale en dagelijkse ervaring
van leven met de zeldzame auto-immuun
aandoeningen en identificeert de noodzaak
voor een betere dialoog tussen patiënten en
clinici. De bevindingen werden beschreven in
een peer reviewed artikel dat werd opgesteld
door patiënten met gMG en collega's van
UCB.
Technologie speelt ook een belangrijke rol
bij het bevorderen van onze inspanningen.
We blijven samenwerken met
doc.ai
, om
smartphones te gebruiken om spraak-
 
en
gezichtspatronen van mensen met gMG te
detecteren en we zijn momenteel bezig met
het implementeren van een
gedecentraliseerde studie met mobiele
41
Inga Koneczny et Ruth Herbst, Myasthenia Gravis: Pathogenic
effects of Autoantibodies on Neuromuscular Architecture; Cells
2019, 8, 671
42
Clinical Trials.gov ‘A Study to Test
 
Efficacy and Safety of
Rozanolixizumab
 
in Adult Patients With Generalized
Myasthenia Gravis’:
https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03971422.
Geraadpleegd in novembre 2021
43
Zilucoplan
is een onderzoeksgeneesmiddel waarvan de
veiligheid en werkzaamheid nog niet zijn vastgesteld. Zilucoplan
is niet goedgekeurd voor gebruik door een autoriteit in de
wereld.
44
https://www.ucb.com/stories-media/Press-
Releases/article/UCB-announces-positive-data-in-myasthenia-
gravis-with-
zilucoplan
-phase-3-study-results
ucbsa-2021-12-31p38i0
telefoons om het potentieel van technologie
te evalueren voor het meten van gMG-
symptomen en uiteindelijk verergeringen te
detecteren/voorspellen met een
nauwkeurigheid en duidelijkheid die
momenteel niet beschikbaar is voor
patiënten in om het even welke omgeving.
Na een succesvol proefproject gaan we door
met onze ambitie om dit hulpmiddel aan
patiënten in nood te leveren en hopen voor
2023 Al-gebaseerde oplossingen bij
patiënten te testen.
 
 
 
 
 
Wetenschap voor vrouwen in de vruchtbare
leeftijd bevorderen
 
Ernstige ziekten, zoals reumatoïde artritis,
epilepsie, gegeneraliseerde myasthenia gravis
of lupus, uiten zich vaak in de vroege
volwassenheid en overlappen met de hoogste
reproductieve jaren voor vrouwen
 
45
,46
.
Gecombineerd met de tweeledige tendens
van latere zwangerschappen en de hogere
prevalentie van sommige chronische
aandoeningen hebben meer en meer
vrouwen geneesmiddelen nodig om een
chronische ziekte te behandelen terwijl ze
zwanger zijn of van plan zijn om zwanger te
worden. Maar ze worden vaak
geconfronteerd met verwarrende en
tegenstrijdige communicatie over mogelijke
risico’s. Wegens
 
de angst over het gebruik van
therapieën die schade kunnen toebrengen
aan de foetus of pasgeborene voelen vrouwen
en zorgverleners vaak dat ze toegevingen
moeten doen op het vlak van optimaal
ziektebeheer voor, tijdens en na de
zwangerschap.
 
Slechts 5%
47
van beschikbare geneesmiddelen
worden voldoende gecontroleerd, getest voor
gebruik bij zwangere vrouwen en vrouwen die
borstvoeding geven. Er is een klinische en
ethische noodzaak om betere
gestandaardiseerde gegevens te genereren
om de besluitvorming over het gebruik van
geneesmiddelen tijdens zwangerschap en
borstvoeding te informeren.
Bij UCB willen we vrouwen in de vruchtbare
leeftijd met ernstige ziekten in staat stellen
om geïnformeerde gedeelde beslissingen te
nemen met hun zorgverlener.
 
Dit omvat
zwangerschapsplanning en zorgbeheer,
tijdens en na de zwangerschap, om optimale
gezondheidsresultaten voor moeder en baby
te behalen.
 
Onze inzet om lacunes in de kennis van de
zorg voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd
aan te pakken begon met CIMZIA® als een
waardevolle behandelingsoptie voor vrouwen
in de vruchtbare leeftijd en we willen nu de
nadruk leggen op vrouwen in de vruchtbare
leeftijd in alle oplossingen van UCB
.
 
We geloven dat er een duidelijke kans is voor
UCB om een leider te zijn in deze sector. We
werken hiervoor nauw samen met externe
partners zoals het
ConcePTION
consortium in
de EU en de in de VS gevestigde
PRGLAC
taskforce
voor onderzoek specifiek voor
zwangere en borstvoeding gevende vrouwen.
In 2021 implementeerden we nieuwe doelen
om bewijs te genereren voor vrouwen in de
vruchtbare leeftijd voor alle nieuwe activa in
de komende jaren
.
45
Kavanaugh A, Cush JJ, Ahmed MS, et al. Proceedings from the
American College of Rheumatology Reproductive Health
Summit: the management of fertility, pregnancy, and lactation
in women with autoimmune and systemic inflammatory
diseases. Arthritis Care Res (Hoboken). 2015;67(3):313-25.
46
Chakravarty E, Clowse ME, Pushparajah DS, et al. Family
planning and pregnancy issues for women with systemic
inflammatory diseases: patient and
physician perspectives. BMJ Open. 2014;4(2):e004081.
47
Barbara D. Wesley, MD,
 
MPH; Catherine A. Sewell, MD, MPH;
Christina Y. Chang, MD, MPH; Kimberly P.
 
Hatfield, PhD;
Christine P. Nguyen, MD.
 
Prescription medications for use in
pregnancy-perspective from the U.S. Food and Drug
Administration. American Journal of Obstetrics & Gynecology.
JULY 2021; 31-32
Productveiligheid en -kwaliteit garanderen
Bij UCB is het leveren van betrouwbare en veilige geneesmiddelen aan patiënten essentieel voor ons
succes en onze Wereldwijde Patiënten Veiligheids
 
-
 
en Kwaliteitsactiviteiten, processen en beheer
beschermen dit engagement.
Hoewel deze onderwerpen altijd belangrijk
voor ons zijn geweest, bevestigde onze
materialiteitsupdate van 2021 hun plaats op
de lijst, gegeven hoe de COVID-19 pandemie
en gerelateerde discussies over het vaccin en
de ontwikkeling van behandelingen het
belang van farmaceutische veiligheid en
kwaliteitszorg voor het voetlicht hebben
gebracht. Onze processen zijn ontworpen om
de best mogelijke productkwaliteit, veiligheid
en baten-/risicoprofiel voor patiënten te
garanderen. De efficiëntie van de processen
en naleving van voorschriften worden
periodiek beoordeeld en gecontroleerd via
het auditprogramma uitgevoerd door onze
Kwaliteitsafdeling, alsook via routinematige
inspecties door de regelgevende instanties.
De Global Patient Safety organisatie zorgt
voor grondig toezicht en begrip van de
veiligheidsprofielen voor al onze
geneesmiddelen, met inbegrip van deze in
klinische ontwikkeling en deze op de markt.
Elk product heeft een specifieke
veiligheidsverantwoordelijke die een
functieoverschrijdend baten-/risicoteam leidt
tijdens de volledige levenscyclus van het
product. De baten-/risicoteams controleren
voortdurend en proactief alle beschikbare
gegevens om mogelijke opduikende
veiligheidssignalen te identificeren die
vervolgens worden beoordeeld om te zien of
ze een veiligheidsrisico vormen. Alle mogelijke
en geïdentificeerde risico’s worden
overwogen om te zien of ze de baten-
/risicobeoordeling beïnvloeden en of verdere
risicobeheeracties nodig zijn. Dit kunnen
aanvullende veiligheidsmaatregelen in een
studieprotocol, communicatie met patiënten,
voorschrijvers en regelgevers zijn of het
aanpassen van hoe een product wordt
gebruikt. Deze activiteiten worden
gecontroleerd door de UCB Benefit Risk
Board, geleid door de Chief Medical Officer,
en alle activiteiten maken deel uit van een
geneesmiddelenbewakingsysteem dat
ontworpen is om transparante en
inschikkelijke communicatie met regelgevers
en andere belanghebbende te garanderen. De
Global Quality organisatie is verantwoordelijk
om te garanderen dat UCB een Quality
Management System (QMS) heeft dat de
internationale en plaatselijke wetgeving
naleeft. Dit omvat alle processen die
bijdragen tot de kwaliteit, veiligheid en
werkzaamheid van geneesmiddelen,
hulpmiddelen en combinatieproducten tijdens
alle fasen van de productlevenscyclus (van
ontwikkeling tot stopzetting van
 
het product),
met inbegrip van naleving van goedgekeurde
deponeringen. Deze systemen zijn gebaseerd
op normen, zoals Goede Werkpraktijken (GxP)
in de farmaceutische sector, ISO 14001 voor
milieubeheer en ISO 13485 voor QMS-normen
voor medische hulpmiddelen. Dit team werkt
nauw samen met het Patiëntveiligheidsteam,
maar ook vanaf onderzoek en ontwikkeling,
tot en met productie, terwijl het ook alle
klachten beheert en zorgt voor naleving met
alle relevante wetgeving en het proces zo
nodig beheert voor terugroepingen van het
product.
 
ucbsa-2021-12-31p41i0
COVID-19 heeft aangetoond hoe
 
belangrijk het
is om
 
snel nieuwe
 
methoden van
 
werken
 
aan
te
 
nemen
 
om
 
te
 
reageren
 
op
 
de
 
uitdagingen
veroorzaakt
 
door
 
deze
 
ongekende
 
situatie.
 
In
deze
 
context
 
en
 
tijdens
 
het
 
voorbije
 
jaar
 
was
UCB
 
in
 
staat
 
om
 
haar
 
goede
kwaliteitsprestaties
 
te
 
handhaven
 
dankzij een
sterk,
 
risicogebaseerd
 
kwaliteitsprogramma
waarin
 
snel
 
en
 
efficiënt
 
de
 
bekende
 
en
opkomende
 
risico’s
 
kunnen
 
worden
geïdentificeerd
 
en
 
beperkt.
 
We
 
zijn
 
trots
 
dat
we
 
in
 
2020
 
geen
 
terugroepingen
 
van
producten
 
hadden, terwijl
 
we
 
in
 
2021
 
slechts
één
 
kleine
 
terugroeping
 
hadden.
 
We
 
hadden
ook
 
positieve
 
inspectieresultaten
 
tijdens
 
het
jaar
 
met
 
nul
 
kritische
 
inspectiebevindingen.
We
 
hebben
 
geen
 
lopende
handhavingsmaatregelen van
 
de Amerikaanse
FDA.
Beheer van onwettige geneesmiddelen
 
De veiligheids- en kwaliteitsteams van UCB
richten zich vooral op het verlagen van risico
rond onwettige geneesmiddelen. Ze
onderzoeken welk type producten worden
beïnvloed, hoe vaak dit het geval is en welk
soort acties moeten worden genomen. Als
onderdeel hiervan, zorgen we er ook voor
dat de toeleveringsketen voor al onze
producten gebruikt voor de aanmaak van
verdovende middelen veilig is. In recente
jaren heeft UCB onze samenwerking met
gezondheidsinstanties en ordehandhaving
versterkt om voorvallen te melden en
informatie uit te wisselen. De groeiende
kennis over dit onderwerp resulteerde in een
systematische melding van de waargenomen
voorvallen door onze lokale vestigingen en
partners, samen met de aangevraagde
onderzoeken door de autoriteiten. Een
bestuursraad komt periodiek samen en een
jaarlijks verslag wordt verstrekt aan het
management.
Het handhaven van de hoogste ethische en
nalevingsnormen, voornamelijk met
betrekking tot productmarketing, vormt ook
een belangrijk onderdeel van het werk van
onze kwaliteits- en veiligheidsteams. Dit
omvat een robuuste auditstrategie, met
inbegrip van aanvullende risico’s en
mogelijkheden inzake digitale technologie.
Gezien de hogere kwetsbaarheid van
farmaceutische bedrijven voor kwaadaardige
cyberaanvallen is het essentieel om de
continuïteit van het bedrijf en leveranciers te
garanderen als een dergelijke aanval
 
zich
voordoet zodat we onze producten kunnen
blijven verdelen waar ze nodig zijn.
Frequente, nauwkeurige en transparante
rapportering inzake veiligheid en kwaliteit is
essentieel voor UCB om alle
belanghebbenden in onze waardeketen, van
patiënten en zorgverleners tot regelgevers
 
en
investeerders, gerust te stellen. We
 
zetten
ons in om een open en eerlijke communicatie
te handhaven rond de robuuste processen die
we hebben ingesteld voor baten-
/risicotoezicht en risicobeheer.
 
UCB heeft
effectieve bewaking- en controlesystemen
ontwikkeld, waaronder interne en externe
audits, en gebruikt deze voor procesprestaties
en productkwaliteit. UCB organiseert
regelmatige inspecties door mondiale
regelgevende instanties van onze
productiefaciliteiten, alsook inspecties in
gebieden zoals onze marketingvestigingen en
klinische ruimten.
ucbsa-2021-12-31p42i1 ucbsa-2021-12-31p42i0
 
ucbsa-2021-12-31p43i0
Digitale oplossingen voor patiënten
Via de digitale bedrijfstransformatie van UCB benadrukken we de kracht van wetenschappelijke
 
innovatie om
patiëntenzorg te verbeteren.
 
Met een onderzoeksproces gebaseerd op
geavanceerde wetenschap gecombineerd met
baanbrekende technologieën krijgen we een dieper
begrip van onze patiënten en leveren we de juiste
oplossingen wanneer en waar ze nodig zijn, met
inbegrip van oplossingen die verder gaan dan
geneesmiddelen. In januari 2021 werd ons Digital
Care Transformation
 
(DCTx) team officieel opgericht
met de ambitie om digitale zorgoplossingen te
ontwikkelen die patiënten ontmoeten waar ze zich
bevinden en specifiek de echte problemen waarmee
ze dagelijks worden geconfronteerd, aan te pakken.
Meer informatie over verschillende DCTx initiatieven
vindt u in de sectie Ziektegebieden en oplossingen
van dit hoofdstuk. We hebben ook de digitalisering
van onze ‘go-to-market’ activiteiten bevorderd om
op ieder moment meer persoonlijke en responsieve
ondersteuning te bieden aan patiënten en
professionele zorgverleners. In 2021 zijn we een
flexibele analysegestuurde aanpak met meerdere
kanalen gestart om professionele zorgverleners te
betrekken in onze belangrijke markten.
Samenwerken met de juiste partners is belangrijk om
het potentieel van technologie te maximaliseren. In
februari 2021 kondigden we een uitgebreide
samenwerking met Microsoft aan, na het werk dat
we samen deden als onderdeel van het 2020 COVID-
19 Moonshot project. Onze nieuwe, meerjarige
samenwerking bouwt voort op dit werk en streeft
ernaar de computerdiensten, cloud en kunstmatige
intelligentie (AI) van Microsoft te combineren met de
capaciteiten van UCB voor het ontdekken en
ontwikkelen van geneesmiddelen op een meer
efficiënte en innovatieve manier.
 
De samenwerking
met Microsoft zal de wetenschappers, deskundigen
en onderzoekspartners van UCB aanvullen in elk
onderdeel van geneesmiddelontwikkeling en
leveringswaardeketen door diverse
onderzoeksinformatie en Al-modellen samen met
menselijke expertise en creativiteit te benutten.
Naarmate we verder technologie in onze aanpak
integreren, nemen we ook stappen om gerelateerde
risico’s te verminderen, zoals cyberdreigingen
 
of
datainbreuken, die reputatie-, financiële en
operationele schade kan veroorzaken, en houden we
ook rekening met de implicaties van meer gebruik
van Al in de oplossingen die we ontwikkelen. Over
technologiegerelateerde risico’s
 
wordt
gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit
verslag.
 
ucbsa-2021-12-31p44i0
Toegang bieden tot onze oplossingen
Ons doel is om tegen 2030 ervoor te zorgen dat patienten -in de landen waar we actief zijn- die onze
geneesmiddelen nodig hebben, daar ook toegang tot hebben. Bovendien proberen we toegang tot kwaliteitszorg
en -geneesmiddelen te verbeteren via ons sociaal zakelijk model voor mensen met epilepsie in landen met lage en
gemiddelde inkomens.
We erkennen dat er veel uitdagingen kunnen zijn die
toegang tot geneesmiddelen kunnen verhinderen,
inclusief de duurtijd om nieuwe geneesmiddelen
beschikbaar te stellen op een markt, terugbetaling en
betaalbaarheid. We houden ook rekening met de
diversiteit van mondiale zorgsystemen,
gezondheidsbeleidslijnen en financieringsmethoden
en hoe deze de toegang voor patiënten beïnvloeden.
We werken om toegang tot onze oplossingen voor
patiënten mogelijk te maken op een manier die
haalbaar is voor patiënten, de maatschappij en UCB.
Door nauw samen te werken met zorgsystemen en -
betalers om de juiste kaders voor terugbetaling en
prijsstelling in te stellen, en de waarde van de
geneesmiddelen van UCB voor deze patiënten aan te
tonen, kunnen we de resultaten en ervaring voor
patiënten verbeteren. Wat betreft risico’s
 
in verband
met het verbeteren van toegang voor patiënten die
onze oplossingen nodig hebben, weten we dat
farmaceutische prijzen wereldwijd van alle kanten
kritisch worden bekeken, waardoor ons vermogen
om onze oplossingen te leveren aan deze die ze
nodig hebben op een manier die haalbaar en
duurzaam is voor patiënten, de maatschappij en UCB
kan worden verhinderd. Over specifieke risico’s
 
in
verband met toegang wordt gerapporteerd in de
sectie Risicobeheer van dit verslag.
Hoe we de beschikbaarheid en toegang tot onze
oplossingen meten alsook onze 2021 resultaat
hieromtrent
 
Om onze toegangsdoelstelling te bereiken, is het
belangrijk voor ons om te weten hoe we presteren.
We zetten ons in om onze prestaties
 
elk jaar,
vergeleken met de waarde van het vorige jaar,
 
te
beoordelen en bekend te maken
.
Access Performance Index
 
Onze Access Performance Index houdt rekening met
drie mogelijke manieren van toegang tot
geneesmiddelen in elk van de landen waarin we
actief zijn. De drie categorieën vertegenwoordigen
de manier van toegang tot onze geneesmiddelen
(met uitzondering van NEUPRO® [rotigotine]), in de
landen waarin we actief zijn, ten opzichte van hun
wettelijk etiket (bijv.
 
EMA-etiket).
• “Terugbetaald voor iedereen” omvat voor elk
geneesmiddel de landen met onbeperkte toegang tot
het wettelijk etiket op nationaal niveau of met
onbeperkte toegang in minstens 66% van sub-
nationale gebieden (provincies, landen, enz) wanneer
beoordeling op sub-nationaal niveau relevant is.
 
• “Terugbetaald voor sommigen” omvat voor elk
geneesmiddel de landen met beperkte toegang ten
opzichte van het wettelijk etiket of met toegang
 
in
minder dan 66% van sub-nationale gebieden
wanneer toegang wordt beoordeeld op sub-nationaal
niveau.
 
• “Geen terugbetaling ”omvat
 
alle andere
terugbetalingssituaties: geweigerd, aangevraagd, niet
gepland.
In 2021 hebben we respectievelijk de onbeperkte
toegang en beperkte toegang met 1% verbeterd in de
landen waarin we actief zijn, voornamelijk gedreven
door positieve beslissingen inzake terugbetaling voor
EVENITY® in een omgeving met uitdagende toegang.
Het is belangrijk om op te merken dat we in 2021 zijn
begonnen met toegang tot BIMZELX®, dat niet was
opgenomen in onze uitgangswaarde van 2020 en
daarom ook niet in de gemelde verbetering.
 
 
Een nieuwe uitgangswaarde is aan het einde van
2021 ingesteld, waarin 18 extra landen
48
 
(in totaal 32
landen beoordeeld in de Access Performance Index),
2 extra producten (BIMZELX® en NAYZILAM®) en alle
nieuwe indicaties zijn opgenomen die in de periode
zijn goedgekeurd. Alle indicaties waarvan in 2022 is
of zal verstreken zijn, zijn uit deze uitgangswaarde
verwijderd. Onze nieuwe uitgangswaarde toont dat
we 30% onbeperkte toegang en 38% beperkte
toegang hebben behaald. Dit zal de nieuwe basis zijn
voor de beoordeling van onze prestaties in 2022, met
publicatie van de definitieve resultaten in ons
volgende jaarverslag
.
Tijd tot toegang index
 
Voor een nieuw gelanceerde oplossing volgen we ook
de tijd die verstrijkt tussen de marktautorisatie en de
beslissing van een betaler om toegang en
terugbetaling van een nieuw geneesmiddel te
bieden, aangezien dit een impact heeft op patiënten
die nieuwe behandelingsopties nodig hebben. We
hebben de mediane tijd voor onze sector
geïdentificeerd om terugbetaling te verkrijgen voor
hun therapieën in alle markten waarin UCB actief is
en referenties vastgesteld. Hierdoor zullen we onszelf
kunnen meten ten opzichte van onze sectorgenoten
en duidelijk in kaart kunnen brengen waar we nog
kunnen verbeteren. 2022 zal het eerste jaar zijn
waarvoor we rapporteren.
UCB-prijzen in de VS.
 
We houden ook rekening met hoe zorgsystemen
verschillen; sommige worden gefinancierd door
private verzekeringsplannen, door de overheid
gefinancierde zorgsystemen of direct door de
patiënten zelf.
 
Voor patiënten met gedeeltelijk of
volledig zelf gefinancierde gezondheidszorg kan
persoonlijke betaalbaarheid hun toegang tot
belangrijke geneesmiddelen beperken. Als we deze
verschillen begrijpen, kunnen we oplossingen
ontwikkelen die de financiële last die gepaard gaat
met het gebruik van een geneesmiddel van UCB
vermindert. Ter ondersteuning van
 
onze inzet voor
toegang, is betaalbaarheidsinformatie voor de
producten van UCB in de VS beschikbaar voor
patiënten en alle belanghebbenden op onze website,
met inbegrip van informatie over hulpprogramma's
voor patiënten. In 2021 was de nettoprijswijziging in
de VS (na kortingen en rabatten) gemiddeld -4,0% in
de Amerikaanse productportfolio (wijziging
catalogusprijs gemiddeld 4,1%). Op productniveau
was de grootste enkelvoudige percentagewijziging
een verhoging van 4,9% van de lijstprijs en een netto
prijswijziging van 2,9% van 2020 tegenover 2021. Dit
weerspiegelt de aanzienlijke rabatten en kortingen
die we bieden op de markt om ervoor te zorgen dat
patiënten toegang hebben tot de geneesmiddelen
van UCB. Als onderdeel van de prijsprincipes van UCB
stijgen de jaarlijkse nettoprijzen gewoonlijk niet meer
dan de CPI-U, een cijfer dat de procentuele wijziging
van de prijs van specifieke goederen en diensten in
de VS weergeeft. Elke prijsstijging is gekoppeld aan
de waarde die de producten van UCB bieden voor
patiënten, belanghebbenden en de maatschappij.
Uitzonderlijke nettoprijsstijgingen boven de CPI-U
zijn gekoppeld aan een betekenisvolle toename in de
waarde voor de patiënt of de maatschappij
49
 
. De CPI-
U uitgangswaarde wordt bepaald op basis van een
combinatie van gegevens van het Bureau of Labor
Statistics data en vooruitzichten van het Federal
Open Market Committee.
48
Australië, Bulgarije, Canada, Tsjechië, Griekenland, Hongkong,
Hongarije, Ierland, Korea, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië,
Rusland, Slowakije, Taiwan, Turkije en Zwitserland.
49
Bijvoorbeeld, nieuwe gegevens of verbeteringen die gunstig zijn voor
bestaande of nieuwe patiëntpopulaties.
Samenwerken om de toegang voor patiënten tot onze oplossingen te verbeteren
 
Patiënten centraal stellen in de waardebeoordelingen
 
Over de hele wereld willen externe betalers,
 
waaronder
zorgprogramma's
 
van de overheid en private
verzekeringsplannen,
 
de werkzaamheid, voordelen en
risico’s en kosten
 
van elk geneesmiddel begrijpen. Hun
beoordelingsmethode drijft beslissingen inzake
terugbetaling aan en kan hen aanzetten
 
om beperkingen
voor toegang of gebruik van een geneesmiddel
 
te
implementeren.
 
Met goed gestructureerde waardebeoordelingen
 
kunnen
alle belanghebbenden informatie synthetiseren
 
of
genereren die toegang en terugbetaling
 
voor
behandelingen die voldoen aan de voorkeuren,
behandelingsdoelen van patiënten,
 
en behoeften van het
zorgsysteem
 
mogelijk maken.
 
We hebben in 2021 onze Waardebeoordelingsprincipes
gestart aangezien waardebeoordeling
 
een onderwerp is
dat wereldwijd steeds belangrijker
 
wordt en we zullen
blijven werken om ervoor te zorgen
 
dat we onze patiënten
het best van dienst zijn. Naarmate zorgsystemen
 
zich
ontwikkelen, worden systematische
 
kaders voor het
meten en beoordelen van waarde
 
steeds belangrijker.
 
UCB
heeft dit herkend en ontwikkelde
 
een brede reeks van
principes om toekomstig beleid
 
aan te sturen en het
gebruik van waardebeoordelingskaders
 
om duurzame
toegang mogelijk te maken.
 
Deze principes zullen worden
gebruikt om onze inzet op het
 
gebied van
waardebeoordeling te beoordelen
 
en vorm te geven, met
inbegrip van onze proactieve
 
positionering en externe
inzet voor waardebeoordeling.
 
Deze principes zullen onze
aanpak versterken
 
naarmate we ons leiderschap
benadrukken en andere belanghebbenden
 
betrekken om
een consensus te bereiken over
 
toekomstige waarde
 
-
 
en
op resultaten gebaseerde betalingsmodellen.
 
De principes zijn:
 
• Waardebeoordelingsmiddelen
 
moeten patiëntgericht
zijn.
 
• Waardebeoordelingskaders
 
moeten transparant en
aanpasbaar zijn voor verschillende omstandigheden
 
(bijv.,
weesgeneesmiddelen).
• Waardebeoordelingen
 
moeten gericht zijn op alle
aspecten en perspectieven van gezondheidszorg.
 
• Waardebeoordelingskaders
 
moeten gevalideerd zijn,
kunnen worden gerepliceerd,
 
collegiaal getoetst zijn, tijdig
rigoureuze methodologieën gebruiken,
 
meerdere
belanghebbenden omvatten
 
tijdens de ontwikkeling ervan
en zo nodig worden herzien (bijv.,
 
wanneer nieuwe
normen, methoden, klinische gegevens, etc.
 
beschikbaar
worden).
 
• Waardebeoordelingsmiddelen
 
moeten een brede waaier
van hoogkwalitatief bewijs gebruiken
 
en streven naar
digitale transformatie om
 
de toepasselijkheid in
besluitvorming te verhogen.
 
• Geen enkel waardebeoordelingskader
 
mag het laatste
woord hebben over waarde in
 
de VS.
 
• Waardebeoordelingsmethoden
 
en processen moeten
beter zijn afgestemd
 
op populaties die gewoonlijk
ondervertegenwoordigd zijn
 
in onderzoek en
ongelijkheden op gezondheidsgebied
 
aansturen.
 
We lanceerden tezelfdertijd
 
een U.S. Voices on Value-
reeks ter herkenning van de behoefte
 
om een kritische
conversatie te hebben over
 
waarde en hoe we dit beter
kunnen afstemmen zodat
 
patiënten betaalbare, duurzame
toegang hebben. We verwelkomen
 
een diverse groep
belanghebbenden die hun mening over waarde bespreken
en hoe we een beter zorgsysteem
 
kunnen creëren met
onderwerpen zoals waardegebaseerde
 
contracten,
waardegebaseerde beoordeling,
 
duurzaamheid, gelijkheid
en ongelijkheid op gezondheidsgebied
 
en meer.
Toegang
 
van innovatie tot lancering integreren
 
Toegang
 
voor patiënten tot onze geneesmiddelen
begrijpen begint vroeg in de
ontwikkelingslevenscyclus. Het belang van
beoordeling van betaalbaarheid, toegang en
terugbetaling voor patiënten wordt beter begrepen
tijdens de ontwikkelingslevenscyclus en zorgen voor
relevante eindpunten in onze klinische studies om
toegang voor patiënten mogelijk te maken en waar
nodig te voldoen aan de eisen van betalers vormt een
wezenlijk onderdeel van onze aanpak voor onderzoek
en ontwikkeling
.
Access+, ons nieuw beheerd toegangsprogramma
 
 
ucbsa-2021-12-31p47i0
 
UCB heeft onlangs een nieuw beheerd toegangsprogramma
gecreëerd, Access+. Onze aanpak is om toegang te bieden voor
onze behandelingen via een standaardmechanisme voor de
ontvangst, controle, beslissing, beheer en het afronden van
ongevraagde verzoeken en activiteiten
 
in verband met het
leveren van onderzoeksproducten of producten
 
die zijn
goedgekeurd door minstens één belangrijke regelgevende
instantie.
Toegang
 
voor onderbediende populaties verbeteren
 
Om ons toegangsdoel in omgevingen met lage en
middelmatige inkomens te behalen heeft UCB een
nieuwe sociale zakelijke aanpak ingesteld om
epilepsiezorg te verbeteren voor onderbediende
patiënten op een manier die na verloop van tijd
financieel duurzaam is. In de VS willen we
voortbouwen op ons werk voor gelijkheid op
gezondheidsgebied door nieuwe sociale zakelijke
aanpakken te ontwikkelen om het hoofd te bieden
aan ongelijkheden in gezondheidszorg in de
gemeenschappen rond ons. Hoewel we ons in de
vroege ontwikkelingsfasen bevinden, zullen we een
“Innovatie-hub” model gebruiken om nieuwe
aanpakken te creëren en onderbediende en
gemarginaliseerde gemeenschappen betrekken om
oplossingen te bieden die een ontwerpstrategie
gericht op mensen gebruiken. In Mumbai, India, een
steeds groeiende stad van meer dan 20 miljoen
mensen
50
 
waarvan ernaar verluidt 144 000
epilepsie
51
 
hebben, hebben we een blauwdruk
ontwikkeld voor een sociaal bedrijf dat als
proefproject zal worden gelanceerd. Het doel is om
blijvende belemmeringen voor behandeling aan te
pakken, van lage ziektebewustwording en bestaand
stigma rond epilepsie tot beperkte capaciteit in de
zorgsystemen en beperkte beschikbaarheid en
betaalbaarheid van behandelingen.
Terwijl we dit proefproject uitvoeren,
 
houden we
nauwgezet rekening met de gerelateerde
 
risico’s
veroorzaakt door de blijvende impact van COVID-19,
alsook de noodzaak om een sterke
organisatiestructuur te vestigen om met succes het
sociale zakelijke model uit te rollen.
 
We maken ook gebruik van de innovatiecapaciteiten
van UCB met partners uit verschillende sectoren,
waaronder samenwerking met Boston University om
onafhankelijk onze inspanningen te meten (samen
met de Public Health Foundation India). Dit is hoe we
volgens ons een echt verschil kunnen maken om de
lacune in behandelingen te helpen sluiten.
50
Mumbai, India Population (2022) - Population
 
Stat
51
Santhosh NS, Sinha S, Satishchandra P.
 
Epilepsy: Indian perspective. Ann Indian
Acad Neurol 2014;17, Suppl S1:3-11
ucbsa-2021-12-31p48i0
 
Samen met onze medewerkers
We worden sterker door onze cultuur van samenwerking en leergierigheid. Onze diverse perspectieven en
achtergronden monden uit in een gemeenschappelijk doel om waarde te leveren voor patiënten en de
gemeenschap als een geheel
.
Bij
 
UCB
 
waarderen
 
en
 
koesteren
 
we
 
diverse
 
perspectieven
 
en
 
achtergronden
 
en
 
tonen
 
we
 
respect
 
en
 
zorg
 
voor
elkaar.
 
We zijn sterker door onze cultuur van innovatie
 
en samenwerking waardoor we waarde kunnen
 
creëren voor
patiënten, voor elkaar en voor de maatschappij als een geheel..
 
In
 
2021
 
bleven
 
we
 
prioriteit
 
geven
 
aan
 
zorg
 
en
 
het
welzijn
 
van
 
onze
 
medewerkers
 
in
 
tijden
 
van
 
de
onzekerheid door
 
de huidige
 
pandemie. We begonnen
geleidelijk
 
een
 
hybride
 
werkmodel
 
uit
 
te
 
rollen
 
voor
collega’s
 
om
 
thuis
 
te
 
kunnen
 
werken
 
en
 
we
ondersteunen nog steeds
 
onze medewerkers
 
om zich
aan
 
te
 
passen
 
aan
 
de
 
uitdagingen
 
van
 
hybride
 
of
telewerk
 
via
 
een
 
reeks
 
initiatieven.
 
We
 
boeken
vooruitgang bij het opnemen van duurzaamheid in de
werving,
 
prestaties,
 
beloning
 
en
 
ontwikkeling
 
van
medewerkers,
 
maar
 
we
 
zijn
 
ons
 
bewust
 
van
gerelateerde
 
risico’s
 
zoals
 
meerverhoogde
onzekerheid in verband met lange projecttijdlijnen en
budgettaire
 
beperkingen. Over verdere
 
risico’s
 
wordt
gerapporteerd
 
in
 
de
 
sectie
 
Risicobeheer
 
van
 
dit
verslag.
 
ucbsa-2021-12-31p50i0 ucbsa-2021-12-31p50i1
Ons hybride werkmodel
Op basis van informatie verkregen tijdens het eerste jaar van de pandemie
 
zijn we in maart 2021 begonnen
 
met een
hybride
 
werkmodel in landen waar de huidige COVID-19 situatie dit toeliet.
Het hybride werkmodel werd volledig uitgerold in
september, samen met een draaiboek ontworpen
door medewerkers voor medewerkers om beter te
begrijpen wat dit model voor hen betekent. Ons
hybride werkmodel laat minstens 40% fysieke
aanwezigheid op kantoor en tot 60% telewerk op
maandelijkse basis toe. Onze ambitie is om de
mogelijkheden van technologie aan te wenden om
banden en momenten te koesteren die van belang
zijn, terwijl we ook meer flexibiliteit bieden naarmate
meer collega’s kunnen terugkeren
 
naar hun werk
.
 
ucbsa-2021-12-31p51i0 ucbsa-2021-12-31p51i1
Gezondheid, veiligheid en welzijn
Het werkmodel van UCB voor onze
 
gezondheid en welzijn initiatieven (HSWB) is
 
gericht op het uitgebreid vervullen
van de behoeften van medewerkers, rekening houdend met het feit dat er geen uniforme aanpak bestaat en terwijl
speciale aandacht wordt besteed
 
aan collega’s die getroffen zijn door
 
ernstige ziekten als patiënten
 
of zorgverleners.
Het werkmodel heeft vijf belangrijke pijlers:
 
 
In
 
2021
 
bleef
 
de
 
pandemie
 
het
 
welzijn
 
van
medewerkers
 
beïnvloeden.
 
We
 
hebben
 
onze
activiteiten
 
afgestemd
 
om
 
gerelateerde
 
uitdagingen
aan
 
te
 
pakken,
 
zoals
 
vermoeidheid,
 
ergonomie
 
en
aanpassen
 
aan
 
een
 
hybride
 
werkmodel.
 
We
 
bleven
ondertussen
 
beroepsgezondheidsprogramma’s
aanbieden voor collega’s die werden blootgesteld aan
mogelijke
 
beroepsrisico’s.
 
Andere
 
risico’s
 
dan
 
deze
direct gerelateerd aan onderzoek
 
en productie waren
ook het onderwerp van specifieke initiatieven om hun
impact
 
op
 
onze
 
medewerkers
 
te
 
verminderen,
 
zoals
 
ucbsa-2021-12-31p52i0
 
een
 
internationaal
 
rijveiligheidsprogramma
 
dat
werd
 
aangevat
 
om
 
de
 
verkeersrisico’s
 
van
 
onze
collega’s
 
te
 
verminderen
waarmee
 
ze
 
worden
geconfronteerd
 
als
 
ze
 
hun
 
wagen
 
beroepsmatig
gebruiken.
 
Over
 
de
 
andere
 
sociale
 
risico's
 
wordt
gerapporteerd
 
in
 
de
 
sectie
 
Risicobeheer
 
van
 
dit
verslag.
Hoe we gezondheid, veiligheid en welzijn en
onze prestaties van 2021 evalueren
 
UCB heeft een HSWB-index in het leven geroepen om
onze
 
HSWB-inspanningen
 
en
 
-prestaties
 
te
 
meten.
Deze index drukt onze
 
prestatie uit als een
 
percentage
tegenover
 
het
 
doel
 
met
 
twee
 
grote
 
indicatoren:
 
de
indicator
 
voor
 
de
 
prestatie
 
rond
 
veiligheid
 
en
 
de
gezondheids-,
 
veiligheids-
 
en
 
welzijnsindicator.
 
Met
de
 
index
 
kunnen
 
we
 
focusgebieden
 
identificeren
 
bij
het
 
selecteren
 
van
 
internationale
 
en
 
plaatselijke
programma’s en zijn we bewust dat de
 
ervaringen van
onze
 
medewerkers
 
verschillen
 
naargelang
 
hun
geografische locatie.
De
 
indicator
 
voor
 
de
 
prestatie
 
rond
 
veiligheid
 
wordt
gemeten
 
met
 
gebruik
 
van
 
het
 
verzuim-
ongevalpercentage
 
(LTIR,
 
lost time incident
 
rate), dat
rekening
 
houdt
 
met
 
verzuimongevallen,
 
d.w.z.
ongevallen
 
waarbij
 
minstens
 
één
 
dag
 
verloren
 
gaat.
Dit maakt
 
30% van
 
de HSWBindex
 
uit. De
 
resterende
70% bestaat
 
uit de HSWBindicator
 
die resultaten
 
van
onze
 
jaarlijkse
 
internationale
 
HSWB-enquête
 
en
meetcriteria
 
van
 
medewerkers
 
combineert,
 
zoals
hulpprogramma
 
voor
 
medewerkers,
promotiepercentage
 
en
 
engagement
 
in
 
persoonlijk
ontwikkelingsplan.
 
Onze
 
internationale
 
enquête
inzake
 
gezondheid,
 
veiligheid
 
en
 
welzijn
 
voor
 
2021
werd
 
in
 
november
 
begonnen.
 
De
 
resultaten
 
van
 
de
enquête tonen
 
opnieuw de invloed
 
van de
 
pandemie
aan op
 
het welzijn
 
van onze
 
collega’s.
 
We
 
zagen een
kleine daling, tussen 2 en 3%, in de score voor “Fysiek
welzijn” en
 
“interactie met
 
zorg”.
 
Vergeleken
 
met de
cijfers van vorig jaar door verschillende initiatieven op
het
 
gebied
 
van
 
geestelijk
 
welzijn
 
en
 
de
 
opname
 
van
gezondheid,
 
veiligheid
 
en
 
welzijn
 
in
 
de
 
persoonlijke
ontwikkelingsplannen
 
van
 
medewerkers,
 
was
 
de
daling
 
in
 
“Geestelijk
 
welzijn”
 
en
 
“Doel
 
en
 
groei”
beperkt tot gemiddeld 1,5%.
Ondanks deze
 
kleine verminderingen
 
in een
 
deel van
de
 
score
 
vermeld
 
hierboven
 
steeg
 
de
 
Gezondheids-,
veiligheids-
 
en
 
welzijnsindex
 
van
 
78,4%
 
in
 
2020
 
tot
81,9% in 2021. Deze toename is
 
gedeeltelijk te wijten
aan
 
het
 
feit
 
dat
 
meer
 
collega’s
 
toegang
 
hebben
 
tot
een
 
hulpprogramma
 
voor
 
medewerkers
 
(momenteel
96%) en gesubsidieerde sportactiviteiten (87%), naast
de
 
toename
 
voor
 
“Sociaal
 
welzijn”
 
en
 
sterke
veiligheidsprestaties.
 
Het
 
aantal
 
verzuimongevallen
 
(1,22%)
 
en
registreerbare
 
ongevallen
 
(2,05%)
 
daalde
 
met
respectievelijk
 
25%
 
en
 
10%,
 
vergeleken
 
met
 
2020
52
.
Dankzij
 
dit
 
resultaat
 
zijn
 
we
 
op
 
schema
 
om
 
ons
veiligheidsprestatiedoel te behalen
 
met als gevolg
 
een
indicator voor prestaties rond veiligheid van 100%.
 
Gebaseerd op het
 
resultaat van de
 
index zullen we
 
ons
plan
 
voor
 
internationale
 
en
 
plaatselijke
 
HSWB-
activiteiten in 2022 aanpassen.
Welzijn op het werk
 
Gebaseerd op resultaten van onze HSWB-enquête van
 
2020
hebben we ons in 2021 gericht op:
 
1.
Ervaring van medewerkers
 
door het traject van de
medewerker van werving tot
 
uittreding in kaart te brengen
en alle momenten te identificeren die van
 
belang zijn en
hun link met onze HSWB-strategie
 
2.
HWSB integreren in de persoonlijke
ontwikkelingsplannen van medewerkers
 
52
Beide percentages zijn berekend per miljoen gewerkte uren. Voor
China, India, Polen, Canada, Korea, Saitama (Japan), Bulgarije, VK,
Brazilië, Zwitserland en Turkije zijn zowel medewerkers van UCB en
medewerkers die direct onder toezicht van UCB werken opgenomen.
Voor alle andere landen en locaties zijn alleen medewerkers van UCB
opgenomen
3.
Medewerkers betrekken
 
over de hele wereld om
bewustzijn te garanderen over onze ambitie,
werkmodel en strategie
 
4.
Ons HSWB-platform versterken
 
als een centraal
punt waar collega’s toegang hebben tot bronnen om
hun eigen HSWB te ondersteunen
 
Bovendien hebben we samen met het Mentally Fit
Institute and Mental Health UK, een organisatie die
toeziet op verschillende liefdadigheidsinstellingen
voor geestelijke gezondheid in het VK, 24
internationale webinars over 12 verschillende
onderwerpen georganiseerd waaronder: omgaan
met stress, stress-signalen herkennen, gesprekken
over welzijn beheren en zelfzorg. Op 7 oktober
vierden we onze eerste internationale dag voor de
geestelijke gezondheid met “het stigma rond
geestelijke gezondheid doorbreken”
 
als centraal
thema.
 
Verschillende plaatselijke werkgroepen werden
opgericht om plaatselijke HSWB-initiatieven te
lanceren en ondersteunen. Voorbeelden zijn o.a. de
lancering van een belofte en plan voor geestelijk
welzijn in het VK, een serie over kennis van financieel
welzijn in China en workshops over voeding voor
nachtarbeiders in Zwitserland. In de VS bleven we
verdergaan met het noodfonds voor medewerkers en
UCB verstrekte een brede waaier van
welzijnsbronnen en is nationaal erkend als een
ontvanger van de 2021 Cigna WellBeing Award.
 
Ten slotte
 
moedigden we alle landen die momenteel
niet het hulpprogramma voor medewerkers
aanbieden, een initiatief waarbij collega’s hulp
kunnen vragen van een psycholoog voor persoonlijke
en werkgerelateerde problemen, om dit te doen.
Gezondheid en veiligheid op het werk
 
Gezondheid
 
en
 
veiligheid
 
op
 
het
 
werk
 
is
 
een
fundamenteel aspect van HSWB bij
 
UCB. In 2021 bleef
ons
 
Safety
 
Beyond
 
Zero
 
bedrijfsprogramma
 
het
programma
 
voor
 
gezondheid
 
en
 
veiligheid
 
op
 
het
werk
 
van
 
UCB
 
ondersteunen,
 
met
 
de
 
focus
 
op
 
drie
hoofdpijlers:
 
veiligheid
 
als
 
mentaliteit,
veiligheidsprincipes en veiligheidsbeheersystemen.
 
De
 
pijler
 
veiligheid
 
als
 
mentaliteit
 
was
 
gericht
 
op
zichtbaar-gevoeld
 
veiligheidsleiderschap.
 
Meer
 
dan
300
 
leidinggevenden
 
uit
 
vestigingen
 
en
 
levering-
 
en
technologieoplossingen in België, Zwitserland,
 
het VK,
China
 
en
 
Japan
 
volgden
 
workshops
 
over
veiligheidsleiderschap.
 
De
 
gedragslijnen
 
van
zichtbaar-gevoelde
 
veiligheidsleiderschap
 
voor
managers
 
en
 
medewerkers
 
werden
 
over
 
de
 
hele
organisatie
 
verspreid.
 
Een
veiligheidsherkenningsprogramma
 
werd
 
gestart
 
om
collega’s
 
en
 
teams
 
te
 
erkennen
 
die
 
zich
 
extra
inspanden
 
voor
 
veiligheid
 
en
 
een “Go
 
5
 
For
 
Safety”-
initiatief
 
werd
 
gelanceerd
 
om
 
ondersteunend
materiaal te bieden over het onderwerp veiligheid op
het werk tijdens andere veiligheidsmomenten.
 
De
 
pijler
 
veiligheidsprincipes
 
is
 
specifiek
 
gericht
 
op
twaalf
 
activiteiten
 
die
 
kunnen
 
leiden
 
tot
 
ernstige
 
of
zelfs
 
fatale
 
letsels.
 
Deze
 
omvatten
 
hoogtewerk,
apparatuur
 
voor
 
potentieel
 
explosieve
 
omgevingen,
krappe ruimtes en omgaan
 
met chemische stoffen. De
drie
 
sleutelstrategieën
 
om
 
deze
 
ongevallen
 
te
vermijden
 
zijn:
 
intrinsiek
 
veilige
 
installaties
 
en
apparatuur
 
ontwerpen,
 
duidelijke
 
en
 
robuuste
werkprocedures
 
verstrekken
 
en
 
ervoor
 
zorgen
 
dat
men is opgeleid met de
 
juiste competenties om veilig
hun taken uit te voeren.
 
In
 
de
 
pijler veiligheidsbeheer
 
werd
 
een bedrijfsnorm
ontwikkeld
 
voor
 
identificatie,
 
beoordeling,
 
evaluatie
en beperking
 
van
 
risico’s
 
voor de
 
gehele organisatie.
De maturiteitsbeoordeling voor
 
veiligheid werd getest
met
 
het
 
doel
 
om
 
rekening
 
te
 
houden
 
met
 
de
 
lessen
geleerd
 
van
 
vestigingen
 
over
 
de
 
gehele
 
organisatie
wereldwijd.
Op
 
28
 
april
 
vierde
 
UCB
 
World
 
Day
 
for
 
Safety
 
and
Health at Work
 
door zich te
 
richten op Ergonomie
 
en
de
 
Preventie
 
van
 
Musculoskeletale
 
Aandoeningen
(MSD).
 
Dit
 
was
 
een
 
kans
 
om
 
te
 
herinneren
 
dat
 
het
creëren
 
van
 
waarde
 
voor
 
patiënten,
 
nu
 
en
 
in
 
de
toekomst,
 
begint
 
met
 
zorg
 
te
 
dragen
 
voor
 
onszelf.
Collega's
 
over
 
de
 
hele
 
wereld
 
grepen
 
de
 
kans
 
om
ucbsa-2021-12-31p54i0
specifieke activiteiten
 
te organiseren,
 
zoals webinars,
online
 
opleidingscursussen
 
en
 
zelfs
 
persoonlijke
gesprekken, terwijl hygiënische
 
voorschriften werden
gerespecteerd, alsook het ontwikkelen
 
van specifieke
communicatie,
 
podcasts
 
en
 
animatiefilms
 
om
 
het
onderwerp te benadrukken.
 
Ten
 
slotte,
 
ter
 
ondersteuning
 
van
 
het
 
Global
Occupational Hygiene Program van UCB, hebben
 
onze
collega’s
 
van
 
plaatselijke
 
HSE-afdelingen
 
in
productielocaties plaatselijke bewakingsprogramma’s
ingesteld
 
om
 
de
 
blootstelling
 
van
 
medewerkers
 
aan
specifieke
 
gevaren
 
te
 
evalueren
 
en
 
controleren.
Kwalitatieve
 
en kwantitatieve
 
beoordelingen werden
tijdens
 
het
 
jaar
 
uitgevoerd
 
met
 
betrekking
 
tot
blootstelling
 
aan
 
specifieke
 
chemische
 
stoffen
 
en
fysieke gevaren
.
ucbsa-2021-12-31p55i0
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
Bij UCB streven we ernaar om diversiteit, gelijkheid en inclusie op te nemen in al onze zakelijke activiteiten.
 
De verscheidenheid aan ideeën, ervaring en
persoonlijke achtergrond die onze collega’s
 
naar hun
werk brengen wordt gevoeld in de waarde die we
leveren aan patiënten, aangezien het bevorderen van
een boeiende en inclusieve omgeving waar collega’s
zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen hen hun
hoogste potentieel laat bereiken. We maken
 
grote
vorderingen om diversiteit, gelijkheid en inclusie in
elk niveau van de organisatie op te nemen. Dit is
vooral belangrijk gezien de introductie van het
hybride werkmodel: hoewel dit meer flexibiliteit
biedt voor onze collega’s, kan dit ook exclusie
 
of
ongelijkheid veroorzaken als er niet juist mee wordt
omgegaan. Over de andere sociale risico's wordt
gerapporteerd in de sectie Risicobeheer van dit
verslag.
Onze vooruitgang op het gebied van diversiteit,
gelijkheid en inclusie meten
In 2021 benaderden we diversiteit, gelijkheid en
inclusie vanuit een perspectief gebaseerd op bewijs
en boekten we vooruitgang in het opstellen van
indexen voor gelijkheid en inclusie en het bevorderen
van onze inspanningen op dit gebied, niet alleen voor
diverse vertegenwoordiging, maar ook in onze
processen, systemen en beleidslijnen.
 
Onze algemene ambitie betreff ende diversiteit is om
minstens een genderevenwicht van 40/60 in hoger
management te verkrijgen, een vertegenwoordiging
van gekleurde mensen om de plaatselijke demografi
e en de wereldwijde werkbevolking te weerspiegelen
en de meerdere generaties van de wereldwijde
werkbevolking weer te geven. op het gebied van
gelijkheid blijven we ons richten op het bieden van
vergelijkbare loopbaankansen aan verschillende
geslachtsgroepen en etniciteitsgroepen. Ten
 
slotte
wordt onze inclusie gemeten via een gelijkheids-
 
en
inclusieenquête voor medewerkers om ons twee
dimensies te helpen evalueren: gevoel van veiligheid
(gebaseerd op psychologische veiligheid in teams,
psychologische veiligheid met leiders, micro-
agressies) en transparantie en objectiviteit in het
proces (gebaseerd op beslissingen inzake talent en
salaris).
 
We zijn van plan om in de nabije toekomst een
uitgebreide uitgangswaarde voor deze 3 indexen te
publiceren en jaarlijks onze prestaties bekend te
maken.
 
We streven er ook naar om een inclusieve werkplek
voor alle medewerkers te verzekeren
 
door barrières
weg te nemen voor vooruitgang, gelijkheid te
garanderen in vergoeding en beloning, en door onze
talent-pijplijn te bouwen door inclusief talent
management. In landen waar meer dan 150 mensen
werkzaam zijn, d.w.z.
 
China, Duitsland, Japan,
Frankrijk, Zwitserland, het VK en de VS, is 85% van
het leiderschapsteam afkomstig uit het land zelf (86%
vorig jaar) en is de verdeling tussen vrouwen en
mannen respectievelijk 41% en 59%. Meer informatie
over diversiteit op het niveau van de Raad van
Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB vindt u in
het hoofdstuk Ons Deugdelijk Bestuur van dit verslag.
 
 
ucbsa-2021-12-31p56i0
Focus op wat belangrijk is
In 2021 gingen we door met verscheidene belangrijke
initiatieven.
 
Deze
 
omvatten
 
het
 
inclusieve
leerprogramma
 
dat
 
collega's
 
aanspoort
 
rekening
 
te
houden
 
met
 
een
 
aantal
 
gedragslijnen
 
waaronder
respect
 
voor
 
anderen,
 
openheid
 
van
 
geest,
leergierigheid, culturele
 
competentie, vriendelijkheid
en
 
empathie.
 
Dit
 
programma
 
was
 
het
 
voorbije
 
jaar
een
 
van
 
de
 
centrale
 
programma's
 
voor
 
diversiteit,
gelijkheid
 
en
 
inclusie
 
bij
 
UCB,
 
beginnend
 
met
 
de
opleiding
 
onbewuste
 
vooringenomenheid.
 
Aan
 
het
einde van
 
2021 hadden
 
meer dan
 
1 500
 
collega’s
 
dit
inclusieve
 
leerprogramma
 
gevolgd.
 
We
 
hebben onze
inspanningen ook
 
gericht op
 
het vormen
 
van diverse
teams en het
 
uitrusten van leiders om
 
inclusief en
 
met
empathie
 
te
 
leiden
 
zodat
 
ze
 
zo
 
nodig
 
moedige
gesprekken kunnen houden met hun teamleden.
Samen verbinden
Dit jaar hebben we onze capaciteiten uitgebreid via
onze Employees Resource Groups (ERG’s)
 
en de
belangrijke rol aangetoond dat deze spelen in het
betrekken en ondersteunen van medewerkers
 
van
verschillende etniciteiten en achtergronden. De
totale lidmaatschap van onze ERG-gemeenschappen
groeide met 61%, met ongeveer 1 800 medewerkers
die nu betrokken zijn bij deze initiatieven. Dit maakt
21% van het personeelsbestand uit. Er zijn
momenteel 8 ERG’s, waarvan er drie nieuw zijn in
2021.
 
Een nieuwe ERG,
Avid
, streeft ernaar om een veilige,
bevredigende en empathische omgeving te creëren
voor collega’s van UCB met een
gezondheidsaandoening of een handicap of collega’s
die zorgverleners voor deze personen zijn. In 2021
werd ook
ACES
 
opgericht, een groep die zich toewijdt
aan het ondersteunen en verenigen van Aziatische
collega’s van UCB over
 
de hele world, met een missie
om culturele diversiteit en de professionele
ontwikkeling van zijn leden te bevorderen.
Ondertussen ontwikkelde zich de Youngsters ERG,
voortbouwend op gegevens die aangeven dat tot vijf
generaties in een team kunnen bestaan, door zijn
doel te vernieuwen en zich opnieuw te richten op
een multigenerationele ERG onder de nieuwe naam
Emerge
. Het is belangrijk om op te merken dat,
hoewel verscheidene ERG’s zijn gestart in de VS, de
evolutie van ERG’s bij UCB een bredere expansie
omvat in zowel nationale als internationale markten
voor 2022 en daarna.
 
ucbsa-2021-12-31p57i2 ucbsa-2021-12-31p57i1 ucbsa-2021-12-31p57i0
Hieronder is een lijst van de Employee Resource
Groups die momenteel actief zijn bij UCB:
 
ACES: Aziaten die zich inzetten voor
uitmuntendheid en succes
 
Avid: Collega’s van UCB met een
gezondheidsaandoening, een handicap of die een
zorgverlener zijn
B.E.I.N.G.: Black Employee Interconnecting
Network Group
EMERGE (voorheen Youngsters): Generationele
ERG
RAÍZ: Latijns-amerikaanse en spaanse collega’s
UCB+: LGBTQ+ collega’s
 
UNITED FOR VETERANS: Veteranen en
voorstanders van veteranen
 
WiL: Vrouwen in leiderschap
Avid Employee Resource Group
 
Ongeveer
 
15%
 
van
 
de
 
wereldbevolking
 
heeft
 
een
handicap.
 
In
 
2020
 
toonde
 
een
 
interne
 
enquête
 
dat
onze collega’s die zorgverleners zijn het
 
laagste gevoel
van welzijn hadden. Deze bevindingen, gecombineerd
met
 
een
 
groeiend
 
bewustzijn
 
van
 
de
 
specifieke
behoeften van
 
collega’s
 
met handicaps,
 
leidde tot
 
de
creatie
 
van
 
Avid,
 
een
 
ERG
 
voor
 
collega’s
 
met
 
een
handicap of een chronische, acute,
 
zichtbare,
 
onzichtbare,
 
fysieke
 
of
 
geestelijke
aandoening,
 
alsook
 
zorgverleners
 
of
 
een
 
andere
collega
 
die
 
wenst
 
deel
 
te
 
nemen.
 
Avid
 
heeft
momenteel
 
275
 
leden
 
en
 
het
 
doel
 
is
 
om
 
al
 
deze
personen een stem te geven. We
 
weten dat collega’s,
als
 
lid
 
van
 
een
 
groep
 
zoals
 
Avid,
 
kunnen
 
worden
geholpen
 
bij
 
het
 
realiseren
 
dat
 
er
 
anderen
 
zijn
 
die
dezelfde
 
ervaring hebben, zelfs
 
als ze
 
niet voelen
 
dat
ze
 
hun
 
eigen
 
zorgen
 
kunnen
 
delen.
 
We
 
zijn
 
hier
 
om
inclusiviteit te
 
helpen groeien,
 
om meer
 
gelijkheid te
creëren en
 
een zorgzame,
 
empathische omgeving
 
op
te bouwen. Kortom,
 
we zorgen ervoor
 
dat alle
 
mensen
kunnen gedijen
.
ucbsa-2021-12-31p58i0
Samen plaatselijk
 
Naast internationale, bedrijfsbrede initiatieven voor
diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit namen in 2021
de plaatselijke activiteiten hiervoor toe. In de VS
implementeerden we een opleiding over moedige
conversaties om de systemische aard van
rassenonrechtvaardigheid en -ongelijkheden te
behandelen. In andere markten, dankzij de acties van
vijf plaatselijke raden voor diversiteit, gelijkheid en
inclusiviteit (VK, Duitsland, VS, Zwitserland en Japan)
namen een aantal initiatieven in tempo toe en we
verwachten dat meer plaatselijke raden in 2022
zullen worden gecreëerd.
 
ucbsa-2021-12-31p59i0
Cultuur en leiderschap blijven versterken
 
De strategie van UCB bouwt voort op onze sterke basis om “Geïnspireerd door patiënten” te worden.
 
Gedreven
door Wetenschap”.
 
De culturele component van onze strategie is gericht
op het aanmoedigen van elk van de medewerkers
van UCB om verantwoordelijk te zijn voor het creëren
van betekenisvolle waarde voor patiënten
 
door te
blijven focussen op de creatie van waarde en ernaar
streven om een positieve impact te hebben in alles
wat we doen terwijl we de grenzen van innovatie
blijven verleggen. Om samen onze gedeelde ambitie
te realiseren, moeten collega’s
 
van UCB voortdurend
leren, ontwikkelen en zich aanpassen om klaar te zijn
om interne en externe uitdagingen aan te gaan. Er
wordt gelet op het ontwikkelen van de authenticiteit,
het aanpasvermogen en weerstandvermogen van
onze leiders en, meer recent, hun vermogen om op
verschillende niveaus te denken.
Hoe we de evolutie van cultuur en leiderschap
evalueren
 
In 2021 voerden we een enquête met betrekking tot
cultuur en leiderschap uit om de evolutie van cultuur
en leiderschap over de laatste paar jaar bij UCB te
meten. Dit werd gedaan via workshops, interviews
en crowdsourcing-informatie van leiders binnen de
 
organisatie, waarbij de resultaten toonden dat ons
verwachte gedrag zeer goed gekend is en
opgenomen is in het bedrijf als het leidend beginsel
van onze cultuur.
 
Topline-feedback van
 
de enquête
toonde onze sterke punten, aandachtsgebieden en
komende onderwerpen.
 
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p60i0
Deze resultaten dienen als basis om verder na te
denken over hoe onze cultuur en leiderschap zal
evolueren om onze volgende strategische fase te
ondersteunen.
Een organisatiebreed competentiekader werd
 
in
2021 ontwikkeld om meer duidelijkheid te bieden
over de verwachte prestaties en een duidelijke link te
creëren tussen individuele en organisatorische
prestaties. In een tijdperk van flexibel werken is het
essentieel dat we kunnen blijven voordeel halen uit
onze sterke punten en crossfunctioneel kunnen
werken.
Voortbouwen op onze leercultuur
 
In
 
2021
 
ontving
 
96%
 
van
 
onze
 
medewerkers
regelmatig
 
prestatiebeoordelingen
 
en
 
82%
 
van
 
onze
medewerkers
 
ontvingen
 
regelmatig
carrièreontwikkelingsbeoordelingen.
 
Om
 
in
verbinding komen te staan buiten
 
ons bedrijf en
 
op de
hoogte te blijven van huidige maatschappelijke
 
trends
en
 
uitdagingen,
 
bleven
 
we
 
in
 
2021
 
opinieleiders
uitnodigen
 
om
 
gesprekken
 
te
 
houden
 
onder
 
de
#imagine
 
webinar
 
reeks
 
die
 
ook
 
beschikbaar
 
is
 
voor
het
 
algemene
 
publiek.
 
De
 
#imagine
 
webinars
 
zijn
belangrijk voor
 
alle collega’s
 
van
 
UCB
 
aangezien
 
we,
om waarde en
 
een positieve impact
 
op het leven
 
van
patiënten
 
te
 
creëren,
 
onze
 
ambitie
 
voor
 
patiënten
moeten voorstellen met belangrijke maatschappelijke
 
uitdagingen
 
in
 
gedachten
 
en
 
een diep
 
begrip van
 
de
context
 
rond
 
ons
 
ontwikkelen.
 
Door
 
deze
verschillende
 
elementen
 
te
 
verbinden
 
wordt
 
ons
vermogen
 
versterkt
 
om
 
nieuwe
 
aanpakken
 
te
bedenken
 
voor
 
waardecreatie
 
en
 
te
 
zorgen
 
voor
sterke
 
prestaties
 
en
 
een
 
succesvolle
 
toekomst
 
voor
UCB.
 
We
 
hebben
 
experts
 
uitgenodigd
 
die
 
extern
inzicht
 
en
 
verschillende
 
perspectieven
 
hebben
verschaft
 
om
 
ons
 
te
 
helpen
 
nadenken
 
over
alternatieve
 
manieren
 
voor
 
waardecreatie,
 
over
onderwerpen
 
zoals
 
systeemdenken
 
in
gezondheidszorg,
 
intersectionaliteit,
 
welzijn
 
in
 
een
digitaal
 
tijdperk
 
en
 
de
 
oorzaken
 
voor
 
vertrouwen
 
in
vaccins en terughoudendheid.
 
Focus op cultuur in de hele organisatie
Tijdens het uitbreiden van het succes van de
leiderschapsprogramma’s die we vorig jaar
uitvoerden met het international
International
Institute for Management Development
 
(IMD) in
Zwitserland, bleven leiders in 2021 hun strategische
en leiderschapsvaardigheden ontwikkelen via een
reeks workshops. UCB bleef dit programma
verwezenlijken met nieuwe modules in de laatste
voorbereidingsfasen. Deze aanvullende modules
zullen in 2022 worden uitgerold naar het leiderschap.
Ten slotte,
 
om op gepaste wijze nieuwkomers te
verwelkomen die zich tijdens de pandemie aansloten
bij UCB, werd een virtuele introductiemodule
ontwikkeld waarin elementen zoals de visie, cultuur
en het leiderschap van UCB zijn opgenomen. We
hebben ook een cultuurinfusieboek opgesteld om
discussies teweeg te brengen en workshops te
ontwikkelen, waarbij iedereen wordt teruggebracht
naar een basisniveau voor het begrip van onze
cultuur, dat samenwerking en leergierigheid centraal
stelt.
 
ucbsa-2021-12-31p61i0
Leren en ontwikkeling
Bij UCB
 
werken
 
we voortdurend
 
om de
 
kloof te
 
dichten tussen
 
huidige en
 
toekomstige
 
capaciteiten om
 
ervoor te
zorgen dat we gediff erentieerde oplossingen kunnen leveren voor patiënten met ernstige
 
ziekten.
In
 
2021
 
boekten
 
we
 
belangrijke
 
vooruitgang
 
op
 
het
gebied van capaciteitsplanning. Door een “top-down”
en
 
“bottomup”
 
benadering
 
te
 
nemen,
 
kwam
 
een
breed perspectief
 
van
 
de capaciteitskloof
 
naar voren
die
 
ons
 
toeliet
 
om
 
onze
 
aandachtsgebieden
 
te
 
defi
niëren
 
en
 
ervoor
 
te
 
zorgen
 
dat
 
we
 
niemand
achterlieten.
Ons personeelsbestand voorbereiden op de toekomst
De recente lancering van BIMZELX® gecombineerd
met de rijkheid van de pijplijn in laat stadium van
UCB heeft een gerichte inspanning veroorzaakt om
onze capaciteit voor uitmuntende lancering te
vergroten. De aanpak vertrouwde op strategische
capaciteitsplanning en “build/buy/borrow”-
methodologieën en was grotendeels succesvol
dankzij een goed geanticipeerd en georganiseerd
leer- en ontwikkelingsprogramma en talentacquisitie.
Naast uitstekende lanceringscapaciteiten, ligt onze
focus op onze Digitale bedrijfstransformatie en op
capaciteiten inzake zeldzame ziekten en we
verwachten dat we ons in de komende jaren zullen
richten op internationale capaciteiten inzake
gentherapie. Ten
 
slotte ontwerpen we
organisatorische behendigheid als een capaciteit die
zich ontwikkelt over de hele organisatie en brengen
bestaande inspanningen in overeenstemming om ze
te versnellen en aan te passen om te voldoen aan
maatschappelijke behoeften, wijzigingen en
onverwachte situaties.
 
De sterk gespecialiseerde aard van onze industrie
zorgt voor een competitieve talentenmarkt. Daarom
is het aantrekken, ontwikkelen en behouden van
Onderzoek & Ontwikkeling toptalent cruciaal.
Hiervoor hebben we verscheidene gerelateerde
initiatieven in 2021 uitgerold, specifi ek gericht op
O&O professionals:
 
• Financiering van een reeks interne en externe
PhD’s in de volgende academische instellingen in het
VK en EU: de universiteiten van Oxford en
Cambridge, King’s College London, University College
London, Queen Mary University of London, Birkbeck
University of London, universiteiten van Edinburgh,
Leicester,
 
Liverpool, Manchester, Bristol, en Bath,
alsook de universiteit van Maastricht en KU Leuven.
 
• Uitnodigen van een aantal gastsprekers om met
jonge professionals te spreken, waaronder including
motivational speaker John O’Leary, auteur van ”On
Fire” en “In Awe”.
 
• Functieroulatie tussen verschillende rollen blijven
bieden aan medewerkers die werken in Development
Solutions, zodat ze hun professionele ervaring
kunnen uitbreiden en kunnen samenwerken in
verschillende afdelingen.
 
 
ucbsa-2021-12-31p62i1 ucbsa-2021-12-31p62i0 ucbsa-2021-12-31p62i2
• De invoering van een sponsorschapprogramma
tussen leidinggevenden van UCB en jonge
medewerkers om opkomend talent te ontwikkelen.
Vroege carrièreprogramma
 
Het aantrekken van het juiste talent met de juiste
vaardigheden en expertise is essentieel voor UCB om
onze ambitie te realiseren. Om toekomstige leiders
te ontwikkelen werd in 2021 het Vroege
carrièreprogramma gecreëerd om verscheidene
initiatieven te ontwikkelen en reeds begonnen
initiatieven te verbeteren. Dit omvat een reeks
instapopties voor recent afgestudeerden, waaronder
een tweejarig programma bestaande uit drie rotaties
van acht maanden in internationale UCB-hubs.
 
In 2021 werkten we ook samen met verscheidene
Belgische universiteiten, zoals de universiteit van
Bergen, KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel op
het gebied van digitale productie en technologie. We
hebben 21 partnerschappen opgesteld met
universiteiten en gelijkgestemde organisaties en onze
aanwezigheid versterkt op internationale
carrièrebeurzen, inzichtdagen en lezingen, waarin
UCB en Vroege Carrières was vertegenwoordigd voor
een publiek van bijna 39 000 ‘jong talent’. In de VS
hebben we ons stageprogramma voortgezet dat
vorige jaar 100% virtueel was.
 
ucbsa-2021-12-31p63i0 ucbsa-2021-12-31p63i2 ucbsa-2021-12-31p63i1
Onze vooruitgang voor talentacquisitie meten
 
Tijdens het voorbije jaar werd een nieuw Candidate
Relationship Management tool (CRM)
geïmplementeerd om de sollicitaties van kandidaten
te beheren en meten op de carrièresite van UCB,
waardoor het beheer van gehele carrièrecampagnes
kon worden geïmplementeerd en gevolgd. In 2021
werd onze carrièresite 836 216 keer bezocht en
werden 33 457 sollicitaties beheerd ten opzichte van
onze 1 147 externe aanwervingen. . Onze inzet voor
een door inzicht geleide wervingsstrategie werd in
december 2021 herkend toen het UCB Talentteam de
 
LinkedIn Talent
 
Insights Award kreeg voor bedrijven
met hoofdkantoor in België. De prijs erkent bedrijven
die LinkedIn Talent
 
Insights gebruikt om
geïnformeerde talentbeslissingen te nemen met
realtime inzicht
.
 
ucbsa-2021-12-31p64i0
Samen voor gemeenschappen
Bij UCB weten we dat de uitdagingen waarmee de wereld wordt geconfronteerd, van klimaatverandering tot
toenemende ongelijkheden, onlosmakelijk verbonden zijn. We pakken internationale uitdagingen aan die zich
op het kruispunt van onze zakelijke strategie
 
en bredere maatschappelijke belangen bevinden, in het bijzonder
wanneer deze aanleunen bij onze expertise. We proberen ook mensen te ondersteunen die in de
gemeenschappen wonen waarin we actief zijn, door onze plaatselijke connecties te vergroten en ongelijkheden
op het vlak van gezondheid in kwetsbare groepen aan te pakken.
Relaties met onze leveranciers versterken
 
Continuïteit van de toeleverings-
 
en distributieketens
garanderen
Onze interne ontwikkelings- en
productiemogelijkheden en ons externe netwerk
bestrijken samen het volledige activiteitenspectrum
op het gebied van Chemie, Productie en Besturing
(CPB) voor kleine en grote moleculen – van proces-,
analyse-, formulering-, apparaat- en
verpakkingsontwikkeling tot preklinische, klinische en
commerciële werkzame stof, evenals
 
de productie
van het geneesmiddel, vulling en afwerking,
 
hulpmiddelassemblage en verpakking. Deze
activiteiten worden uitgevoerd op al onze sites en bij
geselecteerde partners en contractproductie-
organisaties (CMO’s). We
 
hebben wereldwijd
distributiecentra voor rechtstreekse distributie van
de meeste van onze commerciële en klinische
producten. We maken hierbij ook gebruik van
externe distributeurs. Via onze wereldwijde supply
chain-organisatie zorgen we voor end-to-end toezicht
op de levering - dit van inkoop van grondstoffen tot
levering in elk van de landen waar UCB rechtstreeks
levert.
Samenwerken met onze leveranciers voor een betere
maatschappelijke impact
Met een gemeenschappelijk doel om een
maatschappelijke impact te hebben, zet UCB zich in
om haar leveranciers de informatie te verstrekken
die essentieel is voor samen succesvol te zijn. We
hebben reeds een actieplan voor het opvolgen van
de naleving door leveranciers met betrekking tot
onderwerpen zoals ethische werkmethodes,
mensenrechten, ethiek en diversiteit, gelijkheid en
inclusie en we werken samen met onze leveranciers
om onze gezamenlijke prestaties te
 
verbeteren.
 
UCB blijft
EcoVadis
gebruiken als haar partner om
onze leveranciers te beoordelen op het vlak van
milieubescherming, arbeids-
 
en mensenrechten en
 
 
 
 
ethische zakelijke praktijken.
 
In 2021 verhoogde UCB
het aantal leveranciers in de audit voor
duurzaamheidsprestaties van EcoVadis
 
tot 229
leveranciers, 30% van onze uitgaven. Deze
 
groep
omvat strategische leveranciers,
 
contractuele
producerende organisaties (CPO’s) en
contractonderzoeksorganisaties
.
 
We werken samen met
RiskMethods
, een
risicobeheersoftware voor toevoerketens die
mogelijke risico’s
 
identificeert in onze toevoerketen
op het gebied van arbeidspraktijken en
mensenrechten, eerlijke zakelijke
 
praktijken, ethiek
en milieu-impact. Onze risicobeheeraanpak werd in
2021 ook opnieuw beoordeeld om toekomstige
risico’s op te nemen, waaronder natuurlijke gevaren
ennatuurrampenen waterschaarste voor onze
strategische leveranciers, naast volatiliteit in de
vraag, overmatige nationale voorraadopbouw en, in
verband hiermee, exporten transportbeperkingen.
In het kader van het
Science Based Targets initiative
(SBTi) verbindt UCB zich ook toteen doel inzake
leveranciersbetrokkenheid; minstens 60% van onze
scope 3 broeikasgasemissies (GHG) door externe
partners voor 2025 te dekken. Om dit doel te
bereiken stellen we een jaarlijks plan op om ons te
richten op belangrijke leveranciers die we willen
beïnvloeden. In 2021 voerdeorganiseerde UCB
speciale digitale evenementen uit voor bepaalde
categorieën van leveranciers om te bespreken hoe ze
kunnen bijdragen tot het verminderen van hun
voetafdruk. Voor CPO’s
 
hebben we diepere
betrokkenheidsactiviteiten en gesprekken. Raadpleeg
voor meer informatie over hoe leveranciers van UCB
worden aangemoedigd om hun eigen klimaatdoelen
te bereiken de sectie Onze emissies verminderen in
het hoofdstuk Samen voor de planeet.
 
Ten slotte
 
streven we ernaar zakelijke partners te
betrekken om ethische, sociale en milieuprestaties in
onze toeleveringsketen te verbeteren.
 
UCB heeft zich
verenigd met andere farmaceutische bedrijven als
onderdeel van het
Pharmaceutical Supply Chain
Initiative
 
(PSCI), dat ernaar streeft om sociale,
gezondheids-, veiligheids- en milieuresultaten te
bevorderen in de gemeenschappen waarin we
kopen. We zijn van mening dat, door kennis en
expertise te delen, leden van dit initiatief meer
effectief verandering in de wereld kunnen
teweegbrengen dan elke organisatie afzonderlijk
 
.
 
 
ucbsa-2021-12-31p66i0 ucbsa-2021-12-31p66i1
Kwetsbare gemeenschappen ondersteunen via filantropie
Bij UCB gaat onze verantwoordelijkheid
 
verder dan de impact die we kunnen creëren
 
via onze zakelijke
 
aanpak. We kunnen
een verschil maken in de wereld
 
rond ons via gerichte filantropische
 
bijdragen, waarvoor we samenwerken
 
met deskundige
organisaties om de grootste
 
impact op drie belangrijke gebieden te
 
leveren:
 
Wetenschap inspireren voor betere gezondheid
 
In de VS is “Wetenschap inspireren voor betere
gezondheid” een belangrijke focus van onze fi
lantropische inspanningen. Ondanks de vooruitgang
in recente jaren weerspiegelt het aantal mensen
actief in STEM vandaag niet de Amerikaanse
bevolking met betrekking tot geslacht, ras en
etniciteit. Om deze kloof aan te pakken zocht UCB
kansen STEM om onderwijskansen te ondersteunen
in de gemeenschappen waar UCB een kantoor heeft.
Via een combinatie van proactieve toenadering en
bestaande contacten droeg UCB bij tot 18 plaatselijke
organisaties om STEM-educatie te ondersteunen met
een speciale focus op basis en secundair onderwijs
en onderbediende populaties.
Als voorbeeld ondersteunde UCB
BioBuilder
, in
Boston, VS. BioBuilder heeft een veelomvattende
aanpak voor het opkomende gebied van synthetische
biologie en biedt programma’s voor jonge studenten
en hun leraars om biologie en techniek op te nemen
via praktische lessen en clubactiviteiten. UCB steunt
de kosten van de BioBuilder Apprenticeship
Challenge, een pre-professionele ervaring voor
middelbare scholieren in Boston om hen voor te
bereiden op zomerstages in life science bedrijven.
 
ucbsa-2021-12-31p67i1 ucbsa-2021-12-31p67i0
Om gemeenschappen te bereiken buiten onze
kantoren kregen ook medewerkers van
 
UCB op
locatie de kans om een gemeenschapsgerichte STEM-
organisatie in hun plaatselijk gebied te nomineren
om aanvullende subsidies te krijgen en zo verder
onze impact te vergroten.
Gemeenschappen inspireren voor betere gezondheid
In 2020 werd het UCB Community Health Fund
opgericht als reactie op de COVID-19 pandemie om
ongelijkheden op het gebied van gezondheid in
kwetsbare populaties aan te pakken. Het fonds, dat
wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting in
België, heeft een holistische visie op de term
“gezondheid”,
 
dat ook fysiek en psychosociaal welzijn
omvat.
Het doel van het fonds is deze populaties te
ondersteunen door subsidies te verstrekken aan
organisaties die impactgestuurde projecten
ontwerpen, implementeren en evalueren en
organisaties die sociale wetenschaps- en/ of
medische onderzoeksprojecten nastreven buiten de
traditionele therapeutische gebieden van UCB.
Hiervoor hebben we in 2021 een tweede oproep
voor projecten gelanceerd die zich richten op de
geestelijke gezondheid van kwetsbare jonge mensen
(15-24 jaar oud).
 
Voor deze tweede oproep voor projecten ontving het
fonds 145 aanvragen van organisaties en projecten
die op positieve wijze de geestelijke gezondheid van
jonge mensen beïnvloeden. Hierdoor hebben we
bijgedragen tot in totaal 49 organisaties
 
en projecten
en subsidies tussen €30 000 (USD 36 000) en €50 000
(USD60 000) elk gegeven. Sinds zijn oprichting in
2020 heeft het fonds €4,5 miljoen aan 99 projecten
wereldwijd gedistribueerd.
ucbsa-2021-12-31p68i1 ucbsa-2021-12-31p68i0
Kubb-avonden bij Hejmo (SOS Kinderdorpen)
In 2021 ondersteunde het Community Health Fund
van UCB Hejmo, een project van SOS Kinderdorpen.
Hejmo is een opvangtehuis in Leuven dat onderdak
biedt aan maximaal negen alleenstaande
minderjarige vluchtelingen, waar ze de vrede,
veiligheid en begeleiding kunnen vinden die ze nodig
hebben om een nieuw leven in België uit te bouwen.
Elke week in de zomer organiseert Hejmo
Kubbavonden: evenementen die de jonge mensen bij
Hejmo samenbrengen met een aantal uitgenodigde
gasten. De avonden vinden plaats in de tuin waar
Kubb, een bowlingspel, plezier en ontspanning biedt.
De jonge mensen zijn volledig verantwoordelijk voor
het organiseren van de Kubb-avonden: van het
samenstellen van de teams tot koken voor hun
gasten en ervoor zorgen dat alles vlot verloopt.
Terwijl ze
 
samen spreken en eten, leren ze vele
mensen en organisaties kennen. Op deze manier
bouwen ze een groot sociaal netwerk. De avonden
geven de jonge mensen ook de kans om samen
elkaars wereld te ontdekken, solidariteit onder de
gasten te genereren en hun sociale vaardigheden te
verbeteren.
 
Toegang
 
tot betere gezondheid inspireren
 
Het Societal Responsibility Fund van UCB werd in
2014 gezamenlijk gelanceerd door UCB en de Koning
Boudewijnstichting met het doel om de
levenskwaliteit en toegang tot neurologische zorg te
verbeteren voor personen met epilepsie in
 
omgevingen met lage en middelmatige inkomens. In
2021 hebben we het fonds ontwikkeld om zich te
richten op filantropische inspanningen voor het
versterken van zorgsystemen
 
onder het recent
hernoemde Innovation for Health Equity Fund van
UCB.
 
 
 
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p69i0
We blijven ernaar streven om de behandelingskloof
in neurologie- en epilepsiezorg te verkleinen voor de
armste patiëntpopulaties.
 
Onze filantropische aanpak vult ons werk aan om
sociale bedrijven op te richten die voldoen aan de
behoeften van epilepsiepatiënten in omgevingen
met lage en middelmatige inkomens. Meer
informatie hierover vindt u in de sectie Toegang
 
van
het hoofdstuk Samen voor patiënten.
 
In de voorbije jaren heeft UCB ook een aantal
projecten in Afrika en Azië op verschillende manieren
ondersteund. Deze omvatten
 
activiteiten zoals
voorlichting van zorgverleners over epilepsie,
ziektebewustwording vergroten, toegang tot
diensten zoals diagnostische diensten verbeteren en
opleiding van onderzoekers en neurologen van de
volgende generatie. Ze werden uitgevoerd met
partners zoals
Duke University
,
Project Hope
,
WHO
,
Fracarita Belgium
,
Handicap International
en
anderen. Als een programma werd uitgesteld wegens
onderbrekingen veroorzaakt door COVID-19, heeft
UCB ingestemd om het programma in 2022 te
verlengen.
Neurologische vaardigheden in Rwanda verbeteren
Het Innovation for Health Equity Fund van UCB biedt
hulp aan de Universiteit Gent in België om een
Neurologie Masters-leerprogramma te ontwikkelen
met de University of Rwanda.
 
Het curriculum is wetenschappelijk goedgekeurd. In
dit nieuwe traject nemen artsen in opleiding deel aan
een plaatselijk leerprogramma in plaats van in het
buitenland te studeren.
 
Het einddoel van dit nieuw binnenlands leer- en
opleidingsprogramma is om 16 nieuwe neurologen te
hebben in het land na het programma. We hopen dat
dit zal bijdragen tot het vormen van een regionaal
neurologisch centrum van excellentie dat beter de
onvervulde behoeften van mensen met epilepsie in
Rawanda en in omgevende landen kan vervullen.
ucbsa-2021-12-31p71i1 ucbsa-2021-12-31p71i0
Samen voor de planeet
We bekijken onze zakelijke
 
activiteiten op lange termijn. We streven ernaar onze groei te ontkoppelen van onze
milieuvoetafdruk zodat we de planeet kunnen beschermen voor toekomstige generaties.
 
Het is nu duidelijker dan ooit dat het beschermen van de menselijke gezondheid ook het
beschermen van de gezondheid van onze planeet inhoudt. Bij UCB streven we ernaar om zo milieuvriendelijk
mogelijk oplossingen te ontwikkelen, produceren en leveren voor de mensen die we dienen.
We
 
bekijken
 
dit op
 
lange
 
termijn,
 
rekening
 
houdend
met
 
de
 
totale
 
voetafdruk
 
van
 
onze
 
zakelijke
activiteiten
 
naast
 
onze
 
groei.
 
Onze
 
inspanningen
 
op
dit gebied
 
zijn niet alleen
 
gericht op
 
het zelf
 
aangaan
van
 
de
 
uitdaging,
 
maar
 
ook
 
samen
 
te
 
werken
 
met
partners
 
in
 
onze
 
end-to-end
 
waardeketen
 
om
collectieve en gecoördineerde vooruitgang te boeken.
Naarmate
 
de
 
portfolio
 
en
 
pijplijn
 
van
 
UCB
 
blijft
groeien,
 
streven
 
we
 
ernaar
 
om
 
onze
 
groei
 
te
ontkoppelen
 
van
 
onze
 
milieuvoetafdruk.
 
Met
 
onze
ambitie in absolute waarde en rekening houdend met
onze
 
rol
 
in
 
de
 
maatschappij,
 
moeten
 
we
 
onze
bestaande
 
voetafdruk
 
blijven
 
verminderen
 
en
 
de
milieu-impact
 
van
 
onze
 
groei
 
blijven
 
vermijden
 
en
absorberen.
 
Over
 
milieugerelateerde
 
risico’s
 
wordt
gerapporteerd
 
in
 
de
 
sectie
 
Risicobeheer
 
van
 
dit
verslag.
 
We
 
gebruiken
 
geavanceerde
 
rekenmodellen
om onze milieuvoetafdruk
 
tot 2030 te
 
modelleren en
te voorspellen,
 
met inbegrip
 
van onze
 
zakelijke
 
groei
en de activiteiten die we uitvoeren om onze impact
 
te
verminderen.
 
We
 
gebruiken
 
meerdere
 
invalshoeken,
zoals
 
onze
 
historische
 
en
 
huidige
 
milieuconsumptie,
ons
 
tienjarig
 
plan
 
voor
 
verminderde
 
milieubelasting,
pijplijnen,
 
productieplanning
 
en
temperatuurvoorspelling
 
om
 
een
 
navigatiemiddel
 
te
creëren
 
dat
 
onze
 
voetafdruk
 
in
 
kaart
 
brengt
 
en
identificeert
 
waar
 
we
 
onze
 
inspanningen moeten
 
op
richten, maximaliseren en versnellen.
Geanimeerde video ontwikkeld om
 
de principes voor gezondheid van de planeet van UCB
 
bekend te maken
 
in de organisatie.
ucbsa-2021-12-31p72i0 ucbsa-2021-12-31p72i1
Prioriteitsgebieden 2030
 
Om onze gezamenlijke inzet om bij te dragen tot
 
de gezondheid van de planeet aan te tonen, hebben we
ambitieuze doelstellingen vooropgesteld om klimaatneutraal te zijn en onze ecologische impact tegen 2030 op drie
belangrijke prioriteitsgebieden te verminderen:
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p73i0
Klimaatneutraal zijn tegen 2030
Onze inzet om tegen 2030
 
klimaatneutraal te zijn voor
de
 
verrichtingen
 
die
 
we
 
rechtstreeks
 
controleren
 
zal
worden behaald via twee mechanismen:
 
80%
 
van
 
onze
 
tijd,
 
inspanningen
 
en
 
geld
 
zal
worden geïnvesteerd in
 
het verminderen
 
van onze
broeikasgasemissies (GHG) door
 
onze manier van
werken te wijzigen. Operationeel
 
betekent dit wat
we
 
onze
 
verrichtingen
 
meer
 
energie-efficiënt
maken,
 
GHG-emissies
 
verminderen
 
door
 
hoger
gebruik
 
van
 
energie
 
gegenereerd
 
uit
hernieuwbare
 
bronnen
 
en
 
het
 
gedrag
 
van
 
onze
medewerkers te veranderen.
 
20% zal
 
worden
 
toegewijd aan
 
het compenseren
van de impact
 
op korte termijn
 
die we
 
niet kunnen
vermijden
 
via
 
compensatieprogramma’s.
 
Voor
deze
 
inspanningen blijven
 
we
 
samenwerken
 
met
CO2logic
 
en
WeForest
,
 
wat
herbebossingsinspanningen mogelijk
 
maakt in het
Virunga
 
Park
 
in
 
de
 
Democratische
 
Republiek
Congo en het Desa’a-woud in NoordEthiopië.
 
 
ucbsa-2021-12-31p74i0
Onze planetaire prestaties
We bekijken hoe
 
we kunnen rapporteren aan de Task
Force
 
over
 
Climate-related
 
Financial
 
Disclosures
(TCFD)
 
gericht
 
op
 
het
 
verbeteren
 
en
 
verhogen
 
van
rapportage
 
over
 
klimaatgerelateerde
 
financiële
informatie. U kunt de eerste TCFD
 
-bekendmaking van
UCB,
 
met
 
weergave
 
van
 
onze
 
acties
 
en
 
processen,
lezen
 
in
 
het
 
hoofdstuk
 
Data
 
en
 
rapportering.
 
We
streven ernaar om
 
in de nabije
 
toekomst een volledige
TCFDbekendmaking te verstrekken
.
 
ucbsa-2021-12-31p75i0
Belangrijke initiatieven om onze totale milieuvoetafdruk te verminderen
Als
 
onderdeel
 
van
 
onze
 
lopende
 
inspanningen
 
om
onze milieuvoetafdruk te
 
verminderen, blijft UCB zich
inzetten
 
voor
 
initiatieven
 
in
 
haar
 
plaatselijke
 
en
internationale zakelijke activiteiten om
 
onze doelen te
behalen.
 
In
 
2021
 
waren
 
de
 
hoogtepunten
 
op
 
dit
gebied:
 
 
Goedkeuring
 
door
 
de
 
Science
 
Based
 
Targets
initiative
 
van
 
het
 
CO2e-doel
 
van
 
UCB.
 
UCB
 
verbindt
zich
 
ertoe
 
om
 
de
 
absolute
 
scope
 
1,
 
2
 
en
 
3
broeikasgasemissies
 
(GHG)
 
die
 
we
 
rechtstreeks
controleren
 
voor
 
2030
 
te
 
verminderen
 
met
 
38%
 
ten
opzichte van basisjaar 2015.
 
UCB verbindt zich er ook
toe dat haar
 
leveranciers voor 2025 de
 
op wetenschap
gebaseerde doelen voor emissies zullen behalen.
 
 
Ontvangst
 
van
 
de
 
‘Eco-Design’
 
award
 
voor
 
de
nieuwe
 
Amerikaanse
 
CIMZIA®
 
vooraf
 
gevulde
 
spuit
tijdens de PHARMAPACK Packaging Awards.
 
• Moderniseren
 
van
 
gebouwen ter
 
verhoging van
 
de
capaciteit
 
met
 
groene
 
certificering
 
(BREEAM
 
voor
onze
 
Europese
 
locaties
 
of
 
equivalent
 
in
 
LEED-
certificatiekader
 
voor de
 
VS en
 
Azië). Wat
 
betreft
 
de
constructie van onze grootste fabriek
 
voor biologische
middelen
 
in
 
Braine
 
l’Alleud
 
zijn
 
onze
milieuvooruitzichten
 
gevalideerd
 
door
 
het
 
Waals
Gewest
 
in
 
België,
 
hetgeen
 
de
 
efficiëncie
 
van
 
deze
innovatieve
 
fabriek
 
bewijst.
 
We
 
verwachten
 
21%
lagere CO2-emissies
 
vergeleken
 
met een
 
gemiddelde
fabriek
 
voor
 
biologische
 
middelen,
 
naast
 
het
vermijden van 22% aan waterconsumptie.
 
 
Organisatie
 
van
 
een
 
technische
 
Hackathon
 
gericht
op
 
beste
 
praktijken
 
inzake
 
GREEN
 
HVAC
 
(warmte,
ventilatie
 
en
 
airconditioning),
 
dat
 
het
 
belangrijkste
gebied
 
blijft
 
voor
 
onze
 
scope
 
1
 
&
 
2
energieconsumptie.
 
Dit
 
werd
 
uitgevoerd
 
in
samenwerking
 
met
 
onze
 
productie-
 
en
 
technische
teams, onze milieumedewerkers en
 
onze collega’s van
de aankoop.
 
 
Berekenen
 
van
 
de indirecte
 
impactuitgangswaarde
voor
 
koolstofdioxide-equivalent
 
(CO2e)
 
van
 
UCB
 
van
onze
 
volledige
 
portfolio
 
van
 
leveranciers
 
van
goederen en diensten.
ucbsa-2021-12-31p76i0
Onze emissies verminderen
Concrete maatregelen nemen om de uitstoot die we
controleren te verlagen
 
In 2021
 
verminderden we
 
onze
 
CO2-uitstoot met
 
8%
vergeleken
 
met 2020.
 
Zakenreizen
 
bleven laag
 
(-89%
vergeleken
 
met 2015)
 
wegens de
 
aan de
 
gang zijnde
pandemie
 
(-9%
 
vergeleken
 
met
 
2020)
 
maar
 
ook
wegens
 
de
 
geleidelijke
 
uitrol
 
van
 
ons
 
hybride
werkmodel. We
 
vragen medewerkers
 
om bewust om
te
 
zijn
 
vangaan
 
met
 
hun
reismiddelenvervoersmiddelen en om
 
de waarde van
zakenreizen
 
te
 
overwegen
 
in
 
vergelijking
 
metmetde
alternatieve
 
communicatiekanalen
 
gebruikt
overtijdens de voorbije twee jaar.
 
Om onze
 
energieconsumptie te
 
verlagen hebben
 
we
in
 
2021
 
de
 
reikwijdte
 
van
 
onze
 
groene
 
initiatieven
uitgebreid,
 
die nu
 
de gehele
 
waardeketen
 
omvatten,
voornamelijk
 
op
 
het
 
gebied
 
van
 
de
 
product-
 
en
toeleveringsketen.
 
We
 
hebben
 
ons
 
AIR
 
to
 
OCEAN-
programma
 
uitgebreid
 
door
 
Japan
 
en
 
Mexico
 
toe
 
te
voegen aan onze lijst
 
van bestemmingen en het
 
aantal
reefercontainers
 
verzonden
 
in
 
2021
 
verhoogd,
waardoor
 
we
 
de
 
TCO2-uitstoot
 
met
 
21%
 
konden
verminderen
 
in
 
vergelijking
 
met
 
2020.
 
Extra
inspanningen
 
in
 
2021
 
om
 
onze
 
milieudoelen
 
te
behalen omvatten:
 
 
optimaliseren
 
van
 
energieverbruik
 
door
 
onze
activiteiten energiezuiniger te maken.
 
 
Uitstoot
 
van
 
broeikasgassen
 
verlagen
 
door
 
het
verhogen
 
van
 
het
 
gebruik
 
van
 
energie
 
uit
hernieuwbare bronnen,
 
zowel
 
geproduceerd op
 
UCB
sites als
 
aangekocht (op procentuele
 
basis). We blijven
bijvoorbeeld afstand nemen van fossiele brandstoffen
ten
 
gunste
 
van
 
biogas,
 
wat
 
onze
 
CO2-reductie
versnelt.
 
• Groen volgens
 
ontwerp opgenomen in
 
onze facilities
en activa.
 
 
Gedragswijziging
 
van
 
leiders
 
en
 
medewerkers
aanmoedigen, van
 
de aanwerving en
 
onboarding van
nieuwe
 
medewerkers
 
tot
 
interne
bewustzijnscampagnes
 
over
 
energieverbruik
 
en
koolstofemissies.
 
• Lancering van het ‘IT for
 
the Planet’ programma, dat
ernaar
 
streeft
 
om
 
de
 
milieu-impact
 
van
technologiegebruik aan
 
te pakken
 
via
 
beheer van
 
de
groene
 
levenscyclus
 
van
 
onze
 
ITinfrastructuur
 
en
hardware,
 
een
 
duurzaam
 
samenwerkingsen
computerecosysteem,
 
alsook
 
een
 
verantwoordelijke
leverancierbeheerbenadering en -praktijken.
 
• Compensatie
 
voor alle
 
broeikasgassen die we
 
niet op
korte
 
termijn kunnen
 
elimineren (toepassing
 
van het
80/20
 
principe),
 
samen
 
met
 
WeForest
 
en
 
CO2logic-
initiatieven.
 
De
 
totale
 
CO2e
 
gerapporteerd
 
voor
elektriciteitsverbruik
 
(marktgebaseerd)
 
is
 
met
 
49%
toegenomen vergeleken
 
met 2020
 
aangezien we
 
vier
locaties
 
in
 
de
 
VS
 
hebben
 
toegevoegd
 
aan
 
de
verslaglegging,
 
voornamelijk
 
laboratoria,
 
komende
van
 
nieuw overgenomen
 
activa en
 
bedrijven in
 
2019
en 2020.
 
 
Concrete maatregelen nemen om
broeikasgasemissies die we niet rechtstreeks
controleren te verminderen
De
 
indirecte
 
impact
 
door
 
de
 
activiteiten
 
van
 
onze
leveranciers
 
van
 
goederen
 
en
 
diensten
 
namens
 
UCB
vertegenwoordigt
 
een
 
aanzienlijk
 
deel
 
van
 
onze
CO2euitstoot.
 
Ons
 
doel
 
voor
 
indirecte
 
uitstoot
 
is
goedgekeurd
 
door
 
het
 
‘Science
 
Based
 
Targets’-
initiatief.
 
UCB
 
heeft
 
de
 
laatste
 
jaren
 
samengewerkt
 
met
leveranciers
 
en
 
hen
 
ondersteund
 
om
 
te
 
overstap
 
te
maken
 
naar
 
een
 
koolstofarme
 
economie.
 
De
uitgangswaarde
 
voor
 
de
 
indirecte
 
impact
 
van
 
CO2e
van
 
UCB,
 
die
 
volledig
 
werd
 
berekend
 
in
 
2021,
 
geeft
een
 
duidelijk
 
beeld
 
van
 
de
 
CO2-uitstoot
 
door
leveranciers en contractproductieorganisaties
 
(CPO’s)
van UCB,
 
alsook hun
 
niveau van
 
maturiteit in
 
de lage
koolstofeconomie.
 
In dit opzicht vragen
 
we CPO’s
 
en andere partners nu
om samen met
 
ons ambitieuze
 
klimaatdoelen vast
 
te
leggen
 
met
 
als
 
doel
 
60%
 
van
 
de
 
uitstoot
 
door
 
onze
leveranciers
 
in
 
lijn
 
te
 
zien
 
met
 
SBTi-geïnspireerde
doelen.
 
Tot
 
heden
 
heeft
 
23%
 
van
 
onze
 
leveranciers
(per
 
uitstootniveau)
 
niveau
 
A
 
bereikt
 
en
 
andere
belangrijke
 
strategische
 
zakelijke
 
partners zijn
 
bereid
om
 
in
 
de
 
komende
 
jaren
 
naar
 
niveau
 
A
 
te
 
gaan.
 
Dit
plaatst
 
ons
 
in
 
een
 
goede
 
positie
 
om
 
ons
 
doel
 
te
behalen,
 
gesteund
 
door
 
de
 
algemene
 
industrietrend
die in dezelfde richting gaat.
 
In
 
februari
 
2022
 
werd
 
UCB
 
door
 
het
 
internationale
not-for-profit bekendmakingssysteem,
CDP
, benoemd
als
 
één van
 
hun “Supplier
 
Engagement
 
Leaders”,
 
ter
herkenning van onze
 
inspanningen om klimaatrisico’s
in onze toeleveringsketen te meten en verminderen.
 
In
 
de
 
komende
 
jaren
 
zullen
 
we
 
onze
 
belangrijke
zakelijke
 
partners
 
en
 
externe
 
productiepartners
(CPO’s) blijven betrekken
 
en de aanpak ook in andere
gebieden in de
 
waardeketen van UCB toepassen,
 
zoals
met
 
onze
 
contractonderzoekorganisaties
 
(CRO’s),
leveranciers
 
van
 
grondstoffen,
 
enz.
 
We
 
hebben
 
ook
deze
 
maturiteitsbeoordeling
 
voor
 
“koolstofarme
economie”
 
en
 
een
 
scoresysteem
 
opgenomen
 
in
 
ons
selectieproces
 
voor
 
leveranciers.
 
Dit
 
maakt
 
nu
onderdeel
 
uit
 
van
 
onze
 
gedragscode
 
voor
leveranciers,
 
ons
 
verzoek
 
om
 
informatie,
procesvoorstel
 
en
 
onze
 
selectiecriteria
 
voor
 
alle
nieuwe leveranciers en
 
contracten voor geselecteerde
leveranciers.
Onze groene scorekaart
In
 
2021
 
werd
 
een
 
nieuw
 
initiatief
 
gelanceerd
 
om
scores
 
toe
 
te
 
kennen
 
voor
 
onze
 
oplossingen
gebaseerd
 
op
 
hun
 
duurzame
 
prestaties:
 
de
 
groene
scorekaart
 
voor
 
oplossingen.
 
Gebaseerd
 
op
 
een
systematische
 
“wieg-totgraf”
 
levenscyclusanalyse,
laat
 
dit
 
ons
 
toe
 
om
 
onze
 
impact
 
te
 
beoordelen
 
en
mogelijkheden in kaart te brengen voor vermindering
van
 
onze
 
milieuvoetafdruk
 
bij
 
het
 
ontwikkelen
 
en
produceren van oplossingen.
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p78i1 ucbsa-2021-12-31p78i0
Partnerschappen met WeForest en CO2logic
In een inspanning om de emissies die we niet kunnen
wegwerken te compenseren, blijft UCB samenwerken
met WeForest en CO2logic. Het doel is om tegen
2030 een oppervlakte van 22 000 ha bos te
herstellen.
 
CO2logic ondersteunt bedrijven en andere
organisaties op weg naar een koolstofarme economie
door samenwerkingen mogelijk te maken met
plaatselijke partners in ontwikkelingslanden. In deze
context werkt UCB samen met CO2logic en het
EcoMakala
, programma, gevestigd in de
Democratische republiek Congo (DRC). In de regio
Noord-Kivu, DRC, bevordert het EcoMakala
Virungaherbebossingsproject verschillende
activiteiten om de wouden van Virunga National Park
(PNVi) te beschermen en armoede in de omringende
gemeenschappen te verlagen. Het project bestaat uit
drie componenten:
 
• herbebossing met snelgroeiende bomen om het
habitatverlies van de plaatselijke fauna te helpen
bestrijden
 
• de introductie van betere fornuizen om te koken
 
• vervanging van brandstoffen van niet-
hernieuwbare houtskool door houtskool van
hernieuwbare plantages (voorraad hernieuwbare
houtskool).
 
UCB heeft met WeForest ook samengewerkt aan een
vergelijkbaar project in het Desa’a-woud in Noord-
Ethiopië. 74% van het Desa’a-woud is reeds
verdwenen en de resterende 26% is ernstig
aangetast. Dit heeft geleid tot verscheidene
complicaties in het gebied: waterbesparing is van
enorm belang en de druk op de bevolking is hoog
met een vicieuze cirkel van armoede en
milieuvervuiling als gevolg.
 
Het is bewezen dat lage wolken en mist kunnen
worden opgevangen door het bestaande bos,
hetgeen het potentieel heeft om de totale neerslag
te verhogen in dit droge gebied en de in recente
tijden waargenomen effecten om te keren. Projecten
die waterbekkens bouwen om natuurlijk regenwater
op te vangen kunnen deze problemen verminderen
door dezehet grondwater opnieuw opaan te vullen.
Het doel is om de irrigatie op kleine schaal uit te
ucbsa-2021-12-31p79i0
breiden voor moestuinen met gebruik van
verbeterde en plaatselijk aangepaste groentezaden,
zoals ajuin, kolen, biet en aardappel. Tot
 
heden zijn
13 opslagruimten gecreëerd door deze projecten.
 
Ecologisch ontwerp voor ontwikkeling van
geneesmiddelen
 
UCB waakt heel aandachtig over de milieu-impact
 
van
de chemische productie en werkt in het bijzonder aan
het
 
ecologisch
 
ontwerp
 
van
 
onze
 
processen
 
voor
geneesmiddelproductie.
 
Voor
 
oplosmiddelen
 
op
 
basis
 
van
 
petrochemische
stoffen
 
kan
 
de
 
impact
 
op
 
het
 
gebied
 
van
klimaatopwarming vaak
 
lager zijn dan
 
oplosmiddelen
van
 
biologische
 
oorsprong,
 
hoewel
 
ze
 
niet-
hernieuwbaar zijn.
 
Het
 
in kaart
 
brengen
 
van
 
de
 
CO2
en afvalstroom van UCB versterkt de noodzaak om de
hoeveelheid
 
nieuwe
 
grondstoffen
 
gebruikt
 
in
 
de
chemische productie te verminderen.
 
Om
 
onze
 
inspanningen
 
op
 
dit
 
gebied
 
te
 
evalueren
koos
 
UCB
 
in
 
2019
 
om
 
de
 
standaard
 
van
 
de
 
Global
Warming
 
Potential
 
(GWP) ontwikkeld
 
door de
 
Green
Chemical
 
Institute
 
(GCI)
 
van
 
de
 
American
 
Chemical
Society (ACS)
 
aan te
 
nemen. Deze
 
methode schat
 
de
kilo’s CO2-equivalenten die nodig
 
zijn
 
om
 
1
 
kg
 
geneesmiddel
 
te
 
produceren.
 
In
 
2020
werd
 
het
 
stellen
 
van
 
ambitieuze
 
doelstellingen
 
voor
elke
 
synthetische
 
molecule
 
als
 
deel
 
van
 
het
 
zakelijk
proces
 
ingevoerd.voor
 
elke
 
synthetische
 
molecule
ingevoerd.
 
Aan het
 
einde van
 
2021 vond
 
de controle
voor
 
het
 
eerste
 
jaar
 
plaats
 
en
 
werd
 
aangetoond
 
dat
UCB
 
reeds
 
aanzienlijke
 
vooruitgang
 
had
 
geboekt
 
om
haar doel te bereiken.
 
In
 
de
 
toekomst
 
worden
 
de
 
volgende
 
vijf
 
beste
praktijken
 
gebruikt om
 
de hoeveelheid
 
CO2-emissies
tijdens
 
de
 
ontwikkeling
 
van
 
geneesmiddelen
 
te
verminderen:
 
Herzien
:
 
selectie
 
van
 
het
 
meest
 
milieuvriendelijke
synthetische traject
 
Weigeren
: overgaan op groenere oplosmiddelen
 
Verminderen
:
 
gebruik
 
van
 
oplosmiddelen
verminderen
 
Opnieuw gebruiken
:
 
de outputs
 
van
 
de
 
processen
meerdere keren
 
opnieuw gebruiken,
 
zo lang
 
dit geen
negatieve
 
invloed
 
heeft
 
op
 
veiligheid-
 
en
kwaliteitscontroles
 
Recycleren
: intern of extern.
ucbsa-2021-12-31p80i0
Verminderen van onze wateronttrekking
We
 
stelden
 
ons
 
het
 
doel
 
om
 
wateronttrekking
 
tegen
 
2030
 
met
 
20%
 
te
 
verminderen,
 
vergeleken
 
met
 
de
uitgangswaarde in 2015 (absolute cijfers).
 
Dit
 
is
 
een
 
ambitieus
 
doel,
 
gezien
 
onze
 
zakelijke
groeistrategie
 
en
 
het
 
feit
 
dat
 
onze
 
onderzoek-
 
en
ontwikkelingspijplijn
 
verscheidene
 
antilichamen
omvat
 
die
 
waterintensieve
 
productieprocessen
vereisen.
 
In
 
2021
 
zagen
 
we
 
een
 
lichte
 
stijging
 
in
waterverbruik,
 
gestegen
 
met
 
2%
 
vergeleken
 
met
2020.
 
Vergeleken
 
met
 
2015
 
zijn
 
we
 
nog
 
steeds
 
op
schema
 
met
 
ons
 
doel,
 
maar
 
deze
 
trend
 
zal
waarschijnlijk
 
verscheidene
 
jaren
 
blijven stijgen
 
voor
we een
 
daling opmerken
 
gezien de
 
overgang van
 
het
bedrijf naar
 
biofarmaceutische activiteiten.
 
UCB werkt
nauw
 
samen
 
met
 
haar
 
ontwikkelingsteams
 
om
 
de
milieu-impact
 
te
 
integreren
 
in
 
het
besluitvormingsproces
 
en
 
toekomstig
 
waterverbruik
te beperken. We verkennen ook opties om afvalwater
opnieuw te gebruiken binnen
 
onze productiesites. We
hopen
 
een
 
nulvloeistofafvoer
 
te
 
bereiken
 
op
 
onze
voornaamste
 
site
 
in Braine
 
-l’Alleud
 
in
 
België, wat
 
de
ontkoppeling
 
van
 
de
 
gestegen
 
biofarmaceutische
productie en ons waterverbruik zal ondersteunen.
Vermindering van ons afval
We hebben als doel om de afvalproductie tegen 2030 met 25% te verminderen, vergeleken met de absolute cijfers
van 2015 als uitgangswaarde.
 
In
 
2021
 
steeg
 
onze
 
afvalproductie
 
met
 
12%
 
wegens
transformatiewerktransformatiewerken
 
op
 
onze
locatiesite
 
in
 
Braine-l’Alleud
 
en,
 
de
 
investering
 
in
efficiënte
 
technologieën voor
 
de toekomst
 
meten de
vervanging
 
van
 
verouderde
 
faciliteiten.
 
Alle
 
afval
geproduceerd
 
tijdens
 
deze
 
werkzaamheden
 
wordt
beheerd
 
als
 
onderdeel
 
van
 
de
 
BREEAM-certificering
die we
 
beogen voor
 
onze nieuwe
 
faciliteiten, wat
 
de
beperking van afval en meer controle van de afval die
we
 
sorteren
 
inhoudt
 
zodat
 
we
 
de
 
hoeveelheid
 
afval
die we recycleren kunnen maximaliseren. Als we onze
afvalproductie bekijken zonder
 
het bouwafval, om de
cijfers
 
te
 
vergelijken
 
met
 
onze
 
gewone
bedrijfsactiviteiten,
 
blijft
 
dit
 
ongewijzigd
 
vergeleken
met 2020 (met een verschil van 11%).
 
We verwachten
dat de stijging
 
in 2021 een eenmalige
 
gebeurtenis zal
zijn
 
door
 
deze
 
transformatiefase
 
en we
 
voorzien
 
dat
dit tegen 2026 zal terugkeren naar de vorige niveaus.
 
ucbsa-2021-12-31p82i0 ucbsa-2021-12-31p82i1
Samen met onze aandeelhouders
We besteden aandacht aan inzichten van patiënten en maatschappelijke uitdagingen om onze bedrijfsvoering te
ondersteunen, waarde te creëren en duurzame zakelijke groei te genereren.
 
We streven ernaar om op lange
termijn een positieve waarde te leveren aan onze aandeelhouders van vandaag, met de toekomstige generaties
in gedachten.
UCB streef ernaar mensen met ernstige ziekten de
vrijheid geven om het best mogelijke leven te leiden–
zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid
van hun aandoening. Om dit te verwezenlijken zijn
we een door innovatie gestuurd internationaal
biofarmaceutisch bedrijf geworden dat waarde wil
creëren voor,
 
en wordt gewaardeerd door,
 
onze
patiënten, medewerkers, aandeelhouders en een
grote groep van andere maatschappelijke
belanghebbenden. Door aandacht te besteden aan
inzichten van patiënten en maatschappelijke
uitdagingen wordt de bedrijfsvoering van UCB
gestuurd om duurzaam zaken te doen en duurzame
zakelijke groei te genereren
 
en waarde op lange
termijn te leveren aan onze aandeelhouders, die het
mogelijk maken om de organisatie te laten innoveren
en groeien.
ucbsa-2021-12-31p83i0
In de steeds veranderende en meer complexe
omgeving van vandaag is de op patiënten gerichte
strategie van UCB de beste manier om blijvend
succes te hebben met positieve resultaten voor de
aandeelhouders, met de toekomstige generaties in
gedachten.
 
UCB blijft vertrouwen hebben in de fundamentele
onderliggende vraag naar onze producten en onze
vooruitzichten voor duurzame winstgevendheid.
 
Het bedrijf zal de evoluerende COVID-19 pandemie
nauw blijven volgen, alsook andere opkomende
trends, om potentiële uitdagingen en de
mogelijkheden op korte en middellange termijn te
beoordelen en zich aan te passen aan de snelle
evolutie van de maatschappij. We beginnen We
erkennen de complexe sociale, economische en
milieuproblemen waarmee onze wereld vandaag
wordt geconfronteerd en we geloven in het
versterken van onze maatschappelijke
 
impact door
internationale uitdagingen aan te gaan op het
kruispunt van onze expertise en bredere
maatschappelijke belangen. Hierdoor creëren we niet
alleen meerwaarde voor onze voornaamste
belanghebbenden, maar verminderen ook de
blootstelling van ons bedrijf aan risico’s op het
gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG).
een overgangsfase, gevolgd door versnelde
bedrijfsgroei. Voor onze financiële vooruitzichten
voor 2022 streven we naar opbrengsten in het bereik
vantussen € 5,15 – 5,4 miljard en een onderliggende
winstgevendheid (aangepaste EBITDA) in het bereik
van 26 - 27% van de totale opbrengsten. We willen
voor 2025 minstens € 6 miljard in jaarlijkse
opbrengsten bereiken, en een lage tot middelmatige
aangepaste EBITDAmarge.
 
We zijn van plan om een dynamisch dividendbeleid
aan te houden, in overeenstemming met de
groeivooruitzichten van het bedrijf op lange termijn
met een geleidelijke stijging en voor zover mogelijk
geen vermindering van het dividend, en voor zover
mogelijk dit niet te verminderen, ongeacht de
verschillen in inkomsten op korte termijn.
We erkennen de complexe sociale, economische en
milieuproblemen waarmee onze wereld vandaag
wordt geconfronteerd en we geloven in het
versterken van onze maatschappelijke
 
impact door
internationale uitdagingen aan te gaan op het
kruispunt van onze expertise en bredere
maatschappelijke belangen.
 
Hierdoor creëren we niet alleen meerwaarde voor
onze voornaamste belanghebbenden, maar
verminderen ook de blootstelling van ons bedrijf aan
risico’s op het gebied van milieu, maatschappij en
bestuur (ESG).
Dit jaar werd de ESG-risicoscore van UCB bijgewerkt
door Sustainalytics van een middelmatig tot laag
risico (16,8). We hebben ook een voortdurende
verbetering opgemerkt in andere ESG-ratings, zoals
ISS ESG, CDP en WDI en we streven ernaar om onze
ESG-ratings in 2022 te blijven verbeteren.
Ons deugdelijk bestuur
 
We streven ernaar onze positieve maatschappelijke impact te maximaliseren terwijl we onze sterke
 
fi nanciële
prestaties ondersteunen. Wij streven naar een verantwoordelijke
 
manier van zakendoen via onze beleidslijnen
en procedures inzake deugdelijk bestuur,
 
die vorm geven aan een sterke cultuur van integriteit en richting geven
aan de manier waarop de organisatie werkt.
UCB
 
streeft
 
ernaar
 
zaken
 
te
 
doen
 
op
 
een
 
verantwoordelijke
 
manier,
 
waarbij
 
we
 
onze
 
maatschappelijke
 
impact
maximaliseren en tegelijk de
 
bedrijfsgroei stimuleren. Het beleid
 
en de procedures
 
die wij hebben
 
ingevoerd, helpen
onze
 
sterke
 
integriteitscultuur
 
vorm
 
te
 
geven,
 
geven
 
richting
 
aan
 
de
 
manier
 
waarop
 
de
 
organisatie
 
werkt,
 
hoe
beslissingen worden genomen en hoe risico's worden beperkt.
Het bestuur van UCB is gebaseerd op een monistische
structuur.
 
Dit
 
betekent
 
dat
 
de
 
vennootschap
 
wordt
beheerd door
 
een Raad
 
van bestuur
 
en wordt
 
geleid
door een Uitvoerend comité,
 
waarvan de respectieve
functies
 
en
 
verantwoordelijkheden
 
duidelijk
 
zijn
gedefinieerd
 
in
 
overeenstemming
 
met
 
de
 
statuten
van
 
de
 
vennootschap
 
en
 
het
 
Corporate
 
Governance
Charter
 
van
 
UCB
 
(het
 
“Charter”).
 
De
 
taken
 
en
verantwoordelijkheden
 
die
 
aan
 
het
 
Uitvoerend
comité worden gedelegeerd,
 
worden vastgesteld door
de Raad van bestuur.
 
De
 
rol
 
van
 
de
 
Raad
 
is
 
om
 
totale
 
waardecreatie
 
te
stimuleren
 
door
 
de
 
strategie
 
van
 
het
 
bedrijf
 
te
bepalen en effectief, ondernemend, verantwoordelijk
en ethisch leiderschap
 
op te zetten
 
binnen een kader
van
 
voorzichtige
 
en
 
effectieve
 
controles
 
waarmee
risico’s
 
kunnen
 
worden
 
beoordeeld
 
en
 
beheerd.
 
De
Raad
 
bepaalt
 
de
 
strategische
 
doelen
 
van
 
UCB,
 
ziet
erop
 
toe
 
dat
 
de
 
nodige
 
financiële
 
en
 
menselijke
middelen
 
voorhanden
 
zijn
 
opdat
 
UCB
 
haar
doelstellingen
 
kan
 
halen en
 
beoordeelt de
 
prestaties
van
 
de
 
onderneming.
 
De
 
Raad
 
ontwikkelt
 
een
inclusieve
 
benadering
 
die
 
de
 
legitieme
 
belangen
 
en
verwachtingen
 
van
 
alle
 
belanghebbenden
 
in
evenwicht brengt en die waarden en normen
 
van UCB
bepaalt. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op
voor
 
een
 
goede
 
uitoefening
 
van
 
zijn
 
taken
 
en
bevoegdheden.
 
De
 
Raad
 
zorgt
 
ervoor
 
dat
 
de
 
cultuur
van de
 
vennootschap de
 
realisatie van
 
haar strategie
ondersteunt
 
en
 
dat
 
zij
 
verantwoordelijk
 
en
 
ethisch
gedrag bevordert.
 
In
 
een
 
poging
 
om
 
onze
 
duurzame
 
waardecreatie
 
te
maximaliseren,
 
wordt
 
duurzaamheid
 
beschouwd
 
als
een aangelegenheid die is ingebed in de strategie van
UCB
 
en
 
waarop
 
toezicht
 
wordt
 
gehouden
 
door
 
de
volledige
 
Raad
 
van
 
bestuur.
 
Daarom
 
is
 
er
 
binnen
 
de
Raad
 
van
 
bestuur
 
geen
 
specifiek
duurzaamheidscomité opgericht, maar heeft UCB een
duurzaamheidsbestuurscommissie
 
op
managementniveau
 
en
 
een
 
externe
duurzaamheidsadviesraad
 
(ESAB)
 
opgericht.
 
De
duurzaamheidsbestuurscommissie
 
is
 
een
 
interne
commissie
 
die
 
vooruitgang
 
in
 
onze
 
weg
 
naar
duurzaamheid
 
opvolgt.
 
Inmiddels
 
is
 
de
 
externe
duurzaamheidsadviesraad
 
samengesteld
 
uit
 
zes
externe
 
deskundigen
 
op
 
het
 
gebied
 
van
duurzaamheid, die
 
een extern
 
perspectief
 
bieden op
onze aanpak op dit gebied.
 
1.
 
Ethische bedrijfspraktijken
 
Ethische bedrijfspraktijken zijn een fundamenteel element om duurzame
 
bedrijfsgroei te stimuleren. Onze missie is
complex en brengt ethische eisen met zich mee die ieder van ons doen
 
nadenken over die complexiteit. Wij houden
onszelf - en
 
elkaar - aan
 
de hoogste
 
normen, streven ernaar
 
beslissingen te
 
nemen en
 
keuzes te maken die
 
zijn gericht
op de evenwichtige belangen van onze belanghebbenden en handelen met integriteit in alle zakelijke transacties.
Onze
 
sector
 
is
 
onderworpen
 
aan
 
heel
 
wat
 
regels,
voorschriften
 
en
 
gedragscodes
 
ter
 
bescherming
 
van
de
 
patiënten,
 
de
 
gezondheidszorg,
 
de
 
sector
 
en
 
ons
allemaal
 
als
 
individu.
 
UCB
 
verbindt
 
zich
 
ertoe
 
alle
toepasselijke
 
wetten
 
en
 
wettelijke
 
vereisten
 
na
 
te
leven
 
die
 
van
 
toepassing
 
zijn
 
op
 
onze
 
activiteiten.
Naast het
 
nakomen van
 
deze verplichtingen
 
laten wij
ons
 
leiden
 
door
 
ethische
 
principes
 
die
 
ons
 
handelen
sturen.
 
De
 
UCB-gedragscode
 
is
 
ons
 
leidend
 
beleid
 
dat
 
de
kernwaarden
 
van UCB
 
weerspiegelt, waaronder
 
onze
verbintenis
 
tot
 
duurzaamheid
 
en
 
ethische
bedrijfspraktijken.
 
De
 
Code
 
schetst
 
de
 
algemene
principes van zakelijk gedrag
 
die van UCB-collega’s
 
en
partners over de hele wereld worden verwacht.
 
In
 
2021
 
hebben
 
in
 
totaal
 
8449
 
UCB-werknemers
 
de
training
 
over
 
de
 
Gedragscode
 
gevolgd,
 
wat
 
een
globaal voltooiingspercentage van 95%
 
oplevert. Deze
omvatten:
 
 
5304
 
werknemers
 
in
 
de
 
EU,
 
met
 
een
voltooiingspercentage van 95%
 
 
1630
 
werknemers
 
in
 
de
 
VS,
 
met
 
een
voltooiingspercentage van 97%
 
 
1515
 
werknemers
 
op
 
internationale
 
markten,
 
met
een voltooiingspercentage van 92%.
 
In 2021 werd een nieuwe gedragscode
 
ontwikkeld om
de
 
ethische
 
beginselen
 
en
 
verbintenissen
 
te
versterken
 
die
 
onze
 
beslissingen
 
en
 
handelingen
moeten
 
sturen.
 
Deze
 
nieuwe
 
versie,
 
genaamd
 
"UCB
Gedragscode: onze
 
ethiek in
 
actie", werd
 
geschreven
om uitdrukking te
 
geven aan het
 
engagement van UCB
ten
 
aanzien
 
van
 
ethiek
 
en
 
het
 
belang
 
om
 
onze
leidende principes
 
te laten terugkomen
 
in alles
 
wat we
doen. De code werd ontwikkeld met behulp van input
van
 
verschillende
 
groepen
 
binnen
 
de
 
organisatie,
waaronder medewerkers
 
en vertegenwoordigers
 
van
de
 
ERG's,
 
evenals
 
van
 
aannemers,
 
verkopers
 
en
externe deskundigen. De
 
nieuwe code zal
 
begin 2022
worden ingevoerd met een speciale website en
 
online
training
 
voor
 
alle
 
werknemers.
 
De
 
gedragscode
 
zal
beschikbaar
 
zijn
 
in
 
14
 
talen
 
en
 
op
 
onze
 
interne
 
en
externe
 
bedrijfswebsites.
 
Van
 
derden
 
wordt
 
ook
verwacht
 
dat
 
zij
 
de
 
principes
 
van
 
de
 
Gedragscode
erkennen en naleven
 
en deze verwachting
 
wordt waar
nodig weerspiegeld in
 
hun wettelijke overeenkomsten
met UCB opgenomen
In
 
2021
 
beantwoordde
 
48%
 
van
 
onze
 
werknemers
onze
 
eerste
 
wereldwijde
 
ethische
 
cultuur-
 
en
nalevingsperceptieenquête,
 
wat
 
meer
 
is
 
dan
 
de
benchmark voor
 
antwoorden
 
van
 
collega's.
 
Dit
 
geeft
aan
 
hoezeer
 
onze
 
werknemers
 
zijn
 
betrokken
 
bij
 
dit
belangrijke onderwerp.
 
De
 
enquête
 
leverde
 
gegevens
 
op
 
over
 
hoe
 
collega's
ethische
 
beginselen
 
en
 
gedragingen
 
zien,
 
begrijpen,
beleven
 
en
 
toepassen.
 
Naast
 
de
 
positieve
 
signalen
over
 
de
 
sterke
 
betrokkenheid
 
van
 
werknemers
 
bij
ethiek
 
en
 
naleving,
 
gaven
 
de
 
enquêteresultaten
 
ook
enkele
 
signalen
 
over
 
gebieden
 
die
 
verder
 
moeten
worden
 
onderzocht.
 
Een
 
belangrijk element
 
van
 
een
doeltreffend programma voor ethiek en naleving is de
voortdurende
 
beoordeling
 
en
 
verbetering
 
van
 
het
programma.
 
De
 
resultaten
 
van
 
de
 
enquête
 
worden
gebruikt ter ondersteuning van ons
 
streven om ervoor
te
 
zorgen
 
dat
 
het
 
programma
 
dynamisch
 
is
 
en
beantwoordt
 
aan
 
de
 
groeiende
 
behoeften
 
van
 
onze
organisatie
.
1.1.
 
Nalevingsprogramma
Het
 
nalevingsprogramma
 
van
 
UCB
 
is
 
opgebouwd
 
op
basis
 
van
 
de
 
gevestigde
 
elementen
 
van
nalevingsprogramma's
 
gedefinieerd
 
door
 
het
Amerikaanse Office
 
of Inspector
 
General en
 
aangepast
op
 
basis
 
van
 
de
 
vereisten
 
van
 
het
 
lokale
 
land.
Elementen
 
van
 
het nalevingprogramma
 
van
 
UCB zijn
onder
 
meer
 
leiderschap
 
en
 
bestuur;
risicobeoordelingen
 
en
 
due
 
diligence;
 
normen,
beleidslijnen
 
en
 
procedures;
 
opleiding
 
en
communicatie;
 
systemen
 
voor
werknemersrapportage;
 
case
 
management
 
en
onderzoeken;
 
testen
 
en
 
toezicht;
 
naleving
 
door
derden en voortdurende verbetering.
 
Onze
 
ethiek-
 
en
 
nalevingsstrategie
 
omvat
 
het
waarborgen
 
van
 
een
 
open
 
omgeving
 
waar
 
onze
ucbsa-2021-12-31p86i0
werknemers de ruimte en het
 
vertrouwen hebben om
vermeend onethisch
 
gedrag en inbreuk
 
op de naleving
te
 
melden. Medewerkers
 
worden
 
aangemoedigd om
vermoede niet-naleving
 
of wangedrag
 
te melden
 
aan
hun leidinggevende of hun primaire contacten binnen
de
 
afdelingen
 
Legal,
 
Ethics
 
&
 
Compliance
 
/
HRdiensten.
 
Bovendien
 
onderhoudt
 
UCB
 
de
 
UCB
Integrity
 
LineTM
 
waar
 
mensen
 
anoniem
 
meldingen
kunnen
 
indienen,
 
als
 
ze
 
dit
 
willen.
 
De
 
UCB
 
Integrity
LineTM
 
bestaat
 
uit
 
een
 
vertrouwelijke
 
beveiligde
website
 
en
 
gratis
 
telefoonnummers
 
die
 
beheerd
worden door een
 
onafhankelijk extern agentschap. De
Integrity LineTM is 24 uur per dag, 365 dagen per jaar
en
 
in
 
meerdere
 
talen
 
beschikbaar
 
voor
onlinemeldingen
 
en
 
telefonische
 
meldingen.
 
UCB
beschikt over procedures voor het melden van zorgen
en wangedrag, mechanismen voor het vastleggen van
meldingen,
 
en
 
het
 
behandelen
 
en
 
onderzoeken
 
van
meldingen.
 
In
 
2021
 
lanceerden
 
we
 
een
 
herziene
 
versie
 
van
 
ons
wereldwijde
 
proces
 
voor
 
het
 
melden
 
en
 
behandelen
van
 
wangedrag
 
en ongepast
 
gedrag
 
bij UCB,
 
evenals
een
 
verbeterde
 
versie
 
van
 
de
 
UCB
 
Integrity
 
LineTM.
We hebben ook
 
een wereldwijde Speak-Up-campagne
gevoerd met
 
als slogan
 
"Jouw stem
 
heeft macht.
 
Zeg
het als
 
u iets
 
verkeerds
 
ziet en
 
samen maken
 
we het
in
 
orde",
 
wat
 
leidde
 
tot
 
een
 
aanzienlijk
 
engagement
van
 
UCB-leiders
 
en
 
-werknemers
 
in
 
de
 
verschillende
regio's.
 
Dit
 
initiatief
 
heeft
 
een
 
krachtige
 
herinnering
opgeleverd over het cruciale belang om het te zeggen
als men een
 
probleem waarneemt en over
 
de toegang
tot en het gebruik van het meldsysteem.
 
In
 
2021
 
werden
 
wereldwijd
 
94
 
interne
 
onderzoeken
verricht,
 
waarbij
 
30
 
zaken
 
werden
 
bevestigd
 
en
 
4
zaken nog liepen. De gevallen leidden tot de volgende
acties: geen
 
actie (43%),
 
coaching (41%),
 
beëindiging
(12%),
 
waarschuwingsbrief
 
(3%),
 
ontslag
 
(1%).
 
De
resultaten
 
van
 
onze
 
eerste
 
wereldwijde
 
ethische
cultuur-
 
en nalevingsperceptie-enquête
 
toonden aan
dat
 
de
 
tevredenheid
 
van
 
onze
 
werknemers
 
over
 
de
rapporteringsmechanismen vergelijkbaar was met die
van onze sectorgenoten.
 
Niettemin hebben wij op
 
dit
belangrijke
 
gebied
 
een
 
kans
 
op
 
verbetering
geconstateerd
 
en
 
wij
 
willen
 
hier
 
in
 
2022
 
en
 
daarna
verder aan werken.
 
Om
 
collega's
 
te
 
ondersteunen
 
bij
 
het
 
omgaan
 
met
ethische
 
dilemma's,
 
heeft
 
UCB
 
een
 
eigen
 
reeks
richtlijnen ontwikkeld,
 
die werden
 
uitgewerkt
 
in een
praktisch
 
hulpmiddel
 
dat
 
collega's
 
helpt
 
om
 
(1)
 
een
ethisch
 
dilemma
 
te
 
identificeren;
 
(2)
 
de
 
impact
 
van
hun keuzes op
 
belanghebbenden te
 
onderzoeken, niet
beperkt
 
tot
 
de
 
onmiddellijke
 
impact,
 
maar
 
rekening
houdend met de
 
impact en de
 
perceptie in de
 
tijd en
voor
 
toekomstige
 
generaties;
 
en
 
(3)
 
collega's
 
te
betrekken bij gesprekken om
 
ethische dilemma's
 
op te
lossen.
 
Concurrentie en antitrust
UCB blijft zich
 
inzetten voor volledige naleving
 
van alle
wetten
 
en
 
regelgeving
 
met
 
betrekking
 
tot
concurrentiebeperkend,
 
antitrust-
 
of
monopoliegedrag. Ons
 
wereldwijde antitrustbeleid
 
is
in
 
2021
 
herzien
 
en
 
er
 
zijn
 
wereldwijd
 
aanvullende
richtlijnen
 
ingevoerd.
 
We
 
hebben
 
ook
 
een
 
nieuwe
reeks
 
e-learnings
 
over
 
EUconcurrentiewetgeving
uitgebracht.
 
In 2021 waren er
 
geen materiële acties
 
of geschillen in
verband met UCB.
 
1.2.
 
Anti-omkoping en anticorruptie
De
 
UCB-gedragscode
 
omvat
 
onder
 
meer
 
de
kernprincipes
 
en
 
gedragingen
 
die
 
zijn
 
gericht
 
op
 
het
verminderen
 
van
 
de
 
risico’s
 
met
 
betrekking
 
tot
omkoping
 
en
 
corruptie.
 
Gezien
 
de
 
aard
 
van
 
onze
activiteiten
 
identificeerde
 
UCB
 
onze
 
betrokkenheid
met
 
de
 
belanghebbenden in
 
de
 
gezondheidszorg
 
als
het primaire anti-omkomping en anticorruptie (ABAC:
anti-bribery
 
&
 
anti-corruption)
 
risicogebied.
 
Over
 
de
ABAC-risico's
 
wordt
 
gerapporteerd
 
in
 
de
 
sectie
Risicobeheer van dit verslag.
 
In 2021 bedroeg het
 
totale aantal deelnemers
 
aan de
speciale
 
anti-omkoping/anti-corruptietraining
wereldwijd 95%,
 
waarvan 96%
 
voor de
 
EU, 99%
 
voor
de VS en 90% voor de
 
internationale markten. In 2021
zijn
 
er
 
geen
 
materiële
 
gevallen
 
van
 
omkoping
 
of
corruptie gemeld.
 
Als
 
een
 
essentieel
 
onderdeel
 
van
 
UCB’s
 
algemene
interne
 
controleomgeving
 
en
 
-structuur,
 
biedt
 
UCB
Global
 
Internal
 
Audit
 
onafhankelijke,
 
objectieve
verzekeringsactiviteiten
 
die
 
zijn
 
ontworpen
 
om
 
de
interne controle
 
en activiteiten van
 
UCB te evalueren
en te verbeteren, inclusief om te zorgen voor naleving
van
 
toepasselijke
 
wetten,
 
regels,
 
voorschriften
 
en
onze
 
Gedragscode
 
over
 
thema’s
 
zoals
 
onder
 
andere
anti-omkoping-en-anti-corruptie.
 
De
 
Global
 
Internal
Auditafdeling
 
controleert
 
periodiek
 
de
 
wereldwijde
activiteiten
 
van
 
UCB
 
op
 
potentiële
 
risico’s
 
met
betrekking
 
tot
 
deze
 
gebieden
 
in
 
overeenstemming
met
 
een
 
vastgesteld
 
rotatieschema
 
of
 
op
 
basis
 
van
problemen
 
indien
 
van
 
toepassing.
 
Ze
 
controleren,
handhaven
 
en
 
volgen
 
continu
 
alle
 
naleving
gerelateerde bevindingen op.
1.3.
 
Mensenrechten
 
UCB
 
en
 
haar
 
collega's
 
zijn
 
verplicht
 
om
 
alle
 
van
toepassing
 
zijnde
 
wetten
 
na
 
te
 
leven
 
en
 
de
mensenrechten
 
te
 
respecteren
 
en
 
met
 
de
 
nodige
voortvarendheid te handelen
 
om te voorkomen dat
 
ze
inbreuk
 
maken
 
op
 
de
 
rechten
 
van
 
anderen,
 
zoals
uitgedrukt
 
door
 
het
 
Internationaal
 
Statuut
 
van
 
de
Rechten
 
van
 
de
 
Mens
 
en
 
de
 
beginselen
 
die
 
zijn
uiteengezet
 
in
 
de
 
Verklaring
 
van
 
de
 
Internationale
Arbeidsorganisatie over
 
Fundamentele Beginselen en
Rechten op het Werk.
 
UCB
 
respecteert
 
de
 
mensenrechten
 
van
 
haar
werknemers
 
en
 
zorgt
 
ervoor
 
dat
 
haar
 
werknemers
met waardigheid
 
en respect
 
worden behandeld.
 
UCB
verwacht
 
hetzelfde
 
gedrag
 
van
 
consultants
 
en
anderen
 
die namens
 
UCB optreden.
 
Het respecteren
van de mensenrechten is
 
de verantwoordelijkheid van
eenieder.
 
UCB-collega's
 
moeten
 
hun
 
leidinggevende
op de hoogte brengen of via
 
de hotline/ helpline of de
UCB
 
Integrity
 
LineTM
 
melding
 
maken
 
van
 
nadelige
gevolgen
 
waarbij
 
het
 
bedrijf,
 
collega's
 
of
 
aannemers
betrokken
 
zijn. Over
 
de mensenrechtenrisico’s
 
wordt
gerapporteerd in de sectie
 
Risicobeheer van dit verslag.
 
UCB is vastbesloten
 
om invloed uit te
 
oefenen op het
gebied
 
van
 
mensenrechten
 
en
 
de
 
nodige
 
stappen
 
te
ondernemen
 
om
 
hoge
 
ethische
 
normen
 
voor
 
arbeid
en eerlijke behandeling van mensen te bevorderen en
aan
 
te
 
moedigen.
 
Wij
 
hanteren
 
een
nultolerantiebenadering
 
voor
 
elke
 
vorm
 
van
mensenrechtenschendingen,
 
inclusief
 
dwangof
kinderarbeid,
 
moderne
 
slavernij
 
of
 
mensenhandel.
Gezien
 
de
 
aard
 
van
 
onze
 
activiteiten,
 
houdt
 
UCB
toezicht
 
op
 
onze
 
relaties
 
met
 
derden,
 
aangezien
 
dit
het
 
gebied
 
is
 
waar
 
risico's
 
in
 
verband
 
met
mensenrechten het
 
meest waarschijnlijk
 
voorkomen.
Deze
 
derden
 
omvatten
 
onze
 
toeleveringsketens
(d.w.z.
 
inkoop
 
van
 
goederen
 
en
 
diensten)
 
en
uitzendkrachten,
 
en
 
met
 
name
 
in
 
landen
 
waar
 
wij
actief
 
zijn
 
die
 
als
 
een
 
hoger
 
risico
 
kunnen
 
worden
beschouwd.
 
Onze
 
Gedragscode,
 
een
 
robuust
zorgvuldigheidseisenproces
 
en
 
controles
 
door
 
ons
Global
 
Internal
 
Audit
 
team
 
zijn
 
erop
 
gericht
 
deze
risico’s te beperken.
 
Tot
 
op
 
heden
 
is
 
er
 
geen
 
melding
 
gemaakt
 
van
 
een
inbreuk op de mensenrechten
 
in verband met UCB of
haar leveranciers.
 
1.4.
 
Productverantwoordelijkheid
UCB neemt
 
de veiligheid
 
van onze
 
producten serieus
en heeft een
 
intern proces om
 
toezicht te
 
houden op
de
 
beoordeling
 
van
 
veiligheidsinformatie
 
voor
geneesmiddelen
 
die
 
UCB
 
ontwikkelt
 
en
 
voor
 
onze
kernproducten.
 
Het
 
Global
 
Labelling
 
Comité
beoordeelt
 
de
 
etikettering
 
van
 
alle
 
UCB-
geneesmiddelen.
 
Dit comité zorgt ervoor dat de etikettering:
 
1.
 
voldoet
 
aan
 
de
 
nationale
 
voorschriften
 
voor
geneesmiddelen
 
met
 
betrekking
 
tot
 
veiligheid,
werkzaamheid
 
en
 
kwaliteit
 
van
 
geneesmiddelen,
evenals de nauwkeurigheid van
 
de productinformatie
die op grond van hun regelgeving wordt verstrekt,
 
2.
 
op
 
gepaste
 
en
 
begrijpelijke
 
wijze
 
informatie
 
over
geneesmiddelen
 
en
 
het
 
veiligheidsprofiel
 
voor
patiënten en artsen weerspiegelt; en
 
3.
 
in het
 
productieland identiek
 
is voor
 
patiënten
 
en
artsen als in landen waarnaar
 
hetzelfde geneesmiddel
wordt geëxporteerd
.
 
1.5.
 
Ethische marketing
 
UCB promoot alleen geneesmiddelen die in
overeenstemming zijn met de wetten, voorschriften
en industriegedragslijnen die van toepassing zijn op
dat land. Er is toezicht dat de promotie van
geneesmiddelen accuraat, eerlijk, objectief, aan de
hoogste ethische normen voldoet en voldoet aan de
lokale wettelijke vereisten. Claims moeten
 
de
nieuwste, actuele wetenschappelijke
bewijsverklaringen weerspiegelen en mogen niet
dubbelzinnig zijn. Reclame, persberichten en
wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot
onze verbindingen, producten en ziektes worden
voorgelegd aan de globale of lokale comités, waarvan
de leden vakkundig zijn opgeleid. UCB verkoopt geen
producten die op een bepaalde markt zijn verboden.
Alle UCB-producten voldoen aan de wettelijke en
veiligheidseisen voor geneesmiddelen.
 
UCB houdt zich aan alle toepasselijke nationale
wetten, voorschriften en industriegedragslijnen, de
WHO-Ethische Criteria voor
Geneesmiddelenbevordering, en onder meer ook aan
de Richtlijnen van het Europees Parlement en de
Raad betreffende de Gemeenschapscode
betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik,
en van EFPIA, IFPMA en PhRMA-codes.
 
2.
 
Risicobeheer
2.1.
 
Onze aanpak van risicobeheer
Binnen
 
Enterprise
 
Risk
 
Management
 
bij
 
UCB
behouden
 
we
 
onze
 
toewijding
 
aan
 
onze
 
doelstelling
en
 
onze
 
duurzame
 
Patiëntenwaarde
 
Strategie
 
en
proberen
 
we
 
nieuwe manieren
 
te
 
vinden om
 
risico’s
te
 
beheren
 
en
 
impact
 
te
 
hebben
 
op
 
een
 
steeds
veranderlijkere,
 
complexere
 
en
 
dubbelzinnige
omgeving .
 
Onze verbinding met de strategie versterken en onze
risicolens uitbreiden
Enterprise Risk
 
Management is
 
ondergebracht
 
in het
Global Legal
 
Affairs
 
team, waardoor
 
de leden
 
van de
Enterprise
 
Risk
 
Management
 
groep
 
het
 
transversale
karakter
 
van
 
de
 
juridische
 
functie
 
volledig
 
kunnen
benutten.
 
Onder deze
 
structuur heeft
 
UCB de
 
interfaces tussen
strategie,
 
Enterprise
 
Risk
 
Management
 
en
 
zakelijke
belanghebbenden verbeterd
 
voor een
 
meer flexibele
en
 
waardetoevoegende
 
aanpak.
 
Bovendien
 
hebben
we ons begrip van onzekerheid vergroot, zowel vanuit
onze interne
 
context als
 
door opkomende risico’s
 
die
voortvloeien uit de externe omgeving.
 
2.2.
 
Proces en kader
Door
 
in
 
contact
 
te
 
treden
 
met
 
de
 
belangrijkste
vertegenwoordigers
 
van
 
alle
 
operationele,
functionele en strategische
 
bedrijfsgebieden, worden
risico’s
 
geïdentificeerd
 
en
 
beoordeeld
 
vanuit
 
elk
bedrijfsonderdeel
 
en
 
zijn
 
leiderschapsteam.
Daarnaast
 
wordt
 
een
 
“top-down/outsidein”
 
-
beoordeling uitgevoerd om een holistisch risicoprofiel
te
 
voltooien.
 
Om
 
de
 
impact
 
te
 
maximaliseren,
 
zijn
toprisico’s
 
verbonden
 
met
 
de
 
strategische
prioriteiten. Een goed begrip van
 
zowel hoe het risico
evolueert als hoe
 
goed UCB is vo
 
orbereid om erop
 
te
reageren, wordt
 
gecommuniceerd met
 
en besproken
met
 
zowel
 
ons Uitvoerend
 
comité
 
als onze
 
Raad van
bestuur.
 
Omdat
 
de
 
risico's
 
waarmee
 
wij
geconfronteerd
 
worden
 
evolueren,
 
is
 
onze
 
aanpak
van
 
het
 
beheer
 
van
 
die
 
risico's
 
dynamisch,
 
zodat
nieuwe
 
of
 
gewijzigde
 
risico's
 
in
 
de
 
loop
 
van
 
het
 
jaar
kunnen worden beoordeeld en opnieuw geëvalueerd.
In dit
 
verband zijn
 
in 2021
 
twee nieuwe
 
dimensies in
het
 
risicoproces
 
opgenomen:
 
nabijheid
 
en
 
snelheid.
Deze metingen helpen
 
te bepalen hoe
 
snel risico's zich
waarschijnlijk
 
zullen ontwikkelen
 
en hoe
 
snel UCB
 
in
staat zou zijn daarop
 
te reageren indien
 
zij zich
 
zouden
voordoen.
 
Bestuur en toezicht
UCB blijft aantonen dat ze zich inzet voor het beheren
van
 
onzekerheid
 
door
 
aan
 
de
 
top
verantwoordelijkheid
 
te creëren
 
en het
 
ondernemen
van
 
actie
 
door
 
de
 
bedrijfsonderdelen
 
te
 
stimuleren.
Elk
 
toprisico
 
is
 
eigendom
 
van
 
een
 
lid
 
van
 
het
Uitvoerend
 
Comité.
 
Dat
 
lid
 
is
 
verantwoordelijk
 
voor
het
 
begrijpen
 
van
 
de
 
aard
 
van
 
het
 
risico
 
en
 
het
mogelijk maken van onze reactie daarop.
2.3.
 
Toprisico’s
 
2021
De gevolgen van COVID-19
 
hebben een aantal risico’s
versneld.
 
We
 
hebben
 
de
 
COVID-19-dimensie
geïntegreerd
 
in
 
onze
 
risicoanalyse
 
en
 
hebben
vastgesteld
 
dat
 
ons
 
algemeen
 
risicoprofiel
 
stabiel
blijft.
Wij
 
behouden
 
een
 
sterke
 
verbondenheid
 
met
 
onze
Raad
 
van
 
bestuur/Auditcomité
 
en
 
brengen
 
hun
feedback over risico terug in de organisatie. De Global
Internal
 
Audit-functie
 
beoordeelt
 
onafhankelijk
 
en
regelmatig
 
de
 
toprisico's
 
en
 
ondersteunt
 
de
bedrijfsfuncties
 
bij
 
hun
 
risicorespons.
 
De
geïllustreerde
 
risico's
 
zijn
 
een
 
weergave
 
van
 
de
belangrijkste
 
risico's
 
die
 
werden
 
geïdentificeerd
 
en
beheerd in 2021.
 
 
 
ucbsa-2021-12-31p90i0
 
ucbsa-2021-12-31p91i0
 
2.4.
 
Milieu- en sociale risico’s
De risico's op het gebied
 
van milieu, maatschappij
 
en bestuur worden
 
samen met de strategische
 
en bedrijfsrisico's beheerd
 
in
ons
 
proces
 
voor
 
Enterprise
 
Risk
 
Management
 
en
 
ons
 
bestuur,
 
zoals
 
hierboven
 
beschreven.
 
Deze
 
risico’s
 
worden
 
daarom
geïdentificeerd en beheerd
 
volgens het beleid
 
en de procedures
 
van de respectieve
 
bedrijfsactiviteiten en
 
geëscaleerd volgens
het process
 
voor bedrijfsrisicobeheer.
 
Milieu-, sociale
 
en bestuursrisico's
 
worden
 
niet onder
 
de bovenstaande
 
toprisico's
 
van
het bedrijf vermeld, indien zij de voor het toprisico bepaalde drempel niet bereikten. In dat geval worden de risico's beheerd
 
op
het niveau van de bedrijfsactiviteit en het team. Onze risico's en risicobeperkingsstrategieën gerelateerd aan wetenschappelijke
innovatie en toegang tot geneesmiddelen zijn hierboven uiteengezet. Naast deze risico’s wordt hieronder een overzicht gegeven
van sociale, milieu- en bestuursrisico’s
 
.
 
ucbsa-2021-12-31p93i0
 
ucbsa-2021-12-31p94i0
 
ucbsa-2021-12-31p95i0
 
3. Verklaring inzake deugdelijk bestuur
Introductiebrief van de voorzitter van het governance, benoemings-
 
en remuneratiecomité
Beste lezer,
Als voorzitter van het
 
governance, benoemings-
 
en remuneratiecomité van de Raad
 
(“GNCC”) sinds
 
april 2021, voel
 
ik me vereerd
om het deel deugdelijk bestuur van
 
ons geïntegreerd jaarverslag
 
te introduceren en enkele
 
bestuurshoogtepunten
 
van het jaar
te delen.
 
2021 was
 
een jaar
 
van verandering
 
in de
 
samenstelling van
 
de Raad
 
van bestuur
 
van UCB,
 
aangezien we
 
afscheid namen
 
van
verschillende gewaardeerde
 
leden van de Raad
 
en we onze nieuwe bestuursleden
 
verwelkomden die
 
een schat aan ervaring in
de gezondheidszorg
 
met zich meebrengen.
 
Ten eerste is onze nieuwe voorzitter van de Raad van bestuur,
 
Dr. Stefan Oschmann, voormalig CEO van Merck, bij ons gekomen
na
 
een
 
lange
 
en
 
uitmuntende
 
carrière
 
in
 
de
 
biowetenschappen.
 
Hij
 
brengt
 
uitzonderlijke
 
leiderschapscapaciteiten
 
mee,
strategische
 
bedrijfservaring
 
en
 
bovenal
 
een staat
 
van
 
dienst
 
in
 
het
 
creëren
 
van
 
duurzame
 
waarde
 
voor
 
patiënten,
 
mensen,
gemeenschappen, de planeet en aandeelhouders.
 
We waren
 
evenzeer verheugd
 
professor Susan
 
Gasser te mogen
 
verwelkomen als
 
bestuurslid en
 
lid van het
 
Wetenschappelijk
comité. Susan brengt diepgaande ervaring mee op verschillende wetenschappelijke
 
gebieden, waaronder biofysica, moleculaire
biologie
 
en
 
genetica
 
-
 
van
 
cruciaal
 
belang
 
voor
 
de
 
toekomstige
 
ontwikkeling
 
van
 
UCB.
 
Haar
 
functies
 
in
 
gerenommeerde
wetenschappelijke
 
beoordelingspanels
 
en
 
internationale
 
adviesfuncties
 
zullen
 
de
 
onderneming
 
de
 
komende
 
jaren
 
helpen
sturen.
 
We waren ook zeer
 
verheugd de benoeming van Jonathan Peacock
 
tot lid van de Raad en voorzitter van het
 
auditcomité aan te
kondigen. Jonathan heeft een uitstekende
 
reputatie in de biotech-
 
en farmaceutische industrie, onder meer als CFO van Amgen
Inc en later van de farmaceutische divisie
 
van Novartis.
 
Ik voel
 
me vereerd
 
om de
 
rol op
 
mij te
 
nemen van
 
vicevoorzitter
 
van de
 
Raad van
 
bestuur en
 
voorzitter
 
van het
 
governance,
benoemings-
 
en remuneratiecomité
 
van UCB,
 
een bedrijf waarmee
 
ik zeer vertrouwd
 
ben en waar
 
ik trots op
 
ben deel van
 
uit
te maken, aangezien ik verschillende
 
jaren binnen de organisatie heb gewerkt,
 
eerst als EVENITY® Commercial Lead, vervolgens
als Hoofd
 
van de
 
EU voor
 
de Bone business
 
en later
 
als Venture
 
Partner bij
 
UCB Ventures.
 
Als vicevoorzitter
 
en voorzitter
 
van
het GNCC kijk ik ernaar uit om bij te dragen aan onze ambitie om mensen die leven met ernstige ziekten, hun
 
verzorgers en hun
families in staat
 
te stellen hun
 
beste leven te
 
leiden en ernaar te
 
streven UCB te
 
dienen in onze transformatie
 
naar leiderschap
in de biofarma.
 
2021 was
 
niet alleen
 
een jaar
 
van
 
veranderingen
 
in de
 
samenstelling
 
van
 
de Raad
 
van bestuur,
 
maar ook
 
een spannend
 
jaar
vanuit
 
bestuurlijk
 
oogpunt,
 
met
 
name
 
met
 
het
 
oog
 
op
 
onze
 
duurzaamheidsaanpak.
 
Om
 
onze
 
inspanningen
 
en
 
impact
 
te
versnellen,
 
hebben
 
wij
 
eind
 
2020
 
de
 
externe
 
duurzaamheidsadviesraad
 
("ESAB”
 
-
 
External
 
Sustainability
 
Advisory
 
Board)
opgericht, waarin thought leaders, elk erkend als change agent in de samenleving, samenwerken
 
met onze CEO, het Uitvoerend
comité, de Raad van
 
nietuitvoerende bestuurders
 
en andere senior leiders.
 
De ESAB zal ons
 
helpen op koers
 
te blijven met wat
de samenleving verwacht van een duurzame biofarmaceutische leider en is sinds 2021
 
geïntegreerd
 
in de besprekingen over het
strategisch langetermijnplan van UCB. Het
 
GNCC heeft ook
 
zijn goedkeuring gegeven aan
 
het langetermijnplan voor de
 
opneming
van
 
niet-financiële
 
indicatoren
 
in
 
de kortetermijnen
 
langetermijnbeloningen
 
van
 
de directie,
 
waarvan
 
de eerste
 
stappen
 
zijn
uiteengezet in ons Verslag over het bezoldigingsbeleid (punt 3.7). Voorts is duurzaamheid in alle aspecten van de besluitvorming
geïntegreerd,
 
bijvoorbeeld
 
bij de
 
herziening van
 
de gedragscode
 
van de
 
onderneming, in
 
onze
 
Patiëntenwaarde
 
Strategie
 
en
binnen onze Launch Excellence.
 
In overeenstemming
 
met ons
 
streven
 
naar open
 
en constructieve
 
relaties
 
met al
 
onze
 
stakeholders,
 
heeft het
 
GNCC ook
 
een
frequenter en regelmatiger engagement
 
met investeerders
 
aangemoedigd, om hun feedback te verzamelen
 
en hun prioriteiten
te begrijpen,
 
terwijl ook
 
gezorgd
 
wordt
 
voor wederzijds
 
begrip,
 
met relevante
 
contextuele
 
informatie,
 
van de
 
prioriteiten
 
en
keuzes
 
van
 
UCB.
 
In
 
2021
 
organiseerde
 
UCB
 
twee
 
roadshows
 
met
 
zijn
 
top
 
20-beleggers,
 
waarbij
 
de
 
nadruk
 
lag
 
op
duurzaamheidsaangelegenheden. Er werd
 
een eerste roadshow
 
georganiseerd in maart
 
2021, voorafgaand
 
aan onze algemene
vergadering en een tweede in november/december 2021 met een diepgaande duik in onze duurzaamheidsaanpak. Naast de top
20-beleggers
 
werden
 
ook
 
aandeelhouders
 
uitgenodigd
 
die
 
zich
 
bereid
 
verklaarden
 
om
 
met
 
UCB
 
in
 
dialoog
 
te
 
treden
 
over
duurzaamheidsaangelegenheden.
 
UCB
 
heeft
 
ook
 
op
 
regelmatige
 
basis
 
met
 
volmachtadviseurs
 
over
 
deze
 
aangelegenheden
overlegd.
 
Ten slotte,
 
voortbouwend op de feedback van dit engagement
 
met onze stakeholders,
 
publiceert UCB in dit verslag details over
de mix en diversiteit
 
van vaardigheden
 
van onze leden
 
van de Raad
 
van bestuur.
 
Dit is een punt
 
dat wij van
 
nabij zullen blijven
volgen en
 
laten evolueren
 
naargelang van
 
de behoeften
 
van het
 
bedrijf.
 
UCB bevestigt
 
ook dat
 
zij procedures
 
heeft, zowel
 
als
onderdeel van
 
haar opvolgingsplanning
 
als van
 
een continu
 
proces, om
 
de externe
 
benoemingen van
 
haar leden
 
van de
 
Raad
van
 
bestuur,
 
alsook
 
hun
 
onafhankelijkheid,
 
te
 
controleren,
 
overeenkomstig
 
de Belgische
 
en Europese
 
regelgeving,
 
alsook
 
de
internationale normen.
Ik kijk
 
ernaar uit
 
om de
 
solide bestuursbasis
 
die UCB
 
in de
 
loop der
 
jaren heeft
 
opgebouwd verder
 
te ontwikkelen
 
en om
 
een
stakeholder-centrische,
 
duurzame
 
en
 
holistische
 
langetermijnvisie
 
op
 
ons
 
landschap
 
te
 
handhaven
 
om
 
onze
 
toekomstige
evolutie te informeren.
FIONA DU MONCEAU
Vicevoorzitter van de Raad en voorzitter van de GNCC
3.1 Reikwijdte van rapportering
 
Als
 
een
 
Belgische
 
vennootschap
 
genoteerd
 
op
Euronext
 
Brussel,
 
die
 
de
 
hoogste
 
normen
 
inzake
deugdelijk bestuur nastreeft,
 
is UCB NV
 
(“UCB”) door
de Belgische wet (in het bijzonder artikel 3:61 van het
Belgische
 
Wetboek
 
van
 
Vennootschappen
 
en
Verenigingen4
 
of
 
het
 
“WVV”)
 
verplicht
 
de
 
Belgische
Corporate Governance
 
Code 2020 of
 
de “Code 2020”
toe te
 
passen die
 
beide op
 
1 januari
 
2020 in
 
werking
zijn getreden.
 
De Code
 
2020 gebaseerd
 
op het
 
principe “pas
 
toe of
leg
 
uit”.
 
Het
 
Belgische
 
vennootschapsrecht
 
en
 
de
Belgische
 
Corporate
 
Governance
 
Code
 
verplichten
UCB ertoe om een Corporate Governance Charter
 
aan
te
 
nemen
 
en
 
te
 
publiceren
 
en
 
om
 
jaarlijks
 
een
Verklaring
 
inzake
 
deugdelijk bestuur
 
op
 
te
 
nemen in
het (Geïntegreerd) Jaarverslag.
 
De Raad van bestuur van
 
UCB (de “Raad”) heeft sinds
2005
 
een
 
Corporate
 
Governance
 
Charter
 
(het
“Charter”) vastgesteld. Het beschrijft de
 
belangrijkste
aspecten van deugdelijk bestuur van UCB, inclusief de
bestuursstructuur
 
en
 
het
 
intern
 
reglement
 
van
 
de
Raad,
 
zijn
 
comités
 
en
 
het
 
Uitvoerend
 
Comité,
 
en
 
de
regels
 
van
 
toepassing
 
op
aandeelhoudersvergaderingen.
 
Het
 
Charter
 
wordt
regelmatig
 
bijgewerkt
 
en
 
jaarlijks
 
herzien
 
door
 
de
Raad
 
om
 
in
 
overeenstemming
 
te
 
zijn
 
met
 
de
 
van
toepassing
 
zijnde
 
wet-
 
en
 
regelgeving,
 
de
 
Corporate
Governance
 
Code,
 
internationale
 
standaarden
 
en
 
de
evolutie
 
van
 
UCB.
 
De
 
laatste
 
versie
 
van
 
het
 
UCB
Charter is beschikbaar op de UCB website.
 
Zoals
 
vereist
 
door
 
het
 
WVV
 
en
 
de
 
Code
 
2020
publiceert
 
UCB
 
ook
 
elk
 
jaar
 
een
 
Verklaring
 
inzake
deugdelijk
 
bestuur,
 
dat
 
deel
 
uitmaakt
 
van
 
het
jaarverslag, en
 
dat alle
 
informatie
 
bevat vereist
 
door
de
 
wet,
 
een
 
beschrijving
 
hoe
 
de
 
Code
 
2020
 
werd
toegepast
 
in
 
het
 
laatste
 
boekjaar
 
en,
 
indien
 
van
toepassing,
 
toelichting
 
bij
 
afwijkingen
 
op
 
de
bepalingen
 
van
 
deze
 
Code
 
(toepassing
 
van
 
de
 
“pas-
toe-of-leg-uit”-
 
benadering).
 
Deze
 
sectie
 
van
 
het
Geïntegreerd
 
Jaarverslag
 
vormt
 
de
 
Verklaring
 
inzake
deugdelijk bestuur voor het jaar 2021.
3.2 Kapitaal en aandelen
3.2.1 Kapitaal
In 2021
 
is het
 
kapitaal van
 
UCB niet
 
gewijzigd. Op
 
31
december
 
2021
 
bedroeg
 
het
 
kapitaal
 
€ 583 516 974,
vertegenwoordigd
 
door
 
194 505 658
 
aandelen.
 
Het
aandelenkapitaal van UCB wordt sinds 13
 
maart 2014
vertegenwoordigd
 
door
 
194 505 658
 
volledig
volgestorte aandelen (“UCB-aandelen”).
3.2.2 Aandelen
UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder,
op naam
 
of gedematerialiseerd,
 
in overeenstemming
met het WVV.
 
Ingevolge
 
de
 
Wet
 
van
 
14 december
 
2005
 
werden
aandelen
 
aan
 
toonder
 
geleidelijk
 
afgeschaft,
 
wat
leidde
 
tot
 
hun
 
omzetting
 
in
 
effecten
 
op
 
naam
 
of
gedematerialiseerde
 
effecten
 
vanaf
 
1 januari
 
2014,
een verplichte
 
verkoop
 
van
 
uitstaande
 
aandelen aan
toonder
 
door
 
de
 
Vennootschap
 
in
 
juni
 
2015
 
en
 
hun
complete afschaffing op het einde van 2015.
 
Per
 
1 januari 2016
 
hebben de
 
rechtmatige
 
eigenaars
van niet opgeëiste
 
aandelen aan
 
toonder het recht
 
om
bij de Deposito- en
 
Consignatiekas de terugbetaling te
vorderen
 
van
 
de
 
netto-opbrengst
 
van
 
de
onderliggende
 
aandelen,
 
op
 
voorwaarde
 
dat
 
zij
 
op
geldige
 
wijze
 
hun
 
hoedanigheid
 
van
 
rechthebbende
kunnen aantonen
 
en mits
 
een boete
 
van 10%
 
van de
 
verkoopopbrengst
 
van
 
de
 
onderliggende
 
aandelen
aan
 
toonder
 
per
 
begonnen
 
jaar.
 
Meer
 
details
 
zijn
beschikbaar op website van UCB.
 
UCB-aandelen op
 
naam worden ingeschreven
 
in UCB’s
register van aandelen
 
op naam.
 
Alle UCB-aandelen
 
zijn
toegelaten
 
tot
 
de
 
notering
 
en
 
verhandeling
 
op
Euronext
 
Brussels.
 
Elk
 
aandeel
 
geeft
 
recht
 
op
 
één
stem (volgens het principe "één aandeel, één stem").
3.2.3 Eigen aandelen
In overeenstemming met artikel 12 van de statuten
van UCB (de “
Statuten
 
van UCB”), heeft de
buitengewone Algemene vergadering van 30 april
2020 beslist om de Raad van bestuur te machtigen,
voor een periode van 2 jaar, die aanvangt op 1
 
juli
2020 en die afloopt op 30 juni 2022, om op of buiten
de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om
het even welke andere wijze, rechtstreeks of
onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal
aandelen van de Vennootschap te verwerven,
berekend op de datum van elke verwerving, tegen
een prijs of een tegenwaarde per aandeel (i) van
maximaal hoogste koers van het aandeel van de
vennootschap op Euronext Brussel op de datum van
de verwerving en (ii) van minimaal een (1) euro,
zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het
Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De Vennootschap mag, samen met haar directe of
indirecte dochtervennootschappen, evenals
personen die handelen in hun eigen naam maar voor
rekening van de Vennootschap of haar directe of
indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van
dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het
totaal aantal aandelen uitgegeven door de
Vennootschap verwerven, berekend op het moment
van de relevante verwerving. Deze machtiging strekt
zich uit tot elke verwerving van aandelen van de
Vennootschap, direct of indirect, door de directe
dochterondernemingen van de Vennootschap,
overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV.
 
Een
hernieuwing van deze machtiging voor een periode
van 2 jaar eindigend op 30 juni 2024 zal worden
voorgelegd aan de Algemene vergadering van 28
april 2022.
In 2021 heeft UCB NV 750 000 UCB aandelen
verworven en 898 441 UCB aandelen overgedragen.
Op 31 december 2021 was UCB NV eigenaar van
5 331 781 UCBaandelen, die 2,74% van het totale
aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Ze hield
geen andere UCB-effecten aan. De UCB-aandelen
werden verworven door UCB NV om de
verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien
uit de aandelenoptieplannen,
aandelentoekenningsplannen en
prestatieaandelenplannen voor werknemers. Geen
van haar verbonden vennootschappen bezit UCB-
aandelen op 31 december 2021.
3.2.4 Toegestaan kapitaal
De
 
buitengewone
 
Algemene
 
vergadering
 
van
aandeelhouders van 30 april
 
2020 besloot om
 
de Raad
te
 
machtigen
 
(en om
 
de statuten
 
overeenkomstig
 
te
wijzigen)
 
om
 
gedurende
 
2
 
jaar,
 
tot
 
9
 
mei
 
2022,
 
het
kapitaal
 
in
 
één
 
of
 
meer
 
malen
 
te
 
verhogen,
 
onder
meer
 
door
 
de
 
uitgifte
 
van
 
aandelen,
 
converteerbare
obligaties of warranten, en dit
 
binnen de grenzen van
het WVV.
 
1. met maximaal
 
5% van het
 
kapitaal op het
 
moment
dat
 
de
 
Raad
 
beslist
 
om
 
gebruik
 
te
 
maken
 
van
 
deze
machtiging,
 
in
 
geval
 
van
 
een
 
kapitaalverhoging
waarbij
 
het
 
voorkeurrecht
 
van
 
de
 
aandeelhouders
wordt
 
beperkt of
 
uitgesloten
 
(al dan
 
niet ten
 
gunste
van
 
één
 
of
 
meer
 
bepaalde
 
personen,
 
andere
 
dan
personeelsleden
 
van
 
de
 
vennootschap
 
of
 
van
 
haar
dochtervennootschappen);
 
2. met maximaal 10% van
 
het kapitaal op het moment
dat
 
de
 
Raad
 
beslist
 
om
 
gebruik
 
te
 
maken
 
van
 
deze
machtiging,
 
in
 
geval
 
van
 
een
 
kapitaalverhoging
waarbij
 
het
 
voorkeurrecht
 
van
 
de
 
aandeelhouders
niet wordt beperkt of uitgesloten.
 
Het totale
 
bedrag waarmee
 
de Raad
 
het kapitaal
 
kan
verhogen
 
door
 
een
 
combinatie
 
van
 
de machtigingen
zoals bepaald onder
 
(1) en
 
(2), is in
 
ieder geval beperkt
tot maximaal 10%
 
van het kapitaal op
 
het moment dat
de
 
Raad
 
beslist
 
om
 
gebruik
 
te
 
maken
 
van
 
deze
machtiging.
 
De
 
Raad
 
is
 
bovendien
 
uitdrukkelijk
 
gemachtigd
 
om
deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen
zoals
 
bepaald
 
onder
 
(i)
 
en
 
(ii)
 
hierboven,
 
voor
 
de
volgende verrichtingen:
 
1.
 
een
 
kapitaalverhoging
 
of
 
de
 
uitgifte
 
van
converteerbare
 
obligaties
 
of
 
van
 
warranten
 
waarbij
het voorkeurrecht
 
van
 
de aandeelhouders
 
is beperkt
of uitgesloten,
 
2.
 
een
 
kapitaalverhoging
 
of
 
de
 
uitgifte
 
van
converteerbare
 
obligaties
 
of
 
inschrijvingsrechten
waarbij
 
het
 
voorkeurrecht
 
van
 
de
 
aandeelhouders
 
is
beperkt
 
of
 
uitgesloten
 
ten
 
gunste
 
van
 
één
 
of
 
meer
bepaalde personen,
 
andere dan
 
personeelsleden van
de
 
vennootschap
 
of
 
van
 
haar
dochtervennootschappen; en
 
3. een kapitaalverhoging
 
door omzetting van reserves.
 
Een
 
dergelijke
 
kapitaalverhoging
 
kan
 
om
 
het
 
even
welke
 
vorm
 
aannemen,
 
met
 
inbegrip
 
van,
 
maar
zonder beperking tot, een inbreng
 
in geld of in
 
natura,
met
 
of
 
zonder
 
uitgiftepremie,
 
met
 
uitgifte
 
van
aandelen beneden, boven of tegen nominale waarde,
door
 
omzetting
 
van
 
reserves
 
en/
 
of
 
uitgiftepremies
en/of overgedragen
 
winst, voor zover
 
maximaal door
de Wet is toegestaan.
 
Elke beslissing van
 
de Raad om gebruik
 
te maken van
deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.
 
De
 
Raad
 
heeft
 
de
 
bevoegdheid,
 
met
 
recht
 
van
indeplaatsstelling,
 
om
 
de
 
statuten
 
te
 
wijzigen
 
om
daarin de
 
kapitaalverhogingen weer
 
te geven
 
die het
gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.
 
Het WVV laat niet
 
toe om gebruik te
 
maken van deze
machtiging
 
vanaf
 
het
 
ogenblik
 
dat
 
de
 
Vennootschap
op de
 
hoogte werd
 
gebracht
 
door de
 
Autoriteit voor
Financiële
 
Diensten
 
en
 
Markten
 
(‘FSMA’)
 
over
 
een
publiek overnamebod.
 
Op 31
 
december 2021
 
maakte de
 
Raad geen
 
gebruik
van
 
deze
 
machtiging.
 
Aangezien
 
de
 
machtiging
verleend
 
door
 
de
 
buitengewone
 
Algemene
vergadering van 30
 
april 2020 in 2022 vervalt,
 
zal aan
de
 
Algemene
 
vergadering
 
van
 
28
 
april
 
2022
 
een
hernieuwing
 
van
 
het
 
toegestane
 
kapitaal
 
worden
voorgesteld
 
voor
 
een
 
nieuwe
 
periode van
 
2
 
jaar
 
die
verstrijkt in 2024.
 
ucbsa-2021-12-31p101i0
3.3 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
3.3.1 Referentieaandeelhouder
De grootste
 
aandeelhouder van
 
UCB nv
 
is Financière
de
 
Tubize
 
NV
 
(hierna
 
ook
 
de
“Referentieaandeelhouder”
 
of
 
“Tubize”
 
genoemd),
een
 
Belgisch
 
beursgenoteerde
 
bedrijf
 
op
 
Euronext
Brussel. Tubize bezit 68 333 981
 
UCB-aandelen op een
totaal
 
van
 
194 505 658
 
(d.w.z.
 
35,13%)
 
op
31 december
 
2021.
 
Op
 
basis
 
van
 
de
 
meest
 
recente
publieke
 
bekendmaking
 
van
 
Tubize,
 
zag
 
de
aandeelhoudersstructuur
 
van
 
Tubize
 
er
 
op
 
31
december 2021 als volgt uit:
Altaï
 
Invest
 
nv
 
wordt
 
gecontroleerd
 
door
 
Evelyn
 
du
Monceau,
 
geboren
 
Evelyn
 
Janssen. Barnfin
 
nv
 
wordt
gecontroleerd door
 
Bridget van Rijckevorsel,
 
geboren
Bridget Janssen.
 
De
 
aandeelhouders
 
van
 
Tubize
 
die
 
behoren
 
tot
 
de
familie Janssen, handelen
 
in onderling overleg, d.w.z.
zij
 
hebben
 
een
 
aandeelhoudersovereenkomst
gesloten waarvan
 
de belangrijkste
 
kenmerken
 
hierna
zijn weergegeven,
 
gebaseerd op
 
publiek beschikbare
informatie:
 
 
Het
 
doel
 
van
 
het
 
onderling
 
overleg
 
is
 
om
 
via
Financière
 
de
 
Tubize
 
nv
 
de
 
stabiliteit
 
van
 
de
aandeelhoudersstructuur van UCB te verzekeren, met
het oog op de industriële ontwikkeling ervan op lange
termijn.
 
In
 
dit
 
perspectief
 
beoogt
 
het
 
om
 
het
doorslaggevend
 
belang
 
van
 
de
 
familie
 
in
 
de
aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize
 
nv
te bewaren.
 
 
De
 
partijen
 
bij
 
het
 
onderling
 
overleg
 
consulteren
elkaar
 
over
 
de
 
beslissingen
 
die
 
genomen
 
moeten
worden
 
op
 
de
 
aandeelhoudersvergadering
 
van
Financière de
 
Tubize nv, en ze proberen, voor
 
zover als
mogelijk, een consensus
 
te bereiken. Ze zorgen ervoor
dat
 
ze
 
voldoende
 
vertegenwoordigd
 
zijn
 
in
 
de
 
Raad
van bestuur van Financière de
 
Tubize NV.
 
Binnen deze
Raad
 
en via
 
hun vertegenwoordigers
 
in
 
de Raad
 
van
bestuur
 
van
 
UCB,
 
consulteren
 
zij
 
elkaar
 
over
belangrijke
 
strategische
 
beslissingen
 
die
 
UCB
aangaan, en proberen
 
zij, voor
 
zoveel als mogelijk,
 
een
consensus te bereiken.
 
• De partijen
 
informeren elkaar vooraleer zij overgaan
tot een
 
belangrijke aankoop-
 
of verkoopoperatie
 
van
aandelen
 
van
 
Financière
 
de
 
Tubize
 
nv.
 
Er
 
zijn
 
ook
voorkooprechten en rechten van herverkoop voorzien
binnen de familie.
 
Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020
 
“moet de
Raad van bestuur overleggen of het passend is
 
dat de
vennootschap
 
een
 
relatieovereenkomst
 
sluit
 
met
 
de
belangrijke
 
aandeelhouder of
 
de aandeelhouder
 
met
zeggenschap.”
 
De
 
Raad
 
is
 
van
 
oordeel
 
dat
 
er
momenteel
 
geen
 
behoefte
 
is
 
aan
 
de
 
opstelling
 
van
een relatieovereenkomst.
 
Het Corporate
 
Governance
Charter
 
van
 
UCB,
 
de
 
huidige
 
samenstelling
 
van
 
de
Raad
 
van
 
bestuur
 
en
 
de
 
regels
 
van
 
het
 
WVV
 
bieden
een
 
voldoende
 
duidelijk
 
kader
 
aan
 
de
 
Raad
 
van
bestuur en de referentieaandeelhouder.
 
Bovendien is
de
 
Referentieaandeelhouder
 
van
 
UCB
 
zelf
 
een
beursgenoteerde
 
onderneming
 
en
 
als
 
zodanig
onderworpen
 
aan
 
uitgebreide
openbaarmakingsverplichtingen.
 
 
3.3.2 Transparantieverklaringen
In
 
de
 
loop
 
van
 
2021
 
heeft
 
UCB
 
de
 
volgende
transparantieverklaringen
 
gedaan
 
of
 
ontvangen
 
in
overeenstemming
 
met de
 
wet van
 
2 mei
 
2007 op
 
de
openbaarmaking
 
van
 
belangrijke
 
deelnemingen:
 
Op
29
 
maart
 
2021
 
stuurde
 
UCB
 
een
transparantieverklaring
 
naar
 
de
 
FSMA,
 
waarin
 
werd
bevestigd
 
dat
 
de
 
participatie
 
van
 
UCB
 
nv
 
in
 
UCB-
aandelen
 
de
 
laagste
 
drempel
 
van
 
3%
 
had
overschreden. Op
 
24 maart
 
2021 bezat
 
UCB SA/NV
 
5
855
 
888
 
UCB-aandelen
 
met
 
stemrecht
 
(tegenover
 
5
742 539
 
UCB-aandelen in
 
haar vorige
 
verklaring van
 
20
januari 2020), wat
 
neerkomt op
 
3,01% van
 
het totale
aantal
 
door
 
de
 
vennootschap
 
uitgegeven
 
aandelen
(194
 
505
 
658)
 
(tegenover
 
2,95%
 
in
 
de
 
kennisgeving
van 20 januari 2020).
 
Een
 
bijgewerkte
 
transparantieverklaring
 
werd
 
door
UCB
 
ingediend
 
bij
 
de
 
FSMA
 
op
 
7
 
april
 
2021,
 
wegens
het
 
uitvoeren
 
door
 
UCB
 
van
 
haar
 
verplichtingen
 
ten
aanzien van
 
werknemers (en
 
het leveren van
 
aandelen
aan
 
haar
 
werknemers)
 
in
 
het
 
kader
 
van
 
de
langetermijnincentiveplannen
 
van
 
de UCB-groep.
 
Als
gevolg
 
daarvan
 
overschreden
 
de
 
stemrechten
 
met
betrekking
 
tot
 
de
 
stemrechtverlenende
 
effecten
 
in
handen
 
van
 
UCB
 
SA/NV
 
op
 
1
 
april
 
2021
 
de
 
laagste
verklaringsdrempel van 3%.
 
UCB
 
ontving
 
op
 
5
 
augustus
 
2021
 
ook
 
een
transparantieverklaring van FMR
 
LLC. FMR LLC,
 
deelde
mee
 
dat,
 
als
 
gevolg
 
van
 
een
 
verwerving
 
van
 
UCB-
aandelen
 
met
 
stemrecht
 
door
 
haar
 
verbonden
ondernemingen,
 
haar
 
deelneming
 
in
 
UCB-aandelen
met stemrecht was toegenomen en
 
voor het eerst de
drempel
 
van
 
5%
 
overschreed
 
op
 
30
 
juli
 
2021.
 
De
vorige
 
verklaring,
 
gedateerd
 
28 juli
 
2020,
 
verklaarde
dat
 
FMR
 
LLC,
 
rekening
 
houdend
 
met
 
de
 
participatie
aangehouden
 
door
 
verbonden
 
vennootschappen,
7 060 944 UCB-aandelen met
 
stemrecht aanhield
 
per
27 juli
 
2020,
 
die
 
3,63%
 
vertegenwoordigen
 
van
 
het
totaal
 
aantal
 
aandelen
 
uitgegeven
 
door
 
UCB.
Uiteindelijk
 
ontving
 
UCB
 
een
 
transparantieverklaring
van Wellington Management
 
Group LLP, gedateerd op
2
 
september
 
2021.
 
Wellington
 
Management
 
Group
LLP
 
heeft
 
meegedeeld
 
dat,
 
ingevolge
 
een
vervreemding van UCB-aandelen met stemrecht
 
door
haar verbonden
 
ondernemingen, haar
 
deelneming in
UCB
 
NV
 
is
 
gedaald
 
en
 
op
 
1
 
september
 
2021
 
de
drempel
 
van
 
7,5%
 
heeft
 
overschreden.
 
Op
 
1
september
 
2021
 
bezat
 
Wellington
 
Management
Group LLP (rekening houdend met de
 
participatie van
haar
 
verbonden
 
ondernemingen)
 
14
 
516
 
633
stemgerechtigde aandelen van
 
UCB (tegenover
 
15 575
749 aandelen
 
in haar vorige
 
verklaring van
 
3 oktober
2019), wat
 
neerkomt
 
op 7,46%
 
van
 
het totale
 
aantal
aandelen uitgegeven door de Vennootschap (194 505
658), tegenover 8,01% in haar vorige verklaring.
 
Al
 
deze
 
kennisgevingen,
 
alsook
 
meer
 
recente
kennisgevingen
 
ontvangen
 
in
 
2022,
 
zijn
 
beschikbaar
op de
website van UCB
.
3.3.3 Relaties met en tussen aandeelhouders
We
 
verwijzen
 
u
 
naar
 
Toelichting
 
44.4
 
voor
 
een
overzicht
 
van
 
de
 
relaties
 
tussen
 
UCB
 
en
 
haar
aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte
 
van
overeenkomsten
 
tussen
 
zijn
 
aandeelhouders,
 
met
uitzondering van de informatie hieronder vermeld.
 
UCB
 
heeft
 
verklaringen
 
ontvangen
 
overeenkomstig
artikel
 
74,
 
§7,
 
van
 
de
 
wet
 
van
 
1
 
april
 
2007
 
op
 
de
openbare
 
overnamebiedingen,
 
van
 
Financière
 
de
Tubize
 
NV,
 
Schwarz
 
Vermögensverwaltung
 
GmbH
 
&
Co.
 
KG
 
en
 
UCB
 
Fipar
 
NV,
 
respectievelijk
 
op
 
22
november 2007,
 
11 december
 
2007 en
 
28 december
2007.
 
Op
 
25
 
augustus
 
2021
 
ontving
 
UCB
 
een
 
bijgewerkte
verklaring overeenkomstig
 
artikel
 
74, §8
 
van
 
de Wet
op
 
de
 
openbare
 
overnamebiedingen
 
van
 
Tubize
(beschikbaar op
 
de website
 
van
 
UCB), waarin
 
Tubize
verklaarde
 
dat
 
het
 
sinds
 
31
 
juli
 
2020
 
257
 
000
 
UCB-
aandelen verwierf, waardoor
 
het in totaal 68 333 981
aandelen
 
bezit,
 
wat
 
neerkomt
 
op
 
35,13%
 
van
 
het
totale
 
aantal
 
door
 
de
 
vennootschap
 
uitgegeven
aandelen (194 505 658).
ucbsa-2021-12-31p103i0
3.3.4 Aandeelhoudersstructuur
Naast de verklaringen hierboven vermeld
 
onder 3.3.2
en
 
3.3.3,
 
houdt
 
UCB
 
NV
 
ook
 
UCB-aandelen
 
aan
 
(zie
boven
 
 
eigen
 
aandelen).
 
De
 
overige
 
UCB-aandelen
zijn in handen van het publiek.
 
Hieronder
 
vindt
 
u
 
een
 
bijgewerkt
 
overzicht
 
van
 
de
aandeelhoudersstructuur
 
van
 
UCB
 
(inclusief
gelijkgestelde
 
financiële
 
instrumenten),
 
op
 
basis
 
van
het
 
aandelenregister
 
van
 
UCB,
 
de
transparantieverklaringen
 
ontvangen
 
in
 
uitvoering
van
 
de
 
Wet
 
van
 
2 mei
 
2007
 
op
 
de
 
openbaarmaking
van
 
belangrijke
 
deelnemingen,
 
de
 
kennisgeving
ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van
 
de Wet
van 1
 
april 2007 op
 
de openbare overnamebiedingen,
de kennisgevingen
 
aan de
 
FSMA in
 
uitvoering van
 
de
Wet
 
van
 
2 augustus
 
2002
 
op
 
het
 
toezicht
 
op
 
de
financiële
 
sector
 
en
 
de
 
financiële
 
diensten
 
en,
 
in
voorkomend
 
geval,
 
recentere
 
publieke
bekendmakingen (situatie op 31 december 2021):
 
ucbsa-2021-12-31p104i0
Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van
artikel 6, §6, van het Koninklijk Besluit van 2 mei
2007 op de openbaarmaking van belangrijke
deelnemingen. Free float zijn de UCB-aandelen die
niet gehouden worden door de
Referentieaandeelhouder (Tubize)
 
en UCB nv. Voor
deze berekening wordt enkel rekening
 
gehouden met
stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden
door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële
instrumenten worden uitgesloten. In lijn met het
lange-termijn dividendbeleid van UCB stelt de Raad
een bruto-dividend voor van € 1,30 per aandeel
(2020: € 1,27). Als het dividend wordt goedgekeurd
door de Algemene vergadering op 28 april 2022 zal
het nettodividend van € 0,91 per aandeel betaalbaar
zijn vanaf 3 mei 2022 tegen afgifte van coupon
nummer 25
.
3.3.5 Algemene vergadering van aandeelhouders
In
 
overeenstemming
 
met
 
de
 
statuten,
 
vindt
 
de
jaarlijkse
 
algemene
 
vergadering
 
van
 
aandeelhouders
plaats
 
op
 
de
 
laatste
 
donderdag
 
van
 
april
 
om
 
11.00u
MET. In 2022 is dit
 
op 28 april.
 
De regels aangaande
 
de
agenda,
 
de
 
procedure
 
voor
 
het
 
bijeenroepen
 
van
vergaderingen,
 
toelating
 
tot
 
de
 
vergaderingen,
 
de
procedure
 
voor
 
het
 
uitoefenen
 
van
 
stemrecht
 
en
andere details kan men
 
vinden in de
 
statuten en in het
Charter,
 
die beschikbaar zijn op de website van UCB.
 
3.4 Raad van bestuur en comités van de Raad
 
Het bestuur van UCB is gebaseerd op een
“monistische” structuur. Dit betekent
 
dat de
onderneming wordt beheerd door een Raad van
bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend
Comité, waarvan de respectieve functies en
verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd in
overeenstemming met de statuten van de
Vennootschap en het Charter.
 
De Raad koos niet
voor een “duale” structuur,
 
gebaseerd op een
afzonderlijke Raad van toezicht en een Raad van
beheer.
 
De Raad nam hierbij in overweging dat het
huidige systeem een passend evenwicht van
bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het
management, en de samenstelling van de Raad is in
overeenstemming met de huidige
aandeelhoudersstructuur en bedrijfsactiviteiten van
UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente
wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan
de Raad in de huidige monistische structuur
delegeren aan het management, noch de algemene
vertegenwoordiging van UCB. De Raad zal zijn
bestuursstructuur tenminste elke 5 jaar herbekijken.
De laatste herziening gebeurde door de Raad in
oktober 2019.
3.4.1 Raad van bestuur
Samenstelling van de Raad en onafhankelijk
bestuurders
Samenstelling Raad en veranderingen in 2021
Sinds de algemene vergadering van 29 april 2021 is
de Raad van bestuur samengesteld als volgt:
Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde
bedrijven zijn gemarkeerd met een *
 
ucbsa-2021-12-31p106i0
 
ucbsa-2021-12-31p107i0
 
ucbsa-2021-12-31p108i0
ucbsa-2021-12-31p109i0
ucbsa-2021-12-31p110i1 ucbsa-2021-12-31p110i0
 
De
secretaris
 
van
 
de
 
Raad
 
is
 
Xavier
 
Michel
 
(Group
Secretary
 
General).
 
De
 
rol
 
en
 
de
verantwoordelijkheden van de secretaris van
 
de Raad
worden beschreven in het UCB Charter.
 
Op
 
de
 
Algemene
 
vergadering
 
van
 
29
 
april
 
2021
werden
 
de
 
mandaten
 
van
 
Viviane
 
Monges
(onafhankelijk
 
Bestuurder)
 
en
 
Albrecht
 
De
 
Graeve
(onafhankelijk
 
bestuurder
 
tot
 
de
 
algemene
vergadering van
 
2022) verlengd voor
 
een termijn van
vier jaar. Dezelfde Algemene vergadering heeft
 
ook de
coöptatie
 
van
 
Susan
 
Gasser
 
(onafhankelijk
bestuurder) bekrachtigd voor de periode
 
van 1 januari
2021
 
tot
 
29
 
april
 
2021
 
en
 
haar
 
benoemd
 
als
onafhankelijk
 
bestuurder
 
voor
 
een
 
termijn
 
van
 
vier
jaar
 
tot
 
de
 
afsluiting
 
van
 
de
 
jaarlijkse
 
algemene
vergadering
 
van 2025.
 
Ten
 
slotte
 
heeft de
 
Algemene
vergadering
 
van
 
29
 
april
 
2021
 
i)
 
Stefan
 
Oschmann
(onafhankelijk
 
bestuurder),
 
ii)
 
Fiona
 
du
 
Monceau
(bestuurder)
 
en
 
iii)
 
Jonathan
 
Peacock
 
(onafhankelijk
bestuurder) benoemd, allen voor een termijn van vier
jaar
 
tot
 
het
 
einde
 
van
 
de
 
jaarlijkse
 
Algemene
vergadering van 2025.
 
Evelyn
 
du
 
Monceau,
 
de
 
vorige
 
voorzitster
 
van
 
de
Raad,
 
bereikte
 
in
 
de loop
 
van
 
2020
 
de leeftijdsgrens
en nam ontslag uit
 
de Raad met onmiddellijke
 
ingang
vanaf
 
de
 
sluiting
 
van
 
de
 
Algemene
 
vergadering
 
van
2021.
 
Ze
 
werd
 
vervangen
 
door
 
Stefan
 
Oschmann als
voorzitter van de Raad.
 
Sinds de
 
Algemene
 
vergadering
 
van
 
2021
 
is met
 
het
vertrek van Evelyn
 
du Monceau en Roch Doliveux
 
het
totale aantal leden van de Raad van bestuur gestegen
van
 
13
 
tot
 
14
 
leden,
 
wat
 
binnen
 
het
 
maximum
 
blijft
dat momenteel in de
 
statuten is vastgelegd
 
(15 leden
van de
 
Raad van
 
bestuur). Deze
 
verhoging is bedoeld
om
 
een
 
soepele
 
overgang,
 
continuïteit
 
en
opvolgingsplanning
 
voor
 
de
 
komende
 
jaren
 
te
verzekeren, na een jaar van grote veranderingen in de
samenstelling
 
van
 
de
 
Raad
 
van
 
bestuur
 
en
 
andere
cruciale functies
 
bij UCB.
 
In 2021
 
kreeg
 
de Raad
 
een
nieuwe
 
voorzitter
 
en
 
vicevoorzitter,
 
een
 
nieuwe
voorzitter
 
van
 
het Auditcomité
 
en een
 
nieuw lid
 
van
het Wetenschappelijk comité,
 
terwijl tegelijkertijd een
nieuwe
 
externe
 
commissaris
 
werd
 
aangesteld
(Mazars).
 
Op
 
31
 
december
 
2021
 
kwalificeren
 
Kay
 
Davies,
Albrecht De Graeve, Viviane Monges, Pierre Gurdjian,
Jan Berger
 
en Ulf Wiinberg
 
allemaal als onafhankelijk
bestuurder
 
en
 
voldoen
 
ze
 
aan
 
alle
onafhankelijkheidsvoorwaarden
 
bepaald
 
door
 
de
Code 2020 en de
 
Raad. Het mandaat van
 
Albrecht De
Graeve
 
werd vernieuwd
 
in de
 
Algemene vergadering
van 29
 
april 2021 voor
 
een termijn
 
van 4
 
jaar (tot
 
de
Algemene
 
vergadering
 
van
 
2025).
 
Aangezien
 
zijn
totale mandaat als bestuurder 12
 
jaar zal bedragen op
het tijdstip van de Algemene
 
vergadering van 28 april
2022
 
(maximaal
 
mandaat
 
voor
 
een
 
onafhankelijke
bestuurder
 
volgens
 
de
 
Code
 
2020),
 
zal
 
Albrecht
 
De
Graeve
 
vanaf
 
die
 
datum
 
niet
 
langer
 
in
 
aanmerking
komen als onafhankelijk bestuurder. Daarom zal hij
 
na
de
 
Algemene
 
vergadering
 
van
 
28
 
april
 
2022
 
uit
 
het
Auditcomité
 
stappen,
 
maar
 
zal
 
hij
 
in
 
de Raad
 
blijven
als nietonafhankelijk
 
bestuurder voor de
 
rest van
 
zijn
mandaat.
 
Fiona
 
du
 
Monceau,
 
Charles-Antoine
 
Janssen,
 
Cyril
Janssen
 
en
 
Cédric
 
van
 
Rijckevorsel
 
zijn
vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder
en
 
zij
 
kunnen
 
bijgevolg
 
niet
 
kwalificeren
 
als
onafhankelijk
 
bestuurder.
 
Jean-Christophe
 
Tellier,
 
de
CEO van UCB nv,
 
komt evenmin in aanmerking om als
onafhankelijk
 
bestuurder
 
te
 
zetelen.
 
Hij
 
is
 
ook
 
de
enige uitvoerend bestuurder in de Raad van UCB.
 
In 2021
 
was
 
de Raad
 
bijgevolg samengesteld
 
uit een
meerderheid van
 
onafhankelijke
 
bestuurders: van
 
de
14 leden
 
waren
 
er 9
 
onafhankelijk. De
 
Raad bestond
ook uit
 
5 vrouwen
 
op een
 
totaal van
 
14 leden
 
(35%),
overeenkomstig
 
de
 
vereiste
 
genderdiversiteit
 
van
artikel 7:86 van het WVV.
Verwachte veranderingen in de Raad in 2022
De mandaten
 
van Jean-Christophe
 
Tellier,
 
Cédric van
Rijckevorsel
 
en Kay
 
Davies verstrijken
 
op de jaarlijkse
Algemene vergadering
 
van 28
 
april 2022
 
(“Algemene
vergadering 2022") en
 
de Raad zal op
 
deze Algemene
vergadering
 
voorstellen
 
om
 
hun
 
mandaat
 
te
hernieuwen voor een nieuwe periode van vier jaar.
 
Hoewel mevrouw Kay Davies in 2021 de leeftijdsgrens
heeft
 
bereikt,
 
stelt
 
de
 
Raad
 
voor
 
haar
 
mandaat
 
te
verlengen, zoals toegestaan onder
 
sectie 3.2.4 van
 
het
charter van de
 
Raad van bestuur. Mevrouw Kay
 
Davies
is voorzitster van het Wetenschappelijk comité van de
Raad
 
van
 
bestuur
 
en
 
brengt
 
een
 
unieke
wetenschappelijke bijdrage op het
 
niveau van de
 
Raad
van bestuur.
 
De toepassing van de leeftijdsgrensregel
zonder
 
uitzondering
 
zou
 
hebben
 
geleid
 
tot
 
een
gelijktijdige
 
wisseling
 
van
 
de
 
twee
 
wetenschappers
van de Raad in
 
de periode 2021-2022.
 
Gezien de lange
ontwikkelingscycli
 
bij
 
het
 
creëren
 
van
 
nieuwe
geneesmiddelen die meer
 
dan tien jaar
 
kunnen duren,
gekoppeld
 
aan
 
nieuwe
 
modaliteiten
 
voor
geneesmiddelenonderzoek zoals
 
gentherapie waarbij
UCB
 
investeert
 
in
 
nieuwe
 
platforms,
 
wordt
 
de
herverkiezing van mevrouw Kay Davis voor een nieuw
mandaat door de
 
Raad beschouwd als
 
de beste optie
om continuïteit te
 
behouden bij
 
de opvolging
 
van deze
belangrijke wetenschappelijke evolutie voor UCB. Het
stelt
 
de
 
vennootschap
 
ook
 
in
 
staat
 
een
 
nieuwe
belangrijke
 
wetenschapper
 
in
 
de
 
Raad
 
op
 
te
 
nemen
(Susan
 
Gasser).
 
Haar
 
herverkiezing
 
garandeert
 
dat
UCB een
 
voldoende mate
 
van genderdiversiteit
 
in de
Raad
 
van
 
bestuur
 
handhaaft,
 
zoals
 
de
 
Belgische
 
wet
vereist. Indien zij
 
herverkozen wordt, zal Kay
 
Davies de
Voorzitster
 
van
 
het
 
Wetenschappelijk
 
Comité
 
en
 
lid
van
 
het
 
GNCC
 
blijven.
 
Zij
 
voldoet
 
aan
 
de
onafhankelijkheidscriteria
 
van
 
artikel
 
7:87
 
van
 
het
Wetboek van
 
vennootschappen en verenigingen,
 
van
bepaling 3.5
 
van de
 
Belgische Corporate
 
Governance
Code 2020 en van de Raad.
 
Na
 
bevestiging
 
van
 
de
 
bovenvermelde
herbenoemingen door
 
de Algemene
 
vergadering
 
van
28
 
april
 
2022,
 
en
 
in
 
overeenstemming
 
met
 
het
Charter,
 
zal
 
de
 
Raad
 
samengesteld
 
blijven
 
uit
 
een
meerderheid
 
van
 
onafhankelijke
 
niet-uitvoerend
bestuurders.
 
Alle
 
bijzondere
 
comités
 
van
 
de
 
Raad
zullen
 
ook
 
nog
 
steeds
 
samengesteld
 
zijn
 
uit
 
een
meerderheid van onafhankelijke bestuurders:
 
 
Auditcomité:
 
Jonathan
 
Peacock
 
(voorzitter
 
en
onafhankelijk),
 
Viviane
 
Monges
 
(onafhankelijk)
 
en
CharlesAntoine Janssen (niet afhankelijk);
 
 
GNCC:
 
Fiona
 
du
 
Monceau
 
(voorzitster
 
en
 
niet
onafhankelijk),
 
Stefan
 
Oschmann
 
(onafhankelijk),
Pierre
 
Gurdjian
 
(onafhankelijk)
 
en
 
Kay
 
Davies
(onafhankelijk);
 
• Wetenschappelijk
 
Comité: Kay Davis
 
(voorzitster en
onafhankelijk) en Susan Gasser (onafhankelijk).
Jean-Christophe
 
Tellier
 
blijft
 
de
 
enige
 
uitvoerend
bestuurder
 
(CEO)
 
in
 
de
 
Raad.
 
Na
 
de
 
voorgestelde
vernieuwingen,
 
en
 
indien
 
goedgekeurd
 
door
 
de
Algemene
 
vergadering
 
van
 
2022,
 
zal
 
de
 
Raad
 
nog
steeds bestaan
 
uit 5 vrouwen
 
op 14 leden (35%),
 
wat
in
 
overeenstemming
 
blijft
 
met
 
de
genderdiversiteitsvereiste
 
van
 
artikel
 
7:86
 
van
 
het
WVV
.
8
Werking van de Raad
 
In 2021 kwam de Raad zes keer samen voor zijn
periodieke vergaderingen, inclusief voor zijn jaarlijkse
driedaagse strategische meeting (oktober). In
verband met de COVID19-pandemie en met
uitzondering van zijn vergaderingen in juli en oktober
2021, werden alle vergaderingen per
videoconferentie gehouden, wat volgens de
Belgische wet en de statuten van de Vennootschap is
toegestaan. De aanwezigheidsgraad van zijn leden op
zijn periodieke vergaderingen was als volgt:
 
ucbsa-2021-12-31p113i0
Naast de gewone vergaderingen kwam de Raad van
bestuur ook bijeen via kortere ad-hoc-
videoconferenties om besluiten te nemen over
specifieke projecten. De Raad heeft in de loop van
het jaar één keer gebruik gemaakt van de bij wet
toegestane schriftelijke procedure met eenparigheid
van stemmen voor de goedkeuring van een
dringende aangelegenheid. De Raad heeft ook nog
enkele informele sessies gehouden om na te denken
over zijn werkmethoden, onboarding, leiderschap en
teamdynamiek na de ingrijpende wijzigingen in de
samenstelling van de Raad na de algemene
vergadering in 2021.
 
De Raad heeft in 2021 besprekingen gevoerd,
evaluaties verricht en besluiten genomen op de
volgende gebieden:
 
• de UCB-strategie en het algemene toezicht op de
uitvoering ervan door het management, met inbegrip
van ESG-aangelegenheden en de integratie van
duurzaamheid in de algemene ambitie en activiteiten
van de Vennootschap, de innovatiestrategie op lange
termijn, en de productiecapaciteiten.
 
• de prestaties van de Vennootschap en het
monitoren van het effect van de COVID-19-pandemie
op de prestaties en de algemene bedrijfsvoering en
activiteiten van de Vennootschap.
 
• toewijzing van middelen en geld en begroting.
 
• toezicht op de lancering van BIMZELX®.
 
• lancering van een paraatheids- en organisatiemodel
voor zeldzame ziekten.
 
• bedrijfsontwikkeling en M&A-projecten (waaronder
het openbaar bod voor de overname van Zogenix).
 
• digitale bedrijfstransformatie en cyberveiligheid.
 
• de integratie van de nieuwe Raadsleden en de Raad
als een teamdynamiek.
 
Het globale overzicht over de IT-strategie
 
en
cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de
Raad. Elk jaar hebben de Raad en het Auditcomité in
het bijzonder specifieke sessies gewijd aan IT en
cyberveiligheidstrategieën en -operaties. Digitale
transformatie en strategie zijn ook volledig ingebed
in de totale strategie van UCB zoals gedefinieerd
door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend
Comité. Er waren in 2021 geen transacties of
contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip
 
van de met haar verbonden vennootschappen en een
lid van de Raad die tot een belangenconflict
aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering
van het vermelde in sectie 3.12.
 
Alle nieuwe leden van de Raad die in 2021 werden
benoemd, genoten van een passend
onboardingprogramma, met inbegrip van individuele
vergaderingen met elk lid van het Uitvoerend comité
en geselecteerde senior managers van UCB. Gezien
de ingrijpende wijzigingen in de samenstelling van de
Raad in 2021, heeft de Raad verscheidene sessies
gehouden om te werken aan zijn teamdynamiek en
werkmethoden. Vroeger hield de Raad twee
uitvoerende zittingen per jaar (d.w.z. zittingen in
afwezigheid van de CEO, het enige uitvoerende lid
van de Raad), één in juni en één in december. Dit jaar
besliste de Raad om deze zittingen te annuleren. De
bestuursvergaderingen van juni en december
moesten virtueel worden gehouden en de
bestuursvergadering van juni was tevens de eerste
vergadering van de nieuw samengestelde Raad van
bestuur onder het nieuwe voorzitterschap van Stefan
Oschmann. Op dat moment werd het niet opportuun
geacht een dergelijke uitvoerende zitting te houden.
Dit werd ook niet opportuun geacht voor de
Raadszitting van december.
 
Het niet houden van
dergelijke sessies is dan ook een uitzondering op de
regels van de Code 2020, die in artikel 3.11 bepaalt
dat “de leden van de Raad van bestuur die niet met
het dagelijks bestuur zijn belast, ten minste eenmaal
per jaar in afwezigheid van de CEO en de andere
leden van het dagelijks bestuur bijeen moeten
komen”.
Evaluatie van de Raad
In overeenstemming met zijn
Charter
(sectie 3.5)
moet de Raad een evaluatie doen op regelmatige
basis en minstens om de twee jaar. De laatste
beoordeling is in 2019 uitgevoerd door een externe
consultant en er is verslag over uitgebracht in het
Geïntegreerd Jaarverslag 2019. De voorzitter van het
GNCC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het
proces ter beoordeling van de doeltreffendheid van
de Raad en voor de rapportage van de resultaten aan
de Raad. Volgens de bovenstaande regels had er
normaal een beoordeling moeten plaatsvinden in
2021. Aangezien 2021 een jaar van kritieke
veranderingen in de samenstelling van de Raad van
bestuur was (zie hierboven), was de nieuw
samengestelde Raad van bestuur (vanaf mei 2021)
echter van mening dat het te vroeg was voor een
dergelijke evaluatie en besloot hij deze uit te stellen
tot 2022. Dit zal de Raad in staat stellen het
functioneren en de prestaties van de Raad na een
volledige jaarcyclus te beoordelen.
 
Erebestuurders
 
De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als
erebestuurders:
 
• Karel Boone, Erevoorzitter
 
• Evelyn du Monceau, Erevoorzitter
 
• Mark Eyskens, Erevoorzitter
 
• Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
 
• Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
 
• Gerhard Mayr,
 
Erevoorzitter
 
• Prins Lorenz van België
 
• Alan Blinken
 
• Alice Dautry
 
• Arnoud de Pret
 
• Roch Doliveux
 
• Peter Fellner
 
• Guy Keutgen
 
• Jean-Pierre Kinet
 
• Tom McKillop
 
• Gaëtan van de Werve
 
• Jean-Louis Vanherweghem
 
• Bridget van Rijckevorsel
 
• Norman J. Ornstein
3.4.2 Comités van de Raad
Auditcomité
 
De
 
Raad
 
heeft een
 
Auditcomité
 
opgezet
 
waarvan
 
de
werking en het intern reglement in overeenstemming
zijn met de bepalingen
 
van het WVV, de Code 2020 en
ucbsa-2021-12-31p115i0
het Charter.
 
Het is samengesteld uit een meerderheid
van
 
onafhankelijk
 
bestuurders,
 
allemaal
 
niet-
uitvoerend
 
bestuurders
 
en
 
wordt
 
voorgezeten
 
door
Jonathan
 
Peacock,
 
sinds
 
zijn
 
benoeming
 
als
 
een
onafhankelijk
 
bestuurder
 
door
 
de
 
Algemene
vergadering van
 
29 april 2021.
 
Voor deze
 
benoeming
en
 
tot
 
29
 
april
 
2021
 
was
 
Albrecht
 
De
 
Graeve,
onafhankelijk
 
bestuurder,
 
voorzitter
 
van
 
het
Auditcomité.
 
Albrecht
 
De
 
Graeve
 
zal
 
aftreden
 
als
 
lid
van het Auditcomité op de Algemene vergadering van
28
 
april
 
2022,
 
aangezien
 
hij
 
vanaf
 
die
 
datum
 
niet
langer
 
zal
 
kwalificeren
 
als
 
onafhankelijk
 
bestuurder.
Alle
 
leden
 
beschikken
 
over
 
de
 
deskundigheid
 
op
 
het
gebied
 
van
 
audit
 
en
 
boekhouding
 
zoals
 
vereist
 
door
artikel 7:99 van het WVV
.
 
Het
 
Auditcomité
 
vergaderde
 
vier
 
keer
 
in
 
2021.
 
Elke
vergadering
 
van
 
het
 
Auditcomité
 
ging
 
gepaard
 
met
een besloten
 
sessie met enkel
 
de interne
 
auditors en
de
 
commissaris,
 
zonder
 
dat
 
het
 
management
aanwezig was. Indien nodig werden de vergaderingen
van
 
het
 
Auditcomité,
 
al
 
dan
 
niet
 
deels,
 
bijgewoond
door
 
de
 
commissarissen.
 
In
 
verband
 
met
 
de
 
COVID-
19-pandemie
 
vonden
 
de
 
vergaderingen
 
van
 
het
Auditcomité
 
plaats per
 
videoconferentie,
 
behalve de
vergaderingen
 
van
 
juli
 
en
 
oktober
 
die
 
in
 
persoon
werden bijgewoond.
 
De
 
vergaderingen
 
werden
 
volledig
 
of
 
deels
 
ook
bijgewoond
 
op
 
regelmatige
 
basis
 
door
 
Jean-
Christophe
 
Tellier
 
(CEO),
 
Stefan
 
Oschmann
(Voorzitster
 
van
 
de
 
Raad)
 
en
 
andere
 
leden
 
van
 
het
management
 
of
 
personeel
 
afhankelijk
 
van
 
het
onderwerp
 
(boekhouding,
 
belastingen,
 
risico’s,
pensioenen, kwaliteit, IT enz.).
 
In 2021, en overeenkomstig
 
zijn intern reglement (zie
het Charter dat
 
beschikbaar is
 
op de
 
website van UCB),
hield
 
het
 
Auditcomité
 
toezicht
 
op
 
het
 
financiële
verslaggevingsproces
 
(met
 
inbegrip
 
van
 
de
jaarrekeningen),
 
de
 
systemen
 
voor
 
interne
 
controle
en
 
risicobeheer
 
van
 
UCB
 
alsook
 
de
 
doeltreffendheid
daarvan, de
 
interne audit
 
alsook de
 
doeltreffendheid
daarvan,
 
(met
 
bijzondere
 
aandacht
 
voor
 
dit
 
thema
gezien de verandering
 
van het
 
Head of Internal
 
Audit
vanaf 1
 
september 2021); het
 
auditplan en de hieruit
voortkomende
 
resultaten, de
 
wettelijke
 
controle van
de jaarrekening en
 
de geconsolideerde jaarverslagen,
het
 
nazicht
 
en
 
het
 
toezicht
 
op
 
de
 
pensioenschema’s
en
 
verplichtingen
 
en
 
de
 
onafhankelijkheid
 
van
 
de
commissaris,
 
met
 
inbegrip
 
van
 
de
 
verlening
 
van
bijkomende
 
diensten
 
aan
 
UCB
 
waarvoor
 
het
Auditcomité
 
de
 
vergoedingen
 
beoordeelde
 
en
goedkeurde.
 
Cyberbeveiliging
 
en
 
ITcontroles,
 
alsook
Enterprise Risk
 
Management (met
 
inbegrip van
 
risico's
in verband met de COVID-19-pandemie)
 
bleven ook in
2021 hoog
 
op de
 
agenda van
 
het Auditcomité
 
staan.
Het
 
Auditcomité
 
heeft
 
het
 
proces,
 
de
 
aanpak,
 
de
methodologie en de maatregelen
 
voor de rapportage
van niet-financiële informatie
 
grondig onderzocht om
zich ervan
 
te vergewissen
 
dat deze
 
consistent
 
is met
de
 
rapportage
 
van
 
de
 
financiële
 
informatie
 
in
 
het
Geïntegreerd Jaarverslag.
 
Aangezien
 
2021
 
een
 
overgangsjaar
 
was
 
naar
 
een
nieuwe
 
commissaris
 
(Mazars
 
werd
 
benoemd
 
op
 
de
Algemene
 
vergadering
 
van
 
29
 
april
 
2021),
concentreerde
 
het Auditcomité
 
zich op
 
de prestaties
van
 
de
 
nieuw
 
benoemde
 
commissaris
 
en
 
het
algemene
 
externe
 
auditproces
 
dat
 
met
 
de
 
nieuwe
commissaris moet worden ingevoerd.
 
ucbsa-2021-12-31p116i0
Governance, benoemings-
 
& remuneratiecomité
De
 
Raad
 
richtte
 
een
 
governance,
 
benoemings-
 
en
remuneratiecomité
 
(“GNCC”)
 
op,
 
waarvan
 
de
samenstelling, de werking
 
en het
 
intern reglement
 
in
overeenstemming
 
zijn
 
met
 
de
 
bepalingen
 
van
 
het
WVV,
 
de
 
Code
 
2020
 
en
 
het
 
Charter.
 
De
 
huidige
samenstelling van het GNCC is als volgt:
 
Het
 
GNCC
 
vergaderde
 
vier
 
keer
 
in
 
2021.
 
De
vergaderingen
 
van
 
het
 
comité
 
werden
 
bijgewoond
door Jean-Christophe
 
Tellier
 
(CEO), behalve
 
wanneer
er
 
zaken
 
werden
 
besproken
 
die
 
op
 
hem
 
betrekking
hadden, en
 
door Jean-Luc
 
Fleurial
 
(Head of
 
Talent
 
&
Company Reputation),
 
die optreedt als
 
secretaris van
het
 
GNCC,
 
behalve
 
wanneer
 
er
 
zaken
 
werden
besproken
 
die
 
op
 
hem
 
betrekking
 
hadden
 
of
 
op
 
de
remuneratie
 
van
 
de
 
CEO.
 
Vanwege
 
de
 
COVID-19
pandemie werden
 
de vergaderingen van
 
het GNCC
 
per
videoconferentie
 
georganiseerd,
 
met
 
uitzondering
van de vergaderingen in
 
juli en
 
oktober, die in persoon
werden
 
gehouden.
 
In
 
2021,
 
en
 
overeenkomstig
 
zijn
intern reglement (zie
 
het Charter dat
 
beschikbaar is
 
op
de
 
website
 
van
 
UCB),
 
beoordeelde
 
het
 
GNCC
 
de
benoemingsvoorstellen
 
die
 
ter
 
goedkeuring
 
aan
 
de
Raad
 
werden
 
voorgelegd
 
(senior-
managementposities), de prestaties van
 
de leden van
het Uitvoerend
 
Comité en
 
hun bezoldiging.
 
Het deed
ook
 
voorstellen
 
en
 
beoordeelde
 
de
opvolgingsplanning
 
van
 
de
 
leden
 
van
 
de
 
Raad,
 
het
Uitvoerend
 
comité
 
en
 
senior
 
executives.
 
Het
beoordeelde
 
en
 
deed
 
relevante
 
voorstellen
 
of
aanbevelingen
 
aan
 
de
 
Raad
 
over
 
de
 
toekomstige
samenstelling
 
en
 
de
 
comités
 
van
 
de
 
Raad,
 
effectief
vanaf goedkeuring door de
 
Algemene vergadering van
28 april 2022.
 
Het
 
GNCC
 
heeft
 
het
 
hele
 
jaar
 
bijzondere
 
aandacht
gehad voor de
 
reactie van UCB
 
op de blijvende
 
COVID-
19- pandemie, met
 
inbegrip van
 
de bijdrage
 
van UCB
aan de
 
samenleving, gemeenschappen,
 
patiënten
 
en
werknemers.
 
Het
 
GNCC
 
heeft
 
ook
 
aandacht
 
besteed
 
aan
aangelegenheden
 
in
 
verband
 
met
 
beloning
(beloningsbeleid
 
en
 
verslag
 
over
 
het
bezoldigingsbeleid)
 
en
 
de
 
resultaten
 
van
 
de
 
ESG-
roadshows
 
met
 
beleggers die
 
in maart
 
en november
2021 zijn gehouden.
 
Het
 
heeft
 
het verslag
 
over
 
het
 
bezoldigingsbeleid
 
en
het
 
beloningsbeleid
 
2020
 
(voor
 
indiening
 
bij
 
de
Algemene
 
vergadering
 
2021),
 
de
 
korte-
 
en
langetermijnincentives
 
voor
 
het
 
management
 
(met
inbegrip van
 
de CEO)
 
en de prestatiecriteria
 
waaraan
die
 
toekenningen
 
zijn
 
gekoppeld,
 
alsook
 
de
voorwaarden
 
van
 
de
 
LTI-plannen
 
van
 
de
 
groep,
geëvalueerd
 
en
 
ter
 
goedkeuring
 
aan
 
de
 
Raad
voorgelegd.
 
Het GNCC heeft
 
ook aangelegenheden
 
over deugdelijk
bestuur op de
 
voet gevolgd, rekening houdend
 
met de
feedback van de bovenvermelde ESG-roadshows.
 
Een
 
meerderheid
 
van
 
de
 
leden
 
van
 
het
 
GNCC
 
is
onafhankelijk
 
en
 
voldoet
 
aan
 
de
onafhankelijkheidscriteria van de
 
Code 2020
 
en van
 
de
ucbsa-2021-12-31p117i0
Raad. Alle leden
 
hebben de nodige
 
deskundigheid en
expertise
 
op
 
het
 
gebied
 
van
 
het
 
remuneratiebeleid
zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV.
Wetenschappelijk Comité
Het wetenschappelijk
 
comité staat
 
de Raad
 
bij in
 
zijn
beoordeling
 
van
 
de
 
kwaliteit
 
van
 
UCB’s
 
O&O
 
en
 
de
concurrentiële positie
 
hiervan. Het
 
Wetenschappelijk
Comité is samengesteld uit leden die
 
wetenschappelijke en medische expertise hebben, en
die
 
momenteel
 
allen
 
onafhankelijk
 
zijn
 
(en
 
zullen
blijven).
 
Ze
 
vergaderen
 
regelmatig
 
met
 
Dhaval
 
Patel
 
(EVP
 
en
Chief
 
Scientific
 
Officer)
 
en
 
Jean-Christophe
 
Tellier
(CEO). De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn
ook
 
nauw
 
betrokken
 
bij
 
de
 
activiteiten
 
van
 
UCB’s
Wetenschappelijke
 
Adviesraad
 
(WAR),
 
samengesteld
uit externe gereputeerde
 
medisch-wetenschappelijke
experts
 
(doorgaans
 
3
 
vergaderingen
 
per
 
jaar).
 
De
Wetenschappelijke
 
Adviesraad,
 
samengesteld
 
uit
 
ad
hoc
 
experts,
 
geeft
 
wetenschappelijk
 
nazicht
 
en
strategische
 
input
 
over
 
de
 
beste
 
manier
 
om
 
UCB
 
te
positioneren als een
 
robuustere en
 
succesvolle leider
in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend
comité
 
te
 
adviseren
 
over
 
strategische
 
keuzes
 
op
 
het
gebied van
 
het vroege
 
stadium van
 
O&O. Bovendien,
brengt
 
het
 
Wetenschappelijk
 
Comité
 
verslag
 
uit
 
aan
de Raad
 
over
 
het oordeel
 
van
 
de Wetenschappelijke
Adviesraad
 
over
 
UCB’s
 
onderzoeksactiviteiten
 
en
strategische
 
oriëntatie.
 
Dit
 
jaar
 
heeft
 
slechts
 
één
vergadering
 
van de
 
Wetenschappelijke
 
Adviesraad in
persoon
 
plaatsgevonden wegens
 
de beperkingen
 
die
voor fysieke vergaderingen
 
golden in verband met de
COVID19-pandemie.
 
Het
 
onderwerp
 
van
 
deze
bijeenkomst
 
was
 
de
 
klinische
 
ontwikkeling
 
van
gentherapie.
 
De
 
leden
 
van
 
het
 
Wetenschappelijk
Comité
 
hebben
 
ook
 
deelgenomen
 
aan
 
de
evaluatievergadering
 
van
 
de
 
O&O-portefeuille
 
die
door
 
het
 
management
 
was
 
georganiseerd
 
en
 
in
januari 2021 plaatsvond (in virtuele vorm).
 
Gedurende
 
het
 
hele
 
jaar
 
bleven
 
de
 
leden
 
van
 
het
Wetenschappelijk
 
Comité
 
regelmatig
 
bijeenkomen
met Dhaval Patel, UCB's Chief Science Officer, om een
voortdurende
 
betrokkenheid
 
bij
 
en
 
dialoog
 
over
 
de
wetenschap en
 
de vroege
 
pijplijn te
 
onderhouden. In
2021
 
heeft
 
het
 
Wetenschappelijk
 
Comité
 
de
ontwikkeling
 
van
 
de
 
strategie
 
inzake
 
gentherapie
verder van nabij gevolgd.
3.4.3 Bestuur voor duurzaamheid
 
UCB heeft haar ambitie op
 
het vlak van duurzaamheid
ingebed
 
in
 
haar
 
totale
 
UCB-strategie
 
zoals
gedefinieerd
 
door
 
de
 
Raad,
 
op
 
voorstel
 
van
 
het
Uitvoerend comité.
 
Duurzaamheid wordt
 
beschouwd
als
 
een
 
aangelegenheid
 
voor
 
de
 
volledige
 
Raad
(strategie)
 
en
 
daarom
 
is
 
er
 
binnen
 
de
 
Raad
 
geen
specifiek duurzaamheidscomité opgericht.
 
Op
 
managementniveau
 
heeft
 
UCB
 
een
duurzaamheidsbestuurscommissie
 
opgericht
 
en
 
een
Head
 
of
 
Sustainability
 
aangesteld
 
die
 
rechtstreeks
rapporteert aan de CEO.
 
UCB heeft ook een externe duurzaamheidsadviesraad
(ESAB)
 
opgericht,
 
samengesteld
 
uit
 
een
 
mix
 
van
externe
 
internationale
 
experts
 
in
 
duurzaamheid,
 
die
kunnen
 
inspireren,
 
maar
 
ook
 
uitdagen
 
en
 
adviseren
over
 
de
 
duurzaamheidsdimensie van
 
UCB's
 
strategie
en
 
resultaten
 
en
 
een
 
perspectief
 
"van
 
buiten
 
naar
binnen"
 
kunnen
 
bieden.
 
Leden
 
van
 
de
 
raad
 
hebben
toegang
 
tot
 
de
 
vergaderingen
 
van
 
de
 
ESAB
 
en
 
ten
minste één lid van de raad met
 
ESGvaardigheden en -
ervaring
 
neemt
 
deel
 
aan
 
de
 
vergaderingen
 
van
 
de
ESAB. Op
 
dit moment
 
zijn de
 
externe leden
 
van deze
adviesraad
 
Elhadj
 
As
 
Sy
 
(voorzitter
 
Kofi
 
Annan
Foundation), Sandrine
 
Dixson-Declève (co-voorzitster
Club van
 
Rome), Charlotte
 
Ersbøll (trustee
 
Forum for
the
 
Future),
 
Teresa
 
Fogelberg
 
(voormalig
 
adjunct-
hoofddirecteur GRI), Hannah
 
Jones (CEO, de
 
Earthshot
Prize bij de Royal Foundation
 
of the Duke and
 
Duchess
of
 
Cambridge)
 
en
 
Bright
 
Simons
 
(oprichter
 
en
voorzitter mPedigree). Jaarlijks wordt een verslag
 
van
het
 
ESAB
 
voorgelegd
 
aan
 
de
 
Raad
 
van
 
bestuur
 
van
UCB. Het eerste
 
verslag werd
 
in oktober 2021
 
aan de
Raad
 
van
 
bestuur
 
van
 
UCB
 
voorgelegd
 
(ter
gelegenheid
 
van
 
zijn
 
jaarlijkse
 
strategische
vergadering).
3.5 Uitvoerend
Comité
Samenstelling van het Uitvoerend
 
Comité
In 2021 was het Uitvoerend Comité als volgt
samengesteld:
 
• Jean-Christophe Tellier: Chief Executive
 
Officer &
Voorzitter van het Uitvoerend Comité
 
• Dhaval Patel: Executive Vice President - Chief
Scientific Officer
 
• Iris Löw-Friedrich: Executive Vice President - Chief
Medical Officer
 
• Charl van Zyl: Executive Vice President Neurology
Solutions & Head of EU/International
 
• Emmanuel Caeymaex: Executive Vice President -
Immunology Solutions & Head of US
 
• Kirsten Lund-Jurgensen: Executive Vice President -
Supply & Technology Solutions
 
• Jean-Luc Fleurial: Executive Vice President - Chief
Human Resources Officer
 
• Sandrine Dufour: Executive Vice President & Chief
Financial Officer
• Bill Silbey: Executive Vice President - General
Counsel
 
ucbsa-2021-12-31p119i0
 
ucbsa-2021-12-31p120i0
 
ucbsa-2021-12-31p121i0
 
 
ucbsa-2021-12-31p122i0
De
 
samenstelling
 
van
 
het
 
Uitvoerend
 
comité
 
is
 
een
afspiegeling
 
van
 
de
 
werkwijze
 
van
 
de
 
groep
 
en
 
is
gericht
 
op
 
het
 
bevorderen
 
van
 
wendbaarheid,
kruiselingse
 
samenwerking
 
en
 
de
 
transversale
dimensie van de organisatie.
 
Xavier Michel, Group Secretary
 
General, treedt op als
secretaris van
 
het Uitvoerend comité
 
en verzekert
 
zo
de
 
link
 
tussen
 
de
 
Raad
 
van
 
bestuur,
 
het
 
Uitvoerend
comité en de bredere organisatie.
 
Erevoorzitters van het Uitvoerend comité
 
De
 
volgende
 
personen
 
werden
 
benoemd
 
tot
erevoorzitter van het Uitvoerend comité:
 
• Roch Doliveux
 
• Georges Jacobs de Hagen
 
• Daniel Janssen
 
Werking van het Uitvoerend comité
 
Het
 
Uitvoerend
 
comité
 
kwam
 
bijeen
 
op
 
regelmatige
basis, gemiddeld 1 tot
 
2 dagen per maand
 
in 2021. In
2021
 
waren
 
er
 
geen
 
transacties
 
of
 
contractuele
betrekkingen
 
tussen
 
UCB,
 
met
 
inbegrip
 
van
 
de
 
met
haar verbonden vennootschappen, en een lid van het
Uitvoerend
 
Comité.
 
De
 
werking,
 
competenties
 
en
delegatie
 
van
 
bevoegdheden
 
van
 
het
 
Uitvoerend
comité worden verder beschreven in het
Charter
.
3.6 Diversiteit op niveau van de Raad en het
Uitvoerend comité
 
Deze
 
sectie
 
bevat
 
alle
 
informatie
 
vereist
 
door
 
de
artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV.
 
Diversiteit op
 
het niveau van
 
de Raad van
 
bestuur en
het
 
Uitvoerend
 
comité
 
maakt
 
deel
 
uit
 
van
 
de
algemene
 
ambitie
 
van
 
UCB
 
inzake
 
diversiteit,
gelijkheid
 
en
 
inclusie,
 
zoals
 
beschreven
 
in
 
de
 
sectie
Diversiteit,
 
Gelijkheid
 
en
 
Inclusie
 
van
 
dit
 
verslag
 
en
waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen
.
Diversiteit op niveau van de Raad van
 
bestuur
Voor
 
de
 
Raad
 
van
 
bestuur
 
werden
 
de
 
Belgische
wettelijke
 
vereisten op
 
het vlak van
 
genderdiversiteit
nageleefd
 
en
 
deze
 
werden
 
ook
 
geïntegreerd
 
in
 
het
proces
 
voor
 
rekrutering
 
en benoeming
 
van
 
de
 
Raad.
Wanneer
 
er
 
vervangingen
 
of
 
benoemingen
 
voor
 
de
Raad
 
worden
 
overwogen,
 
houdt
 
UCB
 
systematisch
rekening
 
met
 
het
 
verbeteren
 
van
 
de
geslachtsdiversiteit
 
binnen de Raad.
 
De Raad
 
bestaat
momenteel
 
uit
 
14
 
leden,
 
waarvan
 
5
 
vrouwen
 
en
 
9
mannen, met
 
7 verschillende
 
nationaliteiten (zie
 
ook
hierboven). Voortbouwend
 
op de
 
feedback van
 
onze
belanghebbenden
 
en
 
de
 
integratie
 
daarvan,
 
worden
nadere
 
bijzonderheden
 
over
 
de
 
diversiteit
 
van
 
de
vaardigheden
 
en
 
de
 
specifieke
 
geografische
deskundigheid van de leden
 
van de Raad van
 
bestuur
opgenomen
 
in
 
het
 
geïntegreerde
 
jaarverslag
 
van
2021.
 
Naast
 
genderdiversiteit
 
streeft
 
de
 
Raad
 
van
bestuur van UCB altijd naar een evenwichtige mix van
diversiteit
 
in
 
termen
 
van
 
vaardigheden,
 
ervaring,
geografische
 
expertise,
 
nationaliteit,
 
leeftijd,
onafhankelijkheid, ambtstermijn en
 
elk ander
 
relevant
criterium.
 
De
 
diversiteit
 
van
 
de
 
Raad
 
kan
 
als
 
volgt
worden gevisualiseerd
:
*
Dat
 
farmaceutische
 
specifieke
 
expertise
 
in
 
O&O,
medisch en klinisch, portfoliostrategie, regelgeving en
markttoegang omvat
.
ucbsa-2021-12-31p123i0
Diversiteit op niveau van het Uitvoerend comité
 
Voor onze functies van Uitvoerend comité bekijken
we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief,
om een robuust en divers successieplan te
verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige
samenstelling toe worden strikt op deze basis
gedaan. In het algemeen en met betrekking tot de
opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met
diversiteit, ligt de nadruk op het simuleren van
scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een
gebalanceerde pool van senior leiders, die zijn
blootgesteld aan diverse professionele en culturele
ervaringen. De leden van het Uitvoerend comité zijn
ook samen met andere leiders begonnen aan een
meerstappenprogramma om onbewuste
vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en
leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de
belangrijkste HR-processen (onder meer op het
gebied van aanwerving en beloning) herzien om
ervoor te zorgen dat de DG&I-beginselen in de
processen en systemen zijn verankerd. Vandaag
komen UCB’s leidinggevenden uit gevarieerde
opleidingen en een multidisciplinaire professionele
achtergrond. In 2021 bestond het Comité uit 9 leden,
waarvan 3 vrouwen en 6 mannen, met 5
verschillende nationaliteiten. Op het einde van 2021
kunnen de kenmerken inzake diversiteit
 
voor het
Uitvoerend comité visueel voorgesteld worden als
volgt:
ucbsa-2021-12-31p124i1 ucbsa-2021-12-31p124i0
 
De grootte van het Uitvoerend comité is bedoeld om
te focussen op de kernactiviteiten van de
vennootschap, om UCB toe te laten haar
Patiëntenwaarde Strategie verder
 
te ontwikkelen.
Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit,
gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks
beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en
praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie
te promoten. Indien u meer wilt lezen over
diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij
UCB, bezoek dan de sectie Diversiteit, gelijkheid en
inclusie.
3.7 Verslag over het bezoldigingsbeleid
 
Bij
 
UCB
 
hebben
 
we
 
een
 
fundamenteel
 
engagement
om
 
mensen
 
die
 
leven
 
met
 
ernstige
 
ziekten,
 
hun
verzorgers
 
en hun families
 
in staat
 
te stellen
 
het best
mogelijke
 
leven
 
te
 
leiden
 
-
 
zo
 
vrij
 
mogelijk
 
van
 
de
uitdagingen
 
en
 
onzekerheid
 
van
 
ziekte.
 
Om
 
dit
 
te
doen,
 
moeten
 
we
 
voortdurend
 
innoveren
 
om
gedifferentieerde
 
oplossingen met
 
unieke
 
resultaten
te leveren, toegang
 
te verzekeren
 
voor alle patiënten
die onze oplossingen nodig hebben op
 
een manier die
levensvatbaar
 
is
 
voor
 
patiënten,
 
de
 
maatschappij
 
en
UCB,
 
zodat
 
we
 
uiteindelijk
 
patiënten
 
helpen
 
hun
levensdoelen
 
te
 
bereiken
 
en
 
de
 
beste
 
individuele
ervaring voor hen te creëren.
 
Ons
 
beloningsaanbod
 
is
 
erop
 
gericht
 
getalenteerde
mensen aan
 
te trekken, te ontwikkelen, aan
 
te werven
en
 
te
 
behouden
 
die
 
ons
 
kunnen
 
helpen
 
ons
engagement
 
waar
 
te
 
maken
 
door
 
met
 
succes
 
te
navigeren in een steeds complexere
 
en dynamischere
gezondheidszorgomgeving.
 
Onze
 
prioriteit
 
is
 
om
 
in
onze
 
beloningen
 
de
 
sterke
 
culturele
 
basis
 
te
weerspiegelen
 
die
 
al
 
onze
 
collega's
 
delen,
 
om
 
de
waarde
 
te
 
helpen
 
stimuleren
 
die
 
wij
 
voor
 
onze
belanghebbenden willen creëren en tegelijkertijd
 
een
werkomgeving
 
te
 
bevorderen
 
waarin
 
onze
 
mensen
gelukkig, gezond en veilig zijn.
 
In dit verslag
 
blikken we terug
 
op 2021 en
 
staan we stil
bij de
 
wijze waarop
 
onze prestaties,
 
waaronder onze
vorderingen
 
op
 
het
 
gebied
 
van
 
onze
duurzaamheidsambitie,
 
invloed
 
hebben
 
gehad
 
op
onze
 
aanbevelingen
 
voor
 
de
 
beloning
 
van
bestuurders.
Algemene vergadering en betrokkenheid van de
belanghebbenden
Zoals vermeld
 
in de
 
inleiding tot
 
de verklaring
 
inzake
deugdelijk
 
bestuur,
 
hebben
 
wij
 
verder
 
overleg
gepleegd
 
met
 
onze
 
beleggers
 
en
 
met
volmachtadviseurs
 
om
 
inzicht
 
te
 
krijgen
 
in
 
hun
specifieke prioriteiten
 
en om hun
 
feedback te
 
vragen
over
 
onze
 
geplande
 
beleidsevolutie,
 
met
 
bijzondere
aandacht voor onze duurzaamheidsbenadering.
 
En hoewel we tevreden waren met de stemresultaten
voor
 
zowel
 
ons
 
verslag
 
over
 
het
 
bezoldigingsbeleid
(90,63%
 
stemmen
 
voor)
 
als
 
ons
 
beleid
 
(96,38%
stemmen voor),
 
zijn we
 
er vast
 
van overtuigd
 
dat we
voortdurend moeten streven
 
naar verbetering en
 
dat
we
 
feedback
 
moeten
 
verwerken
 
in
 
onze
bestuurspraktijken,
 
waaronder
 
ons
bezoldigingsbeleid.
 
Wij
 
hebben
 
positieve
 
reacties
gekregen op
 
onze inspanningen
 
om de
 
transparantie
te vergroten
 
in vergelijking
 
met voorgaande
 
jaren en
erkennen
 
dat
 
verscheidene
 
beleggers
 
in
 
dit
 
verband
meer informatie wensen.
 
Er
 
zijn
 
verschillende
 
voorgestelde
 
wijzigingen
samengevat
 
in
 
de
 
sectie
 
Bezoldigingsbeleid
 
Vooruitblik hierna.
Hoogtepunten van de prestaties
 
in 2021
Aanzienlijke wendbaarheid en veerkracht waren
vereist om de aanhoudende wereldwijde uitdagingen
het hoofd te bieden. 2021 was een scharnierjaar voor
UCB, aangezien we de versnellings-
 
en
uitbreidingsfase van onze strategie afsloten en de
weg naar onze doorbraak- en leidersfase
voorbereidden. Ondanks de sterke tegenwind in
2021 zijn we trots op onze prestaties, waardoor we
de meeste van onze bedrijfsdoelstellingen hebben
gehaald en onze top- en bottom-line-doelstellingen
hebben gehaald of zelfs overtroffen. Om ons voor te
bereiden op lanceringen en tegelijk een robuuste
pijplijn in alle ontwikkelingsstadia vooruit te helpen
en het hoofd te bieden aan de aanhoudende
onzekerheid in de wereldgezondheid, de economie
en het beleid, was het voor ons van cruciaal belang
om de winstgevendheid gedisciplineerd en met een
stevige scenarioplanning te beheren.
Duurzame groei vereiste niet alleen een zorgvuldige
afweging van middelen, maar ook een focus op het
creëren van incrementele waarde voor al onze
belanghebbenden: de patiënten die onze oplossingen
nodig hebben, onze werknemers, de
gemeenschappen waarin we werken, onze
aandeelhouders en de planeet.
 
We hebben een sterke financiële prestatie neergezet,
terwijl we een stevig niveau van investeringen in
onderzoek en ontwikkeling hebben gehandhaafd en
vooruitgang hebben geboekt met onze
engagementen aan onze belanghebbenden. Enkele
van onze belangrijkste verwezenlijkingen (zoals
beschreven in het jaarverslag) in het afgelopen jaar
zijn:
 
Aanhoudende financiële prestaties met een omzet in
2021 van 5 777 miljoen euro, een stijging met 8%
(+10% CW) en een netto-omzet die stijgt tot 5 471
miljoen euro, ook 8% hoger dan vorig jaar (+11% CW)
Deze stevige groei, voornamelijk gedreven door de
voortdurende groei van UCB's productportefeuille en
ondersteund door een wijziging in het
distributiemodel voor E KEPPRA© in Japan, lag aan
de hoge kant van de financiële verwachtingen die
UCB in februari 2021 had vooropgesteld, vooral
wanneer rekening wordt gehouden met de
tegenwind waarmee het te kampen had.
 
• Aangepaste EBITDA steeg tot € 1 641 miljoen
(+14%; +21% CW), terwijl de nettowinst uitkwam op
€ 1 058 miljoen, tegen € 761 miljoen (+39%; +51%
CW), dankzij een aanhoudende groei van de
inkomsten en matig stijgende bedrijfskosten, die de
investeringen in de toekomst van UCB
weerspiegelen. Zoals in de berekening van de
kernwinst per aandeel tot uiting komt, overtrof de
onderneming zowel de verwachtingen als de interne
doelstellingen.
• Onze nieuwe behandeling voor psoriasis BIMZELX®
werd goedgekeurd in de EU en het VK voor de
behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis
bij volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie.
 
• Na de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. in
2020 waren wij verheugd over de positieve
resultaten van onze MycarinG-studie, waarin de
doeltreffendheid en veiligheid van
rozanolixizumab
bij patiënten met gegeneraliseerde myasthenia gravis
(gMG) wordt onderzocht, en hebben wij ook
vooruitgang geboekt in onze fase III-studies met
Zilucoplan.
 
• We kondigden de lancering aan van Nile AI, Inc, een
nieuw onafhankelijk bedrijf dat een
epilepsiezorgmanagementplatform ontwikkelt om de
reis van elke epilepsiepatiënt meer voorspelbaar te
maken.
 
• We hebben onze duurzaamheidsambitie dieper in
ons bestuurs-
 
en operationeel model geïntegreerd en
stevige vooruitgang geboekt in alle pijlers van onze
duurzaamheidsaanpak, in wetenschappelijke
innovatie, toegang van patiënten tot geneesmiddelen
in alle regio's waar we actief zijn, gezondheid,
veiligheid en welzijn van werknemers en
bescherming van de gezondheid van de planeet,
terwijl we ook grote vooruitgang hebben geboekt
inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie. Wij hebben
ook onze ESG-beoordelingen aanzienlijk verbeterd.
 
We versnelden onze digitale bedrijfstransformatie
 
in
kernactiviteiten en baanbrekende initiatieven, zoals
onze strategische samenwerking met Microsoft,
waarbij hun rekenkundige capaciteiten en expertise
worden gecombineerd met de
geneesmiddelenontdekkings- en
ontwikkelingscapaciteiten van UCB, om op een meer
innovatieve manier nieuwe geneesmiddelen te
ontdekken.
Toepassing van
 
het bezoldigingsbeleid - 2021 bezoldigingsresultaten
Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO
en het Uitvoerend comité hebben we de volgende
factoren in aanmerking genomen:
 
• de prestaties van de vennootschap ten opzichte
van zowel korte-
 
als langetermijndoelstellingen.
 
• de individuele en collectieve bijdrage van het team.
• externe marktkrachten.
 
• onze beloningsfilosofie, zoals toegepast op het
bredere personeelsbestand.
 
Alle met 2021 verband houdende beslissingen over
remuneratie zijn genomen in overeenstemming met
ons goedgekeurde bezoldigingsbeleid. De
belangrijkste aanbevelingen van het governance,
benoemings-
 
& remuneratiecomité (GNCC) aan de
Raad van UCB waren de volgende:
 
• de jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op
basis van de prestaties ten opzichte van de
doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van
het prestatieniveau van de CEO en de leden van het
Uitvoerend comité. Dit heeft geleid tot een
bonusbetaling boven de doelstelling. Met name voor
de CEO lag de totale uitbetaling op € 1 456 186 (zie
verder voor meer details). Het GNCC en de Raad zijn
van mening dat deze bonusuitkeringen de algemene
prestaties van 2021 op passende wijze
weerspiegelen.
 
• Het prestatieaandelenplan 2018-2020, toezegging
onvoorwaardelijk in 2021, was gebaseerd op het
bereiken van verscheidene vooraf bepaalde
maatstaven: Mijlpalen in de O&O-pijplijn;
omzettingspercentage van cashflow; relatieve
inkomstengroei over drie jaar en het niveau van
werknemersbetrokkenheid. Dit resulteerde in een
totaal niveau van definitieve verwerving van 118% bij
een maximale potentiële uitbetaling van 150% van de
doelstelling. Bovendien werden aandelenopties en
aandelentoekenningen definitief verworven zoals
later in dit verslag beschreven.
 
Het GNCC heeft bij de aanbeveling van het salaris, de
bonus en de LTI-uitkering aan de Raad, na een
volledige beoordeling van de prestaties op alle
relevante maatstaven, niet afgeweken
 
van het
bezoldigingsbeleid voor 2021.
 
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het
Uitvoerend comité en de niet-uitvoerend
bestuurders van UCB werd op 19 februari 2021
herzien en gevalideerd door het GNCC en op 24
februari 2021 goedgekeurd door de Raad van
bestuur.
 
Het beleid werd goedgekeurd door de
Algemene vergadering van aandeelhouders van 29
april 2021 en werd van kracht per 1 januari 2021.
ucbsa-2021-12-31p127i0
 
Bezoldigingsbeleid – Vooruitblik
Naarmate we vorderen met de integratie van
duurzaamheid in onze bedrijfscultuur en
bedrijfsstrategie, nemen we de collectieve
duurzaamheidsmaatregelen die uit onze
materialiteitsbeoordeling voortvloeien, steeds vaker
op in de variabele bezoldiging van onze leden van het
Uitvoerend comité en onze CEO, omdat dit een
intrinsiek onderdeel van onze prestaties is.
 
Ons doel in dit traject is om dit geleidelijk te doen,
met robuuste KPI's die door onze commissaris
worden gewaarborgd. Verschillende van
 
onze
duurzaamheidspijlers zijn niet vertegenwoordigd in
collectieve variabele bezoldigingsmaatregelen -
sommige zullen in individuele doelstellingen blijven
en andere zullen in onze variabele
bezoldigingsprogramma's worden opgenomen
naarmate we meer inzicht en ervaring verwerven
over hoe we de resultaten precies kunnen meten en
beïnvloeden. Vanaf 2022 plannen we deze eerste
stappen:
 
• het gebruik van een negatieve modifier gekoppeld
aan onze gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex
(HSWB Index link) om de globale bonus van het
Uitvoerend Comité en de CEO te beïnvloeden. De
pandemie heeft ons doen zien dat de gezondheid, de
veiligheid en het welzijn van onze werknemers
essentieel zijn voor duurzame prestaties en door
deze metriek te verankeren, willen we ons blijven
richten op het handhaven van een stevige basis van
zorg voor onze werknemers en de lat voor HSWB nog
hoger leggen. Onze metriek biedt de leden van het
Uitvoerend comité geen extra voordeel ten opzichte
van het voltallige personeel, maar vermindert de
bonus van het Uitvoerend comité met 5% indien een
specifieke drempel ten opzichte van onze jaarlijkse
doelstelling niet wordt bereikt.
 
• Vanaf 2022 nemen wij in ons
prestatieaandelenplan ook een nieuwe maatstaf op
die gekoppeld is aan onze ambitie om patiënten
toegang te verlenen. Ons doel met deze KPI is het
meten en stimuleren van tijdige toegang voor
patiënten die onze nieuw gelanceerde oplossingen
nodig hebben, door verbeteringen in nationale en
lokale terugbetaling. Deze metriek zal nauw
gekoppeld zijn aan onze toegangsprestatie-index en
zal in het plan een gewicht van 10%
vertegenwoordigen, terwijl de jaarlijkse
inkomstengroei en de Aangepaste Cumulatieve
Operationele Cashflow elk een gewicht van 45%
zouden krijgen. Naarmate we meer en meer andere
niet-financiële KPI's opnemen, kunnen deze
wegingen in de loop van de tijd evolueren.
Om ervoor te zorgen dat we op één lijn blijven met
concurrerende marktniveaus, hebben we de
vergoedingen voor onze bestuurscomités herzien; de
laatste herziening vond plaats in 2019. Hoewel we
hebben vastgesteld dat onze vergoedingen voor
bestuurs-
 
en comitéleden over het algemeen in lijn
blijven met de marktniveaus, hebben we vastgesteld
dat de vergoedingen van de voorzitters van de
comités achterblijven bij de niveaus van vergelijkbare
ondernemingen in de markt. De voorgestelde hogere
bezoldiging komt overeen met een niveau dat dichter
ligt bij de regressiemediaan van onze Europese
referentiegroep voor farmaceutische bedrijven UCB
(d.w.z. relevante
 
mediane gegevens van vergelijkbare
farmaceutische bedrijven, aangepast aan de omvang
van de inkomsten van UCB). Daarnaast stellen wij
vast dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan
onze bestuursleden, met name aan de voorzitters
van onze comités, aangezien het milieu en de
daarmee verband houdende bestuurswetgeving
complexer zijn geworden, hetgeen tot een hogere
werklast heeft geleid. De volgende aanbevolen
aanpassingen zullen ter stemming worden
voorgelegd aan de aandeelhouders op de aanstaande
jaarlijkse algemene vergadering:
Bovendien zou, eveneens onder voorbehoud van
goedkeuring door de aandeelhouders, de eerder
goedgekeurde bijzondere reisvergoeding
 
voor onze
leden die op een plaats wonen met minstens 5 uur
tijdsverschil met België, worden omgezet in een
vaste forfaitaire vergoeding van
 
EUR 45.000 (EUR
7.500 per vergadering, met ten minste 6
vergaderingen per jaar). Deze vergoeding staat los
van de werkelijke reiskosten
 
en houdt rekening met
het ongemak dat wordt veroorzaakt door het
ucbsa-2021-12-31p128i0
bijwonen van vergaderingen die hoofdzakelijk
 
in
Europa plaatsvinden.
Bezoldiging in 2021
1. Totale bezoldiging
 
Uitvoerend Comité
Het totale bezoldigingspakket van de leden van het
Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende
elementen, die hierna verder worden toegelicht:
ucbsa-2021-12-31p129i0 ucbsa-2021-12-31p129i1
De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als
volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt
hieronder meer gedetailleerd beschreven:
2. Referentiegroep en competitieve positionering
UCB verwijst in de eerste plaats naar een Europese
referentiegroep voor de vergelijking van
 
het
loonbeleid en de loonbeslissingen (zie hieronder).
Een afzonderlijke Amerikaanse referentiegroep
wordt gehandhaafd om een goed inzicht in deze
specifieke markt te verzekeren, gezien het
internationale karakter van ons Uitvoerend comité,
maar is niet de referentie voor ons loonbeleid,
bijvoorbeeld bij het bepalen van de bonus-
 
en LTI-
doelstellingsniveaus.
 
Beide groepen omvatten internationale
biofarmaceutische (farmaceutische en/of
biotechnologische) bedrijven waarmee UCB
concurreert om talent. Deze bedrijven hebben
verschillende groottes en therapeutische domeinen.
 
Wij geven prioriteit aan volledig geïntegreerde,
gelijkaardige biofarmaceutische bedrijven die
optreden in een complexe, door onderzoek
gestuurde omgeving en die zowel ontwikkelings-
 
als
commercialiseringscapaciteiten hebben. Waar
mogelijk, wensen wij ook bedrijven op te nemen die
concurrenten zijn in dezelfde therapeutische
domeinen.
 
Terwijl we ondernemingen beogen die grofweg de
grootte van UCB reflecteren, is de grootte van
 
de
onderneming niet de belangrijkste factor,
 
gezien de
beperkte aard van deze groep. Regressie-analyse
wordt derhalve in voorkomend geval gebruikt om de
marktgegevens aan te passen aan de omvang van
UCB. De samenstelling van de
bezoldigingsreferentiegroep wordt regelmatig
nagekeken en wordt aangepast wanneer nodig,
bijvoorbeeld wanneer consolidatie verrichtingen naar
een minder robuuste marktanalyse leiden.
 
UCB wenst zich competitief te positioneren op de
marktmediaan van deze referentiegroep voor alle
elementen van de totale directe bezoldiging
 
ucbsa-2021-12-31p130i0
(basissalaris + variabele bezoldiging). De bonus en
LTI-streefniveaus
 
worden getoetst aan het Europees
biofarmaceutisch niveau. Het reële
vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald
overeenkomstig de ervaring van de persoon in
vergelijking met de referentie en rekening houdend
met zijn impact op de bedrijfsresultaten.
 
ucbsa-2021-12-31p131i0
3. Bezoldigingscomponenten Uitvoerend comité
ucbsa-2021-12-31p132i0
 
ucbsa-2021-12-31p133i0
 
ucbsa-2021-12-31p134i0 ucbsa-2021-12-31p134i1
 
4. Overige beleidsvoorzieningen
Terugvorderings
 
-
 
en malusbepalingen
 
In 2021 hebben we terugvorderings- en
malusbepalingen ingevoerd voor de variabele
verloningsplannen van onze CEO en leden van het
Uitvoerend comité.
 
Dit betekent dat de Raad van bestuur kan beslissen -
onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving -
om onbetaalde of niet-verworven incentivepremies
in te houden (malus), of om incentivepremies terug
te vorderen die werden uitbetaald of
onvoorwaardelijk zijn geworden (terugvordering) in
geval van (i) bewijs van fraude of ernstig wangedrag
en/of (ii) materiële schending van de gedragscode en
handelscode van UCB, en/of (iii) het zich inlaten met
gedragingen of handelingen waarvan redelijkerwijs
kan worden verwacht dat ze reputatieschade
berokkenen aan UCB en/of in geval van materiële
negatieve herformulering van de financiële
resultaten van de vennootschap.
 
Aandeelhoudersrichtlijnen
 
Terwijl het gewicht van LTI
 
in onze totale loonmix
ertoe leidt dat onze leden van het Uitvoerend comité
op elk moment een belangrijk belang hebben in niet-
definitief verworven (en definitief verworven) LTI,
hebben we, in de loop van 2021,
aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en leden
van het Uitvoerend Comité geïntroduceerd.
 
De vereiste is dat de huidige CEO en de leden van het
Uitvoerend comité over een bouwperiode van 5 jaar
een minimum veelvoud van hun jaarlijks
brutobasissalaris in UCB-aandelen bezitten (in bezit
als gevolg van het onvoorwaardelijk worden van
aandelentoekenningen, prestatieaandelen of
uitgeoefende aandelenopties) en nadien de drempel
bereiken en handhaven. De vereiste bedraagt 150%
van het jaarlijkse brutobasissalaris voor de CEO en
50% van het jaarlijkse brutobasissalaris voor de leden
van het Uitvoerend comité.
 
Opzeggingsregelingen
 
Gelet op het internationaal karakter van ons
Uitvoerend comité evenals de spreiding van onze
uiteenlopende activiteiten over verschillende
geografische gebieden, worden de
arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst
door verschillende rechtsstelsels.
 
In de loop van 2014 werd een Belgisch
dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-
Christophe Tellier met een opzeggingsregeling
 
die
vergelijkbaar is met de regeling die in voege was
onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract,
zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met
18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke
gemiddelde bonus die hij ontvangen heeft tijdens de
drie voorgaande jaren indien de onderneming een
einde maakt aan de overeenkomst of in geval van
wijziging in controle van UCB.
 
De contracten van Emmanuel Caeymaex en Iris
LöwFriedrich werden getekend vóór de
inwerkingtreding van de Belgische Wet op het
deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau
van opzeggingsvergoedingen beperkt.
 
Emmanuel Caeymaex heeft geen specifieke
opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract. In geval
van onvrijwillige beëindiging van de
arbeidsovereenkomst, zijn de lokale
arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing.
 
Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse
arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn
is bedongen van zes maanden en een
ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus
bonus.
 
Jean-Luc Fleurial, Sandrine Dufour, Dhaval Patel
 
en
Charl van Zyl hebben Belgische
arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsclausule
die hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van
12 maanden basissalaris en bonus indien de
onderneming een einde maakt aan de overeenkomst
of in geval van wijziging in controle van UCB.
ucbsa-2021-12-31p136i1 ucbsa-2021-12-31p136i0
Kirsten Lund-Jurgensen en Bill Silbey hebben een
Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk
een beding in die overeenkomst die voorziet in een
vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en
doelbonus indien de onderneming een einde maakt
aan de overeenkomst of indien er een wijziging in de
controle over UCB plaatsvindt.
5. Niet-uitvoerend bestuurders
De hoogte van de vergoeding van de Raad van
bestuur wordt regelmatig geëvalueerd, zowel in
vergelijking met Europese vergelijkbare
ondernemingen als met ondernemingen die op de
referentie-index van Euronext Brussel (BEL 20)
genoteerd zijn. Gegevens van vergelijkbare
ondernemingen vormen de voornaamste referentie,
gezien onze behoefte om deskundigen met een
grondige kennis van onze sector aan te trekken. De
gemiddelde niveaus van deze referentiegroep zijn
het doelwit. Na deze evaluatie en de goedkeuring
door de algemene vergadering van aandeelhouders
van 29 april 2021 is de jaarlijkse vergoeding voor de
voorzitter van de Raad verhoogd van 240 000 euro
tot 330 000 euro. Deze vergoedingen zijn inclusief
eventuele deelname aan comités van de Raad. Een
herzien bezoldigingsbeleid met dergelijke wijzigingen
werd goedgekeurd op de algemene vergadering van
aandeelhouders van 29 april 2021. Daarom hebben
niet-uitvoerende bestuurders, overeenkomstig
 
de
beleidsbepalingen, recht op de volgende
vergoedingen:
Overeenkomstig het beleid ontvangen niet-
uitvoerende leden van de Raad van bestuur geen
variabele of aan aandelen verbonden beloning, op
grond van het standpunt dat het bezit van aandelen
een belangenconflict kan creëren voor mandaten op
lange termijn, en hebben zij geen recht op voordelen.
Leden van de Raad van bestuur die woonachtig zijn in
een land waar het tijdszoneverschil met België vijf
uur of meer bedraagt, krijgen een speciale
vergoeding van de reiskosten.
Uitkomst bezoldigingsbeleid 2021 van de CEO en van de leden van het Uitvoerend Comité
 
1.
Totale
 
bezoldiging samenvatting
In navolging van de nieuwe rapporteringsnormen,
wordt hieronder een overzicht gegeven van de totale
bezoldig:
 
ucbsa-2021-12-31p137i0 ucbsa-2021-12-31p137i2 ucbsa-2021-12-31p137i1
In vergelijking met het Verslag over de bezoldiging
voor 2020 bedraagt de totale directe vergoeding van
de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2021 € 4 613
665 (exclusief pensioenbijdragen en andere
voordelen), tegenover € 5 004 367 in 2020. De totale
bezoldiging van het Uitvoerend comité (basissalaris +
bonus + LTI) bedraagt in 2021: €12 155 964 (exclusief
pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover
€ 12 105 162 in 2020.
A. Vaste bezoldiging
Basissalaris
 
De tabel hieronder toont de basissalarissen voor
2021 van de CEO en de leden van het Uitvoerend
Comité:
Het salaris van de CEO evolueerde met 3% volgens de
waargenomen marktbewegingen en in lijn met de
algemene salarisbewegingen van het bredere
personeelsbestand.
 
Bezoldigingen
 
De CEO heeft ook recht op de
bestuurdersbezoldigingen als lid van de Raad van
bestuur van UCB NV.
 
Voor 2021 bedroegen deze
bezoldigingen € 86 000 (€ 80 000 aan jaarlijkse
bezoldigingen en € 6 000 aan presentiegeld).
Overige voordelen
 
Verzekeringen,
 
evenals uitkeringen die verschuldigd
zijn overeenkomstig ons standaard Globaal
Mobiliteitsbeleid en ons bezoldigingsbeleid, worden
opgenomen onder “andere voordelen”.
De impact van de COVID-19-pandemie blijft ertoe
leiden dat UCB in 2021 uitzonderlijke kosten oploopt,
die verband houden met ons standaard Globaal
Mobiliteitsbeleid. Hoewel deze kosten niet
resulteerden in extra nettoloon, vormden zij toch een
uitzonderlijke kost voor de onderneming en worden
zij derhalve gerapporteerd als een voordeel in
natura.
 
Voor de CEO vertegenwoordigden deze
 
andere
voordelen een bedrag van € 1 163 405, terwijl dit
voor de andere leden van het Uitvoerend Comité
neerkwam op een totaalbedrag van € 2 501 345.
B. Variabele bezoldiging
Bonus (“Eenjarige variabele”) 2021 prestaties ten
opzichte van doelstellingen
 
De verwezenlijking van prestatiedoelstellingen werd
gemeten tijdens de periode die begon op 1 januari
2021 en eindigde op 31 december 2021. In
overeenstemming met het bezoldigingsbeleid
worden bedrijfsdoelstellingen bepaald door het
percentage van het behaalde aangepaste EBITDA
vergeleken met het budget, tegen constante
wisselkoersen. Aangezien de doelstelling voor 2021
werd overschreden, ligt de prestatiecoëfficiënt
 
van
de Vennootschap boven de doelstelling. Het
uitbetalingsniveau voor de individuele doelstellingen
voor de CEO werden door het GNCC aan de Raad
voorgesteld op basis van de prestatie-evaluatie op
het einde van de cyclus, zoals hieronder samengevat
in de belangrijkste prioritaire gebieden voor 2021.
Het resultaat voor 2021 is als volgt:
ucbsa-2021-12-31p138i0
ucbsa-2021-12-31p139i0
 
ucbsa-2021-12-31p140i0
Over het geheel genomen zijn wij van mening dat
uitstekende vooruitgang is geboekt voor wat betreft
onze toezeggingen om waarde te creëren voor
patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de
samenleving. Niet alleen is vooruitgang geboekt ten
opzichte van de doelstellingen, ook de aanpak van de
uitdagingen in verband met COVID-19 is
lovenswaardig, waarbij de patiënt, de werknemer en
de samenleving centraal stonden in al onze acties. De
CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk
van de andere leden van het Uitvoerend Comité
voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de
goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de
aan het Uitvoerend comité uitgekeerde contante
bonussen bedroeg € 3 246 965.
LTI (“Meerjarige variabele”)
 
In 2021 kreeg de CEO en het Uitvoerend comité een
LTItoekenning
 
tussen de LTI-doelstelling en de
maximale beleidswaarde.:
 
ucbsa-2021-12-31p141i0 ucbsa-2021-12-31p141i3 ucbsa-2021-12-31p141i2 ucbsa-2021-12-31p141i1
A) Toekenning
 
in 2021
 
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het
aantal aandelenopties en prestatieaandelen dat in
2021 is toegekend:
 
B) Definitieve verwerving van LTI's in 2021
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht
van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen
en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de
leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend
(opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het
kalenderjaar 2021 definitief zijn verworven (niet
samen te voegen met de informatie in de
bovenstaande tabel die de in 2021 toegekende
langetermijnincentives gedetailleerd weergeeft):
De prestatieaandelen die in 2021 definitief werden
verworven, hebben betrekking op de toekenning van
2018. De definitieve verwerving van die toegekende
prestatieaandelen was afhankelijk van de prestaties
gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria:
• cashflow omrekeningskoers (35%)
 
• relatieve opbrengststijging (35%)
 
• bereiken van de beoogde mijlpalen voor de
producten in de pijplijn (20%)
 
• bereiken van een bepaald niveau van engagement
van de medewerkers van UCB (10%)
Op basis van de prestaties ten aanzien van elk van de
doelstellingen, was het aantal aandelen dat definitief
werd verworven, gelijk aan 118% van het
streefaantal van het voorwaardelijk toegekende
aandelen, als gevolg van prestaties boven de
doelstelling voor de cashflowomrekeningskoers en
boven de doelstelling voor de andere drie
prestatiecriteria.
ucbsa-2021-12-31p142i1 ucbsa-2021-12-31p142i0
C) LTI verbeurd in 2021
Er waren geen aandelenopties, toegekende aandelen
en prestatieaandelen die in voorgaande jaren aan de
leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend
en die in 2021 zijn vervallen:
 
C. Buitengewone posten
Ontslagvergoedingen
Er waren geen ontslagvergoedingen in 2021.
Indiensttredingspremies
Er werden geen indiensttredingspremies toegekend in 2021.
D. Pensioenkosten
 
E.
 
Vergelijking van de beloning van de CEO en het Uitvoerend Comité
Bezoldiging van het Uitvoerend Comité, de werknemers en de bedrijfsresultaten over 5 jaar
De onderstaande tabel is een samenvatting van de
evolutie van de totale bezoldiging van onze CEO, het
Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer
en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de
voorbije vijf jaar, hier weergegeven
 
door de jaarlijkse
groei van de inkomsten en aangepast EBITDA.
 
ucbsa-2021-12-31p143i0
 
ucbsa-2021-12-31p144i0
Totale
 
bezoldiging van CEO tegenover laagst
bezoldigde werknemer
De onderstaande tabel toont een vergelijking van de
bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2021 met de
bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse
werknemer van UCB NV (in €) voor 2021. De
bezoldiging omvat een vaste en een variabele
bezoldiging, alsmede personeelsbeloningen, exclusief
werkgeverslasten voor sociale zekerheid.
F. Op aandelen gebaseerde bezoldiging van
 
de CEO
en het Uitvoerend Comité
Aandeelhoudersrichtlijnen
In 2021 implementeerde UCB
aandeelhoudersrichtlijnen voor haar CEO en leden
van het Uitvoerend comité. Elk lid heeft 5 jaar om
hun respectievelijke vereiste te bereiken,
 
vanaf het
afsluiten van deze richtlijn (d.w.z.
 
April 2026). Op dit
moment voldoen de CEO en de meerderheid van
leden van het comité die langer in dienst zijn aan de
vereiste.
LTI-informatie
De onderstaande tabellen geven een overzicht van
het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in
het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging
voor elk van de leden van het Uitvoerend comité
(zowel huidige als voormalige).
 
 
ucbsa-2021-12-31p145i0
 
ucbsa-2021-12-31p146i0
 
ucbsa-2021-12-31p147i1 ucbsa-2021-12-31p147i0
 
ucbsa-2021-12-31p148i0
ucbsa-2021-12-31p149i0
 
ucbsa-2021-12-31p150i0
 
ucbsa-2021-12-31p151i0
Bezoldiging van niet-uitvoerend bestuurders voor 2021
 
De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2021 heeft
ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van bestuur en de comités, het
presentiegeld per vergadering van de Raad en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen.
3.8 Belangrijkste kenmerken van interne controle
 
-
 
en
risicobeheersystemen van UCB
3.8.1 Interne controle
Als bestuursorgaan van UCB leidt de Raad UCB als een ondernemer,
 
en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren
van de strategie
 
en doelstellingen van de
 
vennootschap. Dit omvat
 
het toezicht op de
 
ontwikkeling, implementatie
en handhaving van
 
een voorzichtig
 
en effectief
 
systeem van
 
interne controles,
 
zoals hieronder
 
verder beschreven,
maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 hieronder.
 
Het Auditcomité
 
staat
 
de Raad
 
bij in
 
zijn opdracht
 
van toezicht
 
op de
 
interne controle
 
-
 
en risicobeheerprocessen
opgesteld door het management van UCB
 
en de UCB Groep in
 
haar geheel, op de
 
doeltreffendheid van de algemene
interne controleprocessen
 
van UCB,
 
het globale proces
 
van financiële verslaggeving,
 
de commissaris (met
 
inbegrip
van zijn benoemingsprocedure), en de Global Internal Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan.
 
Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en binnen UCB handhaving van passende interne controles
om
 
redelijke
 
zekerheid
 
te
 
bieden
 
betreffende
 
de
 
betrouwbaarheid
 
van
 
de
 
financiële
 
informatie,
 
de
 
naleving van
toepasselijke
 
wet-
 
en
 
regelgeving
 
op
 
de
 
meest
 
doeltreffende
 
manier.
 
Op
 
het
 
interne-controleproces
 
wordt
wereldwijd
 
toegezien
 
door
 
de
 
Interne
 
Audit
 
afdeling
 
op
 
geautomatiseerde
 
wijze
 
voor
 
toegang
 
tot
 
systemen
 
en
splitsing van taken,
 
het uitvoeren
 
van testen op
 
zelfcontrole beoordelingen, en het
 
toezien op permanente
 
controles.
Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB
 
te ondersteunen, die beheerd
worden door een professioneel Information Management team.
 
Als een
 
belangrijk onderdeel
 
van
 
het interne
 
controlesysteem
 
van
 
het management,
 
herbekijkt UCB
 
jaarlijks haar
business
 
plan
 
en
 
bereidt
 
ze
 
een
 
gedetailleerd
 
jaarlijks
 
budget
 
voor
 
elk
 
boekjaar
 
voor,
 
dat
 
wordt
 
beoordeeld
 
en
goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem
 
werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft
op financiële en operationele
 
prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding
 
financiële verslagen
voorbereid om
 
elk belangrijk
 
onderdeel van
 
de activiteiten
 
af te
 
dekken. Afwijkingen
 
ten opzichte
 
van het
 
plan of
van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard
 
en er wordt
 
tijdig op gereageerd. Naast
 
de regelmatige
beraadslagingen van
 
de Raad,
 
komt
 
ook het
 
Uitvoerend Comité
 
minstens
 
maandelijks samen
 
om de
 
prestaties
 
te
bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.
 
De Global Internal Audit-functie verleent
 
op een onafhankelijke
 
en objectieve manier diensten
 
die tot doel hebben
de
 
interne
 
controleomgeving
 
en
 
activiteiten
 
van
 
UCB
 
te
 
evalueren,
 
hun
 
toegevoegde
 
waarde
 
te
 
vergroten
 
en
 
te
verbeteren, door middel van
 
een systematische en
 
gedisciplineerde benadering van de evaluatie
 
en aanbevelingen
tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur,
 
compliance, interne controle en risicobeheer.
 
De Global Internal Audit-groep implementeert een Audit Plan bestaande
 
uit financiële, compliance en operationele
audits en
 
beoordelingen. Dit
 
Plan werd
 
beoordeeld en
 
goedgekeurd
 
door het
 
Auditcomité en
 
omvat
 
de relevante
bedrijfsactiviteiten
 
van
 
UCB.
 
Het
 
programma
 
omvat
 
onafhankelijke
 
beoordelingen
 
van
 
de
 
interne
 
controle-
 
en
risicobeheerssystemen.
 
De
 
bevindingen
 
en
 
de
 
status
 
van
 
de
 
gerelateerde
 
corrigerende
 
maatregelen
 
worden
regelmatig schriftelijk
 
aan het Uitvoerend
 
Comité gemeld, en
 
er wordt minstens
 
twee keer
 
per jaar schriftelijk
 
aan
het Auditcomité gerapporteerd over de status van de
 
voltooiing van het auditplan
 
alsook over een samenvatting
 
van
de bevindingen en corrigerende maatregelen.
 
UCB
 
nam
 
formele
 
procedures
 
aan
 
voor
 
de
 
interne
 
controle
 
aangaande
 
financiële
 
rapportering,
 
waaraan
 
wordt
gerefereerd
 
als
 
de
 
“Transparantie
 
Richtlijn
 
Procedure”.
 
Deze
 
procedure
 
is
 
erop
 
gericht
 
het
 
risico
 
van
 
selectieve
openbaarmaking te beperken;
 
draagt ertoe
 
bij dat
 
de bekendmaking
 
door UCB van
 
alle belangrijke
 
informatie aan
haar beleggers, schuldeisers
 
en toezichthouders
 
precies, volledig en
 
tijdig gebeurt en
 
de toestand
 
van UCB correct
weergeeft; en draagt ertoe bij adequate
 
openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële
 
en niet-financiële
informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico’s.
 
Het proces bestaat
 
uit een aantal
 
onderdelen. Bepaalde personen op
 
sleutelposities in het
 
interne controleproces,
waaronder alle leden van het Uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake
financiële rapportering begrijpen
 
en hebben nageleefd,
 
inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende
de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid
 
van financiële informatie en naleving
 
van
de wet- en
 
regelgeving. Om te
 
verzekeren dat zij de
 
uitgebreide waaier aan
 
potentiële problemen
 
kunnen inschatten,
wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt
een gedetailleerde, wereldwijde
 
beoordeling uitgevoerd van
 
verkopen, kredieten en daaraan
 
verbonden bruto-naar-
netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen,
 
voorzieningen, reserves en betalingen.
De financiële
 
directeurs/ vertegenwoordigers van alle
 
afzonderlijke juridische entiteiten dienen
 
daarnaast schriftelijk
te bevestigen
 
dat hun financiële
 
rapportering in
 
deze domeinen
 
op betrouwbare
 
gegevens is
 
gesteund en
 
dat hun
resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig
 
de geldende vereisten.
 
Deze procedures
 
worden gecoördineerd door
 
de Global Internal Audit-afdeling
 
vóór de vrijgave
 
van de halfjaar-
 
en
jaarresultaten. De resultaten van
 
deze procedures worden
 
beoordeeld samen
 
met het
 
Chief Accounting
 
Office alsook
met
 
de
 
belangrijkste
 
aandeelhouders
 
in
 
financiële
 
en
 
juridische
 
diensten
 
en
 
de
 
commissaris.
 
Gepaste
 
opvolging
wordt gegeven
 
aan elk potentieel
 
probleem en eventuele
 
wijzigingen aan de
 
gerapporteerde financiële
 
informatie
of openbaarmakingen worden geëvalueerd.
 
De resultaten van
 
deze procedures worden
 
beoordeeld samen met de
CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking
 
van de rekeningen.
3.8.2 Risicobeheer
De
 
volledige
 
UCB
 
Groep
 
en
 
al
 
haar
dochtervennootschappen
 
wereldwijd
 
zijn
 
toegewijd
om een effectief risicobeheersysteem te voorzien, om
de dreigingen te
 
minimaliseren die
 
een impact
 
kunnen
hebben
 
op
 
onze
 
mogelijkheid
 
om
 
onze
 
strategische
plannen en doelstellingen te verwezenlijken.
 
Daarom heeft de UCB
 
Groep de volgende risicobeheer
praktijken aangenomen:
 
Een globaal
 
risicobeheerbeleid, van
 
toepassing op
 
de
hele
 
UCB
 
Groep
 
en
 
haar
 
wereldwijde
dochtervennootschappen, beschrijft het
 
engagement
van UCB om
 
doorheen de
 
UCB Groep
 
een doeltreffend
risicobeheersysteem
 
te
 
voorzien
 
en
 
beschrijft
 
het
kader
 
en
 
het
 
design
 
voor
 
het
 
beheren
 
van
 
de
belangrijkste risico’s bij UCB.
 
De Raad is verantwoordelijk
 
voor de goedkeuring van
de strategie
 
van
 
de UCB
 
Groep
 
en voor
 
de evaluatie
van
 
en
 
het
 
toezicht
 
op
 
de
 
invoering
 
door
 
de
 
UCB
Groep
 
en
 
de
 
effectieve
 
implementatie
 
van
 
de
systemen
 
en
 
processen
 
voor
 
risicobeheer.
 
Het
Auditcomité herziet op regelmatige basis de gebieden
waar risico’s een grote impact zouden kunnen
 
hebben
op
 
de
 
financiële
 
situatie
 
en
 
reputatie
 
van
 
de
 
UCB
Groep.
 
Het
 
Auditcomité
 
controleert
 
het
 
algemene
risicobeheersysteem van UCB. Het Uitvoerend Comité
is
 
verantwoordelijk
 
voor
 
de
 
implementatie
 
van
 
de
risicobeheerstrategie
 
en
 
-doelstellingen,
 
en
 
voor
 
het
verdedigen van
 
de prioritisering, controle
 
en toezicht
op
 
de
 
risico’s
 
die
 
kritiek
 
zijn
 
voor
 
UCB’s
 
succes.
 
De
Global
 
Internal
 
Audit-functie
 
is
 
belast
 
met
 
de
onafhankelijke
 
en
 
regelmatige
 
controle
 
en
 
validatie
van
 
het
 
risicobeheersysteem
 
binnen
 
UCB.
 
Daarnaast
heeft
 
de
 
Global
 
Internal
 
Audit-functie
 
als
 
opdracht
om,
 
in
 
overleg
 
met
 
de
 
business,
 
te
 
beslissen
 
over
maatregelen
 
om
 
vastgestelde
 
risico’s
 
aan
 
te
 
pakken
en te controleren.
 
Het
 
“Head
 
of
 
Enterprise
 
Risk
 
Management”
 
bezorgt
regelmatig updates aan het Uitvoerend Comité, en op
regelmatige
 
basis
 
eveneens
 
aan
 
het
 
Auditcomité
 
en
de
 
Raad.
 
Het
 
Risk2Value
 
Table
 
en
 
Strategic
 
Risk
Council,
 
samengesteld
 
uit
 
leden
 
van
 
het
 
senior
management
 
van
 
alle
 
bedrijfsfuncties,
 
levert
strategisch
 
leiderschap
 
ter
 
ondersteuning
 
van
 
het
proces van de
 
evaluatie van het
 
vaststellen van risico’s
op
 
bedrijfsniveau
 
en het
 
proces voor
 
vaststellen
 
van
prioriteiten,
 
en
 
wordt
 
ondersteund
 
door
 
een
Enterprise
 
Risk
 
Management
 
dat
 
de
 
reële
 
of
potentiële
 
risico’s
 
of
 
blootstelling
 
daaraan
 
op
doeltreffende
 
wijze
 
beoordeelt,
 
rapporteert
 
en
beheert. De
 
bronnen
 
van
 
risico-informatie
 
omvatten
de
 
beoordeling
 
van
 
de
 
bedrijfsfuncties
 
(bottom-up),
de
 
inbreng
 
van
 
de
 
leiding
 
(top-down)
 
en
 
de
 
externe
context
 
van
 
de
 
organisatie
 
(outside-in).
 
De
belangrijkste risico’s binnen de
 
organisatie worden elk
opgevolgd
 
door
 
een
 
lid
 
van
 
het
 
Uitvoerend
 
Comité,
om
 
te
 
zorgen
 
voor
 
de
 
nodige
 
toerekenbaarheid
 
en
prioriteit. De Enterprise Risk Management
 
groep licht
op
 
permanente
 
basis
 
zijn
 
bestuursstructuur
 
en
engagement
 
met
 
belanghebbenden
 
door,
 
om
 
te
zorgen
 
dat
 
robuuste
 
doorlichtingen, prioritisering
 
en
antwoorden worden verkregen.
 
Ons
 
risicobeheersysteem
 
is
 
gebaseerd
 
op
 
actuele
plannen, ramingen en
 
projecties van het
 
management
en ons
 
risicoprofiel evolueert
 
voortdurend
 
naarmate
interne
 
en
 
externe
 
factoren
 
en
 
bijbehorende
risicoaannames in de tijd veranderen.
 
Indien u meer
 
wilt leren over
 
de belangrijkste risico’s
en over milieu gerelateerde en sociale risico’s, bezoek
dan de
 
sectie Risicobeheer. Voor meer
 
informatie over
financiële risico's, bezoek de financiële Toelichting 5.
3.9 Persoonlijke beleggingstransacties en handel in
UCB-aandelen
De
 
Raad
 
heeft
 
een
 
“Dealing
 
Code”
 
aangenomen
 
om
handel
 
met
 
voorkennis
 
en
 
marktmisbruik
 
te
voorkomen,
 
in
 
het
 
bijzonder
 
tijdens
 
de
 
periodes
voorafgaand
 
aan
 
de
 
publicatie
 
van
 
resultaten
 
of
informatie
 
die de
 
prijs van
 
UCB effecten
 
zou
 
kunnen
beïnvloeden,
 
of,
 
in
 
voorkomend
 
geval,
 
de
 
prijs
 
van
effecten
 
uitgegeven
 
door
 
een
 
derde
partijvennootschap.
 
In 2016
 
werd een
 
nieuwe Dealing
 
Code goedgekeurd
door
 
de
 
Raad
 
om
 
de
 
regels
 
te
 
reflecteren
 
van
 
EU
Verordening
 
nr. 596/2014
 
over
 
Marktmisbruik,
Richtlijn
 
2014/57/EU
 
over
 
strafsancties
 
voor
marktmisbruik
 
en
 
de
 
Belgische
 
Wet
 
van
 
2
 
augustus
2002 over
 
het toezicht
 
op de
 
financiële sector
 
en de
financiële diensten,
 
zoals
 
gewijzigd door
 
de Wet
 
van
27 juni 2016,
 
die
 
van
 
kracht
 
werd
 
op
 
3 juli 2016.
 
In
2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze
bij
 
om
 
deze
 
nieuwe
 
wetgeving
 
weer
 
te
 
geven
 
en
overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen
in
 
overeenstemming
 
met
 
onze
 
Patiëntenwaarde
Strategie.
 
In
 
2019
 
werden
 
enkele
 
praktische
 
zaken
aangepast in de Dealing Code.
 
De Dealing
 
Code omvat
 
regels
 
voor
 
bestuurders,
 
het
uitvoerend
 
management
 
en
 
werknemers
 
op
sleutelposities,
 
die
 
verbieden
 
om
 
UCB-aandelen
 
of
andere
 
financiële
 
instrumenten
 
verbonden
 
met
 
het
UCB-aandeel
 
te
 
verhandelen
 
tijdens
 
een
 
bepaalde
periode
 
vóór
 
de
 
bekendmaking
 
van
 
haar
 
financiële
resultaten (zogenaamde “gesloten
 
periodes”). Verder
verbiedt deze aan
 
personen die
 
voorkennis bezitten of
weldra
 
zouden
 
kunnen
 
bezitten
 
om
 
te
 
handelen
 
in
UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten.
De Raad
 
heeft de
 
Group General
 
Counsel (Bill
 
Silbey)
en
 
de
 
Group
 
Secretary
 
General
 
(Xavier
 
Michel)
aangeduid
 
als
 
Insider
 
Trading
 
Compliance
 
Officers.
Hun
 
taken
 
en
 
verantwoordelijkheden
 
worden
 
in
 
de
Dealing Code bepaald.
 
In
 
overeenstemming
 
met
 
de
 
Dealing
 
Code
 
heeft
 
de
Vennootschap
 
de
 
lijst
 
vastgelegd
 
van
 
personen
 
met
leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en
leden
 
van
 
het
 
Uitvoerend
 
Comité)
 
en
 
de
 
lijst
 
van
personen
 
op
 
sleutelposities,
 
die
 
de
 
Insider
 
Trading
Compliance
 
Officer(s)
 
vooraf
 
moeten
 
informeren
 
en
goedkeuring
 
moeten
 
krijgen
 
voor
 
de
 
transacties
 
in
UCB-aandelen
 
en
 
verbonden
 
effecten
 
die
 
ze
 
willen
uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten
van
 
de
 
Vennootschap
 
door
 
personen
 
met
leidinggevende
 
verantwoordelijkheid
 
of
 
door
personen
 
nauw
 
met
 
hen
 
verbonden,
 
moeten
 
ook
gemeld
 
worden
 
aan
 
de
 
Autoriteit
 
voor
 
Financiële
Diensten
 
en
 
Markten
 
(FSMA),
 
de
 
Belgische
toezichthouder
 
op
 
de
 
markten.
 
De
 
procedure
 
voor
dergelijke
 
rapportering
 
en
 
de
 
verplichtingen
 
die
hieraan
 
verbonden
 
zijn,
 
zijn
 
ook
 
opgenomen
 
in
 
de
Dealing Code van
 
UCB. De Dealing
 
Code is beschikbaar
op de website van UCB.
3.10 Externe controle
Het
 
mandaat
 
van
 
de
 
commissaris,
 
PwC
Bedrijfsrevisoren
 
BV
 
/
 
Réviseurs
 
d'Entreprises
 
SCCRL
(PwC), is aan
 
het einde van
 
de algemene vergadering
van 29
 
april 2021
 
afgelopen. Door
 
toepassing van
 
de
Europese
 
en
 
Belgische
 
verplichte
 
roulatieregels
 
die
van toepassing
 
zijn op
 
de commissaris,
 
was PwC
 
niet
langer
 
verkiesbaar
 
voor
 
herverkiezing
 
als
 
statutaire
commissaris.
 
Bijgevolg
 
en
 
volgens
 
de
 
regels
 
en
 
het
proces
 
vereist
 
door
 
de
 
Europese
 
en
 
Belgische
wetgeving
 
die
 
van
 
toepassing
 
is
 
werd
 
het
bedrijfsrevisorenkantoor
 
Mazars
 
Bedrijfsrevisoren
 
Réviseurs d’Entreprises
 
CVBA –
 
Avenue du
 
Boulevard
21, box 8,
 
1210 Sint-Joost-ten-Node (Brussel)
 
- België
(“Mazars”), nu vertegenwoordigd door de heer Anton
Nuttens,
 
aangesteld
 
door
 
de
 
algemene
 
vergadering
van
 
29
 
april
 
2021
 
voor
 
een
 
mandaat
 
van
 
3
 
jaar
(wettelijke termijn). Dit mandaat is hernieuwbaar.
 
Mazars
 
werd
 
benoemd
 
tot
 
commissaris
 
in
 
alle
dochtervennootschappen
 
van
 
de
 
UCB
 
Groep
wereldwijd.
 
In 2021
 
betaalde UCB
 
de volgende
 
vergoedingen aan
haar commissaris:
 
ucbsa-2021-12-31p155i0
3.11 Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van
het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
3.11.1 Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding
van de verschillende soorten aandelen en, voor elke
soort aandelen, van de rechten en plichten die eraan
verbonden zijn en het percentage van het geplaatste
kapitaal dat erdoor wordt vertegenwoordigd op 31
december 2021
 
Per
 
13
 
maart
 
2014
 
bedraagt
 
het
 
kapitaal
 
van
 
UCB
€ 583 516 974,
 
vertegenwoordigd
 
door
 
194 505 658
volledig
 
volgestorte
 
aandelen
 
zonder
 
nominale
waarde. Aan
 
alle UCB-aandelen
 
zijn dezelfde
 
rechten
verbonden.
 
Er zijn
 
geen verschillende
 
soorten van
 
UCB-aandelen
(zie sectie 3.2.2).
3.11.2 Wettelijke of statutaire
 
beperkingen op de overdracht van effecten
Beperkingen op de overdracht
 
van effecten
 
zijn enkel
van toepassing op
 
niet volledig volgestorte
 
aandelen,
overeenkomstig
 
artikel
 
11
 
van
 
de
 
statuten
 
van
 
UCB
(de “Statuten”), dat bepaalt als volgt:
 
(“…)
 
B)
 
Elke
 
aandeelhouder
 
van
 
niet
 
volledig
 
volgestorte
aandelen die
 
alle of
 
een deel
 
van zijn
 
effecten
 
wenst
af
 
te
 
staan
 
zal
 
zijn
 
voornemen
 
bij
 
een
 
ter
 
post
aangetekende
 
brief
 
aan
 
de
 
raad
 
van
 
bestuur
betekenen,
 
waarbij
 
hij
 
de
 
naam
 
van
 
de
 
kandidaat-
overnemer,
 
het aantal
 
te
 
koop
 
gestelde
 
effecten,
 
de
prijs
 
en
 
de
 
voorwaarden
 
van
 
de
 
geplande
 
afstand
aangeeft.
 
De Raad van bestuur
 
kan zich per aangetekende
 
brief
binnen een
 
maand
 
na deze
 
kennisgeving
 
tegen
 
deze
verkoop
 
verzetten,
 
door
 
aan
 
de
 
verkopende
aandeelhouder een
 
andere kandidaat
 
als koper
 
voor
te stellen. De
 
door de Raad
 
voorgestelde kandidaat zal
over een
 
recht van
 
voorkoop beschikken op
 
de te
 
koop
gestelde
 
effecten
 
tenzij
 
de
 
kandidaat
 
verkoper,
binnen
 
de
 
vijftien
 
dagen,
 
verkiest
 
aan
 
de
 
afstand
 
te
verzaken.
 
Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend
 
tegen
een
 
eenheidsprijs
 
gelijk
 
aan
 
de
 
laagste
 
van
 
de
 
twee
zoals hierna bepaalde bedragen:
 
• De
 
gemiddelde sluitingskoers
 
van het
 
gewoon UCB
aandeel
 
op
 
de
 
“continumarkt”
 
op
 
Euronext
 
Brussels
van
 
de
 
dertig
 
open
 
beursdagen
 
die
 
de
 
betekening
waarvan
 
sprake
 
in
 
voorgaande
 
alinea
 
voorafgaan,
verminderd met het nog te volstorten bedrag;
 
 
De
 
eenheidsprijs
 
aangeboden
 
door
 
de
kandidaatovernemer.
 
Voormelde
 
kennisgeving
 
door
de Raad
 
van
 
bestuur zal
 
gelden als
 
kennisgeving
 
van
de
 
uitoefening
 
van
 
het
 
recht
 
van
 
voorkoop,
 
in naam
en
 
voor
 
rekening
 
van
 
de
 
door
 
de
 
Raad voorgestelde
kandidaat-overnemer.
 
De
 
prijs
 
zal
 
betaalbaar
 
zijn
binnen
 
de
 
maand
 
van
 
deze
 
kennisgeving,
onverminderd
 
de
 
door
 
de
 
kandidaat-overnemer
gunstigere aangeboden voorwaarden.
C) Indien
 
de Raad
 
van bestuur
 
niet antwoord
 
binnen
de
 
maand
 
van
 
de
 
kennisgeving,
 
op
 
de
 
kennisgeving
waarvan
 
sprake
 
in de
 
eerste
 
alinea van
 
subsectie b),
zal
 
de
 
verkoop
 
in
 
voordeel
 
van
 
de
 
kandidaat-
overnemer
 
kunnen
 
plaatsvinden,
 
aan
 
voorwaarden
die
 
minstens
 
gelijk
 
zijn
 
aan deze
 
bepaald
 
in
 
gezegde
kennisgeving.
 
(…”)
 
Op
 
dit
 
moment
 
is
 
het
 
kapitaal
 
van
 
UCB
 
volledig
volgestort.
3.11.3 Houders van effecten waaraan bijzondere
zeggenschapsrechten zijn verbonden, en een
beschrijving van deze rechten
Er zijn geen dergelijke effecten.
 
3.11.4 Mechanisme voor de controle van enig
aandelenplan voor werknemers wanneer de
zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de
werknemers worden uitgeoefend
Er is geen dergelijk systeem.
3.11.5 Wettelijke of statutaire
 
beperkingen van de
uitoefening van het stemrech
De
 
bestaande
 
UCB-aandelen
 
verlenen
 
de
 
houders
ervan stemrecht op de algemene vergadering.
 
Overeenkomstig
 
artikel
 
38
 
van
 
de
 
statuten,
 
zijn
 
de
volgende beperkingen van toepassing:
 
“Ieder
 
aandeel
 
geeft
 
recht
 
op
 
één
 
stem.
 
Iedere
persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam,
in het kapitaal
 
van de vennootschap verwerft
 
of erop
intekent,
 
waaraan
 
stemrecht
 
is
 
verbonden,
 
zal
verplicht zijn
 
binnen de
 
door de
 
wet voorgeschreven
termijn
 
het
 
aantal
 
verworven
 
of
 
ingeschreven
aandelen aan
 
te
 
geven,
 
samen met
 
het totale
 
aantal
aandelen
 
dat
 
hij
 
bezit,
 
wanneer
 
dat
 
aantal
 
in
 
totaal
meer bedraagt dan een aandeel
 
van 3% van het totale
aantal
 
stemrechten
 
dat,
 
vóór
 
een
 
eventuele
vermindering,
 
in
 
een
 
algemene
 
vergadering
 
kan
worden uitgeoefend.
 
Dezelfde
 
procedure zal
 
moeten
worden
 
gevolgd
 
telkens
 
wanneer
 
de
 
persoon
 
die
verplicht is de
 
bovenvermelde initiële verklaring
 
af te
leggen, zijn stemrecht verhoogt
 
tot 5%, 7,5%, 10% en
vervolgens voor elke
 
bijkomende 5% 172
 
UCB van
 
de
totale
 
stemrechten
 
die
 
hij
 
zoals
 
hierboven
 
bepaald
heeft
 
verworven,
 
of
 
wanneer
 
zijn
 
stemrecht
 
na
 
de
verkoop
 
van
 
aandelen
 
daalt
 
tot
 
onder
 
één
 
van
 
de
bovenvermelde
 
limieten.
 
Dezelfde
kennisgevingverplichtingen
 
zijn
 
van
 
toepassing
 
op
effecten,
 
alsook
 
opties,
 
futures,
 
swaps,
rentetermijncontracten
 
en
 
andere
derivatencontracten
 
indien
 
zij
 
de
 
houder
 
ervan
 
het
recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit
hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen
een
 
overeenkomst
 
die
 
krachtens
 
het
 
toepasselijke
recht
 
bindend
 
is),
 
reeds
 
uitgegeven
stemrechtverlenende
 
effecten
 
te
 
verwerven.
 
Opdat
de
 
kennisgevingverplichtingen
 
toepassing
 
zouden
vinden, moet de houder,
 
al dan niet op termijn, hetzij
het
 
onvoorwaardelijke
 
recht
 
hebben
 
om
 
de
onderliggende
 
stemrechtverlenende
 
effecten
 
te
verwerven
 
hetzij
 
naar
 
eigen
 
goeddunken
 
gebruik
kunnen
 
maken
 
van
 
zijn
 
recht
 
om
 
dergelijke
stemrechtverlenende
 
effecten
 
al
 
dan
 
niet
 
te
verwerven.
 
Indien het recht
 
van de houder
 
om de onderliggende
stemrechtverlenende
 
effecten
 
te
 
verwerven
 
enkel
afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te
doen plaatshebben of
 
te verhinderen
 
wordt dit
 
recht
als
 
onvoorwaardelijk
 
beschouwd.
 
Deze
 
verklaringen
zullen gebeuren in
 
de gevallen en overeenkomstig
 
de
modaliteiten
 
voorzien
 
in
 
de
 
geldende
 
wetgeving
betreffende
 
de
 
openbaarmaking
 
van
 
belangrijke
deelnemingen
 
in
 
emittenten
 
waarvan
 
aandelen
 
zijn
toegelaten
 
tot
 
de
 
verhandeling
 
op
 
een
gereglementeerde
 
markt.
 
Niet-naleving
 
van
 
deze
wettelijke verplichting zal
 
kunnen worden bestraft op
de wijze
 
bepaald in
 
de toepasselijke
 
artikelen van
 
de
wet
 
van
 
2
 
mei
 
2007
 
op
 
de
 
openbaarmaking
 
van
deelnemingen
 
in
 
emittenten
 
waarvan
 
aandelen
 
zijn
toegelaten
 
tot
 
de
 
verhandeling
 
op
 
een
gereglementeerde markt.
 
Niemand
 
kan
 
op
 
de
 
algemene
 
vergadering
 
aan
 
de
stemming
 
deelnemen
 
voor
 
meer
 
stemrechten
 
dan
degene
 
verbonden
 
aan
 
aandelen
 
waarvan
 
hij,
overeenkomstig
 
voorgaande
 
alinea,
 
het
 
bezit
 
ter
kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de
datum van de vergadering.”
 
 
Het stemrecht
 
verbonden aan UCB-aandelen die
 
UCB
of
 
haar
 
rechtstreekse
 
of
 
onrechtstreekse
dochtervennootschappen aanhouden
 
zoals
 
het geval
kan zijn, wordt van rechtswege geschorst.
3.11.6
Aandeelhoudersovereenkomsten die bekend zijn bij UCB en aanleiding kunnen geven tot beperking van de
overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten
UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke
overeenkomsten
 
die
 
zouden
 
kunnen
 
leiden
 
tot
beperkingen op
 
de overdracht van haar
 
effecten en/of
de uitoefening van stemrechten.
 
3.11.7 A. Regels voor de benoeming en vervanging
van leden van de Raad
De
statuten
 
bepalen:
 
“De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van
bestuur
 
van
 
ten
 
minste
 
drie
 
leden,
 
al
 
dan
 
niet
aandeelhouders,
 
die
 
door
 
de
 
algemene
 
vergadering
worden
 
benoemd
 
voor
 
een
 
termijn
 
die
 
ten
 
laatste
eindigt
 
aan
 
het
 
einde
 
van
 
de
 
vierde
 
jaarlijkse
algemene
 
vergadering volgend
 
op
 
de
 
datum waarop
hun benoeming
 
is ingegaan.
 
De algemene
 
vergadering
kan te
 
allen tijde, zonder
 
opgave van redenen en
 
met
onmiddellijke
 
ingang,
 
een
 
einde
 
maken
 
aan
 
het
mandaat van iedere bestuurder.
 
De
 
uittredende
 
bestuurders
 
zijn
 
herverkiesbaar.
 
De
opdracht
 
der
 
niet
 
herkozen
 
uittredende
 
bestuurders
eindigt
 
onmiddellijk
 
na
 
de
 
gewone
 
algemene
vergadering.
 
De
 
algemene
 
vergadering
 
bepaalt
 
de
vaste
 
of variabele
 
bezoldiging van
 
de bestuurders
 
en
het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste
van de bedrijfskosten.”
 
De
 
algemene
 
vergadering
 
beslist
 
bij
 
gewone
meerderheid over deze aangelegenheden.
 
De
 
regels
 
betreffende
 
de
 
samenstelling
 
van
 
de
 
Raad
van bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2
van het Charter als volgt:
 
Samenstelling van de Raad van bestuur
“De Raad is
 
van mening dat
 
een aantal van
 
10 tot 15
leden
 
aangewezen
 
is
 
met
 
het
 
oog
 
op
 
een
 
efficiënte
besluitvorming
 
enerzijds
 
en
 
de
 
bijdrage
 
van
 
ervaring
en
 
kennis
 
op
 
verschillende
 
gebieden
 
anderzijds.
 
Een
dergelijk
 
aantal
 
maakt
 
het
 
ook
 
mogelijk
 
om
 
de
samenstelling
 
van
 
de
 
Raad
 
zonder
 
grote
 
mate
 
van
ontwrichting
 
te
 
wijzigen.
 
Dit
 
gaat
 
verder
 
dan
 
de
wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de
Raad
 
uit
 
minstens
 
drie
 
leden
 
moet
 
bestaan.
 
De
algemene
 
vergadering
 
beslist
 
over
 
het
 
aantal
bestuurders, op voorstel van de Raad.
 
Een grote
 
meerderheid van de
 
leden van de
 
Raad zijn
niet-uitvoerend bestuurders. De curricula vitae van
 
de
bestuurders en van
 
de kandidaat-bestuurders
 
kunnen
worden geraadpleegd
 
op de
 
website van
 
UCB (www.
ucb.com).
 
Deze
 
curricula
 
vitae
 
vermelden
 
ook
 
de
bestuursmandaten
 
die
 
elk lid
 
van
 
de
 
Raad
 
in
 
andere
beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.”
Benoeming
 
van
 
bestuurders
 
(sectie
 
3.2.2
 
van
 
het
Charter)
 
De bestuurders
 
worden benoemd
 
door de
 
algemene
vergadering,
 
op
 
voorstel
 
van
 
de
 
Raad
 
en
 
op
aanbeveling van het GNCC.
Wanneer
 
de
 
Raad
 
kandidaten
 
aan
 
de
 
algemene
vergadering
 
voorstelt,
 
houdt
 
hij
 
in
 
het
 
bijzonder
rekening met volgende criteria:
 
een
 
grote
 
meerderheid
 
van
 
de
 
bestuurders
 
zijn
nietuitvoerend bestuurders;
 
 
ten
 
minste
 
drie
 
niet-uitvoerend
 
Bestuurders
 
zijn
onafhankelijk overeenkomstig de algemene wettelijke
definitie, de
 
criteria van
 
de Code
 
2020 en
 
de door
 
de
Raad vastgestelde criteria;
 
• geen enkele individuele bestuurder of een groep van
bestuurders kan de besluitvorming domineren;
 
• de samenstelling van de Raad garandeert diversiteit
van
 
vaardigheden,
 
achtergrond,
 
leeftijd
 
en
 
geslacht,
en draagt bij tot
 
de ervaring, kennis en
 
bekwaamheid
die vereist zijn voor de gespecialiseerde internationale
activiteiten van UCB; en
 
• kandidaten zijn
 
volledig beschikbaar om
 
hun functies
uit
 
te
 
oefenen
 
en
 
oefenen
 
niet
 
meer
 
dan
 
vijf
bestuursmandaten
 
uit
 
in
 
genoteerde
vennootschappen.
 
Wijzigingen
 
in
 
hun
 
andere
relevante
 
verbintenissen
 
en
 
hun
 
nieuwe
verbintenissen
 
buiten
 
de
 
Vennootschap
 
moeten
worden gemeld
 
aan de
 
Voorzitter
 
van de
 
Raad en
 
de
Secretaris
 
van
 
de
 
Vennootschap
 
wanneer
 
zij
 
zich
voordoen.
Het GNCC
 
verzamelt informatie,
 
die de
 
Raad in
 
staat
stelt om
 
zich ervan te
 
verzekeren dat
 
de voornoemde
criteria
 
vervuld
 
zijn
 
op
 
het
 
ogenblik
 
van
 
de
(her)benoemingen
 
en
 
tijdens
 
de
 
duur
 
van
 
het
mandaat.
 
Voor elke nieuwe benoeming
 
van een
 
bestuurder voert
het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en
vereiste
 
vaardigheden,
 
en
 
kennis
 
en
 
ervaring
 
in
 
de
Raad.
 
Het
 
profiel
 
van
 
de
 
ideale
 
kandidaat
 
wordt
opgemaakt
 
op
 
basis
 
van
 
die
 
beoordeling
 
en
 
aan
 
de
Raad
 
voorgesteld
 
voor
 
bespreking
 
en
 
definitieve
vaststelling.
 
Eens
 
het
 
profiel
 
is
 
vastgesteld,
 
selecteert
 
het
 
GNCC
kandidaten
 
die
 
voldoen
 
aan
 
het
 
profiel,
 
en
 
dit
 
in
overleg
 
met
 
de
 
leden
 
van
 
de
 
Raad
 
(inclusief
 
de
voorzitter
 
van
 
het
 
Uitvoerend
 
Comité)
 
en
 
eventueel
met behulp
 
van een
 
wervingsbureau. Het
 
GNCC doet
de aanbeveling van
 
de uiteindelijke
 
kandidaat aan de
Raad.
 
Bij
 
het
 
doen
 
van
 
een
 
dergelijke
 
aanbeveling
wordt
 
relevante
 
informatie
 
aan
 
de
 
Raad
 
verstrekt
(zoals een
 
curriculum vitae,
 
een beoordeling,
 
een lijst
van de beklede functies en, indien
 
van toepassing, alle
noodzakelijke
 
informatie
 
over
 
de
 
onafhankelijkheid
van de kandidaat).
De
 
Raad
 
beslist
 
over
 
de
 
voorstellen
 
die
 
aan
 
de
aandeelhouders
 
ter
 
goedkeuring
 
zullen
 
worden
voorgelegd.”
Duur van de mandaten en leeftijdsgrens
 
“Bestuurders
 
worden
 
door
 
de
 
algemene
 
vergadering
benoemd voor een termijn van maximaal vier
 
jaar, en
zij kunnen worden herbenoemd.
 
Daarnaast
 
werd
 
een
 
leeftijdsgrens
 
van
 
70
 
jaar
vastgelegd. Een
 
bestuurder zal zijn/haar
 
mandaat ter
beschikking
 
stellen
 
op
 
de
 
dag
 
van
 
de
 
algemene
vergadering
 
die
 
volgt
 
op
 
zijn/haar
 
70ste
 
verjaardag.
De Raad mag
 
uitzonderingen voorstellen op
 
die regel.”
 
Procedure voor
 
de benoeming
 
en de
 
verlenging van
mandaten
 
“Het
 
proces
 
van
 
benoeming
 
en
 
herverkiezing
 
van
Bestuurders
 
wordt
 
geleid
 
door
 
het
 
GNCC,
 
dat
aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om
een optimaal
 
niveau van
 
bekwaamheden en ervaring
binnen UCB en haar Raad te handhaven.
 
De
 
Raad
 
beoordeelt
 
de
 
voorstellen
 
tot
(her)benoeming,
 
ontslag
 
en
 
eventuele
 
terugtreding
van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC.
 
Het
 
GNCC
 
beoordeelt
 
alle
 
bestuurders
 
die
 
kandidaat
zijn
 
voor
 
herbenoeming
 
bij
 
de
 
volgende
 
algemene
vergadering,
 
voor
 
wat
 
betreft
 
hun
 
toewijding
 
en
doeltreffendheid,
 
waarna
 
aan
 
de
 
Raad
 
een
aanbeveling
 
met
 
betrekking
 
tot
 
hun
 
herbenoeming
wordt gedaan. Speciale aandacht
 
wordt gegeven aan
de
 
evaluatie
 
van
 
de
 
Voorzitster
 
van
 
de
 
Raad
 
en
 
de
Voorzitters van de comités van de Raad.
 
De evaluatie wordt uitgevoerd
 
door de Voorzitster van
het
 
GNCC
 
en
 
de
 
Vicevoorzitter
 
van
 
de
 
Raad
 
of
 
een
ander
 
lid
 
van
 
het
 
GNCC,
 
die
 
samenzitten
 
met
 
elke
bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in
voorkomend
 
geval,
 
in
 
hun
 
hoedanigheid
 
van
Voorzitter
 
of
 
lid
 
van
 
een
 
comité
 
van
 
de
 
Raad.
 
De
Voorzitter van de Raad en
 
het GNCC wordt beoordeeld
door
 
de
 
Vicevoorzitter
 
van
 
de
 
Raad
 
en
 
een
 
senior
onafhankelijk
 
bestuurder.
 
Deze
 
sessies
 
verlopen
 
aan
de hand van een
 
vragenlijst en behandelen de
 
rol van
de
 
bestuurder
 
in
 
het
 
bestuur
 
van
 
UCB
 
en
 
de
doeltreffendheid van
 
de Raad,
 
en onder
 
meer hoe
 
zij
hun
 
toewijding,
 
inbreng
 
en
 
constructieve
 
deelname
aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren.
 
Feedback
 
wordt
 
bezorgd
 
aan
 
het
 
GNCC,
 
dat
 
op
 
zijn
beurt
 
rapporteert
 
aan
 
de
 
Raad
 
en
 
aanbevelingen
maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.
 
De
 
Raad
 
legt
 
zijn
 
voorstellen
 
betreffende
benoemingen, herbenoemingen, ontslag
 
of eventuele
terugtreding
 
van
 
bestuurders
 
voor
 
aan
 
de
 
algemene
vergadering.
 
Deze
 
voorstellen
 
worden
 
meegedeeld
aan
 
de
 
algemene
 
vergadering
 
als
 
onderdeel
 
van
 
de
agenda van de betreffende algemene vergadering.
 
 
De algemene vergadering van aandeelhouders besluit
over
 
elk
 
voorstel
 
tot
 
benoeming
 
van
 
bestuurders
afzonderlijk
 
en
 
de
 
voorstellen
 
van
 
de
 
Raad
 
op
 
dit
gebied
 
worden
 
aangenomen
 
met
 
een
 
meerderheid
van de stemmen.
Wanneer een plaats van
 
bestuurder openvalt, heeft
 
de
Raad
 
het
 
recht
 
om
 
voorlopig
 
in
 
de
 
vacature
 
te
voorzien,
 
waarbij
 
het
 
zijn
 
beslissing
 
kan
 
laten
bekrachtigen
 
door
 
de
 
eerstvolgende
 
algemene
vergadering.
 
De Raad
 
ziet erop
 
toe
 
dat er
 
een opvolgingsplanning
voor de leden van de Raad bestaat.
De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat
al
 
of
 
niet
 
wordt
 
voorgedragen
 
als
 
uitvoerend
bestuurder,
 
bepalen
 
de
 
voorgestelde
 
duur
 
van
 
het
mandaat
 
(d.i.
 
niet
 
meer
 
dan
 
vier
 
jaar,
 
in
overeenstemming
 
met
 
de
 
statuten)
 
en
 
delen
 
mee
waar
 
alle
 
nuttige
 
informatie
 
over
 
de
 
professionele
kwalificaties
 
van
 
de
 
kandidaat,
 
alsook
 
diens
belangrijkste
 
functies
 
en
 
bestuursmandaten
 
kunnen
worden bekomen of geraadpleegd.
 
De Raad geeft ook
 
aan of de kandidaat voldoet
 
aan de
onafhankelijkheidscriteria van het WVV
 
en Code 2020,
zoals
 
het
 
feit
 
dat
 
een
 
bestuurder,
 
om
 
als
“onafhankelijk”
 
te
 
worden
 
gekwalificeerd,
 
geen
mandaat van
 
meer dan twaalf
 
jaar mag uitoefenen
 
als
niet-uitvoerend
 
lid
 
van
 
de
 
Raad.
 
Er
 
zal
 
aan
 
de
algemene
 
vergadering
 
worden
 
voorgesteld
 
om
 
de
onafhankelijkheid te bekrachtigen.
Deze
 
bepalingen
 
zijn
 
ook
 
van
 
toepassing
 
op
voorstellen
 
voor
 
benoemingen
 
die
 
uitgaan
 
van
aandeelhouders.
 
De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de
website van UCB (www.ucb.com).
Het
Charter
 
bepaalt bijkomend dat een bestuurder
 
als
onafhankelijk kwalificeert als
 
hij of zij
 
geen zakelijke of
andere relaties met
 
de UCB Groep heeft
 
die zijn/haar
onafhankelijk
 
oordeel
 
zou
 
kunnen
 
in
 
het
 
gedrang
brengen. Bij de
 
beoordeling van dit
 
criterium houdt de
Raad
 
rekening
 
met
 
een
 
betekenisvolle
 
status
 
als
afnemer,
 
leverancier
 
of
 
aandeelhouder
 
van
 
de
 
UCB
Groep op een individuele basis.
3.11.7. B. Regels voor de wijziging van de statuten
van UCB
De
 
regels
 
met
 
betrekking
 
tot
 
statutenwijzigingen
worden bepaald door het WVV.
 
De
 
beslissing
 
om
 
de
 
Statuten
 
te
 
wijzigen,
 
moet
genomen
 
worden
 
door
 
de
 
algemene
 
vergadering,
 
in
principe
 
met
 
een
 
meerderheid
 
van
 
75%
 
van
 
de
uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste
50%
 
van
 
het
 
maatschappelijk
 
kapitaal
 
tegenwoordig
of vertegenwoordigd is op de vergadering.
Indien
 
op
 
de
 
eerste
 
buitengewone
 
algemene
vergadering
 
het
 
aanwezigheidsquorum
 
niet
 
wordt
bereikt, dan kan een tweede
 
buitengewone algemene
vergadering
 
worden
 
bijeengeroepen,
 
die
 
kan
beslissen zonder aanwezigheidsquorum.
 
In
 
uitzonderlijke
 
omstandigheden
 
(bijvoorbeeld
wijziging van het doel
 
van de vennootschap, wijziging
van
 
rechten
 
verbonden
 
aan
 
effecten)
 
kunnen
bijkomende
 
aanwezigheids-
 
en
 
stemvereisten
 
van
toepassing zijn.
3.11.8 Bevoegdheden van de Raad van bestuur, in het
bijzonder wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop
van aandelen betreft
Machten van de Raad van bestuur
 
De Raad
 
is het
 
bestuursorgaan van UCB.
 
De Raad
 
heeft
de
 
bevoegdheid
 
om
 
alle
 
beslissingen
 
te
 
nemen
 
over
alle
 
aangelegenheden
 
die
 
de
 
Wet
 
niet
 
uitdrukkelijk
toewijst
 
aan
 
de
 
algemene
 
vergadering
 
van
aandeelhouders.
 
De
 
Raad
 
heeft
 
de
verantwoordelijkheid
 
voor
 
bepaalde
 
belangrijke
gebieden
 
voor
 
zichzelf
 
voorbehouden,
 
en
 
heeft
 
zijn
overige
 
bevoegdheden
 
gedelegeerd
 
aan
 
een
Uitvoerend
 
Comité (zoals
 
verder
 
gedetailleerd
 
in het
Charter). In
 
alle zaken
 
waarin hij
 
uitsluitend bevoegd
is,
 
werkt
 
de
 
Raad
 
nauw
 
samen
 
met
 
het
 
Uitvoerend
Comité, dat
 
in het
 
bijzonder verantwoordelijk
 
is voor
de
 
voorbereiding
 
van
 
het
 
merendeel
 
van
 
de
voorstellen tot beslissing door de Raad.
Machtigingen van de
 
Raad tot uitgifte of
 
inkoop van
aandelen
 
De buitengewone
 
Algemene vergadering
 
van 30
 
april
2020
 
heeft beslist
 
om (i)
 
de machtiging
 
van
 
de Raad
van
 
bestuur (en
 
de bijhorende
 
statutenwijziging)
 
om
het maatschappelijk kapitaal
 
te verhogen, onder
 
meer
door
 
de
 
uitgifte
 
van
 
aandelen,
 
converteerbare
obligaties
 
of
 
warranten,
 
in
 
één
 
of
 
meerdere
transacties,
 
voor
 
een
 
nieuwe
 
periode
 
van
 
2
 
jaar
 
te
hernieuwen,
 
binnen
 
de
 
grenzen
 
en
 
onder
 
de
voorwaarden
 
zoals
 
hierboven
 
uiteengezet
 
in
 
sectie
3.2.
 
4
 
Toegestaan
 
kapitaal,
 
en
 
(ii)
 
de machtiging
 
van
de
 
Raad,
 
voor
 
een
 
nieuwe
 
periode
 
van
 
2
 
jaar,
 
die
aanvangt op 1 juli
 
2020 en afloopt
 
op 30 juni
 
2022, om
rechtstreeks of onrechtstreeks, op of buiten de beurs,
door aankoop, ruil,
 
inbreng of
 
op eender
 
welke andere
wijze, tot
 
10% van
 
het totale
 
aantal aandelen
 
van de
Vennootschap,
 
berekend
 
op
 
de
 
datum
 
van
 
elke
verwerving,
 
te
 
verwerven,
 
binnen
 
de
 
grenzen
 
en
onder
 
de
 
voorwaarden
 
zoals
 
hierboven
 
uiteengezet
onder 3.2.3 Eigen aandelen. De vorige machtiging van
de
 
Raad
 
die
 
door
 
de
 
buitengewone
 
Algemene
vergadering
 
op
 
26
 
april
 
2018
 
werd
 
verleend,
 
bleef
geldig tot en met 30
 
juni 2020 (zie
 
ook secties 3.2.3 en
3.2.4 hierboven).
 
3.11.9 Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB
partij is en die in werking treden, wijzigingen
ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van
controle over UCB na een openbaar overnamebod,
evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij
zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB
ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet
van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om
dergelijke informatie openbaar te maken op grond
van andere wettelijke vereisten
Kredietovereenkomst
 
ter
 
waarde
 
van
 
€ 1 miljard
tussen,
 
onder
 
meer,
 
UCB
 
SA/NV,
 
BNP
 
Paribas
Fortis
 
SA/NV,
 
Commerzbank
 
Aktiengesellschaft,
Filiale Luxemburg, ING Belgium SA/NV
 
en Mizuho
Bank
 
Europe
 
N.V.
 
als
 
coördinerende
syndicaatsleiders,
 
Banco
 
Santander,
 
S.A.,
 
Paris
Branch,
 
Bank
 
of
 
America
 
Merrill
 
Lynch
International
 
Limited,
 
The
 
Bank
 
of
 
Tokyo-
Mitsubishi
 
UFJ,
 
Ltd.,
 
Paris
 
Branch,
 
Barclays
 
Bank
PLC,
 
BNP
 
Paribas
 
Fortis
 
SA/NV,
 
Commerzbank
Aktiengesellschaft,
 
filiale
 
Luxemburg,
 
Crédit
Agricole
 
Corporate
 
en
 
Investment
 
Bank,
 
Belgian
Branch, ING Belgium
 
SA/NV, Intesa SanPaolo Bank
Luxembourg
 
S.A,
 
Amsterdam
 
branch,
 
KBC
 
Bank
NV,
 
Mizuho
 
Bank
 
Europe
 
N.V.,
 
Sumitomo
 
Mitsui
Banking
 
Corporation
 
en
 
The
 
Royal
 
Bank
 
of
Scotland PLC, als gemandateerde hoofarrangeurs,
en
 
Wells
 
Fargo
 
Bank
 
International
 
Unlimited
Company
 
als
 
hoofdarrangeur,
 
van
 
14
 
november
2009
 
(zoals
 
gewijzigd
 
en
 
herwerkt
 
op
 
30
november 2010,
 
op 7
 
oktober 2011,
 
op 9
 
januari
2014,
 
op
 
9
 
januari
 
2018
 
en
 
voor
 
het
 
laatst
 
op
 
5
december
 
2019),
 
waarvan
 
de
controlewijzigingsclausule
 
voor
 
het
 
laatst
 
werd
goedgekeurd
 
door de
 
algemene vergadering
 
van
30
 
april
 
2020,
 
volgens
 
welke
 
alle
kredietverstrekkers
 
in bepaalde
 
omstandigheden
hun
 
verbintenissen
 
kunnen
 
opzeggen
 
en
 
de
terugbetaling kunnen
 
eisen van
 
hun participaties
in de leningen, samen
 
met de vervallen interesten
en alle
 
andere opgelopen
 
en uitstaande bedragen,
ten gevolge van een
 
wijziging van de
 
controle over
UCB SA/NV.
 
Euro
 
Medium
 
Term
 
Note
 
Program
 
van
 
6
 
maart
2013,
 
met
 
een
 
laatste
 
bijwerking
 
van
 
de
 
basis
prospectus op
 
8 maart
 
2021, ter
 
waarde
 
van €
 
5
miljard (het “EMTN Programma”). Clausule 5(e)(i)
bepaalt dat, voor die Notes
 
uitgegeven onder het
EMTN
 
Programma
 
waarin
 
een
 
’controlewijziging
put recht’
 
is opgenomen
 
in de
 
finale voorwaarden,
elke
 
houder
 
van
 
dergelijke
 
Note,
 
ingevolge
 
een
wijziging van
 
de controle
 
over UCB
 
NV,
 
het recht
heeft om
 
de terugbetaling
 
van
 
die Note
 
te
 
eisen
door uitoefening van een dergelijk
 
‘put’-recht. De
volgende obligaties werden uitgegeven onder het
EMTN
 
Programma
 
door
 
UCB
 
NV
 
en
 
zijn/waren
onderworpen
 
aan
 
de
 
hierboven
 
beschreven
controlewijzigingsclausule:
 
Privaat geplaatste
 
obligatielening met vervaldag
 
op 1
oktober
 
2027,
 
ter
 
waarde
 
van
 
€ 150
 
miljoen
 
met
vastrentende
 
coupon
 
van
 
1,000%,
 
uitgegeven
 
op
 
1
oktober 2020.
 
Bij
 
institutionelen
 
geplaatste
 
obligatielening
 
met
vervaldag
 
op
 
30 maart
 
2028,
 
ter
 
waarde
 
van
€ 500 miljoen uitgegeven op 30 maart 2021
In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV is
de
 
hoger
 
beschreven
 
controlewijzigingsclausule
waarin
 
het
 
EMTN-programma
 
van
 
6
 
maart
 
2013
voorziet,
 
goedgekeurd
 
door
 
de
 
algemene
vergaderingen
 
van
 
25
 
april
 
2013,
 
24
 
april
 
2014,
 
30
april 2015, 28 april 2016, 27 april 2017, 26
 
april 2018,
25
 
april
 
2019,
 
30
 
april
 
202
 
en
 
29
 
april
 
2021
 
met
betrekking
 
tot
 
alle
 
series
 
van
 
Notes
 
die
 
in
 
het
 
kader
van het
 
EMTN-programma zullen
 
worden uitgegeven
binnen de
 
12 maanden
 
na die
 
respectieve
 
algemene
vergaderingen
 
en
 
waarop
 
die
 
controlewijziging
 
van
toepassing is verklaard. Een gelijkaardige goedkeuring
in
 
overeenstemming
 
met
 
artikel
 
7:151
 
van
 
het
 
WVV
zal worden
 
voorgelegd aan
 
de algemene
 
vergadering
van 28 april 2022 met
 
betrekking tot Notes
 
die onder
het EMTN Programma
 
zouden uitgegeven worden van
28 april 2022 tot en met 27 april
 
2023, en waarop een
dergelijke
 
controlewijzigingsclausule
 
van
 
toepassing
zou zijn.
 
Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde
obligatielening
 
van
 
UCB
 
SA/NV
 
uitgegeven
 
op
 
2
oktober
 
2013,
 
met
 
vervaldag
 
op
 
2
 
oktober
 
2023
ter
 
waarde
 
van
 
 
175 717 000 met
 
vastrentende
coupon
 
van
 
5,125%,
 
die
 
bepaalt dat
 
bij wijziging
van
 
controle
 
(zoals
 
gedefinieerd
 
in
 
het
prospectus) de obligatiehouders
 
de terugbetaling
kunnen
 
eisen
 
van
 
de
 
emittent.
 
Deze
controlewijzigingsclausule
 
werd
 
goedgekeurd
door de algemene vergadering van 24 april 2014.
Kredietovereenkomst
 
ter
 
waarde
 
van
€ 75 miljoen/ USD 100 miljoen
 
tussen UCB NV als
ontlener
 
en
 
de
 
EIB
 
van
 
16 juni
 
2014,
 
zoals
gewijzigd
 
en
 
herwerkt
 
op
 
20 oktober
 
2016,
 
met
ingang
 
op
 
21
 
oktober
 
2016,
 
waarvan
 
de
controlewijzigingsclausule
 
werd
 
goedgekeurd
door de algemene vergadering
 
van 24
 
april 2014,
op grond
 
waarvan, in
 
bepaalde omstandigheden,
het krediet, inclusief de
 
opgelopen interest en alle
andere
 
opgelopen
 
en
 
uitstaande
 
bedragen,
onmiddellijk
 
opeisbaar
 
wordt
 
naar
 
goeddunken
van
 
de
 
EIB
 
 
bij
 
wijziging van
 
controle
 
over
 
UCB
NV.
 
Kredietovereenkomst
 
ter
 
waarde
 
van
 
€ 350
miljoen tussen
 
UCB NV
 
als ontlener
 
en de
 
EIB en
waarvan de controlewijzigingsclausule zal worden
voorgelegd
 
aan de
 
algemene vergadering
 
van 28
april
 
2022,
 
en
 
op
 
grond
 
waarvan,
 
in
 
bepaalde
omstandigheden,
 
het
 
krediet,
 
inclusief
 
de
 
toe
 
te
rekenen interest en alle andere toe te rekenen en
uitstaande
 
bedragen,
 
onmiddellijk
 
opeisbaar
 
en
betaalbaar wordt – naar goeddunken van de EIB –
bij een wijziging van controle over UCB NV.
 
Een
 
Kredietovereenkomst
 
met
 
vaste
 
termijn
 
ter
waarde
 
van
 
USD 2 070 miljoen
 
tussen,
 
onder
meer, UCB NV en
 
Biopharma SRL,
 
als ontleners, en
BNP
 
Paribas
 
Fortis
 
SA/NV
 
en
 
Bank
 
of
 
America
Merrill
 
Lynch
 
International
 
Designated
 
Activity
Company
 
als
 
syndicaatsleiders
 
van
 
10 oktober
2019,
 
met
 
een
 
controlewijzigingsclausule,
waaronder
 
alle
 
leners,
 
in
 
bepaalde
omstandigheden,
 
terugbetaling
 
van
 
hun
 
aandeel
in
 
de
 
lening
 
kunnen
 
opeisen,
 
inclusief
 
de
opgelopen
 
interest
 
en
 
alle andere
 
opgelopen
 
en
uitstaande
 
bedragen,
 
bij
 
wijziging
 
van
 
controle
over
 
UCB
 
NV.
 
In
 
overeenstemming
 
met
 
artikel
7:151
 
van
 
het
 
WVV
 
heeft
 
de
 
algemene
vergadering
 
van
 
30 april
 
2020
 
deze
controlewijzigingsclausule goedgekeurd.
Een
 
Kredietovereenkomst
 
met
 
vaste
 
termijn
 
ter
waarde van USD 800 miljoen tussen, onder meer,
UCB NV en
 
Biopharma SRL, als ontleners,
 
en BNP
Paribas
 
Fortis
 
SA/NV
 
en
 
Barclays
 
Bank
 
PLC
 
als
syndicaatsleiders
 
van
 
19
 
januari
 
2022,
 
met
 
een
controlewijzigingsclausule, waaronder alle leners,
in
 
bepaalde
 
omstandigheden,
 
terugbetaling
 
van
hun aandeel
 
in de
 
lening kunnen
 
opeisen, inclusief
de
 
opgelopen
 
interest
 
en
 
alle
 
andere
 
opgelopen
en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle
over
 
UCB
 
nv,
 
en
 
waarvan
 
de
controlewijzigingsclausule
 
zal
 
worden
 
ingediend
bij de
 
algemene vergadering
 
van 28
 
april 2022
 
in
overeenstemming met artikel 7:151 van het
 
WVV.
De
 
aandelentoekennings-
 
en
prestatieaandelenplannen
 
van
 
UCB,
 
waaronder
UCB
 
jaarlijks
 
aandelen
 
toekent
 
aan
 
bepaalde
werknemers
 
op
 
basis
 
van
 
graad
 
en
prestatiecriteria,
 
worden
 
volgens
 
de
 
regels
 
van
beide
 
plannen
 
definitief
 
verworven
 
na
 
drie
 
jaar,
op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in
dienst
 
blijft
 
bij
 
de
 
UCB
 
Groep.
 
Zij
 
worden
 
ook
definitief verworven bij een wijziging
 
van controle
of
 
fusie.
 
De
 
algemene
 
vergadering
 
van
 
25 april
2019
 
heeft
 
deze
 
controlewijzigingsclausule
goedgekeurd
 
in
 
alle
 
bestaande
 
en
 
toekomstige
UCB LTI
 
plannen. Op 31 december 2021
 
staat het
volgende
 
aantal
 
toegekende
 
aandelen
 
en
prestatieaandelen uit:
 
2 408 788
 
toegekende
 
aandelen,
 
waarvan
 
er
745 489
 
definitief
 
verworven
 
zullen
 
worden
 
in
2022;
 
491 938
 
prestatieaandelen,
 
waarvan
 
er
 
116 163
definitief verworven zullen worden in 2022.
 
De
 
controlewijzigingsclausules
 
opgenomen
 
in
 
de
overeenkomsten
 
met
 
leden
 
van
 
het
 
Uitvoerend
Comité,
 
zoals
 
verder
 
beschreven
 
in
 
het
 
Verslag
 
over
het bezoldigingsbeleid (sectie 3.7).
3.11.10
 
Overeenkomsten
 
tussen
 
UCB
 
en
 
zijn
bestuurders of
 
werknemers die
 
vergoedingen voor
 
zien
wanneer
 
de
 
bestuurders
 
ontslag
 
nemen
 
of,
 
zonder
geldige redden, moeten
 
afvloeien, of
 
de tewerkstelling
van
 
de
 
werknemers
 
beëindigd
 
wordt
 
als
 
gevolg
 
van
een openbaar overnamebod
Voor
 
meer
 
informatie,
 
zie sectie
 
3.7
 
van
 
het
 
Verslag
over
 
het
 
bezoldigingsbeleid
 
over
 
de
 
belangrijkste
contractuele
 
voorwaarden
 
inzake
 
aanwervings-
 
en
ontslagregelingen
 
van
 
de
 
CEO
 
en
 
de
 
leden
 
van
 
het
Uitvoerend
 
comité.
 
Er
 
zijn
 
geen
 
andere
overeenkomsten
 
die
 
voorzien
 
in
 
specifieke
vergoedingen voor
 
de leden van
 
de Raad in
 
het geval
van
 
beëindiging
 
naar
 
aanleiding
 
van
 
een
 
openbaar
overnamebod.
 
Naast de leden van
 
het Uitvoerend comité aangeduid
in
 
sectie
 
3.7,
 
geniet
 
op
 
het
 
einde
 
van
 
2021
 
twee
werknemers
 
buiten
 
de
 
Verenigde
 
Staten
 
van
 
een
controlewijzigingsclausule
 
die
 
hun
beëindigingsvergoeding
 
garandeert
 
als
 
de
tewerkstelling
 
van
 
de
 
werknemer
 
eindigt
 
naar
aanleiding van een openbaar overnamebod.
3
.12
Belangenconflicten – Toepassing van artikel 7:96
van het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen
UITTREKSEL UIT DE NOTULEN
 
VAN DE
 
RAAD VAN
 
24
FEBRUARI 2021
De
 
Raad
 
paste
 
artikel
 
7:96
 
van
 
het
 
WVV
 
toe
 
op
 
24
februari 2021 in verband
 
met de beslissingen over
 
de
remuneratie van
 
de CEO,
 
de prestatiebonus
 
en lange
termijn
 
incentives
 
(relevant
 
uittreksel
 
uit
 
de notulen
van de vergadering)
 
“(…)
Voorafgaand
 
aan elke
 
beraadslaging of beslissing
 
van
de Raad van bestuur
 
betreffende de
 
goedkeuring van
de
 
uitbetaling
 
van
 
de
 
bonus
 
voor
 
2020,
 
de
onvoorwaardelijke
 
LTI
 
en
 
de
 
LTI-plannen
 
voor
 
2021,
de metriek
 
en de
 
toekenningen,
 
de goedkeuring
 
van
de CEO-bonus op
 
basis van
 
de prestaties van
 
2020, het
basissalaris
 
van
 
de
 
CEO
 
voor
 
2021
 
en
 
de
 
LTI-
toekenning
 
van
 
de CEO
 
voor 2021
 
(met inbegrip
 
van
aandelenopties
 
en
 
prestatieaandelen),
 
heeft
 
J.-C.
Tellier
 
verklaard
 
dat
 
hij
 
een
 
rechtstreeks
 
financieel
belang
 
heeft
 
bij
 
de
 
uitvoering
 
van
 
die
 
beslissingen
(punten
 
5.3).
 
In
 
overeenstemming
 
met
 
art.
 
7:96
 
van
het WVV,
 
trok hij zich terug uit de vergadering van
 
de
Raad
 
van
 
bestuur
 
om
 
niet
 
deel
 
te
 
nemen
 
aan
 
de
beraadslaging
 
en
 
stemming
 
met
 
betrekking
 
tot
 
deze
kwesties.
 
De
 
Raad van
 
bestuur heeft
 
vastgesteld
 
dat
art.
 
7:96
 
van
 
het
 
WVV
 
van
 
toepassing
 
was
 
op
 
deze
verrichtingen.
 
Jean-Luc
 
Fleurial
 
verliet
 
de
videoconferentie
 
eveneens
 
voor
 
er
 
werd
beraadslaagd of beslist over deze kwesties.
5.1.1
 
Bedrijfsresultaten 2020, bonusuitbetaling,
definitieve verwerving van LTI en 2021-doelstellingen
Beslissing
:
 
Na
 
evaluatie
 
heeft
 
de
 
Raad
 
met
eenparigheid van stemmen de aanbevelingen van het
governance,
 
benoemings-
 
&
 
remuneratiecomité
("GNCC") met betrekking
 
tot (i)
 
de uitbetaling van
 
de
bonus
 
voor
 
2020
 
GOEDGEKEURD
(bedrijfsresultatencoëfficiënt
 
of
 
"CPM”
 
(Corporate
Performance
 
Multiplier))
 
op
 
basis
 
van
 
de
 
resultaten
voor
 
het
 
jaareinde
 
van
 
2020
 
(Aang.
 
EBITDA),
 
(ii)
 
het
aang. EBITDA-doel voor 2021
 
bonusuitbetaling en (iii)
de
 
maatstaven
 
die
 
worden
 
gebruikt
 
voor
 
het
prestatieaandelenplan
 
2021-2023
 
(uitbetaling
 
2024).
Voorts heeft de
 
Raad zijn
 
goedkeuring verleend aan
 
de
definitieve
 
verwerving
 
(en
 
de
 
totale
 
uitbetaling)
 
in
2021
 
met
 
betrekking
 
tot
 
het
 
prestatieaandelenplan
2018-2020, alsook
 
aan de
 
definitieve verwerving
 
van
aandelen
 
onder
 
het
 
aandelentoekenningsplan
 
2018-
2020 (uitbetaling 2021).
5.1.2
 
UCB lange-termijnincentives toegekend in 2021
Beslissing
:
 
Op
 
aanbeveling
 
van
 
het
 
GNCC
 
heeft
 
de
Raad
 
unaniem
 
BESLOTEN
 
de
 
volgende
langetermijnincentiveplannen
 
en
 
de
 
belangrijkste
bepalingen en voorwaarden daarvan goed te keuren:
 
UCB-aandelenoptieplan
 
2021
:
 
Uitgifte
 
van
575 000
 
aandelenopties,
 
in
 
principe
 
op
 
1
 
april
2021
 
behoudens uitzonderlijke
 
omstandigheden,
voor ongeveer 476
 
werknemers (werknemers die
tussen
 
1
 
januari
 
2021
 
en
 
1
 
april
 
2021
 
zijn
aangeworven of bevorderd tot een in aanmerking
komend niveau niet in aanmerking genomen).
 
De uitoefenprijs van deze
 
opties zal gelijk zijn aan
het lagere van (i) het gemiddelde van de
 
slotkoers
over
 
de
 
30
 
kalenderdagen
 
voorafgaand
 
aan
 
het
aanbod (d.i.
 
in principe
 
van 1
 
tot 31
 
maart 2021)
of (ii) de slotkoers op de dag voorafgaand aan het
aanbod (in principe 31 maart 2021).
 
UCB zal een andere
 
uitoefenprijs bepalen voor die
begunstigde
 
werknemers
 
die
 
onderworpen
 
zijn
aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs
vereist.
 
De
 
aandelenopties
 
zullen
 
uitoefenbaar
zijn na
 
een periode
 
van drie
 
jaar vanaf
 
de datum
van
 
aanbod,
 
behalve
 
waar
 
de
 
lokale
 
wetgeving
verschilt.
 
Toegekende
 
aandelen
 
en
 
prestatieaandelen
(“PSP”) 2021 – 2023
: Toekenning
 
van een initieel
aantal van 940 000 aandelen waarvan:
 
(i)
 
een
 
geschat
 
aantal
 
van
 
750
 
000
 
aandelen
(toegekende
 
aandelen)
 
voor
 
werknemers
 
die
 
in
aanmerking komen, namelijk
 
voor ongeveer 2 323
werknemers,
 
volgens
 
de
 
toewijzingscriteria
 
die
van
 
toepassing
 
zijn.
 
Deze
 
toegekende
 
aandelen
zullen worden
 
toegewezen
 
als en
 
wanneer
 
de in
aanmerking
 
komende
 
werknemers
 
in
 
dienst
blijven bij de UCB
 
Groep tot de 3-jarige
 
verjaardag
van
 
de
 
toekenning
 
van
 
deze
 
toegekende
aandelen;
 
(ii) een
 
geschat aantal
 
van 190
 
000 aandelen aan
het
 
hoger
 
management
 
voor
 
het
Prestatieaandelenplan
 
2021,
 
namelijk
 
aan
ongeveer 143
 
personen, volgens
 
de toepasselijke
toewijzingscriteria. Deze
 
aandelen zullen
 
worden
geleverd
 
als
 
en
 
wanneer
 
de
 
in
 
aanmerking
komende werknemers in dienst blijven bij de UCB
Groep
 
tot
 
de
 
3-jarige
 
verjaardag
 
van
 
de
toegekende
 
aandelen
 
en
 
het
 
werkelijk
toegekende
 
aantal
 
aandelen zal
 
variëren
 
van
 
0%
tot
 
150%
 
van
 
het
 
aantal
 
oorspronkelijk
toegekende
 
aandelen,
 
afhankelijk
 
van
 
de
 
mate
waarin de prestatiecriteria
 
zoals vastgesteld
 
door
de
 
Raad
 
van
 
UCB
 
NV
 
op
 
het
 
moment
 
van
 
de
toekenning
 
werden
 
behaald;
 
Bij
 
de
 
geraamde
cijfers onder
 
(i) en (ii)
 
is geen rekening
 
gehouden
met
 
werknemers
 
die
 
tussen
 
1
 
januari 2021
 
en 1
april 2021 zijn aangeworven of bevorderd tot een
in aanmerking komend niveau.
 
Het werd
 
erkend dat
 
de financiële impact
 
van de
toekenning
 
van
 
opties
 
voor
 
de
 
Vennootschap
gekoppeld
 
is
 
aan
 
het
 
verschil
 
tussen
 
de
aankoopprijs
 
van
 
eigen
 
aandelen
 
door
 
de
Vennootschap
 
(of
 
de aandelenprijs
 
op
 
de
 
datum
van
 
definitieve
 
verwerving
 
voor
 
plannen
 
die
 
in
geld
 
worden
 
afgehandeld)
 
enerzijds
 
en
 
de
uitoefenprijs
 
van
 
de
 
opties
 
betaald
 
aan
 
de
Vennootschap
 
door
 
de
 
begunstigde
 
bij
uitoefening
 
van
 
de
 
opties
 
anderzijds.
 
Voor
 
de
toegekende
 
aandelen
 
en
 
de
 
prestatieaandelen
komt de financiële
 
impact overeen
 
met de waarde
van UCB-aandelen
 
op het
 
moment van
 
verwerving
door
 
de
 
Vennootschap
 
met
 
het
 
oog
 
op
 
de
levering,
 
of
 
op
 
het
 
moment
 
van
 
definitieve
verwerving voor
 
plannen die in
 
geld afgehandeld
worden.
 
De
 
Raad
 
besliste
 
verder
 
om
 
alle
 
machten
 
te
delegeren
 
aan
 
het
 
Head
 
of
 
Talent
 
&
 
Company
Reputation,
 
alleen
 
handelend
 
en
 
met
 
recht
 
tot
indeplaatsstelling,
 
om
 
alles
 
te
 
doen
 
wat
 
nodig,
vereist
 
of
 
nuttig
 
is
 
om
 
de
 
bovenstaande
beslissingen
 
uit
 
te
 
voeren,
 
inclusief
 
de
 
afronding
van alle vereiste documentatie,
 
de daadwerkelijke
beslissing
 
tot
 
toekenning
 
en
 
de
 
definitieve
voorwaarden en
 
modaliteiten van
 
de plannen
 
en
incentives (aandelenopties, toegekende aandelen
en prestatieaandelenplannen).
5.1.3
 
Vergoeding CEO en LTI
Beslissing
:
 
Op
 
aanbeveling
 
van
 
het
 
GNCC
 
heeft
 
de
Raad
 
met
 
eenparigheid
 
van
 
stemmen
 
de
 
volgende
vergoeding
 
voor
 
de
 
prestaties
 
van
 
de
 
CEO
goedgekeurd:
 
CEO
 
basissalaris
 
per
 
1
 
maart
 
2021:
 
 
1
 
177
 
530
(tegenover € 1 143 233 per 1 maart 2020);
 
 
Betaling
 
van
 
de
 
bonus
 
van
 
de
 
CEO
 
voor
 
2021
(prestaties 2020): € 1 508 484;
 
• LTI 2021 voor de CEO:
 
 
aandelenopties:
 
30 490
 
(definitieve
 
verwerving
 
na
3 jaar en 9 maanden);
 
 
prestatieaandelen:
 
24
 
332
 
(definitieve
 
verwerving
na 3 jaar).
 
(…) “.
 
 
ucbsa-2021-12-31p165i0
Jaarrekening
 
ucbsa-2021-12-31p166i1 ucbsa-2021-12-31p166i0
1.
Overzicht van de bedrijfsprestaties
1.1 Kerncijfers
• In 2021 stegen de opbrengsten met 8% tot € 5777
miljoen (+10% aan constante wisselkoersen (CW)).
De netto-omzet bedroeg € 5471 miljoen, een
verhoging van 8% (+11% CW). Royaltyinkomsten en -
vergoedingen bedroegen € 79 miljoen, overige
opbrengsten bedroegen € 277 miljoen.
• De aangepaste EBITDA bereikte € 1641 miljoen
(+14%; 21% CW). Gedreven door hogere inkomsten,
hogere marketing en verkoop - als gevolg van
aanstaande lanceringen - licht hogere onderzoeksen
ontwikkelingskosten, mede dankzij de vooruitgang
van de pijplijn en een sterke stijging van andere
bedrijfsopbrengsten wegens de partnerbijdrage van
Amgen.
 
• De winst steeg van € 761 miljoen tot € 1058
miljoen, een stijging van 39% (+51% CW).
 
• De kernwinst per aandeel bereikte € 6,49
(tegenover € 5,36 in 2020) op basis van een
gemiddeld aantal uitstaande aandelen van € 189
miljoen.
 
ucbsa-2021-12-31p167i0
 
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op
de geconsolideerde jaarrekening van de
ondernemingsgroep UCB, opgesteld in
overeenstemming met de IFRS-normen. De
afzonderlijke statutaire
 
jaarrekening van UCB NV,
opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige
normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur
aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het
verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire
termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van
België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze
website.
 
Wijziging van de reikwijdte
: Als gevolg van de afstoting
van de activiteiten Films (september 2004) en Surface
Specialties (februari 2005), rapporteert UCB de
resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit
beëindigde bedrijfsactiviteiten.
 
Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering
en overige baten/lasten (-):
Eenmalige transacties en
beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden,
worden afzonderlijk weergegeven (posten
“reorganisatiekosten,
 
bijzondere waardevermindering
en overige baten/lasten”).
 
Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of
operationele winst), wordt ook de “aangepaste EBIT”
(onderliggende operationele winst) opgenomen, die de
lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische
activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De
aangepaste
EBIT
 
is gelijk aan de regel “operationele
winst vóór bijzondere waardeverminderingen van
activa, reorganisatiekosten en overige
 
baten en lasten”
die opgenomen is in de geconsolideerde jaarrekening.
 
Aangepaste EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes,
Depreciation and Amortization charges) is de
operationele winst gecorrigeerd voor amortisatie,
afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen,
herstructureringskosten en andere bijzondere baten
 
en
lasten.
 
Kern-WPA
 
is de kern-winst, of de winst toerekenbaar
aan UCB-aandeelhouders, aangepast voor de impact na
belasting van reorganisatiekosten,
 
bijzondere
waardeverminderingen, overige baten en lasten,
financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting
van beëindigde activiteiten, en de netto afschrijvingen
van immateriële activa gerelateerd aan omzet, per niet-
verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
1.2 Belangrijkste gebeurtenissen1
53
Impact van de COVID-19-pandemie
Duurzaamheid is onze aanpak voor bedrijfsgroei en
maatschappelijke impact. Ons doel is zowel nu als in de
toekomst waarde creëren voor patiënten. Onze
Patiëntenwaarde Strategie is het leveren
 
van unieke
resultaten, de beste ervaringen en toegang voor alle
patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben. Om
onze ambitie voor patiënten te vervullen, moeten we
de juiste voorwaarden creëren en gezondheid mogelijk
maken voor medewerkers en de gemeenschappen
waarin we actief zijn, onze planeet en onze
aandeelhouders.
 
Ondanks de veerkracht en het uitzonderlijke
uithoudingsvermogen in de strijd tegen deze
ongekende crisis in de gezondheidszorg, blijft UCB
waakzaam en zet ze haar energie in om partners in de
samenleving en patiëntengemeenschappen te
ondersteunen. UCB geeft daarom prioriteit aan het
helpen van medewerkers, patiënten en
gemeenschappen. Deze initiatieven hadden geen
materiële impact op de financiële situatie van UCB.
 
UCB zal maatregelen blijven nemen om de gezondheid
van haar medewerkers, belanghebbenden en
voornamelijk haar patiënten overal ter wereld te
53
Vanaf 1 januari 2021 tot de publicatiedatum van dit rapport
beschermen, terwijl zij zich blijft richten op het
verzekeren van bedrijfskritische activiteiten.
 
Voor de huidige impact op de resultaten, financiële
toestand en kasstromen (liquiditeitspositie en
liquiditeitsrisicomanagementstrategie), de impact op de
opbrengsten, verwijzen we naar Toelichting
 
2 van dit
financieel rapport.
 
Aangezien de verwachte toekomstige impact van de
COVID-19-pandemie op de resultaten, financiële
toestand en kasstromen als laag wordt beoordeeld,
worden geen bijzondere of bijkomende
noodmaatregelen gepland om de verwachte
toekomstige impact van deze pandemie te beperken.
 
De bestaande risicobeheerprocessen van UCB zijn
uitgebreid en daarom werden geen materiële niet
aangepakte risico’s of onzekerheden
 
geïdentificeerd
vergeleken met degene vermeld in de Risicobeheer
sectie van dit Geïntegreerd Jaarverslag 2021.
 
Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen
voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of
zullen beïnvloeden.
 
Belangrijke overeenkomsten
 
/ initiatieven
Als onderdeel van de digitale bedrijfstransformatie van
UCB heeft UCB in het begin van dit jaar twee
belangrijke projecten ondernomen:
 
In
januari
2021
 
kondigde het bedrijf de lancering van
Nile AI, Inc. aan, een nieuw onafhankelijk bedrijf dat is
opgericht om de zorg voor mensen met epilepsie, voor
hun verzorgers en voor hun zorgverleners
 
te
verbeteren. Nile is een platform voor het beheer van
epilepsiezorg aan het ontwikkelen. Dit platform dient
als een digitale uitbreiding van zorgverleners met het
doel om de weg naar optimale zorg te verkorten. De
investering van € 25 miljoen (USD 29,3 miljoen) door
UCB maakt deel uit van de algemene verbintenis van
UCB om het leven van mensen met ernstige ziekten,
met inbegrip van epilepsie, te verbeteren, aangezien
digitale technologieën de manier waarop
gezondheidszorg wordt verstrekt,
 
blijven veranderen en
beïnvloeden.
 
In februari 2021
 
kondigden UCB en Microsoft een
nieuwe meerjarige strategische samenwerking aan om
de computerdiensten, cloud en kunstmatige
intelligentie (AI) van Microsoft te combineren met de
capaciteiten van UCB voor het ontdekken en
ontwikkelen van geneesmiddelen. Aangezien
verscheidene ontdekkingsactiviteiten de analyse van
hoogdimensionele datasets of multimodale
ongestructureerde informatie vereisen, kan het
platform van Microsoft de wetenschappers van UCB
ondersteunen, met inbegrip van haar
datawetenschappers, om nieuwe medicijnen op een
meer efficiënte en innovatieve manier te ontdekken.
Deze combinatie van geavanceerde wetenschap,
computervermogen en Al-algoritmen probeert de
iteratiecycli die vereist zijn om een uitgestrekte
chemische ruimte te verkennen voor het testen van
vele hypothesen en het identificeren van effectievere
moleculen aanzienlijk te versnellen. De samenwerking
plant om dit model uit te breiden en andere gebieden
te identificeren waar computervermogen, Al en
wetenschap de ontwikkeling van levensveranderende
therapieën voor mensen met ernstige ziekten in
immunologie en neurologie kunnen versnellen.
 
In september 2021
 
ging UCB een partnerschap met
CEVEC aan, om de toegang tot hun ELEVECTA®
technologie te evalueren en te benutten, waardoor UCB
mogelijk een schaalbare, robuuste en efficiënte
productie van gentherapievectoren kan ontwikkelen.
 
In oktober 2021
kondigde UCB de strategische
licentiëring van op kunstmatige intelligentie (AI)
gebaseerde fractuuridentificatietechnologie, BoneBot,
aan ImageBiopsy Lab, Wenen, Oostenrijk, aan en
toonde hiermee de voortdurende inzet van UCB aan,
voor een wereld zonder fragiliteitsbreuken. De
radiologie Al-oplossing screent
computertomografiescans om de aanwezigheid van
“stille” of asymptomatische breuken te detecteren
 
in
de wervelkolom die anders niet worden herkend en
gemeld en zal naar verwachting in de klinische praktijk
worden opgenomen tegen 2023.
 
In november 2021
 
ondertekenden UCB en de Chiesi
Group, Parma, Italië, een overeenkomst waarbij Chiesi
een wereldwijde exclusieve licentie krijgt om
zampilimab te ontwikkelen, te commercialiseren en te
produceren. Zampilimab is een experimentele
transglutaminase 2-remmer in klinische fase met het
potentieel om een antimodellerend middel te zijn bij
fibrotische aandoeningen zoals idiopatische pulmonale
ucbsa-2021-12-31p169i0
fibrose. UCB ontving een voorafbetaling en komt in
aanmerking om verdere mijlpaalbetalingen en royalty’s
te ontvangen.
 
In december 2021
 
kondigden UCB en Novartis een
wereldwijde overeenkomst voor de gezamenlijke
ontwikkeling en commercialisatie van UCB0599 aan,
een potentiële eersteklas, kleine molecule, remmer van
verkeerd gevouwen alpha-synucleïne die zich
momenteel in Fase 2 van klinische ontwikkeling bevindt
en na voltooiing van het lopende Fase 1 programma,
een opt-in voor het gezamenlijk ontwikkelen van
UCB7853, een anti-alphasynucleïne antilichaam, beide
bij de ziekte van Parkinson. Dit zijn twee innovatieve en
potentieel ziektemodificerende onderzoeksmiddelen.
UCB ontving een voorafbetaling van USD 150 miljoen
en komt in aanmerking om verdere mijlpaalbetalingen
te ontvangen met een totale potentiële vergoeding van
bijna USD 1,5 miljard.
 
In januari 2022
 
kondigden UCB en Zogenix, Inc. aan dat
de ondernemingen een definitieve overeenkomst
hadden gesloten waaronder UCB Zogenix zou
verwerven. Deze voorgestelde overname verruimt en
bouwt verder op de voortdurende ambities inzake
epilepsie van UCB. De voorgestelde overname omvat de
behandelingsoptie FINTEPLA®, een aanvulling op de
bestaande behandelmethoden van UCB, dat waarde
toevoegt voor patiënten die lijden aan het syndroom
van Dravet en, indien goedgekeurd, aan aanvallen die
gepaard gaan met het syndroom van Lennox-Gastaut
en mogelijk andere zeldzame epilepsieën. FINTEPLA® is
goedgekeurd in de VS en Europa en wordt momenteel
in Japan geëvalueerd voor de behandeling van
aanvallen die gepaard gaan met het syndroom van
Dravet bij patiënten die twee jaar en ouder zijn.
 
In het kader van de overeenkomst heeft UCB een bod
tot overname van alle uitstaande aandelen van Zogenix
gedaan voor een aankoopprijs per aandeel van USD
26,00 in cash bij afsluiting, plus een ‘contingent value
right’ (CVR) voor een potentiële contante betaling van
USD 2,00 na goedkeuring in de EU voor 31 december
2023, van FINTEPLA® als een weesgeneesmidel voor de
behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut. De
voorafgaande vergoeding vertegenwoordigde
 
bij de
aankondiging een agio van 72% op de aandelen van
Zogenix op basis van de 30-daagse naar volume
gewogen gemiddelde slotkoers van het aandeel van
Zogenix vóór ondertekening. De totale transactie heeft
een waarde van ongeveer USD 1,9 miljard / € 1,7
miljard.
 
De afsluiting van het bod tot overname zal aan
bepaalde voorwaarden onderworpen zijn, met inbegrip
van de overname van aandelen die ten minste een
meerderheid van het totale aantal uitstaande aandelen
van Zogenix, de ontvangst van antitrust goedkeuringen,
en andere gebruikelijke voorwaarden
vertegenwoordigen. De transactie zal naar verwachting
tegen het einde van het tweede kwartaal van 2022
worden afgerond.
Update van de regelgeving
In augustus 2021
 
heeft de Europese Commissie een
handelsvergunning verleend voor BIMZELX®
(
bimekizumab
) voor de behandeling van matige tot
ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in
aanmerking komen voor systemische therapie. In
augustus werd ook in Groot-Brittannië een
handelsvergunning verleend voor BIMZELX®.
 
In januari 2022
 
heeft het Japanse Ministerie van
gezondheid, arbeid en welzijn een handelsvergunning
verleend voor BIMZELX® voor de behandeling van
plaque psoriasis, gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis
en erythrodermische psoriasis bij patiënten die niet
voldoende reageren op bestaande behandelingen.
In februari 2022
 
heeft Health Canada goedkeuring
verleend voor BIMZELX® (
bimekizumab
 
injectie) voor de
behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij
volwassenen die in aanmerking komen voor
systemische therapie of fototherapie.
Ook in Australië, Zwitserland en de VS is een herziening
van de regelgeving aan de gang.
Op 15 oktober 2021
heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration
(U.S. FDA) de datum van de Prescription Drug User Fee
Act (PDUFA) voor BIMZELX® uitgesteld. De
overheidsinstantie heeft bepaald dat ter plaatse
uitgevoerde inspecties van de Europese
productiefaciliteiten vereist zijn alvorens de
Amerikaanse FDA de aanvraag kan goedkeuren. De
Amerikaanse FDA gaf aan dat ze niet in staat waren om
de inspecties uit te voeren tijdens de huidige
beoordelingscyclus wegens COVID-19 gerelateerde
reisbeperkingen. De Amerikaanse FDA stelt daarom de
behandeling van de aanvraag uit tot de inspecties
kunnen worden voltooid. UCB verwacht een beslissing
van de Amerikaanse FDA tijdens de eerste helft van
2022.
 
In augustus 2021
 
werd BRIVIACT® (
brivaracetam
)
goedgekeurd door de Amerikaanse FDA, zowel als
monotherapie als als aanvullende therapie voor de
behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van
één maand en ouder.
In oktober 2021
werd VIMPAT®
 
(
lacosamide
)
goedgekeurd door de Amerikaanse FDA voor de
behandeling van partiële aanvallen bij patiënten van
één maand en ouder.
 
In januari 2022
 
kregen zowel BRIVIACT® als VIMPAT®
een gunstig advies van het Committee for Medicinal
Products for Human Use (CHMP) voor de EU inzake het
gebruik voor de behandeling van focale epileptische
aanvallen bij kinderen van 2 tot 4 jaar oud.
Vooruitgang van de
 
pijplijn voor klinische ontwikkeling
De update van de tijdlijn voor het klinisch
ontwikkelingsprogramma van UCB, met daarbij de
update over de regelgeving en vooruitgang van de
pijplijn vanaf 1 januari 2021 tot de publicatiedatum van
dit verslag wordt hierboven weergegeven. In 2021 en
dankzij de pro-actieve maatregelen genomen door UCB
heeft de tijdlijn voor het klinisch
ontwikkelingsprogramma van UCB geen aanzienlijke
vertraging wegens COVID-19 opgelopen. UCB zal de
impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies
blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen
doorvoeren.
 
In een ongekende reeks gebeurtenissen, kondigde UCB
tegen het einde van 2021 en begin 2022 positieve
topline resultaten aan van zes Fase 3 uitlezingen:
 
• Positieve resultaten voor
bimekizumab
 
in psoriatische
artritis (biologische ziektemodificerende
antireumageneesmiddel naïeve patiënten),
 
• Positieve resultaten voor
rozanolixizumab
 
in
gegeneraliseerde myasthenia gravis,
 
• Positieve resultaten voor
bimekizumab
 
in
radiografische axiale spondyloartritis (ook bekend als
ziekte van Bechterew),
 
• Positieve resultaten voor
bimekizumab
 
in
nietradiografische axiale spondyloartritis,
 
• Positieve resultaten voor
bimekizumab
 
in psoriatische
artritis (inadequate responders of intolerant voor anti-
TNF behandeling),
 
• Positieve resultaten voor zilucoplan in
gegeneraliseerde myasthenia gravis.
 
UCB is van plan om in het derde kwartaal van 2022
regulatoire aanvragen in de VS en Europa in te dienen
voor alle bovenvermelde indicaties, met verdere
aanvragen in aanvullende regio’s.
BIMZELX
®
 
(
bimekizumab
)
Psoriatische artritis
UCB heeft positieve toplineresultaten gepubliceerd
voor haar twee Fase 3 studies in actieve psoriatische
artritis, namelijk BE OPTIMAL (biologische
ziektemodificerende antireumageneesmiddel naïeve
patiënten; topline tussentijdse analyse) en BE
COMPLETE (patiënten die inadequate responders zijn of
intolerant zijn voor behandeling met TNFremmer).
Beide studies evalueerden de doeltreffendheid en
veiligheid van
bimekizumab
 
bij de behandeling van
volwassenen met actieve psoriatische artritis vs.
placebo en voldeden aan de primaire en alle
gerangschikte secundaire eindpunten met statistisch
significante en klinisch relevante resultaten.
 
Radiografische (ziekte van Bechterew) en
nietradiografische axiale spondyloartritis
 
UCB heeft positieve toplineresultaten gepubliceerd
voor twee Fase 3 studies waarbij
bimekizumab
 
over het
volledige spectrum van axiale spondyloartritis (axSpA)
werd geëvalueerd, dat zowel actieve radiografische
(ook bekend als ziekte van Bechterew) als actieve niet-
radiografische (nr)-axSpA omvat. Beide studies
voldeden aan de primaire en alle gerangschikte
secundaire eindpunten met statistisch significante en
klinisch relevante resultaten en bevestigden dat
bimekizumab
 
de resultaten verbeterde bij patiënten
over het volledig ziektespectrum van axSpA.
 
Het veiligheidsprofiel van
bimekizumab
 
was in
overeenstemming met de bevindingen inzake veiligheid
die in vorige studies werden opgemerkt zonder nieuwe
geobserveerde veiligheidssignalen. De veiligheid en
werkzaamheid van
bimekizumab
 
in actieve psoriatische
artritis, actieve radiografische (ziekte van Bechterew)
en actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis
zijn nog niet vastgesteld en het is niet goedgekeurd
door een regelgevende instantie voor gebruik in deze
indicaties.
Rozanolixizumab
 
- gegeneraliseerde myasthenia
 
gravis (gMG)
 
UCB heeft positieve toplineresultaten aangekondigd
van de Fase 3 MycarinG studie waarin
rozanolixizumab
,
een subcutaan via een infuus toegediend monoklonaal
antilichaam gericht op de neonatale Fc-receptor (FcRn),
versus placebo werd geëvalueerd bij volwassenen met
gMG. De studie voldeed aan primaire en alle secundaire
eindpunten met statistische significantie.
Rozanolixizumab
 
werd goed verdragen zonder nieuwe
geobserveerde veiligheidssignalen.
Zilucoplan
UCB heeft positieve toplineresultaten aankondigd van
de RAISE-studie waarbij haar experimentele
behandeling zilucoplan, een zelf toegediend, subcutane
peptideremmer van complement component 5 (C5-
remmer), versus placebo werd geëvalueerd bij
volwassenen met gMG. De studie voldeed aan primaire
en alle belangrijke secundaire eindpunten met
statistische significantie. Zilucoplan werd goed
verdragen zonder nieuwe geobserveerde
veiligheidssignalen.
 
De veiligheid en werkzaamheid van beide
experimentele geneesmiddelen zijn nog niet
vastgesteld en zijn niet goedgekeurd door een
regelgevende instantie voor gebruik in gMG
wereldwijd.
Overige BIMZELX® (
bimekizumab
) indicaties
Het lopende Fase 3 programma in matige tot ernstige
hidradenitis suppurativa (HS), een chronische,
inflammatoire en slopende folliculaire huidziekte, had
een ongekende, versnelde werving van patiënten en de
eerste toplineresultaten worden nu in de tweede helft
van 2022 verwacht.
Overige
rozanolixizumab
 
indicaties
UCB handhaafde haar focus op autoantistoffen
gemedieerde neuroinflammatie en kondigde onderzoek
bij twee aanvullende patiëntenpopulaties aan met
gebruik van haar
rozanolixizumab
-platform:
 
(i)
mensen met auto-immuunencefalitis (AIE)
– een zeldzame en ernstige medische
aandoening, waarbij het immuunsysteem
de hersenen aanvalt met als gevolg
epileptische aanvallen,
bewegingsstoornissen, alsook cognitieve
achteruitgang bij sommige patiënten. Er is
geen therapie goedgekeurd voor AlE. De
fase 2a studie in AIE werd in het derde
kwartaal van 2021 gestart; de eerste
toplineresultaten worden in de eerste helft
van 2024 verwacht.
 
(ii)
mensen met myeline oligodendrocyt
glycoproteïne (MOG)-antilichaamziekte -
een zeldzame auto-immuun inflammatoire
demyeliniserende aandoening van het
centrale zenuwstelsel veroorzaakt door
autoantilichamen die zich richten op de
MOG-proteïne - wat leidt tot tijdelijke
functionele blindheid, spierzwakte,
blaasstoornissen, sensorisch verlies en/of
pijn. Er is geen goedgekeurde therapie voor
MOG-antilichaamziekte. De Fase 3 studie
werd in het vierde kwartaal van 2021
gestart, de eerste toplineresultaten worden
in de eerste helft van 2024 verwacht.
UCB heeft beslist een lagere prioriteit te geven aan de
ontwikkeling van
rozanolixizumab
 
bij chronische
inflammatoire demyeliniserende neuropathie (CIDP) die
een heterogene en complexe patiëntenpopulatie
vertegenwoordigt, waarbij slechts ongeveer 30% van de
patiënten detecteerbare autoantilichamen heeft. Na
deze strategische beslissing, zullen de resultaten van de
fase 2a studie tijdens een komende wetenschappelijke
bijeenkomst worden gepresenteerd.
Overige zilucoplan indicaties
Zilucoplan werd getest in een proof-of-concept-studie
(fase 2a) bij immuungemedieerde necrotiserende
myopathie (IMNM): De resultaten van deze studie
geven aan dat zilucoplan veilig is, maar
complementactivering is niet relevant in de
ziektebiologie van IMNM. UCB heeft daarom besloten
om haar IMNM-ontwikkelingsprogramma niet verder te
zetten. De resultaten in IMNM zijn niet van invloed op
het vertrouwen van UCB in zilucoplan in andere
indicaties met complementactivering als een belangrijk
ziektemechanisme. UCB presenteerde deze gegevens in
2021 om toekomstig onderzoek betreffende IMNM te
informeren en bij te dragen tot een beter begrip van de
pathogenese van de ziekte.
Bepranemab (UCB0107)
Bepranemab is een recombinant, gehumaniseerd,
immunoglobuline met volledige lengte G4 monoklonaal
antitau antilichaam, dat zich richt op tau van het
middendomein, dat momenteel klinisch wordt
onderzocht bij de ziekte van Alzheimer (AD) in
partnerschap met Roche/Genentech. De
werkzaamheid, veiligheid en verdraagzaamheid van
bepranemab wordt momenteel onderzocht in vroege
AD in een Fase 2 studie die in het tweede kwartaal van
2021 is gestart. De eerste toplineresultaten worden
verwacht in de eerste helft van 2025.
UCB0599
In samenwerking met UCB’s nieuwe partner Novartis is
een fase 2a studie gestart met UCB0599 voor
studiedeelnemers met de ziekte van Parkinson (PD) in
een vroeg stadium, de eerste toplineresultaten worden
in de eerste helft van 2023 verwacht.
 
UCB0599 is een oraal biologisch beschikbaar en
hersenbarrière-penetrerende kleine molecule dat het
pathologische verkeerd vouwen en accumuleren van
alphasynucleïne voorkomt, een proteïne die een
sleutelrol speelt in de pathologie van PD. Door deze
ziekteveroorzakende processen van alfa-synucleïne te
remmen, wordt aangenomen dat de progressie van PD
kan worden vertraagd of gestopt. UCB0599 behoort tot
een reeks moleculen ontdekt door Neuropore, die in
2014 door UCB in licentie werden genomen.
STACCATO
®
 
alprazolam
STACCATO®
 
alprazolam is een experimentele
combinatie van geneesmiddel en medisch hulpmiddel
dat gebruik maakt van de STACCATO®
leveringstechnologie met alprazolam, een
benzodiazepine, dat de eerste reddingsbehandeling kan
zijn die door een patiënt of verzorger in een ambulante
omgeving wordt toegediend om een aanval die aan de
gang is snel (binnen 90 seconden) te beëindigen. Het
STACCATO®
 
systeem is een kleine, draagbare inhalator
die snel alprazolam verstuift om een aerosol te vormen
met een partikelgrootte bestemd voor toediening diep
in de longen, om een snel, systemisch effect te
produceren. De Fase 3 studie om de werkzaamheid en
veiligheid van STACCATO®
 
alprazolam te beoordelen bij
studiedeelnemers met stereotypische langdurige
aanvallen is in het vierde kwartaal van 2021 gestart en
toplineresultaten worden in de eerste helft van 2024
verwacht.
 
Alle overige klinische ontwikkelingsprogramma’s
verlopen zoals gepland.
1.3 Netto-omzet per product
 
ucbsa-2021-12-31p173i0
De totale netto-omzet steeg in 2021 naar € 5 471
miljoen, 8% meer dan vorig jaar of +11% meer bij
constante wisselkoersen (+8% CW na aanpassing
door afstoting). De groei in 2021 werd gedreven door
de continue groei van het productportfolio van UCB
en werd ook ondersteund door een wijziging in het
distributiemodel voor E KEPPRA® in Japan waardoor
de groei van het bedrijf werd gestimuleerd. Eén
product werd toegevoegd aan het UCB portfolio: In
september heeft UCB BIMZELX® (
bimekizumab
)
gelanceerd voor de behandeling van matige tot
ernstige plaque psoriasis in Duitsland, gevolgd door
het VK, Zweden en later in Nederland.
Kernproducten
CIMZIA® (
certolizumab pegol
),
 
bereikte 170.000
patiënten met inflammatoire TNF-gemedieerde
aandoeningen met een netto-omzet van € 1841
miljoen (+2%; +5% CW), met een sterkere groei dan
de anti-TNF-markt - gedreven door aanhoudende
groei in de VS (ondanks een daling van de
terugbetaling, overgecompenseerd door een
volumestijging) en een lichte daling in Europa, als
gevolg van de verplichte prijsdaling in Duitsland,
gedeeltelijk gecompenseerd door volumegroei, en
een sterke groei op internationale markten.
 
VIMPAT®
 
(
lacosamide
 
)
 
werd gebruikt door meer
dan 800.000 mensen met epilepsie en toonde een
sterke groei in alle regio’s,
 
ondanks de pandemie. De
netto-omzet bedroeg € 1549 miljoen (+7%; +10%
CW), en bereikte de hoogste verkoopambitie van
minstens € 1,5 miljard, voorafgaand aan het verlies
van exclusiviteit in 2022 in de VS en Europa.
 
KEPPRA® (
levetiracetam
 
) bereikte meer dan 2
miljoen mensen met epilepsie en kende een netto-
omzet van € 970 miljoen (+23%; +27% CW). De
blijvende generieke erosie in de VS en Europa werd
overgecompenseerd door de prestaties in Japan. In
Japan nam UCB in oktober 2020 de distributie van E
KEPPRA® over van partner Otsuka en boekt nu de
netto-omzet op de markt. Generieke producten
werden begin 2022 op de Japanse markt gebracht.
 
BRIVIACT® (
brivaracetam
 
), dat werd gebruikt door
140.000 mensen met epilepsie, bereikte een netto-
omzet van € 355 miljoen, een stijging van 23%, (+27%
CW). Dit wordt gedreven door een sterke groei in alle
regio’s waar BRIVIACT® beschikbaar is voor
patiënten. BRIVIACT® heeft een andere
werkingswijze dan VIMPAT®
 
en onderscheidt zich van
KEPPRA®.
NEUPRO® (rotigotine
 
), de patch voor de ziekte van
Parkinson en het rustelozebenensyndroom, gebruikt
door 385.000 patiënten, kende een stabiele netto-
omzet van € 307 miljoen (-1%; 0% CW), in een
competitieve marktomgeving.
NAYZILAM
® (midazolam), Nasal Spray
CIV
, de nasale
reddingsbehandeling voor clusters van aanvallen in
de VS (gelanceerd in december 2019) bereikte meer
dan 50.000 patiënten en een netto-omzet van € 57
miljoen na € 26 miljoen.
ucbsa-2021-12-31p174i1 ucbsa-2021-12-31p174i0
EVENITY® (
romosozumab
), bereikte sinds de
wereldwijde lancering ervan meer dan 200.000
vrouwen met ernstige postmenopauzale osteoporose
met een hoog risico op breuken. Het had zijn eerste
Europese lancering in maart 2020, en kende een
netto-omzet van € 10 miljoen (na € 2 miljoen),
beïnvloed door de pandemie die het bereiken van
nieuwe patiëntenpopulaties en beslissingen inzake
regelgeving/prijs aanzienlijk bemoeilijkt. EVENITY®
werd wereldwijd succesvol gelanceerd door Amgen,
Astellas en UCB sinds 2019, met netto-omzet buiten
Europa gerapporteerd door de partners.
 
BIMZELX ® (
bimekizumab
 
) voor mensen met
psoriasis werd in het najaar goed onthaald in
Duitsland, het VK, Zweden en Nederland. De
gerapporteerde netto-omzet bedroeg € 4 miljoen. In
januari en februari 2022 werd BIMZELX®
goedgekeurd in respectievelijk Japan en Canada. De
herziening van de regelgeving in de VS is aan de gang,
een beslissing wordt verwacht in de eerste helft van
2022.
Gevestigde merken
Netto-omzet van gevestigde merken daalde met 10%
tot € 321 miljoen, na aanpassing door afstotingen
(vooral in Europa) was de daling -7% CW,
 
wat de
maturiteit van het portfolio en de impact van
generieke concurrentie weerspiegelt.
Een deel van het portfolio omvat de
allergieproducten van UCB:
ZYRTEC® (cetirizine,
inclusief ZYRTEC®-D / CIRRUS®) en
XYZAL®
(levocetirizine),
 
beide getroffen door generieke
concurrentie.
 
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar
nettoomzet
 
bedroegen € 57 miljoen (€ 29 miljoen in
2020) wat de gerealiseerde transactionele
afdekkingsactiviteiten van UCB weerspiegelt. Deze
houden vooral verband met de Amerikaanse dollar,
Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.
 
 
ucbsa-2021-12-31p175i0
1.4
Netto-omzet per geografisch gebied
Netto-omzet in de VS
bedroeg € 2888 miljoen (+5%;
+9% CW). Dit werd aangestuurd door de goede groei
van VIMPAT®
 
en BRIVIACT® en ondersteund door de
nieuw gelanceerde NAYZILAM®. CIMZIA® hield stand,
ondanks de gevolgen van een daling van de
terugbetaling in juli 2021, die werd overgecompenseerd
door volumegroei. De netto-omzet van NEUPRO® en
KEPPRA® weerspiegelt de generieke concurrentie.
De netto-omzet in Europa
 
bedroeg € 1396 miljoen, een
stijging van 2% (+1% CW) wegens de dubbele
groeicijfers van VIMPAT®
 
en BRIVIACT®. EVENITY® werd
gelanceerd tijdens de COVID-19-pandemie en
rapporteerde een netto-omzet van € 10 miljoen.
CIMZIA® werd in april 2021 beïnvloed door de
verplichte prijsdaling in Duitsland, gedeeltelijk
gecompenseerd door volumegroei. De netto-omzet van
NEUPRO® was bijna stabiel terwijl de gedaalde netto-
ucbsa-2021-12-31p176i0 ucbsa-2021-12-31p176i4 ucbsa-2021-12-31p176i3 ucbsa-2021-12-31p176i2 ucbsa-2021-12-31p176i1
omzet van KEPPRA® de blijvende generieke erosie
weerspiegelt.
 
De netto-omzet op internationale markten
 
bedroeg €
1130 miljoen, wat een sterke groeibijdrage van alle
kernproducten weerspiegelt (+27%; +33% CW).
 
• Met € 562 miljoen vertegenwoordigt
Japan
 
de
grootste markt en toonde een groei van 48% (+58%
CW) gedreven door E KEPPRA®, nu met een netto-
omzet op de markt van € 404 miljoen (+91%). In
oktober 2020 nam UCB de distributie van E KEPPRA®
over van partner Otsuka en boekt nu de netto-omzet op
de markt. Generieke producten werden begin 2022 op
de Japanse markt gebracht.
• VIMPAT®
 
steeg naar € 62 miljoen (+4%), CIMZIA® naar
€ 44 miljoen (+33%) en NEUPRO® daalde naar € 26
miljoen (-12%).
 
• De netto-omzet in
China
, de op één na grootste markt
in deze regio, bedroeg € 140 miljoen (+30%; +26% CW).
 
Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar
nettoomzet
 
bedroegen € 57 miljoen (€ 29 miljoen in
2020) wat de gerealiseerde transactionele
afdekkingsactiviteiten van UCB weerspiegelt. Deze
houden vooral verband met de Amerikaanse dollar,
Japanse yen, Britse pond en Zwitserse frank.
1.5 Royaltyinkomsten
 
en -vergoedingen
 
In 2021 bereikten
royaltyinkomsten en -vergoedingen
€ 78 miljoen na € 96 miljoen.
 
De inkomsten uit
biotechnologische
IE
 
income daalden
in 2021 na geprofiteerd te hebben van een eenmalige
royalty die in 2020 werd erkend.
 
De franchiseroyalties betaald door Pfizer voor
TOVIAZ®
(fesoterodine),
 
de behandeling voor een overactieve
blaas, weerspiegelen de generieke concurrentie.
1.6 Overige opbrengsten
 
ucbsa-2021-12-31p177i0 ucbsa-2021-12-31p177i2 ucbsa-2021-12-31p177i1
Overige opbrengsten
 
stegen tot € 227 miljoen of met
+14%.
Opbrengsten uit contractproductie
 
daalden van €
152 miljoen naar € 128 miljoen, wat de vraag van de
partners van UCB weerspiegelt.
 
“Overige”
opbrengsten bereikte € 99 miljoen, met
inbegrip van partnerschapactiviteiten in Japan
(Daiichi Sankyo voor VIMPAT®,
 
Astellas voor
CIMZIA®, E KEPPRA® met Otsuka eindigden in
oktober 2020), mijlpalen en andere betalingen van
O&O-partners en licentiepartners, met inbegrip van
Biogen voor dapirolizumab pegol bij lupus (SLE) en
onlangs toegevoegd: partnerschap met Roche voor
bepranemab bij de ziekte van Alzheimer en met
Novartis voor de ontwikkeling van UCB0599 met een
opt-in om UCB7853 te ontwikkelen, twee innovatieve
en mogelijk ziektemodificerende
onderzoeksmiddelen bij de ziekte van Parkinson
alsook de wereldwijde overeenkomst inzake
licentieverlening met Chiesi voor zampilimab, een
nieuw monoklonaal antilichaam voor fibrotische
longziekten.
1.7 Brutowinst
In 2021 bedroeg de brutowinst € 4339 miljoen - en
een verbeterde brutomarge van 75,1% na 74,5% in
2020.
 
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie
componenten: de kostprijs van de omzet voor
producten en diensten, de royaltylasten en de
afschrijvingen van aan de omzet gerelateerde
immateriële activa::
 
De kostprijs van de omzet voor producten en
diensten
 
steeg tot € 962 miljoen - in lijn met de groei
van de netto-omzet.
 
Royaltylasten
 
stegen tot € 327 miljoen.
 
ucbsa-2021-12-31p178i0
Afschrijving van immateriële activa gerelateerd
aan omzet
: Onder IFRS 3 heeft UCB op zijn balans
een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan,
die verband houden met overnames (lopend
onderzoek en ontwikkeling, productiekennis,
royaltystromen, handelsbenamingen, enz.). De
afschrijvingskosten van de immateriële activa
waarvoor producten reeds zijn gelanceerd daalden
naar € 149 miljoen, aangezien NEUPRO® in april 2021
niet langer geoctrooieerd was.
1.8 Aangepaste EBIT en aangepaste EBITDA
De bedrijfskosten, die de marketing-
 
en verkoopkosten,
de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de
algemene en administratiekosten en overige
bedrijfsbaten/-lasten omvatten, bedroegen € 3021
miljoen en weerspiegelen toegenomen marketing-
 
en
verkoopkosten, alsook hogere onderzoeks
 
-
 
en
ontwikkelingskosten. De totale bedrijfskosten
 
in
verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskosten-ratio)
daalden naar 52% na 54% in 2020 en omvatten het
volgende:
 
• 10% hogere
marketing-
 
en verkoopkosten
 
van € 1346
miljoen, gedreven door lanceringen en pre-launch
activiteiten: lanceringen van BIMZELX® in heel Europa,
voorbereidingen voor lanceringen van BIMZELX® in
Japan en de VS alsook pre-launch activiteiten voor
zilucoplan en
rozanolixizumab
 
voor mensen met
gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), en CIMZIA®
(nieuwe indicatie en regionale uitbreiding), lopende
lanceringen van NAYZILAM® en EVENITY®.
• 4%
hogere onderzoeks- en ontwikkelingskosten
 
van
€ 1629 miljoen weerspiegelen de lopende sterke
investeringen in UCB’s vooruitgaande pijplijn met vijf
activa in een laat stadium en lopend onderzoek in een
vroeger stadium. De O&O ratio bereikte 28% in 2021,
na 29% in 2020.
 
• 6% hogere
algemene en administratiekosten
 
van €
208 miljoen, gedreven door implementatiekosten voor
een betere, op waarde gerichte toewijzing van
middelen en op aandelen gebaseerde waardering van
betalingen.
 
Overige bedrijfsbaten
 
stegen aanzienlijk naar € 162
miljoen, na € 95 miljoen in 2020 - gedreven door
inkomsten van € 151 miljoen die de nettobijdrage van
Amgen weerspiegelen in verband met de
commercialisatie van EVENITY®, na inkomsten van € 96
miljoen in 2020.
Dankzij de hogere opbrengsten en matig hogere
bedrijfskosten, steeg de
aangepaste EBIT
 
met 21% tot €
1318 miljoen, vergeleken met € 1093 miljoen in 2020.
ucbsa-2021-12-31p179i0 ucbsa-2021-12-31p179i1
• De
totale afschrijving van immateriële activa
(productgerelateerd en andere) bedroeg € 187 miljoen.
Afschrijving van materiële vaste activa
 
bedroeg € 135
miljoen.
Aangepaste EBITDA
 
(Bedrijfsresultaat voor interesten,
belastingen, bijzondere waardeverminderingen en
afschrijvingen) bedroeg € 1641 miljoen na € 1441
miljoen (+14%, 21% CW), gedreven door voortgezette
omzetgroei en matig groeiende bedrijfskosten, die de
investeringen in de toekomst van UCB weerspiegelen,
namelijk in productlanceringen en klinische
ontwikkeling. De aangepaste EBITDA ratio voor 2021
(als percentage van de opbrengsten) bedroeg 28%,
tegenover 27% in 2020.
1.9 Winst
Totaal
 
bijzondere waardeverminderingen,
reorganisatiekosten en overige baten/lasten
 
(-)
bedroeg € 34 miljoen kosten (na kosten van € 122
miljoen in 2020). In 2020 was dit voornamelijk het
gevolg van vergoedingen in verband met overnames,
wat niet opnieuw voorkwam in 2021.
 
Netto financiële kosten
 
daalden naar € 58 miljoen
van € 93 miljoen in 2020, dankzij lagere
afdekkingskosten en vermindering van rentekosten.
 
Winstbelastingen
 
bedroegen € 170 miljoen
vergeleken met € 119 miljoen in 2020, met een
gemiddelde effectieve belastingvoet van 14%
vergeleken met 13% in 2020.
 
De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
bedroeg
€ 3 miljoen tegenover € 0 miljoen.
De winst van de Groep
 
bedroeg € 1058 miljoen,
waarvan het volledige bedrag toerekenbaar is aan
aandeelhouders van UCB aangezien de bijdragen aan
minderheidsbelangen eind 2020 zijn vervallen. Voor
2020 behaalde UCB een winst van € 761 miljoen,
waarvan € 732 miljoen toerekenbaar was aan
ucbsa-2021-12-31p180i0
aandeelhouders van UCB en € 29 miljoen aan
minderheidsbelangen.
1.10 Kern-WPA
De winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB
,
gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te
passen elementen, financiële eenmalige posten, de
bijdragen na belastingen uit beëindigde
bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van
immateriële activa gerelateerd aan omzet, geeft
aanleiding tot een kernwinst toerekenbaar aan de
aandeelhouders van UCB van € 1226 miljoen (21%), wat
leidt tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 6,49,
ten opzichte van € 5,36 in 2020, op een niet-verwaterd
gewogen gemiddeld aantal aandelen van 189 miljoen.
1.11 Kapitaaluitgaven
In 2021 bedroegen de kapitaaluitgaven voor materiële
vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische
activiteiten van UCB € 282 miljoen (2020: € 256
miljoen) en houden hoofdzakelijk verband met de
Bioplant in aanbouw in Belgium, gebruiksrechten van
activa met betrekking tot verlenging van
huurovereenkomsten voor gebouwen, vernieuwing van
de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw en
de IT-hardware.
 
De verwerving van immateriële vaste
activa bedroeg € 211 miljoen in 2021 (2020: € 93
miljoen) en houdt verband met software,
ontwikkelingskosten die in aanmerking komen voor
activering en mijlpalen, en de kapitalisatie van externe
ontwikkelingskosten voor studies na goedkeuring.
1.12 Balans
 
De immateriële activa stegen met € 186 miljoen van €
2973 miljoen per 31 december 2020 tot € 3159 miljoen
op 31 december 2021. De stijging omvat verwervingen
voor € 170 miljoen, de positieve impact op de
omrekening van vreemde valuta, gedeeltelijk
gecompenseerd door de lopende afschrijving van de
immateriële activa.
 
Goodwill steeg naar € 5173 miljoen, een verhoging van
€ 209 miljoen wegens een sterkere Amerikaanse dollar
en Britse pond vergeleken met december 2020.
 
Andere vaste activa stegen met € 368 miljoen,
gedreven door verwervingen van materiële vaste activa
van € 386 miljoen, gecompenseerd door lopende
waardevermindering, en stijging van uitgestelde
belastingvorderingen gekoppeld aan tijdsverschillen en
O&O belastingtegoeden.
 
De vlottende activa stegen van € 3582 miljoen op 31
december 2020 naar € 3710 miljoen op 31 december
2021, vooral in verband met handels-
 
en overige
vorderingen na een sterke netto-omzet in het vierde
kwartaal, gecompenseerd door een afname van
geldmiddelen en kasequivalenten.
 
Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 8386 miljoen,
een toename van € 1114 miljoen tussen 31 december
2020 en 31 december 2021. De voornaamste
wijzigingen komen voort uit de nettowinst
(€ 1058 miljoen), de positieve omrekeningsverschillen
van de Amerikaanse dollar en het Britse pond
(€ 280 miljoen), gecompenseerd door de
kasstroomafdekkingen (€ -103 miljoen), de
dividendbetalingen (€ -240 miljoen) en de aankoop van
eigen aandelen (€ -65 miljoen).
De langlopende verplichtingen bedroegen € 3000
miljoen, een daling van € 233 miljoen, in verband met
een lagere financiële schuld, gecompenseerd door
hogere uitgestelde belastingen gekoppeld aan
tijdsverschillen en immateriële activa.
 
De kortlopende verplichtingen bedroegen € 2824
miljoen, een verhoging van € 10 miljoen, beïnvloed
door de terugbetaling van de obligatielening van € 350
miljoen, gecompenseerd door hogere handelsschulden
en te betalen rabatten, en uitgestelde winst met
betrekking tot partnerschappen.
 
De netto financiële schuld van € -860 miljoen per eind
december 2021 vergeleken met de netto financiële
schuld van € -1411 miljoen per eind december 2020
heeft voornamelijk betrekking op de onderliggende
netto rentabiliteit, gecompenseerd door de betaling
van dividenden op het resultaat van 2020 en de
verwerving van eigen aandelen. De nettoschuld ten
opzichte van de aangepaste EBITDA-ratio voor 2021
bedraagt 0,52.
1.13 Kasstroomoverzicht
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten
gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de
volgende elementen:
 
• De kasstroom uit operationele activiteiten bedroeg
€ 1553 miljoen, allemaal met betrekking tot
voortgezette bedrijfsactiviteiten, in vergelijking met €
1081 miljoen in 2020. De kasinstroom komt voort uit
de onderliggende netto winstgevendheid, uitgestelde
winst met betrekking tot partnerschappen, hogere
uitstaande verplichtingen in het laatste kwartaal,
gecompenseerd door hogere vorderingen na een
sterk vierde kwartaal van 2020 en betaalde
belastingen.
 
• De kasstroom uit investeringsactiviteiten toonde een
uitstroom van € 487 miljoen uit voortgezette
bedrijfsactiviteiten, vergeleken met € 2228 miljoen in
2020 en omvat materiële (€ 282 miljoen) en
immateriële (€ 211 miljoen) kapitaaluitgaven,
investeringen in risicokapitaalfondsen,
gecompenseerd door de verkoop van niet-kernactiva.
 
• De kasstroom uit financieringsactiviteiten had een
uitstroom van € 1119 miljoen, voornamelijk met
inbegrip van de uitgifte van € 500 miljoen ongedekte
obligaties van hogere rangorde, gecompenseerd door
de terugbetaling van institutionele euro-obligaties (€
700 miljoen), terugbetaling van bankleningen (€ 512
miljoen), het dividend uitgekeerd aan aandeelhouders
van UCB (€ 240 miljoen), de verwerving van eigen
aandelen (€ 60 miljoen) en rentebetalingen.
1.14 Financiële verwachtingen voor 2022
Voor 2022 streeft UCB naar inkomsten in het bereik van
€ 5,15 - 5,40 miljard op basis van voortgezette groei van
kernproducten en rekening houdend met de geraamde
impact van het verlies van exclusiviteit voor VIMPAT®
 
in
de VS (maart 2022) en Europa (september 2022), E
KEPPRA® in Japan (januari 2022) alsook de lancering
 
in
de VS van BIMZELX® voor mensen met psoriasis. De
herziening van de regelgeving in de VS is aan de gang,
een beslissing wordt verwacht in de eerste helft van
2022.
 
UCB zal blijven investeren in onderzoek en
ontwikkeling, met de verderzetting van haar pijplijn in
een laat stadium van ontwikkeling en met de
voorbereiding van komende lanceringen om potentiële
nieuwe oplossingen voor patiënten te bieden.
 
Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt
verwacht tussen 26 - 27% van de opbrengsten, wat de
voortdurende hoge O&O en marketing & verkoop
investeringsniveaus weerspiegelt. Bijgevolg wordt
verwacht dat de kernwinst per aandeel (kern-WPA)
 
zal
uitkomen tussen € 4,80 en € 5,30, op basis van een
gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 189 miljoen.
 
De hierboven genoemde cijfers voor de financiële
verwachtingen voor 2022 zijn berekend op dezelfde
basis als de werkelijke cijfers voor 2021. Ze zullen
worden bijgewerkt bij het afsluiten van de geplande
overname van Zogenix, Inc.
 
Op basis van de huidige beoordeling door UCB van de
COVID-19-pandemie, blijft UCB vertrouwen hebben in
de fundamentele onderliggende vraag naar haar
producten en haar vooruitzichten voor groei op lange
termijn. UCB zal de evoluerende COVID-19-pandemie
nauwgezet blijven volgen om mogelijke uitdagingen op
korte en middellange termijn te beoordelen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2. Geconsolideerde jaarrekening
2.1 Geconsolideerde winst-
 
en verliesrekening
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
€ miljoen
Toelichting
2021
2020
Voortgezette
 
bedrijfsactiviteiten
Netto-omzet
6
5 471
5 052
Royaltyinkomsten en -vergoedingen
79
96
Overige opbrengsten
10
227
199
Opbrengsten
5 777
5 347
Kostprijs van de omzet
-1 438
-1 363
Brutowinst
4 339
3 984
Marketing-
 
en verkoopkosten
-1 346
-1 221
Onderzoeks-
 
en ontwikkelingskosten
-1 629
-1 569
Algemene en administratiekosten
- 208
- 196
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-)
13
162
95
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van
activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
1 318
1 093
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
14
- 6
0
Reorganisatiekosten
15
- 21
- 20
Overige baten/lasten (-)
16
- 7
- 102
Operationele winst
1 284
971
Financiële opbrengsten
17
80
14
Financiële kosten
17
- 138
- 107
Aandeel in winst/verlies (-) van geassocieerde deelnemingen
0
2
Winst vóór belastingen
1 226
880
Winstbelastingen
18
- 170
- 119
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
1 056
761
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
9
3
0
Winst
1 058
761
Toerekenbaar
 
aan:
Aandeelhouders van UCB NV
1 058
732
Minderheidsbelangen
 
0
29
Gewone winst per aandeel (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
41
5.59
3.87
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
41
0.01
0
Totale
 
gewone winst per aandeel
5.60
3.87
Verwaterde winst per aandeel (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
41
5.44
3.77
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
41
0.01
0
Totale verwaterde
 
winst per aandeel
5.45
3.77
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2.2 Geconsolideerd overzicht
 
van gerealiseerde
 
en niet-gerealiseerde
resultaten
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
€ miljoen
Toelichtin
2021
2020
Winst van de periode
1 058
761
Niet-gerealiseerde resultaten
Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in
- Netto-winst/verlies (-) op financiële activa (FVOCI)
26
27
- Wisselkoersverschillen op omzetting van
 
buitenlandse activiteiten
280
- 314
- Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen
- 140
84
Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-
gerealiseerde
 
resultaten die overgeboekt kunnen worden naar winst of verlies in latere
perioden
33
- 23
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere
- Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde
33
97
- 26
Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-
gerealiseerde
 
resultaten die nooit worden overgeboekt naar winst of verlies in latere
- 10
2
Niet-gerealiseerde resultaten voor de periode na belastingen
286
- 250
Totaal
 
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na
1 344
511
Toerekenbaar
 
aan:
Aandeelhouders van UCB NV
1 344
482
Minderheidsbelangen
0
29
Totaal
 
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na
belastingen
1 344
511
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2.3 Geconsolideerde balans
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
€ miljoen
Toelichting
2021
2020
Activa
Vaste activa
Immateriële activa
20
3 159
2 973
Goodwill
21
5 173
4 964
Materiële vaste activa
22
1 275
1 035
Uitgestelde belastingvorderingen
32
692
605
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
23
201
160
Totaal
 
vaste activa
10 500
9 737
Vlottende activa
Voorraden
24
878
854
Handelsvorderingen en overige vorderingen
25
1 239
1 031
Te ontvangen
 
belastingen
36
51
48
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
23
273
310
Geldmiddelen en kasequivalenten
26
1 263
1 336
Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassifieerd
 
als
aangehouden voor verkoop
9.2
6
3
Totaal
 
vlottende activa
3 710
3 582
Totaal
 
activa
14 210
13 319
Eigen vermogen en verplichtingen
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van
UCB
27
8 386
7 271
Minderheidsbelangen
23.6
0
1
Totaal
 
eigen vermogen
8 386
7 272
Langlopende verplichtingen
Leningen
29
1 252
1 629
Obligaties
30
816
687
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
31
13
3
Uitgestelde belastingverplichtingen
32
191
168
Personeelsbeloningen
33
315
402
Voorzieningen
34
188
165
Handels-
 
en overige verplichtingen
35
86
91
Te
 
betalen belastingen
36
139
88
Totaal
 
langlopende verplichtingen
3 000
3 233
Kortlopende verplichtingen
Leningen
29
55
81
Obligaties
30
0
350
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
31
100
86
Voorzieningen
34
83
80
Handels-
 
en overige verplichtingen
35
2 555
2 138
Te
 
betalen belastingen
36
31
79
Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten,
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
9.2
0
0
Totaal
 
kortlopende verplichtingen
2 824
2 814
 
 
Totaal
 
verplichtingen
5 824
6 047
Totaal
 
eigen vermogen en verplichtingen
14 210
13 319
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Voor het boekjaar eindigend op 31 december
€ miljoen
Note
2021
2020
Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB
1 058
732
Minderheidsbelangen
0
29
Aanpassing voor winst(-)/verlies uit geassocieerde deelnemingen
0
- 2
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties
37
239
297
Aanpassing voor posten apart te vermelden onder kasstromen uit operationele
37
170
119
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en
37
41
2
Wijzigingen in het werkkapitaal
37
153
221
Aanpassing werkkapitaal gerelateerd aan overnames
8
0
- 263
Ontvangen rente
17
17
17
Kasstromen uit operationele activiteiten
1 679
1 153
Betaalde belastingen gedurende de periode
- 126
- 72
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit operationele activiteiten:
 
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
1 553
1 081
 
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
0
0
Netto kasstromen uit operationele activiteiten
1 553
1 081
Verwerving van materiële vaste activa
22
- 282
- 256
Verwerving van immateriële activa
20
- 211
- 93
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen
0
-1 986
Verwerving van overige investeringen
- 19
- 7
Subtotaal verwervingen
- 512
-2 342
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa
1
1
Ontvangsten uit verkoop van andere bedrijfsactiviteiten, na aftrek van
15
75
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen
9
38
Subtotaal ontvangsten uit verkopen
25
114
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten:
 
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
- 487
-2 228
 
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
0
0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten:
- 487
-2 228
Ontvangsten uit uitgegeven note
30.3
0
150
Terugbetaling
 
van obligaties (-)
30.3
- 204
- 250
Ontvangsten uit leningen
29
0
1 895
Terugbetalingen
 
van leningen (-)
29
- 512
- 166
Terugbetaling
 
van leaseverplichtingen
29
- 40
- 41
Inkoop (-) van eigen aandelen
27
- 60
- 106
Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van
27.2, 42
- 240
- 235
Betaalde rente
17
- 63
- 70
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
-1 119
1 177
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
0
0
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit financieringsactiviteiten
-1 119
1 177
Netto toename / afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten
- 53
30
 
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
- 53
30
 
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
0
0
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode
1 303
1 288
Effect van wisselkoersschommelingen
- 7
- 15
Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode
1 244
1 303
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2.5 Geconsolideerd mutatieoverzicht
 
van het eigen vermoge
 
n
2021
Toerekenbaar
 
aan aandeelhouders van UCB NV
€ miljoen
Aandelenk
apitaal en
uitgiftepre
mies
Eigen
aandelen
Overgedr
agen
resultaat
Overige
reserves
Cumulatieve
omrekeningsv
erschillen
Financiële
activa aan
reële
waarde via
niet-
gerealiseer
de
resultaten
(FVOCI)
Kasstro
om-
afdekkin
gen
Totaal
Minderhei
ds-
belangen
Totaal
eigen
vermoge
n
Balans per 1 januari 2021
2 614
( 393)
5 463
( 144)
( 372)
38
65
7 271
1
7 272
Winst van de periode
-
-
1 058
-
-
-
-
1 058
-
1 058
Niet-gerealiseerde
resultaten van de periode
-
-
-
87
280
22
( 103)
286
-
286
Totaal gerealiseerde
 
en
niet- gerealiseerde
resultaten
-
-
1 058
87
280
22
( 103)
1 344
0
1 344
Dividenden (Toelichting 42)
-
-
( 240)
-
-
-
-
( 240)
-
( 240)
Op aandelen gebaseerde
betalingen (Toelichting 28)
-
-
75
-
-
-
-
75
-
75
Overboeking tussen
reserves
 
-
63
( 63)
-
-
-
-
-
-
-
Eigen aandelen (Toelichting
27)
-
( 65)
-
-
-
-
-
( 65)
-
( 65)
Overboeking tussen niet-
gerealiseerde resultaten en
reserves
-
-
-
2
-
( 2)
-
-
-
-
Overboeking van
minderheidsbelangen naar
overgedragen resultaat
toerekenbaar aan
aandeelhouders
-
-
-
1
-
-
-
1
( 1)
0
Balans per 31 december
2021
2 614
( 395)
6 294
( 56)
( 92)
59
( 38)
8 386
0
8 386
2020
Toerekenbaar
 
aan aandeelhouders van UCB NV
€ miljoen
Aandelenk
apitaal en
uitgiftepre
mies
Eigen
aandelen
Overgedr
agen
resultaat
Overige
reserves
Cumulatieve
omrekeningsv
erschillen
Financiële
activa aan
reële
waarde via
niet-
gerealiseer
de
resultaten
(FVOCI)
Kasstro
om-
afdekkin
gen
Totaal
Minderhei
ds-
belangen
Totaal
eigen
vermoge
n
Balans per 1 januari 2020
2 614
( 377)
4 964
( 117)
( 58)
9
4
7 039
( 30)
7 009
Winst van de periode
-
-
732
-
-
-
-
732
29
761
Niet-gerealiseerde
resultaten van de periode
-
-
-
( 24)
( 314)
27
61
( 250)
-
( 250)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Totaal gerealiseerde
 
en
niet- gerealiseerde
resultaten
-
-
732
( 24)
( 314)
27
61
482
29
511
Dividenden (Toelichting 42)
-
-
( 235)
-
-
-
-
( 235)
-
( 235)
Op aandelen gebaseerde
betalingen (Toelichting 28)
-
-
70
-
-
-
-
70
-
70
Overboeking tussen
reserves
 
-
66
( 66)
-
-
-
-
-
-
-
Eigen aandelen (Toelichting
27)
-
( 82)
-
-
-
-
-
( 82)
-
( 82)
Overboeking tussen niet-
gerealiseerde resultaten en
reserves
-
0
-
( 2)
-
2
-
0
-
-
Overboeking van
minderheidsbelangen naar
overgedragen resultaat
toerekenbaar aan
aandeelhouders
-
-
( 2)
-
-
-
-
( 2)
2
-
Balans per 31 december
2020
2 614
( 393)
5 463
( 144)
( 372)
38
65
7 271
1
7 272
3. Toelichtingen
 
bij de geconsolideerde jaarrekening
1.
 
Algemene informatie
2.
 
Huidige en verwachte impact van de COVID-19-situatie op
de financiële toestand, resultaten en kasstromen
 
van
UCB
3.
 
Overzicht van de belangrijkste grondslagen
 
voor financiële
verslaggeving
4.
 
Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen
5.
 
Financieel risicobeheer
6.
 
Gesegmenteerde informatie
7.
 
Opbrengsten uit contracten aangegaan
 
met klanten
8.
 
Bedrijfscombinatie
9.
 
Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen
van een groep activa die wordt afgestoten,
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
10.
 
Overige opbrengsten
11.
 
Bedrijfskosten volgens
 
aard
12.
 
Kosten voor personeelsbeloningen
13.
 
Overige bedrijfsbaten/-lasten
14.
 
Bijzondere waardevermindering
 
van nietfinanciële activa
15.
 
Reorganisatiekosten
16.
 
Overige baten/lasten
17.
 
Financiële opbrengsten en financiële lasten
18.
 
Winstbelastingen (-)/tegoeden
19.
 
Componenten van niet-gerealiseerde
 
resultaten
(inclusief minderheidsbelangen)
20.
 
Immateriële activa
21.
 
Goodwill
22.
 
Materiële vaste activa
23.
 
Financiële en overige activa
24.
 
Voorraden
25.
 
Handelsvorderingen en overige vorderingen
26.
 
Geldmiddelen en kasequivalenten
27.
 
Kapitaal en reserves
28.
 
Op aandelen gebaseerde betalingen
29.
 
Leningen
30.
 
Obligaties
31.
 
Overige financiële verplichtingen
32.
 
Uitgestelde belastingvorderingen
 
en-verplichtingen
33.
 
Personeelsbeloningen
34.
 
Voorzieningen
35.
 
Handels- en overige verplichtingen
36.
 
Te betalen
 
belastingen
37.
 
Toelichting bij het
 
geconsolideerde kasstroomoverzicht
38.
 
Financiële instrumenten per categorie
39.
 
Afgeleide financiële instrumenten
40.
 
Leaseovereenkomsten
41.
 
Winst per aandeel
42.
 
Dividend per aandeel
43.
 
Verbintenissen en voorwaardelijke
 
gebeurtenissen
44.
 
Transacties met verbonden
 
partijen
45.
 
Gebeurtenissen na de balansdatum
46.
 
UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
ucbsa-2021-12-31p191i0
 
1. Algemene informatie
UCB NV
 
(UCB of “de Vennootschap”) en haar
dochterondernemingen (samen “de Groep”) vormen
een
wereldwijde biofarmaceutische onderneming
 
die
zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke
therapeutische gebieden neurologie en immunologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap
per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2021
omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven.
Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV, UCB S.R.O.
en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen,
bijkantoren, respectievelijk in het VK, Slovakije en
Puerto Rico, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.
UCB Biopharma SRL heeft op 12 november 2020 een
nieuw bijkantoor in het VK opgericht. Het bijkantoor is
operationeel vanaf 1 januari 2021.
UCB NV
, de
moedermaatschappij, is een
naamloze vennootschap
die in
België
 
opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is
gevestigd aan de
Researchdreef 60 te B-1070 Brussel
,
België
.
UCB NV
 
is genoteerd op de beurs Euronext
Brussels. De Raad van bestuur heeft deze
geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening
van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 24 februari
2022. De aandeelhouders zullen verzocht worden de
statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren
 
op
de Algemene vergadering van 28 april 2022.
2. Huidige en verwachte impact
 
van de COVID-19 situatie
 
op de financiële
toestand, resultaten
 
en kasstromen van
 
UCB
UCB heeft maatregelen genomen om de gezondheid en
het welzijn van haar medewerkers en andere
belangrijke belanghebbenden, met name haar
patiënten, te beschermen, terwijl zij zich blijft richten
op het verzekeren van bedrijfskritische activiteiten. De
directe impact van de COVID-19-pandemie op de
financiële toestand, resultaats en kasstromen van UCB
is beperkt gebleven. De opbrengsten van de UCB-groep
voor 2021 zijn niet materieel beïnvloed door de COVID-
19-pandemie. Er hebben zich geen verstoringen in de
toeleveringsketens en/of de productie voorgedaan.
UCB heeft haar toeleveringsketen nauwlettend in de
gaten gehouden voor de mogelijke impact op de
aanvoer van haar geneesmiddelen over de hele wereld.
UCB houdt strategische buffervoorraden aan en maakt
gebruik van multi-sourcing voor belangrijke materialen
in haar wereldwijde toeleveringsketen om de impact te
beperken van onderbrekingen in de toelevering als
gevolg van gebeurtenissen zoals de huidige uitbraak
van het coronavirus. Het wereldwijde productie- en
distributienetwerk van UCB is volledig operationeel
gebleven en staat voortdurend in contact met haar
wereldwijde netwerk van belangrijke leveranciers,
productiepartners en distributeurs om potentiële
risico's te identificeren en passende maatregelen te
nemen om eventuele verstoringen te voorkomen. Er
worden momenteel geen onderbrekingen in de levering
van de producten van UCB verwacht. Naarmate deze
wereldwijde situatie zich ontwikkelt, zal UCB de nodige
stappen blijven ondernemen om de betrouwbare
levering van haar geneesmiddelen veilig te stellen.
Dankzij de proactieve maatregelen genomen door UCB
in 2021 hebben de tijdlijnen voor het klinisch
ontwikkelingsprogramma van UCB geen aanzienlijke
vertragingen opgelopen door COVID-19. De recentste
pijplijn en de tijdlijnen ervan kunnen in het overzicht
van de bedrijfsprestaties onder 1.2 Belangrijkste
gebeurtenissen worden teruggevonden. UCB zal de
impact van COVID-19 op alle lopende klinische studies
blijven monitoren en zal waar nodig veranderingen
doorvoeren. UCB heeft geen enkele verlichtings- of
ondersteuningsmaatregel van de overheid of andere
openbare instellingen aangevraagd. De COVID-19-
situatie heeft de uitgaven voor de winstbelastingen van
UCB niet substantieel beïnvloed, maar UCB houdt
voortdurend toezicht op mogelijke gevolgen. UCB heeft
niet genoten van COVID-19-gerelateerde
huurconcessies. De wijzigingen van de IASB in IFRS 16
hebben derhalve geen gevolgen voor de
boekhoudkundige verwerking van
leaseovereenkomsten. UCB heeft beoordeeld dat de
COVID-19-situatie op dit moment geen indicatie heeft
gegeven dat een actief mogelijk een bijzondere
waardevermindering heeft ondergaan en is daarom tot
de conclusie gekomen dat geen van de indicatoren voor
bijzondere waardevermindering in IAS 36 in werking
zijn getreden. Er is geen significant risico van materiële
aanpassing van de boekwaarde van activa en
verplichtingen ontstaan als gevolg van de COVID-19-
pandemie. UCB gebruikt een matrix om de voorziening
voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.
Als er echter een indicatie of aanwijzing van bijzondere
waardevermindering is voor een specifieke vordering,
zal een bijzondere waardevermindering worden
opgenomen voor het bedrag van de levenslang
verwachte kredietverliezen. In de raming van de
verwachte kredietverliezen is rekening gehouden met
toekomstgerichte informatie en de assumpties die
gebruikt worden in het model voor het bepalen van de
verwachte kredietverliezen gehanteerde aannames zijn
in de loop van de verslagperiode niet
ingrijpendwezenlijk gewijzigd. Tot
 
dusver zijn er geen
aanwijzingen dat de COVID-19-pandemie gevolgen zal
hebben voor de levenslange verwachte kredietverliezen
voorop de vorderingen. Er is geen bijzondere
waardevermindering voor specifieke vorderingen als
gevolg van de pandemie geboekt. 1. Algemene
informatie UCB NV (UCB of “de Vennootschap”) en haar
dochterondernemingen (samen “de Groep”) vormen
een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die
zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke
therapeutische gebieden neurologie en immunologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap
per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2021
omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven.
Binnen de Groep hebben UCB Pharma NV, UCB S.R.O.
en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen,
bijkantoren, respectievelijk in het VK, Slovakije en
Puerto Rico, die geïntegreerd zijn in hun rekeningen.
UCB Biopharma SRL heeft op 12 november 2020 een
nieuw bijkantoor in het VK opgericht. Het bijkantoor is
operationeel vanaf 1 januari 2021. UCB NV, de
moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap
die in België opgericht en gevestigd is. De hoofdzetel is
gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel,
België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext
Brussels. De Raad van bestuur heeft deze
geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening
van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 24 februari
2022. De aandeelhouders zullen verzocht worden de
statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op
de Algemene vergadering van 28 april 2022. 2. Huidige
en verwachte impact van de COVID-19 situatie op de
financiële toestand, resultaten en kasstromen van UCB
197 Geïntegreerd jaarverslag 2021 De COVID-19-
pandemie heeft geen grote invloed gehad op de
liquiditeitspositie van de UCB Groep. De strategie voor
het beheer van het liquiditeitsrisico is adequaat en
gepast en is niet gewijzigd, en het was niet nodig om de
dividenduitkering in 2021 te annuleren of te
verminderen. UCB heeft ook haar
kredietrisicobeheerpraktijken niet gewijzigd wegens de
COVID-19-pandemie.
De financiële risico's worden beschreven in
Toelichting 5 en zijn niet materieel beïnvloed door de
COVID-19- situatie. De toegang van UCB tot financiering
onder haar bestaande kredietfaciliteiten iswerd niet
aangetast als gevolg vanbeïnvloed door COVID-19. Er
hebben zich in de verslagperiode geen wijzigingen
voorgedaan in de bestaande voorwaarden van leningen
of andere financiële verplichtingen. Het vermogen van
UCB om haar continuïteit te handhaven wordt niet in
twijfel getrokken.
3. Overzicht van de belangrijkste
 
grondslagen voor financiële verslaggeving
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om
deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen,
worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden
consequent toegepast voor alle weergegeven jaren,
tenzij anders vermeld.
3.1 Grondslag voor de opstelling
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap
is opgesteld in overeenstemming met de International
Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en
interpretaties gepubliceerd door de IFRS
Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze
goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31
december 2021. Voor het opstellen van de
geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met
de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen
nodig. Het vereist tevens dat de directie haar
beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de
grondslagen voor financiële verslaggeving van de
Groep. De domeinen die een hoger niveau van
beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of
domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen
belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening,
worden in Toelichting 4 verduidelijkt.
3.2 Nieuwe en verbeterde standaarden
aangenomen door de Groep
Bepaalde wijzigingen aan standaarden zijn voor het
eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar
startend op 1 januari 2021. De Groep diende echter
haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan
te passen en diende ook geen retroactieve
aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing
van deze wijzigingen en verbeteringen aan de
standaarden. De impact van de beslissing van de IFRS
Interpretatiecommissie van maart 2021 met betrekking
tot configuratie-
 
of aanpassingskosten
 
in een cloud-
computingovereenkomst wordt nog door UCB
geanalyseerd. Het resultaat van deze analyse kan leiden
tot een impact op de winst-
 
en verliesrekening UCB
heeft de vrijstellingen toegepast zoals voorzien in de
wijzigingen aan IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS
7 Financiële instrumenten: toelichtingen –
Rentebenchmarkhervorming op haar renteswaps
(kasstroomafdekkingen) met een huidig nominaal
bedrag van USD 450 miljoen en renteswaps (reële-
waardeafdekkingen) met een nominaal bedrag van EUR
825 miljoen. Zoals voorzien in de wijzigingen, is UCB
ervan uitgegaan dat de rentevoet waarop de afgedekte
kasstromen gebaseerd zijn (USD LIBOR en/of EURIBOR),
niet verandert als gevolg van de hervorming tot de
vervaldag van het afdekkingsinstrument.
Wanneer de afgedekte kasstromen
 
als gevolg van de
IBOR-hervorming zouden veranderen, zal dit er dus niet
toe leiden dat de test met betrekking tot ‘zeer
waarschijnlijk’ niet wordt doorstaan. Bovendien gaat
UCB uit, zoals bepaald in de wijzigingen, van een
minimale ineffectiviteit als gevolg van veranderingen in
de kasstromen als gevolg van de IBOR-hervorming.
Hierdoor wordt de economische relatie tussen de
afgedekte positie en het afdekkingsinstrument niet
beïnvloed. Voor de reële-waardeafdekkingen van
vastrentende schulden heeft UCB de vrijstelling
toegepast die is voorzien in de wijziging van IFRS 9 met
betrekking tot het feit dat de risicocomponent alleen
afzonderlijk identificeerbaar hoeft te zijn bij de eerste
aanmerking van de afdekking. Deze aanpak is
gerechtvaardigd gezien het feit dat EURIBOR is
hervormd om te voldoen aan de wettelijke vereisten
van de Benchmarkverordening van de Europese Unie en
er geen plannen zijn om EURIBOR op te heffen. Ook zal
ICE Benchmark Administration Limited ("IBA"), de
erkende en gereguleerde beheerder van LIBOR, naar
verwachting doorgaan met het bepalen en publiceren
van de overnight en de 1-, 3-, 6- en 12-maandelijkse
USD LIBOR instellingen met behulp van panelbank
bijdragen onder de "panelbank" LIBOR methodologie
tot eind juni 2023, wat de resterende looptijd van
uitstaande USD rentederivaten omvat.
3.3 Nieuwe standaarden en wijzigingen aan
standaarden die nog niet werden toegepast
Er zijn geen andere standaarden of verwijzingen of
verbeteringen aan bestaande standaarden die door de
IASB zijn uitgevaardigd die nog niet van kracht zijn en
waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële
impact op de geconsolideerde jaarrekening van de
Groep hebben.
3.4 Consolidatie
3.4.1 Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder
gestructureerde entiteiten) waarover de Groep
zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over
een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of
recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en
de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit
uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele
inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen
worden volledig geconsolideerd vanaf de datum
waarop de zeggenschap aan de Groep wordt
overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf
de datum waarop die zeggenschap eindig.
Bedrijfscombinaties worden door de Groep
administratief verwerkt volgens de overnamemethode.
De waarde die wordt overgedragen voor de overname
van een dochteronderneming is gelijk aan de som van
de reële waarden van de overgedragen activa, de
aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door
de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt
overgedragen omvat de reële waarde van om het even
welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een
voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst.
Overnamegerelateerde kosten worden
 
geboekt in de
winst-
 
en verliesrekening naarmate ze worden
opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven
identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en
voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste
opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de
overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep
enig minderheidsbelang in de overgenomen partij
tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in
de netto activa van de overgenomen partij.
Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep
moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen
reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen
van de reële waarde van de voorwaardelijke
vergoedingen die verondersteld worden een actief of
verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst-
 
en
verliesrekening. Voorwaardelijke
 
vergoedingen
geclassificeerd als eigen vermogen worden niet
opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende
afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.
Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve
verschil tussen enerzijds het totaal van de
overgedragen vergoedingen en de reële waarde van
minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven
identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen.
Indien deze vergoeding minder is dan de reële waarde
van de netto-activa van de overgenomen
dochteronderneming, dan wordt het verschil in de
winst-
 
en verliesrekening opgenomen.
Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-
gerealiseerde winsten op transacties tussen
groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-
gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd,
tenzij uit de transactie een bijzondere
waardevermindering van het overgedragen actief blijkt.
Waar nodig, zijn de grondslagen voor financiële
verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om
consistentie met de door de Groep aangenomen
grondslagen te verzekeren.
3.4.2 Wijzigingen in de eigendomsbelangen in
dochterondernemingen zonder wijziging van
zeggenschap
De Groep beschouwt transacties met
minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies
van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders
van de Groep. Voor aankopen van
minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs
die betaald werd en het overeenstemmende verworven
aandeel tegen de boekwaarde van de nettoactiva van
de dochteronderneming opgenomen in het eigen
vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan
minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen
vermogen.
3.4.3 Verkoop van dochterondernemingen
Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt
een eventueel behouden belang in de entiteit
geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het
verschil met de boekwaarde in de winst-
 
en
verliesrekening opgenomen. De reële waarde is de
initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens
boeken van het behouden belang als een geassocieerde
deelneming, joint venture of financieel actief.
Bovendien worden eventuele eerder geboekte
bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met
betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep
direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit
kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-
gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de
winst-
 
en verliesrekening.
3.4.4 Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de
Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover
de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het
algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20%
en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in
geassocieerde deelnemingen worden geboekt in
overeenstemming met de vermogensmutatiemethode
en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde
wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen
van het aandeel van de investeerder,
 
na de
overnamedatum, in de winst of het verlies van de
entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van
 
de
Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten
goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.
Wanneer de Groep stopt met het boeken van een
deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten
gevolge van een verlies van invloed van betekenis,
wordt het eventueel behouden belang in deze
deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde
waarbij het verschil met de boekwaarde in de winst-
 
en
verliesrekening wordt geboekt. De reële waarde is de
initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens
boeken van het behouden belang als een financieel
actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte
bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met
betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep
direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit
kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-
gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de
winst-
 
en verliesrekening. Indien het eigendomsbelang
in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd
maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt
slechts een evenredig gedeelte van de eerder in niet-
gerealiseerde resultaten geboekte bedragen
overgeboekt naar de winst-
 
en verliesrekening. Het
aandeel van de Groep in de verliezen van een
geassocieerde deelneming na de overname wordt
geboekt in de winst-
 
en verliesrekening en haar aandeel
in de bewegingen van de niet-gerealiseerde resultaten
wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met
een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde
van de investering. De cumulatieve bewegingen na de
overname worden geboekt tegenover de boekwaarde
van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep
in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar
belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of
overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen,
boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze
verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft
verricht in naam van de geassocieerde deelneming. De
ucbsa-2021-12-31p195i0
boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt
onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in
overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven
in 199 Geïntegreerd jaarverslag 2021 Toelichting 3.10.
Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de
Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden
geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep
in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde
verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de
transactie een bijzondere waardevermindering van het
overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de
grondslagen voor de financiële verslaggeving van
geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de
consistentie met de door de Groep aangenomen
grondslagen voor financiële verslaggeving te
verzekeren. Verwateringswinsten
 
en -verliezen uit
investeringen in geassocieerde deelnemingen worden
in de winst-
 
en verliesrekening geboekt.
3.4.5 Belangen in gezamenlijke activiteiten
Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke
overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators
die gezamenlijke zeggenschap hebben over de
overeenkomst, rechten hebben op de activa, en
verplichtingen hebben ten aanzien van de passiva, met
betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke
zeggenschap is het contractueel afgesproken
 
delen van
de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat
slechts wanneer beslissingen over relevante activiteiten
de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die
de zeggenschap delen.
 
Bij het verrichten van activiteiten op grond van
gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met
betrekking tot haar belang in een gezamenlijke
activiteit:
 
• haar activa, met inbegrip van haar aandeel in
eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
 
• haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in
eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
 
• haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in
de output van de gezamenlijke activiteiten;
 
• haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop
van de output van de gezamenlijke activiteiten; • haar
kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele
gezamenlijke kosten.
 
Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht
met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint
operator is, wordt de Groep geacht de transacties te
verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke
activiteit en worden uit de transacties voortvloeiende
winsten en verliezen slechts opgenomen in de
geconsolideerde jaarrekening van de Groep ten belope
van de belangen van de andere partijen in de
gezamenlijke activiteit.
3.5 Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl.
biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke
bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk.
De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde
het Uitvoerend comité, beoordelen de
bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen
middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB
als één enkel segment opereert.
3.6 Omrekening van vreemde valuta
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt
:
De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december
2021 en 31 december 2020.
3.6.1 Functionele en presentatievaluta
De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk
van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd
met behulp van de valuta van de primaire economische
omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele
valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt
gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta
van de Vennootschap en de presentatievaluta van de
Groep.
3.6.2 Transacties en saldi
 
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend
naar de functionele valuta aan de hand van de
wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.
Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit
de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de
omrekening van monetaire activa en verplichtingen die
in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het
jaar, worden
 
in de winst-
 
en verliesrekening
opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële
kosten (Toelichting
 
17), behalve wanneer het gaat om
bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde
resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen
en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen
of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van
de nettoinvestering in een buitenlandse activiteit.
Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in
vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde
resultaten worden gewaardeerd, worden deels in de
winst-
 
en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde
resultaten opgenomen. Voor het erkennen van
wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig
 
IAS
21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden
worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde
valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen
 
op
geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit
veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals
rente berekend volgens de effectieve
 
-rentemethode en
bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst-
en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en
verliezen (d.w.z.
 
veranderingen in de reële waarde, met
inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden
opgenomen in nietgerealiseerde resultaten.
 
Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta
uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd
aan reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
worden opgenomen in nietgerealiseerde resultaten als
deel van de toename of afname van de reële waarde.
3.6.3 Groepsvennootschappen
 
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten
van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een
hyperinflatoire economie heeft) die een functionele
valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta,
worden als volgt naar de presentatievaluta
omgerekend:
 
• de activa en passiva voor elke gepresenteerde balans
worden omgerekend aan de slotkoers op de datum van
die balans;
 
• de opbrengsten en kosten voor elke winst-
 
en
verliesrekening worden omgerekend
 
aan de
gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen
redelijke benadering is van het cumulatief effect van de
koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat
geval worden de opbrengsten en de kosten
omgerekend aan de koersen op de transactiedata); en
 
• alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen
worden geboekt in niet-gerealiseerde resultaten
(vermeld als “cumulatieve omrekeningsverschillen”).
 
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen
 
die
voortvloeien uit de omrekening van de netto-
investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van
leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld
zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen,
opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer
buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig
worden vervreemd of verkocht, worden de
wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen
vermogen, in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen
als een winst of verlies op de verkoop.
 
Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de
overname van een buitenlandse entiteit worden
behandeld als activa en passiva van de buitenlandse
entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
3.7 Opbrengsten
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over
een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
3.7.1 Netto-omzet
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden
als gevolg van de overdracht van zeggenschap over
goederen aan de klant. Het bedrag van de erkende
opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de
prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname
van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van
de variabele vergoeding wordt opgenomen in de
transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is
dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen
in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten
zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele
vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele
vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen,
heeft betrekking op verkoopretouren, rabatten,
commerciële kortingen en kortingen voor contante
betaling, terugvorderingen (chargebacks) toegekend
aan verschillende klanten en die deel uitmaken van
commerciële contractuele overeenkomsten en
contractuele overeenkomsten met de overheid of
andere terugbetalingsprogramma’s,
 
inclusief de
programma’s “Medicaid Drug Rebate”,
 
“Federal
Medicare” in de VS en andere alsook op de extra
heffingen op de vergoeding.
van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift
in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte
verkoopretouren, rabatten,
 
commerciële kortingen en
kortingen voor contante betaling, terugvorderingen
(charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of
indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met
betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde
van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden
kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar
er wordt geacht dat er geen financieringselement
aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet
aangepast voor de effecten van een significante
financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de
producten is overgedragen aan de klant wordt een
vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de
vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het
verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling
verschuldigd is. De transactieprijs wordt aangepast voor
elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of
indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten
uit een contract aangegaan met een klant tenzij een
betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten
ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de
reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en
opgenomen onder de marketing-
 
en verkoopkosten.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd
op basis van historische ervaring en de specifieke
bepalingen in de individuele overeenkomsten. De
netto-omzet wordt weergegeven exclusief
 
btw, andere
omzet-gerelateerde belastingen of enige andere
bedragen die worden geïnd voor rekening van derden,
zoals de overheid of overheidsinstellingen.
3.7.2 Royaltyinkomsten
Royalty’s gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het
in licentie geven van intellectuele eigendom worden
erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen
plaatsvinden op voorwaarde dat de
prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is
op dat moment
3.7.3 Overige opbrengsten
De overige opbrengsten omvatten opbrengsten
 
uit
licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals
opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten.
 
De
onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld
zijn op een bepaald moment in de tijd of over een
bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie.
Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden
over een bepaalde periode, worden de opbrengsten
erkend gebaseerd op een patroon dat het best de
overdracht van zeggenschap over de dienst aan de
klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang
gemeten op basis van een input-methode waarbij de
opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal
van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt
wordt als een basis. Elke variabele vergoeding die
beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele
eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van
bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier
geboekt als de royalty’s gebaseerd op omzet. Dit is
namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen
plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende
prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is.
Elke variabele vergoeding zoals een
ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil
voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele
eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel
opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer
waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden
behaald, hetgeen dan resulteert in een
inhalingsbeweging van opbrengsten op dat moment
voor alle prestaties tot op dat moment.
 
Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er
navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden
aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten
en worden als opbrengsten erkend wanneer de
prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van
de ontwikkelingssamenwerking of de
productieverplichting.
3.7.4 Rentebaten
Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen,
rekening houdend met het effectieve rendement
van het actief.
3.7.5 Dividendinkomsten
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de
aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te
ontvangen.
3.8 Kostprijs van de omzet
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de
directe productiekosten, de daarmee verband
houdende indirecte productiekosten en de
afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa,
alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als
kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt
worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden
met verkochte goederen worden opgenomen in
“kostprijs van verkochte
 
goederen”.
3.9 Onderzoek en ontwikkeling
 
3.9.1 Intern gegenereerde immateriële activa,
uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
Alle interne onderzoekskosten worden als lasten
opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne
ontwikkelingskosten worden enkel
 
geactiveerd als ze
voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 “Immateriële
activa”.
 
Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en
aanzienlijke onzekerheden in verband met de
ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico’s
met betrekking tot het resultaat van klinische proeven
alsook de kans op officiële goedkeuring) werd
geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van
de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen
voor activering als immateriële activa. Op 31 december
2021 voldeden er geen interne ontwikkelingskosten aan
de opnamecriteria.
3.9.2 Verworven immateriële active
Betalingen voor de verwerving van lopende
onderzoeksen ontwikkelingsprojecten via
licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of
afzonderlijke aankopen van activa worden
 
als
immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat
deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep
gecontroleerd worden en naar verwachting
toekomstige economische voordelen zullen opleveren.
Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks-
 
en
ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen
aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het
bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden
bepaald, worden vooruitbetalingen en
mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische
producten of compunds waarvoor de goedkeuring om
deze op de markt te brengen nog niet door de
regelgevende instanties verleend werd, geboekt als
immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven
over hun geschatte levensduur zodra de producten
gecommercialiseerd worden.
3.10 Bijzondere waardevermindering van niet-
financiële activa
Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de
boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill,
materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen
om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere
waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke
aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van
het actief geschat om de omvang van het bijzonder
waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er
al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere
waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie
plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare
immateriële activa en van de goodwill. Deze activa
worden niet afgeschreven. Een bijzonder
waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het
bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn
realiseerbare waarde overtreft. Indien het niet mogelijk
is de realiseerbare waarde van een individueel actief te
schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van
de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het
actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste
waarde van de reële waarde verminderd met de kosten
voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de
bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep
schattingen van toekomstige kasstromen
 
die door het
actief of de kasstroomgenererende eenheid worden
gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt
 
die
worden gebruikt bij de initiële waardering van het
actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich
baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op
middellange termijn. De geschatte kasstromen worden
verdisconteerd op basis van een passende rentevoet,
die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van
geld weerspiegelen, en de risico’s die inherent zijn aan
het actief of de kasstroomgenererende eenheid. Een
bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in
de winst-
 
en verliesrekening opgenomen onder de
rubriek “Bijzondere waardevermindering van niet-
financiële activa”. Voor
 
niet-financiële activa, andere
dan de goodwill, die een bijzondere
waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke
verslagdatum beoordeeld of een terugname van het
bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is.
De terugname van de bijzondere waardevermindering
wordt in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen. Een
bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel
teruggenomen voor zover de boekwaarde van het
actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn
bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen
bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill
worden nooit teruggenomen. Immateriële activa
worden product per product (d.w.z.
 
per compound) of
in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor
een bijzondere waardevermindering.
3.11 Reorganisatiekosten,
 
overige baten en lasten
De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het
oog op een betere positionering om het hoofd te
bieden aan de economische omgeving waarin ze
opereert, zijn in de winsten verliesrekening als
“reorganisatiekosten” opgenomen. De minderwaarden
en meerwaarden uit de verkoop van immateriële
activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of
materiële vaste activa, en verhogingen of
terugnemingen van voorzieningen voor geschillen,
andere dan belastinggeschillen of geschillen met
betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden
in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen als ‘overige
baten en lasten’
3.12 Winstbelastingen
De belastingkost voor de periode omvat de
verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen.
Belastingkosten
 
worden geboekt in de winst-
 
en
verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben
op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde
resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien
bepaalde bedragen opgenomen worden in de
nietgerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen,
wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-
gerealiseerde resultaten of,
 
desgevallend, direct in het
eigen vermogen. Voor de grondslagen voor financiële
verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet
voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar
3.13.2 onder Overheidssubsidies. De over de
verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt
berekend op basis van de fiscale wetgeving die van
kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum
in de landen waar de dochterondernemingen van de
Vennootschap actief zijn en belastbare winsten
genereren. De verschuldigde en terug te vorderen
winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een
juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te
compenseren en de intentie bestaat om het saldo op
netto basis af te handelen of om de
belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te
realiseren. De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens
de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die
ontstaan tussen de boekwaarde van activa en
verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en
de overeenkomstige fiscale waarde die bij de
berekening van de belastbare winst wordt gebruikt. De
uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans
geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en
uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor
zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale
winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen
worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke
verschillen, overgedragen belastingkredieten en
overgedragen verliezen. Uitgestelde winstbelastingen
worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste
boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een
actief of een verplichting in een transactie (andere dan
bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de
transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de
belastbare winst beïnvloedt. De boekwaarde van
uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke
balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre
het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale
winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te
maken het voordeel van die uitgestelde
belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te
wenden. Uitgestelde winstbelasting wordt berekend
tegen de belastingtarieven die naar verwachting van
toepassing zullen zijn in de periode waarin de
verplichting afgewikkeld wordt of de vordering
gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met
fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de
raming van het bedrag van de uitgestelde
winstbelastingen dat erkend dient te worden.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
worden niet verdisconteerd. Er worden geen
uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen
erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde
en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse
bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is
om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke
verschillen te controleren en een tegenboeking van de
verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch
afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en
terug te vorderen winstbelasting te compenseren en
indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking
hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde
belastingautoriteit.
3.13 Overheidssubsidies
 
Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde
indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze
subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal
voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden
zijn.
3.13.1 Terugvorderbare voorschotten
 
ontvangen van
de overheid
De Groep ontvangt contante betalingen van de
overheid om hiermee bepaalde onderzoeks-
 
en
ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De
betalingen ontvangen van de overheid dienen door de
Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de
resultaten van de onderzoeksfase van het betreffende
project verder te exploiteren en commercialiseren.
Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de
resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen
voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval
dienen de rechten op de onderzoeksresultaten
overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de
Groep deze voorschotten ontvangt, worden
 
deze
opgenomen onder de langlopende verplichtingen.
Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de
Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen,
worden deze voorschotten als overheidssubsidies
erkend en opgenomen in “Overige bedrijfsbaten”.
 
Meer
bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de
ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt
alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om
niet verder te gaan met het onderzoek.
3.13.2 Belastingkrediet voor O&O
Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling
wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor
investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende
relevante voorwaarden moeten voldaan worden die
niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het
belastingkrediet wordt opgenomen in de winst-
 
en
verliesrekening evenredig met de kosten
 
die het krediet
beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet
ontvangen werd om onderzoeks-
 
en
ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te
compenseren, wordt het belastingkrediet voor
onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst-
 
en
verliesrekening op hetzelfde moment en in mindering
van de betreffende onderzoeks-
 
en
ontwikkelingskosten opgenomen onder “onderzoeks
 
-
en ontwikkelingskosten”.
 
Indien het belastingkrediet
ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële
activa zoals bv.
 
licenties te compenseren, wordt het
belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling
erkend in de winst-
 
en verliesrekening over de
(resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen
onder “Overige bedrijfsbaten”.
 
Het gedeelte van het
belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat
niet kan afgetrokken
 
worden van het belastbaar
resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering
geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O
ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een
teruggave van belastingen in contanten na de wettelijk
voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend
met toekomstige belastbare inkomsten.
 
Indien het
belastingkrediet voor O&O niet terugbetaalbaar is door
de belastingautoriteiten, wordt de invorderbaarheid
van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige
basis geëvalueerd, zoals voor de andere uitgestelde
belastingvorderingen. Het gedeelte van het
belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat
kan afgetrokken
 
worden van het belastbaar resultaat,
wordt in mindering gebracht van de schuld voor te
betalen belastingen.
3.14 Immateriële activa
3.14.1 Patenten, licenties, handelsmerken en overige
immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige
immateriële activa (gezamenlijk “immateriële activa”
genoemd) worden opgenomen tegen historische
kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door
een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële
waarde op de overnamedatum. Immateriële activa
(behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over
hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar
zijn voor gebruik (d.w.z. in het geval van
 
een licentie
gerelateerd aan een compound of product, wanneer
het product (dat de compound bevat) voor het eerst
gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur
is gebaseerd op de kortste van enerzijds de
economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20
jaar) en anderzijds de looptijd van het contract.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht
een bepaalde economische gebruiksduur te hebben.
Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een
onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
3.14.2 Computersoftware
Verworven licenties voor computersoftware worden
geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd
voor de verwerving en ingebruikstelling van de
specifieke software. Deze kosten
 
worden lineair
afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5
jaar).
3.15 Goodwill
Goodwill ontstaat bij de overname van
dochterondernemingen en geassocieerde
deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen
de overgedragen vergoeding en de belangen van de
Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare
activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen
van de overgenomen onderneming en de reële waarde
van de minderheidsbelangen in de overgenomen
onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen
als een actief tegen kostprijs en wordt daarna
gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de
gecumuleerde bijzondere
waardeverminderingsverliezen. Goodwill die
voortvloeit uit de overname van
dochterondernemingen wordt apart in de balans
opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de
overname van geassocieerde deelnemingen, wordt
opgenomen in de investering in geassocieerde
deelnemingen. UCB is werkzaam in één segment en
ucbsa-2021-12-31p201i0
heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid
voor de test op bijzondere waardeverminderingen.
Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde
gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens
wanneer er een indicatie voor een bijzondere
waardevermindering is, getoetst op bijzondere
waardeverminderingen door het vergelijken van de
boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de
realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende
eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid,
wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst
toegewezen aan de goodwill van de
kasstroomgenererende eenheid en wordt het
vervolgens op een evenredige basis aan de andere
activa van de eenheid toegewezen op basis van de
boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere
waardeverminderingsverliezen op goodwill
worden niet teruggenomen. Bij afstoting van een
dochteronderneming of geassocieerde deelneming
wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill
opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies
uit de afstoting van de entiteit. Indien de reële waarde
van de identificeerbare activa, verplichtingen en
voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de
bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve
verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de
winst-
 
en verliesrekening opgenomen.
3.16 Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen
kostprijs verminderd met geaccumuleerde
afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen, behalve materiële vaste
activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs,
verminderd met geaccumuleerde bijzondere
waardeverminderingsverliezen. De kosten
 
omvatten
alle rechtstreeks toerekenbare kosten
 
om het actief
gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.
Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van
de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt
als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.
Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar
 
zijn
aan de verwerving, bouw of productie van een in
aanmerkend komend actief,
 
worden geactiveerd als
onderdeel van de kostprijs van dat actief.
 
Kosten na
eerste opname worden enkel opgenomen in de
boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief
erkend, naargelang het geval, wanneer het
waarschijnlijk is dat de toekomstige economische
voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep
zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een
betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige
kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten
opgenomen wanneer ze zich voordoen. Afschrijvingen
worden berekend volgens de lineaire methode om de
kosten van activa, uitgezonderd terreinen
 
en vaste
activa in aanbouw, toe te kennen
 
aan hun restwaarde
over hun geschatte gebruiksduur.
 
De afschrijving begint
wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden
niet afgeschreven. De restwaarde en de gebruiksduur
van een actief worden ten minste aan het eind van elk
boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen
afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de
wijziging(en) administratief verwerkt als (een)
schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8
Grondslagen voor financiële verslaggeving,
schattingswijzigingen en fouten. De volgende
gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste
categorieën van materiële vaste activa:
Winst en verlies uit verkopen worden bepaald op basis
van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de
verkoop en de boekwaarde, en worden in de winst- en
verliesrekening onder “overige baten en lasten”
geboekt. Vastgoedbeleggingen betreffen
 
terreinen en
gebouwen die aangehouden worden om
huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden
aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden
afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte
gebruiksduur.
 
De onderliggende gebruiksduur komt
overeen met die van materiële vaste activa die
aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het
geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze
niet afzonderlijk op de balans vermeld.
3.17 Leaseovereenkomsten
De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen
en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal
afgesloten voor een vaste korte
 
-
 
of lange-termijn
periode. De huurvoorwaarden worden op een
individuele basis onderhandeld en omvatten een breed
scala van verschillende algemene voorwaarden. De
leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op
maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden
als zekerheid voor leningsdoeleinden.
Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een
gebruiksrecht van activa en overeenkomstige
verplichting op de datum waarop het geleasede actief
beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke
leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de
terugbetaling van de verplichting en anderzijds een
financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend
aan de winst-
 
en verliesrekening over de periode van de
leaseovereenkomst zodat een constante
 
periodieke
interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo
van de verplichting voor elke periode. Het
gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven
over het kortste van de gebruiksduur van het actief of
de leaseperiode. De activa en verplichtingen
voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden
aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante
waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto
contante waarde van de volgende leasebetalingen:
 
• vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen),
verminderd met alle te ontvangen huurvoordelen;
 
• variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een
index of een tarief.
 
Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep
verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als
gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit
te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep
deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding
zou moeten betalen voor het beëindigen van de
leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het
uitoefenen van deze optie reflecteert. De
leasebetalingen worden verdisconteerd aan de
impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien
deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de
marginale rentevoet van de Groep. Gebruiksrechten
van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het
volgende omvat:
 
• het bedrag van de oorspronkelijke waardering
 
van de
leaseverplichting;
 
• leasebetalingen gedaan op het moment van of voor
de aanvangsdatum;
 
• initiële directe kosten (behalve voor de
leaseovereenkomsten die al bestonden op
overgangsdatum), en
• herstelkosten.
 
Geïntegreerd jaarverslag 2021 Gebruiksrechten van
activa worden opgenomen als onderdeel van de
materiële vaste activa en leaseverplichtingen als
onderdeel van de leningen in de balans. Alle
leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden
worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd.
Alle leasebetalingen die vervallen na minstens
12 maanden na balansdatum worden als langlopende
verplichtingen geclassificeerd. Betalingen voor korte-
termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten
voor activa met geringe waarde worden op een lineaire
basis erkend als een kost in de winsten verliesrekening.
Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn
leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12
maanden of minder. Activa met geringe waarde
omvatten voornamelijk IT-materiaal
 
(laptops, tablets,
mobiele telefoons, pc’s) en klein kantoormaterieel en
meubilair.
 
Sommige leaseovereenkomsten voor wagens
bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft
leaseovereenkomsten voor wagens die een finale
huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen
van de leaseovereenkomst wordt een definitieve
afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te
bepalen. Deze finale huuraanpassing is een
huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk
gebruik van de geleasede wagen reflecteert. Dit finale
bedrag is niet gekend bij aanvang van de
leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing
is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van
gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en
de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren
die niet gekend zijn bij aanvang van de
leaseovereenkomst, zoals kilometerstand,
 
staat van het
voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie,
verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze
factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen
het “gebruik” van het voertuig. Betalingen die variëren
afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief
en meer bepaald van de kilometerstand van het
voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale
huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval
het een terugbetaling betreft, als een vermindering van
de kost wanneer gerealiseerd. In een aantal
leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens,
aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te
verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden
gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer
van contracten te maximaliseren. De aangehouden
opties om contracten te verlengen kunnen alleen door
de Groep worden uitgeoefend en niet door de
respectieve leasinggever.
 
Er zijn geen belangrijke
leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.
3.18 Financiële activa: investeringen
3.18.1 Classificatie
De Groep classificeert haar financiële activa in de
volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële
waarde worden gewaardeerd met verwerking van de
waardeveranderingen in de winst-
 
en verliesrekening
(FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden
gewaardeerd met verwerking van de
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
(FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden
gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier
waarop de Groep de financiële activa beheert
(businessmodel) en van de contractuele voorwaarden
van de kasstromen. De investeringen zijn opgenomen
onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van
plan is de investering te verkopen binnen de
12 maanden na de balansdatum. Geregelde aankopen
en verkopen van financiële activa worden geboekt op
de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich
verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief.
Financiële activa worden niet langer opgenomen als de
rechten om kasstromen uit de investeringen te
ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de
Groep alle risico’s en voordelen verbonden aan de
eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen.
 
Voor
activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten
en verliezen opgenomen worden in de winst-
 
en
verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten.
 
Voor
investeringen in eigen-vermogensinstrumenten die niet
aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit
afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname
een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het
eigenvermogensinstrument te boeken als financieel
actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking
van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde
resultaten.
3.18.2 Waardering
Bij de eerste opname waardeert de Groep een
financieel actief tegen zijn reële waarde plus
transactiekosten die direct toe te rekenen
 
zijn aan de
aanschaffing van het financieel actief, in geval het een
financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt
tegen reële waarde met verwerking van de
waardeveranderingen in de winst-
 
en verliesrekening.
Transactiekosten
 
voor financiële activa gewaardeerd
tegen reële waarde met verwerking van de
waardeveranderingen in de winst-
 
en verliesrekening
worden opgenomen als kost in de winst-
 
en
verliesrekening.
 
Financiële activa met in contract besloten afgeleide
financiële instrumenten worden in hun geheel
beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel
de betaling van hoofdsom en rente betreffen.
Schuldinstrumenten
De Groep heeft momenteel geen investeringen in
schuldinstrumenten.
 
Eigen-vermogensinstrumenten
De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten
na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de
directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de
winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in
reële waarde op eigenvermogensinstrumenten te
tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen
herclassificatie na eerste opname van winsten en
verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de
winst-
 
en verliesrekening op het ogenblik dat de
investering niet langer wordt opgenomen in de balans.
Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen
blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening
onder financiële opbrengsten op het moment dat de
Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en
terugname van bijzondere
waardeverminderingsverliezen) op
eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële
waarde met verwerking van de waardeveranderingen in
niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk
van de andere wijzigingen in de reële waarde
gerapporteerd.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële
activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking
van de waardeveranderingen in de winst-
 
en
verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening
opgenomen als financiële opbrengsten/lasten.
 
De reële waarde van genoteerde beleggingen is
gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt
voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-
genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële
waarde door middel van waarderingstechnieken.
3.19 Afgeleide financiële instrumenten en
afdekkingsactiviteiten
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële
instrumenten om haar blootstelling aan valuta-
 
en
renterisico’s
 
die voortvloeien uit haar operationele,
financierings-
 
en investeringsactiviteiten af te dekken.
De Groep voert geen speculatieve transacties uit.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste
opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare
transactiekosten worden in de winst-
 
en verliesrekening
geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële
instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen
reële waarde. De Groep houdt ook rekening met het
kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar
waarderingstechnieken, wat zorgt
 
voor een
verwaarloosbare impact op de waardering van
derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit-
 
of
debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee
financiële markttransacties afgesloten worden. De
methode voor het erkennen van de daaruit
voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het
feit of het afgeleide financiële instrument als een
afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de
aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide
financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen,
reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-
investeringen. De Groep documenteert bij het afsluiten
van de transactie de economische relatie tussen het
afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook
haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer
waarvoor de verschillende afdekkingstransacties
werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling
aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de
afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of
wanneer de analyse van de oorzaken van
afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast. De volledige
reële waarde van een afgeleid financieel
afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast
actief of langlopende verplichting als de resterende
looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden
bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende
verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte
positie minder dan 12 maanden bedraagt. In contract
besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële
verplichtingen worden van het basiscontract
gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de
economische kenmerken en risico’s
 
van het
basiscontract en van het in contract besloten afgeleide
financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden
zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde
voorwaarden als het in contract besloten afgeleide
financieel instrument zou beantwoorden aan de
definitie van een afgeleid financieel instrument, en
indien het gecombineerde instrument niet tegen reële
waarde in de winst-
 
en verliesrekening wordt geboekt.
3.19.1 Kasstroomafdekkingen
Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële
waarde van afgeleide financiële instrumenten die
aangemerkt zijn en kwalificeren als
kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-
gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met
betrekking tot het niet-effectieve deel wordt
onmiddellijk in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen
onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”.
Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een
vaststaande toezegging of verwachte toekomstige
transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de
intrinsieke waarde van de opties aan als
afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met
betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in
de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in
niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de
tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de
afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden
ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze
 
zullen
worden overgeboekt naar de winst-
 
en verliesrekening
(financiële opbrengsten/lasten) zodra de afgedekte
transactie de winst-
 
en verliesrekening beïnvloedt (in
het geval van transactiegerelateerde afdekkingen)
 
of
over de periode van de afdekking (in het geval van
tijdsperiodegerelateerde afdekkingen). Wanneer
termijncontracten worden gebruikt om verwachte
toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep
over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde
van het termijncontract met betrekking tot de spot-
component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of
verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de
wijziging in de spot component van de
termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde
resultaten. De wijzigingen in de forward component
van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte
positie (gealigneerde forward component) wordt
erkend in de winst- en verliesrekening (financiële
opbrengsten/kosten). Winsten of verliezen met
betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in
intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot
het effectieve deel van de wijziging in de spot
component van de termijncontracten geaccumuleerd in
niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt
 
naar
de winst-
 
en verliesrekening in de periode dat de
afgedekte positie de winst- en verliesrekening
beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst-
 
en
verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd
als afgedekt, de winst-
 
en verliesrekening heeft
beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een
vaststaande toezegging of verwachte toekomstige
transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel
actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de
daarmee verband houdende winsten of verliezen op
het voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten
erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in
de initiële waardering van het actief of de verplichting
wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.
Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten
met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in
afdekkingen beslist de Groep voor elke
afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de
valuta basis spreads geboekt worden zoals de
tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde
opgenomen worden in de winst-
 
en verliesrekening
(financiële opbrengsten/kosten). Wanneer een
afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of
beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer
aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt,
wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in
niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden
in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte
toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de
erkenning van een niet-financieel actief of niet-
financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een
verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal
voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of
verliezen opgenomen onder niet-gerealiseerde
resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en
verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).
3.19.2 Reële-waardeafdekkingen
 
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële
instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als
reëlewaardeafdekkingen worden in de winst-
 
en
verliesrekening geboekt onder “Financiële
opbrengsten/Financiële kosten”,
 
samen met eventuele
wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief
of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte
risico toegerekend kunnen worden.
3.19.3 Afdekking van netto-investeringen
 
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse
bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare
wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk
verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot
het effectieve gedeelte van de afdekking wordt
opgenomen in de cumulatieve
omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies
met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt
onmiddellijk in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen
onder “Financiële opbrengsten/Financiële kosten”.
 
De
in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en
verliezen worden naar de winst-
 
en verliesrekening
overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit
gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.
3.19.4 Afgeleide financiële instrumenten die niet
in aanmerking komen voor hedge accounting
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële
instrumenten die niet kwalificeren voor hedge
accounting worden onmiddellijk in de winst-
 
en
verliesrekening geboekt onder “Financiële
opbrengsten/Financiële kosten”.
3.20 Voorraden
Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die
aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in
bewerking en afgewerkte goederen worden
gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto
realiseerbare waarde als die lager is. De kostprijs wordt
bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde
kostenmethode. De kostprijs van goederen in
bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten
voor de verwerking en andere kosten die gemaakt
worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in
hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten
omvatten de productiekosten
 
en de gerelateerde vaste
en variabele indirecte productiekosten (inclusief
afschrijvingslasten). De netto realiseerbare waarde
vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs
verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de
nog te maken kosten voor marketing, verkoop
 
en
distributie. Materialen voor klinische proeven zijn
werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die
worden gebruikt bij O&Oactiviteiten. Aangezien deze
niet worden gebruikt om in het kader van de gewone
bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet
aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in
de balans gepresenteerd als andere vlottende activa,
aangezien de materialen voor klinische proeven
voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het
waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige
economische voordelen voor de Groep en aangezien
hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan
worden gemeten.
.
3.21 Handelsvorderingen
Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt
tegen hun reële waarde en worden daarna
gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens
de effectieve rentemethode na aftrek van een
voorziening voor verwachte kredietverliezen. Voor het
bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de
Groep de vereenvoudigde benadering toe die is
toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange
verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname
van de vorderingen. De Groep identificeerde 2
categorieën handelsvorderingen: vorderingen op
particuliere klanten en vorderingen op klanten in de
publieke sector.
 
Voor elk van deze categorieën maakt
de Groep gebruik van een matrix om de voorziening
voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.
In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere
waardevermindering is voor een specifieke vordering,
zal een bijzondere waardevermindering worden
opgenomen voor het bedrag van de levenslang
verwachte kredietverliezen. Voor
 
alle vorderingen die
gedekt zijn door een kredietverzekering of door een
factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de
levenslang verwachte kredietverliezen worden
berekend rekening houdend met deze dekking.
3.22 Geldmiddelen en kasequivalenten
Ten behoeve van
 
de presentatie in het Geconsolideerd
Kasstroomoverzicht omvatten
 
geldmiddelen en
kasequivalenten contanten, direct opvraagbare
deposito’s en overige kortlopende, uiterst
 
liquide
beleggingen met originele looptijden van drie maanden
of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in
geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die
geen materieel risico van waardeverandering in zich
dragen, en voorschotten in rekening-courant.
Voorschotten in rekening
 
-courant worden opgenomen
onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in
de balans.
3.23 Vaste activa
 
(of groepen activa die worden
afgestoten) aangehouden voor
 
verkoop en
beëindigde bedrijfsactiviteiten
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van
de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel
geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het
moet ofwel een afzonderlijke belangrijke
bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied
vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel
gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een
dochteronderneming zijn die uitsluitend is
overgenomen met de bedoeling te worden
doorverkocht.
Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten,
worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden
gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop
als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa
en groepen activa die worden afgestoten, worden
gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun
boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de
verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk
zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en
niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere
waardeverminderingsverliezen bij de initiële
classificatie als aangehouden voor verkoop worden in
de winst-
 
en verliesrekening geboekt. Vaste
 
activa die
geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop
worden niet afgeschreven.
3.24 Aandelenkapitaal
3.24.1 Gewone aandelen
 
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen
vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks
toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen
of opties worden in mindering van de ontvangen
bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na
aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen
preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente
aandelen uitgegeven.
 
3.24.2 Eigen aandelen
 
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van
de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de
betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten
(na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht
van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de
aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen
geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke
aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen
vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare
bijkomende transactiekosten en het gerelateerde
winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen
vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders
van de Vennootschap.
3.25 Obligaties en leningen
Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-
courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen
reële waarde, na aftrek van de opgelopen
transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd
tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de
effectieve rentemethode. Verschillen
 
tussen de
ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de
afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend
over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de
grondslagen voor financiële verslaggeving van de
Groep. Leningen worden geclassificeerd als kortlopende
verplichtingen, behalve wanneer de Groep een
onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de
verplichting voor ten minste 12 maanden na de
balansdatum uit te stellen.
3.26 Handelsschulden
Handelsschulden worden bij eerste opname
gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden
daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs
volgens de effectieve rentemethode
.
3.27 Personeelsbeloningen
3.27.1 Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende vergoedingen na
uitdiensttreding toe, waaronder zowel
toegezegdpensioenregelingen als toegezegde
bijdragenregelingen. Een toegezegde-bijdragenregeling
is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen
betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke
of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen
te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen
zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen
te betalen die resulteren uit het dienstverband van de
werknemer in de lopende periode en in voorgaande
perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan
toegezegde bijdragenregelingen worden als kosten
 
voor
personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst-
en verliesrekening opgenomen wanneer ze
verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als
een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn
in contanten of tot een vermindering van toekomstige
betalingen zullen leiden. Toegezegd-
pensioenregelingen bepalen een bedrag voor
pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering
zal ontvangen, meestal op basis van één of meer
factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De
verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans,
met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is
de contante waarde van de brutoverplichting uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd
met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een
eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening
wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele
economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm
van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen
van toekomstige bijdragen aan de regeling. De
brutoverplichting uit hoofde van toegezegde
pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke
actuarissen volgens de ‘projected unit credit’-methode.
Een volledige actuariële waardering op basis van
bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om
de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige
actuariële waardering eveneens vereist indien de
nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het
andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van
omstandigheden met betrekking tot de regeling
(significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in
de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële
waardering niet vereist is, worden prognoses (“roll-
forwards” genoemd) gebruikt op basis van het
voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen
(disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze
roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van
 
de
individuele werknemers gebruikt van de laatste
volledige waarderingsdatum, rekening houdend met
veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en
mogelijk verloop. Bij alle waarderingen worden de
verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke
balansdatum en de marktwaarde van de
pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze
datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het
een volledige of een roll-forwardwaardering betreft.
 
De contante waarde van de bruto verplichting uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald
door de geschatte toekomstige kasuitstromen te
verdisconteren op basis van de marktrendementen van
hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de
looptijd consistent is met de looptijd van de
verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta
dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht
worden te zullen worden betaald. Herwaarderingen
bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de
impact van de limiet op activa (indien van toepassing)
en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente)
worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen
met een tenlasteneming of creditering van niet-
gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich
voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in
niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de
winst-
 
en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan
deze in niet-gerealiseerde resultaten
 
opgenomen
bedragen evenwel overboeken binnen het eigen
vermogen. Pensioenkosten van verstreken
 
diensttijd
worden geboekt in de winst-
 
en verliesrekening in de
periode van de wijziging van de regeling. Nettorente
wordt berekend door toepassing van de
disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten
voor toegezegde pensioenrechten worden
onderverdeeld in drie categorieën:
 
• aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten,
pensioenkosten van verstreken
 
diensttijd, winsten
en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
 
• netto rentekosten of
 
-inkomsten;
 
• herwaardering.
De Groep neemt de eerste twee componenten van de
kosten voor toegezegde
 
pensioenen op onder de
personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en
verliesrekening (in de operationele kosten volgens
aard). Netto rentekosten
 
of -inkomsten worden
opgenomen als onderdeel van de operationele winst.
Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen
worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken
diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de
niet-gerealiseerde resultaten.
3.27.2 Overige vergoedingen na uitdiensttreding
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun
gepensioneerden medische zorgverlening na
uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is
het bedrag van toekomstige beloningen die
werknemers hebben verdiend in ruil voor hun
dienstverband in de lopende en voorgaande perioden.
De verwachte kosten van deze
 
beloningen worden
erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van
dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor
de toegezegd-pensioenregelingen.
3.27.3 Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het
dienstverband van een werknemer wordt beëindigd
vóór de normale pensioendatum, of wanneer een
werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig
ontslag aanvaardt. De Groep neemt
ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar
heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het
dienstverband van huidige werknemers volgens een
gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat
het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van
ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan
de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te
stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden
na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar
hun contante waarde verdisconteerd.
3.27.4 Overige lange-termijnpersoneelsbeloningen
De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen
voor het in dienst zijn gedurende een lange periode
worden gewaardeerd op basis van de contante waarde
van de verwachte toekomstige betalingen met
betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot
op het einde van de verslagperiode, gebruik makend
van de “projected unit credit”-methode. Hierbij wordt
rekening gehouden met verwachte toekomstige
loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop
en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige
betalingen worden verdisconteerd op basis van de
marktrendementen van hoogwaardige
bedrijfsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo
nauw mogelijk aansluiten bij deze van de geschatte
toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten
gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in
actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de
winst-
 
en verliesrekening.
3.27.5 Winstdeling en bonusregelingen
De Groep neemt een verplichting en een last op voor
bonussen en winstdeling op basis van een formule
waarbij de winst die toewijsbaar is aan de
aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde
correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep
neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare
schatting van de verplichting kan worden gemaakt,
aangezien er een praktijk uit het verleden bestaat voor
betalingen van bonussen en winstdelingen die een
feitelijke verplichting heeft doen ontstaan.
 
3.27.6 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep beheert verschillende in
eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen
afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als
beloning voor de werknemers.
De reële waarde van de diensten die worden ontvangen
van de werknemers in ruil voor de toekenning van
aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaal
bedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald
door verwijzing naar de reële waarde van de
toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening
wordt gehouden met de impact van eventuele
voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en
prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden
 
die niet
marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid,
gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de
entiteit).
 
Toekenningsvoorwaarden
 
gerelateerd aan de
dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden
die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in
de veronderstellingen over het aantal opties dat
verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale
bedrag van de kost wordt opgenomen over de
wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende
dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden
moeten worden vervuld.
 
De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt
bepaald op de toekenningsdatum volgens het
waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening
houdt met de verwachte looptijd en het
annuleringspercentage van de opties. Op elke
balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van
het aantal opties dat naar verwachting
onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van
de herziening op de oorspronkelijke schattingen
desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met
een overeenkomstige aanpassing in het eigen
vermogen.
De ontvangen bedragen worden, na aftrek van
eventuele direct toerekenbare transactiekosten,
gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale
waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties
uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag
dat betaalbaar is aan werknemers op basis van “share
appreciation rights”,
 
fantoomaandelenoptieplannen,
fantoomaandelentoekenningsplannen en
fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen
worden afgewikkeld, wordt geboekt
 
als een last, met
een overeenstemmende verhoging van de
verplichtingen over de periode gedurende dewelke de
werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de
betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke
balansdatum en op de datum van afwikkeling.
 
Alle wijzigingen in de reële waarde van de
verplichtingen worden in de winst-
 
en verliesrekening
opgenomen als personeelskosten.
3.28 Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen in de balans
wanneer:
 
• er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke)
verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het
verleden;
 
• het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen
die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn
om de verplichting af te wikkelen; en
 
• het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat
kan worden.
 
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de
beste schatting van de vereiste uitgaven om de
bestaande verplichting op de balansdatum af te
wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de
contante waarde van de uitgaven
 
die naar verwachting
vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan
de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt
met de huidige marktbeoordelingen voor de
tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan
de verplichting. De verhoging van de voorziening
vanwege het verstrijken van tijd wordt
 
als rentelast
geboekt.
 
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt
geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel
plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige
verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal
doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of
door de belangrijkste kenmerken ervan aan de
betrokkenen mee te delen.
 
Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit
wettelijke contractuele verplichtingen. Voor
 
meer
informatie over deze milieu- en andere voorzieningen
verwijzen wij naar Toelichting 34.
4. Kritische beoordelingen en boekhoudkundige
 
schattingen
Schattingen en beoordelingen worden voortdurend
geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en
andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende
toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht
gezien de omstandigheden.
 
4.1 Kritische beoordelingen bij de toepassing van
de grondslagen voor financiële verslaggeving van
de Groep
Opbrengstenerkenning
De Groep is betrokken partij bij
licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen
gaan met vooruitbetalingen,
ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen
gebaseerd op omzet en royalty’s die zich verspreid over
verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde
toekomstige contractuele verplichtingen kunnen
inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten
waarbij een licentie wordt toegekend samen met
andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst
een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet
beschouwd dient te worden als een afzonderlijke
prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van
de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke
prestatieverplichting, worden de opbrengsten met
betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op
een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde
periode afhankelijk van de aard van de licentie.
Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde
periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of
andere activiteiten uitvoert die een significante impact
hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom,
waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de
effecten van deze activiteiten, indien deze
 
activiteiten
geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien
de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet
vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit
licentieverleningsovereenkomsten erkend op het
ogenblik dat de zeggenschap over de licentie
getransfereerd wordt.
 
Indien de opbrengsten over een
bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-
methode als de beste methode wordt beschouwd om
de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de
klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn
bij de toepassing van deze methode, met name bij het
inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In
dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op
basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis
en vooruitgang van de te verstrekken dienst.
Schattingen worden op continue basis opnieuw
beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt
de input-methode in de meeste gevallen de meest
getrouwe weergave van
 
de overdracht van de dienst
aan de klant. Voor licenties die gebundeld worden met
andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings-
 
of
productiediensten) zal de Groep een beoordeling
maken over het feit of de gecombineerde
prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald
moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien
de opbrengsten over een bepaalde periode worden
erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de
diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een
beoordeling maken bij het toewijzen van de
verschillende componenten van de transactieprijs aan
de verschillende prestatieverplichtingen in geval er,
naast de overdracht van de licentie, ook andere
prestatieverplichtingen in de
licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn.
Opbrengstenerkenning voor
licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg
gebaseerd op de specifieke voorwaarden die
verbonden zijn aan elke
licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden
dat kasontvangsten aanvankelijk
 
geboekt worden als
contractuele verplichtingen en dan overgeboekt
worden naar de opbrengsten in de volgende
verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden
die in de overeenkomst vermeld worden.
 
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
 
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als
aangehouden voor verkoop of die verkocht werden,
worden gepresenteerd als beëindigde
bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst-
 
en
verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een
afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of
geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel
uitmaken van één enkel gecoördineerd
desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming
zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te
worden doorverkocht. De inschatting van wat een
afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt
geval per geval en hangt af van de grootte van de
bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten,
brutowinst of totale waarde van activa en
verplichtingen in vergelijking met de totale
bedrijfsactiviteiten van de Groep.
 
Leaseovereenkomsten
 
Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het
management rekening met alle feiten en
omstandigheden die een economisch voordeel inhouden
bij het uitoefenen van een optie om een contract te
verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt
herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een
significante wijziging in de omstandigheden voordoet die
een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende
het huidige boekjaar was er geen materiële financiële
impact als een gevolg van de herziening van
leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van
opties om een contract te verlengen of te beëindigen,
weer te geven.
 
4.2 Kritische boekhoudkundige schattingen en
veronderstellingen
De opstelling van de jaarrekening in
overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd
door de Europese Unie, vereist dat de directie
schattingen en veronderstellingen maakt die
invloed hebben op de gerapporteerde bedragen
van activa en verplichtingen, de toelichting van
voorwaardelijke activa en verplichtingen op de
datum van de jaarrekening en de
gerapporteerde bedragen van opbrengsten en
kosten tijdens de verslagperiode. De directie
baseert haar schattingen op ervaring en cijfers
uit het verleden evenals verscheidene andere
veronderstellingen die worden geacht redelijk
te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan
de resultaten de basis vormen voor de
gerapporteerde bedragen van opbrengsten en
kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit
andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen
per definitie afwijken van deze schattingen.
Schattingen en veronderstellingen worden
periodiek herzien en de effecten van
herzieningen worden in de jaarrekening
weerspiegeld in de periode waarin ze geacht
worden noodzakelijk te zijn.
4.2.1 Omzetreducties
De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte
verkoopretouren, terugvorderingen (charge
 
-backs)
en andere rabatten, inclusief de programma’s
“Medicaid Drug Rebate” en “Federal Medicare” in
de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten
 
in
andere landen. Dergelijke schattingen zijn
gebaseerd op analyses van bestaande contractuele
verplichtingen of wetgevingen, historische trends
en op de ervaring van de Groep. De directie is van
oordeel dat de totale toerekeningen voor deze
items volstaan, op basis van de momenteel
beschikbare informatie en interpretatie van
relevante regelgeving. Aangezien deze
verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van
de directie, kunnen de werkelijke verminderingen
afwijken van deze schattingen. Deze verschillen
kunnen van invloed zijn op de accruals die in de
balans worden opgenomen in toekomstige periodes
en bijgevolg op het niveau van de omzet die in
toekomstige periodes in de winst-
 
en
verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een
tijdsverschil bestaat van verschillende maanden
tussen het boeken van de schatting en de
werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen
worden de kortingen, rabatten en andere
verminderingen die op de factuur worden vermeld
in de winst-
 
en verliesrekening opgenomen als een
onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De
verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten
 
en
kortingen die niet op de factuur vermeld worden,
worden geschat en in de balans in de toepasselijke
accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken
 
van
de omzet. Alle omzetreducties worden beschouwd
als deel uitmakend van de variabele vergoeding die
begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de
variabele vergoeding die begrepen is in de
transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale
transactieprijs de prijs is die door het management
wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan
beperkingen.
 
4.2.2 Immateriële activa en goodwill
De Groep heeft immateriële activa met een
boekwaarde van € 3 159 miljoen (Toelichting 20) en
goodwill met een boekwaarde van € 5 173 miljoen
(Toelichting 21). De immateriële activa worden
 
lineair
afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment
dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start
van de commercialisering van de gerelateerde
producten). De directie schat dat de economische
gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks-
 
en
ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat
deze producten genieten van de patentbescherming of
de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële
activa die verworven worden door een
bedrijfscombinatie en die producten bevatten die
gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen
patentbescherming of exclusiviteit van gegevens
bestaat, schat de directie dat de economische
gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze
producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen
realiseren. Deze immateriële activa en goodwill worden
regelmatig getoetst op bijzondere
waardeverminderingen en telkens wanneer er een
aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere
waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik
beschikbare immateriële activa en goodwill worden
minstens jaarlijks getest op bijzondere
waardeverminderingen. Om te beoordelen of er sprake
is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren
de schattingen op basis van de verwachte toekomstige
kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun
eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen
 
worden
dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing
van een gepaste disconteringsvoet die de risico’s
 
en
onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde
kasstromen weerspiegelt. De werkelijke
 
resultaten
kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen
 
van
verdisconteerde toekomstige kasstromen.
 
Factoren
zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie,
technische veroudering of rechten die lager liggen dan
verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de
ucbsa-2021-12-31p212i0
economische gebruiksduur en tot bijzondere
waardeverminderingen. De Groep paste de volgende
basisveronderstellingen toe voor de berekening van
 
de
“bedrijfswaarde”,
 
die vereist is voor de test op
bijzondere waardeverminderingen van immateriële
activa en goodwill op het einde van het jaar:
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de
belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na
belastingen gebruikt in de testen op bijzondere
waardeverminderingen. De directie is van mening dat het
gebruik van de disconteringsvoet na belastingen
overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een
disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op
kasstromen vóór belastingen.
4.2.3 Milieuvoorzieningen
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor
milieusanering aangelegd die beschreven staan in
Toelichting 34. De belangrijkste elementen van
 
de
milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde
sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om
vervuiling op sommige andere sites te behandelen,
vooral diegene die verband houden met de afgestoten
chemische en filmactiviteiten van de Groep. Toekomstige
kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een
aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van
aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze
aangetast waren), de methode en omvang van het
milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de
Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten
van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen.
Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het
inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet
worden gegarandeerd dat er geen extra kosten
 
zullen zijn
naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De
impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten
van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden
vanwege de onzekerheid betreffende
 
het bedrag en de
timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van
toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen
zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de
toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.
4.2.4 Personeelsbeloningen
De Groep heeft momenteel talrijke
toegezegdpensioenregelingen die beschreven staan
in Toelichting 33. De berekening van
 
de activa of
verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is
gebaseerd op statistische en actuariële
veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval
voor de contante waarde van de brutoverplichting
uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die
beïnvloed wordt door veronderstellingen met
betrekking tot de discontovoeten die gebruikt
worden om tot de contante waarde van
toekomstige pensioenverplichtingen te komen en
veronderstellingen over toekomstige
 
stijgingen
van salarissen en beloningen. Verder maakt de
Groep gebruik van statistische veronderstellingen
inzake toekomstige terugtrekkingen
 
van
deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake
de levensverwachting. De gebruikte actuariële
veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de
werkelijke resultaten vanwege
 
wijzigingen in de
markt- en economische omstandigheden, een
hoger of lager personeelsverloop, langere of
kortere levensverwachting van deelnemers en
andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.
Deze verschillen zouden een invloed kunnen
hebben op de activa of verplichtingen die in de
toekomst in de balans zullen worden geboekt.
4.2.5 Belastingposities
De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar
vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving
van toepassing is. De Groep werkt constructief mee
met de fiscale autoriteiten. Waar nodig worden
consultants en juridische adviseurs geraadpleegd
om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en
principes. De posities met betrekking tot de
inkomstenbelasting worden als gefundeerd
beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om
uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt
evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn
en interpretaties bevatten van complexe
 
fiscale
wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die
zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De
Groep beoordeelt deze posities op basis van
technische aspecten en dit op een regelmatige basis
gebruik makend van alle beschikbare informatie
(wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde
praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op
basis van de huidige staat van besprekingen met de
fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een
verplichting wordt opgenomen voor elk item
waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan
standhouden bij onderzoek door de fiscale
autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen
om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op
basis van alle relevante informatie. De verplichting
wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke
uitkomst voor kwesties in verband met
vennootschapsbelasting of de verwachte waarde
voor kwesties in verband met
vennootschapsbelasting en verrekenprijzen,
afhankelijk van welke methode verwacht wordt een
betere voorspelling te geven van de uitkomst van
elke onzekere
 
belastingpositie, met het oog op het
weergeven van de waarschijnlijkheid dat een
aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze
inschattingen zijn gebaseerd op feiten en
omstandigheden die bestaan op het einde van de
verslagperiode. De belastingverplichting en kost
inzake winstbelastingen bevatten
 
boetes en
nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale
geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar
aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend
wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis
van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat
een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan
voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één
of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt
berekend als de verwachte waarde (in verband met
kwesties inzake verrekenprijzen)
 
van de
recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting
in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het
Onderling Overleg of Arbitrageprocedure. De Groep
heeft een netto uitgestelde belastingvordering van
€ 501 miljoen erkend (Toelichting 32). De opname
van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd
op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende
fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst
waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen
kan worden afgezet.
 
Indien de tijdelijke verschillen
betrekking hebben op verliezen of overdraagbare
belastingattributen (zoals innovatieaftrek), wordt
de beschikbaarheid van voldoende verwachte
belastbare winsten om met de belastingattributen
te compenseren, ook in overweging genomen.
Belangrijke elementen die het management heeft
beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van
uitgestelde belastingvorderingen met betrekking
tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden
gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu
winsten worden gemaakt en waarvan verwacht
wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten
zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft
het management de beste inschatting gemaakt van
de juiste waarde van deze activa hetgeen de
inschatting omvat van de lengte van de toekomstige
periode die gebruikt dient te worden voor
dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen
worden geval per geval gemaakt rekening houdend
met de oorsprong en aard van de verwachte
inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen
van de betrokken entiteiten, en dit entiteit per
entiteit, maar deze periode overschrijdt in de
meeste gevallen niet de periode van vijf jaar.
Verschillen in de verwachte belastbare winst en de
werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de
verwachte toekomstige belastbare winsten zouden
de uitgestelde belastingvorderingen die in
toekomstige perioden worden erkend, kunnen
beïnvloeden. Er werden geen materiële uitgestelde
belastingvorderingen erkend voor entiteiten die
momenteel nog steeds verlieslatend zijn of die hun
belastingattributen niet gebruiken. Gelet op de
internationale ontwikkelingen inzake
belastinghervorming, beoordeelt het management
de impact van de aanstaande internationale
belastinghervorming van de OESO ("Tax Challenges
arising from the Digitalization of the Economy") op
de opname en waardering van uitgestelde
belastingvorderingen. Gezien het ontbreken van
wetgeving in de landen waar UCB actief is, heeft dit
momenteel geen effect.
4.2.6 Waardering van immateriële activa en
gerelateerde uitgestelde belastingen verworven in
bedrijfscombinaties
Activa die zijn geïdentificeerd als gevolg van een
bedrijfscombinatie worden gewaardeerd met
inachtneming van het concept van het hoogste en
beste gebruik, overeenkomstig IFRS 13,
Waardering tegen reële waarde, en IFRS 3,
Bedrijfscombinaties, vanuit het oogpunt van een
marktdeelnemer.
 
Om de bestaande lopende
onderzoeks-
 
en ontwikkelingsproducten te
waarderen op de effectieve datum van de
bedrijfscombinatie, wordt de “multiperiod excess
earnings”-methode gebruikt, een variante van de
inkomstenbenadering die de waarde van een
immaterieel actief raamt op basis van de contante
waarde van de incrementele kasstromen na
belastingen (of “excess earnings”) die enkel aan
het immaterieel actief kunnen worden
toegeschreven. Als basis voor deze waardering
wordt gebruik gemaakt van door de directie
opgestelde prospectieve financiële informatie
voor de verwachte inkomsten in verband met de
IPR&D. lopende onderzoeks-
 
en
ontwikkelingsproducten. Deze prospectieve
financiële informatie heeft meer bepaald
betrekking op inkomsten, kosten van verkochte
goederen, onderzoeks-
 
en ontwikkelingskosten,
distributie-, verkoopsen marketinguitgaven,
algemene en administratieve kosten en
waarschijnlijkheid van technisch en regelgevend
succes (Probability of Technical and Regulatory
Success, PTRS) die specifiek zijn voor de lopende
onderzoeks-
 
en ontwikkelingsproducten. De
vaststelling van deze PTRS is gebaseerd op
benchmarks en interne analyse. Andere
hypothesen hebben betrekking op de
belastingvoet en het
belastingafschrijvingsvoordeel, de gebruiksduur
en de disconteringsvoet. De reële waarde van de
lopende onderzoeks-
 
en ontwikkelingsproducten
wordt beschouwd als af te schrijven voor
inkomstenbelastingdoeleinden vanuit het
standpunt van een marktdeelnemer.
 
De contante
waarde van het belastingvoordeel uit de
afschrijving van de activa wordt opgeteld bij de
contante waarde van de incrementele kasstromen
na belastingen om te komen tot de
geïndiceerdeaangegeven waarde van de
IPR&Dactivalopende onderzoeks-
 
en
ontwikkelingsproducten. De omvang van de
disconteringsvoet die op de verwachte
kasstromen wordt toegepast, houdt verband met
de huidige kapitaalkosten. De gebruikte
disconteringsvoet is een raming van de gewogen
gemiddelde kapitaalkost. Alle prospectieve
financiële informatie, PTRS en andere aannames
worden per geval beoordeeld, rekening houdend
met alle specifieke omstandigheden. De
werkelijke uitkomsten
 
kunnen sterk afwijken van
dergelijke veronderstellingen en kunnen van
invloed zijn op de waarde van de immateriële
activa en de daarmee samenhangende uitgestelde
belastingen in toekomstige perioden. Ten
 
minste
eenmaal per jaar en telkens wanneer er een
aanwijzing is dat er een bijzondere
waardevermindering zou kunnen bestaan, wordt
er een test op bijzondere waardeverminderingen
uitgevoerd. Zie ook Toelichting 4.2.2 Immateriële
activa en goodwill.
4.2.7 Beoordeling van de zeggenschap over een
investering ingeval meer dan 50% van de aandelen in
handen is van minderheidsbelangen
Om te beoordelen of UCB al dan niet zeggenschap
heeft over een investering ingeval meer dan 50%
van de aandelen in handen is van
minderheidsbelangen, worden alle contractuele
regelingen tussen UCB en de investering in
overweging genomen, alsook de opzet en het doel
van de investering, de bevoegdheid om de
relevante activiteiten van de investering te
 
sturen,
de contractuele risicodeling alsook de macht van
UCB ten opzichte van de minderheidsbelangen om
het rendement van de investering te beïnvloeden.
5. Financieel risicobeheer
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële
risico’s die voortvloeien uit haar onderliggende
activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten. Deze
financiële risico’s bestaan uit marktrisico’s
 
(waaronder
valutarisico’s, renterisico’s
 
en prijsrisico’s),
kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.
 
Deze toelichting
geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan
en het beheer van de bovengenoemde risico's en over
het kapitaalbeheer van de Groep.
5.1 Marktrisico
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de
marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten
 
en
beurskoersen, de winst- en verliesrekening
 
van de
Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen
zouden beïnvloeden. Het doel van het
marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico’s
te beheren en in de hand te houden. De Groep legt
financiële derivaten aan en gaat ook financiële
verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om
het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de
Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om
volatiliteit in de winst-
 
en verliesrekening te beheren.
De Groep heeft als beleid en praktijk om geen
derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve
doeleinden.
 
5.1.1 Valutarisico
 
De Groep is over de hele wereld actief en is
blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta’s
die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte
nettowinst en financiële positie. De Groep beheert
actief haar posities in vreemde valuta’s en sluit, indien
van toepassing, transacties af die gericht zijn op het
behoud van de waarde van bestaande activa en
verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep
gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-
currency swaps ter afdekking van bepaalde
deviezenstromen en financieringstransacties waartoe
zij zich heeft verbonden of die zij verwacht. De
instrumenten die gekocht worden ter afdekking van
blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in
Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en
Zwitserse frank, d.w.z.
 
de valuta’s waarin de Groep haar
grootste risico’s
 
loopt. Het beleid van de Groep voor
financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te
dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in
vreemde valuta naar de functionele valuta van de
relevante dochterondernemingen, alsook om de impact
af te dekken van koersschommelingen op de verwachte
kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit
voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden.
De Groep heeft bepaalde investeringen in
bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-
activa blootgesteld zijn aan het risico van de
omrekeningsverschillen van vreemde valuta’s.
 
De
omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie
van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van
buitenlandse dochterondernemingen van de Groep
alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in
buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-
investeringen worden weergegeven als cumulatieve
omrekeningsverschillen in het geconsolideerd
mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de
Groep.
5.1.2 Effect van koersschommelingen
 
Per 31 december 2021 zou de impact op het eigen
vermogen en op de winst na belastingen over het jaar
als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was
versterkt of verzwakt ten opzichte van
 
de volgende
valuta’s, met behoud van alle andere variabelen,
gebaseerd op de uitstaande saldi voor de valuta en
afdekkingsinstrumenten op die datum:
ucbsa-2021-12-31p216i0 ucbsa-2021-12-31p216i1
5.1.3 Rentevoetrisico
 
Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in
renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit
rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast
kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van
bepaalde financiële activa, verplichtingen en
instrumenten, zoals beschreven in het volgende
onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De
rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten
van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals
beschreven in Toelichtingen 29 en 30. De Groep maakt
gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico
te beheren, zoals beschreven in Toelichting
 
39. De
Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten
(renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële
waardeafdekkingen, tegen vastrentende
 
financiële
activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële
instrumenten als de afgedekte positie zijn geboekt
tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-
 
en verliesrekening.
In 2021 werden alle wijzigingen in reële waarde uit
rentevoetderivaten toegewezen
 
aan verplichtingen van
de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen
vermogen volgens IFRS 9.
 
5.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten
Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten
op balansdatum zou het eigen vermogen met
€ 5 miljoen hebben verhoogd (2020: € 10 miljoen); een
verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou
het eigen vermogen met € 5 miljoen hebben doen
dalen (2020: € 11 miljoen). Een verhoging of verlaging
van de rentevoeten met 100 basispunten op
balansdatum zou geen impact gehad hebben op de
winst-
 
en verliesrekening (2020: € 0 miljoen) Alle
rentevoetafdekkingen worden onder IFRS 9 aangemerkt
als kasstroomafdekkingen of reële-waardeafdekkingen
en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale
afdekkingsinefficiëntie, het resultaat van een
verandering in de rentevoetcurve geboekt via het eigen
vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de
herwaardering via de winst-en-verliesrekening van de
afgedekte positie. Het betreft hier allemaal
berekeningen vóór belastingen.
 
5.1.5 Overige risico’s in verband met de marktprijs
 
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële
activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het
nettoresultaat of de financiële positie van de Groep
beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van
toepassing, worden voor contractuele doeleinden
aangehouden, en verhandelbare effecten worden
hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden.
Het risico van waardeverlies wordt beheerd door
beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot
investering, en door continue opvolging van de
prestaties van de investeringen en wijzigingen in hun
risicoprofiel. Investeringen in aandelen, obligaties,
schuldpapieren en overige vastrentende
waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen
met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling. De
bedragen die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn
eerder onbeduidend en daarom wordt aangenomen dat
de invloed op het eigen vermogen of op de winst- en
verliesrekening van een redelijke verandering van
 
dit
marktprijsrisico verwaarloosbaar is. Zoals in 2020,
verwierf de Groep in de loop van 2021 eigen aandelen,
dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.
5.2 Kredietrisico
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de
tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of
niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen,
waardoor de Groep een financieel verlies lijdt.
Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid
van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de
inschatting van de risico’s die verbonden zijn aan
specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet,
lopende kredietbeoordeling en
klantencontroleprocedures. Onder de
handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van
kredietrisico’s van tegenpartijen, met name in de
Verenigde Staten, vanwege
 
de verkoop via
groothandelaars (Toelichting 25).
 
Voor bepaalde
kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-
Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen
afgesloten. In de Verenigde Staten
 
heeft de Groep een
financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen
afgesloten waardoor deze niet langer in de balans
dienen opgenomen te worden. Conform de algemene
voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen
enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico
met betrekking tot de overgedragen
handelsvorderingen. De blootstelling van andere
financiële activa aan kredietrisico’s wordt beheerd door
het beleid van de Groep om kredietposities te beperken
tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings
regelmatig te evalueren en voor elke individuele
tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria
die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het
investeringsbeleid zijn 217 Geïntegreerd jaarverslag
2021 gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen
die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge
kwaliteit en op een 5-jarige “Credit Default Swap”-
koers. Waar het aangewezen
 
is om het risico te
beperken, worden met de respectieve tegenpartijen
salderingsovereenkomsten afgesloten op grond van een
ISDA-raamovereenkomst (International Swaps
 
and
Derivatives Association). De maximale blootstelling aan
kredietrisico’s die voortvloeien uit financiële
activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten
beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van
financiële activa plus de positieve reële waarde van
derivaten.
5.3 Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in
staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te
komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor
liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te
zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen
beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te
komen, in normale omstandigheden, zonder
onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van
aantasting van de reputatie van de Groep. De Groep
houdt voldoende reserves van geldmiddelen en
onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan
om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te
kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over
bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde
kredietfaciliteiten. Op de balansdatum heeft de Groep
de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
 
• geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 26):
€ 1 263 miljoen (2020: € 1 336 miljoen)
 
• ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen
beschikbaar bedrag onder financieringscontract
(Toelichting 29): € 38 miljoen (2020: € 47 miljoen),
lineair degressief afgebouwd sinds 2016 tot 2025
 
• ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten
(Toelichting 29): € 1 miljard (2020: € 1 miljard); de
bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende
kredietfaciliteit van de Groep van € 1 miljard, vervallend
in 2025, werd per eind 2021 nog niet opgenomen
De onderstaande tabel geeft een analyse van de
contractuele vervaldagen van de financiële
verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd
volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot
de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact
van saldering. De hieronder vermelde bedragen met
betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie
van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen
.
ucbsa-2021-12-31p219i0
ucbsa-2021-12-31p220i0 ucbsa-2021-12-31p220i1
5.4 Kapitaalrisicobeheer
Het beleid van de Groep aangaande het
kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de
Groep als “going concern” veilig te stellen om
aandeelhouders verder rendement te bieden en
patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe
schuld van de Groep verder te verminderen om tot een
kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is
met die van anderen in de sector.
5.5 Schatting van reële waarde
De reële waarde van financiële instrumenten die
worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële
activa aan reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten)
is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.
De reële waarde van financiële instrumenten die niet
worden verhandeld op een actieve markt, wordt
bepaald door middel van beproefde
ucbsa-2021-12-31p221i0
waarderingstechnieken zoals
optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante
waarden van kasstromen. De Groep gebruikt
verschillende methodes en maakt veronderstellingen
die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en
krediet-
 
en verzuimrisico’s op elke balansdatum. Voor
langetermijnschulden worden marktnoteringen
gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten
worden andere methodes gebruikt om de reële waarde
te bepalen, zoals waardeberekening op basis van
contante waarde van verwachte kasstromen.
 
De reële
waarde van de renteswaps is berekend als de contante
waarde van de geschatte toekomstige kasstromen.
 
De
reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op
grond van de contante waarde van de omgewisselde
bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele
koers op de balansdatum. De boekwaarde min de
voorziening voor bijzondere waardevermindering van
handelsvorderingen en de boekwaarde van
handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde
te benaderen. De reële waarde van financiële
verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen,
wordt bepaald door middel van het verdisconteren van
de toekomstige contractuele kasstromen tegen
 
de
huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt
voor soortgelijke financiële instrumenten.
 
5.5.1 Hiërarchie van de reële waarde
 
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële
waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
 
• Niveau 1: genoteerde (niet aangepaste) prijzen op
actieve markten voor identieke activa en
verplichtingen;
 
• Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die
een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële
waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij
indirect;
 
• Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een
aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben
die niet op observeerbare marktgegevens zijn
gebaseerd.
 
Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn
recurrente reële waarde waarderingen.
5.5.2 Financiële activa aan reële waarde
ucbsa-2021-12-31p222i0 ucbsa-2021-12-31p222i1
5.5.3 Financiële verplichtingen aan reële waarde
ucbsa-2021-12-31p223i0
In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december
2021 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden
tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde
waarderingen en geen overboekingen van of naar
niveau 3 van de reële waarde waarderingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-
waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële
waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de
“verdisconteerde cash flow” of de “Black & Scholes”
methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en
publiek beschikbare marktinformatie. De reële
waarde van de door een dochteronderneming
uitgegeven warranten wordt bepaald via een
modelberekening van de verdisconteerde netto
contante waarde van de geschatte kasuitstromen.
 
Op
31 december 2021 waren alle bedragen betaald en is
de waarde tot nul teruggebracht. De wijziging in
reële waarde, erkend in de winst-
 
en verliesrekening,
bedraagt € 0 miljoen (2020: € 1 miljoen)
en is opgenomen in overige financiële kosten
(Toelichting 17). De volgende tabel laat de
wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten:
5.6 Saldering van financiële activa en financiële
verplichtingen
Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn
aan een afdwingbare salderings-
 
of soortgelijke
raamovereenkomst worden de financiële activa en
financiële verplichtingen bruto in de balans
opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze
netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties
hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn
aan een afdwingbare salderings-
 
of soortgelijke
raamovereenkomst en die niet op een netto basis
zijn opgenomen in de balans. De onderstaande
tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien
die onderhevig zijn aan afdwingbare
salderingsraamovereenkomsten:
ucbsa-2021-12-31p224i0 ucbsa-2021-12-31p224i1
Met de respectieve tegenpartijen zijn
ISDAraamovereenkomsten (International
 
Swaps and
Derivatives Association) afgesloten die de
compensatie van financiële activa en passiva mogelijk
maken. Dit is van toepassing op de reële waarde-
afwikkeling in geval van niet betaling, maar geldt niet
op de afsluitdatum 31 december 2021. De
onderstaande tabellen laten financiële activa en
verplichtingen zien die onderhevig zijn aan
afdwingbare salderingsovereenkomsten:
6. Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl.
biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke
bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De
belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het
Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten
en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op
ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment
opereert. Hierna volgt informatie voor het geheel van
de onderneming over de netto-omzet per product,
de geografische markten en de opbrengsten afkomstig
van de belangrijkste klanten.
 
ucbsa-2021-12-31p226i0
6.1 Omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
 
ucbsa-2021-12-31p227i0 ucbsa-2021-12-31p227i1
6.2 Geografische informatie
 
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten
 
zich bevinden:
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich
bevinden:
 
 
ucbsa-2021-12-31p228i0
6.3 Informatie over belangrijke klanten
 
UCB heeft 3 klanten die individueel meer dan 10%
van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor
2021 en 2020:
 
• Mckesson,
VS
, waarvoor de netto-omzet 2021
€ 890 miljoen bedraagt (16% van de totale netto-
omzet) (2020: € 803 miljoen, 16% van de netto-
omzet)
 
• Cardinal Health, VS, waarvoor de netto-omzet 2021
€ 753 miljoen bedraagt (14% van de totale netto-
omzet) (2020: € 674 miljoen, 13% van de netto-
omzet)
 
• Amerisourcebergen Corp, VS, waarvoor de netto-
omzet 2021 € 660 miljoen bedraagt (12% van de
totale nettoomzet) (2020: € 617 miljoen, 12% van de
netto-omzet).
7. Opbrengsten uit contracten
 
aangegaan met klanten
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en
verliesrekening:
 
ucbsa-2021-12-31p229i0 ucbsa-2021-12-31p229i1
7.1 Uitsplitsing van opbrengsten uit contracten
 
aangegaan met klanten
 
7.2 Contractuele activa en verplichtingen
De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde
contractuele activa. De opbrengstgerelateerde
contractuele verplichtingen hebben vooral betrekking
op nog niet vervulde prestatieverplichtingen
resulterend uit licentieovereenkomsten met Otsuka,
Genentech en Novartis (zie hieronder). Deze
verplichtingen zijn voornamelijk toegenomen wegens
de nieuwe ontwikkelings-, licentie- en
ucbsa-2021-12-31p230i0
commercialiseringsovereenkomst die in de loop van het
jaar tussen UCB en Novartis Pharma AG werd gesloten..
De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten
die in de huidige verslagperiode werden erkend,
opgenomen was in het saldo van contractuele
verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel
van de opbrengsten betrekking heeft op
prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden
werden vervuld.
Het management verwacht dat 18% van de
transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde
ontwikkelingsovereenkomsten per 31 december 2021,
erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende
verslagperiode. Naar schatting zal 19% in 2023 worden
opgenomen en de resterende 63% in de boekjaren
2024 tot en met 2030. De bedragen die hierboven
werden opgenomen, omvatten geen variabele
vergoeding die beperkt is. De nog na te komen
prestatieverplichtingen betreffen
ontwikkelingsactiviteiten die in de komende jaren
moeten worden uitgevoerd. Alle andere ontwikkelings-,
productie-
 
of overige dienstenovereenkomsten gelden
voor een periode van een jaar of korter of worden
gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals
toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die
is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten
niet toegelicht. Er werden geen activa erkend voor
gemaakte kosten om een contract na te komen.
8. Bedrijfscombinaties
Zoals vermeld in het geïntegreerd jaarverslag 2020,
had UCB de toewijzing van de aankoopprijs afgerond
voor de overname van Ra Pharmaceuticals Inc, een
Amerikaans klinisch biofarmaceutisch bedrijf,
gevestigd in Cambridge, Massachusetts, door UCB
overgenomen op 2 april 2020, alsook voor de
overname van Engage Therapeutics Inc, een klein,
privaat aangehouden Amerikaans bedrijf, door UCB
overgenomen op 5 juni 2020. Er gebeurden geen
wijzigingen aan deze toewijzingen van de
aankoopprijs in 2021.
ucbsa-2021-12-31p231i0
9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten
 
en activa en verplichtingen van een
 
groep
activa die wordt afgestoten,
 
geclassificeerd als aangehouden voor
 
verkoop
9.1 Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Voor 2021 bedraagt de winst uit beëindigde
bedrijfsactiviteiten € 3 miljoen (0 miljoen voor 2020)
en heeft hoofdzakelijk betrekking op de terugname
van ongebruikte bedragen van de Tecumseh
 
(VS)-
voorziening in verband met de filmactiviteiten voor €
4 miljoen, gedeeltelijk gecompenseerd door extra
kosten voor een milieuvoorziening in verband met de
vroegere film- en chemische activiteiten in België
voor € 1 miljoen.
9.2 Activa en verplichtingen van een groep activa die wordt
 
afgestoten, geclassificeerd als
aangehouden voor verkoop
 
De activa en verplichtingen van een groep activa die
wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden
voor verkoop op 31 december 2021 hebben
voornamelijk betrekking op voorraden na de
afstoting van niet-kernproducten
 
uit de gevestigde
merken portfolio. Aangezien niet alle
marktvergunningen reeds aan de koper zijn
overgedragen, is UCB in sommige landen nog steeds
eigenaar van de voorraden voor deze afgestoten
niet-kernproducten van gevestigde
 
merken. Er werd
geen afwaarding geboekt op deze voorraad. De
activa van een groep activa die wordt afgestoten,
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per
31 december 2020 hebben ook betrekking op de
voorraad na de afstoting van niet-kernproducten
 
uit
de gevestigde merken portfolio.
10. Overige opbrengsten
 
In de loop van 2021 ontving UCB mijlpaalbetalingen en
terugbetalingen van verschillende partijen,
voornamelijk van:
 
• Chiesi voor de verkoop van wereldwijde exclusieve
rechten van TG2-Zampilimab;
 
• Biogen voor de gezamenlijke ontwikkeling van
antilichaam dapirolizumab pegol;
 
• Roche en Genentech voor de wereldwijde
ontwikkeling en commercialisering van Bepranemab;
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten
houden voornamelijk verband met het afsluiten van
loonfabricageovereenkomsten na de afstoting
 
van
gevestigde merken.
11. Operationele kosten
 
volgens aard
 
De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst-
 
en verliesrekening worden geboekt met
een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
 
ucbsa-2021-12-31p232i0 ucbsa-2021-12-31p232i2 ucbsa-2021-12-31p232i1
12. Kosten voor personeelsbeloningen
 
 
13. Overige bedrijfsbaten/
 
-lasten
 
Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met
Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van
EVENITY® bedroeg € 151 miljoen baten (in vergelijking
met € 96 miljoen baten in 2020). Alle doorrekeningen
van kosten voor ontwikkeling en commercialisering
naar/van Amgen worden geclassificeerd als overige
bedrijfsbaten/lasten. De equivalent totale netto
doorrekeningen per 31 december 2021 bestaan uit
€ 162 miljoen marketing-
 
en verkoopbaten
(€ 98 miljoen in 2020) en € -11 miljoen
ontwikkelingskosten (€ -2 miljoen in 2020). De
voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op btw-
risico’s en risico’s
 
gelinkt aan de recupereerbaarheid
van subsidies.
14. Bijzondere waardevermindering
van niet-financiële activa
 
Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de
activa van de Groep resulteerde in de erkenning van
bijzondere waardeverminderingsverliezen op
immateriële activa ten belope van 6 miljoen euro
wegens de beëindiging van projecten (2020: € 0
miljoen). In 2021 werden geen bijzondere
waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële
vaste activa van de Groep (2020: € 0 miljoen). Op 22
april kondigde UCB haar beslissing aan om niet verder
te gaan met haar ontwikkelingsprogramma voor
immuungemedieerde necrotiserende myopathie
(IMNM) op basis van de eerste resultaten van een fase
2a-studie die zilucoplan in IMNM onderzoekt,
aangezien de resultaten van deze studie aangeven dat
zilucoplan veilig is, maar complementactivering niet
relevant is in de ziektebiologie van IMNM. Voor
zilucoplan is een evaluatie met betrekking tot eventuele
bijzondere waardevermindering gemaakt, maar
aangezien de boekwaarde van het actief niet hoger was
dan de realiseerbare waarde, heeft het management
besloten dat er geen bijzondere waardevermindering
nodig is. Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één
van de basisveronderstellingen waarop het
management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van
de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding
kunnen geven tot een boekwaarde die zijn
realiseerbare waarde overschrijdt.
15. Reorganisatiekosten
 
De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten
 
op 31 december 2021 bedragen € 21 miljoen (2020:
€ 20 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting. De opgenomen
voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72.
 
16. Overige baten/lasten
De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden
lasten van € 7 miljoen (2020: lasten van € 102 miljoen)
en omvatten de volgende posten:
 
• Verlies op afstoting: € 1 miljoen in 2021 met
betrekking tot de verkoop van Alprostadil in Duitsland
(€ 37 miljoen winst in 2020). Er werd ook een winst van
€ 16 miljoen geboekt in 2020 met betrekking tot de
afstoting van NIFEREX®-
 
franchise (ijzersupplement) in
China.
 
• Overige lasten: € 6 miljoen in 2021, voornamelijk
gerelateerd aan cumulatieve wisselkoersverschillen
 
bij
liquidatie, de voorziening voor Distilbène en juridische
kosten met betrekking tot intellectuele eigendom
(2020: € 155 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan
kosten voor de overname van Ra Pharma (€ 95
miljoen), de voorziening voor Distilbène en juridische
kosten met betrekking tot intellectuele eigendom).
ucbsa-2021-12-31p234i0
17. Financiële opbrengsten en
 
financiële kosten
 
ucbsa-2021-12-31p235i0
18. Income tax expense (-)/credit
 
Het theoretische belastingpercentage bedraagt 19%
in vergelijking met 21% vorig jaar.
 
De effectieve
belastingvoetHet effectief belastingpercentage van
14% is iets hoger dan voorgaand jaar en vloeit voort
uit een kost voor wat betreft de winstbelasting die
over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed
voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De
voornaamste drijfveren voor dit belastingpercentage
kunnen als volgt worden samengevat:
 
Over de verslagperiode verschuldigde
winstbelasting:
 
• De impact van fiscale stimulansen voornamelijk
met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling in
belangrijke jurisdicties.
 
• Het belastingeffect van eenmalige IP-reorganisaties
(Intellectual Property) of reorganisaties van juridische
entiteiten in voorgaande jaren.
 
Uitgestelde winstbelasting:
• Een stijging van het belastingpercentage met
betrekking tot de bewegingen van de uitgestelde
belastingsaldi en overdraagbare verliezen en
verrekenbare innovatieaftrek die UCB tijdens de
periode heeft gegenereerd maar waarvoor geen
uitgestelde belastingvordering kon worden erkend.
 
• Erkenning van bijkomende uitgestelde
belastingvorderingen op belastingkredieten voor
onderzoek en ontwikkeling die verrekend zullen
worden ten opzichte van toekomstige belastbare
inkomsten.
Factoren die de kost voor winstbelastingen in de
toekomst zullen beïnvloeden
 
De Groep is op de hoogte van verschillende factoren
die het toekomstige effectieve belastingpercentage
van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer
bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de
verschillende landen waarin de Groep actief is, het
bedrag van niet erkende verliezen en andere
belastingattributen die in de toekomst erkend
kunnen worden als een uitgestelde
belastingvordering op de balans alsook het resultaat
van lopende en toekomstige belastingcontroles.
Bedrijfsherstructureringen, acquisities,
desinvesteringen en overige transacties kunnen ook
ucbsa-2021-12-31p236i0
gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor
winstbelastingen van de Groep. Wijzigingen in de
fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep
actief is alsook de impact van internationale fiscale
regelgeving kunnen ook een belangrijke impact
hebben. UCB volgt van nabij de besprekingen over de
initiatieven van de OESO inzake de fiscale
uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering van
de economie en die waarschijnlijk tegen eind 2022 in
de lokale wetgeving zullen worden opgenomen. Ook
de Amerikaanse belastinghervormingsinitiatieven
(Build Back Better plan) worden van nabij opgevolgd,
gezien UCB's aanzienlijke inkomstenvoetafdruk
 
in de
V.S. Naast
 
de OESO- en Amerikaanse ontwikkelingen
volgt UCB van nabij de fiscale ontwikkelingen in de
hele EU en in belangrijke rechtsgebieden met een
aanzienlijke omzet of O&O-voetafdruk, zoals België
en het VK.
19. Componenten van niet
 
-gerealiseerde resultaten
 
(inclusief
minderheidsbelangen)
1
 
ucbsa-2021-12-31p237i0
20. Immateriële activa
ucbsa-2021-12-31p238i0
De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in
gebruik worden genomen. De afschrijving van
immateriële activa wordt toegeschreven aan de
kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die
verband houden met compounds. De afschrijvingen
met betrekking tot software worden toegeschreven aan
de functies die deze software gebruiken. Het
merendeel van de immateriële activa van de Groep is
uit vorige overnames voortgekomen. In 2021 verwierf
de Groep immateriële activa voor een totaal van
€ 170 miljoen (2020: € 74 miljoen). Deze toevoegingen
vloeien voort uit licentieovereenkomsten, software en
gekapitaliseerdegeactiveerde in aanmerking komende
ontwikkelingskosten en kapitalisatie vangeactiveerde
externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd
 
na
goedkeuring door de regelgevende instanties.
Daarnaast activeerde de Groep € 20 miljoen (2020:
€ 17 miljoen) software en softwareontwikkelingskosten
die in aanmerking komen voor activering. In 2020
boekteerkende UCB immateriële activa voor een
bedrag van € 2 519 miljoen uit bedrijfscombinaties (zie
Toelichting 8). Afstotingen
 
in 2021 hadden
hoofdzakelijk betrekking op oude software die niet
langer werd gebruikt. Afstotingen in 2020 hadden
hoofdzakelijk betrekking op de afstoting van de
Alprostadil-licentie. In de loop van het jaar erkende de
Groep bijzondere waardeverminderingen voor een
totaal bedrag van € 6 miljoen (2020: € 0 miljoen). De
bijzondere waardeverminderingen worden nader
omschreven in Toelichting 14 en zijn in de winsten
verliesrekening opgenomen onder de rubriek
“Bijzondere waardevermindering van niet-financiële
activa”.
 
De afschrijvingskost voor de periode bedroeg
€ 188 miljoen (2020: € 215 miljoen). Er was ook een
transfer van activa voor een bedrag van € 42 miljoen
vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa.
Voorts was er een effect van de omrekening van
vreemde valuta van € 170 miljoen in 2021 (2020: € -169
miljoen). Overige immateriële activa omvatten vooral
software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze
activa worden pas afgeschreven zodra
 
ze beschikbaar
zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende
producten voor het eerst gecommercialiseerd worden)
en overgeboekt naar de rubriek licenties.
.
21. Goodwill
 
De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn
dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het
onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische
producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt
 
waarop
de goodwill wordt gemonitord. Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op
basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op
bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2020 werd toegepast.
 
Basisveronderstellingen
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag
liggen van het door het management en raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10
jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende
levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het
therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de
ucbsa-2021-12-31p239i0
verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden
 
aangepast voor specifieke risico’s en
omvatten:
 
• de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
 
• de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
 
• de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
 
• de erosie-effecten na het verstrijken van
 
octrooien.
 
Bij de vergelijking met 2020 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste
ontwikkelingen op het gebied van
 
de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien.
 
Voor de berekeningen van de “bedrijfswaarde”
 
die nodig zijn voor de test op bijzondere waardeverminderingen,
werd een disconteringsvoet van 6,05 % gebruikt.
 
Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande
prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken
met 2% in 2020. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage 234 UCB op lange termijn voor de
desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is. De meeste inkomsten en uitgaven van
 
de Groep worden geboekt
in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige
kasstromen:
Uitgaande van de risicovrije kortetermijnrente LIBOR
EUR op 6 maanden en de langetermijnrente op
generieke overheidsobligaties in de EU op 20 jaar
(2020: 20 jaar), wordt de toegepaste
disconteringsvoet bepaald op basis van de gewogen
gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen,
inclusief de benchmark op 20 jaar (2020: 20 jaar)
voor de kosten van het eigen en het vreemd
vermogen, aangepast voor de specifieke activa en
landenrisico’s die gepaard gaan met de KGE.
 
Gelet op
de aard van de sector,
 
heeft de Groep een
disconteringsvoet toegepast van 6,05% (2020:
5,93%). De disconteringsvoet wordt minstens één
keer per jaar herzien. Aangezien de kasstromen pas
na belasting worden opgenomen in de berekening
van de bedrijfswaarde van de KGE, wordt een
disconteringsvoet na belasting gebruikt om
consistent te blijven. Het gebruik van de
disconteringsvoet na winstbelasting benadert het
resultaat van het gebruik van een tarief vóór
belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er
werd een belastingvoet gehanteerd van 20% (2020:
20%). Gevoeligheidsanalyse Op basis van wat
hierboven werd beschreven, heeft het management
geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in
om het even welke basisveronderstelling voor het
bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou
leiden dat de boekwaarde van de KGE wezenlijk
hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter
informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik
maakt van een groeipercentage van 0%
gecombineerd met een disconteringsvoet onder de
18% geeft geen aanleiding tot een bijzondere
waardevermindering van de goodwill.
ucbsa-2021-12-31p240i0 ucbsa-2021-12-31p240i1
22. Materiële vaste
 
activa
Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële
vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in
onderpand gegeven ter dekking van schulden. In 2021
verwierf de Groep materiële vaste activa voor een
totaal bedrag van € 386 miljoen (2020: € 368 miljoen).
Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van
activa voor een bedrag van € 63 miljoen (2020: € 45
miljoen), vooral met betrekking tot de hernieuwing van
huurovereenkomsten voor gebouwen in de VS. € 126
miljoen hebben betrekking op de Bioplant op de site in
Braine gerapporteerd onder activa in aanbouw. Andere
verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing
van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw,
IT-hardware
 
en andere installaties en uitrusting.
Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere
waardeverminderingsverliezen erkend (2020:
bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen). De
afschrijvingskosten voor de periode bedroegen
€ 135 miljoen (2020: € 139 miljoen) en omvat de
afschrijvingen op gebruiksrechten van activa
(€ 40 miljoen).
 
Gekapitaliseerde financieringskosten
 
Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in
2021 (2020: € 0 miljoen).
23. Financiële en overige active
Voor meer informatie over de afgeleide financiële
instrumenten waarvan de reële-waardeveranderingen
via niet-gerealiseerde resultaten worden verwerkt,
verwijzen wij naar Toelichting 39. Voor
 
de financiële
activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde
kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde. De
Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.
De aandelen omvatten voornamelijk de investeringen in
Heidelberg Pharma AG, Syndesi Therapeutics SA, ExeVir
Bio BV en investeringen door UCB Ventures die
geclassificeerd werden als financiële activa aan reële
waarde met verwerking van waardeveranderingen in
niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI). Deze
investeringen worden gewaardeerd tegen
 
reële
waarde. Alle winsten en verliezen ten gevolge van
wijzigingen in reële waarde worden getoond in de
nietgerealiseerde resultaten. Per eind 2021 bedroeg het
belang van UCB in Heidelberg Pharma, Syndesi
Therapeutics SA en ExeVir Bio BV respectievelijk 3,65%,
16,45% en 17,89% (op een volledig verwaterde basis)
(2020: 3,65%, 16,45%, en 16,52%). Aangezien UCB geen
invloed van betekenis heeft in deze ondernemingen,
worden deze eigenvermogensinstrumenten
geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in niet-
gerealiseerde resultaten. De verwerving van financiële
activa aan reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten
gedurende het jaar omvatten € 19 miljoen aan
investeringen gedaan door UCB Ventures, het
risicokapitaalfonds van UCB, evenals een bijkomende
investering van € 4 miljoen in ExeVir Bio BV.
 
De winsten
op reële waardevermeerderingen verwerkt in
nietgerealiseerde resultaten hebben voornamelijk
betrekking op de stijging van de waarde van de
investeringen van het risicokapitaalfonds van UCB. De
financiële vlottende activa aan reële waarde met
verwerking van waardeveranderingen in niet-
gerealiseerde resultaten (€ 49 miljoen in 2021
tegenover € 30 miljoen in 2020) hebben betrekking op
definitief verworven langetermijnincentives toegekend
aan werknemers. Deze worden in bewaring gehouden
voor rekening van de relevante deelnemers op een
afzonderlijke effectenrekening
 
van UCB. Er is een
overeenkomstige verplichting opgenomen onder
Overige verplichtingen (Toelichting
 
35). Aangezien deze
aandelen worden aangehouden voor rekening van de
betrokken deelnemers en niet voor rekening van UCB,
worden ze niet behandeld als eigen aandelen in
overeenstemming met IAS 32.33.
23.4 Investeringen in geassocieerde
deelnemingen
 
De Groep heeft geen investeringen in geassocieerde
deelnemingen.
 
23.5 Gezamenlijke activiteiten
 
Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan
door de Groep in 2021.
 
23.6 Dochterondernemingen met materiële
minderheidsbelangen
Per 31 december 2021 zijn er geen geaccumuleerde
minderheidsbelangen. De geaccumuleerde
minderheidsbelangen bedragen per 31 december 2020
€ 1 miljoen en hebben betrekking op Edev S.à.r.l.
(”Edev”). Er zijn geen dividenden betaald aan
minderheidsbelangen noch in 2021 noch in 2020. Het in
Luxemburg gevestigde Edev was volledig eigendom van
minderheidsbelangen. Het overzicht van de financiële
informatie voor minderheidsbelangen is opgenomen in
onderstaande tabellen en is gebaseerd op de financiële
situatie voor eliminatie van de intragroepstransacties.
Edev Sàrl is opgenomen in de geconsolideerde winst-
en verliesrekening voor 2020 en 2021 tot 26 maart
2021, datum vanaf wanneer de Groep niet langer
zeggenschap heeft over deze onderneming.
 
ucbsa-2021-12-31p242i0 ucbsa-2021-12-31p242i2 ucbsa-2021-12-31p242i1
24. Voorraden
De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als
kost in “kostprijs van de omzet” bedroeg
€ 772 miljoen (2020: € 701 miljoen). Er zijn geen
voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er
voorraden die geboekt zijn tegen hun netto
realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op
voorraden bedroegen € 34 miljoen in 2021 (2020: €
16 miljoen) en zijn opgenomen in de kostprijs van de
omzet. De totale voorraad steeg met € 24 miljoen en
hield verband met de toename van de
kernproducten.
 
ucbsa-2021-12-31p243i0 ucbsa-2021-12-31p243i1
25. Handelsvorderingen en
 
overige vorderingen
 
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige
vorderingen benadert hun reële waarde. Met
betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële
waarde geacht overeen te komen met de
boekwaarde verminderd met de voorziening voor
waardeverminderingen, en voor alle andere
vorderingen benadert de boekwaarde de reële
waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.
Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de
handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in
kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese
landen, heeft de Groep kredietverzekeringen
afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke
groothandelaars in bepaalde landen. De grootste
uitstaande handelsvordering op één klant in 2021 is
16% (2020: 14%) namelijk op McKesson Corp. U.S.
 
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen
van de Groep per jaareinde is als volgt:
Op basis van historische percentages van
wanbetaling, meent de Groep dat er geen
voorziening voor waardeverminderingen nodig is
voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn.
Dit betreft 98% (2020: 91%) van het uitstaande saldo
op de balansdatum. De bewegingen in de voorziening
voor waardeverminderingen op handelsvorderingen
worden hieronder vermeld:
ucbsa-2021-12-31p244i1 ucbsa-2021-12-31p244i0
De overige categorieën binnen handels-
 
en overige vorderingen bevatten geen activa die een waardevermindering
hebben ondergaan. De boekwaarden van de handels-
 
en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende
valuta’s uitgedrukt:
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de
rapporteringsdatum is de reële waarde van elke
categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld.
De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid
aan.
 
ucbsa-2021-12-31p245i0
26. Geldmiddelen en kasequivalenten
27. Kapitaal en reserves
 
27.1 Aandelenkapitaal en uitgiftepremies
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt
€ 584 miljoen (2020: € 584 miljoen) en wordt
vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2020:
194 505 658 aandelen). De aandelen van de
Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31
december 2021 waren er 69 144 680 aandelen op naam
en 125 360 978 gedematerialiseerde aandelen. Houders
van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals
vastgesteld, en op één stem per aandeel op de
algemene aandeelhoudersvergadering van de
Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-
geplaatst kapitaal. Op 31 december 2021 bedroegen de
uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2020: € 2 030 miljoen).
 
27.2 Ingekochte eigen aandelen
 
De Groep verwierf, via UCB NV,
 
750 000 eigen aandelen
(2020: 1 200 000) voor een totaal bedrag van € 60
miljoen (2020: € 106 miljoen) en transfereerde 898 441
eigen aandelen (2020: 1 570 764) voor een totaal
bedrag van € 69 miljoen (2020: € 85 miljoen). Netto-
transfer van 148 441 eigen aandelen voor een
nettobedrag van € 9 miljoen. In 2021 verwierf of
verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van
aandelenruiltransacties (2020: 0 verworven en 0
verkocht). De Groep behield 5 331 781 eigen aandelen
waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties
op 31 december 2021 (2020: 5 480 222). Deze eigen
aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan
de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening
van aandelenopties en de toekenning van
prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend
Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.
In het lopende jaar werden geen callopties op
UCBaandelen aangekocht (2020: 0) en werden er geen
callopties uitgeoefend (2020: 0). Op 31 december 2021
hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31
december 2020: 0).
 
27.3 Overige reserves
 
De overige reserves bedragen € -56 miljoen (2020: € -
144 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de
herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van
toegezegde pensioenrechten voor € 87 miljoen,
waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op
€- 252 miljoen (2020:€ -339 miljoen) en overdracht van
reële-waardewinst met betrekking tot financiële activa
aan reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten naar
de overige reserves (€ -2 miljoen).
 
27.4 Cumulatieve omrekeningsverschillen
 
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen
vertegenwoordigt de cumulatieve
valutaomrekeningsverschillen die ontstaan
 
bij de
consolidatie van bedrijven van de Groep die andere
functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve
omvat ook de niet gerealiseerde gecumuleerde
wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van
 
de
afdekking van netto-investeringen.
28. Op aandelen gebaseerde
betalingen
De Groep heeft verschillende in
eigenvermogensinstrumenten en in geldmiddelen
afgewikkele op aandelen gebaseerde betalingen,
waaronder een aandelenoptieplan, een “Stock
Appreciation Rights”- plan (recht op de meerwaarde
op de aandelen), een aandelentoekenningsplan en
een prestatieaandelenplan om werknemers te
vergoeden voor geleverde diensten. Het
aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en
het prestatieaandelenplan worden in
eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld,
 
terwijl
het “Stock Appreciation Rights”-plan in geld
afgewikkeld wordt. Naast deze
 
plannen hanteert de
Groep ook aandelenaankoopplannen voor
werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de
Verenigde Staten alsook “fantoomaandelenplannen”.
De kosten die opgelopen worden voor deze plannen
zijn niet materieel.
 
28.1 Aandelenoptieplan en “stock appreciation
rights”-plan
 
Het governance, benoemings-
 
& remuneratiecomité
(“GNCC”) kende opties op aandelen van UCB NV toe
aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior
Executives en de hogere kaders van de UCB Groep.
De uitoefenprijs van de in het kader van deze
plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste
van de volgende twee waarden:
 
• het gemiddelde van de slotkoers van de UCB
aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode
van 30 dagen vóór het aanbod; of
 
• de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te
Brussel op de dag vóór de toekenning.
 
Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd
 
voor
die begunstigde werknemers die onderworpen zijn
aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs
vereist om van een verminderde belasting te kunnen
genieten. De opties worden uitoefenbaar na een
wachtperiode van drie jaar, behalve voor de
rechthebbende werknemers die onderworpen zijn
aan wetgeving die een langere wachtperiode vereist
om van een lager belastingtarief te kunnen genieten.
Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen
zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij
overlijden of pensioen van een werknemer of in het
geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de
toekenning belastingen werden betaald, blijven de
opties verworven. De Groep is niet verplicht om de
opties terug te kopen of te vereffenen
 
in geld. De
opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij
overlijden).
 
UCB Het “Stock Appreciation Rights”(SARs)-plan
heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan,
behalve dat het voor UCB-werknemers in de
Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt
afgewikkeld in geldmiddelen.
 
28.2 Aandelentoekenningsplan
 
Het “GNCC” kende gratis aandelen van UCB NV toe
aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior
Executives en de hogere en middenkaders van de
UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend
werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de
dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden
verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de
toekenningsdatum. De toegekende aandelen
vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij
pensionering of overlijden, in welk geval zij
onmiddellijk onvoorwaardelijk worden. De
begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens
de wachtperiode.
 
28.3 Prestatieaandelenplan
 
Het “GNCC” kende prestatieaandelen toe aan de
Senior Executives voor specifieke doelstellingen in
overeenstemming met de strategische prioriteiten
van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden
aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in
dienst moet blijven (de wachtperiode) om de
prestatieaandelen definitief te verwerven en het
aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het
einde van de wachtperiode op basis van de prestaties
van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen.
De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van
de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in
welk geval zij onmiddellijk onvoorwaardelijk worden.
De begunstigde heeft geen recht op dividenden
tijdens de wachtperiode.
 
28.4 Fantoomaandelenoptie-, -
aandelentoekennings-
 
en -
prestatieaandelenplannen
De Groep heeft ook plannen voor
fantoomaandelenopties,
fantoomaandelentoekenningen en
fantoomprestatieaandelen (collectief
“fantoomaandelenplannen” genoemd). Deze
“fantoomaandelenplannen” worden toegekend aan
bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract
hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van
de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de
aandelenoptie-, aandelentoekennings- en
prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve
wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december
2021 waren er 262 deelnemers (2020: 665) voor deze
plannen en de kost voor deze op aandelen
gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.
 
28.5 Aandelenaankoopplan voor Noord-
Amerikaanse medewerkers.
Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB
verbonden ondernemingen in Noord Amerika de
kans te bieden gewone aandelen van de Groep te
kopen. Aandelen worden gekocht met een korting
van 15% die wordt gefinancierd door UCB.
Werknemers sparen een bepaald percentage van hun
salaris door looninhouding en de aandelen worden
aangekocht met de bijdragen van de werknemer,
 
na
belastingen. De aandelen worden aangehouden door
een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op
naam van de medewerker.
 
De beperking op
deelname van de werknemers aan dit plan is als
volgt:
 
• tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke
deelnemer;
 
• USD 25 000 per jaar per deelnemer;
 
• maximaal USD 10 miljoen in totaal in eigendom van
Noord-Amerikaanse werknemers in alle vormen van
aandelenplannen over een voortschrijdende periode
van 12 maanden.
Per 31 december 2021 had het plan 864 deelnemers
(2020: 819). Er zijn geen specifieke
toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op
aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
 
28.6 Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk
 
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit
van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd
Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een
bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en
UCB biedt één gratis aandeel voor elk aandeel dat
iedere deelnemer koopt. De aandelen worden
aangehouden op een rekening op naam van de
medewerker door een onafhankelijke vennootschap
die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen
aan het plan zijn beperkt tot het laagste van
volgende bedragen: • 10% van de vergoeding van
elke deelnemer;
 
• GBP 1 800 per jaar per deelnemer. Per 31
december 2021 had het plan 394 deelnemers (2020:
360) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde
betalingsplan is immaterieel.
28.7 Kost voor op aandelen gebaseerde betalingen
De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 109 miljoen (2020: € 81 miljoen),
en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:
 
ucbsa-2021-12-31p248i0 ucbsa-2021-12-31p248i1
28.8 Aandelenoptieplannen
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per
31 december zijn:
 
ucbsa-2021-12-31p249i0 ucbsa-2021-12-31p249i1
De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel. De volatiliteit werd
voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar.
De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties.
Het verwachte percentage voor opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke
 
personeelsverloop in de
categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties. De belangrijkste veronderstellingen
die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2021 en 2020
zijn:
28.9 Stock appreciation rights (S.A.R.’S)
 
plan
De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2021
zijn in de onderstaande tabel terug te vinden. De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt
bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd
op elke rapporteringsdatum.
 
ucbsa-2021-12-31p250i0 ucbsa-2021-12-31p250i2 ucbsa-2021-12-31p250i1
28.10 Aandelentoekenningsplan
De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt
gespreid over de wachtperiode van drie jaar.
 
De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de
wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
28.11 Prestatieaandelenplan
De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
ucbsa-2021-12-31p251i0
29. Leningen
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
Op 31 december 2021 was de gewogen gemiddelde
rentevoet van de Groep
 
gelijk aan 1,30% (2020: 1,84%) vóór
hedging. Betalingen van variabele rente
 
zijn aan aangemerkte
kasstroomafdekkingen
 
onderhevig en betalingen van vaste
rente zijn aan aangemerkte reële-waardeafdekkingen
onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet
voor de Groep uitkomt op 1,05% (2020: 1,54%) na hedging.
De vergoedingen die betaald werden voor
 
de regeling van de
obligaties (Toelichting
 
30) en de gewijzigde
faciliteitsovereenkomst
 
worden afgeschreven
 
over de
levensduur van de instrumenten. Waar
 
dit onder hedge
accounting van toepassing is, wordt de reële
 
waarde van de
langlopende leningen bepaald op basis van de contante
waarde van de betalingen van de
 
schuldinstrumenten, aan de
hand van de toepasselijke rentecurve
 
en de kredietspread van
UCB voor de verschillende valuta’s.
 
Aangezien de
bankleningen een variabele rentevoet dragen
 
die om de zes
maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde
 
van de
bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat
 
de kortlopende
leningen betreft, benaderen de boekwaarden
 
hun reële
waarden aangezien het effect van
 
de verdiscontering als
verwaarloosbaar wordt beschouwd. Op 9 januari 2018 heeft
de Groep een hernieuwbare kredietfaciliteit van
 
€ 1 miljard,
toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en
verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit
 
van
€ 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere
verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende
 
jaren
aan te vragen). In december 2019 verlengde de Groep
 
de
vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari
 
2025 (waarna
er geen verdere optie tot verlenging meer is). Per
 
31
december 2021 waren er geen uitstaande bedragen
 
onder de
hernieuwbare kredietfaciliteit (2020: € 0 miljoen). Op
10 oktober 2019 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteit
van USD 2,1 miljard met een vervaldatum in 2025 afgesloten,
voor de financiering van de verwerving van Ra Pharma. Per
 
31
december 2021 was er een uitstaand bedrag van
USD 1,315 miljard onder deze kredietfaciliteit
 
(2020: USD 1,9
miljoen). De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-
bindende bilaterale financieringsovereenkomsten.
 
In dit
verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst
 
een
totaalbedrag van € 38 miljoen niet opgenomen op
 
het einde
van 2021 (2020: € 47 miljoen). Raadpleeg Toelichting
 
5.3 voor
de analyse van de looptijden van de leningen van
 
de Groep
(uitgezonderd overige financiële verplichtingen).
De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:
 
ucbsa-2021-12-31p252i0 ucbsa-2021-12-31p252i1
30. Obligaties
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
30.1 Particuliere obligties
Met vervaldatum in 2023:
In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie
van obligaties met een vaste couponrente ter waarde
van € 750 miljoen, met een couponrendement en een
effectieve rentevoet van
 
5,75 % per jaar, die bedoeld is
voor particuliere beleggers. In september 2013 deed
UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor
maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen aan
particuliere obligaties die in november 2014 afliepen en
die een brutocoupon van 5,75% hadden. Bestaande
obligatiehouders kregen de kans om hun bestaande
obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven
obligaties die in oktober 2023 vervallen in een
ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een
couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het
effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt. Op het
einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande
obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor
een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717
nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en
zijn genoteerd op Euronext te Brussel. De bestaande
obligaties die in het kader van het omruilaanbod
omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De
574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen
en afgelost in november 2014.
30.2 Institutionele euro-obligatie
Met vervaldatum in 2021:
 
In januari 2021 heeft UCB de € 350 miljoen
institutionele euro-obligaties volledig terugbetaald.
 
Met vervaldatum in 2021:
 
In april 2021 heeft UCB de € 350 miljoen institutionele
euroobligaties (vervaldatum 2022) volledig
terugbetaald.
 
Met vervaldatum in 2028:
In maart 2021 rondde UCB een emissie van ongedekte
obligaties van hogere rangorde af ter waarde van
€ 500 miljoen, die in 2028 aflopen en uitgegeven
worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze
obligaties zijn in maart 2021 uitgegeven tegen 99,751%
van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de
hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties
 
dragen een
couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het
effectief rendement 1,1231% per jaar bedraagt. De
obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel
 
30.3 EMTN-programma
Met vervaldatum in 2027:
In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan
notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes
werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale
waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost
worden. De notes hebben een couponrendement van
1,00% per jaar en een effectief rendement van 1,0298%
per jaar. De
 
notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
30.4 Reële-waardeafdekking
De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten onder
reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere
obligaties en de institutionele euro-obligaties. De
wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig
te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het
afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg
volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële
waarde van het corresponderende afgeleide financiële
instrument
.
 
ucbsa-2021-12-31p254i0
31. Overige financiële verplichtingen
 
ucbsa-2021-12-31p255i0
32. Uitgestelde belastingvorderingen
 
en -verplichtingen
 
32.1 Recognized deferred tax
 
assets and liabilities
In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten
belope van € 501 miljoen geboekt per 31 december
2021. Op basis van het niveau van voorgaande
belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige
fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare
tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden
tegengeboekt, is de Groep van mening dat het
waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte
uitgestelde belastingvorderingen zullen worden
gerealiseerd.
 
De Groep zag een toename van de uitgestelde
belastingverplichtingen overtroffen door een toename
van de uitgestelde belastingvorderingen, wat
resulteerde in een netto toename van de uitgestelde
belastingvorderingen. Dit is het gevolg van de volgende
punten:
 
• Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen:
gebruik van overgedragen fiscale verliezen ten opzichte
van de belastbare winst in de belangrijkste entiteiten.
In overeenstemming met voorgaande jaren wordt de
aanwending van verliezen ook gedeeltelijk
gecompenseerd door een vermindering van de
uitgestelde belastingverplichting op
recaptiveringsverliezen.
 
• Belastingkrediet voor O&O: terugbetaling ontvangen
versus verdere opbouw van uitgestelde
belastingvorderingen met betrekking tot
belastingkredieten voor O&O na O&O-investeringen.
 
Andere posten zijn een gevolg van de bewegingen op
de balansposten van UCB (zoals voorraad en
immateriële activa), van de herbeoordeling naar
aanleiding van wijzigingen in de belastingwetgeving en
van de herbeoordeling van uitgestelde
belastingbalansen uitgedrukt in een vreemde munt.
 
Belastinghervormingen
De impact van wijzigingen in belastingwetgeving en
belastingvoetbelastingpercentage, voornamelijk in het
VK en Zwitserland, werden beoordeeld door het
management en, waarindien van toepassing, werden de
uitgestelde belastingbalansen geherwaardeerd. De
belastinghervorming in de V.S. trad niet in werking per
31 december 2021 en bijgevolg werden de uitgestelde
belastingsaldi van UCB in de V.S. niet beïnvloed. Het
management volgt van nabij de verdere ontwikkelingen
van een belastinghervorming in de V.S. die in 2022 kan
leiden tot een herwaardering van de uitgestelde
belastingen en een impact op de belasting voor de
periode.
Belastingkredieten voor O&O
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend
op belastingkredieten. De totale uitgestelde
belastingvorderingen met betrekking tot
belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen
€ 448 miljoen (2020: € 405 miljoen). Deze zullen
resulteren in een belastingvoordeel in cash in de
toekomst. Er werden ook overige belastingkredieten
geboekt voor een bedrag van € 38 miljoen.
 
Uitgestelde belastingvorderingen op verliezen
 
UCB heeft een substantiële aanwending van
overgedragen fiscale verliezen gekend,
 
gedeeltelijk
gecompenseerd door een afname van uitgestelde
belastingverplichtingen. Een uitgestelde
belastingvordering van € 166 miljoen (2020:
€ 241 miljoen) werd erkend met betrekking tot
overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag
van € 683 miljoen (2020: € 1,06 miljard) aangezien de
Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten
belastbare winsten zullen genereren in de voorzienbare
toekomst tegenover dewelke deze
 
verliezen kunnen
worden afgezet en omdat de prognoses betrouwbaar
worden geacht, rekening houdend met het profiel van
de betrokken entiteiten en de mogelijke beperkingen
die van toepassing zouden kunnen zijn. Deze verliezen
hebben zich voorgedaan in jurisdicties waarin UCB
opereert en vervallen niet. Er werden in deze periode
geen bijkomende eerder niet-erkende fiscale verliezen
en belastingtegoeden opgenomen. Om de
beschikbaarheid van de toekomstige belastbare
winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-
verdisconteerde prognoses.
 
32.2 Ongebruikte fiscale verliezen
 
Per 31 december 2021 had de Groep ook
€ 3 284 miljoen (2020: € 2 844 miljoen) aan bruto
ongebruikte fiscale verliezen en verrekenbare
innovatie-aftrek waarvoor geen uitgestelde
belastingvordering is opgenomen in de balans.
Gebaseerd op de huidige wetgeving vervallen deze
belastingvoordelen niet. Op basis van de huidige
prognoses en de huidige wetgeving wordt verwacht dat
het merendeel van deze belastingvoordelen binnen de
komende 10 jaar volledig zal worden benut. Het
management beoordeelt op dit moment de impact van
de internationale (OESO) belastinghervorming.
 
32.3 Tijdelijke verschillen waarvoor geen
uitgestelde belastingvordering of -verplichting
erkend werd
 
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op
tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten
vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije
toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde
belastingvorderingen ten belope van € 300 miljoen
bruto / € 75 miljoen netto (2020: € 312 miljoen bruto /
€ 78 miljoen netto) met betrekking tot de DBI-aftrek en
immateriële activa werden niet erkend omwille van de
onzekerheid omtrent de terugvordering. Er worden
geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen
voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij
investeringen in dochterondernemingen, aangezien er
een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor
inkomende dividenden. Er bestaat een aanvullende
niet-erkende uitgestelde belastingverplichting van
€ 98 miljoen (2020: € 115 miljoen) met betrekking tot
een interne reorganisatie die plaatsvond in 2014. De
belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij
verkoop van het relevante actief,
 
een gebeurtenis die
ucbsa-2021-12-31p257i0
door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen
concrete plannen in de nabije toekomst zijn.
 
32.4 Uitgestelde winstbelastingen die direct in niet-gerealiseerde
 
resultaten werden erkend
 
33. Personeelsbeloningen
De meeste werknemers zijn gedekt door
pensioenplannen die door bedrijven van de Groep
financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke
regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften,
fiscale vereisten en economische omstandigheden van
de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn.
De Groep beheert zowel toegezegde-
bijdragenregelingen als toegezegd pensioenregelingen.
33.1 Toegezegde
 
bijdragenregelingen
Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding
worden geclassificeerd als ‘toegezegde
bijdragenregelingen’ als de Groep vaste bijdragen
betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke
financiële instelling en verder geen wettelijke of
uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende
bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans
van de Groep geen activa of passiva opgenomen met
betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien
 
van
gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen
bijdragen. UCB is bij wet verplicht om een bepaald
minimaal rendement te garanderen op de werknemers-
en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde
bijdragenregelingen. Bijgevolg dienen deze regelingen
beschouwd te worden als
toegezegdpensioenregelingen. Indien betrouwbare
schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële
regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op
basis van de ‘projected unit credit’-
 
methode. Deze
regelingen worden samen met de resultaten voor de
andere toegezegd-pensioenregelingen weergegeven
 
33.2 Toegezegd
 
-pensioenregelingen
De Groep beheert verscheidene toegezegd-
pensioenregelingen. De toegekende voordelen
omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en
jubileumpremies. De voordelen worden toegekend
volgens de lokale marktpraktijken en regelgeving. Deze
regelingen zijn ofwel niet gefinancierd ofwel
gefinancierd via externe pensioenfondsen of
verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk)
gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen
afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de
trustees beheerd worden. Indien een regeling niet
gefinancierd is, met name voor de belangrijkste
toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor
de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in
de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen
is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil
tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de
contante waarde van de bruto verplichtingen uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg
wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een
verplichting (of een actief indien de regeling
overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke
regelingen worden jaarlijks beoordeeld door
onafhankelijke actuarissen. De Groep analyseert de
waarde van de risico’s in haar balans en winst-
 
en
verliesrekening die verbonden zijn met haar
toegezegdpensioenplannen. Het beoogde risiconiveau
met betrekking tot de risicomaatstaven voor een
geconsolideerde balans en winst-
 
en verliesrekening
over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van
door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels. Voor UCB
zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de
toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de
inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste
ucbsa-2021-12-31p258i0
risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in
België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd
Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de
levensverwachting niet als een risico beschouwd,
vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een
forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze
worden betaald als een annuïteit.
 
De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten
uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.
 
• In het Verenigd Koninkrijk werd de buy-out
gefinaliseerd voor drie van de vier
pensioenregelingen door de voordelen van alle
deelnemers aan de regelingen te verzekeren bij een
verzekeringsmaatschappij. UCB heeft bijgevolg
geen verplichtingen meer tegenover de deelnemers
aan deze drie regelingen. Het overblijvende plan,
het “Celltech Pension and Insurance Scheme”
concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke
risicovermindering gaande van een toewijzing van
50% groei/50% obligaties naar een toewijzing van
10% groei/90% obligaties. De toewijzing
groei/obligaties is momenteel rond 30%/70%. Om
de disconterings-
 
en inflatierisico’s beter te
beheren, heeft het plan in de loop der jaren ook de
afdekking van zowel rente-
 
als inflatierisico’s
geleidelijk verhoogd tot ongeveer 90%.
 
• In België heeft UCB een strategie voor
risicovermindering geïmplementeerd door alle
Belgische toegezegdpensioenregelingen en
kassaldopensioenplannen te sluiten voor
nieuwkomers vanaf 31 december 2019 en door een
nieuw kassaldopensioenplan in te voeren met
ingangsdatum van 1 januari 2020 met het wettelijk
vereiste gegarandeerde rendement. De nadruk
blijft liggen op de diversificatie van de activa en
beleggingsbeheerders, waarbij het risico
nauwlettend in het oog wordt gehouden.
 
Het in de geconsolideerde balans opgenomen
bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de
Groep met betrekking tot haar toegezegd-
pensioenregelingen is als volgt:
86% van de netto verplichting uit hoofde van
toegezegde pensioenrechten heeft betrekking op
toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland en het
Verenigd Koninkrijk. De evolutie in de contante waarde
van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde
pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:
ucbsa-2021-12-31p259i0
De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt
€ 941 miljoen (2020: € 816 miljoen), goed voor 77%
(2020: 68%) van de bruto verplichting uit hoofde van
toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort
 
van
€ 289 miljoen (2020: € 380 miljoen) zal naar
verwachting weggewerkt worden over de geschatte
resterende gemiddelde duur van het dienstverband van
het huidige lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst-
 
en verliesrekening en in het geconsolide
:
 
ucbsa-2021-12-31p260i1 ucbsa-2021-12-31p260i0
De totale aan het dienstjaar toegerekende
pensioenkosten, de netto rentekosten,
 
de
herwaardering van andere lange-
termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en
belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de
kosten voor personeelsbeloningen in de
geconsolideerde winst- en verliesrekening. 82% van
de kosten voor toegezegde pensioenen die zijn
opgenomen in de winsten verliesrekening hebben
betrekking op toegezegdpensioenregelingen in België
en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de
netto verplichting uit hoofde van toegekende
pensioenrechten is opgenomen in het
geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-
gerealiseerde resultaten als onderdeel van de
nietgerealiseerde resultaten. De totale
herwaarderingen resulteerden in een winst van € 97
miljoen in 2021 in vergelijking met een verlies van €
26 miljoen in 2020. De winst in 2021 is voornamelijk
het gevolg van een hoger rendement op
fondsbeleggingen en een stijging van de
disconteringsvoeten. Het verlies in 2020 is
voornamelijk het gevolg van een daling van de
disconteringsvoeten, die gedeeltelijk wordt
gecompenseerd door een hoger rendement op
fondsbeleggingen.
 
De opsplitsing van de geboekte kosten over de
functionele lijnen is als volgt:
 
Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 53 miljoen (2020: € 64 miljoen), en het reële rendement
op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2020: € 1 miljoen). De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen
op het einde van de verslagperiode zijn als volgt:
 
ucbsa-2021-12-31p261i1 ucbsa-2021-12-31p261i0
Nagenoeg alle aandelen en
schuldinstrumenten beschikken over
beurskoersen in actieve markten. Vastgoed
kan gerangschikt worden als niveau 3-
instrument op basis van de definities in
IFRS 13, Waardering tegen reële waarde. De in
de fondsen aangehouden activa bevatten
geen directe beleggingen in aandelen van de
UCB Groep, noch in onroerend goed of andere
activa die gebruikt worden door de Groep, al
kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit
maken van de investeringen in
beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen
gemiddelde actuariële veronderstellingen die
zijn gebruikt, zijn als volgt:
Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de
bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van
toegezegde pensioenrechten zijn de
disconteringsvoet en de inflatie. De volgende
gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van
redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de
veronderstellingen die zich voordoen op het einde
van de verslagperiode.
 
• Als de disconteringsvoet 50 basispunten hoger
(lager) zou zijn, dan zouden de brutoverplichting uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten dalen met €
93 miljoen (stijgen met € 104 miljoen) als alle overige
veronderstellingen constant zouden blijven.
 
• Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met
25 basispunten, dan zou de brutoverplichting uit
hoofde van toegezegde pensioenrechten stijgen met
€ 24 miljoen (dalen met € 21 miljoen) als alle overige
veronderstellingen constant zouden blijven. De cijfers
zoals boven vermeld houden geen rekening met
eventuele onderlinge relaties tussen de
veronderstellingen, met name tussen de
disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en
inflatiepercentages. De dochterondernemingen van
de Groep moeten de verwachte verdiende
pensioenrechten op jaarbasis financieren. De
financiering is doorgaans gebaseerd op lokale
actuariële vereisten en in dit kader wordt de
disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije
interestvoet. Onderfinanciering in verband met
verstreken diensttijd wordt voldaan door het
opzetten van herstelplannen en
ucbsa-2021-12-31p262i0
beleggingsstrategieën rekening houdend met de
aansprakelijkheidsprofielen, de juiste periodes voor
de aflossing van verplichtingen voor verstreken
diensttijd, lokale regelgeving en de financiële
mogelijkheden van de plaatselijke onderneming. De
gemiddelde duur van de toegezegd-
pensioenregelingen op het einde van de
rapporteringsperiode bedraagt 16,00 jaar (2020:
16,60 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst
in een gemiddelde duur voor volgende regio’s:
 
• Eurozone: 14,10 jaar (2020: 14,50 jaar)
 
• Verenigd Koninkrijk: 18,70 jaar (2020: 19,90 jaar)
 
• Overige: 19,50 jaar (2020: 20,40 jaar)
De Groep verwacht in de loop van het volgende
boekjaar een bijdrage te doen van € 69 miljoen aan
de toegezegdpensioenregelingen. Om de drie jaar
wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva
tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de
beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van
risico- en rendementsprofielen. Een dergelijke studie
werd in 2018 in Zwitserland uitgevoerd. In België
werd een dergelijke studie uitgevoerd in 2021. Deze
studie resulteerde in een kleine aanpassing van de
portfolio van de activa. Bij het bepalen van een
langetermijnstrategie voor de pensioenplannen,
houdt het beleggingscomité rekening met enkele
door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:
 
• een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat
aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van
het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen
verbonden is;
 
• de volatiliteit verminderen door een diversificatie
van de beleggingen; en
 
• het niveau van het beleggingsrisico dient af te
hangen van de financiële situatie van de regelingen
en hun schuldpositie.
34. Voorzieningen
De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven:
34.1 Milieuvoorzieningen
UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden
die verband hielden met het afstoten van Films
(2004) en Surface Specialties (2006). Deze
verplichtingen hebben te maken met de afgestoten
vestigingen waarover UCB de volle
verantwoordelijkheid heeft behouden, in
overeenstemming met de contractuele voorwaarden.
De daling van de milieuvoorzieningen is hoofdzakelijk
het gevolg van de terugname van ongebruikte
bedragen van de voorziening voor Tecumseh (VS) in
verband met de Films-activiteit, gedeeltelijk
gecompenseerd door bijkomende bedragen voor de
bestaande milieuvoorzieningen. In 2021 werd een
deel van de voorzieningen gebruikt om werkelijk
opgelopen kosten te dekken.
 
34.2 Reorganisatievoorzieningen
 
De voorzieningen voor reorganisatie die in 2021
werden aangelegd, hebben betrekking op verdere
optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik
van de voorzieningen heeft vooral betrekking op
eerdere reorganisaties in Europa.
34.3 Overige voorzieningen
 
Overige voorzieningen hebben voornamelijk
betrekking op:
 
• voorzieningen voor rechtszaken die voornamelijk
voorzieningen omvatten voor geschillen waar UCB of
een dochteronderneming gedagvaard wordt voor
claims van voormalige werknemers van UCB;
 
• voorzieningen voor productaansprakelijkheid die
betrekking hebben op de risico’s die gepaard gaan
met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de
Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de
verkoop van dit soort geneesmiddelen. UCB is
momenteel gedaagde in verschillende
productaansprakelijkheidsrechtzaken
 
in Frankrijk met
betrekking tot Distilbène, een voormalig product van
de UCB Groep. De eisers in deze rechtszaken
beweren dat hun moeders tijdens hun zwangerschap
Distilbène genomen hebben en dat zij als gevolg
daarvan lichamelijke letsel hebben opgelopen (zie
Toelichting 43.3). De voorziening met betrekking tot
Distilbène daalde met € 9 miljoen tot een totaal van
€ 124 miljoen (2020: stijging met € 21 miljoen tot een
totaal van € 133 miljoen) om de netto geschatte
toekomstige kasuitstromen weer te geven. De
voorziening werd verdisconteerd op basis van een
disconteringsvoet van 0,11% (2020: -0,34%). Indien
de disconteringsvoet 25 basispunten lager zou zijn,
zou de voorziening met € 3 miljoen toenemen, aan
een disconteringsvoet van 0% zou de voorziening
met € 1 miljoen toenemen;
 
• voor herstelkosten voor geleasede gebouwen als
gevolg van de toepassing van IFRS 16 (€ 8 miljoen)
(2020: € 10 miljoen) (zie Toelichting 40);
 
• voorzieningen met betrekking tot de
recupereerbaarheid van te ontvangen belastingen,
andere dan winstbelastingen.
 
Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde
risico’s een evaluatie gemaakt samen met de
juridische adviseurs van de Groep en verschillende
vak-experts.
 
ucbsa-2021-12-31p264i0
35. Handels-
 
en overige verplichtingen
De handels-
 
en overige verplichtingen worden
grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg
worden de boekwaarden van de totale handels-
 
en
overige verplichtingen verondersteld een redelijke
benadering te zijn van hun reële waarde.
 
“Te betalen rabatten/kortingen
 
en overige
omzetreducties” bevatten rabatten,
 
terugvorderingen
(chargebacks), kortingen en voorzieningen voor
verwachte verkoopretouren met betrekking tot
producten die verkocht werden in de VS aan
verschillende klanten die deel uitmaken van
commerciële contractuele overeenkomsten en
contractuele overeenkomsten met de overheid of
andere terugbetalingsprogramma’s
 
inclusief de
programma’s “Medicaid Drug Rebate”,
 
“Federal
Medicare” en andere. De verkoopretouren en
omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als
de onderliggende verkopen als een vermindering van
de omzet.
 
De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen
voor deze items volstaan, op basis van de momenteel
beschikbare informatie en interpretatie van relevante
regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd
zijn op schattingen van de directie, kunnen de
werkelijke verminderingen afwijken van deze
schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn
op de voorzieningen die in de balans worden
opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op
het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in
de winst-
 
en verliesrekening wordt erkend, gezien er
vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende
maanden tussen het boeken van de schatting en de
werkelijke finale omzetreducties.
 
De voorzieningen worden beoordeeld en regelmatig
aangepast gelet op de contractuele en wettelijke
verplichtingen, historische trends, ervaring uit het
verleden en verwachte marktomstandigheden. Alle
retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen
 
die
niet op de factuur vermeld worden, worden geschat,
afgetrokken van
 
de omzet en in de toepasselijke
voorzieningsrekening op de balans gepresenteerd.
 
De schatting voor toekomstige retouren van producten
is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder
andere historische retourpercentages, vervaldatum per
product, retourpercentage per afgesloten
 
batch,
effectief verwerkte retouren alsook alle andere
specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten
gevolge van gekende factoren zoals
 
verlies van
exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten
en stopzettingen of een veranderende competitieve
omgeving.
 
Aanpassingen aan deze voorzieningen kunnen
noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op
herwerkte schattingen betreffende onze
veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op
het geconsolideerd resultaat uit onze
bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor
verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen
is als onderdeel van de verplichting voor te betalen
rabatten en kortingen bedraagt € 761 miljoen per 31
december 2021 (31 december 2020: € 554 miljoen).
 
36. Te
 
betalen belastingen
Te
 
betalen belastingen omvatten verplichtingen voor
onzekere belastingposities voor een bedrag van
€ 157 miljoen (2020: € 155 miljoen). Het saldo van de
onzekere belastingposities is stabiel gebleven in 2021
en bestaat uit een verdere toename van een aantal
belastingposities, gecompenseerd door een
(gedeeltelijke) terugname van een aantal risico's in
belangrijke landen en de nakende afwikkeling van een
belangrijke belastingcontrole in een belangrijk
rechtsgebied. Alle verplichtingen weerspiegelen de
fiscaal-technische aspecten van de zaak en de status
van de besprekingen met de belastingautoriteiten bij
belastingcontrole (in voorkomend geval). Schulden met
betrekking totVerplichtingen voor onzekere
belastingposities worden geboekterkend wanneer de
Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen
belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze
wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en
nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.
UCB heeft vorderingen erkend voor
belastingvermindering ingevolge Onderlinge
Overleg/Arbitrageprocedures voor een bedrag van € 27
miljoen (2020: € 25 miljoen). Activa voor
belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/
Arbitrageprocedures worden alleen erkend wanneer de
Groep het waarschijnlijk acht dat overeenkomstige
aanpassingen zulllen worden toegestaan volgens de
Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures in één of
meerdere rechtsgebieden. De beoordeling voor zowel
onzekere belastingposities als de overeenkomstige
aanpassingen wordt berekend op basis van de meest
waarschijnlijk uitkomst (voor kwesties in verband met
vennootschapsbelasting) of de verwachte waarde (voor
kwesties in verband met vennootschapsbelasting en
verrekenprijzen), waar van toepassing, en in
overeenkomst met IFRIC 23. Zie Toelichting
 
4.2.5 voor
meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting
door de Groep van onzekere belastingposities. Op
netto-basis heeft de Groep een voorziening van
€ 130 miljoen geboekt (2020: € 130 miljoen) aangelegd
voor onzekere belastingposities en onderneemt zij de
nodige procedures om belastingvermindering zeker te
stellen waar mogelijk.
UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in
een aantal landen waar zij activiteiten heeft. De punten
die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen
complex en dergelijke controles kunnen een aantal
jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn. De Groep
volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities
die eind 2021 erkend werden en ook de status van
lopende belastingcontroles weergeven, strikt op
.
37. Toelichting
 
bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele
activiteiten, investeringsactiviteiten en
financieringsactiviteiten weer.
 
UCB past de indirecte
methode toe voor de operationele kasstromen. Het
nettoresultaat is aangepast voor:
 
• de effecten van niet-geldelijke
 
transacties zoals
afschrijvingen, bijzondere
waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen
tegen reële waarde enz., alsook de wijzigingen inzake
werkkapitaal;
 
opbrengsten en kosten die verband
houden met kasstromen uit investerings-
 
en
financieringsactiviteiten. Belangrijke niet-geldelijke
transacties voor 2021 hebben voornamelijk betrekking
op belastingkredieten (€ 108 miljoen) waarvoor het
cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden
en op cumulatieve omrekeningsverschillen op
geliquideerde entiteiten die werden overgedragen naar
de winst-
 
en verliesrekening (€ 11 miljoen).
 
ucbsa-2021-12-31p266i0
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2020
hebben voornamelijk betrekking op verworven
werkkapitaal uit overnames (€ 263 miljoen) en
belastingkredieten (€ 81 miljoen) waarvoor het
cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
1
Non-cash items are mainly linked to transfers
 
from one heading to another, non-cash
 
movements linked to stock rewards.
 
ucbsa-2021-12-31p267i0 ucbsa-2021-12-31p267i1
38. Financiële instrumenten per categorie
 
ucbsa-2021-12-31p268i0 ucbsa-2021-12-31p268i1
39. Afgeleide financiële instrumenten
De volledige reële waarde van een
afdekkingsderivaatafgeleid financieel
afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast
actief of langlopende verplichting als de resterende
looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden
bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende
verplichting als de looptijd van de afgedekte positie
minder dan 12 maanden bedraagt. De
kasstroomafdekkingen die door de Groep werden
uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld
en in 2021 werd een netto niet-gerealiseerde winst van
€- 141 miljoen (2020: netto niet-gerealiseerd verlies van
€ 84 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in
het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze
winsten/ verliezen zullen naar de winst- en
verliesrekening worden overgeboekt in de periode
waarin de afgedekte verwachte toekomstige
 
transacties
de winst of het verlies beïnvloeden. Het niet-effectieve
deel dat in de winst- en verliesrekening wordt
opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen,
bedraagt € 0 miljoen (2020: € 0 miljoen).
39.1 Wisselkoersderivaten
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik
van financiële derivatencontracten wordt beschreven in
Toelichting 5 “Financieel risicobeheer”.
 
De Groep heeft
verschillende valutatermijncontracten afgesloten
 
om
een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet
en royaltyinkomsten, die voor 2021 en 2022 worden
verwacht, af te dekken
.
De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta’s
 
is als volgt:
 
ucbsa-2021-12-31p269i0 ucbsa-2021-12-31p269i1
39.2 Rentederivaten
De Groep gebruikt verschillende rentederivaten
om haar blootstelling aan de wijzigende
rentevoeten op haar leningen te beheren. De
data voor de prijsherzieningen en de
afschrijvingskenmerken komen overeen met
 
die
van de vastrentende obligaties. De uitstaande
rentederivaten zijn als volgt:
39.3 Afdekking van netto-investeringen
 
in een buitenlandse entiteit
 
Alle niet-gerealiseerde gecumuleerde
wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van
 
de
afdekking van netto-investeringen worden
opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen.
Deze niet-gerealiseerde winsten en verliezen
 
zullen
in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen
alleen in de winsten verliesrekening opgenomen
worden als de Groep de onderliggende activa niet
meer in bezit heeft.
 
ucbsa-2021-12-31p270i0 ucbsa-2021-12-31p270i1
40. Leaseovereenkomsten
40.1 Bedragen opgenomen in de balans
 
De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
40.2 Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening
 
De winst-
 
en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
 
 
ucbsa-2021-12-31p271i0 ucbsa-2021-12-31p271i1
41.Winst
 
per aandeel
 
41.1 Gewone winst per aandeel
De gewone winst per aandeel wordt berekend door
de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders
van de Vennootschap te delen door het gewogen
gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met
uitzondering van de aandelen die door de
vennootschap ingekocht worden en als eigen
aandelen aangehouden worden
41.2 Diluted earnings per share
Verwaterde winst per aandeel wordt berekend
 
door
de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders
van de Vennootschap te delen door het gewogen
gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop
gedurende het jaar, met uitzondering van de
aandelen die door de vennootschap ingekocht
worden en als eigen aandelen aangehouden worden,
gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone
aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn
aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende
aandelen en prestatieaandelen. Het aantal potentiële
gewone aandelen met verwateringseffect, wordt
berekend op basis van het gemiddelde aantal tijdens
de verslagperiode uitstaande aandelenopties als het
verschil tussen de gemiddelde marktprijs van gewone
aandelen tijdens de verslagperiode en de gewogen
gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenopties, en
op basis van het gemiddelde aantal tijdens de
verslagperiode uitstaande toegekende aandelen en
prestatieaandelen. Aandelenopties hebben alleen
een verwaterend effect wanneer de gemiddelde
marktprijs boven de uitoefenprijs ligt
(aandelenopties zijn “in the money”). Voor de
berekening van de verwaterde winst per aandeel,
waren er geen correctie-elementen voor de winst die
aan de aandeelhouders van de Vennootschap kan
worden toegerekend
.
 
ucbsa-2021-12-31p272i0 ucbsa-2021-12-31p272i1
41.3 Win
st
De berekening van de gewone en verwaterde winst
per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van
gewone aandelen van de moedermaatschappij is
gebaseerd op de volgende gegevens:
41.4 Aantal aandelen
42. Dividend per aandeel
De bruto-dividenden uitgekeerd in 2021 (voor het jaar
dat eindigde op 31 december 2020) en 2020 (voor het
jaar dat eindigde op 31 december 2019) bedroegen
respectievelijk € 240 miljoen (€ 1,27 per aandeel) en
€ 239 miljoen (€ 1,24 per aandeel).
Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31
december 2021 van € 1,30 per aandeel, goed voor een
totaal dividend van € 246 miljoen, zal voorgesteld
worden tijdens de jaarlijkse algemene
aandeelhoudersvergadering op 28 april 2022.
Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de
verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als
een verplichting geboekt op het einde van het jaar.
43. Verbintenissen
 
en voorwaardelijke
 
gebeurtenissen
 
43.1 Kapitaal-
 
en ov
erige verbintenissen
Op 31 december 2021 heeft de Groep zich verbonden
om € 131 miljoen (2020: € 150 miljoen) te besteden
voornamelijk met betrekking tot verwachte
kapitaalinvesteringen voor de nieuwe biologische
productie-eenheid, de nieuwe fabriek voor
gentherapie, laboratorium- en andere apparatuur en
herinrichting van kantoren op de Braine-locatie (België).
 
UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op
lange termijn af met verschillende farmaceutische
bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en
financiële investeerders. Zulke
samenwerkingsovereenkomsten kunnen
mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van
succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen
van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande
tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden
als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is –
zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief
 
 
ucbsa-2021-12-31p273i0
variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de
verkochte eenheden en bedragen die reeds werden
voorzien voor reeds behaalde mijlpalen.
 
De bedragen zijn niet aangepast voor risico’s, noch
verdisconteerd, en de timing van de betalingen is
gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen
van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende
mijlpalen. De bedragen zijn niet aangepast voor risico’s,
noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is
gebaseerd op de op dit ogenblik beste inschattingen
van de Groep omtrent de realisatie van de betreffende
mijlpalen.
UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met
contractproductie-organisaties voor het leveren van
haar producten. De uitstaande verbintenissen ten
aanzien van deze contractproductie-organisaties
bedragen € 563 miljoen eind 2021 tot 2031 (2020: €
536 miljoen tot 2030). Indien contractueel
overeengekomen mijlpalen, voornamelijk afhankelijk
van toekomstige succesvolle klinische ontwikkeling,
worden bereikt, kan dit bedrag aan voorwaardelijke
betalingen oplopen tot 740 miljoen euro. Als onderdeel
van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een
risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures.
 
Het fonds
is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem
van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op
nieuwe technologieën, producten, platformen en
kanalen te creëren om UCB’s bestaande activiteiten
 
uit
te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische
relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-
investeerdersgemeenschap met het oog op het
identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet
zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2021 uitstaande
verbintenissen voor een totaal bedrag van € 22 miljoen
met betrekking tot investeringen in
risicokapitaalfondsen.
43.2 Waarborgen
De garanties die in de loop van de normale
bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet
resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.
43.3 Voorwaardelijke
 
verplichtingen
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen,
claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen
leiden tot verplichtingen, burgerlijke en strafrechtelijke
boetes, verlies van productexclusiviteit en andere
kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan
bevindingen die strijdig zijn 267 Geïntegreerd
jaarverslag 2021 met UCB’s belangen.
Mogelijke kasuitstromen gereflecteerd in een
voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of
gedeeltelijk gecompenseerd worden door een
verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd
voor mogelijke schadegevallen voor bepaalde
bijkomende juridische claims tegen onze
dochterondernemingen aangezien UCB momenteel van
mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of
niet betrouwbaar kan worden ingeschat
.
1. Zaken betreffende intellectuele
 
eigendom (geselecteerde
zaken)
Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en
ons vermogen om geneesmiddelen naar de patiënten te
brengen wanneer wij dat nodig achten. Bijgevolg is UCB
betrokken bij verschillende rechtszaken
 
als eiser in
verschillende rechtsgebieden in de V.S.
 
en Europa.
TOVIAZ
®
Duitsland Uitvinderscompensatiegeschil waarbij
twee voormalige uitvinders van Schwarz drie
klachten tegen UCB hebben ingediend, waarin zij
aanvoeren dat de overdracht van rechten onder de
TOVIAZ® formuleringspatenten ongeldig is en dat
daarom royalty's van Pfizer aan hen moeten
worden betaald. Het proces was gepland voor juni
2021, maar werd geannuleerd. UCB heeft een
verzoek om juridische beoordeling ingediend bij
het Duitse hooggerechtshof.
VIMPAT
®
Duitsland Uitvindersgeschil waarbij twee
uitvinders van de verbeterde productieroute voor
lacosamide
 
vergoeding vorderen op basis van
productopbrengsten. In 2021 aanvaardden de
lagere rechters en de hoven van beroep het
argument van de uitvinders. Er wordt een
hoorzitting over een mogelijke vergoeding
verwacht in 2022.
NEUPRO
®
Verenigde Staten
 
In 2019 heeft UCB afzonderlijke rechtszaken
aangespannen tegen Actavis en Mylan om
bepaalde NEUPRO®-patenten af te dwingen. In
april 2021 heeft de federale rechtbank in de
Actavis-zaak het octrooi ongeldig verklaard. UCB
heeft beroep aangetekend. Op verzoek van de
partijen heeft het hof van beroep ermee
ingestemd beide zaken in hoger beroep te voegen.
 
Europa
In 2018 hebben Mylan en Luye geprobeerd het
NEUPRO®- herformuleringspatent ongeldig te laten
verklaren. De rechter besliste in het voordeel van
UCB. Luye ging in beroep. Mylan zag af van het
recht op beroep
.
BRIVIACT
®
Verenigde Staten Acht generieke
 
bedrijven hebben
een verkorte aanvraag voor een nieuw
geneesmiddel (Abbreviated New Drug Applications
- ANDA's) ingediend. UCB diende bij de federale
rechtbank van Delaware klachten in tegen alle 8
bedrijven. Vervolgens heeft een van de
ondernemingen (Microlabs) de betwisting van ons
patent stopgezet. Met twee gedaagden werden
onlangs schikkingsovereenkomsten ondertekend.
Het proces zal naar verwachting in 2022
voorkomen.
NAYZILAM
®
Verenigde Staten Cipla heeft een ANDA ingediend
waarin de geldigheid van bepaalde NAYZILAM®-
patenten wordt aangevochten. UCB spande een
rechtszaak aan tegen Cipla. Cipla heeft inbreuk
bedongen. Het proces zal naar verwachting in 2023
voorkomen
.
2. Productaansprakelijkheidszaken
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak
 
Frankrijk
 
Franse entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd
als verweerders in verschillende
productaansprakelijkheidsrechtszaken
 
in Frankrijk.
De eisers in deze rechtszaken beweren
 
dat hun
moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een
voormalig product van de UCB Groep, ingenomen
hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk
letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een
productaansprakelijkheidsverzekering
 
maar de
dekking door de verzekering zal waarschijnlijk
onvoldoende zijn. De Groep heeft een provisie
aangelegd (zie Toelichting 34).
 
Opioïdenrechtszaak
:
 
UCB, Inc. (“UCB”) is genoemd als verweerder in
dertien rechtszaken in verband met de nationale
opioïdenrechtszaak in de Verenigde Staten. De
eisers zijn gemeenteadministraties of entiteiten uit
de gezondheidszorg die schadevergoeding eisen in
verband met de promotie, verkoop en distributie
van opioïden. UCB heeft 5 zaken in het federale
rechtszaak in meerdere districten (MDL) en 8 in de
staatsrechtbank van Utah. In alle zaken is UCB een
van de vele gedaagden. Tot
 
op heden is slechts 1
UCB-zaak in Utah geselecteerd voor een proces
(Washington County,
 
Utah).
 
Bovendien is UCB contractueel verplicht om één
van zijn vroegere contractproducenten, die
momenteel in 4 zaken gedaagde is, schadeloos te
stellen. UCB controleert de verdediging van deze
zaken.
3. Onderzoeken
CIMZIA
®
onderzoek
In maart 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om
burgerrechtelijk onderzoek (Civil Investigative
Demand) van het Amerikaanse Ministerie van
Justitie (Department of Justice - DOJ) en een
dagvaarding van het bureau van de Inspecteur-
Generaal (Office of Inspector General - OIG) binnen
het Ministerie van Volksgezondheid en Human
Services, die beiden documenten opvroegen met
betrekking tot de verkoop-
 
en marketingpraktijken
en prijsstelling voor CIMZIA®, respectievelijk in de
periodes van 2011 tot op heden en van 2008 tot op
heden. Op 27 maart 2020 werd UCB ervan op de
hoogte gebracht dat het DOJ het door zijn kantoor
in Georgië ingestelde onderzoek opschortte. De
Vennootschap verleent haar volledige
medewerking aan het Ministerie van Justitie en het
OIG.
1.
Agesloten juridische zaken
 
CIMZIA
®
onderzoek van het California Department
of Insurance (CDI)
In december 2020 werd UCB gecontacteerd door CDI in
verband met een onderzoek dat CDI aan het voeren was
over de verkoop en promotie van CIMZIA. In september
2021 sloot het CDI zijn onderzoek af en trok het zijn
dagvaarding in.
ucbsa-2021-12-31p275i0
Het wordt niet verwacht dat er enige materiële
verplichtingen zullen ontstaan uit de voorwaardelijke
verplichtingen andere dan deze die zijn voorzien (zie
Toelichting 34).
44. Transacties
 
met verbonden partijen
44.1 Verkopen
 
en diensten binnen de groep
Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december
2021 en 2020 werden alle transacties binnen de UCB
Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van
wederzijds economisch voordeel van de betrokken
partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden
vastgesteld in overeenstemming met criteria van
marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen,
en met het oog op de creatie van waarde voor de
gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing
waren op transacties binnen de UCB Groep waren
gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing
waren op transacties met derde partijen.
Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en
afgewerkte producten gingen deze
 
criteria gepaard met
het principe van de verhoging van de productiekosten
van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde
winstmarge. Met betrekking tot de diensten die
geleverd werden binnen de UCB Groep gingen deze
criteria vergezeld van het principe van voldoende
vergoedingen om de kosten te dekken die door elke
partij werden gemaakt en een marktconforme
winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde
transacties vormen standaardtransacties voor een
biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de
aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte
medische producten, deposito’s en leningen voor
verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook
gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB
Groep om de operaties te optimaliseren.
44.2 Financiële transacties met andere verbonden
partijen dan verbonden ondernemingen van UCB
NV
In 2021 zijn er geen financiële transacties geweest met
andere verbonden partijen dan de verbonden
ondernemingen van UCB NV.
44.3 Vergoedingen
 
van managers op
sleutelposities
De onderstaande vergoedingen van managers op
sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn
opgenomen in de winst-
 
en verliesrekening voor de
leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend
Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat
uitoefenden.
Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen
(incl. socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar
verdiende bonussen, autoleasing en andere
vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen
gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over
de wachtperiode van de reële waarde van
toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook
aandelenopties, toegekende aandelen en
prestatieaandelen zoals in Toelichting
 
28 nader
wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten
alle gecompenseerde bedragen, waaronder
voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er
zijn door de Vennootschap of door een
dochteronderneming van de Groep geen leningen
toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de
Groep en er zijn evenmin garanties in die zin
gegeven.
44.4 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de
“Referentieaandeelhouder” of “Tubize” genoemd), een Belgisch beursgenoteerde bedrijf op
Euronext Brussel. Tubize bezit 68 333 981 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.i. 35,13%)
ucbsa-2021-12-31p276i0
op 31 december 2021. Op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen door Tubize en, in
voorkomend geval, recentere publieke informatie,
 
kan de aandeelhouderstructuur van Tubize op 31
december 2021 samengevat worden als volgt:
Altaï Invest SA wordt gecontroleerd door
Evelyn du Monceau, geboren Evelyn Janssen.
Barnfin SA wordt gecontroleerd door
Bridget van Rijckevorsel, geboren Paule
Bridget Janssen. De referentieaandeelhouders
van Tubize,
 
behorend tot de familie Janssen,
handelen in onderling overleg, d.w.z. zij
hebben een aandeelhoudersovereenkomst
gesloten aangaande de onderling afgestemde
uitoefening van hun stemrechten, om een
duurzaam gemeenschappelijk beleid ten
aanzien van Tubize te voeren en aangaande
het bezit, de verwerving of overdracht van
stemrechtverlenende effecten, conform
artikel 3, §1, 13°, a), b) en c) van de Wet op de
openbaarmaking van belangrijke
deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van
de Wet op de openbare overnamebiedingen.
UCB houdt ook UCB-aandelen aan (zie hierna
voor een overzicht van haar deelnemingen
per 31 december 2021). De overige UCB-
aandelen zijn in handen van het publiek.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van
de grote aandeelhouders van UCB (inclusief
gelijkgestelde financiële instrumenten) op
basis van de transparantieverklaringen
ontvangen in toepassing van de wet van
2 mei 2007 op de openbaarmaking van
belangrijke deelnemingen (situatie op
31 december 2021):
ucbsa-2021-12-31p277i0
45.
 
Gebeurtenissen na de balansdatum
Op 18 januari 2022 heeft UCB een definitieve
overeenkomst gesloten op grond waarvan UCB
Zogenix, Inc. (NASDAQ: ZGNX) zou overnemen, een
wereldwijd biofarmaceutisch bedrijf dat therapieën
voor zeldzame ziekten op de markt brengt en
ontwikkelt.In het kader van de overeenkomst heeft
UCB een bod tot overname van alle uitstaande
aandelen van Zogenix gedaan voor een aankoopprijs
per aandeel van USD 26,00 in cash bij afronding van
de transactie, plus een voorwaardelijke contante
betaling (‘contingent value right’ (CVR)) van USD 2,00
na goedkeuring in de EU voor 31 december 2023, van
FINTEPLA® als een weesgeneesmidel voor de
behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut
(LGS). De totale transactie heeft een waarde van
ongeveer USD 1,9 miljard / € 1,7 miljard. De Raden
van Bestuur van beide ondernemingen hebben
unaniem hun goedkeuring gegeven aan de transactie,
waarvan de afronding nog afhankelijk is van het
aanbod van aandelen dat ten minste een
meerderheid van het totale aantal uitstaande
aandelen van Zogenix vertegenwoordigt, de
ontvangst van de vereiste antitrust goedkeuringen,
en andere gebruikelijke voorwaarden. De transactie
zal naar verwachting tegen het einde van het tweede
kwartaal van 2022 worden afgerond.
 
ucbsa-2021-12-31p278i0
46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
 
ucbsa-2021-12-31p279i0
 
ucbsa-2021-12-31p280i0
 
ucbsa-2021-12-31p281i0
 
ucbsa-2021-12-31p282i0
 
statement
ucbsa-2021-12-31p283i0
 
ucbsa-2021-12-31p284i0
 
ucbsa-2021-12-31p285i0
 
ucbsa-2021-12-31p286i0
ucbsa-2021-12-31p287i0
ucbsa-2021-12-31p288i0
ucbsa-2021-12-31p289i0
 
5.
Verkorte
 
statutaire
 
jaarrekening
 
van
UCB NV
6.1 Inleiding
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een ingekorte
 
versie van de
statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.
De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens
 
de Belgische boekhoudkundige normen.
 
Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld
geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.
 
De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de
nietgeconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2021 een waar en
getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke
en reglementaire bepalingen.
 
Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke
 
jaarrekeningen, samen met het managementverslag van
de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris worden
ingediend bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen. Deze documenten zijn beschikbaar op
onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:
 
UCB NV
 
Corporate Communication
Researchdreef 60
B-1070 Brussel (België)
 
ucbsa-2021-12-31p291i0 ucbsa-2021-12-31p291i2 ucbsa-2021-12-31p291i1
6.2 Balans
 
6.3 Winst-
 
en verliesrekening
6.4 Winstbestemmingsrekening
 
ucbsa-2021-12-31p292i0
De activiteiten van UCB NV genereerden in
2021 financiële inkomsten ten belope van
€ 369 miljoen die afkomstig zijn van financiële
vaste activa in verbonden ondernemingen. De
nettowinst komt uit op € 313 miljoen na
belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is
voor uitkering bedraagt € 366 miljoen, met
inbegrip van € 52 miljoen overgedragen winst
van vorig jaar.
 
Het geplaatst kapitaal van UCB
NV wordt vertegenwoordigd door
194.505.658 aandelen zonder nominale
waarde per 31 december 2021. Op
31 december 2021 bezit UCB NV 5.331.781
eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de
uitoefening van de aandelenopties en de
toegekende aandelen die aan de Raad van
bestuur en aan bepaalde categorieën van
werknemers toegekend werden. Het voorstel
van de Raad van bestuur tot uitbetaling van
een brutodividend van € 1,30 per aandeel. Als
dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door
de Algemene vergadering op 28 april 2022 zal
het netto dividend van € 0,91 per aandeel
betaalbaar zijn per 3 mei 2022 tegen afgifte
van coupon nummer 25. De aandelen
ingekocht door UCB NV hebben geen recht op
een dividend. Per 31 december 2021 is het
bruto-dividend betaalbaar aan de houders van
de 189.173.877 UCB-aandelen, of een totale
uitkering van € 246 miljoen. Dit bedrag kan
wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-
aandelen in handen.
6.5 Overzicht van de belangrijkste
 
grondslagen voor de
 
financiële
verslaggeving
van UCB NV op de datum waarop het dividend
wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal
het aantal UCBaandelen waarvoor een
dividend betaalbaar is meedelen tijdens de
algemene vergadering en zal het totaalbedrag
dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring
voorleggen. De jaarrekening van 2021 zal
dienovereenkomstig worden aangepast. De
Raad van bestuur heeft de volgende
beslissingen genomen in overeenstemming
met Artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit van
29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen.
 
6.5.1 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa die werden gekocht
van derden zijn tegen aankoopprijs
opgenomen in de activa van de balans; activa
die door het bedrijf zelf geproduceerd
worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs.
De aankoop-
 
of kostprijs wordt “pro rata
temporis” lineair afgeschreven. De volgende
jaarlijkse afschrijvingspercentages werden
toegepast:
6.5.2 Financiële activa
 
UCB deelnemingen werden gewaardeerd in
overeenstemming met het deel dat werd
aangehouden in het eigen vermogen van de
betrokken UCB bedrijven. Aandelen die geen
deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden
gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere
waardevermindering wordt geboekt wanneer
de waardering een permanent verlies in
realiseerbare waarde laat zien.
6.5.3 Vorderingen en schulden
Die worden tegen hun boekwaarde
weergegeven. Er wordt een afschrijving op
vorderingen geboekt indien de terugbetaling
op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk
onzeker of twijfelachtig is.
 
6.5.4 Activa en verbintenissen in vreemde valuta’s
Transacties in vreemde munteenheden
worden verwerkt tegen de wisselkoersen die
gelden op de transactiedatum. Niet-
monetaire activa en passiva (materiële en
immateriële activa, participaties) die in een
vreemde munt uitgedrukt zijn, worden
omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op
de transactiedatum. Monetaire activa en
passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta
worden omgerekend tegen de wisselkoers die
geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en
niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen
worden erkend in de winst-
 
en
verliesrekening.
6.5.5 Voorzieningen
Alle risico’s die de onderneming loopt, maken
het voorwerp uit van voorzieningen die elk
jaar herzien worden aan de hand van de
principes van voorzichtigheid, goede trouw en
oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de
normale waarde geboekt.
6.5.6 Vreemde valuta’s
Afgeleide financiële instrumenten worden
geboekt tegen reële waarde met verwerking
van waardeveranderingen in de winst-
 
en
verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële
instrument geen compenserende tegenpost
heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit
geval zal het afgeleide financiële instrument
alleen in de toelichting worden opgenomen
als een buiten-balans verplichting en bijgevolg
geen impact hebben op de balans en/of de
winst-
 
en verliesrekening. Het bedrag dat
toegelicht wordt als buitenbalans verplichting
zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie.
Bovendien zal het effectieve gedeelte van de
wijzigingen in de reële waarde van de
afgeleide financiële instrumenten die
aangemerkt zijn en kwalificeren als
kasstroomafdekkingen, geclassificeerd
worden op dezelfde lijn van de winst-
 
en
verliesrekening of de balans waar ook de post
die aangemerkt werd als afgedekt, de winst-
en verliesrekening beïnvloedt of resulteert in
de erkenning van een niet-financieel actief of
een niet-financiële verplichting
.
6.5.7 Aanpassingen van reële waarde op leningen
die worden overgenomen
Leningen die zijn overgenomen worden
herkend in de balans aan nominale waarde.
Alle verschillen tussen de nominale waarden
en de aanschaffingswaarde worden herkend
op een overlopende rekening en op lineaire
basis opgenomen in de winst- en
verliesrekening pro rata temporis over de
resterende duur van de leningen.
 
ucbsa-2021-12-31p294i0
Data en rapportering
Gegevens inzake medewerkers
 
ucbsa-2021-12-31p295i0
 
ucbsa-2021-12-31p296i0 ucbsa-2021-12-31p296i1
ucbsa-2021-12-31p297i0 ucbsa-2021-12-31p297i1
 
ucbsa-2021-12-31p298i0
Milieugegevens
 
ucbsa-2021-12-31p299i0 ucbsa-2021-12-31p299i1
 
ucbsa-2021-12-31p300i0
 
ucbsa-2021-12-31p301i0
ucbsa-2021-12-31p302i0
GRI-normen & CoP
 
ucbsa-2021-12-31p303i0
 
ucbsa-2021-12-31p304i0
 
ucbsa-2021-12-31p305i0
 
ucbsa-2021-12-31p306i0
 
ucbsa-2021-12-31p307i0
 
ucbsa-2021-12-31p308i0
 
ucbsa-2021-12-31p309i0
 
ucbsa-2021-12-31p310i0
 
ucbsa-2021-12-31p311i0
 
ucbsa-2021-12-31p312i0
 
ucbsa-2021-12-31p313i0
SASB
 
ucbsa-2021-12-31p314i0
 
ucbsa-2021-12-31p315i0
 
ucbsa-2021-12-31p316i0
ucbsa-2021-12-31p317i0
Woordenlijst
 
ucbsa-2021-12-31p318i0
Verklaring over de toekomst Geïntegreerd Jaarverslag
Dit Geïntegreerd Jaarverslag bevat
toekomstgerichte verklaringen met inbegrip
van maar niet beperkt tot verklaringen met de
woorden “gelooft”,
 
“verwacht”,
“veronderstelt”,
 
“is van plan”, “streeft
 
naar”,
“schat”, “kan”,
 
“zal”,
 
en “verder” en
vergelijkbare uitdrukkingen. Deze
toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd
op bestaande plannen, ramingen en
overtuigingen van het management. Alle
uitspraken, behalve uitspraken die historische
feiten inhouden, zijn uitspraken die
beschouwd dienen te worden als
toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip
van ramingen van inkomsten, operationele
marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere
financiële informatie, de verwachte juridische,
politieke, reglementaire of klinische
resultaten en andere soortgelijke ramingen en
resultaten. Per definitie bieden dergelijke
toekomstgerichte verklaringen geen garantie
op resultaten in de toekomst en zijn ze
onderhevig aan bekende en onbekende
risico’s, onzekerheden
 
en veronderstellingen
die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke
resultaten, de financiële toestand, het
rendement of de prestaties van UCB, of de
resultaten van de sector,
 
beduidend afwijken
van eventuele toekomstige resultaten,
rendementen of prestaties die expliciet of
impliciet door de toekomstgerichte
verklaringen worden uitgedrukt in dit
Geïntegreerd Jaarverslag.
Belangrijke factoren die tot dergelijke
verschillen zouden kunnen leiden, omvatten,
maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde
verspreiding en impact van COVID-19,
veranderingen in de algemene economische,
bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het
onvermogen om de nodige reglementaire
goedkeuringen te verkrijgen of om ze te
verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden
of binnen de verwachte timing, kosten
verbonden aan onderzoek en ontwikkeling,
veranderingen in de vooruitzichten voor
producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij
UCB, effecten van toekomstige
 
rechterlijke
uitspraken of overheidsonderzoeken,
veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits-
of fabricageproblemen; potentiële of
daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en
privacy van gegevens, of verstoringen van
onze informatietechnologiesystemen,
productaansprakelijkheidsclaims, betwisting
van octrooibescherming voor producten of
productkandidaten, concurrentie van andere
producten, waaronder biosimilars,
veranderingen in wetten of voorschriften,
wisselkoersschommelingen, veranderingen of
onzekerheden in belastingwetten of de
administratie van dergelijke wetten,
 
en
aanwerving en behoud van haar werknemers.
Er is geen garantie dat nieuwe
productkandidaten in de pijplijn worden
ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe
indicaties voor bestaande producten worden
ontwikkeld en goedgekeurd. De vooruitgang
van concept naar commercieel product is
onzeker; preklinische resultaten garanderen
geen veiligheid en werkzaamheid van
kandidaat-producten bij mensen. Tot
 
nu toe
kan de complexiteit van het menselijk lichaam
niet worden gereproduceerd in
computermodellen, celcultuursystemen of
diermodellen. De tijdsduur om klinische
proeven te voltooien en om goedkeuring van
de regelgevende instanties voor
productmarketing te krijgen, heeft in het
verleden gevarieerd en UCB verwacht in de
toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid.
Producten of potentiële producten die het
onderwerp zijn van partnerschappen, joint
ventures of licentiesamenwerkingen kunnen
onderhevig zijn aan geschillen tussen de
partners of kunnen niet zo veilig, effectief of
commercieel succesvol blijken te zijn als UCB
aan het begin van een dergelijk partnerschap
had gedacht. De inspanningen van UCB om
andere producten of bedrijven te verwerven
en om de activiteiten van dergelijke
overgenomen bedrijven te integreren, zijn
mogelijk niet zo succesvol als UCB op het
moment van acquisitie wellicht heeft gedacht.
UCB of anderen kunnen ook problemen
ontdekken met betrekking tot de veiligheid,
de bijwerkingen of met de productie van haar
producten en/of apparaten nadat deze op de
markt gebracht zijn. De ontdekking van
significante problemen met een product
vergelijkbaar met een van de producten van
UCB dat betrekking heeft op een hele klasse
producten, kan een wezenlijk nadelig effect
hebben op de verkoop van de hele klasse van
getroffen producten. Bovendien kunnen de
verkoopcijfers worden beïnvloed door
internationale en binnenlandse trends in
georganiseerde zorg en kostenbeheersing
 
in
de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk,
politieke en publieke gedetailleerde controle,
patronen of praktijken van klanten en
voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid
opgelegd door externe betalers evenals
wetgeving van invloed op activiteiten en
resultaten van biofarmaceutische prijzen en
vergoedingen. Er kan geen garantie worden
gegeven dat de in dit Geïntegreerd Jaarverslag
potentieel beschreven onderzoeksof
goedgekeurde producten zullen worden
aangeboden of goedgekeurd voor verkoop of
voor enige aanvullende indicaties of
etikettering op enige markt of op een bepaald
tijdstip, noch kan er enige garantie zijn dat
dergelijke producten zal in de toekomst
commercieel succesvol zijn of blijven.
Tenslotte
 
zou een storing, cyberaanval of
inbreuk op de informatiebeveiliging de
vertrouwelijkheid, integriteit en
beschikbaarheid van de gegevens en
systemen van UCB in gevaar kunnen brengen.
Gezien deze onzekerheden wordt het publiek
ervoor gewaarschuwd geen overmatig
vertrouwen te hechten aan dergelijke
toekomstgerichte verklaringen. Deze
toekomstgerichte verklaringen gelden enkel
op de datum van dit Geïntegreerd Jaarverslag,
en houden geen rekening met mogelijke
gevolgen van de evoluerende COVID-19-
pandemie, tenzij anders aangegeven. UCB
blijft de ontwikkeling nauwlettend volgen om
de financiële betekenis van deze pandemie
voor UCB te beoordelen.
De in dit Geïntegreerd Jaarverslag vervatte
informatie vormt geen aanbod tot verkopen
of uitnodiging tot formuleren van een aanbod
tot kopen van om het even welke effecten
 
en
er is geen sprake van aanbod, verzoek of
verkoop van effecten in om het even welke
jurisdictie waar een dergelijk aanbod, verzoek
of verkoop onwettig zou zijn vóór de
registratie of kwalificatie volgens de
effectenwetgeving van deze
 
jurisdictie.
UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om
toekomstgerichte verklaringen in dit
Geïntegreerd Jaarverslag bij te werken, hetzij
om de feitelijke resultaten te bevestigen,
hetzij om enige verandering in haar
toekomstgerichte verklaringen met betrekking
daartoe of enige verandering in
gebeurtenissen, omstandigheden of
omstandigheden te rapporteren of weer te
geven. waarop een dergelijke verklaring is
gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring
vereist is op grond van toepasselijke wet- en
regelgeving.
ucbsa-2021-12-31p321i0
 
ucbsa-2021-12-31p322i0